CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Optimalisatieplan Tomingroep versie tbv gemeenteraden def

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente eemnesBij agendapunt: Voorgenomen besluit inzake garantstelling Tomingroep GR aan Tomingroep BV2.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Optimalisatieplan Tomingroep 2026, 2027 Vooraf Waarom dit plan In de vergadering van 26 januari 2026 heeft het Algemeen Bestuur van de GR Werkvoorzieningsschap Tomingroep een voorgenomen besluit genomen tot het verstrekken van financiële garanties aan Tomingroep BV. Daaraan verbindt het Algemeen bestuur een aantal voorwaarden, die zijn benoemd in het verzoek aan de raden om hun zienswijze op het voorgenomen besluit van de garantstelling te geven. Het AB heeft op 15 april 2026 vastgesteld dat aan deze voorwaarden is voldaan. Eén van de voorwaarden is het opstellen van een plan (i.s.m. de gemeenten) dat is gericht op het optimaliseren van het operationeel resultaat in 2026 én 2027, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe de organisatie alles in het werk stelt om zo doelmatig mogelijk te functioneren. De voorliggende versie van het optimalisatieplan is een publieksversie van het plan zoals dat bij het Algemeen Bestuur bekend is. Deze publieksversie is opgesteld ter informatie voor gemeenteraden.

Optimalisatieplan in relatie tot begroting Tomingroep BV Tomingroep werkt intensief samen met de gemeenten om de bestuursopdracht zo doelmatig mogelijk uit te voeren. De door de Raad van Commissarissen goedgekeurde begroting van de BV voor 2026 vormt hierbij een solide en realistisch financieel kader, dat aansluit bij de huidige fase van transitie en het waarborgen van continuïteit in de dienstverlening. Voor de begroting gelden uitgangspunten die na afstemming met het Algemeen Bestuur van de GR zijn vastgesteld. Uit de begroting blijkt dat de uitgangspunten pragmatisch en reëel zijn vastgesteld, op basis van actuele contractuele verplichtingen en de aantallen die door gemeenten voor 2026 zijn aangeleverd. In de begroting zijn bovendien al eerder ingezette doelmatigheidsmaatregelen verwerkt. Hierdoor zijn op korte termijn weinig aanvullende ingrepen logisch of proportioneel. Tomingroep blijft echter actief werken aan de gezamenlijke opgave om het operationeel resultaat te versterken. Tomingroep voert namens de gemeenten een publieke taak uit binnen de juridische vorm van een BV. Dit houdt in dat er bedrijfsmatig gewerkt moet worden, terwijl tegelijkertijd verantwoordelijkheid wordt gedragen voor een doelgroep waarvoor de ondersteuning essentieel is. In tegenstelling tot een reguliere BV kunnen bezuinigingen hier directe en soms onomkeerbare gevolgen hebben voor inwoners.

Gemeenten werken met taakstellingen en wettelijke opdrachten; Tomingroep ontvangt deze verantwoordelijkheid indirect via de bestuursopdracht en het ter beschikking gestelde budget. Daarnaast moet Tomingroep het merendeel van de het benodigde budget verdienen door diensten te verlenen ‘in de markt'. Hierdoor is optimalisatie noodzakelijk binnen strakke financiële kaders, waarbij de continuïteit en kwaliteit van dienstverlening aan klanten en aan inwoners niet in gevaar mogen komen. In dit plan wordt uiteengezet waar optimalisatie nog verantwoord is. Er wordt zorgvuldig toegewerkt naar, onder meer, het beschikbaar maken van stille reserve, het optimaal aanpassen van de dienstverlening aan de veranderende omvang en niveau van de doelgroepen en realistische keuzes in de uitvoering. Tegelijkertijd zijn we ons bewust van de grenzen, omdat verdere besparingen impact kunnen hebben op mensen en voorzieningen die niet eenvoudig hersteld kunnen worden en op het verdienvermogen van de organisatie. Dit vraagt om een zorgvuldige balans tussen de beschikbare financiële ruimte en de maatschappelijke opdracht. Het is vanzelfsprekend dat gemeenten inzicht willen hebben in de wijze waarop de organisatie aantoonbaar alles in het werk stelt om zo doelmatig mogelijk te functioneren. Onderstaand plan biedt inzicht in die balans en schetst de stappen die mogelijk verantwoord genomen kunnen worden.

1

Context Wat was en is de bestuurlijke opdracht van Tomingroep tot nu toe en hoe is deze uitgevoerd? Sinds 2015 heeft Tomingroep diverse bestuurlijke opdrachten uitgevoerd die aanzienlijk varieerden in doelstelling en uitvoering. Hieronder geven wij een beknopt overzicht van deze geschiedenis, aangezien dit waardevolle inzichten biedt in de huidige positie van Tomingroep en kan dienen als gemeenschappelijk referentiepunt. 2015–2018 – Werkroute Tomingroep kreeg de taak om grote aantallen inwoners passend werk en ontwikkeling te bieden richting zo regulier mogelijke banen. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met de afdelingen Werk & Inkomen en de werkgeversservicepunten. Onder de naam Werkroute moest deze ketensamenwerking zorgen voor uitstroom naar regulier werk. In 2016 bleek echter dat Werkroute onvoldoende resultaat opleverde. Het project werd stopgezet. 2018–2021 – Social Firm De nieuwe opdracht was: Tomingroep omvormen tot een grote social firm waarin inwoners langdurig in een aangepaste werkomgeving zouden kunnen werken. Financiële stabiliteit moest komen door veel medewerkers onder de Participatiewet aan te nemen en nieuwe productmarktcombinaties te ontwikkelen. In 2019 werd geconcludeerd dat deze koers onvoldoende aansloot bij de wettelijke taak om juist zo regulier mogelijk werk te bieden, bij voorkeur bij reguliere werkgevers.

Daarnaast was het plan financieel onjuist onderbouwd. 2021 – Opdracht sociaal ontwikkelbedrijf In 2021 stelde het algemeen bestuur een nieuwe koers vast: Tomingroep wordt een sociaal ontwikkelbedrijf, in lijn met de landelijke bedoeling. De uitstroom van Wsw-medewerkers zou worden opgevangen door instroom van P-wet-deelnemers, zodat het totale aantal plekken gelijk zou blijven. Bij de midterm review (na twee jaar) bleek echter dat de uitstroom van Wsw veel groter was dan verwacht en de instroom vanuit de P-wet juist veel kleiner. Het bedrijf was inmiddels met meer dan een kwart gekrompen. 2024–2025 – Bijsturing en verlenging opdracht In 2024 nam het algemeen bestuur de aanbevelingen uit de review over: • intensievere samenwerking met gemeentelijke W&I-afdelingen; • alsnog realiseren van het beoogde aantal P-wetplekken. Daarvoor moest Tomingroep opnieuw werk en begeleiding organiseren voor 150 extra plekken. In Q2 2025 werd deze groeidoelstelling neerwaarts bijgesteld naar 60 plekken. Verder verlengde het AB de bestuursopdracht eerst met één jaar (tot 2026) en daarna met twee jaar (tot 2027). Omdat ook de aangepaste groei van 60 plekken niet wordt gehaald, is voor 2026 en 2027 gekozen voor realistische aantallen per gemeente. Dit komt feitelijk neer op stabilisatie van de inmiddels fors gekrompen organisatie.

Tomingroep heeft na het stoppen van haar ambitie om een grote sociale onderneming te worden, sterk ingezet op de transformatie naar een sociaal ontwikkelbedrijf, zoals bedoeld door de wetgever. Sinds 2021 staat arbeidsontwikkeling centraal: een werkladder met werksoorten die oplopen in zwaarte en complexiteit wordt gebruikt om inwoners van de gemeenten zo regulier en zelfstandig mogelijk te laten deelnemen aan de inclusieve arbeidsmarkt. Alleen wanneer werken bij een reguliere werkgever niet, nog niet (springplank), of niet meer (vangnet) mogelijk is, biedt Tomingroep tijdelijk of

2

blijvend een werkplek binnen de eigen organisatie. Daarnaast is detachering ook één van de werksoorten, waarbij medewerkers vanuit Tomingroep worden ingezet bij externe werkgevers, passend bij hun ontwikkelstap en mogelijkheden. Daarmee biedt Tomingroep een zeer breed scala aan werksoorten. Immers, ieder bedrijf of organisatie in de regio is een potentiële opdrachtgever voor detachering. Bij deze opdracht was het noodzakelijk om kritisch te bepalen welke werksoorten binnen Tomingroep nodig zijn om een goede werkladder richting regulier werk te realiseren. Dit leidde tot een afwegingskader op basis waarvan in de afgelopen jaren werd besloten om tien werksoorten af te stoten. Door de krimp van de organisatie en externe druk door dalende subsidie-inkomsten zijn daarnaast extra maatregelen getroffen. Het ging om het verkleinen van directie en management, het minimaliseren van vastgoedonderhoud, het afstoten van locaties, verhuur van hallen en kostenreductie in de uitvoering.

Informatie uit eerdere analyse Op verzoek van het Algemeen bestuur is bij het opstellen van het optimalisatieplan gebruik gemaakt van analyses van de brancheorganisatie Cedris en van de door gemeenten geïnitieerde onderzoeken door Adlasz en Greenfield. Hieronder de belangrijkste conclusies uit de onderzoeken.

Cedris benchmark (deelname door ca. 80 van de 90 landelijke sociaal ontwikkelbedrijven) -

-

-

-

Bij Tomingroep werkt per 100.000 inwoners ongeveer de helft van het aantal Wsw-ers t.o.v. het landelijke gemiddelde. Dat geldt ook voor het aantal P-wet met LKS. Dit wijst voor de doelgroep bij Tomingroep op een gemiddeld grotere afstand tot de arbeidsmarkt en dus een lagere loonwaarde. Ten opzichte van de branche realiseert Tomingroep minder omzet bij de eigen gemeenten en bij overige non-profitorganisaties. Meer dan de helft van de omzet wordt gerealiseerd ‘in de markt’. Op basis van alleen de Wsw-bekostiging kan ongeveer een kwart van de sociaal ontwikkelbedrijven nog een positief financieel resultaat realiseren, maar geen enkel bedrijf realiseert een positief financieel resultaat op basis de bekostiging van de doelgroepen P-wetbeschut of P-wet-LKS. Landelijk is het gemiddelde financiële resultaat voor een voltijdsplek Wsw, P-wet-beschut en Pwet-LKS resp. € -4.000 , € - 19.000 en € 20.000. Dit is inclusief de voor begeleiding ontvangen vergoeding van de gemeenten. Tomingroep presteerde in 2024 volgens deze gegevens financieel licht beter dan gemiddeld voor een bedrijf met vergelijkbare omvang en samenstelling van de doelgroep.

Adlasz -

-

Volgens deze methodiek wordt bij Tomingroep ongeveer 10% van de loonwaarde gerealiseerd. Dit wijkt niet af van het landelijke beeld voor sociaal ontwikkelbedrijven (benchmark ca. 10 sociaal ontwikkelbedrijven). Dit zegt op zich niets over de mogelijkheden tot optimalisatie. Financieel gezien presteren de werksoorten industrie en groen in 2024 slechter dan gemiddeld. Kosten voor begeleiding van de doelgroep zijn moeilijk te berekenen, maar de beste benadering van Adlasz komt neer op gemiddeld € 6.500 per FTE voor gehele doelgroep (Wsw én P-wet).

Greenfield -

Het onderzoek concentreert zich op het operationeel resultaat. Niet op subsidie en loonkosten van de doelgroep en ook niet op de ontvangen vergoeding voor begeleiding van de doelgroep. Detachering en schoonmaak presteren beter dan het landelijk gemiddelde. Industrie en groen presteren minder dan het landelijk gemiddelde. Voor retail (kringloop) en catering is geen vergelijking met landelijk gemiddelde mogelijk.

3

-

-

Bij Tomingroep werken t.o.v. andere sociaal ontwikkelbedrijven vooral bij de werksoorten schoonmaak en groen veel reguliere medewerkers in de productie en ook veel uitzendkrachten. Dit maakt vergelijken met benchmark lastig. Voor de werksoorten industrie en groen wordt op basis van deze benchmark (ca. 25 sociaal ontwikkelbedrijven) een verbeterpotentieel van het operationeel resultaat van € 700.000 verondersteld. Hierin is de relatief lage vergoeding door de gemeenten voor de begeleiding van de doelgroep nog niet verwerkt.

Mogelijkheden tot verdere optimalisatie ❖ Stille reserves Stille reserves zitten veelal in activa die in het bezit zijn van GR en BV. Zo ook bij Tomin. Het gaat hierbij vooral om vastgoed in eigendom van de GR.

Vastgoed Het vervreemden van het vastgoed levert geen verbetering van het operationeel resultaat op, maar vergroot wel in zeer aanzienlijke mate de mogelijkheden van de GR om over zowel vermogen als liquiditeit te beschikken om tijdens de transitieperiode de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In financiële zin vallen alle andere denkbare maatregelen daarbij in het niet. Het vervreemden van vastgoed en het terug huren hoeven geen gevolgen voor de doelgroep te hebben. Dat wordt anders als wordt besloten dat ander vastgoed dan het huidige nodig is voor het vervolg.

Overige stille reserves Mogelijk is nog boekwinst te realiseren bij de verkoop van andere activa. Naar verwachting gaat het om weinig bedrijfsmiddelen die momenteel overcompleet zijn en zal de eventuele boekwinst daarop gering zijn. Daarom is het advies om het kader van optimalisatie hier op dit moment geen extra aandacht aan te geven.

❖ Werksoorten/activiteiten P-wetters zonder LKS Tomingroep heeft een aantal jaar geleden op verzoek van Hilversum en Almere een aantal mensen in reguliere dienst genomen die eerder onder de P-wet met LKS vielen. In de praktijk lijkt een aantal van hen beter te passen in een LKS-regeling. Daarom wordt onderzocht of voor een aantal van deze medewerkers alsnog (wederom) in het kader van de P-wet LKS kan worden verstrekt.

Kringloop Na een selectie van mogelijke samenwerkingspartners zijn in 2025 gesprekken opgestart met een externe partij met als doel om voor de Kringloper in Hilversum, en eventueel ook de andere vestigingen, kansrijke samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken. Voor de opvolgende organisaties in Noord en Zuid is het van belang om te bepalen of kringloopactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen en of dat in eigen beheer moet worden georganiseerd, dan wel door derden. Dit onderwerp is van groot belang voor de opvolgende organisaties. Acties moeten worden ondernomen, maar zullen pas op de lange termijn tot eventuele optimalisatie leiden. Vooralsnog leek

4

een samenwerking niet tot verbetering van het financiële resultaat te leiden, en wel tot verlies van de functie als springplank en vangnet voor een bepaald gedeelte van de doelgroep.

Werkpakketten: b.v. horizontaal i.p.v. verticaal Op basis van de opdracht van het bestuur om tot het einde van 2025 te groeien met 150 voltijdsplekken voor de doelgroep werd, na het opvangen van de eerdere krimp, weer extra werk aangetrokken. Vooral bij werk voor de gemeenten ging het dan om meerjarige contracten. Nu de organisatie juist verdere krimp doormaakt én het niveau van de instromende doelgroep lager is dan eerder verwacht, is er sprake van te veel en vaak ook te moeilijk gecontracteerd werk. Sinds 2024 is sprake van hoge kosten voor uitzendkrachten die moeten worden ingezet om aan de verplichtingen te voldoen. Bij eventuele optimalisatie moet worden meegenomen wat de bijdrage van deze activiteiten is voor de bekostiging van de overhead. Er zijn drie mogelijkheden voor optimalisatie: 1) Werkpakketten samenstellen die beter passen bij de doelgroep. Bijvoorbeeld door, in overleg met de opdrachtgever, het te moeilijke werk uit de opdracht te halen en aan derden te gunnen. 2) Contracten openbreken en de prijsstelling aanpassen aan het kostenniveau van grootschalige inhuur van uitzendkrachten. Contracten minimaal marktconform maken. 3) Contracten openbreken en beëindigen. Deze optimalisatie voor Tomingroep kan bij een aantal oplossingsrichtingen nadelige gevolgen hebben voor de opdrachtgevers van dit werk, in casu de gemeenten.

Het zal dus (deels) het verleggen van publieke kosten betreffen. Bereidheid van de vooral gemeentelijke opdrachtgevers voor grijs en groen is nodig om bestaande contracten open te breken en bestaande bestekken anders in te richten. Het is niet de verwachting dat hier in 2026 optimalisatie te verwachten is. En om dit in 2027 te realiseren zullen in een aantal gevallen al op korte termijn keuzes moeten worden gemaakt omdat het op de markt aanbesteden van werkpakketten die nu door Tomingroep worden uitgevoerd lange voorbereidingstijd vergt. Dezelfde vraagstelling als hierboven geldt ook voor in ieder geval een contract met een marktpartij. Tomingroep zal, parallel met genoemde acties, deze ook uitvoeren met betrekking tot dit contract.

❖ Arbeidsontwikkeling Detachering en SROI Detachering draagt positief bij aan de begroting. Al meerdere jaren geldt bij Tomingroep het uitgangspunt dat iedereen op de best passende, zo regulier mogelijke werkplek moet werken. Werken binnen de eigen verlieslatende of minder renderende werksoorten is alleen passend als werken buiten de organisatie niet, nog niet (springplank), of niet meer (vangnet) mogelijk is. Een van die mogelijkheden is het realiseren van extra detachering door nauw aan te haken bij het SROI-beleid van de gemeenten. Zijn er bij opdrachtgevers van de gemeenten goed aangepaste werkplekken te organiseren die kansen bieden aan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt dan die we nu vaak detacheren?

Dienstverlening van Tomin aan gemeenten soms kosteloos Bepaalde dienstverlening voor gemeenten, zoals Startpunt, Z-route en MAP, waren geen onderdeel van de oorspronkelijke businesscase van de huidige bestuursopdracht. Deze extra dienstverlening is op verzoek van de gemeenten en ten behoeve van een betere begeleiding van de doelgroep met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt ingericht. De dienstverlening wordt tot nu toe geacht te worden bekostigd uit de eerder bepaalde lumpsum.

5

Vraag is of deze dienstverlening separaat zou moeten worden betaald. Dit ook omdat niet iedere gemeente deze dienstverlening (in gelijke mate) afneemt. Aangezien het hier vaak intensieve begeleiding betreft in combinatie met geen of nauwelijks toegevoegde waarde door verrichte arbeid, zal passende vergoeding van deze dienstverlening om grote bedragen gaan en dus een optimalisatie van het resultaat van Tomingroep. Het betreft hier alleen verschuiving van gemeentelijke budgetten. Er wordt geen extra publiek geld gegenereerd of bespaard.

❖ Overig Overhead De overhead van Tomingroep is in de afgelopen jaren van krimp van de doelgroep fors afgenomen. In de begroting voor 2026 is de bemensing zoveel als mogelijk afgestemd op de aantallen mensen uit de doelgroep zoals die door de gemeenten voor 2026 en 2027 zijn afgegeven. Het aantal medewerkers in leiding en staf lijkt nu overeen te komen met het gemiddelde uit de branchegegevens van Cedris Het is van belang om bij het beschouwen van de omvang van de staf en leiding steeds in het achterhoofd te houden dat vrijwel iedere ingreep ook gevolgen kan hebben voor de gerealiseerde omzet van Tomingroep. Een ingreep is dus alleen een optimalisatie als de besparing op kortere en langere termijn groter is dan het verlies aan inkomsten, ook al is het verband niet altijd scherp één-opéén aan te geven. Overigens is een van de belangrijkste prioriteiten van het management van Tomingroep juist het aan boord houden van staf en leiding. Door onzekerheid over de toekomst hebben de afgelopen tijd veel mensen op belangrijke sleutelfuncties een functie elders gevonden. Het is moeilijk om vacatures in te vullen en in steeds meer gevallen moeten die met tijdelijke inhuurkrachten worden opgevangen. Dit laatste heeft een kostenverhogend effect.

Werksoorten van de toekomst Op basis van een afwegingskader, dat zowel de financiële bijdrage als de toegevoegde waarde voor de arbeidsontwikkeling in zich heeft, heeft Tomin de afgelopen jaren een groot aantal werksoorten afgebouwd. Zodra uit de plannen van de opvolgende organisaties duidelijk wordt wat de omvang en soort van het aangeboden werk na 1-1-2028 moet zijn, kan worden bekeken op welke wijze daar in de transitieperiode al naartoe gewerkt kan worden. Van tevoren is nog niet aan te geven of dat voor het financieel resultaat in vooral 2027 positieve of negatieve effecten zal hebben. Daarom wordt dit nu in dit stuk niet nader uitgewerkt en volgen nog geen acties.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17017391/1