Memo Procedure Kadernota 2025 definiitief
Tekst van het document
Procedure Kadernota Eemnes 2025
Van
College
Aan
Raad
Datum
29-05-2024
Geheim of openbaar (Wet openbaarheid van bestuur) Document is openbaar
Onderwerp Procedure Kadernota 2025
1. Start positie Gemeentefonds Ter voorbereiding op de Begroting 2025 – 2028 behandelen we normaliter de Kadernota 2025 van Eemnes. Net als in voorgaande jaren zijn echter de uitkomsten van de meicirculaire 2024 van groot belang voor een goede inschatting van de financiële positie van de gemeente Eemnes. De inflatie en de daarop gebaseerde CAO-stijgingen vormen een groot financieel beslag op onze begroting. Ook de hoge prijsindex en de doorwerking daarvan in budgetten en subsidies betekent een claim op de beschikbare ruimte. In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is een nieuwe systematiek aangekondigd voor het volume-deel van het gemeentefonds voor de jaren 2027 en verder. Tot en met 2026 werd de indexatie van de algemene uitkering bepaald door het toevoegen van het zogenaamde accres aan het gemeentefonds. Die toevoeging is een mix van een volumedeel (groei welvaart, bevolking) en een correctie voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO). De volumegroei is bij de start van het Kabinet Rutte IV vastgezet op basis van het regeerakkoord, om te voorkomen dat niet uitgevoerde plannen of niet uitgegeven geld leidt tot een lagere uitkering aan gemeenten. Doel was meer stabiliteit voor de gemeenten. Dat is t/m 2025 ook gelukt. Echter in 2026 vervalt die afspraak.
Die leidt tot een ravijnjaar, want het Rijk heeft ervoor gekozen om terug te vallen op de oude reeks en de intensiveringen van Rutte IV te schrappen, onder het motto na 2025 is het aan een nieuw kabinet om daarover afspraken te maken. Om het ravijnjaar te verlichten is er € 1 miljard structureel aan het Gemeentefonds (en BCF) toegevoegd. De gevolgen zijn makkelijk te schetsen op basis van de Miljoenennota 2024:
Gemeentefonds Stand Miljoenennota
2023
2024
2025
2026
2027
2028
41.897
42.874
42.259
38.414
38.281
38.097
-977
615
3.845
133
184
Mutatie t.ov. Vorig jaar
Neemt het gemeentefonds in 2024 nog toe ten opzichte van het voorgaande jaar, in 2026 daalt het totale fonds met € 3,8 miljard. Hierin zitten ook de gevolgen van intensiveren en specifieke middelen die gemeenten t/m 2025 ‘extra’ hebben gekregen. Samen met de volumegroei en het wegvallen van intensiveringen krijgen gemeenten in 2026 dus fors minder geld en dat werkt structureel door naar 2027 en 2028. De nieuwe systematiek die het Rijk heeft bedacht om de uitgaven voorspelbaar te maken (en de inkomsten van gemeenten stabieler) is aan te sluiten bij het BBP. Dit kent een volumegroei (groei BBP) en een prijsdeel (prijs BBP). Bij de groei van het BBP wordt uitgegaan van een 8-jaars historisch gemiddelde. Hierdoor worden grote schommelingen eruit gehaald. Wat betekent dat: Nieuwe indexering Gemeentefonds Deze methode is in de septembercirculaire 2023 financieel vertaald voor 2027 en verder: Indices LPO en bbp MEV-ramingseptmbercirculaire 2023
2024 Loonvoet sector overheid (60%) Index prijs materiele overheidsconsumptie (IMOC, 20%) Index prijs overheidsinvesteringen (IBOI, 20%) 8-jaars historisch gemiddelde bbp (t-2 t/m t-9) Prijs bbp Gecombineerde index CPB-raming meicirculaire (LPO) Mutatie
6,70% 3,50% 3,00%
2025 5,30% 2,00% 1,90%
5,30% 4,00% 4,20% 4,20% 1,10% -0,20%
2026
2027
2028
4,70% 2,00% 1,90%
3,60% 3,60% 0,00%
1,80% 2,80% 4,70% 3,20% 1,50%
1,60% 2,40% 4,10% 3,20% 0,90%
In de nieuwe situatie wordt in 2027 het gemeentefonds middels het accres dus verhoogd met 4,7% (gecombineerde index), hiervan is het grootste gedeelte prijsstijging en blijft er maar een beperkt deel over voor de volumegroei. In 2027 is de gemiddelde historische groei 1,8%, hieruit moeten gemeenten dan alle volumeontwikkelingen betalen (groei inwoners, vergrijzing etc.). Echter de groei van het BBP is niet altijd een goede voorspeller voor de groei van het volumedeel van gemeenten. Bijvoorbeeld de op handen zijnde vergrijzing gaat met hogere percentages gepaard dan 1,8% per jaar. Ook de benodigde investeringen in infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en verduurzaming) zou dan uit die 1,8% moeten komen. De VNG was dan ook niet akkoord met de nieuwe systematiek.
2. Voorjaarsnota 2024 Rijk Het demissionaire kabinet heeft bij de Voorjaarsnota (15 april jl.) de kaders voor de begroting 2025 van het Rijk geschetst. Voor gemeenten heeft dat twee grote mutaties tot gevolg: Afschaffen opschalingskorting: deze korting van € 675 mln. wordt vanaf 2026
geschrapt (een lang gekoesterde wens); De nieuwe financierings-systematiek op basis van BBP wordt vervroegd en al vanaf 2025 ingevoerd.
Het effect van de nieuwe systematiek is dat gemeenten in 2025 minder geld krijgen en zo bijdragen aan het onder de 3%-norm houden van het tekort van het Rijk in 2025. In ruil voor die bijdrage is dus de opschalingskorting geschrapt met ingang van 2026. Effectief betekent het dat we in 2025 dus fors minder krijgen dan eerder geraamd. Een ruwe inschatting is dat die nieuwe systematiek ons ongeveer € 0,4 - € 0,5 mln. scheelt. Gevolg is dat het beeld voor 2025 fors slechter wordt en het beeld 2026 en verder verbetert door het schrappen van de opschalingskorting. Om tegemoet te komen aan de kritiek van de VNG, op met name de stijgende zorgkosten als gevolg van de vergrijzing, is afgesproken dat indexatie van de Wmo (nader te bepalen welk deel) in de toekomst niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen vorm wordt een passende indexering onderzocht. Het Rijk heeft voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de BBP-systematiek een bedrag van € 75 mln. in 2026 gereserveerd, wat elk jaar met € 75 mln. wordt opgehoogd naar uiteindelijk € 300 mln. in 2029.
3. Effect herverdeling gemeentefonds Met ingang van 2024 is de nieuwe verdeling gemeentefonds ingegaan. De gemeente Eemnes is een forse nadeel-gemeente, zoals bijna alle Utrechtse gemeenten. De afspraak is dat het nadeel van jaar op jaar is gemaximeerd op € 15 per inwoner en het ingroei-pad te beperken tot 3 jaar. De herverdeling in 2026 en verder wordt bevroren in afwachting van de toegezegde verdere onderzoeken. De ROB en de VNG waren kritisch op de nieuwe verdeling en op basis van een onderzoeks-agenda werkt BZK het nieuwe model verder uit. Die onderzoeken, o.a. OEM (Overige Eigen Middelen als rente, winst op GREX-en, dividend, precario, pachten), kunnen weer leiden tot aanpassingen in de verdeling. Het is op dit gebied al een tijdje stil, dus mogelijk dat in de Meicirculaire 2024 een update komt, het jaar 2026 komt immers dichterbij. Eemnes krijgt als compensatie een zogenaamde suppletie-uitkering dus de algemene uitkering wordt hiermee opgehoogd. Het beeld is als volgt: Gemeentefonds Suppletie uitkering Mutatie t.ov. Vorig jaar
2023
2024
2025
2026
2027
2028
893.384
752.954
612.524
612.524
612.524
140.430
140.430
0
0
Voor 2027 en 2028 is er dus elk jaar een potentieel risico van één of meerdere vervolgstappen. Worst case scenario is een korting in 2027 van € 140.430 verder oplopend naar 2028 van € 280.860 en zo uiteindelijk naar het geheel afbouwen van de suppletieuitkering.
De uitkomsten van de nadere onderzoeken naar de nieuwe verdeelsystematiek zijn voor Eemnes van grote invloed op het beeld 2026 en verder.
4. Technische Kadernota De Kadernota 2025 schetst enkel de door de afdelingen aangedragen ontwikkelingen, financiële risico en wensen. Als college hechten we eraan een volledig beeld te schetsen en hebben we hier nog geen standpunt ingenomen over wat wel en niet gehonoreerd kan of zal worden. Het kan dus zijn dat we onderdelen gaan schrappen. Ook hebben we gelet op alle onzekerheid geen stelpost voor de uitkomsten van de Meicirculaire 2024 opgenomen. De bewegingen daarin zijn te wisselvallig om daar nu een uitspraak over te doen. De Meicirculaire zal voor 2025 en verder een positieve uitkomst hebben, omdat de indexering een jaar opschuift. Maar de korting die is opgelegd en alle andere onzekerheden maken de verwachte uitkomst te onzeker om daar nu een schatting voor te maken.
5. Tijdsplanning De Meicirculaire 2024 is wederom behoorlijk ingrijpend voor de financiën van de gemeenten. Dat maakt dat een inhoudelijke behandeling niet zinvol is, ook omdat we voor het belangrijkste onderdeel namelijk de inkomsten uit het Gemeentefonds alleen de Septembercirculaire als basis hebben. De Meicirculaire verschijnt meestal rond 31 mei. Het bureau Pauw maakt vervolgens voor de gemeenten een vertaalslag en pas nadat zij klaar zijn kunnen we intern aan het rekenen en analyseren. Dus medio / eind juni kan de uitkomst pas met uw raad gedeeld worden.
6. Nieuwe kabinet In het coalitieakkoord zijn behartigenswaardige woorden opgenomen over het belang van gemeenten in de uitvoering van het landelijke beleid. Echter in de financiële doorrekening heeft dat niet geleid tot extra middelen. Bij de bezuinigingen die zijn ingeboekt zullen gemeenten wel de indirecte effecten merken. De bezuiniging van € 590 mln. op de IZA-gelden betekenen wat voor onze (regionale) ambities, waarbij de GGD daar nu ook (deels) gebruik van maakt voor haar programma’s. De bezuiniging van € 1 miljard als generieke taakstelling op subsidies raakt volgens de doorrekening o.a. budgetten voor gezonde leefstijl, inclusiviteit, participatie en medezeggenschap. Ook worden de SPUK’s overgeheveld naar de algemene uitkering met een korting van 10%.
Een totale korting van € 638 mln. voor gemeenten en provincies. De BUIG (Bijstand) blijft buiten beschouwing. Onduidelijk is wat dat betekent voor onze gemeente, het effect kan ook positief zijn. Immers tegenover het verlies van de SPUK staat een hogere algemene uitkering. Maar hoe het bedrag aan SPUK’s wordt verdeeld over de individuele gemeenten is nu onbekend. Grote SPUK’s zijn o.a. het OAB (onderwijsachterstandenbeleid), de Regionale meld- en coördinatiecentra voortijdig schoolverlaten (rmc), Voorschoolse Educatiebudget (VVE), Aanpak Isolatie, Buurtsportcoaches (BRC), de GALA-gelden (Gezond en Actief Leven Akkoord), SPUK stimulering Sport. Daarnaast zijn er SPUK’s waarvan we geen gebruik van (kunnen) maken (Kansrijke wijk, Schone Luchtakkoord). Dus wat is het netto-effect? Er is ook een SPUK waarvan onduidelijk is of die onder deze maatregel valt, namelijk de SPUK opvang Oekraïne. Het lijkt niet logisch die over te hevelen. Het effect is deels ook in potentie negatief. Een grote SPUK is bijvoorbeeld de uitkering BDUR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) waarmee de Veiligheidsregio deels wordt gefinancierd. Valt deze hier ook onder, het lijkt van wel. Kan de VRU dat opvangen?
7. Op weg naar begroting 2025 Er zijn nogal wat onzekerheden, waarbij de effecten van het coalitieakkoord pas bij de Septembercirculaire (Prinsjesdag op 17 september 2024) duidelijk zullen zijn. Bij de begroting 2024 – 2027 was er met ingang van 2026 sprake van een fors tekort en door alle maatregelen wordt dat vervroegd naar 2025. Doordat die besluitvorming zo laat beschikbaar is gekomen, mogen gemeenten 2025 incidenteel sluitend maken door een beroep te doen op de reserves (al zijn de voorwaarden daarvoor nog niet helder). Voor 2026 – 2028 moet er wel zicht zijn op een reëel sluitende begroting. Bij de begroting 2024 is een 1e indicatieve lijst opgenomen van mogelijke besparingen. De denklijnen waren: Minst merkbaar voor de inwoners Ambities afschalen Voorzieningen ontzien Indicatief kwam er uit dat beperkte pakket ca. € 0,5 mln. aan maatregelen. Planning: Medio juni: opdracht aan MT om specifieke bezuinigingen in beeld te brengen, alsmede hun effecten (geen kaasschaaf maar gerichte keuzes); Juni – juli: analyse jaarrekening 2023 op structurele onder uitputting; Medio / eind juni: doorrekening meicirculaire beschikbaar; Eind augustus – begin september: college & MT brengen definitieve ombuigingen in beeld en gevolgd door besluitvorming in college Eind september: sluitende meerjarenbegroting met maatregelpakket.