Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9 Regels
Tekst van het document
37
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
a. b. c. d. e.
andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; andere werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen tot een oppervlakte van 50 m², behoudens binnen de bestemming Bos.
38
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Artikel 10 10.1
Algemene bouwregels
Onderkeldering/ondergrondse bebouwing
Onderkeldering / ondergrondse bebouwing is uitsluitend toegestaan onder bovengrondse bebouwing en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen. 10.2
Bestaande bebouwing
Indien de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan afwijkt van het bepaalde in het plan, dan is de bestaande maatvoering maatgevend, mits deze maatvoering op een legale wijze tot stand is gekomen. 10.3 a.
b.
10.4
Bestaande maatvoering Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouw-/omgevingsvergunning, en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande maten afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, gelden ter plaatse van de afwijking die afwijkende maten als bepalingen voor de maatvoering, met dien verstande dat: 1. bestaande maten die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; 3. de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van hetgeen in Hoofdstuk 2 is bepaald mogen niet worden vergroot of verhoogd; 4. ingeval van herbouw dit lid onder a en b uitsluitend van toepassing is, indien de herbouw op dezelfde locatie plaatsvindt; 5. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, het Hoofdstuk 2 niet van toepassing is.
Het bepaalde onder sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar die gebouwd zijn zonder of in afwijking van een vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Zwembaden en jacuzzi's
Onoverdekte zwembaden en jacuzzi's zijn toegestaan binnen de bestemmingen Agrarisch - 2 , en Wonen. Voor het bouwen van onoverdekte zwembaden en jacuzzi's gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.
per bouwperceel is één onoverdekt zwembad of jacuzzi toegestaan; binnen de bestemming 'Agrarisch - 2' mag een onoverdekt zwembad of jacuzzi uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 m; de oppervlakte van een onoverdekt zwembad of jacuzzi bedraagt ten hoogste 15% van het perceel met een maximum van 50 m²; een onoverdekt zwembad mag niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld uitsteken; een jacuzzi, met inbegrip van afdekking, mag niet meer dan 1,5 m boven het maaiveld uitsteken; de afstand tussen het onoverdekte zwembad of de jacuzzi en het hoofdgebouw ten minste 2,5 m bedraagt; een onoverdekt zwembad of jacuzzi wordt gebouwd achter de achtergevellijn.
39
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
40
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Artikel 11 11.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Als een verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval beschouwd: a. b. c. d. e. f.
het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting; het gebruik van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van zelfstandige bewoning; het in enigerlei vorm buiten de bedrijfsgebouwen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen van welke soort dan ook, anders dan bedoeld in lid 3.1 het gebruik van gebouwen ten behoeve van een binnenbak; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines en zendmasten/antennemasten; staanplaats voor onderkomens.
11.2
Uitzonderingen
Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift een omgevingsvergunning is verleend. 11.3
Afwijken bij een omgevingsvergunning
11.3.1
Caravanstalling
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1 voor stalling van caravans in (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfsgebouwen. 11.3.2
Opslag
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1 voor opslag en bewaring van producten en goederen die verband houden met bedrijfsactiviteiten die ingevolge Hoofdstuk 2 toelaatbaar zijn, in (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfsgebouwen. 11.3.3
Meest doelmatige gebruik
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1 indien strikte toepassing van deze bepalingen leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
41
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
42
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a.
b.
c. d. e.
f.
g.
de bestemmingsregels en toestaan dat wordt afgeweken van bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen en andere terreinen voor zover zulks bij de definitieve uitmeting in het terrein noodzakelijk blijkt voor een goede uitvoering van het plan; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels en toestaan dat bouwhoogten en oppervlakten met maximaal 5% mogen worden overschreden, indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de verkeersveiligheid wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. gebouwtjes niet worden bewoond: 2. de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³; 3.
de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. ingangspartijen; 4. balkons en erkers.
mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt; h.
het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen zoals luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, dit tot een maximum van 2 m.
43
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
44
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Artikel 13 13.1
Algemene wijzigingsregels
Wijze van afwegen en toe te passen afwegingscriteria
Algemene criteria Voor elke wijziging geldt in zijn algemeenheid dat in de afweging in ieder geval de agrarische, landschappelijke, verkeerstechnische en milieuhygiënische belangen, alsmede de luchtkwaliteit worden betrokken. Met het oog daarop worden in elk geval de volgende criteria in acht genomen: a. b. c.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de verkeersveiligheid; de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de verkeersintensiteiten op de bestaande wegenstructuur; d. de functiewijziging mag niet leiden tot een aantasting van het landschappelijk karakter van het gebied; e. er dient op eigen terrein voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd, in relatie tot de te verwachten parkeerbehoefte met dien verstande dat bij kleinschalige gebruiksmogelijkheden bij (voormalige) agrarische bedrijven en woningen en nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven het aantal parkeerplaatsen niet meer dan 10 mag bedragen; f. een functiewijziging mag niet eerder plaatsvinden dan nadat uit een bodemonderzoek is gebleken dat daartegen geen bezwaar bestaat; g. een functiewijziging met de daarbij behorende bebouwing en inrichting dient inpasbaar te zijn in de landschapsstructuur; waar mogelijk zal door het stellen van voorwaarden een versterking van de landschapsstructuur worden nagestreefd; als voorwaarde zal in ieder geval geëist worden dat geen buitenopslag plaatsvindt; h. een functiewijziging met de daarbij behorende bebouwing en inrichting mag niet leiden tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden; i. de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de hinder op nabijgelegen hindergevoelige functies; j.
bij een functiewijziging dienen de wettelijke bepalingen inzake externe veiligheid in acht te worden genomen; k. bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden worden de bij of krachtens de Wet geluidhinder gestelde bepalingen in acht genomen; l. bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, waaronder in elk geval begrepen het bepaalde in de Wet natuurbescherming, in acht te worden genomen. Middels een 'nee-tenzij' onderzoek dient te worden aangetoond dat de ontwikkelingen niet leiden tot een significante aantasting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). m. bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden dient een watertoets te worden verricht. 13.2
Omschakeling 'Agrarisch - 2' naar 'Natuur'
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan, de gronden welke zijn bestemd als 'Agrarisch - 2', wijzigen ten behoeve van 'Natuur', onder de voorwaarde dat de desbetreffende gronden specifiek zijn verworven voor de realisering van de natuur- en landschapsfunctie.
45
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
46
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
14.2
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 14.1 verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 14.1 met maximaal 10%. 14.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 38.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 14.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
47
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
48
Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitenrand 2012, partiële herziening Rijksweg 7 en 9.
49