C Argumentatie en kanttekeningen per beleidsharmonisatie of nieuwe maatregel
Tekst van het document
Argumentatie en kanttekeningen per beleidsharmonisatie of nieuwe maatregel Harmonisaties 1. Leeftijdslabel 65+ en voor jongeren <23 én <28 Senioren De in de regio gehanteerde leeftijdsgrens voor seniorenwoningen varieert. De gemeenten Amersfoort, Bunschoten en Woudenberg hanteren bijvoorbeeld 55+ als label. Baarn kiest voor 65+ en in Eemnes komen beide varianten voor. Argumenten 1.1 Hier stellen we een harmonisatie voor met het oog op de eerlijkheid (gelijke behandeling van de woningzoekenden) en transparantie van het systeem. 1.2 Gekozen is voor 65+ met het oog op het steeds vitaler oud worden van de inwoners van onze gemeenten. Voor de gemiddelde 55+ér is in de huidige tijd een verhuizing naar een seniorenwoning nog geen logische stap. Kanttekeningen 1.3 65+ers zien hun slaagkansen bij seniorenwoningen waarschijnlijk licht verbeteren ten kostte van 55+ers. Ook hebben woningzoekenden die bijna 55 zijn en verwachten binnenkort met voorrang in deze gelabelde complexen terecht te kunnen, dit voordeel straks niet langer. In dit licht worden de slaagkansen en de doorstroming van ouderen gemonitord, en zijn er in diverse gemeenten regelingen die specifiek inzetten op de doorstroming van senioren. In Eemnes is er de wooncoach die senioren informeert over (reageren op) passende huisvesting en ondersteunt bij inschrijving WoningNet.
Vanaf januari 2022 gaat de pilot doorstroommaatregelen van start waarbij tevens wordt ingezet op doorstroming van senioren. Jongeren De door gemeenten gehanteerde leeftijdsgrens voor jongerenwoningen varieert in de regio. De gemeenten Amersfoort hanteert bijvoorbeeld 18 tot 26 jaar, Eemnes gaat uit van jonger dan 23 jaar, Baarn hanteert t/m 27 jaar en Woudenberg t/m 30 jaar. Argumenten 1.4 Hier stellen we een harmonisatie voor met het oog op de eerlijkheid (gelijke behandeling van de woningzoekenden) en transparantie van het systeem. 1.5 Gekozen is voor een systeem waarin de woningcorporaties 23 én 28 jaar kunnen inzetten in het labelen en met voorrang toewijzen van de jongerenwoningen. Dit afhankelijk van de woning die wordt aangeboden. 23 jaar geldt voor de woningen met een prijs onder de kwaliteitskortingsgrens. Dit zodat deze woningen met voorrang naar groep onder de 23 jaar gaan i.v.m. de geldende huurtoeslagregeling. Aan de groep tot 28 jaar kunnen jongerenwoningen met een specifiek jongeren-/ tijdelijk contract met voorrang worden toegewezen. 1.6 De gemeente Eemnes hanteert reeds de leeftijdsgrens van 23 jaar zodat in de Huisvestingsverordening alleen de leeftijdsgrens van 28 jaar hoeft te worden toegevoegd. 2.
Bezettingsnorm: minimaal 2 personen bij minimaal 4 kamers (harmonisatie) Argumenten 2.1 Met het oog op de eerlijkheid (gelijke behandeling van de woningzoekenden) en transparantie van het systeem stellen we ook hier een harmonisatie voor. 2.2 Door een bezettingsnorm te hanteren borgen we de slaagkansen van gezinnen (deze hebben een specifieke woningbehoefte die om grote woningen vraagt) en dragen we bij aan een doelmatige inzet van de woningvoorraad, doordat woning en huishoudgrootte met elkaar in overeenstemming zijn. Pagina 1 van 4
Kanttekening 2.3 Via monitoring wordt het effect van deze harmonisatie bezien, zo nodig volgt bijstelling van beleid. 2.4 De labeling van 5-of meerkamerwoningen zoals deze in de huidige verordening is opgenomen komt te vervallen. Voor dergelijke woningen zal door de woningcorporaties maatwerk worden toegepast. 3. Loting 80-20 (harmonisatie) Argumenten 3.1 In regionaal verband is afgesproken om het lotingmodel in te zetten in de verdeling van een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen. Loting biedt namelijk een kans voor woningzoekenden die nog niet veel inschrijftijd hebben kunnen opbouwen (zoals jongeren of nieuwkomers en spoedzoekers), maar ook niet urgent genoeg zijn om voor een van de andere voorrangs- of urgentieregelingen in aanmerking te komen. 3.2 De meeste gemeenten in de regio hanteren naast inschrijfduur, loting om vrijkomende woningen te verdelen. Er is momenteel wel een grote variatie in de mate waarin loting wordt ingezet. Ook hier willen de gemeenten een lijn trekken met het oog op eerlijkheid en transparantie1. 3.3 Uit de Monitor Woonruimteverdeling Regio Eemvallei blijkt dat Eemnes relatief veel jonge woningzoekenden kent. Van de woningzoekenden in 2020 is 12% jonger dan 23 jaar en heeft 48% een leeftijd tussen de 35 en 44 jaar (zie figuur 1 hieronder). Tegelijkertijd komt deze groep niet of nauwelijks in aanmerking voor een woning.
Hun slaagkansen zijn laag, met 1,2% tegenover ca. 3,7% voor de groepen met een leeftijd boven de 55 jaar (die logischerwijs meer inschrijfduur hebben kunnen opbouwen) (zie figuur 2 hieronder). Loting kan de positie van de jongeren/ starters in Eemnes meer in balans brengen, met de kansen van andere groepen woningzoekenden. Figuur 1 Actief woningzoekenden naar leeftijd 2020 – Eemnes (Bron: Monitor Woonruimteverdeling Regio Eemvallei)
Figuur 2 Slaagkans per leeftijdsklasse 2020 – Eemnes (Bron: Monitor Woonruimteverdeling Regio Eemvallei)
1
De gemeente Bunschoten is hierin een uitzondering. Zij maken geen gebruik van loting.
Pagina 2 van 4
Kanttekeningen 3.4 Loting wordt voor maximaal 20% van de vrijkomende woningen ingezet. De overige 80% van de woningen worden via het aanbodmodel aangeboden (dit exclusief de woningen die via bemiddeling worden toegewezen).
Nieuwe maatregelen 4. Behoud van 75% inschrijfduur (nieuw) Argumenten 4.1 Er is een gezamenlijk belang om te werken aan doorstroming op de woningmarkt. Doorstroming is in het belang van iedereen. Schaarse woningtypen komen zo beschikbaar voor de “juiste” doelgroep en andere groepen komen meer passend te wonen. Hieraan wordt ook gewerkt door te bouwen en middels specifieke doorstroomregelingen, maar er is ook winst te behalen via de woonruimteverdeling. 4.2 Door behoud van een substantieel deel van de inschrijftijd na acceptatie van een nieuwe woning, wordt doorstroming gestimuleerd. De verwachting is dat woningzoekenden sneller nog een keer kunnen verhuizen doordat zij een deel van de inschrijfduur behouden. Het percentage van 75% wordt voorgesteld omdat daardoor een substantieel deel van de inschrijfduur behouden blijft en het verlies van deze inschrijfduur geen argument meer is om niet te verhuizen. Het voorgestelde percentage is gelijk aan het percentage zoals dat wordt gehanteerd in de regio Gooi en Vechtstreek en de Utrechtse gemeenten (U16). Kanttekeningen 4.3 Het invoeren van het behoud van inschrijfduur betekent een systeemwijziging waarbij het niet wenselijk is om deze op korte termijn weer terug te draaien. De aanpassing is niet makkelijk weer ongedaan te maken.
Dit betekent namelijk dat er verschillen ontstaan in de opbouw van de inschrijftijd tussen woningzoekenden die nog wel 75% behoud van hun inschrijftijd hebben gekregen bij het accepteren en woningzoekenden die dat dan niet meer hebben gekregen. Daarnaast moeten we de wijziging de tijd geven om zich te bewijzen. Na een verhuizing duurt het namelijk weer enige tijd voordat men weer toe is aan een nieuwe stap. Pas na enkele jaren zal het effect van de eerste daadwerkelijke verhuizingen met behoud van inschrijfduur zichtbaar worden. Uiteraard worden de ontwikkelingen op dit vlak gemonitord en met enige regelmaat geëvalueerd. 4.4 Het voorstel is relatief ongunstiger voor woningzoekenden met een kortere inschrijftijd. Woningzoekende met een relatief korte inschrijftijd hebben met deze aanpassing relatief minder voordeel dan woningzoekende met een langere inschrijftijd. Om tegemoet te komen aan woningzoekenden met een kortere inschrijftijd zijn tegelijkertijd met deze aanpassing afspraken ontwikkeld om het lotingsmodel beter te benutten en lokaal in te zetten op een streefpercentage van 20% (zie ook onder 3). 5.
Regionale uitstroom na een tijdelijk verblijf (jeugdzorg, maatschappelijke opvang, begeleid of beschermd wonen) (nieuw) Amersfoort is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de maatschappelijke opvang (MO) en tot 2023 voor voorzieningen voor beschermd wonen (BW) en Jeugdzorg in de regio Amersfoort. Het gaat onder meer om voorzieningen voor opvang van dak- en thuislozen en beschermd wonen. Jaarlijks doen inwoners van de regiogemeenten een beroep op voorzieningen voor MO, BW en Jeugdzorg. De regiogemeenten hebben afgesproken dat deze cliënten weer teruggaan naar de gemeente van herkomst; de uitstroom. Om dit proces te vergemakkelijken is afgesproken dat deze groep een voorrangspositie in het woonruimteverdeelsysteem krijgt. Argumenten 5.1 Iedere gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van zijn eigen inwoners, ook als deze vanwege zorg of opvang tijdelijk elders in de regio hebben gewoond. Dit in overeenstemming met de Pagina 3 van 4
uitgangspunten uit de regiovisies BW, MO en Jeugd. Hierin is afgesproken dat elke gemeente verantwoordelijk is en blijft voor de eigen inwoners. 5.2 De huisvesting van personen zonder vaste woon- of verblijfplaats die na tijdelijk verblijf zelfstandig gaan wonen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regiogemeenten waarbij gestreefd wordt naar een eerlijke verdeling tussen de gemeenten. Kanttekeningen 5.3 De beschikbaarheid van woningaanbod is in de meeste gemeenten een knelpunt, desondanks is de uitstroommogelijkheid van deze groep woningzoekenden belangrijk. Via de woonruimteverdeling verdelen we de schaarste zo eerlijk als mogelijk is, in de tussentijd werken we aan meer structurele oplossingen voor schaarste. 5.4 Het is aan de gemeente zelf hoe zij de huisvesting realiseren (via urgentie of directe bemiddeling bv.) met als voorwaarde dat de gemeenten streven naar huisvesting binnen 6 maanden vanaf het moment van toekenning van de urgentie. 6. Inzet experimenteerartikel ten behoeve van spoedzoekers (nieuw) Regionaal is afgesproken om in de woningtoewijzing ruimte te geven voor de toewijzing van woningen aan spoedzoekers in bijzondere woonvormen, door gebruik te maken van het een experimenteerartikel in de Huisvestingsverordening Eemnes 2019.
Het gaat dan vooral om de wens om te kunnen experimenteren met andere vormen van toewijzing dan die op dit moment in de regio gebruikelijk zijn mogelijk te maken. Dit gekoppeld aan specifieke, bijzondere woonvormen of initiatieven hiertoe. In de Huisvestingsverordening Eemnes 2019 is reeds in artikel 22 een dergelijk experimenteerartikel opgenomen, zodat er geen wijziging hoeft plaats te vinden. Argumenten 6.1 Vanuit de constatering dat de groep spoedzoekers – en het type woning waarmee ze geholpen kunnen worden – veel te divers om dit te kunnen afdekken in een specifieke regeling in een huisvestingsverordening is gekozen voor de inzet van het experimenteerartikel uit de Huisvestingsverordening. Zo kan– zonder open eindjes – ruimte gegeven voor initiatieven op dit terrein. 6.2 Aanvullend hierop is de regionale afspraak gemaakt om de resultaten van de ‘experimenten’ die op dit vlak worden uitgevoerd regionaal te delen. Afhankelijk van de uitkomsten kan de doelgroep en de manier van verdelen van de woningen op een later moment dan een structurele plaats krijgen in de lokale/ regionale woningtoewijzing. Op dat moment moet de gemeentelijke Huisvestingsverordening opnieuw aangepast worden. Wanneer deze situatie zich voordoet zal een nieuw wijzigingsvoorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Pagina 4 van 4