CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Het klimaatbeleid technische vragen PvdA januari 2022 pdf

Commissie BSM 24 januari 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: 21.00 uur Rapportage voortgang klimaatbeleid547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Klimaatbeleid PvdA – Martin Overbeeke 4-1-2022

1. Het klimaatbeleid “Eemnes op een tweesprong” geeft aan dat de CO2-reductie in Eemnes de afgelopen 10 jaar 25% was en dat er dus nog 75% resteert in de komende 8 jaar tot 2030. Echter in de klimaat rapportage: “Stand van zaken klimaatbeleid gemeente Eemnes” van oktober 2021 geeft aan dat we sinds 2009 een reductie is gerealiseerd van 45,6 naar 27,4 CO2. Dat is een reductie van 39,9% en dat betekent dat er dus nog 61,1% behaald moet worden. In de rapportage is gebaseerd op onderbouwende cijfers. Het memo Eemnes op een tweesprong” mist de onderbouwing voor de 25%. Vraag: Mogen we er van uitgaan dat de cijfers in de klimaatrapportage correct zijn?

2. Als volgens klimaatrapport levert 1ha zonneveld 0,52ktco2 reductie op en 1ha zonneveld levert 3,6TJ besparing op (volgens discussiestuk). Als resterende opgave van 27,4Kt reductie is dan zou de totaal te behalen besparing ca 190 TJ moeten zijn en niet 440 TJ. Vraag. Klopt deze redenering?

Antwoorden 1. Beide cijfers zijn correct, maar hebben een ander uitgangspunt. De 39,9% in 2021 zoals genoemd in de voortgangsrapportage is een extrapolatie van de cijfers zoals deze bekend zijn tot en met 2019 (laatste gegevens in klimaatmonitor Rijkswaterstaat), en is afgezet tegen de vastgestelde CO2-uitstoot in 2009. Daarbij is het van belang om te weten dat de klimaatmonitor voor de CO2-uitstoot van elektra gebruik maakt van de ‘gemiddelde methode’. In deze methode is de CO2-uitstoot per kWh elektra afhankelijk van de totale energieconsumptie in Nederland. Daalt de landelijke energieconsumptie (tijdelijk), dan stijgt automatisch het aandeel aan duurzame opwek per geproduceerde kWh. De gemiddelde (landelijke) CO2-uitstoot per kWh wordt daardoor lager, en daarmee daalt dus ook de lokaal toegerekende CO2-uitstoot. Ook als de lokale energieconsumptie feitelijk niet daalt. Andersom leidt een stijging in de landelijke energieconsumptie automatisch tot een stijging in de lokale CO2-uitstoot. Er zit dus een mate van onzekerheid in de cijfers die afhankelijk zijn van landelijke ontwikkelingen, en die ook de extrapolatie beïnvloeden. De 25% in de memo is gebaseerd op de huidige vermeden CO2-uitstoot (klimaatrapportage) uit lokale duurzame energieopwekking ten opzichte van de huidige totale CO2-uitstoot in (klimaatrapportage).

Dus welk deel van de berekende lokale CO2-uitstoot compenseren we met lokale, groene energie. Dit cijfer is minder beïnvloed door landelijke dalingen of stijgingen in energieconsumptie. Het geeft scherper aan wat de invloed van lokale duurzaamheidsmaatregelen is op de lokale energieconsumptie/CO2-uitstoot. 2. Ik snap de redenering, maar deze gaat mank omdat niet iedere energiedrager evenveel CO2uitstoot heeft per TJ aan geleverde energie. De CO2-uitstoot van één TJ elektra is bijvoorbeeld tot drie keer groter dan die van één TJ aardgas. Je zal dus 3 TJ aan aardgas moeten besparen om dezelfde CO2-reductie te krijgen als bij 1 TJ aan elektra. De huidige

energieconsumptie (en bijbehorende uitstoot) is een mix van verschillende energiebronnen. De CO2-uitstoot is daarom niet met één vaste waarde om te rekenen naar TJ energieverbruik. Globale vergelijking van enkele energiebronnen en CO2-uitstoot*: CO2-uitstoot aardgas ca. 57 ton/TJ CO2-uitstoot benzine ca. 87 ton/TJ CO2-uitstoot elektra (grijs) ca. 155 ton/TJ *op basis van lijst CO2-emissiefactoren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11068081/1