Dekkingsplan Meerjarenbegroting 2022-2025 DEF
Tekst van het document
Dekkingsplan Meerjarenbegroting 2022-2025
Van
College
Aan
Raad
Datum
05-10-2021
Geheim of openbaar (Wet openbaarheid van bestuur) Document is openbaar
Onderwerp Dekkingsplan Meerjarenbegroting 2022-2025
Instemmen met Voorgestelde oplossingsrichtingen meerjarenbegroting 2022-2025
Aanleiding In de afgelopen maanden is de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 verder uitgewerkt ten opzichte van de Kadernota 2022. Zoals gebruikelijk betreft het vele kleine en soms grotere aanpassingen rondom subsidies, kapitaallasten, cao-stijgingen etc. Er zijn ten opzichte van de Kadernota enkele majeure wijzigingen: 1. De herverdeling gemeentefonds was geraamd op ca € 30 per inwoner en lijkt uit te komen op € 80 per inwoner; 2. De stijgende kosten WMO ontwikkelen zich in 2021 ongunstiger en dat vergt een extra verhoging t.o.v. de raming in de Kadernota; 3. De uitgaven Jeugdhulp blijven ook in 2021 op een structureel hoog niveau uitkomen. Voor 2022 wordt dat deels gecompenseerd door de arbitrage (Commissie van Wijzen), echter meerjarig is dit hoge uitgavenniveau niet houdbaar; 4. In het memo behorend bij de meicirculaire 2021 is ten onrechte geen stelpost voor het woonplaatsbeginsel Jeugd van € 144.000 opgenomen. In 2022 krijgen we te maken met die extra lasten in het Jeugddomein, waartegenover dus de extra bate in de algemene uitkering stond (per saldo neutraal).
1
Actuele stand van zaken De begroting zonder aanvullende maatregelen vertoont het volgende beeld: Meerjarenperspectief Meerjarenbegroting 2021-2024 Kadernota Ombuigen Spoor 1 Amendementen bij begrotingsbehandeling 2021 Beginstand Kadernota 2022 Mutaties kadernota 2022 (incl. meicirculaire en amendementen) Nieuwe mutaties Geraamd resultaat
Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 1.086.006 1.248.318 1.274.132 1.274.132 -1.164.599 -1.349.404 -1.473.547 -1.473.547 -15.864 -15.864 -15.864 -15.864 -94.457 -116.950 -215.279 -215.279 -301.200 809.154 413.497
98.081 519.074 500.205
296.881 114.789 196.391
123.776 349.463 257.960
Begroting 2024 732.719 -536.328 196.391 -11.829 184.562 Nee
Begroting 2025 784.600 -526.639 257.960 0 257.960 Nee
Belangrijk voor het provinciale toezicht is het structurele begrotingssaldo: Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo Structureel evenwicht?
Begroting 2022 -697.291 1.110.787 413.497 99.077 512.574 Nee
Begroting 2023 1.198.514 -698.309 500.205 131.233 631.438 Nee
De opgave die voorligt is dan ook de begroting op termijn structureel sluitend te krijgen. In de raming zijn voor 2023 € 15 per inwoner en voor 2024 € 30 per inwoner aangehouden als herverdeeleffecten. Het risico is aanwezig dat in 2025 daar nog eens € 15 bijkomt, oftewel ca. € 140.000. Het herstelplan richt zich op het realiseren van ombuigingen oplopend tot structureel minimaal € 400.000 in 2025 (inclusief de €15 herverdeling in 2025). We onderscheiden daarin een aantal oplossingsrichtingen.
Strategische heroriëntatie Het is een uitdaging om onze gemeente financieel gezond te houden. Ondanks alle in het recente verleden ingeboekte en deels nog te realiseren bezuinigingen blijkt het steeds moeilijker om een structureel sluitende meerjarenbegroting te kunnen presenteren. Daarbij spelen zoals aangegeven onder meer de volgende factoren een rol: 1. De ontwikkeling van de kosten in met name de jeugdzorg; 2. De mogelijke nadelige financiële consequenties voor onze gemeente van de herijking van het gemeentefonds; 3. Het ontbreken van financiële ruimte voor toekomstige investeringen; 4. Implementatie van nieuwe wetgeving, zoals bijvoorbeeld de omgevingswet.
2
Het bezuinigen via de ‘kaasschaafmethode’ is hiervoor niet langer toereikend. Wij vinden het daarom noodzakelijk om volgend jaar een strategische heroriëntatie op de begroting te gaan uitvoeren. Het doel daarvan is te komen tot een begroting 2023-2026 die aansluit bij ‘de gemeente die wij willen zijn’ en waarvan de financiële huishouding in voldoende mate bestand is tegen externe ontwikkelingen en onvoorziene omstandigheden. Om dit te realiseren is een aanzienlijk bedrag aan ombuigingen benodigd. Deze omvangrijke ombuiging willen we realiseren op basis van weloverwogen en onderbouwde keuzes. Dit wordt een intensief traject dat tijd en inzet vraagt van de gehele organisatie. Het college wil hier na de verkiezingen mee gaan starten en dit ook volgend jaar nog afronden. Om tot een selectie van thema’s of zoekrichtingen te komen zal in afstemming met de raad de vraag centraal staan ‘welke gemeente willen we zijn’? Bijvoorbeeld: Ondernemend (of minder ondernemend); Sociaal (of iets minder sociaal); Groen en duurzaam (of iets minder groen en duurzaam); Goede fysieke infrastructuur (of een minder goede fysieke infrastructuur) etc. Ook gaan we onderzoeken op welke wijze de inkomsten vergroot kunnen worden. Op deze wijze willen we een solide financiële basis leggen voor de toekomst.
Voor de externe projectbegeleiding nemen we een incidenteel bedrag van € 100.000 in de begroting van 2021 op. Uitkomst van de heroriëntatie is een begroting die robuust genoeg is om tegenvallers op te vangen en te investeren in zaken die belangrijk zijn voor de gemeenschap. We willen voorkomen dat we na de Kadernota Ombuigen en dit Dekkingsplan straks van bezuiniging naar bezuiniging (of lastenverhoging) gaan. Uitgangspunt voor de strategische heroriëntatie is de Toekomstvisie Eemnes 2030 waarin is aangegeven wat voor gemeente we willen zijn. Ook is die strategische heroriëntatie een logisch moment om de huidige indeling van de begroting in programma’s en sturingsinformatie aan te passen.
Pas op de plaats versus toch noodzakelijk In de begroting is nu opgenomen een ambitieus centrumplan om dat gebied klimaatadaptief te maken, totale investeringen € 6,0 mln. Onderdeel hiervan zijn forse investeringen in het riool, waterberging en afvoer van regenwater, hetgeen ook een forse verhoging van het rioolrecht zal betekenen. De uitgaven aan wegen, groen en openbaar gebied leggen daarnaast een claim (structureel) op onze financiën. Momenteel wordt gewerkt aan een uitwerking van dit plan. Wat betekent het concreet, wat levert het op en wat is nut en noodzaak. Het college stelt voor dit plan voorlopig financieel on hold te zetten. In de afgelopen maanden is in het centrum de grondwaterproblematiek aangepakt (herstel 80% van drainage). Het groot onderhoud dit jaar aan de Laarderweg betekent dat die weg er weer redelijk tot goed bij ligt. Dus er is tijd. Wat kan niet wachten? De kruising bij de Minnehof, het voorplein Minnehof (kleine aanpassingen) en de vergroening Braadkamp zijn onderdelen die het college toch graag door wil laten gaan. De daarmee gepaard gaande lasten kunnen uit de reserve kapitaallasten worden gedekt. Ook het revitaliseren van het Plantsoen is noodzakelijk. Het college stelt
3
voor om ook dat te dekken uit de reserve kapitaallasten. We stellen de afschrijvingen op 5 jaar voor deze investeringen (uiteraard gaan ze langer mee). Voor 2026 verwachten we niet de middelen te hebben om de totale investering van het Centrumplan te bekostigen. Eerst moet het geld verdiend worden. Daarnaast moet die investering afgewogen worden tegen andere beleidswensen, zoals bijvoorbeeld het doortrekken van de Zuidersingel via de Eikenlaan naar de Wakkerendijk. Deels kan die aanleg worden bekostigd uit toekomstige Grondexploitaties, maar niet alles kan uit de reserve bovenwijkse voorzieningen. Ook hier geldt: eerst verdienen voordat we gaan uitgeven. De pas op de plaats voor de overige onderdelen Centrumplan en de investeringen in Tour de Force betekent voor nu dat ze uit de begroting gehaald worden en dat ze onderdeel uitmaken van de strategische heroriëntatie. Dat betekent ook dat de forse investeringen in (gescheiden) riool, waterberging en wateropvang naar achter schuiven. De daarmee gepaard gaande forse verhoging van het rioolrecht maakt dan ook onderdeel uit van de strategische heroriëntatie. Immers ook de hoogte van de gemeentelijke lasten (betaalbaarheid) vergen een gedegen afweging. We verwachten in december een uitgewerkt plan te hebben voor het Centrumgebied.
Ook de onderverdeling in kosten voor groen en wegen, alsmede riool en klimaatmaatregelen is dan ook duidelijker. Bij de Kadernota 2022 is een inschatting gemaakt van de verdeling tussen riool/klimaat (hoger rioolrecht) en de investeringen in wegen, groen etc. die structureel in de begroting opgenomen moeten worden. Ook de planvorming voor Tour de Force gaat door, omdat we uitgewerkte plannen willen hebben wanneer er via de provincie co-financieringsgelden beschikbaar komen. Die kansen willen we kunnen benutten.
Reserve kapitaallasten en wensen In de begroting is de noodzakelijke omvang van deze reserve opnieuw bepaald. Dat leidt tot een overschot in de reserve (bij doorrekening tot 2058) van ca. € 1,7 mln. Door de investeringen van Minnehof, Braadkamp en Plantsoen ten laste van deze reserve te brengen en in vijf jaar af te schrijven wordt een bedrag van € 833.000 aan de reserve onttrokken. Er is een viertal investeringen die nog niet in de begroting waren opgenomen, maar die de komende periode wel aan uw raad voorgelegd worden. 1. Brug over de vaart 2. Jeu de boules – beweegtuin – beachsporten 3. Investeringsvraag TV Eemnes 4. Aansluiting Wakkerendijk - Eikenlaan Brug over de Eemnesser Vaart Een vaste brug over de Eemnesser vaart (met een te verwijderen middenstuk i.v.m. doorvaart) kost ca. € 400.000. Het college zal u voorstellen om die brug ook daadwerkelijk aan te leggen om het landbouwverkeer van de Wakkerendijk zoveel mogelijk te weren. Daarnaast is de brug een waardevolle verbinding voor het fietsverkeer, niet iedereen wil/kan de fietspont bedienen. Het aanleggen van een beweegbare brug brengt naast fors hogere investeringen (ca. € 0,7 mln.) ook meer onderhoud met zich mee. Een beweegbare brug is nu
4
eenmaal meer onderhoud en storingsgevoelig dan een vaste brug. De geraamde investering bedraagt ca. € 400.000 en afschrijving in 10 jaar is een beslag op de reserve van € 422.000. Dat betekent ook dat de voorgenomen vervanging van het pontje (€ 15.000 in 2022) niet wordt uitgevoerd. Het onderhoud en wegtakelen van de vaste brug versus het onderhoud aan het (storing en vandalisme gevoelige) pontje zullen elkaar op jaarbasis waarschijnlijk niet veel ontlopen. Buitensport Wilgenpad De bouw van woningen op het terrein van De Hilt zal in 2022 starten. Dat betekent dat een nieuwe locatie voor de jeu de boules is gezocht. Aanvankelijk leek het plantsoen een geschikte locatie. In overleg met de jeu de boules, Voleem en de IJsbaan is echter een andere locatie gevonden. Het college bereidt een voorstel voor om de locatie van de zogenaamde ‘krabbelbaan’ aan het Wilgenpad om te vormen tot een sportlocatie. Dat geeft bij georganiseerd gebruik de mogelijkheid om de kantine (en toilet) faciliteiten van de IJsbaan te benutten. Het plan voorziet in de aanleg van een jeu de boules court, de aanleg van een beachveld (voor volleybal en andere beachsporten) en het plaatsen van beweegtoestellen (beweegtuin). De geraamde investering bedraagt ca. € 150.000 en afschrijving in 10 jaar is een beslag op de reserve van € 158.000.
Investering Tennispark De TV Eemnes zal een aanvraag indienen voor een nieuwe tak van sport, het padel, en mogelijk voor een nieuwe toplaag. Gebruikelijk in Eemnes is dat we dergelijke aanvragen beoordelen op hun toegevoegde waarde voor onze gemeenschap en bij een positief antwoord volgt een uitwerking via het in gemeenteland gebruikelijk 1/3 e principe. Bij goedkeuring van de raad wordt dan 1/3e als subsidie verstrekt, 1/3e als lening en 1/3e moet men direct bij aanvang zelf financieren. De padel-variant van het tennis heeft zeker een toegevoegde waarde. We rekenen op een subsidie aanvraag van ca. € 85.000. Mogelijk komt de TV Eemnes met een 2e aanvraag, namelijk het aanpassen van de ondergrond van de 7 tennisbanen. Op basis van dezelfde systematiek zou dat een subsidieaanvraag van € 75.000 betekenen. Kruising Eikenlaan - Wakkerendijk De aansluiting van de Eikenlaan op de Wakkerendijk hangt samen met de investering van de Provincie Utrecht in de Poort van Baarn. Om de fietsoversteek veilig te maken en de kruising ook robuust in geval op termijn de Eikenlaan – Zuidersingel verbinding tot stand komt, willen we meeliften op deze infrastructurele maatregelen. Tegelijk met de aanpassingen aan de afrit A1 – Wakkerendijk kan dan deze kruising veiliger voor met name fietsers worden gemaakt.
De investering wordt gefinancierd vanuit de reserve bovenwijkse voorzieningen aangezien de kruising onderdeel uitmaakt van het rapport zuidelijke ontsluiting Eemnes. Bovenstaande betekent een beslag op de reserve kapitaallasten van ca. € 1,5 mln.
Klimaat, RES etc. In haar advies aan het kabinet heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) aangegeven dat gemeenten voor de jaren 2022 – 2026 jaarlijks € 600 mln. moeten krijgen om de ambities te realiseren. Op basis van externe onderzoeken zijn de meerkosten voor
5
gemeenten in kaart gebracht en dat advies kwam uit op bedragen rond de € 800 mln. en richting 2030 verder oplopend. Het demissionaire kabinet schuift de besluitvorming hierover door naar het nieuwe kabinet. De VNG en Rijk moeten op enig moment afspraken maken over de rol van de gemeenten bij RES, aardgasvrij maken van wijken en alle andere klimaatambities. Daar hoort dan ook een financiële dekking bij. Eventuele extra gelden van het Rijk reserveren we ook voor deze taak. Bij het uitblijven van adequate financiële middelen ontkomen we niet aan een pas op de plaats.
OZB-raming In de begroting zijn de lopende bouwprojecten opnieuw beoordeeld voor de bouwleges. Op basis van de daarvoor gehanteerde VON-prijs is ook opnieuw de te verwachten OZBopbrengst bepaald. Uitgaande van de OZB-opbrengst van 2021 en de inflatiecorrectie van 2% is beoordeeld op welk moment de nieuwe (niet) woningen mee gaan tellen in de OZBopbrengst. De Ozb wordt gebaseerd op de T-1 systematiek. Dus de aanslag voor belastingjaar 2022 is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1-1-2021. In 2022 tellen dus voor het eerst de woningen volledig mee die in 2020 zijn opgeleverd (en dus in 2019 verkocht). We hanteren het volgende schema: Verkoop 2019 = oplevering 2020 = 50% Ozb-opbrengst in 2021 (half gebouw) = 100% in 2022 De OZB-waardebepaling voor woningen gaat uit van normen voor de voortgang van de bouw. Omdat vooraf niet in te schatten is of alleen de ruwe begane grondvloer gereed is (20%), of al de ruwe verdiepingsvloer (40%) of al het dak waterdicht (60%) of de oplevering al voor 1-1 is geschied (100%), hanteren we 50% gereed als benadering. Dus een nieuwbouwplan met 30 woningen uit 2020 en oplevering in 2021 levert m.i.v. 2022 50% van de Ozb-opbrengst op en de andere helft komt er dan in 2023 bij. Woningen Opbrengst 2021 inflatie 2%
2022
2023
2024
2025
-1.793.011
-1.852.871
-1.874.371
-1.907.871
-5.000
-5.000
-35.860
Garage oplevering 2022 HSS oplevering 2023
-5.000
-5.000
Hilt oplevering 2023
-15.000
-15.000
Ocriet oplevering 2024 Zuidpolder
-20.000 -24.000
-16.500
-8.500
-10.000
Woningen na plannen
-1.852.871
-1.874.371
-1.907.871
-1.957.871
Stand begroting
-1.820.936
-1.861.046
-1.921.596
-1.925.096
-31.935
-13.325
13.725
-32.775
Inbreidingslocaties
RUIMTE
6
Hierdoor ontstaat er in 2022, 2023 en 2025 wat ruimte t.o.v. de raming in de begroting. In 2024 zien we een kleine dip, omdat er in Zuidpolder in 2022 geen woningen worden verkocht. Voor niet-woningen hanteren we dezelfde systematiek. Er wordt nu nog gebouwd en de laatste kavels zijn in september en oktober getransporteerd. Hierop wordt komend jaar gebouwd. In 2024 zijn dan de eerste baten voor bedrijventerrein Zuidpolder Zuid te verwachten. Niet Woningen
2022
2023
2024
2025
Opbrengst 2021
-684.354
-705.041
-710.041
-715.041
inflatie 2%
-13.687
Zuidpolder oplevering
-7.000
-5.000 -5.000
-10.000
Niet-woningen na plannen
-705.041
-710.041
-715.041
-725.041
Stand begroting
-684.475
-689.575
-689.575
-714.575
RUIMTE
-20.566
-20.466
-25.466
-10.466
Zuidpolder Zuid oplevering
OZB niet-woningen In de Kadernota Ombuigen zijn de tarieven OZB voor niet-woningen opgenomen. Eemnes heeft op Huizen na de laagste tarieven OZB in de regio. Als het (ongewogen) gemiddelde van de HBEL, BBS en Hilversum wordt genomen, dan is het regionale tarief 0,4073% (eigenaar + gebruiker). Omdat de grootste gemeente Hilversum het op één na hoogste tarief heeft, zou een gewogen gemiddelde hoger uitkomen. Niet-Woningen eigenaar
gebruiker totaal
Huizen
0,1670
0,1402
0,3072
Eemnes
0,3246
0,0000
0,3246
Bunschoten
0,1903
0,1522
0,3425
Laren
0,2146
0,1468
0,3613
Baarn
0,2248
0,1900
0,4148
Soest
0,2324
0,1844
0,4168
Hilversum
0,2808
0,1875
0,4683
Blaricum
0,3563
0,2664
0,6227
Niet-gewogen gemiddelde
0,4073
7
Bij de herijking van het gemeentefonds wordt voortaan 90% van de OZB-opbrengst die je als gemeente kunt innen, in mindering gebracht op de Algemene Uitkering. Hiervoor wordt door het Rijk het gemiddelde tarief van Nederland genomen. Volgens het COELO was dat in 2021 0,2974% voor de eigenaar en 0,2172% voor de gebruiker, samen 0,5146%. Het Rijk hanteert in de doorrekening een lagere percentage. Bij woningen schommelt het tarief in Eemnes 0,1094% rond het landelijk gemiddelde van 0,1043% (oftewel € 5 per € 100.000 waarde). We worden met ingang van 2023 dus fors gekort op de Algemene Uitkering omdat we in de ogen van het Rijk een te laag tarief hanteren. Het college vindt het daarom reëel om het OZB-tarief niet-woningen met ingang van het eerste herijkingsjaar (2023) stapsgewijs in drie jaar te verhogen naar het gemiddelde van de ons omliggende gemeenten. We gaan dus niet voor het hogere tarief op basis van het door het COELO berekende (hogere) landelijke percentage. Door de koppeling aan het regionale gemiddelde hanteren we een redelijk tarief. Uiteraard is iedere verhoging voor een belastingbetaler onwenselijk, echter de systematiek van het Rijk dwingt ons hiertoe. OZB niet-woningen OZB naar regionale tarief niet-woningen AU herverdeling jaarschijf 2025 Effectieve besparing
2022
2023 -60.300
2024 -121.450
0
-60.300
-121.450
2025 -184.722 140.000 -44.722
In de meerjarenraming is nu uitgegaan van € 30 per inwoner (2023 en 2024). Alleen als we in 2025 nog eens extra € 15 moeten inleveren, is die derde verhoging noodzakelijk. Daarom ramen we ook die extra korting in 2025 als tegenhanger van de OZB-verhoging in 2025. In de berekening voor het ijkjaar 2019 was er door de nieuwe systematiek rondom de OZB (een hoger percentage in mindering en een hoger rekentarief) sprake van een nadeel voor Eemnes van € 498.000. Vooral het hogere percentage hakt erin en die hogere OZB wordt herverdeeld over alle gemeenten. Door de nu voorgestelde verhoging wordt ca. 1/3e van dat nadeel opgevangen door de lasten te verhogen. Het andere deel zullen we dus in de kostenbeheersing moeten vinden. Als de herijking van het gemeentefonds wordt uitgesteld (van 2023 naar 2024) dan schuift ook deze maatregel op.
Groei van Eemnes Zoals in antwoord op de motie “bestemmen gemeentelijke gronden voor inhaalslag woningbouw” is aangegeven, duurt het enkele jaren voordat de nieuwbouw ook daadwerkelijk leidt tot structureel hogere inkomsten uit het gemeentefonds. Planologische procedures kosten tijd en de systematiek is op basis van t-1. Echter het woonbehoeftenonderzoek geeft aan dat tot en met 2025 er 320 woningen gebouwd zouden moeten worden. Uitgaande van dat aantal zal er met ingang van 2026 dus wel een verbetering van de gemeentelijke inkomsten merkbaar zijn.
8
Bij de septembercirculaire zijn de bouwplannen van Eemnes ten opzichte van de CBS-raming geactualiseerd. Ten opzichte van de Kadernota 2022 leidt dit tot kleine mutaties. Zie hiervoor de paragraaf ‘septembercirculaire’ hierna.
Tekort in 2022 en 2023 Na de kadernota Ombuigen is het niet reëel om op de andere programma’s op dit moment nieuwe bezuinigingen of verhogingen van de inkomsten te begroten. We stellen dan ook voor om de jaren 2022 en 2023 incidenteel te dekken door winstneming uit de Grondexploitaties. Hoewel die vooral bedoeld waren om de algemene reserve aan te vullen, is deze incidentele ‘greep in de kas’ nodig om de tijd die we hebben te kopen om de fundamentele koers voor de gemeente te bepalen. Bovendien is in mei 2022 duidelijk welke kant het definitief op gaat met de herverdeling gemeentefonds. Grondexploitaties winstneming Hilt 50%
2022
2023
-800.000
-800.000
winstneming HSS
50.000
Bate tbv exploitatie
-750.000
-800.000
2024
2025
0
0
Septembercirculaire De meicirculaire geeft normaal inzicht in de bestedingen van een missionair kabinet. De meeste besluiten werden in het voorjaar doorgeschoven naar de kabinetsformatie. Inmiddels heeft het demissionaire kabinet een missionaire begroting 2022 opgesteld. Omdat de Rijksuitgaven en het Gemeentefonds via de trap-op-trap-af systematiek nauw met elkaar verbonden zijn, is de vertaling van de Rijksbegroting 2022 naar de algemene uitkering dit jaar belangrijker dan voorgaande jaren. Uit de koppeling volgt namelijk het accres (de groei) van het Gemeentefonds en hieruit moeten gemeenten de stijgende kosten door inflatie, loonontwikkeling, bevolkingsgroei en hogere standaarden voor publieke diensten opvangen. De septembercirculaire bevat een bijgestelde raming van de accressen 2022-2026 en die geeft dit jaar een beter inzicht in de ontwikkeling van de algemene uitkering. Als vuistregel geldt dat een verhoging van de Rijksuitgaven voor ca. 10% meetelt in het Gemeentefonds. Dus als zoals nu bij de Algemene Politieke Beschouwingen er meer geld wordt uitgegeven dan leidt dat tot meer geld voor gemeenten. De aangenomen motie met diverse aanpassingen, leidt naar schatting van onze adviseurs van Pauw tot ca. € 110 mln. groei van het Gemeentefonds in 2022. Die groei is nog niet meegenomen. Voor 2022 is wederom (na 2019 en 2020) de opschalingskorting bevroren.
Daardoor neemt de omvang van de algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire toe met € 270 mln. Het betekent voor 2022 een voordeel van € 111.000. In 2023 loopt de korting met € 400 mln. op naar € 700 mln. en in de jaren 2024 en 2025 stijgt de aanslag op het gemeentefonds naar structureel € 975 mln. Het verder oplopen van die korting of het afschaffen (eis VNG) is
9
een uitdrukkelijk besluit van een nieuw kabinet. In de doorrekening voor 2023 – 2025 is dus deze korting gewoon opgenomen. Voor de jaren 2023-2026 is sprake van een lichte stijging van de accressen door de hogere raming van de loon- en prijsontwikkeling. Het huidige kabinet heeft vooral voor 2022 maatregelen genomen. Op basis van het nieuwe regeerakkoord zal er een vertaling van de plannen in een nieuwe meerjarenraming verschijnen. De actualisatie van de bouwplannen leidt tot een kleine aanpassing in de algemene uitkering doordat de oplevering van HSS en De Hilt iets vertraagd. De actualisatie van de compensatie van de tekorten op de Jeugdzorg leidt tot een positiever beeld dan eerder ingeschat. Hier past een voorbehoud wanneer met ingang van 2023 de herverdeling gemeentefonds in gaat, zal dat ook negatieve gevolgen hebben voor deze gelden (we zijn nadeelgemeente). De septembercirculaire is mede bedoeld om de inflatie- en loonontwikkeling te financieren. Voor de subsidies is een stelpost in de begroting opgenomen. Op basis van de looneis voor het jaar 2021 van de bonden van 3,5% wordt een stelpost voor de CAO gemeenten opgenomen van € 240.000. Het bod vanuit de werkgever is 0,5%.
Septembercirculaire 2021 Accres e.d. septembercirculaire 2021
-386.785
-251.582
-233.873
-263.955
Coronasteun
-13.000
0
0
0
Opschalingskorting
-111.000
0
0
0
Actualisatie Jeugdgelden (Cie. van Wijzen)
-17.798
-107.227
-105.193
-104.036
7.834
-7.848
-28.750
-42.551
CAO-gemeenten
240.000
240.000
240.000
240.000
Septembercirculaire 2021
-280.749
-126.656
-127.816
-170.542
Extra AU o.b.v. bouwplannen
10
Jeugd: van transitie naar transformatie Bij aanvang van de decentralisatie was op alle lagen (politiek, bestuurlijk, beleid én uitvoering) het adagium: eerst de transitie, daarna de transformatie. Zoals ook blijkt uit de evaluatie van de Jeugdwet heeft het inrichten (de transitie) van alle betrokken partijen veel meer tijd en energie gevraagd dan vooraf gedacht. De gewenste transformatie in het Jeugddomein is de volgende fase. Enkele regio’s zijn hierin al ver en ook in de Regio Amersfoort wordt de transformatie in gang gezet met o.a. nieuwe afspraken met de BSA. Welke factoren verklaren in een gemeente in dezelfde Jeugdzorgregio nu de verschillen? Die verschillen zijn ruwweg door drie factoren te verdelen: 1. Objectieve eigenschappen: een gemeente kan door objectieve factoren meer behoefte aan jeugdzorg hebben dan andere gemeenten (bijv. meer eenouderhuishoudens, meer criminaliteit etc.). Deels wordt dat ondervangen doordat het budget wordt verdeel o.b.v. objectieve maatstaven, echter die zijn niet altijd een perfecte weerspiegeling (voorspelling) van de uitgaven. 2. Beleidskeuzes en invloedsfeer van de gemeente: De beleidskeuzes en de inrichting in zorglandschap hebben ook een effect op de uitgaven voor jeugdzorg.
Is het aanbod jeugdwet voldoende helder afgebakend, is het zorglandschap goed ingericht en is de inkoop gebaseerd op een gedegen voorbereiding, duidelijke visie en heldere sturing; 3. Kans-element: Objectieve eigenschappen kunnen duiden op een laag verwacht beroep op de jeugdzorg, dan nog kan een gemeente ‘pech’ hebben dat er zeer zware casussen voorkomen. Dit kans-effect speelt sterker bij kleinere gemeenten, omdat het effect door de kleine aantallen niet uitgemiddeld wordt. Objectief gezien heeft de gemeente Eemnes een gemiddeld profiel. Er zijn geen achterstandswijken, een gemiddeld hoog inkomen, lage jeugdcriminaliteit etc. Dat betekent dat je gemiddeld genomen ook rond de gemiddelde uitgaven per jongere in onze Jeugdzorgregio zou moeten kunnen uitkomen. Op dit moment scoren we het hoogste. Dan zijn er de beleidskeuzes die we lokaal hebben gemaakt of nog onvoldoende hebben gemaakt. Hierin zijn verbeteringen te onderkennen. We doen hiervoor op basis van de analyse die nu wordt uitgevoerd straks concrete voorstellen. Tot slot is het kans-element altijd aanwezig. Hiervoor hebben we de reserve WMO omgebouwd tot een risico-reserve. We gaan niet structureel het element ‘pech’ begroten.
Investeren in preventie als basis van de transformatie Preventie was in de basis al een taak van gemeenten en geen onderdeel van het overgehevelde jeugdhulpbudget. De preventie moet dan ook bekostigd worden uit de algemene middelen. Op terreinen als onderwijs, sport en veiligheid worden activiteiten ontplooid die mede gericht zijn op het voorkomen van jeugdzorg. Het preventieve voorveld is een bont scala aan instellingen en activiteiten. Door hier de komende jaren in te investeren (wegnemen witte vlekken, afstemmen van activiteiten, heldere afspraken tussen instellingen etc.), is het mogelijk jongeren én hun ouders/opvoeders in een vroeg stadium te ondersteunen. Door te investeren in preventie is de verwachting dat (ernstige) problemen in een volgende levensfase deels worden voorkomen. Het creëren van een trendbreuk bij problematiek met een structureel karakter, begint met een verandering bij de jeugd.
11
Door bureau Significant is onderzocht welke preventieve interventies gemeenten zoal hebben, deels hebben we die ook al in Eemnes: a. Jonge moeders in risicogroepen ondersteunen door het verbeteren van de leer- en leefomgeving van kinderen door het versterken van opvoedingsvaardigheden bij ouders, het stimuleren van taalontwikkeling en verbetering van een warme overdracht van de voorschoolse fase; b. Kansrijk van start: diverse activiteiten die bijdragen aan een directe gezonde start van het nieuwe kind in samenwerking met de JGZ; c. Peuterconsulent: door vroegsignalering moeten extra zorgvragen op latere leeftijd worden voorkomen; d. Aanpak kindermishandeling door verbeteren van de samenwerking, kennisbevordering, verhogen professionaliteit, wegnemen van knelpunten en overdragen en borgen van verbeterde werkwijzen; e. Alcohol en drugs: programma’s gericht op specifieke doelgroepen f. 18-/18+: activiteiten om kwetsbare jongeren voor te bereiden op de (zelfstandige) toekomst; g. Samenwerking rondom (v)echtscheidingen; h. Gespecialiseerde samenwerking: nauwere samenwerking tussen gemeenten, zorgdomein, onderwijs en arbeidsmarkt gericht op kwetsbare jongeren.
Interventies gericht op verschuivingen in het zorglandschap Jeugdhulp met verblijf groeit en is een dure vorm van zorg. Vanuit de inhoud is het beter voor een jongere om zorg dichtbij en ambulant te krijgen. Dat betekent een conversie van verblijfszorg naar meer gewenste vormen zoals pleeghulp en gezinshuizen. In de Kadernota Ombuigen is die inhoudelijke wens al geformuleerd. Op het niveau van Eemnes kunnen we samen met instellingen (kerken, verenigingen) dat opzetten, echter ook pleegouders, of projecten als kamers met kansen vergen ondersteuning. De meeste pleegouders haken af, juist door gebrek aan ondersteuning. Wat wenselijk en haalbaar is, wordt opgepakt.
Interventies gericht op stakeholders in het jeugddomein Door middel van een goede samenwerking met de huisartsen, proberen we passende ondersteuning te bewerkstelligen voor de jeugdige en hun ouders die zich tot de huisartsen wenden voor jeugdhulp. Naast inhoudelijke doelen is daarbij ook het streven om onnodige doorverwijzingen naar de duurdere jeugdzorg te voorkomen. De samenwerking met de huisartsen in Eemnes is goed. Op basis van de analyse kijken we of en hoe de samenwerking verbeterd kan worden. Uit pilots in andere gemeenten blijkt dat de menselijke factor, de deskundigheid van de professional die de huisartsen ondersteunt en een werkplek bij of in de huisartsenpraktijk cruciaal is voor een goede samenwerking in het domein van de jeugdzorg. Er zijn diverse vormen waarop huisartsen ondersteunt worden. Ook in Eemnes hebben we daar nu al aandacht voor, op basis van de analyse kijken we of dit nog beter kan. Ook is er een sterke samenhang tussen onderwijs en jeugdhulp. Het is belangrijk dat er (regionaal) en binnen het jeugddomein in Eemnes een gedeelde visie en effectieve samenwerking tot stand komt. Wat valt wel of niet onder de Jeugdhulp. Ook kiezen gemeenten ervoor om, complementair aan het onderwijs en het zorgaanbod op scholen,
12
jeugdhulp op school te organiseren. Soms zelfs in de vorm van een ‘onderwijszorgarrangement’ vanuit jeugdhulpaanbieders. In plaats van individuele arrangement kan het effectiever en financieel voordeliger zijn om jeugdhulp collectief op de scholen aan te bieden. Een heldere afbakening van de bekostiging (deels scholen en deels gemeente) is dan wel voorwaarde. Ook de samenwerking in de veiligheidsketen is belangrijk, de gecertificeerde instellingen (GI’s) verwijzen nogal eens naar dure vormen van jeugdhulp. Betere samenwerking met de GI’s beoogt de doelmatigheid van deze inzet te vergroten en ook het kostenbewustzijn bij de GI’s te versterken. Ook de samenwerking met Veilig Thuis is vanuit inhoudelijk en procesmatig perspectief belangrijk om te streven naar efficiency en/of kostenbewustzijn.
Afbakeningskwestie Waar eindigt de eigen verantwoordelijkheid en waar begint de publieke verantwoordelijkheid? In welke situatie vinden we nu dat jeugdhulp geboden moet worden en in welke situatie vinden we het (nog) een eigen verantwoordelijkheid van ouders en hun kind? Wanneer moet extra hulp worden ingezet? Wat is passende of gebruikelijke zorg? Wanneer volstaat de nu geboden jeugdhulp? Wanneer kan de jeugdhulp worden afgebouwd c.q. afgeschaald? Wat (welke jeugdhulp) is goed genoeg? Om sturing te geven aan het functioneren van de toegang is het van belang bovenstaande vragen te beantwoorden. Op basis daarvan kunnen richtlijnen en handvatten ontwikkeld worden voor het JGT, de huisartsen en andere verwijzers. Het begrip jeugdhulp is in de praktijk behoorlijk verruimd. Bijvoorbeeld vaktherapie was voor 2015 geen jeugdzorg net als kinderopvang voor bijzondere doelgroepen (onder andere bso+) en is dat formeel ook nu niet. Echter de inzet hiervan kan wel degelijk een preventieve werking hebben en bijdragen aan het beheersen van de kosten (voorkomen duurdere jeugdhulp). Ook de afbakening jeugdhulp en de Wet langdurige zorg vergt een goed inzicht in de nieuwe Wlz-toelatingscriteia. Meer kennis, beter managen van verwachtingen en goede informatie over de interpretatie van regels kan helpen om de indicatie door het CIZ goed te laten verlopen.
In veel regio’s wordt onderkend dat veel cliënten (m.n. VG Dagbesteding zwaar) die op basis van de oude regels in de AWBZ-producten terecht konden, nu niet of lastiger onder de Wlz gebracht kunnen worden. In de analyse die nu wordt uitgevoerd is het bijvoorbeeld gelukt om voor één cliënt de jeugdzorg om te zetten in een Wlz-indicatie. De afbakening en tijdige doorverwijzing is specialistisch werk en in de analyse wordt opgenomen hoe we wat zelf (of samen met anderen) willen borgen. De afbakening jeugdhulp – Volwassen GGZ en ambulantisering (Zvw) vergt ook een heldere uitwerking. De Jeugdwet probeert de ontwikkeling van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur te versterken. Het kind wordt steeds meer gezien als onderdeel van een ‘gezinssysteem’. Een deel van de kindproblematiek komt voort uit problematiek van ouders. Bijvoorbeeld ouders met GGZ-problematiek die zorg ontvangen, of zouden moeten ontvangen, bekostigd vanuit de zorgverzekeringswet (zvw). Soms wordt dan te makkelijk een beroep gedaan op jeugdhulp, terwijl er ook mogelijkheden zijn om bepaalde zorg voor kinderen vanuit de Zvw te bekostigen. In het JGT wordt integraal gewerkt en men weet welke zorg vanuit de Zvw kan
13
worden ingezet (alleen ziet het JGT nu ca. 60% van de verwijzingen). Ook de ambulantisering in de GGZ leidt soms tot een groter beroep op jeugdhulp. Hier ligt een regionale rol om goede afspraken met de GGZ te hebben. Een goede inzet van informele steun (JIM, buurtgezinnen, sociaal netwerk) kan ook hier het beroep op jeugdhulp verminderen. Ook de afbakening tussen jeugdhulp en onderwijsondersteunende zorg (passend onderwijs) is belangrijk. De school is één van de vindplaatsen waar jeugdigen al zijn en ‘gevolgd’ worden. Daar kan de jeugdhulp bij aansluiten. Daarnaast is het van belang om tot integrale zorg te komen, waarbij er één plan is waaraan de jongere in samenwerking met eigen netwerk en professionals werkt. De ambitie van passend onderwijs is dat ieder kind kan participeren in onderwijs, ook al heeft een kind specifieke onderwijsondersteuning, begeleiding of zorg nodig. De jeugdhulp en de middelen vanuit de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moeten goed op elkaar worden afgestemd en elkaar versterken. Een heldere visie op verantwoordelijkheden uitgewerkt in richtlijnen is van belang. Tussen gemeente en onderwijs moet (formeel en informeel) een goede verbinding worden georganiseerd over beleid en financiën.
Daarbij kan het effectief en efficiënt zijn om capaciteit aan scholen te verbinden (co-financieren van fte’s) in plaats van een veelheid aan individuele beschikkingen voor leerlingen van dezelfde school af te geven.
Ambitie: versterking gewone leven De Jeugdwet heeft als centrale doelstelling: “Alle kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen participeren in de samenleving”. Die ambitie hebben we ook in Eemnes. Om dat haalbaar en betaalbaar te houden is het nodig te investeren in preventie. Ook is het nodig dat de sociale kaart van Eemnes bekend is en vooral actueel. Een sociale kaart geeft inzicht voor burgers en professionals door en overzicht te bieden met informatie over formele en informele organisaties en activiteiten rond wonen, zorg&welzijn, werk& inkomen, kinderen en jeugd. De sociale kaart geeft vanuit de bedoeling van de transformatie zicht op het totale palet van (vrijwillige en professionele) ondersteuning en hulp. Belangrijk is dat die niet alleen vanuit de zorgprofessionals (verwijzers) wordt ingestoken, maar ook (of juist) vanuit het perspectief van ouders en opvoeders wordt opgezet en waarbij de beschreven visie (versterken van het gewone leven) zichtbaar is gemaakt. Niet teveel hulpverlenerstaal, maar een overzicht waar mensen met een opvoedof opgroei vraag eenvoudig de antwoorden vinden die zij zoeken. Haarlemmermeer is een voorbeeld van een regio met een dergelijke sociale kaart. Wie doet nu precies wat en wie is waarin goed.
Wat is de kwaliteit die geboden wordt en wie bewaakt dit? We sluiten als Eemnes aan bij het vertrekpunt dat het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd hanteert: het versterken van het gewone leven. Dit is cruciaal omdat we daarmee de lokale collectieve kracht rondom kinderen, jongeren en hun ouders in hun nabijheid versterken. Er wordt nog heel vaak door een ‘zorgbril’ naar opgroeien en opvoeden gekeken. De aandacht gaat nu vooral uit naar het verbeteren en vernieuwen van de professionele hulp, en dan vooral naar de individuele hulp aan kwetsbare jeugdigen. Echter een belangrijke sleutel tot verandering ligt in het versterken van het voorveld. De opgaven van versterken van het pedagogisch klimaat en informele netwerken gaan bij uitstek over ondersteuning aan een groep (in plaats van het individu). Hiermee wordt bijgedragen aan
14
het zo min mogelijk problematiseren en medicaliseren en zoveel mogelijk inzetten op preventie, zorg dichtbij en uitgaan van eigen kracht: hoe we de kracht van gezinnen, scholen en/of sociale netwerken in de buurt kunnen versterken. Dat roept enerzijds de vraag op hoe kinderen, opvoeders, vrienden, etc. ondersteund kunnen worden in hun rol. En anderzijds hoe de zorgprofessional in zijn rol kan worden ondersteund en hoe de verbinding tussen (basis)jeugdhulp met onderwijs, huisartsenzorg, jeugdgezondheidszorg, justitie en buurtwerk (brede sociaal domein) kan worden gelegd. En hoe vorm te geven aan de verbinding tussen de formele en informele netwerken. Specialistische hulp of ondersteuning kan een onderdeel zijn in een levensfase maar moet altijd het doel hebben om inwoners te ondersteunen in het terugkeren naar / versterken van het gewone leven. We hebben het over een fijne jeugd voor ieder kind: je hebt er namelijk maar één! In een sterke samenleving doet iedereen ertoe en kunnen kinderen en jongeren zich op een plezierige en veilige manier ontwikkelen in hun eigen omgeving, met hun eigen mensen, en met professionele hulp als dat nodig is. Aan de hand van een sociale kaart die dat in zich heeft werken we toe naar een inclusieve samenleving door het gewone leven van kinderen, jongeren en gezinnen sterker te maken.
Het gaat dan over onderwerpen die belangrijk zijn voor jonge mensen: gewaardeerd en geliefd zijn, gezond en veilig zijn, erbij horen, samen leren, spelen en ontdekken, plezier maken, wonen, studeren, werken en hobby’s uitoefenen. Inzicht in het veel bredere ‘voorveld’ maakt dat daar ook meer gebruik van gemaakt gaat worden. Dat vergt ook dat we scherpere keuzes moeten maken in hetgeen we nu al doen. Wat zijn de prestaties van onze gesubsidieerde instellingen en wat voor bijdrage leveren ze aan het versterken van het gewone leven? Voordat we extra geld uittrekken, is het eerst zaak te kijken of we nu al de juiste dingen doen en doen we die goed? Er zijn in andere gemeenten veel initiatieven als gerichte vergoeding voor sportverengingen, laagdrempelige bijeenkomsten voor ouders met opvoedvragen, vrijwillige logeergezinnen om ouders te ontlasten wanneer het even tegen zit etc. Kortom inspirerende en al bewezen voorbeelden bij andere gemeenten en regio’s nemen we over.
Hoe gaan we dat doen? Het JGT is (en blijft) een klein team en daarmee kwetsbaar bij (langdurige) ziekte en heeft te weinig tijd voor eigen ambulante begeleiding. Tegelijk heeft het team veel expertise en een goed netwerk met bijvoorbeeld de huisartsen opgebouwd. We blijven als kleine gemeente echter kwetsbaar. Het onderzoek van AEF duidt hierop en op basis van de analyse die nu wordt uitgevoerd en het onderzoek naar de positie van het JGT bij de andere partners in het jeugddomein kijken we naar een robuuste plek voor het JGT waardoor ze hun toegangstaak (triage) ook goed kunnen uitvoeren. Onze eerste voorkeur is dan om de samenwerking op te zoeken. Samen met Baarn willen we onderzoeken of we binnen onze wijkteams SKJ-hulpverleners kunnen aanstellen voor veel voorkomende jeugdhulp, zodat we die niet specialistisch hoeven in te kopen. Het bredere verband van BBS (Baarn, Bunschoten en Soest) werkt voor ca. 95.000 inwoners, door daar meer bij aan te sluiten biedt dat wellicht de mogelijkheid om de meest voorkomende vormen van lichte jeugdhulp door eigen medewerkers te laten doen. We onderzoeken hoe
15
we het JGT kunnen versterken en de kwetsbaarheid kunnen verminderen. Bijvoorbeeld door meer afschalingsmogelijkheden te creëren bij voorliggende voorzieningen (voorveld) en/of een coördinator aan te stellen om de informele steun goed op én in te zetten. In een groter verband of door meer samen te werken kunnen er wellicht meer specialistische functies worden ingevuld, kan er meer uitwisseling van kennis en ervaring worden opgezet, kan men meer elkaars achtervang zijn. Ook vergt de transformatie dat we de sociale kaart scherp hebben vanuit de jongere en de ouder/opvoeder, de problematiek die er speelt en het aanbod wat er in Eemnes of in de omgeving is. Door met onze instellingen goede prestatieafspraken te maken, hebben we dan een sociale kaart zonder blanco gebieden.
Op termijn Op basis van de analyse en de insteek van een goed en op elkaar afgestemd voorveld gaan we de transformatie in Eemnes op de rails zetten. Dat vergt (deels) heroverweging van bestaande werkwijzen en bestaand aanbod. Het vergt investeringen in het voorveld waar er behoefte is aan nieuwe voorzieningen. Het vergt een heldere positionering van ons JGT met goede relaties en vooral werkafspraken met scholen, kinderopvang, huisartsen etc. De doelstelling is om op termijn uit te komen op minimaal het gemiddelde uitgavenniveau voor jeugdzorg in de regio Amersfoort. Waarbij we in 2023 40% van die besparing realiseren. De kosten gaan hier voor de baten uit. Het vraagt eerst om meer capaciteit voor het JGT om de wachtlijstproblematiek echt weg te werken, die blokkeert nu de gewenste doorontwikkeling. Vervolgens is er daarna ruimte voor meer eigen begeleiding en hebben we het voorveld en de informele zorg beter op orde. De analyse geeft ons de handvatten om na twee jaar de eerste besparingen ook te oogsten. Waarbij geldt dat de ‘pech’ gevallen van de enkele dure cliënten ten laste van de risicoreserve WMO komen. De uitgaven in de Regio Amersfoort bedragen volgens de Regiovisie specialistische Jeugdhulp ca. € 72,9 mln. voor bijna 70.000 kinderen tot 18 jaar. Dat is gemiddeld € 1.042 per kind.
Op basis van 1.826 kinderen tot 18 jaar in Eemnes is een jaarlijks budget Jeugdhulp op basis van dat gemiddelde van € 1.901.649 het doel. Tegenover de besparingen staat de noodzakelijke versterking van het voorveld met structureel € 100.000. Belangrijker is evenwel gerichte en heldere afspraken te maken met de diverse uitvoerders die al actief zijn in het voorveld. Een voorzichtige maar haalbare insteek levert op: Jeugdzorg Budget jeugdzorg 2022 - 2025 in programmabegroting Verwachte uitgaven jeugdzorg 2022 - 2025 Stijging budget kosten Jeugdzorg
2022 2.121.421 2.393.827 272.406
2023 2.087.480 2.393.827 306.347
2024 2.087.480 2.393.827 306.347
2025 2.087.480 2.393.827 306.347
voorveld
0 100.000
-197.531 100.000
-493.827 100.000
-493.827 100.000
Effectieve besparing
372.406
208.816
-87.480
-87.480
besparing richting regio gemiddelde
16
RESULTAAT Meerjarenbegroting 2021-2024 Kadernota Ombuigen Spoor 1 Amendementen begroting 2021 Beginstand Kadernota 2022 Kadernota 2022 (incl. meicirculaire en amendementen) Nieuwe mutaties Geraamd resultaat Maatregelen dekkingsplan percentage Resultaat na dekking
2022 1.086.006 -1.164.599 -15.864 -94.457
2023 1.248.318 -1.349.404 -15.864 -116.950
2024 1.274.132 -1.473.547 -15.864 -215.279
2025 1.274.132 -1.473.547 -15.864 -215.279
-301.200
98.081
296.881
123.776
809.154 413.497 -430.095 -104% -16.598
519.074 500.205 -701.940 -140% -201.735
114.789 196.391 -306.825 -156% -110.434
349.463 257.960 -261.598 -101% -3.638
-4.568 -4.824
-15.228 -4.568 -4.824
-15.228 -4.568 -4.824
-43.603 -10.659
-43.603 -10.659
-4.181 -3.091
-4.181 -3.091
PRG 4 Mobiliteit Minnehof en Braadkamp (kruising) Minnehof en Braadkamp (plein) Plantsoen en water Centrumplan Laarderweg Tour de Force PRG 5 Groene leefomgeving Plantsoen en water Pontje PRG 7 RO en Wonen Winstneming GREX
-4.181 -3.091
-750.000
-800.000
PRG 11 Opgroeien in Eemnes Besparing en ingroei Jeugdzorg
372.406
208.816
-87.480
-87.480
Algemene dekkingsmiddelen OZB actualisatie woningbouw OZB actualisatie niet-woningen
-31.935 -20.566
-13.325 -20.466
13.725 -25.466
-32.775 -10.466
-60.300
-121.450
-184.722 140.000
PRG 10 Sport, cultuur en vrije tijd Jeu de boules - beweegpark Padelbanen TV Eemnes
OZB naar regionale tarief niet-woningen AU herverdeling jaarschijf 2025
Het dekkingsplan voorziet in oplossingen die zorgen voor een structureel sluitende begroting in 2024 en 2025. Hierin is de herijking gemeentefonds voor 2023 – 2025 voor het maximale bedrag van € 15 per inwoner per jaar opgenomen. De jaren 2022 en 2023 worden incidenteel gedekt.
17
BIJLAGEN De volgende bijlagen zijn opgenomen als vervanging van de overzichten in de programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025: 1. Overzicht van baten en lasten 2. Investeringsplanning 2022 3. Overzicht structureel en reëel evenwicht
Daarnaast wordt ook inzicht geboden in de ontwikkeling van de reserve kapitaallasten.
18
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Meerjarenbegroting 2022-2025, inclusief mutaties dekkingsplan 2022-2025 (exclusief de septembercirculaire 2021) Omschrijving
Realisatie 2020
Begr. 2021 voor wijz.
Begr. 2021 na wijz.
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Programma:
Saldo
Saldo
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
01. Bestuur van de gemeenschap
983.824
779.453
794.657
-
800.279
800.279
796.296
793.217
793.135
02. Veiligheid
822.184
840.400
851.786
-
872.300
872.300
848.855
856.521
851.832
03. Publiek, Vergunning en Handhaving
469.294
169.941
369.071
-1.018.450
1.294.662
276.212
84.067
-108.928
76.853
04. Mobiliteit
872.280
1.092.526
1.065.010
-40.500
1.093.942
1.053.442
1.137.082
1.254.577
1.256.849
05. Groene leefomgeving
968.487
1.272.072
1.246.782
-25.528
1.143.084
1.117.556
1.213.836
1.216.186
1.220.890
06. Milieu en klimaat
-388.788
-243.713
146.922
-2.599.430
2.378.575
-220.855
-284.224
-352.921
-354.214
07. Ruimtelijke ordening en wonen
-482.958
292.442
255.601
-8.121.035
5.229.317
-2.891.718
-587.144
428.012
461.877
08. Werk en inkomen
1.213.665
1.107.719
1.119.178
-1.370.488
2.580.679
1.210.191
1.187.320
998.195
999.910
09. Sociale Samenhang
2.528.621
2.008.895
2.110.358
-43.000
2.369.506
2.326.506
2.283.904
2.216.416
2.213.466
10. Sport, cultuur en vrije tijd
1.899.735
1.204.988
1.231.683
-688.805
1.990.793
1.301.988
1.195.188
1.189.853
1.189.853
11. Opgroeien in Eemnes
4.082.710
4.152.243
4.092.257
-264.302
5.111.054
4.846.752
4.590.555
4.231.956
4.232.054
Totaal programma's
12.969.054
12.676.966
13.283.305
-14.171.538
24.864.191
10.692.653
12.465.735
12.723.085
12.942.506
Algemene dekkingsmiddelen
-13.919.265
-14.167.587
-14.216.521
-15.482.898
620.822
-14.862.076
-14.855.105
-15.067.446
-15.191.635
3.632.743
3.402.059
2.912.604
-51.502
3.128.539
3.077.037
2.997.556
2.984.887
2.986.762
-
10.000
10.000
-
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
48.693
-
-
-
40.000
40.000
-
-
-
Geraamde saldo van baten en lasten
2.731.225
1.921.438
1.989.388
-29.705.938
28.663.552
-1.042.386
618.187
650.526
747.633
Mutatie reserves
-870.763
-1.251.623
-1.879.783
-1.775.108
2.800.895
1.025.787
-819.922
-760.961
-751.272
Het geraamde resultaat
1.860.462
669.815
109.605
-31.481.045
31.464.447
-16.598
-201.735
-110.434
-3.638
Overhead Onvoorzien Vennootschapsbelasting
19
INVESTERINGSPLANNING 2022-2025, incl. mutaties dekkingsplan Programma / investering
Prog. 2 Veiligheid Brandweerkazerne Segmentdeuren Brandweerkazerne Diverse MJOP Brandweerkazerne Schuifpoort ARBO-eisen Brandweerkazerne (kadernota 2022) Programma 2 Veiligheid Prog. 4 Mobiliteit Centrumplan: Minnehof en Braadkamp: water en groen (kruising) Centrumplan: Minnehof en Braadkamp: water en groen (Braadkamp) Veldweg Reconstructie Wortelopdruk Wortelopdruk Wortelopdruk Wortelopdruk Centrumplan: Plantsoen revitaliseren en waterberging Programma 4 Mobiliteit Prog. 5 Groene leefomgeving: Reconstructie groen 2017 Reconstructie groen 2018 Reconstructie groen 2019 Paardenroutes Kadernota 2020 Speelbeleid 2020 jaarschijf 2022 Speelbeleid 2020 jaarschijf 2023 Speelbeleid 2020 jaarschijf 2024 Speelbeleid 2020 jaarschijf 2025 Schooltuin Brug over de Vaart Programma 5 Groene leefomgeving
Jaar Jaar investering uitvoering
Invest.bedrag
AfToelichting schr.term
2022
2023
2024
2025
2023
2023
53.240
15
3.840
3.840
2023
2023
53.048
15
3.826
3.826
2022
2022
15.216
15
1.097
1.097
1.097
2021
2021
19.500
10
2.059
2.059
2.059
2.059
2.059
3.156
10.822
10.822
141.004
2022
2023
500.000
5
Res.Kap.lst.
2019
2022
150.000
5
Res.Kap.lst.
2021 2022 2023 2024 2022
2023 2022 2023 2024 2025 2022
300.000 50.000 50.000 50.000 50.000 158.400
40 25 25 25 25 5
103.020 103.020
Res.Kap.lst.
1.308.400
0
30.906
30.906
30.906
2.270
9.137 2.270 2.270
9.137 2.270 2.270 2.270
32.637
32.637
32.637
65.813 180.240 182.510
2017 2018 2019 2020
2022 2022 2022 2022
25.000 65.000 105.000 50.000
10 10 10 10
Res.Kap.lst. Res.Kap.lst. Res.Kap.lst. Res.Kap.lst.
2.640 6.863 11.086 5.279
2.640 6.863 11.086 5.279
2.640 6.863 11.086 5.279
2022
2022
131.450
10
Res.Kap.lst.
13.879
13.879
13.879
2023
2023
44.000
10
4.646
4.646
2024
2024
44.550
10
2025
2025
19.250
10
2021 2022
2022 2022
25.000 400.000 909.250
10 10
4.704
Res.Kap.lst. 0
2.640 42.233 84.619
2.640 42.233 89.264
2.640 42.233 93.968
20
Programma / investering Prog. 6 Milieu en Klimaat: Rioolvervanging Rioolvervanging Rioolvervanging Rioolvervanging Plassons drukriool Uitbreiding begraafplaats incl. urnenmuur Herinrichten groen begraafplaats incl. urnenmuur Programma 6 Milieu en klimaat Prog. 7 Ruimtelijke Ordening en Wonen Inpassingsplan Barbeelstr/Noordersingel Klim- en klauterbosvoorziening Jeu de boules – beweegtuin – beachsporten Programma 7 Ruimtelijke Ordening en Wonen TOTAAL INVESTERINGSPLANNING
Jaar Jaar investering uitvoering
2022 2023 2024 2025 2022
Invest.bedrag
AfToelichting schr.term
2023
2024
2025
2022 2023 2024 2025 2022 2022
100.000 100.000 100.000 100.000 65.000 40.000
40 40 40 40 15 40
3.046
3.046 3.046
3.046 3.046 3.046
4.688 1.218
4.688 1.218
4.688 1.218
2022
50.000
10
5.279
5.279
5.279
14.231
17.276
20.322
555.000
2020
2022
2021
0
25.000
t.l.v. toekomstige opbrengsten Opgenomen in GREX de Hilt
2022
2022
150.000
175.000
3.088.654
10
Res.Kap.lst.
0
15.837
15.837
15.837
15.837
15.837
15.837
2.059 183.656 313.440 323.460
21
STRUCTUREEL EN REËEL EVENWICHT In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is de Gemeentewet gewijzigd met de introductie van structureel en reëel evenwicht in de begroting en meerjarenraming. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is ter nadere uitwerking van die wetswijziging aangepast, zodat uw raad en de financieel toezichthouder in staat zijn om vast te stellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting en de meerjarenraming. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De bepaling van het structurele evenwicht verloopt als volgt: +/=
Het totaal van de structurele lasten en baten programma’s en algemene dekkingsmiddelen De structurele verrekeningen met de reserves Geeft het totaal structureel begrotingssaldo en meerjarenraming
De tabel voor de bepaling van het structurele evenwicht is hierna opgenomen. Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo ná dekkingsplan 2022-2025 Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo Structureel evenwicht?
Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 -1.042.386 618.187 650.526 747.634 1.025.787 -819.922 -760.960 -751.271 -16.598 -201.735 -110.434 -3.638 849.077 931.233 -11.829 0 832.479 729.498 -122.263 -3.638 Nee Nee Ja Ja
Analyse t.b.v. provinciaal toezicht Na vaststelling van de programmabegroting 2022 (inclusief het dekkingsplan) door de raad worden alle begrotingsstukken aangeboden aan de provincie in het kader van provinciaal toezicht. Een belangrijke (maar niet enige) criterium om in aanmerking te komen voor repressief toezicht is het aanbieden van een begroting dat structureel en reëel in evenwicht is. In principe moet het begrotingsjaar 2022 in evenwicht zijn. Indien dit niet het geval is, wordt dan gekeken in welk opeenvolgend begrotingsjaar evenwicht wordt behaald. Na het verwerken van de aanvullende maatregelen uit dit dekkingsplan wordt structureel en reëel evenwicht gerealiseerd in 2024. Aanvullend aan bovengenoemde zal de provincie ook kijken naar de structureel en reëel evenwicht van de voorafgaande begroting. In Eemnes is dit de Programmabegroting 2021 (incl. de Kadernota Ombuigen 2021-2024). Daarbij wordt onder andere getoetst of er sprake is van het zogenaamd “Opschuivend sluitend meerjarenperspectief”. In het “Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader” staat dat de toezichthouder uiteraard rekening zal houden met nieuwe feiten die van invloed kunnen zijn op de meerjarenraming.
22
Verwachte oordeel van de provincie m.b.t. opschuivend sluitend meerjarenperspectief Bij de beoordeling van de begroting 2021 viel de gemeente Eemnes onder het repressief toezichtregime, omdat er sprake was van een structureel sluitend begroting vanaf begrotingsjaar 2023. Dit wordt nu met een jaar opgeschoven naar 2024. Er is dus sprake van opschuivend perspectief. Echter, dit wordt onder andere veroorzaakt door nieuwe feiten die Eemnes in haar begroting reeds heeft verwerkt, zoals het herverdeeleffect van de algemene uitkering). Andere Nederlandse gemeenten houden in hun begroting 2022 nog geen rekening met de negatieve herverdeeleffecten. Hiermee wordt dit structureel nadelig effect verschoven naar de volgende raads- en collegeperiode. Herverdeling gem.fds
2022
€ 15 per inwoner m.i.v. 2023 Opgenomen lagere inkomsten
0
2023
2024
2025
140.000
280.000
420.000
140.000
280.000
420.000
Vanuit een gezond financieel beleid wil het huidige college dit niet volledig overlaten aan een nieuw college. Daarom wordt er in dit dekkingsplan al incidentele middelen gereserveerd ter uitvoering van een strategische heroriëntatie. Septembercirculaire Normaal geeft een missionair kabinet de richting aan in de meicirculaire en zijn daarin de grote nieuwe opgaven opgenomen. Doordat we nu een demissionair kabinet hebben is alleen het jaar 2022 beleidsrijk en de overige jaren niet. Voor een goed beeld van het meerjarenperspectief is dit jaar de septembercirculaire dus veel relevanter dan de meicirculaire. Voor een goede inschatting van de ruimte is de septembercirculaire doorgerekend, waarbij we rekening houden met de bouwplannen voor dit jaar en 2022 staan 143 woningen gepland en daarna nog ruim 100 woningen in Zuidpolder. Uitkomsten Zetten we de uitkomsten van de septembercirculaire tegenover het eerder berekende structurele begrotingssaldo, dan leidt dit (inclusief de ingroei herverdeling) tot een saldo dat in 2024 en 2025 weer ruim positief is. Structureel begrotingssaldo Septembercirculaire
832.479
729.498
-122.263
-3.638
-280.749
-126.656
-127.816
-170.542
Structureel begrotingssaldo september
551.730
602.842
-250.079
-174.180
23
Vooruitblik jaarschijf 2026 De algemene uitkering 2026 (incl. stelpost cao-gemeenten) is € 70.727 hoger dan 2025. Hiermee zou het positief begrotingssaldo 2026 (bij ongewijzigd beleid) uitkomen op € 244.907 (= € 174.180 + € 70.727). Ditzelfde resultaat volgt uit de begrotingsstaat 2026. Voorlopige ontwikkeling begrotingssaldo 2026
2026
Meerjarenbegroting 2022-2025
-3.638
Septembercirculaire 2021 (jaarschijf 2026) Herverdeling gemeentefonds 2026 Actualisatie Jeugdgelden (Cie. van Wijzen) Bouwplannen Stijging accres
140.000 -79.069 -56.353 -485.847
Overige mutaties Stelpost CAO-gemeenten
240.000
Begrotingssaldo 2026 o.b.v. ongewijzigd beleid
-244.907
24
ONTWIKKELING RESERVE KAPITAALLASTEN Stand Reserve kapitaallasten Dotaties Reconstructie/quick win A27 (6e begrotingswijz. 2021) Resultaat grondexploitaties Totaal aan dotaties Onttrekkingen Begrote kapitaallasten 2021 Kadernota Ombuigen Onttrekking verst. Alg. Res. e.d. Kapitaallasten Staat C (laatste afschrijving in 2058) Kapitaallasten Investeringsplanning (laatste afschrijving in 2032) Kapitaallasten Centrumplan (zie ook dekkingsplan 2022-2025) Jeu de boules – beweegtuin – beachsporten Brug over de Vaart Kapitaallasten Reconstructie kruispunt afrit A27 oost (72000163) Totaal aan onttrekkingen Overige mutaties Risico-opslag 10% op investeringsplanning Restantbudget toekomstvisie Eemnes Subsidie TV Eemnes Renterisico Totaal aan overige mutaties Stand Reserve Kapitaallasten
1-1-2021
2021 2022
10.499.452
640.000 2.541.705 3.181.705
2021 2021 vanaf 2022 vanaf 2022 vanaf 2023 vanaf 2023 vanaf 2023 vanaf 2023
-611.600 -3.675.000 -5.405.183 -381.658 -832.813 -158.373 -422.328 -779.680 -12.266.635
2021 2022
-179.517 -24.381 -85.000 -1.000.000 -1.288.898
31-12-2058
125.624
25