CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Discussiestuk Klimaatbeleid 2030 en verder

Commissie BSM 24 januari 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: 21.30 uur Discussiestuk voortzetting huidige klimaatbeleid2.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussiestuk, opiniërend. Steller: M. Radstake Datum: december 2021

Klimaatbeleid: Eemnes op een tweesprong Inleiding De gemeente Eemnes heeft zich in de afgelopen jaren (regionaal) geprofileerd als een gemeente waar serieuze stappen worden genomen op het gebied van energieverduurzaming en reductie van CO2-uitstoot. Projecten als het eerste regionale zonneveld aan de A1 en de bouw van een volledig energieneutraal Huis van Eemnes hebben bijgedragen aan het duurzame imago van Eemnes. De ontwikkelingen van dergelijke projecten zijn een logisch gevolg van de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Een forse ambitie, die ook in de komende jaren vraagt om serieuze bestuurlijke besluiten en om het realiseren van grootschalige duurzaamheidsprojecten. Want, ondanks de successen van de afgelopen jaren, blijven de uitdagingen voor de komende jaren groot, zo blijkt uit de ‘Stand van zaken klimaatbeleid Eemnes’. Terugkijkend naar de afgelopen 10 jaren is de CO2-uitstoot in Eemnes afgenomen met ca. 25%. Vooruitkijkend naar de komende 9 jaren (tot en met 2030) laat dit nog een opgave over van 75%; dus 3 maal groter dan onze prestaties tot op heden. Ondertussen is het laaghangde fruit al wel geplukt. En de energieopwekking op daken van (agrarische) ondernemers zal slecht een beperkte impact hebben op de totale duurzame energieproductie van Eemnes.

Dit werpt de vraag op of het huidige beleid, de aanpak én het tempo van de energietransitie nog wel in overeenstemming zijn met de gestelde ambitie. Het college van Burgemeester en Wethouders is van mening dat voor de realisatie van een klimaatneutraal Eemnes in 2030 een aantal forse (extra) stappen nodig zijn in de komende jaren. Deze stappen kunnen alleen gezet worden als uw raad zich hier ook achter schaart, en bereid is de daarbij horende besluiten te nemen. Is het draagvlak hiervoor niet te vinden, dan lijkt een heroverweging/bijstelling van de ambitie een logisch optie. De notie is bedoeld om een gedegen discussie te voeren over de duurzaamheidsambitie van Eemnes richting 2030, en daarna. Als basis voor de discussie schetst het college in dit stuk twee opties voor het te volgen klimaatbeleid in Eemnes: Optie 1: Optie 2:

Behouden van de staande ambitie van klimaatneutraliteit in 2030, met noodzakelijke Besluitvorming voor realisatie; De klimaatneutrale ambitie handhaven, maar de einddatum voor dit doel verschuiven naar 2035-2040.

De discussie over de twee opties kan ertoe leiden dat een nieuwe marsroute moet worden opgesteld door het volgende college. Zo’n marsroute moet inzicht geven in de te realiseren doelen, het bijbehorende tijdspad met mijlpalen én de noodzakelijke bestuurlijke besluitvorming.

Optie 1; BEHOUDEN VAN DE STAANDE AMBITIE; EEMNES KLIMAATNEUTRAAL IN 2030 Op basis van de meest recente voortgangsrapportage is een duidelijke versnelling van de energietransitie in Eemnes nodig om tot CO2-neutraliteit in 2030 te komen. Hierbij springen twee grote uitdagingen in het oog: 1. een (forse) uitbreiding van grootschalige duurzame energieopwekking in Eemnes; 2. de transitie van de gebouwde omgeving naar een alternatieve warmtebron voor aardgas. Ad. 1. De uitbreiding van grootschalige duurzame energieopwekking De totale energieconsumptie in Eemnes heeft in de laatste jaren geen relevante daling laten zien (zie figuur 1), en ook voor de komende jaren is dit niet te verwachten. Voor een klimaatneutrale dekking van energievraag in Eemnes in 2030 zal de duurzame energieproductie daarom fors omhoog moeten. Figuur 1

Bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat

UDG als mogelijk bron voor warmte en elektra Ultradiepe geothermie heeft in theorie de potentie om Eemnes in de toekomst van voldoende duurzame warmte én elektra te voorzien. Op basis van signalen van o.a. de provinciale Procesbegeleider Geothermie is het college van mening dat een realisatie van een volledig operationele UDG-centrale met de bijbehorende infrastructuur (warmtenet) vóór 2030 niet waarschijnlijk is. Tot op heden is er onduidelijkheid over de geschiktheid van de ondergrond in Eemnes voor ultradiepe geothermie. Om de geschiktheid te kunnen bepalen zijn (o.a.) wetenschappelijke proefboringen nodig. Alhoewel de wens wel bestaat, zijn proefboringen naar UDG-diepte zijn voor de komende jaren (nog) niet voorzien. Een definitief besluit over een go of no-go voor UDG, en de totale realisatie van het project Data over de mogelijkheden van diepe geothermie (alleen warmteproductie) zijn voor de provincie Utrecht wel beschikbaar, en ondertussen ook geanalyseerd door ingenieursbureau PanTerra. Op basis van de data-analyse concludeert PantTerra dat Eemnes niet de meest geschikt plek in de regio is voor een kansrijk geothermieproject.

Door te kiezen voor UDG als dé bron voor warmte en elektra maakt Eemnes zich afhankelijk van één externe, commerciële partij voor de realisatie van haar beleid. Een risicovolle strategie gezien de onzekerheid over de realisatiekansen. UDG-projecten hebben een hoog financieel risico voor de ontwikkelaar. De gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van duurzaamheid zullen in het afwegingskader voor de ontwikkelaar waarschijnlijk een marginale rol spelen. Daarmee heeft de gemeente weinig tot geen mogelijkheden om actief te sturen op realisatie van haar eigen duurzaamheidsbeleid. Grootschalige zon en/of wind Deze twee opties zijn, technisch gezien, de meest realistische mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking vóór 2030. Dit is ook de voornaamste reden waarom de Regionale Energiestrategieën (RES) op deze twee energiebronnen gericht zijn. Om in 2030 te komen tot klimaatneutraliteit, is een uitbreiding van grootschalige opwek van zonne- en/of windenergie in Eemnes nodig. De resterende (grijze) energievraag (excl. snelwegen) van Eemnes is dit moment gelijk aan 440 TJ. Om dit in perspectief te plaatsen: 1 hectare zonneveld 1 windmolen (3MW)

= ca. 3,6 TJ = ca. 23,5 TJ

= ca. 0,82% van de resterende opgave = ca. 5,3% van de resterende opgave

De inschatting is dat tenminste 25% van de nu nog resterende energievraag in 2030 uit de lokale opwek van duurzame elektra zal moeten komen. Dit komt overeen met 4 tot 5 windmolens of ca. 30 ha. zonnepanelen. De overige 75% zal moeten worden gevonden in de transitie van aardgas naar duurzame warmte, gecombineerd met besparingen op het energieverbruik. Vanuit de markt is er voldoende animo voor de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking binnen Eemnes. Ontwikkelaars vragen regelmatig of er ruimte beschikbaar is voor (met name) zonnevelden. Er zijn twee ontwikkelaars die al voorbereidende stappen hebben genomen voor realisatie van een zonneveld rondom het kooppunt A1-A27, terwijl zij weten dat binnen de huidige raadsbesluiten geen realisatie van verdere zonnevelden in Eemnes mogelijk is. In oktober 2021 heeft TenneT een congestie gemeld op het elektriciteitsnet. Dit kan de realisatie van grootschalige projecten voor energieopwekking in de provincie Utrecht vertragen omdat nieuwe netaansluitingen zeer beperkt beschikbaar zijn. Eemnes heeft echter bij het zonneveld A1 nog een bestaande netaansluiting en heeft dus de kans om, ondanks de congestie, verder te werken aan grootschalige elektriciteitsopwekking.

Ad.2.

De transitie van aardgas naar duurzame warmte In de praktijk blijkt de grootschalige transitie van aardgas naar duurzame warmte een nog grotere uitdaging dan grootschalige duurzame energieopwekking. Dit komt met name doordat er op individueel gebouwniveau wijzigingen nodig zijn om duurzame warmte mogelijk te maken. Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing kunnen de wijzigingen voor inwoners en ondernemers ingrijpend tot zeer ingrijpend zijn. Denk daarbij aan verregaande isolatie van gebouwen, vervanging van de gehele technische installaties in gebouwen of het aanpassen van de totale infrastructuur voor warmtelevering. Daarmee heeft deze transitie ook economisch een grotere impact dan grootschalige energieopwekking.

Transitieperiode van 8 jaren vraagt om snelle besluitvorming De nationale overheid heeft bij de transitie naar een aardgasvrij Nederland onderkent dat dit niet kan zonder een redelijke overgangstermijn. Deze termijn is gesteld op 8 jaren en gaat in op het moment dat een gemeente besluit om een wijk/dorp van het aardgas af te gaan sluiten. Klimaatneutraliteit in 2030 vraagt daarmee om gemeentelijk besluiten hierover op korte termijn. De Transitievisie Warmte (TVW) voor Eemnes laat zien dat het aardgasvrij maken van alle wijken in Eemnes vóór 2030 echter niet waarschijnlijk is. Eén van de mogelijke obstakels is de huidige onduidelijkheid over de financiering van het traject. De landelijke overheid heeft hierover nog geen besluiten genomen. Dit leidt ertoe dat meerdere gemeenten zich beperken tot het vaststellen van de TVW, maar de volgende stap in de uitvoering afhankelijk maken van een financieringsbesluit van de landelijke overheid. Gebouw-gebonden financiering is een belangrijke voorwaarde Pilotprojecten laten zien dat het aardgasvrij maken van oudere woningen (voor 1994) een serieuze investering kunnen vragen van de woningeigenaren. In een project om enkele huizenblokken (koop en huur) aan de Rietgors en Watersnip aardgasvrij te maken werden de woningaanpassingen gecalculeerd op ca. € 80.000 per woning.

Uiteindelijk is dit project gestrand omdat de tegencalculatie van de woningcorporatie een investeringsbedrag van meer dan € 100.000,- per woning opleverde. Financieel specialisten geven aan dat dergelijke investeringen alleen haalbaar zijn als de financiering gebonden is aan de woning, en niet aan de eigenaar. Maar ook dan levert het niet voor iedere woning een haalbare business case op. Er is nog geen houdbare financiële constructie die voorziet in gebouw-gebonden financiering. Samengevat: Voor het realiseren van klimaatneutraliteit in 2030 zal Eemnes op korte termijn moeten starten met de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking én zullen er (in 2022) bestuurlijke besluiten moeten worden genomen over het aardgasvrij maken van wijken. Omdat UDG niet voor 2030 haalbaar lijkt, zijn andere grootschalige energiebronnen nodig. Ontwikkeling van grootschalige zonne- en/of windenergie ligt dan voor de hand en maakt de doelen voor 2030 op dit vlak nog steeds mogelijk. De eveneens noodzakelijke overstap van aardgas naar duurzame warmte is complexer, en ook meer onzeker. De overgangstermijn van 8 jaren maakt gemeentelijke besluitvorming over het aardgasvrij maken van wijken op korte termijn nodig. Dergelijke besluiten kunnen alleen genomen worden als er een duidelijke uitvoeringsstrategie is; zogenaamde wijkuitvoeringsplannen.

Met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen zijn kosten (en tijd) gemoeid. Er is vanuit de landelijke overheid nog geen duidelijkheid over de dekking van deze kosten, waardoor veel gemeenten zich beperken tot het vaststellen van de TVW, en uitvoering voorlopig opschorten. Dit zou voor Eemnes betekenen dat een aardgasvrij Eemnes in 2030 buiten bereik komt.

OPTIE 2; DE KLIMAATNEUTRALE AMBITIE BLIJFT, ALLEEN HET TEMPO VERANDERT Als de door Eemnes gekozen klimaatneutraliteit in 2030 niet verenigbaar is met de reis die we in de komende 8 tot 9 jaren met elkaar kunnen/willen maken, dan is herziening van het reisschema een logische gevolg. De mogelijkheid om de energietransitie-doelen voor Eemnes te herzien kent echter wel een ondergrens. Op basis van het landelijke klimaatakkoord, de aanscherping van de doelen in FIT 55 én het gepresenteerde coalitieakkoord is 60% CO2-reductie in 2030 noodzakelijk. Verdere landelijke mijlpalen zijn 70% reductie in 2035 en 80% in 2040. Het is voor Eemnes niet vanzelfsprekend dat een herziening van het beleidsdoel ook tot deze ‘minimale variant’ moet leiden. Dat zou een erg forse afname van de ambitie zijn. Het college verwacht dat de termijn waarop Eemnes klimaatneutraal kan zijn tussen 2035 en 2040 ligt, waarbij de CO2-reductie in 2030 tenminste op de landelijk gestelde 60% zal liggen. Bestuurlijke urgentie blijft hoog Ook voor het behalen van de aangepaste doelen blijft het noodzakelijk om de grootschalige energieopwekking uit te breiden en (deel-)besluiten te nemen over omtrent het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Vanwege de doorlooptijd van processen, met name ook in het aardgasvrij maken van wijken, blijft de bestuurlijke urgentie op het klimaatbeleid hoog.

Om tussen 2035 en 2040 aardgasvrij te zijn, zal de uitvoering in de eerste wijken rond 2030-2031 moeten starten. Rekening houdend met de eerder genoemde overgangstermijn van 8 jaren, zijn gemeentelijke besluiten dus nodig tussen nu en twee jaar. De eerste wijkuitvoeringsplannen zullen voor die tijd al uitgewerkt moeten zijn. Grootschalige energieopwekking verder uitbreiden De inschatting is dat in alle gevallen een toename van grootschalige, duurzame energieproductie nodig is met ten minste 40 tot 60 TJ. Dit is vergelijkbaar met 11 tot 16 ha. zonnepanelen, of 2 à 3 windmolens. Verdere ontwikkeling van grootschalige energieproductie past ook bij de ambitie die Eemnes heeft onderschreven in de Regionale Energiestrategie (RES). De ontwikkeling van grootschalige energieopwekking staat naast het verder benutten van daken voor energieopwekking. Om de ontwikkeling van grootschalige energie goed te kunnen sturen is een uitnodigingskader een belangrijk instrument; zowel voor de gemeente als voor ontwikkelaars. Hierin worden kaders gesteld waarbinnen ontwikkeling van b.v. zonnevelden of windmolens mogelijk is, en zijn voorkeurslocaties aangegeven. Alle gemeenten binnen de RES-regio Amersfoort hebben een uitnodigingskader of ontwikkelen die op dit moment; met uitzondering van Eemnes.

Bij het vaststellen van een nieuwe beleidsambitie adviseert het college om ook aan de slag te gaan met een uitnodigingskader voor de gemeente Eemnes. Aardgasvrij maken van gebouwde omgeving initiëren Bij herziening van het beleidsdoel zal nog steeds op korte termijn gestart moeten worden met het aardgasvrij maken van wijken in Eemnes. De eerste stap daarin is het vaststellen van de Transitievisie Warmte die voor Eemnes is opgesteld. Daarna volgt het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, o.a. op basis van overleg met inwoners en alle overige stakeholders. Deze uitvoeringsstap start bij voorkeur in 2022, maar niet later dan 2023. De beschikbaarheid van (landelijke) budgetten speelt daarbij een cruciale rol. De 8-jarige overgangstermijn tussen besluitvorming door de gemeente en werkelijke afsluiting van het aardgas moet ook hier in acht worden genomen.

Alhoewel er sterke twijfel is over de haalbaarheid van UDG, kan diepe geothermie (alleen warmtewinning) nog steeds een rol gaan spelen in het aardgasvrij maken van (delen van) Eemnes. Dit is ook benoemd in de Transitievisie Warmte. De huidige opsporingsvergunning voor geothermie in de regio Eemland is in 2020 verstrekt, met een looptijd van 3 jaren. Binnen deze periode moet duidelijk worden of exploitatie van geothermie in Eemnes ook werkelijk technisch en economisch haalbaar is. De ondergrondanalyse van PanTerra laat zien dat Eemnes niet de meest kansrijke locatie is binnen de regio. Wordt er desondanks door de ontwikkelaar besloten om een geothermiecentrale te bouwen, dan verwacht het college dat een realisatie tussen 2030 en 2035 mogelijk is. Dit zal dan wel vragen om enkele (ingrijpende) besluiten door de gemeente, o.a. over de locatie voor de geothermiecentrale en over de aanleg van infrastructuur voor de verspreiding van de warmte (warmtenet).

Discussie Op basis van het voorgaande stelt het college voor om een discussie te voeren op de volgende punten: 

Wil uw raad vasthouden aan de huidige ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn, en is zij bereid om te besluiten tot noodzakelijke, snelle opschaling van duurzame energieproductie én tot de snelle transitie naar aardgasvrije wijken? En zo ja, op basis van welke vorm van grootschalige energieopwekking, er rekening mee houdend dat UDG binnen die termijn niet als haalbare optie wordt gezien?

Wil uw raad de huidige ambitie om klimaatneutraal te zijn handhaven, maar dit koppelen aan een einddatum die iets verder in de toekomst ligt (2035-2040)? Met daarbij ook de bereidheid om de grootschalige productie van duurzame energie op te schalen zoals aangegeven in Optie 2? En zo ja, op basis van welke vorm van grootschalige energieopwekking?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11068086/1