CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Ontwikkeling AU en Financieel Perspectief Eemnes v3 docx

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente eemnesBij agendapunt: 1e termijn Raad inzake Kadernota 223.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkeling AU & Financieel Perspectief

Van

College

Aan

Raad

Datum

18-06-2021

Geheim of openbaar (Wet openbaarheid van bestuur) Openbaar

Onderwerp

Ontwikkeling Algemene Uitkering & Financieel Perspectief Eemnes

Kennisnemen van

Ontwikkeling van het financieel perspectief van Eemnes ná verwerking van de meicirculaire 2021 van het gemeentefonds.

Aanleiding

Bij het opstellen van de Kadernota 2022 waren de uitkomsten van de meicirculaire 2021 van het gemeentefonds nog niet bekend. Met dit memo worden de financiële gevolgen van de meicirculaire voor de gemeente Eemnes in beeld gebracht.

Eindpunt Kadernota 2022 = beginpunt meicirculaire 2021 De Kadernota 2022 eindigde met het volgende financieel perspectief: Kadernota 2022

2022

2023

2024

2025

Vastgestelde begroting 2021

-94.457

-116.950

-215.279

-215.279

Onze Gemeente Onze Ruimte Onze Inwoners Onze Inkomsten

240.812 49.206 356.816 -293.289

197.485 83.505 355.991 -315.009

206.924 116.002 338.873 -422.506

200.923 116.002 339.062 -621.737

Begroting 2022 - 2025

259.088

205.022

24.014

-181.029

In bovengenoemd saldo is de algemene uitkering meegenomen.

Ontwikkeling Algemene Uitkering Eemnes Op basis van de meicirculaire 2021 is de algemene uitkering van de gemeente Eemnes opnieuw berekend. Op basis van de gegevens van het CBS De ontwikkeling van de algemene uitkering ziet er dan als volgt uit: Ontwikkeling Algemene Uitkering Eemnes Algemene uitkering ná Kadernota Ombuigen 2021 - 2024 Mutaties AU in Kadernota 2022 Eemnes K22 - Uitkomsten meicirculaire = compensatie sept + dec K22 - Algemene Uitkering / oordeel college

2022

2023

2024

2025

-11.321.342 -11.427.738 -11.564.970 -11.564.970

-63.728 63.728

-69.062 69.062

-84.099 84.099

-84.099 84.099

SOLL positie Algemene Uitkering Eemnes (Kadernota 2022)

-11.321.342 -11.427.738 -11.564.970 -11.564.970

IST positie = Meicirculaire 2021

-11.779.618 -11.811.927 -11.805.675 -11.942.600

Mutatie in de begroting 2022 - 2025

-458.276

-384.189

-240.705

-377.630

Taakmutaties vanuit de meicirculaire 2021 In de meicirculaire 2021 zijn er ook een aantal taakmutaties opgenomen. Taakmutaties hebben betrekking op gewijzigde taken die gemeenten uitvoeren. Het uitvoeren van deze taken brengen kosten met zich mee. Het kan nieuwe maar ook bestaande taken zijn. Vooruitlopend op het uitwerken van de gevolgen van de taakmutaties in de uitvoering wordt daar waar nodig een stelpost opgenomen van de verwachte lasten die voortvloeien uit deze taken. De taakmutaties voor Eemnes ziet er als volgt uit: Taakmutaties Ketensystemen Jeugd Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Rijksvaccinatieprogramma informed consent Handhaving energielabel C kantoren Handelsregister Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening Verrekening Voogdij 18+ Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Kinderopvang toezicht en handhaving Wet Open Overheid (structureel) Wet Open Overheid (incidenteel 2022 t/m 2026) Subtotaal

2022 -148 2.139

2023 -149 2.176

2024

2025

2.240

2.285

1.207 1.269 1.335 1.410 -474 3.793 3.802 3.859 3.936 -3.067 -3.078 -3.131 -3.196 2.911 2.928 2.955 2.996 135 136 138 140 39.418 49.302 59.280 69.525 46.777 46.890 47.117 47.572 92.693 103.277 113.791 124.667

Deze taakmutaties worden bij de begroting nader beoordeeld en worden voor nu als stelpost opgenomen.

Commissie van Wijzen Verdeling € 1,3 mld. middelen jeugdzorg (Commissie van Wijzen)

2022

2023

2024

2025

Compensatie jeugd € 300 mln. = € 118.000 K22 - Compensatie jeugdzorg /trap af / opschalingskorting In Kadernota opgenomen

al in AU al in AU al in AU al in AU -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000

Commissie van Wijzen (CvW) CvW 2022 € 1,3 mld. Structureel effect volgens Provincie Utrecht (50%)

-472.000

Saldo t.o.v. Kadernota 2022

-292.000

-56.000

-56.000

-56.000

2022

2023

2024

2025

-236.000 -236.000 -236.000

Bestaande bouwplannen Eemnes Bouwplannen Eemnes K22 - Uitkomsten bouwplannen voor AU (opgenomen in kadernota)

-64.381

-76.533 -176.190 -346.921

Groei volgens berekening meicirculaire 2021

-86.543 -128.512 -240.688 -253.432

Saldo t.o.v. Kadernota 2022

-22.162

-51.979

-64.498

93.489

2022

2023

2024

2025

Stelpost € 15 per inwoner o.b.v. verwachte herverdeling GF

0

140.000

280.000

280.000

Saldo t.o.v. Kadernota 2022

0

140.000

280.000

280.000

2022

2023

2024

2025

Financieel perspectief Kadernota 2022

259.088

205.022

24.014

-181.029

Mutatie AU Meicirculaire 2021 Mutatie Commissie van Wijzen Mutatie Bouwplannen Eemnes Mutatie Nieuwe verdeelsleutel gemeentefonds Mutatie Stelpost taakmutaties

-458.276 -292.000 -22.162 0 92.693

-384.189 -56.000 -51.979 140.000 103.277

-240.705 -56.000 -64.498 280.000 113.791

-377.630 -56.000 93.489 280.000 124.667

Financieel perspectief ná meicirculaire 2021

-420.657

-43.869

56.602

-116.503

Nieuwe verdeelsleutel gemeentefonds Nieuwe verdeelsleutel gemeentefonds

Financieel Perspectief Eemnes ná meicirculaire 2021 Ontwikkeling financieel perspectief Eemnes

TOELICHTING 1. Meicirculaire 2021 De meicirculaire geeft traditioneel inzicht in de nieuwe bedragen (loon- en prijscorrectie) per maatstaf en de nieuwe aantallen per maatstaf De belangrijkste punten van de meicirculaire gaan over:  het accres  de opschalingskorting  de afrekening BTW-compensatiefonds 2020  de extra middelen Jeugd  de volume en prijscorrectie integratie-uitkeringen  de Wet open overheid  het uitstel van de nieuwe Inburgeringswet

Accres Met ingang van 2022 wordt de bevriezing normering gemeentefonds opgeheven. Daarmee is de ontwikkeling van de netto rijksuitgaven 2021-2026 exclusief corona-uitgaven weer maatgevend voor de raming van de accressen 2022-2026. De laatste raming daarvan dateerde van mei 2020. Nu worden de lagere uitgaven vanuit de Rijksbegroting in één keer (trap af) doorgevoerd m.i.v. 2022 e.v.. Dat betekent dat de ruimte in het gemeentefonds naar beneden wordt bijgesteld en wel met € 126 mln. In 2022, € 127 mln. In 2023 en € 111 mln. in 2024. Alleen de neerwaartse bijstelling in 2025 is met € 30 mln. bescheiden. De VNG en de ROB willen graag een stabiele afspraak met het nieuwe kabinet en niet steeds bijstellingen omdat het Rijk uitgaven pas later doet. Ook heeft het kabinet de uitgaven voor het Nationaal Groeifonds buiten de systematiek gehouden, de VNG vindt dat die moet meetellen waardoor het gemeentefonds mee stijgt met deze uitgaven. Opschalingskorting loopt in 2022 extra op Van de opschalingskorting van structureel 975 miljoen euro wordt het grootste deel in de jaren 2022 tot en met 2025 gerealiseerd. Voor de jaren 2020 en 2021 heeft het huidige kabinet de oploop ervan bevroren vanwege de coronacrisis en de nadelige financiële gevolgen voor gemeenten. Maar dat betekent dat gemeenten juist in 2022 een extra oploop van deze korting voor hun kiezen krijgen.

Van de nog resterende 675 miljoen euro van deze korting die structureel doorwerkt, wordt in 2022 een bedrag van 270 miljoen euro (70+90+110) ingeboekt. Omdat hierbij sprake is van een niet-taakgebonden korting, is deze korting een negatieve afslag op het accres, die in strijd is met de bestuurlijke

normeringsafspraak samen de trap op samen de trap af. De VNG wil dan ook dat deze korting van tafel gaat. Gemeenten krijgen de korting van 270 miljoen in 2022 (inclusief de bevroren korting uit 2020 en 2021) echter wel vol voor de kiezen evenals de kortingen in de latere jaren. Voor 2022 en latere jaren tast deze korting de evenredige ontwikkeling van het accres aan. Afrekening BTW-compensatiefonds 2020 De middelen in het BTW-compensatiefonds groeien jaarlijks met hetzelfde accrespercentage van het gemeentefonds. Vallen de declaraties van gemeenten op het BTWcompensatiefonds lager uit dan er aan middelen inzitten, dan wordt het restant overgemaakt aan het gemeentefonds. Omgekeerd wordt er geld uit het gemeentefonds aan het BTW-compensatiefonds toegevoegd als de declaraties hoger zijn dan er middelen in het BTW-compensatiefonds zitten. De finale afrekening hierover vindt altijd plaats in de meicirculaire na afloop van het desbetreffende jaar. In de septembercirculaire werd een vrijval van het BTW-compensatiefonds aan het gemeentefonds over het jaar 2020 geraamd van 96,6 miljoen euro. Naar nu blijkt was die raming aan de voorzichtige kant. De vrijval blijkt achteraf 96,0 miljoen hoger en bedraagt in totaal 192,6 miljoen euro.

Volgens de begrotingsrichtlijnen van de provinciale toezichthouders mogen gemeenten in hun begroting 2022 en hun meerjarenraming 2023-2026 voor elk jaar uitgaan van een vrijval van maximaal hun aandeel in deze 192,6 miljoen euro. Wij zullen deze vrijval opnemen in de begroting 2022. Extra middelen Jeugd Het huidige kabinet heeft al eerder in het kader van de discussie over het tekort aan middelen in het gemeentefonds voor jeugdtaken als voorschot op de finale uitkomst van de discussie 300 miljoen euro extra voor het jaar 2021 en 300 miljoen euro voor het jaar 2022 aan de algemene uitkering in het gemeentefonds toegevoegd. Voor het jaar 2021 doet het huidige kabinet daar nog 493 miljoen euro bovenop waarmee het bedrag aan extra middelen uitkomt op 793 miljoen euro. Inmiddels heeft de arbitragecommissie uitspraak gedaan en hebben met het huidige kabinet gesprekken plaatsgevonden over de hoogte van de extra middelen voor het jaar 2022. Over de finale uitkomst van die gesprekken worden gemeenten voor 1 juli met een aanvullende brief schriftelijk door de fondsbeheerders geïnformeerd. De 493 miljoen euro aan extra middelen voor 2021 worden overigens niet vrijblijvend verstrekt. Zo is op voorhand 55 miljoen euro nog niet verwerkt in de meicirculaire, omdat een flink deel daarvan is bedoeld voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening.

En ook voor de andere gelden hebben de fondsbeheerders bestedingsdoelen in de circulaire geformuleerd. Naast de 493 miljoen euro verstrekt het ministerie van VWS aanvullend nog 120 miljoen euro aan extra middelen jeugd via een aantal specifieke uitkeringen aan gemeenten.

Wet open overheid Voor de Wet open overheid krijgen gemeenten structureel middelen via de algemene uitkering. Hiertoe wordt de algemene uitkering in 2022 verhoogd met 21 miljoen euro, welk bedrag oploopt naar structureel 42 miljoen euro in 2026. Daarnaast ontvangen gemeenten vanaf 2022 vijf jaar lang 25 miljoen incidenteel per jaar voor de invoering ervan.

Toelichting Woo (meicirculaire 2021) Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

2. Houdbaar jeugdstelsel Het Commissie van Wijzen: Bindend advies Jeugdzorg en afspraak VNG en Rijk Het kabinet stelt voor 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dat komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Daarnaast voeren gemeenten maatregelen uit waarmee in 2022 € 214 miljoen wordt bespaard op de jeugdzorguitgaven. Het kabinet en de VNG hebben dit met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen. Voor de jaren na 2022 dient het oordeel als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. Tegelijk committeren gemeenten en het rijk zich nu al aan het maken van afspraken over maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. De oplossing voor de lange termijn is niet alleen een kwestie van geld, er zijn ook maatregelen voor nodig. Ondanks dat een nieuw kabinet daarover zal besluiten moeten rijk en gemeenten ook nu al doen wat nodig is. Daarom nemen gemeenten en rijk ook nu al maatregelen en voorbereidingen om de uitgaven te beperken. Gemeenten en rijk zijn het eens dat scherpere keuzes en een meer doelmatige uitvoering nodig zijn om het jeugdstelsel, ook op de lange termijn, beter en houdbaar te maken.

De uitgaven aan de jeugdzorg moeten beheersbaar zijn, er moet effectieve zorg beschikbaar zijn voor kinderen die dat nodig hebben en gemeenten moeten hun taken goed kunnen uitvoeren. Dat is een grote gezamenlijke opgave. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Hervormingsagenda Gezien de urgentie van het onderwerp wordt, vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet, nu al gestart met het nemen van maatregelen en het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. Het rijk en de VNG committeren zich eraan om gezamenlijk te komen tot een hervormingsagenda. In deze hervormingsagenda worden afspraken gemaakt over maatregelen en een structureel financieel kader die leiden tot een stelsel waarin zorg beschikbaar is voor kinderen die dat echt nodig hebben, gemeenten betere uitvoeringskracht hebben en er meer inzicht komt in informatie, zoals gebruik van jeugdzorg, uitgaven en wachttijden. Ook wordt gestart met de voorbereiding van aanpassing van wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten.

Dit gebeurt samen met andere relevante partijen, in het bijzonder zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en toezichthouders. Ook ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd. Concreet betekent dit dat de aanbevelingen uit het rapport van AEF (“Stelsel in Groei”) worden geïmplementeerd door de gemeenten, de aanbevelingen van de stuurgroep o.l.v. Marjanne Sint en de uitspraak en advies van de arbitragecommissie (“Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg”) door Rijk en gemeenten worden opgenomen in een hervormingsagenda 2022 - 2027.

Toelichting financiële compensatie voor 2022 Het demissionaire kabinet maakt voor 2022 € 1,314 miljard vrij ter compensatie van gemeenten voor de tekorten op jeugdzorg. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgangspunten in het rapport van de Commissie van Wijzen van € 1,9 miljard. Het verschil wordt verklaard door het volgende: € 300 miljoen hadden gemeenten al toegekend gekregen voor 2022, er ligt een besparingsopgave van € 214 miljoen en er is rekening gehouden met accres-verschillen. Met deze compensatie volgt het rijk de uitspraak van de Commissie van Wijzen volledig. Deze compensatie is een antwoord voor de tekorten van gemeenten in 2022 op dit dossier. Tegelijkertijd biedt het de mogelijkheid om vanuit de inhoud een impuls te geven aan een verbeterde jeugdhulpverlening, met inachtneming van de notie dat de opgave ook zal zijn om de komende jaren in gezamenlijkheid met de partners tot een vermindering van de kosten voor de jeugdhulp te komen. De besparingsopgave betreft de maatregelen uit het rapport van de stuurgroep Sint.

Met het maken van deze afspraken heeft de VNG zich gecommitteerd om, indien van toepassing met medewerking van het rijk, deze maatregelen op te pakken:  Afbakening reikwijdte jeugdhulp (op basis van de uitspraak van de Commissie zal het rijk hierin een stevige rol moeten pakken);  Versterking bestaanszekerheid;  Tariefdifferentiatie;  Beperking verwijzingen naar gecontracteerd aanbod;  Regionalisering (gemeenten zijn hier in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap al intensief mee bezig);  Brede invoering POH-Jeugd GGZ;  Standaardisatie uitvoering. Een voorlopige inschatting van de compensatie betekent voor Eemnes ca. € 472.000 in 2022 voor de kosten jeugdzorg. Het is dus geen extra geld voor de jeugdzorg! Het is een compensatie van de verwachte tekorten. In de Kadernota 2022 hebben we gerekend op een (structurele extra) compensatie van € 180.000, dus we krijgen meer dan verwacht. Toelichting mogelijke financiële compensatie voor 2023 Het ministerie van VWS is voor 2022 uitgegaan van het tekort wat door de arbitragecommissie is becijferd, namelijk € 1,9 mrd. In de jaren na 2022 is op basis van de Hervormingsagenda een inschatting gemaakt van de besparingen die kunnen optreden. Dat start dus in 2022 al met € 214 mln., maar loopt gestaag op naar € 570 mln. in 2025 (laatste jaar van onze meerjarenraming) en verder naar uiteindelijk € 1.017 mln.

structureel in 2027 e.v. Kortom de Hervormingsagenda moet de kosten met ruim € 1 mrd. omlaag brengen. Vooruitlopende op de compensatie hebben gemeenten een bedrag van € 300 mln. als structurele compensatie opgenomen in de meerjarenbegroting. In onze begroting ca. € 130.000. Het nieuwe kabinet is aan zet om de compensatie voor 2023 en verder uit te werken.

Door VWS is wel een meerjarenoverzicht 2022 – 2028 opgesteld, waarin het resterende tekort (verminderd met de maatregelen waarover VNG en Rijk het eens zijn) inzichtelijk wordt gemaakt. Voor 2023 levert dat t.o.v. de begrote compensatie van € 300 mln. dan een extra bedrag op van € 1.154 mln., 2024 € 1.065 mln., 2025 € 958 mln. op. Naar rato van de ca. € 472.000 voor 2022 zouden bovenstaande bedragen een voorzichtige indicatie kunnen geven van de extra compensatie bovenop de al opgenomen ‘oude’ compensatie van € 300 mln.

2022

2023

2024

2025

2026

2027

in mln. Macrobudget Compensatie Extra

1.614 -300 1.314

1.454 -300 1.154

1.365 -300 1.065

1.258 -300 958

867 -300 567

811 -300 511

in 1.000 Eemnes extra Kadernota was Saldo

472 180 292

414 180 234

382 180 202

344 180 164

311 180 131

291 180 111

Het Rijk gaat er dus vanuit dat gemeenten en Rijk erin zullen slagen door een mix van maatregelen om het tekort (Macrobudget) terug te brengen van € 1,6 mrd. naar € 811 mln. In 2027.

De toezichthouder (Provincie Utrecht) zal voor de meerjarenbegroting waarschijnlijk als uitgangspunt nemen dat 50% van de compensatie voor 2022 ook in de jaren 2023 – 2025 mag worden aangehouden. Dat is dan een mix van de extra bijdrage en het effect van de maatregelen die tot lagere kosten moet leiden (het mes snijd aan twee kanten). Verdeling € 1,3 mld. middelen jeugdzorg (Commissie van Wijzen)

2022

2023

2024

2025

Compensatie jeugd € 300 mln. = € 118.000 K22 - Compensatie jeugdzorg /trap af / opschalingskorting In Kadernota opgenomen

al in AU al in AU al in AU al in AU -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000 -180.000

Commissie van Wijzen (CvW) CvW 2022 € 1,3 mld. Structureel effect volgens Provincie Utrecht (50%)

-472.000

Saldo t.o.v. Kadernota 2022

-292.000

-236.000 -236.000 -236.000 -56.000

-56.000

-56.000

3. Toekomst WMO De VNG besprak op 26 mei in een bestuurlijk overleg met demissionair minister De Jonge (VWS) de toekomst van de Wmo. Daarbij kwamen mogelijke maatregelen voor de korte termijn aan de orde en spraken we ook over de financiële beheersbaarheid van de Wmo op (middel)lange termijn. Voorstellen beheersmaatregelen voor de korte termijn:  herinvoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor (bepaalde) maatwerkvoorzieningen  eenvoudige schoonmaakondersteuning onderbrengen bij de bijzondere bijstand  aanscherping van de definitie van het begrip algemeen gebruikelijk  gemeenten extra compenseren voor de aanvullende kosten door invoering van het abonnementstarief De maatregelen zijn neutraal uitgewerkt en bedoeld voor de kabinetsformatie. Of er gebruik wordt gemaakt van de voorgelegde keuzes en zo ja, voor welke dan wordt gekozen, is uiteraard afhankelijk van het formatieproces. Onderzoek naar de opgave en financiële beheersbaarheid op de (middel)lange termijn In aansluiting op de maatregelen voor de korte termijn, heeft de VNG voorgesteld een gezamenlijk onderzoekstraject te doen naar de houd-/beheersbaarheid van de Wmo. Het ministerie van VWS stemt in met een analyse van de ontwikkelingen op de lange termijn, maar daarbij benadrukt VWS dat een onderzoek naar eventuele keuzes voor de lange termijn aan een volgend kabinet is.

Verkenning in 2 delen Gedacht wordt over een verkenningsopzet die bestaat uit 2 delen: 1. Om te beginnen wordt in eerste instantie een prognose gemaakt van hoe het beroep op de Wmo (vanwege vergrijzing, langer thuis wonen en extramuralisering) zich de komende 5-20 jaar ontwikkelt in relatie tot de verwachte uitgaven. 2. Op basis van de uitkomsten - en met inbegrip van de inhoud van het regeerakkoord wordt in afstemming met het nieuwe kabinet besloten over het tweede deel van het onderzoek. Daarin wordt verkend welke fundamentele keuzes voor de langere termijn mogelijk en nodig zijn. De komende weken zullen we het onderzoekstraject op basis van het voorstel gezamenlijk verder uitwerken.

4. Nieuwe verdeelsleutel gemeentefonds Door BZK is aangegeven dat de inzichten per gemeente van het nieuwe verdeelmodel niet medio juni beschikbaar komen, maar pas begin juli. In de herziening wordt nu gekeken op welke wijze m.n. de grote nadelen voor gemeenten in Groningen en Friesland door een aanpassing van de maatstaven en mogelijk een nieuwe maatstaf in het sociaal domein beter kunnen aansluiten op de kosten. De herverdeling is nu PM opgenomen in de Kadernota. In de voorlopige uitkomsten kwam er voor Eemnes een klein nadeel uit. Nu de omvang van het gemeentefonds niet groter wordt en er meer geld naar de (forse) nadeelgemeenten zal gaan, zal dat nadeel groter worden. We houden rekening met een nadeel van € 15 per inwoner, oftewel € 140.000. De werkelijke uitkomsten wordt meegenomen in de meerjarenraming. De herverdeling gaat in per 2023 en bedraagt maximaal € 15 per inwoner per jaar. Dus 2023 maximaal € 15, in 2024 maximaal € 30 etc.

5. Prognose groei CBS in AU De meerjarenraming van de groei van Eemnes is door het CBS bijgesteld op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren. Dat betekent dat de verwachte groei van Eemnes is vastgesteld op een groei met 29 woningen in 2021 en 2022 en de jaren daarna 30 woningen. Hierdoor groei Eemnes volgens de CBS prognose met ca. 55 – 58 inwoners per jaar. In de meicirculaire zijn de bedragen voor het jaar 2022 gebaseerd op een aantal inwoners van Eemnes op 1-1-2021 van 9.286 en het aantal wooneenheden 4.134. Het werkelijke aantal inwoners op 1-1-2021 was echter 9.361. Het aantal wooneenheden 4.091. Per saldo betekent dit na verwerking van de juiste aantallen een licht positieve bijstelling. In de Kadernota is al aangegeven dat we als kleine gemeente zelf nauwkeurig kunnen inschatten wanneer onze harde woningbouwplannen gereed komen. Die inzichten nemen we als correctie (stelpost) op in de berekening van de AU die we hanteren bij de begroting. We gaan voor de begroting uit van de bestaande bouwplannen conform de allonge 2 voor Zuidpolder, de realisatie van Garage (14 appartementen), HSS (38 woningen) en Hilt (53 woningen). Alsmede als indicatie de herontwikkeling Ocriet/Sterk conform hun planning (start bouw 2023, oplevering 2024).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10370249/1