RV Noord-Zuid scenario
Tekst van het document
BESLISVOORSTEL RAAD EEMNES Besluitvormend orgaan Gemeente Eemnes - Gemeenteraad Gemeentecode Eemnes Onderwerp Noord-Zuid scenario Portefeuillehouder Havinga, M. Openbaar Ja Korte inhoud Naar aanleiding van de midtermreview van de bestuursopdracht aan Tomin (Berenschot 2024) hebben gemeenten, de directie en de Raad van Commissarissen (RvC) geconcludeerd dat fundamentele keuzes nodig zijn voor de lange termijn koers. De urgentie voor dit besluit is versterkt door de financiële situatie van Tomin. Om deze problematiek op korte termijn te lijf te gaan is een Taskforce ingesteld waarin gemeenten gezamenlijk op zoek gaan naar oplossingen. In het tweede en derde kwartaal van 2025 hebben alle gemeenten (m.u.v. Wijdemeren) hun standpunten over de rol van een sociaal ontwikkelbedrijf/ de sociale infrastructuur vastgesteld. De uitdaging is nu om deze verschillende standpunten te vertalen naar een gezamenlijk toekomstscenario met één of meer sociaal ontwikkelbedrijven. Besluiten 1. Bijgaande brief met wensen en bedenkingen vast te stellen ten aanzien van het voornemen om: 1.1 een Noord-Zuidscenario (scenario 2) als richting te hanteren voor de toekomstige organisatie van werk en participatie; Pagina 1 van 12
1.2 het Algemeen Bestuur van Tomin opdracht te geven een transitieplan op te stellen met een voorstel voor de opheffing of omvorming van de huidige structuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Tomin. 2. Deze wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college van Eemnes met bijgevoegde brief. Aanleiding voorstel Naar aanleiding van de midtermreview van de bestuursopdracht aan Tomin (Berenschot 2024) hebben gemeenten, de directie en de Raad van Commissarissen (RvC) geconcludeerd dat fundamentele keuzes nodig zijn voor de lange termijn koers. De urgentie voor dit besluit is versterkt door de financiële situatie van Tomin. Tomin zit al langer in zwaar financieel weer. Dit blijkt onder andere uit de meerjarenbegroting van het Werkvoorzieningsschap in 2026 waarin het geconsolideerd eigen vermogen (Werkvoorzieningsschap Tomin en Tomingroep B.V.) is teruggelopn van € 17,3 miljoen in 2022 naar € 8,6 miljoen in 2026. In februari 2025 werden problemen zichtbaar over de liquiditeitspositie en verder oplopende tekorten in de B.V. Om deze problematiek op korte termijn te lijf te gaan is een Taskforce ingesteld waarin gemeenten gezamenlijk op zoek gaan naar oplossingen. De bestuurlijke druk op de GR Tomin is hierdoor toegenomen, terwijl de uitvoering voor kwetsbare inwoners niet in het geding mag komen. Tevens dringt de RvC van de B.V.
bij het Algemeen Bestuur (AB) van de GR erop aan om een snelle keuze te maken voor een toekomstig model van de infrastructuur. De RvC constateert dat doorgaan op de huidige voet niet langer een verantwoord scenario is. Gemeenten, de directie van Tomin en de RvC zijn het erover eens dat zonder een duidelijke koerswijziging de huidige governance en werkwijze van Tomin onvoldoende in staat zijn om toekomstbestendig te blijven en de maatschappelijke opdracht richting inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt effectief uit te voeren. De deelnemende gemeenten binnen de GR Tomin hebben daarom afgesproken drie kernvragen te beantwoorden: 1. Welke visie hebben de afzonderlijke gemeenten in de Gooi en Vechtstreek en de gemeente Almere op de rol van het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de uitvoering van de Participatiewet? 2. Hoe kijken de afzonderlijke gemeenten in de Gooi en Vechtstreek en de gemeente Almere aan tegen toekomstige samenwerking in relatie tot de Participatiewet en de begeleiding van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt? 3.
In hoeverre achten de afzonderlijke gemeenten in de Gooi en Vechtstreek en de gemeente Almere het waarschijnlijk dat de bestaande infrastructuur van Tomin een rol kan spelen in de uitvoering van de Participatiewet? Met uitzondering van Wijdemeren – vanwege het fusietraject met Hilversum – hebben alle Pagina 2 van 12
gemeenten in het tweede en derde kwartaal van 2025 hun standpunten hierover vastgesteld. In Hilversum is dit vastgelegd in de raadsvisie “Arbeidsontwikkeling en de rol van een sociaal ontwikkelbedrijf” (9 juli 2025). Almere heeft de koers bepaald via de visie “Sociale Infrastructuur Almere”, HBEL via een collegebesluit in Huizen en een gezamenlijke raadsinformatiebrief (RIB) Visie arbeidsontwikkeling en de rol van een sociaal ontwikkelbedrijf, en Gooise Meren via de notitie Uitgangspunten sociaal ontwikkelbedrijf. De uitdaging is nu om deze verschillende standpunten te vertalen naar een gezamenlijk toekomstscenario met één of meer sociaal ontwikkelbedrijven. Om dit proces te ondersteunen heeft het Algemeen Bestuur van Tomin adviesbureau de Galan Groep gevraagd de posities van gemeenten te analyseren aan de hand van interviews en beleidsdocumenten. Deze analyse heeft geleid tot een advies dat op 2 oktober 2025 in het AB is besproken: te kiezen voor een Noord-Zuidscenario, waarin Almere en de Gooi en Vechtstreek (G&V) ieder hun eigen weg gaan. Dit wordt bij argumenten nader toegelicht.
Concreet gevolg van dit collegebesluit Met dit collegebesluit wordt het Noord-Zuidscenario als richting vastgesteld, dit betekent dat een traject wordt ingezet dat resulteert in het stopzetten van de huidige samenwerking binnen de GR, met als doel te komen tot twee herkenbare en toekomstbestendige uitvoeringsstructuren: één voor de Gooi & Vechtstreek en één voor Almere. Het Algemeen Bestuur krijgt de opdracht om een transitieplan op te stellen waarin verschillende opties voor de herinrichting worden onderzocht, waaronder opheffing of omvorming van de huidige GR-structuur. Dat plan beschrijft hoe de continuïteit van dienstverlening wordt geborgd, hoe verantwoordelijkheden en middelen worden herverdeeld, en welke juridische en financiële stappen daarvoor nodig zijn. Voor inwoners betekent dit eenvoudigere, herkenbare en lokaal ingebedde structuur voor ondersteuning richting werk •
Voor de Gooi & Vechtstreekgemeenten (Hilversum incl. Wijdemeren, HBEL, Gooise Meren) biedt dit de ruimte om gezamenlijk een passende uitvoeringsstructuur te ontwikkelen binnen hun eigen regionale context.
•
Voor Almere: verdere ontwikkeling van een gemeentelijke dienst of sociaal ontwikkelbedrijf binnen de eigen sociale infrastructuur, aansluitend op de arbeidsmarktregio Flevoland.
De uitwerking van deze herinrichting, inclusief de juridische vorm (opheffing of omvorming van de GR), zal worden opgenomen in het transitieplan dat door het Algemeen Bestuur wordt opgesteld en later bestuurlijk wordt vastgesteld.
Pagina 3 van 12
Bij ontvangende organisaties (Gooi & Vechtstreek) wordt bedoeld de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek Doel Het huidige Tomin is niet langer toekomstbestendig. Dit vraagt om een nieuwe koers waarbij de deelnemende gemeenten uitspreken hoe zij de uitvoering van de Participatiewet voor zich zien, wat de functie is van een sociaal ontwikkelbedrijf en hoe zij daarin willen samenwerken. Gemeenten hebben dit intussen gedaan, met zowel overeenkomsten als verschillen in hun uitgangspunten. De afgelopen periode hebben zij, onder begeleiding van een extern bureau, toegewerkt naar een gezamenlijke richting. Met het vaststellen van de voorgestelde koers, het kiezen voor het Noord-Zuidscenario, bereiken de colleges van de deelnemende gemeenten dit gezamenlijke doel. Voordat hierover definitief kan worden besloten, wordt de raad in de gelegenheid gesteld haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Toelichting besluit (argumenten)
1.1 Voorbereidend onderzoek is verricht door Galan Groep Voor de voorbereiding van het koersbesluit heeft adviesbureau de Galan Groep zowel gesprekken gevoerd met wethouders, managers en de directie van Tomin, als een bureaustudie gedaan van onder meer de Midtermreview (2024), visiedocumenten en aanvullende beleidsnotities. De bevindingen en toelichting op de diverse scenario’s zijn opgenomen in bijlage 1. Uit de analyse blijkt dat er brede overeenstemming bestaat over de maatschappelijke opdracht: inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten ondersteuning krijgen richting werk of participatie. Daarbij zijn nabijheid, integraliteit en loyaliteit aan de doelgroep sleutelbegrippen. Tegelijkertijd bestaan er duidelijke verschillen in bestuurlijke voorkeuren, schaalambitie en verwachtingen van de Tomingroep. Ook valt op dat een gezamenlijke regiestructuur ontbreekt (een AB voor het Werkvoozieningsschap Tomin en een RvC voor de Tomingroep B.V.) en dat vertrouwen en pragmatisme essentiële randvoorwaarden zijn voor samenwerking. Alle gemeenten willen voorkomen dat Pagina 4 van 12
kwetsbare inwoners tussen wal en schip vallen, dit maakt dat besluiten zorgvuldig genomen moeten worden. De analyse laat ook zien dat alle gemeenten het belang onderschrijven van een structurele samenwerking op het terrein van werk en participatie, maar dat zij dit op verschillende manieren vormgeven. Almere richt zich nadrukkelijk op het ontwikkelen van een eigen sociale infrastructuur, aansluitend bij de arbeidsmarktregio en de lokale uitvoeringspraktijk. De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek – waaronder Hilversum incl. Wijdemeren, de HBEL-gemeenten en Gooise Meren - verkennen juist hoe zij hun krachten kunnen bundelen. Daarbij staat het realiseren van nabijheid voor inwoners en werkgevers centraal, met behoud van uitvoeringskracht en continuïteit voor de doelgroep. Gemeenten hechten eraan dat de uiteindelijke koers ruimte laat voor maatwerk en lokaal eigenaarschap, maar wel binnen gezamenlijke kaders die bestuurlijke duidelijkheid en financiële houdbaarheid borgen. De analyse laat daarnaast een aantal spanningsvelden zien: •
Complexiteit: de situatie rond Tomingroep BV is ingewikkeld en kan besluitvorming vertragen;
•
Financiële urgentie in relatie tot handelingsperspectief richting de oplossing: wethouders moeten lokaal verantwoording afleggen. De liquiditeitsproblemen en de tegenvallende resultaten veroorzaken urgente oplossingen. Kwetsbare inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten hier zo min mogelijk of liever geen last van hebben;
•
Uiteenlopende belangen: verschillen in drijfveren en prioriteiten vragen om wederzijds begrip en zorgvuldige afweging;
•
Planning: vertraging is risicovol, omdat uitloop de huidige uitvoering en de besluitvorming kan belemmeren.
Deze uitkomsten schetsen zowel de noodzaak als de urgentie om gezamenlijk richting te kiezen, waarbij de analyse inzicht biedt in de gemeenschappelijke basis én de verschillen die overbrugd moeten worden. De nieuwe ontwikkeling biedt nieuwe en extra kansen om beter in te kunnen spelen op de huidige vraag van de inwoner en de arbeidsmarkt.
1.2 Als gezamenlijke koers wordt het ‘Noord-Zuidmodel’ voorgesteld Het zogenoemde ‘Noord-Zuidmodel’ komt het beste uit de analyse en vormt daarmee de meest kansrijke koers (scenario 2). Het Algemeen Bestuur van de GR Tomin heeft daarom op 2 oktober 2025 besloten het college te adviseren om een voorgenomen besluit te nemen om als gezamenlijke koers het Noord-Zuidmodel (scenario 2) vast te stellen als richting voor de toekomstige organisatie van werk en participatie. De richting past binnen de bredere landelijke ontwikkeling, waarin gemeenten hun sociale infrastructuur vernieuwen en versterken. De verwachte maatschappelijke effecten zijn positief, maar Pagina 5 van 12
verschillen per regio. Het doel is om dienstverlening eenvoudiger, herkenbaarder en dichter bij inwoners te organiseren, en de samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners te versterken. Daarmee vervallen de scenario’s 0 (GR en Tomingroep BV blijven ongewijzigd); 1 (Tomingroep BV wordt opgeheven; activiteiten en middelen worden rechtstreeks ondergebracht in de GR) en 3 (Eén gezamenlijke GR voor werk én inkomen, waarin alle gemeenten participeren). Binnen de Gooi en Vechtstreek wordt de samenwerking verder uitgewerkt tussen Hilversum, HBEL en Gooise Meren, waarbij de varianten 2a (nieuwe GR), 2b (samenwerking via DVO’s) en 2c (centrumgemeente-model) nader worden onderzocht. Politiek en bestuurlijk gezien is dit ook de meest logische richting: de indeling van de arbeidsmarktregio’s maakt het veel aannemelijker dat Almere en de Gooi- en Vechtstreekgemeenten ieder hun eigen pad kiezen. Eemnes heeft een sterke voorkeur voor scenario 3 Zuidvariant. We kunnen ons echter vinden in scenario 2, omdat dit scenario zich verder kan ontwikkelen tot scenario 3. Tussenvariantscenario 2a. Almere is stevig verankerd in de arbeidsmarktregio Flevoland en werkt daar al intensief samen via onder meer het Werkgeversservicepunt, het Regionaal Beraad en het Werkcentrum.
De G&V-gemeenten zijn juist ingebed in hun eigen arbeidsmarktregio, met een eigen infrastructuur en vaste samenwerkingspartners. Voor inwoners betekent deze nieuwe inrichting dat de dienstverlening eenvoudiger, herkenbaarder en dichterbij wordt georganiseerd. Door de opsplitsing in een noordelijke en zuidelijke structuur ontstaat meer overzicht in loketten, minder bestuurlijke lagen en kortere lijnen tussen beleid, uitvoering en begeleiding. Professionals kunnen sneller schakelen met lokale partners, waardoor inwoners niet langer te maken hebben met meerdere aanspreekpunten of overdrachten tussen gemeenten. De ondersteuning sluit daardoor beter aan op de persoonlijke situatie en ontwikkelkansen van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De mate waarin dit in de praktijk wordt gerealiseerd, is wel afhankelijk van de gekozen variant binnen het Noord-Zuidscenario en de wijze waarop gemeenten de samenwerking lokaal vormgeven.
2.1 Uitwerken van diverse scenario’s voor de Gooi en Vechtstreek gemeenten en transitieplan Het is daarmee niet alleen een inhoudelijk, maar ook een politiek realistisch scenario: het sluit aan bij de bestaande bestuurlijke dynamiek en de al opgebouwde samenwerkingspraktijk. De uitdaging voor de G&V-gemeenten is nu om, vanuit dit gezamenlijke vertrekpunt, de onderlinge samenwerking verder vorm te geven binnen het ‘Noord-Zuid model (scenario 2). Pagina 6 van 12
Dat vraagt om een nadere keuze uit de drie varianten binnen scenario 2: 2a: nieuwe GR,2b: DVO’s, of 2c: centrumgemeente-model. Deze keuze zal bepalend zijn voor de mate van eigenaarschap, zeggenschap en bestuurlijke eenvoud in de toekomst. Daarbij is het uitgangspunt dat de toekomstige organisatie niet alleen nabij en herkenbaar is, maar ook ruimte biedt voor integraliteit in dienstverlening – waarin werk, inkomen, participatie in samenhang worden benaderd. Het Algemeen Bestuur heeft op 2 oktober jl. tevens uitgesproken dat scenario 2 op termijn ruimte kan bieden voor verdere groei en integratie van de domeinen Werk en Inkomen binnen de G&V regio. Op dit moment ontbreekt daarvoor echter het brede bestuurlijke draagvlak. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat scenario 2 – het Noord-Zuidmodel – zowel inhoudelijk als bestuurlijk de meeste perspectieven biedt om te komen tot toekomstbestendige sociale infrastructuren in Almere en de Gooi- en Vechtstreek. Het is een koers die recht doet aan lokale verschillen, maar tegelijk ruimte houdt voor regionale samenwerking en toekomstige groei.
De keuze voor dit scenario betekent niet dat alle antwoorden al vaststaan; het markeert het begin van een zorgvuldig transitieproces waarin de varianten verder worden verkend, financiële en juridische kaders worden uitgewerkt en gemeenten gezamenlijk invulling geven aan hun maatschappelijke opdracht. Daarmee vormt dit scenario de basis voor een stapsgewijze, realistische en gedragen hervorming van de sociale infrastructuur – gericht op één doel: inwoners beter, eenvoudiger en dichterbij ondersteunen naar werk en ontwikkeling.
3.1 De gemeenteraad wordt om zienswijze gevraagd De raad krijgt vooraf de gelegenheid om wensen en bedenkingen mee te geven bij beleidsvoornemens die belangrijke gevolgen hebben voor de gemeente. Het college hecht hier waarde aan. Het voornemen om met de GR Tomingroep om te vormen of op te heffen en toe te werken naar een nieuwe samenwerkingsstructuur valt nadrukkelijk in die categorie. Het college hecht eraan de raad hierin actief in positie te brengen, zodat de inzichten en afwegingen onderdeel worden van de verdere besluitvorming. De redenen hiervoor zijn drieledig: •
Financieel (art. 189 Gemeentewet – budgetrecht): de opheffing of omvorming en transitie brengen aanzienlijke afbouwkosten (liquidatie, verdeling activa en passiva), opbouwkosten (inrichting nieuwe organisatie, ICT, huisvesting, transitiekosten) en structurele lasten (jaarlijkse exploitatie) met zich mee. Deze zijn niet voorzien in de huidige begroting. De raad bepaalt via begrotingswijzigingen en dekking hoe deze lasten worden gefinancierd. Het Rijk heeft via Impulsmiddelen voor de jaren 2025 – 2034 ongeveer 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor doorontwikkeling van de infrastructuur in de Gooi & Vechtstreek en Almere. Pagina 7 van 12
•
Sociaal (art. 108 en 169 lid 1 en 2 Gemeentewet – kaderstellende rol): het besluit raakt direct de bestaanszekerheid en participatiekansen van inwoners met een arbeidsbeperking. Het gaat om fundamentele beleidskeuzes over de inrichting van werk en begeleiding, die tot de kern van de kaderstellende verantwoordelijkheid van de raad behoren.
•
Bestuurlijk: de raad is niet alleen controlerend, maar ook richtinggevend. Door wensen en bedenkingen te formuleren, kan de raad koers en prioriteiten meegeven die de uiteindelijke besluitvorming steviger verankeren in het lokale democratische proces.
Concreet betekent dit dat de raad de gelegenheid krijgt om wensen en bedenkingen te uiten bij het voorgenomen besluit. Deze worden door het college betrokken bij de verdere afweging, zodat de uiteindelijke koers een gezamenlijke basis heeft in zowel college als raad.
4.1 Gezamenlijke communicatie is van belang Voor een goede voortgang en vervolg van dit traject is het belangrijk dat de besluitvormingstrajecten in de afzonderlijke gemeenten uiterlijk in januari worden afgerond. Hierbij dienen de vervolgstappen in samenhang plaats te vinden en is het belangrijk om een eenduidige communicatie te hanteren bij de openbaarmaking van de documenten.
Duurzaamheid De nieuwe uitvoeringsstructuren dragen bij aan een duurzame inrichting van arbeid en participatie. •
De combinatie van werk, scholing en begeleiding bevordert duurzame inzetbaarheid van inwoners.
•
De nieuwe organisaties worden aangemoedigd sociaal en circulair te ondernemen (bijv. via hergebruik van materialen en lokale productie).
•
Door regionale spreiding van locaties blijven werkplekken dichtbij huis waardoor reistijd wordt beperkt.
De koers past binnen bredere gemeentelijke duurzaamheidsdoelen: het combineren van maatschappelijke waardecreatie, arbeidsparticipatie en milieuverantwoord ondernemen. Vastgesteld wettelijk- en beleidskader Wet gemeenschappelijke regelingen Relatie BEL-gemeenten en BEL Combinatie De gemeenten Blaricum, Eemnes, Laren maken, samen met de overige regiogemeenten en de gemeente Almere, deel uit van de Gemeenschappelijke Regeling Tomingroep. Dit voorstel wordt aangeboden aan de colleges en raden van de BEL-gemeenten.
Pagina 8 van 12
Kanttekeningen
Randvoorwaarden voor een zorgvuldige transitie Voor een goede voortgang en vervolg van dit traject is het belangrijk dat de besluitvormingstrajecten in de afzonderlijke gemeenten uiterlijk in januari 2026 worden afgerond. Hierbij dienen de vervolgstappen in samenhang plaats te vinden en is het belangrijk om een eenduidige communicatie te hanteren bij de openbaarmaking van de documenten. Er moet aandacht zijn voor onder meer: •
Rechtspositie medewerkers en medezeggenschap: De rechtspositie van medewerkers blijft volledig geborgd. De Ondernemingsraad wordt vanaf het begin van de transitieperiode actief betrokken bij ontwerp, overleg en besluitvorming, conform de Wet op de ondernemingsraden.
•
Financiële risico’s: De Taskforce monitort de liquiditeit en adviseert over tijdelijke financiële maatregelen en garanties om continuïteit te waarborgen tot de nieuwe structuur operationeel is. Dit laat onverlet dat de directie en RvC van Tomingroep BV verantwoordelijk zijn voor beheersing van de (financiële) resultaten van de bedrijfsvoering van de BV.
•
Juridisch traject: De opheffing of omvorming van de GR Tomin vereist besluitvorming door alle colleges conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.
•
Governance: Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de RvC en de directie blijven, ieder vanuit hun eigen rol, verantwoordelijk voor GR Tomingroep en Tomingroep BV totdat de juridische ombouw is afgerond.
•
Relatie met het Rijk: De regio benut rijksmiddelen via de Impulsregeling.
Daarnaast wordt binnen de transitie nadrukkelijk aandacht besteed aan kennisoverdracht, ICT-systemen, huisvesting en de borging van werkplekken. Hiermee wordt voorkomen dat expertise en continuïteit in de dienstverlening aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt verloren gaan tijdens de overgang naar de nieuwe organisatie(s). Financiën Het voorliggende voorgenomen besluit heeft op zichzelf geen directe financiële gevolgen. Wel is duidelijk dat er in en na de transitiefase aanzienlijke financiële consequenties aan de orde zullen zijn. Dit betreft zowel afbouwkosten (liquidatie, ontvlechting, transitie- en frictiekosten), opbouwkosten voor nieuwe structuren (organisatie, huisvesting, ICT en transitiekosten) als nieuwe structurele kosten voor het sociaal ontwikkelbedrijf. De financiële consequenties van de gekozen richting zijn op dit moment nog niet volledig uitgewerkt. Wel wordt gewerkt aan een financiële vergelijking tussen de huidige situatie en de toekomstige inrichting. Deze financiële vergelijking geeft input voor het koersdocument en uiteindelijk het transitieplan.
Pagina 9 van 12
Omdat de varianten van de scenario’s (2a: nieuwe GR, 2b: DVO’s, 2c: centrumgemeentemodel) nog nader moeten worden uitgewerkt, betreft dit een eerste inschatting die verder wordt verdiept in de vervolgfase van de transitie. Deze financiële analyse bevat: •
een vergelijking van de gemeentelijke bijdragen in de huidige Tomin-structuur;
•
een eerste inschatting van de verwachte lasten en baten per regio in de nieuwe situatie;
•
een overzicht van de belangrijkste financiële knoppen waar gemeenten aan kunnen draaien (bijvoorbeeld doelgroepen, werkvormen, intensiteit van begeleiding, en de mate van rijks financiering).
Het gaat nadrukkelijk nog niet om een volledige businesscase, maar om een kwantitatief kader dat inzicht geeft in de bandbreedte van de financiële effecten en de mogelijke keuzes per regio. In de vervolgfase worden de financiële risico’s, transitiekosten en investeringsbehoefte verder uitgewerkt. De financiële analyse zal tevens input vormen voor het transitieplan dat het Algemeen Bestuur zal opstellen (zie besluit 2). Dit plan beschrijft hoe de middelen, activa en verplichtingen van de huidige GR Tomin en Tomingroep BV kunnen worden afgebouwd, herverdeeld of omgevormd. Daarbij wordt ook bekeken wat de financiële consequenties zijn van zowel opheffing als voortzetting in gewijzigde vorm van de GR. Begrotingswijziging nodig? Nee Uitvoering Het voorgenomen besluit over het Noord-Zuidscenario en de verdere verkenning van de varianten 2a, 2b en 2c ligt nu ook voor bij de andere deelnemende gemeenten van de GR Tomin. De verwachting is dat in het vierde kwartaal van 2025 (uiterlijk januari 2026) in alle gemeenten besluitvorming plaatsvindt. Deze lokale besluitvorming vormt de basis voor de volgende stap: het opstellen van een transitieplan door het Algemeen Bestuur, waarin de mogelijkheden tot opheffing of omvorming van de huidige GR-structuur worden onderzocht en uitgewerkt.
Het koersdocument vormt een voorzet voor het transitieplan, dat richting geeft aan de overgang van de bestaande organisatie naar één of meerdere nieuwe uitvoeringsstructuren. Het transitieplan bouwt voort op de bestuurlijke koers en de afwegingskaders die eerder zijn vastgesteld, en schetst de hoofdlijnen van de transitie. In het plan komen in ieder geval aan bod: •
De borging van continuïteit in dienstverlening aan inwoners en werkgevers tijdens de overgangsfase;
•
De omvorming van de huidige organisatie van Tomingroep BV en de verdeling van taken, middelen en verantwoordelijkheden; Pagina 10 van 12
•
De contouren van de nieuwe uitvoeringsstructuren voor Almere en de Gooi- & Vechtstreek en hun onderlinge samenhang;
•
De financiële en juridische kaders en transitie-investeringen, inclusief risico’s en dekking;
•
De rechtspositie en medezeggenschap van medewerkers, inclusief overleg met de ondernemingsraad en waar nodig de vakbonden;
•
Een routekaart met de belangrijkste stappen, beslismomenten en evaluatiemomenten tot en met 2027.
Het koersdocument, dat eind 2025 zal worden opgeleverd, vormt samen met het transitieplan het bestuurlijke kompas voor de volgende fase. Beide documenten zullen in samenhang worden behandeld, zodat het Algemeen Bestuur en de colleges besluiten kunnen nemen op basis van een integrale en goed onderbouwde aanpak. Bestuurlijke besluitvorming Nr.
Wat?
1
Onder voorbehoud van wensen en bedenkingen Na raadsbehandeling in december door de raad, een definitief besluit in Eemnes
Planning 2025
om een Noord-Zuid scenario vast te stellen als richting en het AB van Tomin opdracht te geven een transitieplan uit te werken. 2
Alle deelnemende gemeenten binnen de GR
Q1 2026
Tomin hebben een definitief besluit genomen om een Noord-Zuid scenario vast te stellen als richting en het AB van Tomin opdracht te geven om een transitieplan uit te werken. 3
Vaststellen Transitieplan en besluitvorming bij
Q1/Q2 2026
de Gooi en Vechtstreek gemeenten over de keuze in de varianten 2a, 2b of 2c waarvoor een businesscase wordt uitgewerkt en opgenomen in een opbouwplan. 4
Vaststellen af- en opbouwplannen van
Q4 2026
respectievelijk het huidige Tomin en de nieuwe sociaal ontwikkelbedrijven. Communicatie •
De raden ontvangen een raadsvoorstel en worden via de procedure van wensen en bedenkingen in positie gebracht.
•
De Ondernemingsraad, medewerkers en vakorganisaties worden actief betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van het transitieplan.
•
De adviesraad sociaal domein HBEL wordt geraadpleegd over de effecten voor de inwoners bij het latere (concretere) koersdocument. Pagina 11 van 12
•
Voor inwoners en werkgevers wordt een gezamenlijke communicatiestrategie opgezet, zodat informatie over dienstverlening en veranderingen consequent en eenduidig is in beide regio’s.
Bijlagen 1. Toekomstscenario’s sociaal ontwikkelbedrijf 2. raadsbesluit Noord-Zuid scenario 3. Brief raad aan college: wensen en bedenkingen ten aanzien van een Noord-Zuid scenario Steller L. Broeze(lbroe). Registratiedatum 22 oktober 2025
Pagina 12 van 12