CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Wijzigingen verordening 2024 tov verordening Jeugdhulp Eemnes 2019

Commissie BSM 22 januari 2024, gemeente eemnesBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp gemeente Eemnes 20242.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5 Toelichting op wijzigingen in de Verordening Jeugdhulp Eemnes 2024 tov Verordening Jeugdhulp Eemnes 2019 Artikel 1 Begrippen De begrippenlijst is aangevuld met een aantal begrippen. De begrippen zijn nagelopen en waar het afweek van de verordening van Schulinck is het op lijn gebracht. Regionaal gebruiken we zo dezelfde definities. Begrip budgethouder In de praktijk worden de begrippen budgethouder en budgetbeheerder als synoniemen van elkaar worden gebruikt (dat is onjuist). Het is daarom aan te raden om voor de duidelijkheid dit begrip op te nemen in de begripsbepalingen. Begrip gebruikelijke hulp Aangevuld dat ook van andere verzorgers/opvoeders gebruikelijke hulp verwacht kan worden. Onder andere verzorgers/opvoeders kunnen ook pleegouders vallen. Plan van aanpak/onderzoeksverslag In de huidige verordening wordt gesproken over een plan van aanplak. Het plan van aanpak is binnen de Jeugdwet een plan dat ziet op de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering (zie artikel 1.1 Jeugdwet). Omdat in de verordening op een ander plan gedoeld wordt, is er voor gekozen een andere term te gebruiken, namelijk onderzoeksverslag. Onderzoeksverslag is opgenomen in de begrippenlijst. Hoofdstuk 2 Algemene- en andere voorzieningen Artikel 2 Vormen van Jeugdhulp is gewijzigd in het hoofdstuk Algemene en andere voorzieningen.

Met als reden dat in Artikel 4.2 bij het onderzoek lid 6 d en e de inzet van een algemene en andere voorziening wordt onderzocht alvorens de mogelijkheid te onderzoeken een individuele voorziening in te zetten. Hoofdstuk 3 individuele voorzieningen Artikel 3.1 Individuele voorziening viel eerder artikel 2 Vormen van Jeugdhulp. Dit is nu een apart hoofdstuk geworden. Door de nieuwe aanbesteding in de regio Amersfoort is de indeling in percelen veranderd. Hetzelfde aanbod is nog steeds beschikbaar. Deze staan in de nadere regels verder uitgeschreven. artikel 2 lid 2 uit verordening 2019 is vervallen. Met de nieuwe aanbesteding wordt een plan op maat gemaakt en niet meer gewerkt vanuit verschillende producten. Hiermee wordt de administratieve last voor de jeugdhulpaanbieder beperkt. als artikel 2.4 uit de verordening jeugdhulp 2019 is ondergebracht bij criteria individuele voorzieningen Hoofdstuk 4 Toegang tot Jeugdhulp was eerder Hoofdstuk 3 Artikel 4 Bepalingen 3.1 lid 3 en 4 in de verordening 2019 staan ook in de Jeugdwet. Een “herhaalde” regel uit hogere regelgeving is onverbindend. Na juridisch advies zijn dubbele bepalingen uit de verordening gehaald.

Toelichting op het begrip ouder in de verordening. In de jeugdwet staat de begripsbepaling ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder; Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. De wet regelt dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist (art. 2.6, eerste lid, onder e van de wet). In de verordening hoeven geen regels te worden vastgesteld over de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of Veilig Thuis. De gecertificeerde instelling bepaalt zelfstandig dat jeugdhulp nodig is (art. 3.5, eerste lid, van de wet). Wel staat in de toelichting van de verordening dat de toeleiding naar jeugdhulp kan op de volgende manieren plaatsvinden: na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, via de gemeente, via de gecertificeerde instellingen, rechter, Openbaar Ministerie of justitiële jeugdinrichting en via Veilig Thuis Ook wordt de toegang tot jeugdhulp via deze verwijzers verder toegelicht. Artikel 3.1. lid 2 is overgenomen in artikel 4.2 want hieraan toegevoegd is: als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De processtappen van melding hulpvraag en vooronderzoek zijn opgenomen in de nadere regels.

Aanvraag artikel 3.5 lid 1,3,4 (verordening 2019) is opgenomen in artikel 4.1 toegang en 3.5 lid 2 is opgenomen in artikel 4.3 lid 1 criteria individuele voorziening en 3.5 lid 5 is opgenomen in 4.2 lid 6 d. 4.2 Onderzoek alle stappen waar het onderzoek aan moet voldoen zijn concreter uitgewerkt, dit is naar aanleiding van de hervormingsagenda en we zijn in de regio mogelijkheden gaan verkennen om binnen de huidige jeugdwet de reikwijdte in te perken. Bij onderzoek artikel 4.2 lid 13 is opgenomen dat het onderzoeksverslag met daarin de vastgelegde afspraken na afronding wordt ondertekend door ouder(s) en consulent. In de beschikking wordt verwezen naar de gemaakte afspraken in het onderzoeksverslag. Door beide handtekeningen en die van de jeugdige vanaf 12 jaar in het plan op te nemen, is duidelijk dat iedereen instemt met de gemaakte afspraken. In de toelichting van deze verordening is het proces en werkwijze door het JGT verder beschreven. 4.3 criteria individuele voorziening. In lid 3 zijn aanvullende regels gesteld om beschikken met terugwerkende kracht aan criteria te verbinden en te beperken tot 3 maanden voor de aanvraag. Artikel 4.1 lid 1 Algemeen (PGB) uit verordening 2019 is opgenomen in artikel 4.3 lid 3 criteria individuele voorziening. Daaraan is toegevoegd lid 4 met periode kosten voor jeugdhulp voorafgaand aan aanvraag te beperken tot 3 maanden.

4.4 Besluit – dit artikel is in de regio aangepast naar aanmelden bij een jeugdhulpaanbieder binnen 3 maanden – De verordening jeugdhulp 2019 kent alleen voor het pgb een termijn waarbinnen het besteed moet zijn. Bij toekenning in ZIN is geen termijn opgenomen. Voorstel daarom om ook voor ZIN te regelen dat jeugdigen/ouders zich op tijd bij de aanbieder moeten melden om de hulp van start te laten gaan. De termijn is verkort naar 3 maanden. 4.5 Beschikking

Aanvankelijk was de bedoeling om beschikkingsarm te gaan werken om de administratieve druk bij het JGT te verlichten. Er zou dan alleen een beschikking worden verstrekt op verzoek, bij een pgb en bij een afwijzing. Het artikel in binnenlandsbestuur heeft in deze regio anders doen besluiten: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/beschikkingsvrij-werken-jeugdzorg-strijd-met-wet Op grond van de Awb heeft iedere burger recht op een beschikking bij elk besluit van de gemeente. Het belang van afgeven van een beschikking ligt ook in de rechtsbescherming die het de cliënt biedt. Het is ter bescherming van de burger dat een besluit na zorgvuldig onderzoek wordt gegeven waarbij een goede motivatie van groot belang is (artikel 3:2 en 3:46 Awb). Het moet voor een burger duidelijk zijn dát een besluit is genomen en dat hij hiertegen eventueel bezwaar kan maken en in beroep kan gaan. Artikel 4.5 Inhoud beschikking – dat in een beschikking de bezwaarprocedure moet worden opgenomen is al bepaald in de awb en is om die reden uit deze verordening weggelaten. Hoofdstuk 5 persoonsgebonden budget Artikel 5.2 lid 1 is hetzelfde als 4.2 lid 1 Artikel 5.2 lid 2 d het woord formeel is toegevoegd aan pleegzorg. Bij formele pleegzorg is er een verleningsbeschikking voor pleegzorg afgegeven en krijgen pleegouders begeleiding (of inzet jeugdhulp) en een pleegzorgvergoeding van de pleegzorgaanbieder.

Dit staat beschreven in de jeugdwet. Dit staat in de toelichting ook verder uitgelegd. Artikel 4.5 b,c,d,e voorwaarden en artikel 4.3 lid 7 berekening is overgenomen in Artikel 5.3 aanvullende criteria pgb. Toegevoegd aan artikel 5.3 zijn lid 4,5,6 (+ nadere regel 5.3 lid 6) en lid 7 en 8. In de toelichting staat artikel 5.3 lid 8 verder uitgelegd, dit is een regionale afspraak. Artikel 5.4 Onderscheid formeel en informeel In verordening 2019 wordt niet op de juiste manier onderscheid gemaakt in de hoogte van de pgbtarieven. Zo volgt niet uit de verordening wat verstaan wordt onder een ‘professionele instelling’. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt wanneer iemand werkzaam is als ‘zelfstandig ondernemer’. Daarom is in de nieuwe verordening een apart artikel opgenomen waarmee duidelijk wordt vastgelegd hoe onderscheid gemaakt wordt. Hierbij wordt de term formeel en informeel gebruikt. Artikel 5.5 lid 2 maakt onderscheid in tarief tussen hulpverlener werkend bij een instelling en zzp. Aanpassing van het pgb tarief 5.5 lid 2a de hoogte van tarief van hulpverlener bij een instelling is 100% net als in verordening jeugdhulp 2019. Er was geen draagvlak in de raad dit naar 90% te brengen. Wel wordt nu voorgesteld het ZZP tarief aan te passen naar 75%: Artikel 5.4 is aangepast. Artikel 4.3 (2019) lid 3 is 5.5 lid 2a toegevoegd is 5.5 lid 2b.

In de huidige verordening 2019 ontvangen zzp-ers het 100% van ZIN. Gezien de stijging van inzet pgb in de nieuwe regeling wordt voorgesteld conform de regionale afspraak nu wel het 75% tarief voor zzp te hanteren. Met de opstart van de nieuwe jeugdhulpaanbieder MetMaya die specialistische jeugdhulp aanbied vanuit lokale gebiedsteams, stimuleren wij alle aanbieders inclusief zzp om onderdeel te worden van de nieuwe contractpartner. Om betere samenwerking met inwoners en hun eigen netwerk te realiseren, dichtbij de inwoners om wie het gaat. MetMaya gaat deze gebiedsteams uitbreiden. Hulp wordt zoveel mogelijk in de omgeving van het kind, de jongeren en/of het gezin geboden: thuis, op school, bij de kinderopvang, in de wijk of bijvoorbeeld online. Er werken 15 tot 20 hulpverleners in een gebiedsteam. Werken vanuit gebiedsteams zorgt voor kortere lijnen met het welzijnswerk, de

lokale (wijk)teams en andere samenwerkingspartners, zoals onderwijs, huisartsen, GGD en Samen Veilig Midden Nederland. Voor jeugdhulpverleners biedt dit voordelen: onderlinge afstemming wordt makkelijker waardoor wij nog beter 1 gezin 1 plan kunnen vormgeven. Voor iedereen (keuzevrijheid) Ook al is er nog maar één contractpartner voor alle specialistische jeugdhulp in de regio, MetMaya beschikt straks over een verscheidenheid aan specialistische hulpverleners met verschillende (o.a. culturele en religieuze) achtergronden en eigen expertises. Ook gebiedsteams kunnen daarop worden samengesteld. Zo is er voor cliënten altijd passende hulp en een passende hulpverlener. Cliënten kunnen hun eigen wensen aangeven passend bij hun hulpvraag. Dit is onderdeel van de intake. Gemeenten mogen de hoogte van het pgb op de kostprijs van de maatwerkvoorziening maximeren, mits cliënt met het pgb in staat is om de benodigde zorg die voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen in te kopen. Het college moet altijd onderzoeken of het toegekende pgb toereikend is om de resultaten zoals genoemd in artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet te bereiken.

De door het college gehanteerde bekostigingssystematiek mag er niet toe leiden dat de keuzevrijheid op een onaanvaardbare wijze wordt ingeperkt doordat enkel sprake is van voldoende compensatie als gebruik wordt gemaakt van de door het college geselecteerde zorgaanbieders. Het college moet daarom altijd onderzoeken of de jeugdhulp die in de specifieke situatie passend en kwalitatief verantwoord is met het gehanteerde tarief kan worden ingekocht. 5.5 lid 3 Is toegevoegd hierdoor wordt het in deze verordening mogelijk wanneer het vastgestelde pgb voor ZZP in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp te kunnen inkopen, om het tarief zodanig aan te passen dat de hulp hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. Dit is conform de verordening van Amersfoort. 5.5 lid 2c is aangepast op basis van uitspraak CrvB over tarief sociaal netwerk. Het gaat hierbij om het tarief voor zorgverleners uit het sociaal netwerk, zoals een partner, familie of vrienden. Hiervoor stond een uurtarief gelijk aan het minimumloon.

De Raad stelt dat de hoogte van het pgb-uurtarief moet worden vastgesteld aan de hand van de CAO’s die geldt voor Individuele begeleiding: het uurloon wordt gekoppeld aan het hoogste periodieke loon volgens de Functie Waardering Gezondheidszorg 30 (FWG 30) van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), ook inclusief vakantietoeslag en verlofuren. Schaal FWG 30 heeft okt 2023 een uurloon van € 18,78 per uur. + 8,33 % eindejaarsuitkering en 8 % vakantiegeld. 5.5 lid 5 is aangepast de modelovereenkomst voor informele hulp is vervallen en er is een nieuwe zorgovereenkomst bij de SVB. De symbolische tegemoetkoming van maximaal 141,- voor personen die vanuit sociale relatie informele hulp is vervallen, vanwege de aanpassing op het tarief aan sociaal netwerk. 5.5 lid 6 indien een kind overlijd. Als een ouder een ziek kind heeft verzorgd en daarvoor een pgb ontving – dan wordt dat niet als arbeidsrelatie gezien omdat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Dat maakt dat iemand geen recht heeft op UWV uitkeringen. Daar zijn kamervragen over gesteld, zie kamerbrief van 12 sept 2023 pgb zorgverleners zonder sociaal vangnet. Wat er nu in de verordening staat is dat een ouder een eenmalige uitkering ter hoogte van 1 arbeidsmaand ontvangt. In de nadere regels van de nieuwe verordening is de periodiek van deze uitbetaling op de wetswijziging verhoogd naar 3 maanden.

In de toelichting is dit verder uitgelegd. Artikel 5.6 is conform artikel 4.4 (2019) in de nieuwe beleidsregels wordt het werkproces verder beschreven. artikel 4.6 verordening jeugdhulp 2019 is onder gebracht in artikel 5.6 kwaliteitseisen lid 2

Artikel 5.2 Vertrouwenspersoon uit verordening 2019 is weggelaten: 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen, ouders en pleegouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Toelichting: Het is geen verplichting meer voor de gemeente om een vertrouwenspersoon beschikbaar te stellen. Per 1-1-2018 is dat een verantwoordelijkheid van de Minister van VWS (zie artikel 1a.1 Jeugdwet). Daarom het voorstel om het huidige artikel 5.2 lid 1 uit de verordening te laten. Wel is het nog verplicht om ouders te wijzen op de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon (dat volgt uit artikel 2.5 lid 1 Jeugdwet en is dus ook weggelaten in de verordening). Artikel 5.6 lid 2g is toegevoegd, de niet professionele ondersteuning moet voldoen aan kwaliteitseisen om verantwoorde en kwalitatieve hulp te bieden. Hierin miste het beschikken over een Verklaring omtrent gedrag (VOG) dat is nu toegevoegd. Hoofdstuk 6 afstemming met andere voorzieningen De adviesraad sociaal domein heeft geadviseerd aandacht te besteden aan een soepele overgang naar andere voorzieningen bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd.

Artikel 6.1 besteed aan deze overgangsfase aandacht aan de afstemming met andere voorzieningen, contact met huisarts en continuïteit van zorg en huisvestingsvraag. (zie toelichting) Het artikel is grotendeels overgenomen uit de verordening jeugdhulp van Amsterdam. Daardoor is niet alleen de overgang naar volwassenheid opgenomen maar ook de afstemming met andere voorzieningen: ondersteunen van ouders bij CIZ aanvraag WLZ Artikel 6.3 Vast contactpersoon JGT en afstemming met voorzieningen kinderopvang, onderwijs en leerplicht. In de toelichting is de rol van de brugfunctionaris JGT beschreven. Artikel 6.4 Afstemming met maatschappelijke zaken vanwege de wmo en vragen rond bestaanszekerheid en kind regelingen is opgenomen. Artikel 6.5 afstemming wonen om de afstemming tussen JGT en afdeling wonen, in geval van huisvestingsvraag, goed te laten verlopen en ouders ook hierin goed te ondersteunen. Hoofdstuk 7: nieuwe feiten en omstandigheden Beëindigen pgb De wet kent enkele gronden voor het beëindigen van een pgb. Omdat de wet hierover regels stelt, mogen deze niet aangevuld worden via het gemeentelijk beleid. De grondslag om dat te doen ontbreekt. Daarom is het artikel 6.1 Opschorting en beëindiging weggelaten en is aangesloten bij het nieuwe artikel 7.1 Herziening, intrekking en terugvordering .

Terugvorderen Het huidige artikel 6.3 is geschrapt en toegevoegd aan het nieuwe artikel 7.1 (lid 3). 7.2 fraudepreventie en controle

Gemeente Amersfoort heeft opgenomen dat het college een toezichthouder aanwijst die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder wordt begrepen de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en (onterecht) niet-gebruik van deze wet. Dit artikel is in de verordening jeugdhulp van Eemnes niet overgenomen. Amersfoort controleert de aanbieders die gecontracteerd zijn binnen ZIN en informeert de regiogemeenten van onrechtmatigheden zodat deze kunnen handelen mocht dat nodig zijn. Wel is het artikel 7.2 lid 3 toegevoegd mocht Eemnes nadere regels willen vaststellen over de uitvoering van fraudepreventie en controle. Hoofdstuk 8 Overige bepaling Artikel 8.1 Klachten is zover als mogelijk eenvoudiger en duidelijker opgeschreven. Artikel 8.2 Betrekken inwoners bij beleid. Op basis van advies van de adviesraad is dit artikel verder uitgewerkt. Artikel 8.3 Toepassen subsidieverordening Amersfoort – dit heeet te maken met o.a. de subsidie aan Samen Veilig Midden Nederland (SVMN) die we in de regio met elkaar vormgeven. Hoofdstuk 9 Slotbepaling In deze verordening is gekozen om nadere regels bij verschillende artikelen te stellen. Hiermee vervalt artikel 8.1 van de huidige verordening. Artikel 8.3 uit de huidige verordening over te indexeren bedragen is vervallen. Het bedrag van 141,- is immers vervallen in de nieuwe verordening.

Gebruikelijke hulp, de tekst is aangepast naar nieuwe inzichten, meer maatwerk bij gebruikelijke hulp, situatie verschilt per gezin en kind. artikelsgewijze toelichting is bijna geheel aangepast. Niet bij alle artikelen is een toelichting geschreven, soms spreekt een artikel voor zichzelf. Werkwijze JGT voor onderzoek en samenwerking inzet algemene en andere voorzieningen is verder uitgeschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13726219/1