EE RV en verordening Antidiscriminatiedef 20091209
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL nr. 2010/
Onderwerp Raadsvergadering d.d. Behandeling in commissie Portefeuillehouder Voorbereid door
: : : : :
De Gemeenteraad van Eemnes
Wet gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen 22 februari 2010 BSM d.d. 10 januari 2010 R. van Benthem Marja Brandjes, team Welzijn, tel.nr. 158
Eemnes, 19 januari 2010 Voorstel: 1. Vaststellen van de verordening inrichting antidiscriminatievoorziening 2. Instemmen met het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de Stichting Art. 1 Midden Nederland ten behoeve van het inrichten van een antidiscriminatievoorziening ten bedrage van € 2.807 3. De 4e begrotingswijziging 2010 vaststellen Probleem- en doelstelling: Op 28 juli 2009 is de Wet Antidiscriminatievoorziening in werking getreden. Uitgangspunt van de wettelijke regeling is de verplichting voor gemeenten om toegang te verlenen aan burgers tot een antidiscriminatievoorziening. In deze wet is opgenomen dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt omtrent de inrichting en de uitvoering van de taak door de antidiscriminatievoorziening. Keuze en overwegingen t.a.v. het voorstel: De verordening: uiterlijk een half jaar na inwerkingtreding van de wet, moet de toegang tot de antidiscriminatievoorziening door gemeenten geregeld zijn en moet de gemeentelijke verordening dus ook van kracht zijn. Dit betekent realisatie op 28 januari 2010. De verordening is als modelverordening overgenomen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (VNG) Voor een DVO met de Stichting Art.
1 Midden Nederland is gekozen, omdat: Gemeenten in het kader van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen verplicht zijn tot het in stand houden van een antidiscriminatievoorziening met de taken: onafhankelijke bijstand en registratie van klachten; Eemnes zelf niet beschikt over de nodige deskundigheid om een antidiscriminatievoorziening in te richten, bovendien zou dat gezien het aantal te verwachten klachten per jaar, namelijk 4 a 5 zeer kostbaar zijn. Stichting Art. 1 Midden Nederland is juist opgericht om als expertisecentrum te fungeren op het gebied van discriminatie en ondersteunt de gemeente bij het behandelen van de klachten. Gezien de verwachting dat discriminatie niet erg speelt in Eemnes, is gekozen voor het basispakket: onafhankelijke bijstand, registratie, cijfermatig overzicht van klachten, jaarlijkse training voor loketmedewerkers, nieuwsbrief, algemene PR en communicatie en ondersteunende PR en communicatie voor de lokale antidiscriminatievoorziening en het verstrekken van een standaard meldingsprotocol en meldingsformulieren. Kosten zijn € 0.317 per inwoner van de gemeente. Afstemming/relatie met andere beleidsvelden: Gezien de mogelijkheid om het eerste contact wel of niet plaats te laten vinden in het Wmo-loket is met Jeroen Verburg van team Welzijn overlegd. Over de verordening en de dienstverleningsovereenkomst met de Stichting Art.
1 Midden Nederland is overlegd met de juridisch adviseur Antoinette Schulte van afdeling Staf en Ondersteuning.
Financiële aspecten: De verordening: aan het vaststellen van de verordening zijn geen kosten verbonden. De antidiscriminatievoorziening: in de begroting 2010 is geen rekening gehouden met een bedrag van € 2.807 voor het regelen van de toegang tot een antidiscriminatievoorziening. De gemeente ontvangt van de uitkering uit het gemeentefonds per inwoner echter een bedrag van € 0,375 per inwoner. De kosten zullen in 2010 verantwoord worden op 6.620.0012 – 642400 met als dekking hiervan reserve nieuw beleid. Deze gelden zijn echter niet geoormerkt. In de begroting van 2011 zullen de kosten voor de antidiscriminatievoorziening tot € 2.900 opgenomen worden, daar de dienstverleningsovereenkomst wordt aangegaan voor twee jaar. Uitvoering: Na vaststelling van de verordening door de raad, vindt publicatie ervan plaats op de gemeentepagina in de plaatselijke krant. Zodra het geld voor het basispakket beschikbaar gesteld wordt, kan de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en Art. 1 Midden Nederland getekend worden en kunnen inwoners van Eemnes voor melding bij de antidiscriminatievoorziening Art. 1 Midden Nederland terecht. Relatie met de BEL: N.v.t. Bijlagen: Verordening inrichting Antidiscriminatievoorziening. 4e Begrotingswijziging. Ter inzage Wet gemeentelijke Antidiscriminatie voorzieningen.
Burgemeester en wethouders van Eemnes,
mr. A.J.M. de Bruijn secretaris
R. van Benthem RA burgemeester
pagina 2 van 6
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Eemnes; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 januari 2010 inzake het vaststellen van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening; gelet op artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen; BESLUIT:
I. II. III.
De onderstaande verordening inrichting antidiscriminatievoorziening vast te stellen. In te stemmen met het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de Stichting Art. 1 Midden Nederland ten behoeve van het inrichten van een antidiscriminatievoorziening ten bedrage van € 2.807. De 4e begrotingswijziging 2010 vast te stellen. VERORDENING INRICHTING ANTIDISCRIMINATIEVOORZIENING GEMEENTE EEMNES
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 2. Besluit: het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 3. De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 4. Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de wet. 5. Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 6. Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 7. Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet. Artikel 2 Zorgplicht college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot een antidiscriminatievoorziening. Artikel 3 Inrichting antidiscriminatievoorziening Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd. 1. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen. 2.
De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te melden: - Per post; - Per e-mail; - Telefonisch; - Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in artikel 5 van deze verordening. pagina 3 van 6
Artikel 4 Protocol klachtenbehandeling Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van de wet regelt in ieder geval: a. De afdoeningstermijn van klachten; b. De wijze van afdoening van klachten; c. De registratie van klachten.
Artikel 5 Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening 1. Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe leefomgeving te melden. 2. Gemeenten die aansluiting hebben bij een regionaal antidicriminatiebureau kunnen overeenkomen dat deze melding op een locatie in de betreffende gemeente kan plaatsvinden. 2. Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers die deze meldingen op adequate manier opnemen en doorverwijzen. 3. Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de centrale antidiscriminatievoorziening in Utrecht.
Artikel 6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 28 januari 2010.
Artikel 7 Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 februari 2010
J.A. de Bruijn griffier
R. van Benthem RA voorzitter
pagina 4 van 6
TOELICHTING ALGEMEEN Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening. Artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad stelt “met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vast omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening , bedoeld in artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” De wet is als bijlage toegevoegd aan deze verordening. De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16 september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Het besluit is als bijlage toegevoegd aan deze verordening. Nu veel van de nadere invulling die de wet behoeft is geregeld in het besluit, kan deze verordening beknopt blijven. De Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie zal als ondersteuning dienen bij de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur en deze verordening.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Deze bepaling behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor gekozen om dat wel te doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze regelgeving uitmaakt, dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de begrijpelijkheid van deze verordening.
Artikel 3 Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk. De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een opleidingsprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en cursussen verzorgen. De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet- fysiek kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie (zie ook de toelichting bij artikel 5).
Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij de voorziening kunnen worden ingediend. Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via sms (sms de tekst “ffmelden” naar 4422), telefoon (0900-2354354), brief of email (meldingen@art1middennederland.nl) om de klacht te melden of in te dienen. Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.
Artikel 4 Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling van klachten”. Daarbij is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk. pagina 5 van 6
Strikt juridisch is deze bepaling niet noodzakelijk, vandaar dat we deze als facultatief hebben opgenomen.
Artikel 5 De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. Een gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande) regionale antidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken bij het regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie en antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten en deze in zaaksoverzichten opnemen. Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken, slachtofferhulp of WMO-loket. Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang een meer inhoudelijk karakter te geven door een eigen frontoffice in te richten. Daarbij moet het voor klagers ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk loket een luisterend oor en de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat het zijn taak is om de klager door te geleiden naar de antidiscriminatievoorziening.
In de wet is uitdrukkelijk aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid kan vallen. Het gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden van de antidiscriminatievoorziening. Vereisten voor de frontoffice zijn: - Een loket gefaciliteerd door de gemeente dan wel een gemeenteloket waar klager een klacht kan melden, luisterend oor kan vinden en professioneel kan worden doorverwezen naar de antidiscriminatievoorziening. - Loketmedewerker dient inzicht te hebben in de materie - Positie als doorgeefluik helder moet zijn. Vereisten voor de backoffice: - Deze worden opgenomen in de subsidieregeling tussen gemeenten en antidiscrimiantievoorzieningen Strikt juridisch is het niet noodzakelijk om met een front- en backoffice te werken. Daarom hebben wij deze vereisten niet in de modelverordening opgenomen.
Artikel 6 Deze bepaling behoeft geen toelichting
Artikel 7 Deze bepaling behoeft geen toelichting
pagina 6 van 6