Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN GEMEENTE EEMNES d.d. 18 januari 2021
1.
Opening De voorzitter: Moniek stond er niet bij. Die is nu toegevoegd, dus. Ik ga ondertussen eventjes alvast iedereen langs en heet iedereen welkom in deze vergadering. Ook de mensen die thuis meeluisteren, wil ik welkom heten, want het is al even over acht en we moeten een beetje vaart maken vanavond. De heer …: En voorzitter, mevrouw Van der Linde gaat inloggen. Dank u wel. De voorzitter: Top. Ja, ik zie haar. Fijn. Ze is er ook. Ik ga even de partijen langs. Ik wil beginnen bij D66 en we begin ik bij Pascal Defferding. Van harte welkom bij de eerste commissievergadering. Niels Rood is aanwezig. De heer Rood: Ja. De voorzitter: dan heb ik PvdA, de heer Hoorneman en de heer Overbeeke. Die heb ik gezien en gehoord. De VVD. Moniek, mevrouw Van der Linde, en de heer Schade. En dan heb ik het CDA. Mevrouw Havinga en de heer Seldenrijk heb ik gezien. En van DorpsBelang, de heer De Zeeuw en de heer Van IJken. En de burgemeester en mevrouw De Boer. Hartelijk welkom.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Ik heb geen verzoeken gehad om de agenda te wijzigen, dus we houden het zoals het is.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 7 december 2020 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van 7 december. Heeft iemand daar opmerkingen over? Dat is niet het geval.
4.
Inventariseren spreekrecht publiek De voorzitter: Spreekrecht van het publiek. Ik heb geen vragen daarover gekregen. En dan komen we aan de … Nee, ja, het is natuurlijk ook heel lastig. Maar goed, het kan altijd wel. Het kan ook schriftelijk.
5.
Te bespreken onderwerpen
5.01 Vaststellen Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen Eemnes 2021 De voorzitter: Dan kom ik aan agendapunt 5.01, vaststellen Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen Eemnes 2021. En dan wil ik beginnen bij de VVD. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van IJken, wilt u de microfoon even uitzetten? De heer Schade: Ik zet hem aan, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schade.
De heer Schade: Dank u wel. Ik klik even naar de verordening, omdat ik, één, het is eigenlijk een simpele verordening, dus daar is weinig over te zeggen en te doen. Ik heb een paar kleine vraagjes en de eerste gaat over bijlage twee. En daar zien we dat de buitendienst ook toegang moet hebben tot de gegevens uit de basisregistratie en dat gebeurt dan in het kader van hun verantwoordelijkheden op het gebied van gladheidsbestrijding en afvalbeleid. En daarvan vraag ik me af, en deze vraag zie ik graag beantwoord, wat daarmee te maken heeft met waarom die gegevens uit de basisregistratie voor de gladheidsbestrijding nodig zijn en voor het onderhoud van de graven. En ik zou zo denken dat de direct betrokkenen welbekend is. Wie ligt daar namelijk? Een tweede vraag gaat over bijlage vier. En daar zie ik dat toegang nodig is voor de bibliotheken in het kader van de analfabetismebestrijding. En ik maak me toch sterk dat in de basisregistratie personen, het al dan niet analfabeet zijn, niet staat aangemerkt, dus ik vraag me af wat deze toevoeging voor deze verordening ermee te maken heeft. En een derde vraag gaat over bijlage vijf en dat zijn de aangehaakte gegevens. Nergens in de verordening is sprake van aangehaakte gegevens, dus ik heb geen idee wat dat zijn en ik hoor graag wat aangehaakte gegevens zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan D66.
Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Rood: Mij, voorzitter. De voorzitter: De heer Rood. De heer Rood: Dat zal een volgende keer misschien anders zijn, maar vanavond ben ik voornamelijk aan het woord. Ja, wij hadden eigenlijk een kleine vraag over bijlage vier ook. Dat is die lijst met derden en daar staat genoemd, kerken die in de gemeente die geen gegevens ontvangen via de SILA. En ik wil graag weten wat daar het idee achter is, want dat is best een oude discussie, volgens mij. En ik wil graag wat toelichting daarop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de PvdA. Wie mag ik daar het woord geven? De heer …: Dat zal ik wel doen, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: De heer ‘…’. De heer …: Nou, ik vond het eigenlijk een verhelderende toelichting. En gezien de vragen die al gesteld zijn, heb ik verder geen opmerkingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de fractie van DorpsBelang. Wie mag ik daar het woord geven? De heer Van IJken. De heer Van IJken: Ja, dank u. Wij hebben ook niet veel opmerkingen. We hebben gezien dat de verordening is vastgesteld aan de hand van de modelverordening van het VNG. Dat is altijd een geruststellende gedachte. Wij vroegen ons wel af waarom er een nieuwe verordening nu gemaakt wordt.
Betreffende de lijsten, dan praten we over de wijsheid van B en W wat er dan op die lijsten komt en of die niet beschikbaar gesteld wordt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA. Wie mag ik daar het woord geven? De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel, voorzitter. Nou goed, wij zitten ook een beetje in lijn met de vragen van de vorige stellers. Bijlage twee, bij HRM staat, dat gaat over de pensioenen van raadsleden en wethouders. Zover
ik weet, heeft HRM niks te maken met mijn pensioen en ‘…’ vanuit de gemeente geen pensioen krijgen vanuit ons gemeenteraadswerk, dus lijkt me dat dat stukje van raadsleden eruit moet, alleen voor wethouders is volgens ons. Het volgende puntje is ook inderdaad die bijlage vier, wat gaat over de strekking van de gegevens van derden onder het kopje ‘Gewichtig maatschappelijk belang’. En met deze lijst, ja, daar hebben we toch hier en daar een beetje moeite. Misschien zou het beter zijn om daar hier, hier en daar, de organisatie bij de naam te noemen. Om even een voorbeeld te geven, vrouwenemancipatie bijvoorbeeld, daar staat achter: vrouwenorganisaties. Dat is natuurlijk een heel breed begrip. Dus feitelijk elke organisatie opkomt voor de rechten van de vrouw kan ook gegevens verkrijgen bij loket over onze vrouwelijke inwoners of zo. Dat lijkt me erg ruim weergegeven zo. Het kan natuurlijk omgekeerd misbruikt worden, denk ik. Het tweede wat hier ook natuurlijk aan vast hangt, is de vraag of het college als gedelegeerden, of de raad, de lijst van derden bepaald. Het voorstel is zo dat het nu door het college gebeurt. Op zich kan ik me daar wel in vinden, alleen dan moet je wel dit soort toch vage omschrijvingen toch iets beheerder moeten inkaderen dan dat er nu staat, volgens ons.
Uiteindelijk, we hebben ook te maken met een AVG en als je ook ziet binnen het bedrijf hoe strikt dat wordt gehandhaafd, zal toch niet zo wezen dat wij binnen de gemeente wat makkelijker ermee omgaan, om het even heel makkelijk te zeggen. Dat waren onze opmerkingen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de burgemeester, de heer Van Benthem. De heer Van Benthem: Ja, dank u wel. Ik spreek tot u uit Winschoten en ik zit hier in een kantine, dus het kan soms wat rumoerig zijn. Allereerst, waarom is het nodig om deze verordening aan te passen? Nou, er is een nieuwe verordening vanuit de VNG verschenen en dan is het altijd belangrijk als gemeente om dat te volgen en die nieuwe verordening ook om te zetten in regelgeving. Het belangrijkste verschil met de oude verordening is dat er nu een groot deel gedelegeerd wordt aan het college, zodat het college een eigenstandig reglement kan maken om te bepalen wie er recht heeft op inzage en wie niet. Wij hanteren inderdaad grotendeels de VNG-verordening en daar hebben we voor de rest niet een hele grote toets op gedaan, van is het nu ten principale nodig om dat te doen of niet, omdat we vinden dat we ook niet al te zeer het buitenbeentje moeten zijn. Tegelijkertijd wil ik best met u een aantal vragen doorlopen. De buitendienst en het afval is vrij makkelijk.
De buitendienst verstrekt ook de afvalcontainers, dus als mensen hun container aanvragen, hebben we daar ook een registratie bij, dus wij weten welke containers bij wie staat. Daar doen we op dit moment nog helemaal niets mee, behalve dan dat we bijhouden als iemand er vaak een container vraagt, dat we gaan spreken met de betrokkenen hoe dat komt dat zij steeds die container kwijt zijn. Nu weet ik niet hoeveel een container op Marktplaats doet. De gladheidsbestrijding, op een moment dat er ‘s avonds wordt rondgereden, komt het nog wel eens een keer voor dat iemand een auto geparkeerd heeft op een locatie, waardoor de wagens van de buitendienst er niet langs kunnen. En dan moet je via kenteken en via basisregistratie wel kunnen achterhalen: waar staat nu iemand? Dus dat zou ik, denk ik dat dat de logica is achter de buitendienst voor gladheid en afval. HRM, en hetzelfde geldt voor het onderhoud graven, mensen verhuizen nog wel eens. En waar mensen vaak heel goed hun adres doorgeven aan familie en vrienden, willen ze dat nog wel eens vergeten bij een pensioenorganisatie, dan wel de gemeente waar tien jaar geleden een keer een vader of een moeder is begraven. Nou, dan moeten wij in de basisregistratie kunnen kijken waar de mensen nu wonen en dan krijgen ze een verzoek of ze het onderhoud van de grafrechten alsnog willen betalen.
Ik denk dat er bij HRM voor de pensioenen met de raadsleden inderdaad een foutje is gemaakt, want u krijgt nog steeds geen pensioen. Maar voor de wethouders geldt dat wel en dan moeten we kunnen achterhalen waar wethouders, die soms al twintig jaar geleden wethouder zijn geweest, waar ze tegenwoordig wonen, want ze sturen niet altijd een kaartje naar de gemeente. De bibliotheken hebben een rol op het gebied van het bestrijden van analfabetisme. Hoe zij dan een selectie maken uit de GBA zou ik niet weten, dus die vraag zou ik schriftelijk moeten laten beantwoorden. De kerken die niet via de SILA. De SILA is het
interkerkelijke ledenadministratie van alle kerken, dus die geeft automatisch toezicht. Alleen sommige kerken zijn daar niet bij aangesloten. En omdat je geen onderscheid wil maken dat de ene kerk wel de adresgegevens krijgt en hij niet bij de SILA aangesloten kerk niet, moet je die kerk ook de mogelijkheid geven om inzage te hebben op hun verzoek in de basisregistratie. Nou, vrouwenopvang is een VNG bepaling. Die komen in principe in aanmerking om gegevens op te vragen, alleen voor iedere opvraag geldt natuurlijk wel dat we het toetsen van: wie vraagt het aan, waarvoor vraagt ze het aan, is het doel waarvoor ze het aanvragen in overeenstemming met de hele doelstelling van de hele regeling? Dus er vindt wel degelijk een toets plaats. Het is niet zo dat iemand kan zeggen: nou, ik ben een vrouwenorganisatie, ‘…’ Eemnes, doen wij even alle vrouwen in Eemnes en dat ze dan automatisch krijgen. Er vindt wel degelijk een toets plaats om te toetsen of belanghebbenden recht heeft op die gegevens en of hetgeen zij vragen ook in het kader van de AVG in overeenstemming is met het schenden van de privacy. Die toets wordt elke keer door burgerzaken bij iedere keer als er gegevens worden gevraagd, gedaan. Ook als wij als college zeggen van: wij vinden het belangrijk om iets uit te doen, dan krijgen we heel vaak van burgerzaken te horen: nou, wij vinden het niet proportioneel.
Je kunt een op doening doen om de rotonde, et cetera. Dus er ligt best een hoge drempel, ook bij burgerzaken, om die gegevens te verstrekken. Alleen als ze verstrekken, hebben ze deze verordening nodig om ze ook rechtmatig te kunnen verstrekken. En wat precies de aangehaakte gegevens zijn, dan zou ik moeten gissen. En gissen is meestal missen, dus dat ga ik nu gewoon schriftelijk beantwoorden, want ik had niet verwacht dat u zo diep in de verordening zou gaan, dat ik het antwoord heb laten aanhaken. Dus het belangrijkste is de VNG-verordening en die hebben we vertaald in nieuwe regelgeving en als het goed is ga ik de vragen die ik nu gemist heb nog schriftelijk beantwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik de heer Rood het woord. Die zie ik met zijn vinger. De heer Rood: Ja, dank u voorzitter. Want ik begrijp dat er kerken zijn die niet aangesloten zijn bij een landelijke stichting. Dat kan. Maar er staat nergens dat die landelijke stichting toegang krijgt, dus nu krijgen alleen maar kerken die niet zijn aangesloten toegang. Had u dan niet ook moeten vermelden dat kerken die wel zijn aangesloten, of die stichting zelf toegang krijgt? De voorzitter: Oké. Heeft iemand anders nog een vraag? Dan vraag ik de burgemeester om maar meteen te beantwoorden. De heer Benthem: Volgens mij heeft de SILA automatisch toegang, maar dat zal ik even voor u nagaan.
Maar volgens mij hebben zij automatisch toegang en dat is een discussie die in het verleden wel vaker is gevoerd, waarom de kerken toegang hebben tot het GBA. Volgens mij is dat nog steeds via het SILA. Maar mocht dat anders zijn, dan krijgt u dat antwoord nog binnen, maar volgens mij hebben zij automatisch ook toegang volgens de landelijke regelgeving. De voorzitter: Oké. De heer Rood: Ja, dat zal, maar dan moet … Dan zijn er toch nog steeds derden? Maar misschien kunt u er een mooi memootje over … De heer Benthem: We zullen wel een memootje maken. De heer Rood: Want het is nog steeds een derden en dan moet u dat gewoon opschrijven als ze toegang hebben, want anders is het niet helder. Los van hoe ik daar verder over denk, of de rest van de raad.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Niemand meer een aanvullende vraag? Dat is niet het geval. Dan kan ik in ieder geval concluderen dat het geen hamerstuk zal zijn, omdat er nog een klein memootje komt met wat antwoorden en dan kan de door naar de raad. Dank u wel. 5.02 Kadernota VRU 2022 De voorzitter: Dan kom ik bij de kadernota VRU 2022 en dan geef ik graag het woord aan de Partij van de Arbeid. Wie mag ik daar antwoord geven? De heer Overbeeke? De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Nee, wij kunnen eigenlijk instemmen met de zienswijze. In het bijzonder met de brief die erbij zit. Ik heb wel een informatief vraagje. We zien dat die kosten toch wel enorm toenemen en dat heeft wel te maken met wonen, pensioenen en indexering. En tegelijkertijd zien we dat dat individuele, gemeentelijke pluspakket maar heel beperkt toeneemt. En ik zou eigenlijk wel willen weten, maar nogmaals informatieve vraag, hoe dat nu precies zit. Want je afspraken over wonen pensioenindexering worden op landelijk niveau afgesproken, neem ik aan, bij de vakorganisaties. En als de gemeentes daar dan vervolgens mee opgezadeld worden, is dat wel vervelend natuurlijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij DorpsBelang en dan geef ik het woord aan … De heer De Zeeuw: De heer De Zeeuw. De voorzitter: De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel mevrouw.
Nou ja, wij hebben eigenlijk niet zoveel over de kadernota 2022 toe te voegen. We hebben gezien dat het een voortzetting is van bestaand beleid voornamelijk en dat de financiële stijging, waar de heer, net aan refereerde. Autonome ontwikkelingen zijn dus loon- en prijsaanpassingen. Ja, daar kunnen we helaas niks aan doen. We hebben ook gezien dat er geen bijdrage is voor structureel nieuw beleid. En die zienswijze, daar zijn we het ook wel eens. We vinden het goed dat er focus wordt op de noodzaak van bezuinigingen en dat er uiteindelijk vanaf 2023 gestopt wordt met het schoonmaakplan. En voor de rest vinden we het goed dat maatwerk gehandhaafd wordt met beroepscommandant en de eenmaal tankautospuit extra. Dus overal akkoord met wat we gezien hebben. Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA. En dan geef ik het woord aan … De heer …: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de zienswijze, de opmerking over de baten en lasten en van het briefverslag en het dekkingsplan onderschrijven wij. Ook vinden we het heel goed dat erin staat dat de gemeente een soort van winstwaarschuwing afgeeft richting de VRU over ons eigen positie, want op zich vind ik dat wel een zeer zinvolle aanvulling.
Het heeft misschien niet zoveel te maken met die hele kadernota die voorligt, maar uiteindelijk heeft er natuurlijk wel een richting af richting de VRU, of richting het landelijk, dat als er eens meer geld komt of anderszins, dat ook de veiligheid in het geding komt, dus wat dat betreft vinden wij het een hele goede aanvulling. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de VVD en dan mag ik … De heer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Eén vraag, in navolging datgene wat al door de andere gezegd is, wij kunnen ons ook goed vinden in de nota zoals die nu voorligt. Maar een financiële vraag aan onze
portefeuillehouder daarover. Ergens diep in de teksten staat verscholen dat er gevreesd moet worden, of dat de mogelijkheid bestaat, afhankelijk van welke woorden je kiest, dat de vrijwilligers van de brandweer op grond van Europese regelgeving als deeltijdwerkers moeten worden gaan beschouwd en dat zou voor hun arbeidsrechtelijke positie natuurlijk een heleboel betekenen. En heeft onze portefeuillehouder een gevoel dat dat in financieel opzicht zou betekenen? Dat is de enige vraag die wij hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, de heer Rood. De heer Rood: Dank u wel. Wij zijn het eens met de brief zoals die opgesteld is. Ik ga dan toch even opmerken nog dat ik het dan jammer vind dat niet in zo’n voorstel dat er bovenop ligt, gewoon even staat wat die zienswijze in kort bestek inhoudt. Wat nu als je dat leest, zou je ook makkelijk kunnen denken: nou, er wordt in een briefje ingestemd met de kadernota, omdat dat geen nieuw beleid bevat. Dat is ongeveer het enige wat nu in het voorstel staat. Dus graag uw aandacht voor de kwaliteit van die voorstellen, want het is erg jammer als je daardoor op het verkeerde been wordt gezet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geeft het woord aan de heer Van Benthem. De heer Van Benthem: Ja, dank u wel. Ja, de stijging is inderdaad vooral veroorzaakt door pensioenen en de reguliere salarisstijging.
Dat doet zich niet voor bij het pluspakket wat we als gemeente afnemen, omdat het grootste deel van die kosten veroorzaakt worden door de twee tankautospuiten die we hebben. Nou, dat zijn kapitaallasten, dus daar zit niet een indexatie op. Die gaan natuurlijk wel in kosten stijgen als we de tweede tankautospuit zijn der tijd moeten vervangen, maar hij kan nog jaren mee. We hebben bewust opgenomen, de winstwaarschuwing, omdat wij natuurlijk met een karige meerjarenbegroting zitten, maar meerdere gemeenten worstelen met financiën. En als wij moeten bezuinigen, dan is het logisch dat ook een veiligheidsregeling mee moet bezuinigen, dus wat dat betreft toch we wel dat schot voor de boeg een noodzakelijke was. De vrijwillige brandweer en de Europese regelgeving is een discussie die we een aantal keren al in het algemeen bestuur hebben gehad en daarbij geldt ook de vraag van: hoor je nu bij de rechterlijke of de precieze? Als je tot het precieze behoort, dan zeg je: nou, formeel volgens de Europese regelgeving moeten ze in deeltijd in dienst worden genomen. Dat stuit op nogal wat bezwaren, want dat betekent dat ze eigenlijk een tweede werkgever krijgen.
Dus dan moet je ook in afwachting zijn of de eerste werkgever dat überhaupt wel ziet zitten dat ze ineens twee werkgevers krijgen en dat ze pensioen gaan opbouwen en dat ze daar rechten en verlof en allemaal dat soort dingen aan kunnen ontlenen. Als je dat zou moeten doen, dan gaat dat voor de VRU om miljoenen, want wij hebben ongeveer rond de twaalf, dertienhonderd vrijwilligers en rond de vijf, zeshonderd man beroepspersoneel. Nou, als die twaalfhonderd allemaal in dienst moeten komen met gewoon een salaris en pensioenopbouw en sociale lasten en … Dat gaat echt om miljoenen. Dus je hebt dan de precieze die zeggen: nou, dat moet je eigenlijk regelen. Europese regelgeving is netjes en ‘…’. Tegelijkertijd heel veel vrijwilligers zeggen: nou, ik kies voor de vrijwillige brandweer, omdat het vrijwillig is, dus ik kan ook gewoon stoppen en ik heb geen functioneringsgesprek en allemaal dat soort dingen. Dus het raakt eigenlijk … Die zitten er helemaal niet op te wachten. Die hebben ze iets van, nou, tweede werkgever, ze kunnen me wat daar in Brussel. Tegelijkertijd moeten wij constateren dat Duitsland en Frankrijk hebben gezegd: nou, leuke regelgeving, maar wij gaan hem niet implementeren.
En dan is de vraag die wij ook als burgemeester terug hebben gelegd bij het veiligheidsberaad: als u wilt als BZK dat we dat keurig doen en dan weer het braafste jongetje van de Europese klas zijn, wilt u dan ook de rekening oppakken? En als u niet wilt, dan volgen wij gewoon de lijn van de grote Europese landen en zeggen: nou, dit is naar de letter misschien hetgeen wat zou moeten, maar het gaat helemaal tegen de geest in van hoe wij de vrijwillige brandweerzorg in Nederland hebben geregeld. En dan kom je eigenlijk aan een meer fundamentele
discussie, want is vrijwillige brandweerzorg op de lange termijn nog überhaupt haalbaar als mensen twee banen hebben? En dat soort dingen, dus dan kom je al een hele andere principiële discussie en dan kom je aan 24-uurs kazernering en dat soort zaken. Nou, daar willen we voorlopig van weg blijven, want dat betekent dat het alleen maar duurder gaat worden. En tot slot, ja, soms stellen ambtenaren een nota op en die komt dan in het college en een zegt het college: ja, maar we willen toch een zienswijze. En wat hier even gedaan had moeten worden, is dat de ambtenaar niet alleen de zienswijze had geschreven, maar ook die zienswijze in het stuk moeten zetten. Dus de ambtenaar had zoiets: nou, geen zienswijze, want het is allemaal bekend. En wij hadden zoiets van: we willen toch een aantal dingen wel even aanstippen, omdat ons dat de komende tijd gaat overkomen. En dat is dan weer vanuit het algemene beleid van de gemeente. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog een aanvullende opmerking, dan wel een vraag is. Dat is niet het geval. Dan ga ik er vanuit dat dit als hamerstuk naar de raad kan en dan denk ik dat de burgemeester nu afscheid gaat nemen. De heer Van Benthem: Ik ga afscheid nemen. Ik ga naar beneden. Ik heb net een stukje natte cake gekregen hier in de kantine, dus … De voorzitter: Dan zit u ons weer lekker te maken.
De heer Van Benthem: Ik zit u lekker te maken en ik wens u nog een genoeglijke vergadering. De voorzitter: Ja. Tot ziens. De heer Van Benthem: En ik ga … Oké, dag. De voorzitter: Oké, dank u wel. 5.03 Amendement “inzake extra VVE budget begroting 2020” en motie “vervoer bewegingsonderwijs” De voorzitter: Goed, dan komen we bij agendapunt 5.03. Het gaat over het amendement inzake extra VVE budget begroting 2020 en een motie vervoer bewegingsonderwijs, die ingediend zijn door het CDA en daarom wil ik het CDA als eerste het woord geven. En ik ga er vanuit dat dat mevrouw Havinga is. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, dat klopt. Dank u wel. De voorzitter: Alstu. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja inderdaad, een motie en een amendement. Die zijn nog van de begroting van 2020, dus die zijn ingediend in november 2019. Nou ja, daar hebben we een aantal keer om gevraagd. Het is fijn dat er nu in ieder geval in antwoord is op de vragen die we erover hadden. Het is wel jammer dat het antwoord is dat er nog, met het amendement in ieder geval, niet veel gedaan is. Ja, er is wel echt iets blijven liggen. Maar goed, dat is wat het is. Nog wel even een stukje. Er wordt gesproken over kansengelijkheid in die raadsinformatiebrief. Nou, dat is natuurlijk een onderdeel, maar de reden dat we het amendement toentertijd geschreven hebben, was ook vooral in de preventieve kant van die maatwerkplannen.
Dus toen in dat VVE een bewezen preventieve werking heeft. En wij hadden juist gesteld, maar dat preventief werken, dat stopt niet als een kind vier wordt, dus probeer nu die hele basisschooltijd ervoor te gebruiken. Er staan natuurlijk in dat er ook iets is blijven liggen door corona. Ook nu hebben we daar helaas nog steeds mee te maken. Maar juist nu ligt er denk ik een behoorlijk vraagstuk bij de scholen en bij het onderwijs om te zorgen dat kinderen niet
uitvallen en is dus ook weer dat stukje preventieve werking heel belangrijk. Dus om te voorkomen dat er een hoop verwijzingen komen, wellicht nog meer kinderen die richting in het speciaal onderwijs moeten uitstromen, terwijl we nu aan de voorkant het zouden kunnen doen om dat te voorkomen. Ik denk dat dat genoeg stof is om met de scholen over in gesprek te gaan wat daar nodig zou kunnen zijn. Nou ja, daarnaast is ook dat stukje, dat busvervoer richting Huis van Eemnes in die motie toegevoegd. Nou ja, er wordt nu niet vervoerd, dus ik neem ook aan dat er nu geen of weinig kosten zijn, maar er zouden wel gesprekken gevoerd worden het dan voor de langere termijn opgelost zou worden. Er was ook niet meer begroot dan die twaalfduizend euro, die vorig jaar ruimschoots overschreden is. Nou ja, we blijven wel graag geïnformeerd hoe dat nu verloopt en gaat. Dus duidelijk dat het nu opgepakt wordt, maar wij zouden graag aangehaakt blijven bij de uitvoering hiervan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of de andere fracties nog aanvullende opmerkingen … De heer Rood. De heer Rood: Dank u, voorzitter. Ja, die vroege, voorschoolse educatie, dat heet niet voor niks zo. Dus je hebt voorschools, dat loopt dan via de gespecialiseerde kinderopvang, die daar een rol in spelen, maar vroegschools is dus kleuters op school.
Dus we hebben indertijd dat amendement gesteund om daar middelen aan te verstrekken. En ja, volgens mij was een hele simpele mededeling, dat er nog geen voorstel ligt, was ook voldoende geweest, want het is best een lastig leesbare notitie, waarin eigenlijk niet zo heel veel duidelijk wordt. Maar ik hoop dat dat dan in het eerste kwartaal van dit jaar naar ons toekomt. En over die motie, over die klassen, daar wil ik nog wel van zeggen dat ik het eigenlijk overdreven vindt om arme kinderen uit allerlei groepen over ook dat stukje van clusterschool naar Huis van Eemnes met bussen te vervoeren. Ik vind dat de scholen daar ook echt wel een beetje misschien overdreven moeilijk in doen. Niet natuurlijk als het kinderen uit groep vier of vijf of zo gaat. Dan snap ik het nog wel, maar daarboven vind ik het echt, moeten ze ook gewoon denk ik wat reëler worden in hoe dat zou kunnen. Want ik denk dat er heel veel scholen gewoon op een bepaalde dag van de week weten dat die kinderen een fiets bij zich moeten hebben en met de fiets naar de gym gaan. Dus dat mijn opmerking daarover, maar ook dat is eigenlijk meer informerend vanuit het college. Maar ik hoop dat dat meegenomen wordt in dat gesprek. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dank u wel voorzitter.
Nou ja, de motie voor het bewegingsvervoer, daar is de VVD altijd al tegen geweest, dus dat verandert ons standpunt niet. Het is met name zo, dat de afstand is niet veel langer geworden dan het voorheen was. De Zevensprong, die loopt wel met zijn allen naar school, heb ik begrepen, terwijl De Zuidwend en De Mariaschool dit niet doen. Nou, die scholen leggen eigenlijk op een steenworp afstand. Dat is een beetje vreemd dat de ene school het wel kan en de andere niet. Daarnaast komt erbij dat zowel onze bewegingsprogramma wat wij promoten in Eemnes, om de jeugd te laten sporten, dan lijkt ons dit een goede warming-up om even naar het Huis van Eemnes te lopen. En het hele gezondheidsprogramma, ‘…’ alles bewegen sport, dat is daar tegen. En natuurlijk het klimaat. Als wij die kinderen met een bus gaan sturen, is dat ook niet al te best voor onze CO2-uitstoot, dus dat even wat betreft de motie voor het vervoersonderwijs, of het vervoer naar het Huis van Eemnes. Wat betreft het amendement. Ik geloof dat ik het bij het CDA ook al bespeurde. Wij zouden het graag breder willen zien. Niet alleen de voorschoolse educatie, maar ook de huidige basisschool. Niet stoppen bij vier jaar, maar ook daarna nog doorgaan. Zeker met de corona achterstand denk ik dat de basisscholen best wel goede ideeën zullen hebben ondertussen en dat zij dit geld hard kunnen gebruiken.
Ik weet niet of er ook een mogelijkheid is dat de overheid hierin gaat mee financieren, maar als wij hier nog budget voor hebben, dan zou ik het daar nog graag breder in willen betrekken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk even naar DorpsBelang. Wie mag ik het woord geven? De heer … (DorpsBelang): Ja, dank u wel mevrouw Riemens. De voorzitter: Of wilt u niks zeggen? Dat mag ook. De heer … (DorpsBelang): Ja, we hebben wel een paar opmerkingen erover. Nou ja, bij vervoeren naar het Huis van Eemnes vinden we het belangrijkste dat er een oplossing komt maar niet alleen de scholen, maar ook de ouders achter staan. Dus dat is altijd de inzet geweest. En hopen dat dat in ieder geval gelukken, ook binnenkort gaat lukken, om een gezamenlijke oplossing te vinden. En zolang die er niet is, ja, dan zul je als straks het programma weer gaat lopen, dan zul je toch nog even dat vervoer moeten doen. Maar we hopen dat dat op korte termijn geregeld gaat worden. Dan met betrekking tot het amendement, zijn het eens met de opmerking van en CDA, en VVD. We hebben het altijd een goed iets gevonden. Zijn blij overigens dat het budget dus, ondanks de krapte waar we in zaten met de kadernota ombuigingen, dat er toch sprake is van een overheveling naar het budget van 2021. Ja, en wij zijn ook geïnteresseerd in een wat uitgewerkt voorstel op dat gebied. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De PvdA, kijk ik nog even of daar iemand … De heer Hoorneman: Dank u wel. De voorzitter: De heer Hoorneman. De heer Hoorneman: Ja, dank u wel.
Ten aanzien van het amendement sluiten wij ons aan bij CDA en VVD en DorpsBelang. Wat betreft het vervoer. Ja, ik wil mijn kleinkinderen eigenlijk dat busritje niet ontzeggen, maar ik hoop en vertrouw erop dat onze wethouder in goed overleg met de scholen tot een betere c.q. goedkopere oplossing zal komen. Dat was het. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de wethouder, mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel, voorzitter. Deze raadsinformatiebrief was vooral beoogd om uitleg te geven aan wat er nu precies gebeurd is, want daar was veel verwarring over in verschillende vergaderingen en ik wist het ook niet precies. Dus ik haalde weer vorig jaar … Nou ja, ik heb ook niet alles meegekregen, maar nu weten we wel precies hoe het gegaan is. Inmiddels heb ik ook bevestigd gekregen dat die dertigduizend euro overgeheveld is naar dit jaar, dus die is veilig gesteld. En ons voorstel is nu eigenlijk om met een werkgroepje van mensen van zowel de voorschoolse educatie, als de IB’ers van de primaire onderwijsscholen, om daar samen mee te gaan kijken, wat kunnen we het beste doen met dit geld, inzake maatwerkplannen? En of dat dan voor kansengelijkheid is, of om juist onderwijsachterstanden weg te werken, dan laat we dan aan de expertise van de scholen. En dat gaat binnenkort gebeuren. Dan krijgt u daar natuurlijk ook weer informatie over.
En wat betreft het vervoer van de clusterschool naar het Huis van Eemnes en weer terug. Nou, eigenlijk voelt iedereen zich ongemakkelijk bij de huidige oplossing met een enorme touringcar, dieseluitstoot, die heel lang meer stationair staat te draaien dan dat die eigenlijk heen en weer rijdt. Dat vinden de scholen die het betreft ook ongemakkelijk. Maar we hebben natuurlijk wel een probleem op te lossen, dus daar heb ik de tijd voor genomen om een aantal goede gesprekken te voeren met de MR’en en met de directeuren. En ik heb nu net een voorstel bij de directieleden in de week gelegd. Dat bespreken zij nu met hun medezeggenschapsraden en dan commentaar in de maartcommissie mee bij u. Dat heb ik al ook vastgesteld en ook afgesproken met de scholen, want je kunt eindeloze cirkels blijven praten, maar op een gegeven
moment moet er ook gewoon een voorstel komen en daar zijn de scholen het ook mee eens. We willen het allemaal graag afronden. Dus in maart krijgt u te horen hoe wij denken dat we dat gaan oplossen. En daarmee hoop ik dat ik goed antwoord heb gegeven op uw vragen en wensen en daar aangaande deze twee onderwerpen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond. Mevrouw Van der Linde heeft nog steeds een handje staan. Als eerste mevrouw Havinga, heeft u nog aanvullende opmerkingen, of is het zo in orde? Mevrouw Havinga-de Jong: Nee hoor, het is zo duidelijk en fijn dat we gewoon geïnformeerd worden in maart. De voorzitter: Oké. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ik ben nog één ding vergeten te beantwoorden, zie ik. Mag dat nog even? De voorzitter: Jazeker, mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Inzake de kosten voor de bus. Er staat nu ruim twaalfduizend euro voor begroot. Dat wordt inderdaad nu niet betaald. Er is een kleine vergoeding voor die busmaatschappij, maar dat geld blijft dus, waardoor we nog iets meer rek hebben zo meteen. En meer dan dat is er op dit moment niet voor begroot, dus dat is ook, dat moest ik nog even beantwoorden. Ja. De voorzitter: Oké, duidelijk. Dan, nou, dit gaat niet naar de raad, maar we krijgen hier … We worden op de hoogte gehouden. Dat was de conclusie. Fijn, dank u wel.
5.04 Memo Dagopvang (wordt nagezonden) De voorzitter: Dan is het volgende agendapunt weggevallen, die memo Dagopvang. Dat was al opgelost. 6.
Mededelingen College De voorzitter: En dan kom ik bij de mededelingen van het college. En wethouder De Boer heeft twee mededelingen, dus mag u het woord. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel. Ja, in het kader van het goede nieuws aan het eind van de vergadering. Er is een onderzoek geweest naar de gesteldheid van de bodem en de gronden in Eemnes op het gebied van PFAS. En het blijkt dat wij bij de schone tot zeer schone gemeente horen. Dat is natuurlijk heel erg fijn om te weten. Heeft ook als consequentie dat de groep die hier naartoe gehaald wordt even schoon moet zijn. Dus er komt straks een voorstel, dat komt binnenkort ook naar u toe. Willen wij gaan meedoen aan dat systeem, dat heet de PFAS-kaart, dan wordt er steeds gekeken naar hoe schoon is de gemeente, de grond, en welke grond van welke gemeentes past daar dan bij, bijvoorbeeld. Maar goed, ik vond het leuk om u alvast even te melden dat wij vrij schone grond hebben wat betreft het PFAS gebied. Dat was mededeling één. Mededeling twee is dat, we hebben een campagne afgesproken voor het afvalbeleid om beter te scheiden en die gaat in februari van start. En dat doen we in delen. We beginnen met groente-, fruit- en tuinafval, daarna volgt informatie over het PAD en dan nog textiel, want dat is de meest vervuilde afvalstromen, zeg maar. Dus daar wilde ik graag u even in meenemen. Dat was het.
De voorzitter: Dank u wel. Dan, als er hier geen opmerkingen over zijn, dat is niet het geval, dan kom ik bij de rondvraag.
7.
Rondvraag De voorzitter: En dan ga ik even het rijtje af. CDA, rondvraag? Ja? Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, heel graag. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Dank u wel. Ja, ik kreeg mijn microfoon even niet zo snel aan. De voorzitter: Oké. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, nou ja, eigenlijk aanvullend of in het verlengde van het onderwerp van net, namelijk dat amendement over preventief werken, dacht ik, daar was ik even benieuwd hoe het staat met de noodopvang in Eemnes. Of daar veel vraag naar is, hoe dat nu georganiseerd is, of dat lukt met de kinderopvangorganisaties en scholen. En hoe het nu zit met hulp vragen richting het JVT ook weer nu veel gezinnen weer thuis zitten, wellicht in niet zo’n fijne situaties. Omdat er ook een wachtlijst was toen we de vorige keer de presentatie kregen. Dus hoe het nu loopt met die gezinnen waar zorgen zijn, dus of daar in beetje grip op is. Daar was ik even benieuwd naar. De voorzitter: Oké. Geef ik meteen mevrouw De Boer het woord voor antwoord. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel. Nou, bij toeval ben ik vanmorgen langs alle scholen geweest en de noodopvanglocaties, want wij vonden het als college tijd worden om ze toch een hart onder de riem te steken. Dat hebben we natuurlijk vorig jaar gedaan in het begin van de coronacrisis.
Vanmorgen hebben we gekozen om ze wat lekkers bij de koffie aan te bieden, omdat we nu weer hadden gehoord dat ze toch weer langer door moeten dan 25 januari. En het is zo dat er meer kinderen nu in de noodopvang zitten dan in het begin van de coronacrisis. Het lijkt wel alsof er ineens meer ouders vitale beroepen hebben, maar het blijkt ook dat de rek er een beetje uit is, dus ook bij degenen die de kinderen opvangen. Dat geldt ook voor opa’s en oma’s en een heleboel mensen werken natuurlijk tegenwoordig, dus er wordt over het algemeen meer gebruik gemaakt van de noodopvang, maar de scholen kunnen het goed handelen. En ze hebben daar allemaal eigenlijk verschillende oplossingen voor. De ene school kiest ervoor om eigenlijk al het personeel op school te houden en dan om beurten de kinderen te begeleiden in de klas of juist op afstand en andere scholen doen het weer anders, maar eigenlijk zijn daar geen problemen mee. Maar je ziet wel dat het aantal kinderen toeneemt in noodopvang en dat zou de komende weken dus ook nog kunnen toenemen. Dus we monitoren dat wel heel erg goed. En hetzelfde geldt ook voor de kinderopvang. Daar is dat ook zo. En daarbij de juffen, het zijn noodzakelijk juffen, vooral bij de kinderopvang, is wel ook wel wat angst voor die Britse variant. Want die kleintjes, die kun je gewoon niet op afstand houden en nou ja, dus dat begrijp ik ook heel goed.
Dat je denkt, in hoeverre word ik zelf blootgesteld. Ze zijn niet allemaal twintig. Er zijn ook oudere juffen bij, dus dat is ook wel een ding waar we goed opletten en daar willen we ook aandacht voor hebben, dat we dat ook begrijpen en kijken waar we daar in kunnen oplossen. Maar ja, het is voor ons ook best moeilijk als gemeente, behalve te luisteren en aandacht te geven en dat op te lossen. Het is wat het is. Maar vooralsnog zijn daar geen grote problemen. En wat betreft JVT, daar heb ik ook toevallig vanmiddag nog vraag naar gedaan, dus het lijkt wel of het afgesproken hebben, mevrouw Havinga. Maar het aantal gevallen neemt niet toe, dus dat is op zich mooi, want daardoor lopen de wachtlijsten in. Maar het is wel een klein aantal zeer complexe gevallen en dat is dan wel weer jammer, want dat kost heel veel tijd en aandacht. En dat is natuurlijk ook iets waar je bovenop moet blijven zitten, want dat moet niet nog erger escaleren bijvoorbeeld. En of dat nou door de
corona komt, dat is eigenlijk niet zo te zeggen. We hebben niet dat idee eigenlijk, dat het heel erg door de corona nu toeneemt. Het is … Misschien toch een soort evenwichtig aantal wel, maar een paar nu die wat extremer zijn en die dus extra aandacht behoeven. En binnen het JVT twee mensen met heel veel ervaring, die zijn toevallig langdurig ziek, dus dat is een beetje jammer. Maar het huidige team is wel op zodanig niveau en kracht dat ze dat met elkaar gaan kunnen. Dus op zich loopt het allemaal naar wens. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik … VVD, heeft die een rondvraag? Niet, dat is niet het geval. D66. Ja, de heer Rood. De heer Rood: Ja, dank u. Ja, dank u voorzitter. Ik ben best op heel veel fronten positief over de prestaties van het college van burgemeester en wethouders en ik zag dat met nadruk even, omdat er ook wat te zeuren is en dat ga ik nu doen. Namelijk dat vragen van raadsleden, en echt niet alleen maar van mijn fractie, gewoon stelselmatig te laat worden beantwoord. En toezeggingen, er wordt wel eens een termijn aan gehangen. Nou, daar kan je in vergissen, dan valt het tegen met de werkdruk bij ambtenaren. Dat kan ik me allemaal wel voorstellen. Maar er staat in het reglement van orde gewoon veertien dagen voor beantwoorden van schriftelijke vragen en wij hebben een controlerende taak. En u noemde net heel blij iets over PMD, hartstikke goed.
Daar ben ik echt blij mee. Maar we hebben daar ook vragen over gesteld, die relevant zijn, gaan ook over PMD bijvoorbeeld, en dat was half december. En dan moeten die dus … En dan snap ik dat je dat niet midden in de kerstvakantie, maar we zitten nu gewoon voorbij half januari en dat klopt dus gewoon niet. En echt mijn dringende verzoek is dat u zich houdt aan die termijnen van twee dagen. Ik heb daarover gemaild met de griffier, die dat volgens mij ook moet bewaken, en met de gemeentesecretaris, die er voor de wethouders en portefeuillehouders ook best op kan letten. Maar ik wil het ook hier zeggen, want het is echt onhandig als we dat zelf moeten gaan zitten bewaken. Als raadslid heb je ook andere dingen te doen. Het moet gewoon tijdig. En structureel te laat is gewoon onfatsoenlijk richting de positie van de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik de wethouder het woord. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel. Ik ben het alleen maar heel erg met u eens. Ik heb me daar … Ik ben natuurlijk lang raadslid geweest en ik vond het ook heel erg vervelend als vragen of toezeggingen te lang blijven liggen, dus dat is ook de reden waarom wij laatst die hele toezeggingenlijst van A tot Z, van onder tot boven, helemaal echt in elk portefeuillehouders overleg hebben besproken met elkaar. Dus ik ben me er niet van bewust dat er nu nog vragen open leggen.
Zeker niet wat mijn portefeuille betreft. Ik zal er dus onmiddellijk navraag naar gaan doen, maar het gaat u meer om het hele principe begrijp ik, en dat zal ik morgen ook nog een keer in het college ter sprake brengen. Dat wij ons gewoon houden aan de termijn en op tijd antwoord geven. De heer Rood: Voorzitter, het gaat mij ook om antwoorden op de vragen. Het gaat mij ook om de antwoorden op de vragen, dus als u, morgen heeft u volgens mij collegevergadering. Als u ze er even bij pakt. Voor sommigen heb je echt geen ambtenaren nodig om dat te beantwoorden. En de burgemeester is nu weg, anders had het mondeling gekund. Die vraag over PMD kan ik nu ook als rondvraag inbrengen, maar nogmaals, het gaat mij er gewoon omdat ik antwoord heb. Mondeling, schriftelijk, daar kunt u met mij alle kanten op. Maar niks horen is niet de bedoeling natuurlijk. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ik herinner me deze vraag ook niet, dus ik weet ook niet waar dit over gaat. De heer Rood: Volgens mij hebben wij met u besproken dat u eens in de drie weken PMD zou proberen. En toen kwam dat …
Mevrouw De Boer-Leijsma: O ja. Die vraag is beantwoord. Ik herinner me dat die vraag gesteld is van, nu komt de afvalkalender was gekomen en daar staat het oude schema op. Hoe gaan we daarmee om? En daar … De heer Rood: Oh, maar dan staan ze niet in ‘…’. Mevrouw De Boer-Leijsma: Nee, ik … De heer Rood: Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik met name getriggerd was op een vraag en portefeuillehouder veiligheid, de heer Van Benthem. Maar het is gewoon vervelend als je dat allemaal zelf in de gaten moet houden, maar dank voor uw antwoord, want daar ben ik op zich blij mee. En u kunt gewoon volgens mij elke collegevergadering even kijken van, welke vragen liggen er nog? Dank u wel. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ja, dat doen we ook, alleen de toezeggingen nemen we elke vergadering door. En het is ons ook opgevallen dat bepaalde vragen niet op die lijst staan, dus dan moeten we even naar kijken. Dat is inderdaad een gat in het organisatorische deel, dus daar gaan we naar kijken. Dat beloof ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de PvdA. Iets voor de rondvraag? De heer Overbeeke. Even de microfoon aan, dat helpt. De heer Overbeeke: Nu doet hij het, ja. Ik dacht dat hij aan stond. Oké, dank u wel voorzitter. Ik heb namelijk twee korte vragen. De eerste gaat over ZZP’ers. We lezen en horen dat er veel ZZP’ers in de schuldenproblematiek terechtkomen.
In deze regio wonen ook heel veel ZZP’ers, ook in ons dorp. En ik vroeg me af, en misschien weet de wethouder dat, of er enige indicatie is of er bij ons of dat bij ons ook veel in het dorp ook veel voorkomt. Dat is mijn eerste vraag. Een tweede vraag, in een eerdere bijeenkomst hebben we het gehad over slachtoffers van de toeslagenwet. Er zou een poging gedaan worden om die in beeld te krijgen. En ik vroeg me af of dat ook gebeurt is en of deze mensen nu ook in beeld zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel. ZZP’ers vallen eigenlijk onder mijn collega, maar de schuldenproblematiek valt dan weer onder mij. We doen dat dus ook samen. Tot op dit moment zien we eigenlijk geen toename daarin, behalve een incidenteel geval. En nu is het ook een beetje zo dat ZZP’ers niet zo heel snel aan de bel trekken. Dat is algemeen bekend en dat is hier ook zo. En we hebben dus wel ervoor gekozen om … We hebben behoorlijk wat subsidie gekregen op een bepaald vlak, waar wij ook deze problematiek, ZZP’ers met schulden, want dat gaat misschien nog na de coronatijd na ijlen, om daar oplossingen voor te bedenken hier. De samen met onze medewerker, dat is Louisetta Eijsens, gaan we kijken hoe we die subsidie het best kunnen gebruiken, waarvan ook dus een deel speciaal voor deze doelgroep.
Want wij denken als college ook dat wij daar straks mee te maken gaan krijgen. En het gaat vooral over preventie van schulden natuurlijk, maar deze groep moet op een andere manier worden benaderd, blijkt uit ervaring en elders, want die wijsheid heb ik niet van mezelf natuurlijk, dan gewone mensen, die niet ZZP’ers zijn. Dat is toch een andere manier van doen. En wat betreft de slachtoffers van het toeslagenwet, daar hebben wij diverse oproepen voorgedaan via sociale media en in de Rotonde, naar de Krantenbel en in de Gooi en Eemlander. En voor zover mij bekend, heeft één gedupeerde uit Eemnes zich gemeld en het moeten er vijf zijn, dus we missen er nog steeds vier. Dus ik kan het nog een keer navragen, want deze informatie is van een paar weken geleden. Maar in principe heb ik de afspraak dat ze zich bij mij melden als een gedupeerde uit Eemnes zich meldt, dus wat mij bekend is er nu één bekend en die wordt ook geholpen, dus die krijgt hulp. Het kan ook zijn dat er gedupeerden zijn die denken: we wachten het wel even af. En er is trouwens nu wel
heel recent goed nieuws. Ik weet niet of jullie daar al meegekregen hebben, maar die dertigduizend euro die ze krijgen, die zou in eerste instantie opgesoupeerd worden weer aan allerlei schuldeisers, maar er wordt voor gezorgd dat niet gebeurt. Er wordt kwijtschelding gegeven van overheidsinstanties, schulden bij overheidsinstanties, zoals UWV of belastingdienst, zodat die dertigduizend euro niet gelijk weer weg is. Dan hebben die mensen er nog niks aan. Dus dat kreeg ik net via het Rijk te horen. De heer Overbeeke: Oké, dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan, ik ben de draad denk ik kwijt. DorpsBelang? Nog iets voor de rondvraag? De heer …(DorpsBelang): Ik heb een kleine opmerking. We hebben in de vorige vergaderingen, hebben we asbestverwijderingszaken, hebben we besproken. En een onderdeel daarvan is het beschikbaar stellen van de gemeentelijke aanhanger voor het afvoeren van het asbest. Ik weet niet of u daar ook alle consequenties van meegewogen heeft, want dat zou toch inhouden dat daar iedere in gebruik gever, wat u gedaan heeft, dat die wagen dus op asbest gereinigd zou moeten worden, wat een behoorlijk kostbare en ingrijpende zaak is. Ik wil graag hebben dat u daar nog even naar kijkt en volgens mij is dat, zoals het er nu in staat, een beetje te lichtzinnig opgenomen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Boer.
Mevrouw De Boer-Leijsma: Hartelijk dank voor de tip. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat ik er geen moment aan gedacht heb, dus ik denk vast de ambtenaar wel. Dus dat zal vast geregeld zijn, maar ik ga het voor de zekerheid even controleren. De heer … (DorpsBelang): Goed. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedereen gehad, maar ik zie de heer Rood nog zwaaien. De heer Rood: Ja. Het is een simpel verzoek. De minister van BZK heeft een brief stand van zaken energietransitie gestuurd naar de gemeente. Wilt u die in iBabs zetten voor de raadsleden? Mevrouw De Boer-Leijsma: Ik? De heer Rood: Ja. Nou ja, u niet zelf, maar ik kan het niet doen. Mevrouw De Boer-Leijsma: U bedoelt van de rijksoverheid … De heer Rood: Ja, zo’n informatiebrief stand van zaken, wijkaanpak en dat soort dingen. Klimaatakkoord heet het, geloof ik. Stand van zaken klimaatakkoord. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ik zou hem toch gezien moeten hebben, denk ik. De heer Rood: Is van een paar dagen geleden, dus dat kan nog wel … Mevrouw De Boer-Leijsma: Oh, ben ik alweer vergeten. Nee oké, ik ga het even opzoeken en ik zorg ervoor. Ja, is prima. De voorzitter: Oké, dank u.
Mevrouw De Boer-Leijsma: Nog andere wensen? De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Ik zie geen handjes. 8.
Sluiting De voorzitter: Dan dank ik u allen voor uw bijdrage, betrokkenheid en aanwezigheid en wens ik u verder een hele fijne avond. Tot de volgende keer. De heer …: Dank u wel. En bedankt voor een efficiënte vergadering. Mevrouw …: Dank u wel. De voorzitter: Graag gedaan.