CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Tekst APV 2025 Eemnes (zonder markeringen)

Gemeenteraad 30 juni 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 202515.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of

f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2.80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw, gedeelte van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw, gedeelte van dat gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw, gedeelte van een gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15.

In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

Afdeling 1 Algemene bepalingen Artikel 3.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: • beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding en beheer uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf; • bezoeker: degene die aanwezig is in een overige seksinrichting als bedoeld in dit artikel, met uitzondering van: • de exploitant; • de beheerder: • de protitué(e); • het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; • toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.1a; • andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

• escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; • exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert; • prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; • prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; • seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke of besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zijn bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. In deze verordening worden twee categorieën onderscheiden: de categorie woning van een thuiswerker en de categorie

overige seksinrichtingen. Onder overige seksinrichtingen wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen erotisch-massagelsalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; • sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; • thuiswerker: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig werkt, seksuele handelingen verricht in de eigen woning.

Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 3.3 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een seksinrichting of een escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. In de (aanvraag om) vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. door welke natuurlijke of rechtsperso(o)n(en) de seksinrichting of het escortbedrijf zal worden geëxploiteerd; b. door welke perso(o)n(en) de seksinrichting, of het escortbedrijf zal worden beheerd; c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; d. de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van een situatietekening met een schaal van ten minste 1:1 000;

e. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; f. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting; in geval van thuiswerk: het bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister op het bewuste adres; g. een plattegrond 1 op 100 waarop de werkruimten zijn aangegeven. 3. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. De vergunning is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3.4 Gedragseisen exploitant en beheerder 1. De exploitant –indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke personen- en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant –indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon- en de beheerder niet: a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht

een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. § bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; ii. ii. § de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417, 417 bis, 426 of 429 quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; iii. § de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6j, artikel 8j of artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; iv. § de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; v. § de artikelen 2 en 3 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; vi. § de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a.

vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

b. bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant –indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon- is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.3 is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3.5 Sluitingsuur 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 18.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 10.00 en 16.00 uur. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijke seksinrichting afwijkende sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste lid of het tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.6 gesloten dient te zijn. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Artikel 3.6 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 3.12 tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.5 eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting (tijdelijk) de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3.7 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de inrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3.8 Raam- en straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostitué(e) de aandacht van passanten op zich te vestigen. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk (in een bepaalde richting) te verwijderen.

Artikel 3.9 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college van burgemeester en wethouders in het belang van

de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

Artikel 3.10 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch/pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. als het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Afdeling 3 Beslissingstermijn en weigeringsgronden; Nadere regels Artikel 3.11 Beslissingstermijn 1. In afwijking van artikel 1.2 neemt het bevoegde bestuursorgaan het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de volledige aanvraag ontvangen is. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3.12 Weigeringsgronden

1. De vergunning bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.4 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan; of c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 2. De vergunning bedoeld in artikel 3.3, eerste lid kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee; of g. als niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels als bedoeld in artikel 3.13. 3. De vergunning als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c. in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. in het belang van de veiligheid van personen of goederen; e.

in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;

f. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid; g. in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e); h. als niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels als bedoeld in artikel 3.13.

Artikel 3.13 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.12 genoemde belangen kan het college van burgemeester en wethouders over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de exploitant als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, onder a, de exploitatie van de seksinrichting feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

Artikel 3.15 Wijziging beheer 1. Als een beheerder als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, onder b, het beheer in de seksinrichting feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.12, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.16 Vervallen vergunning Behoudens het bepaalde in artikel 3.15 vervalt de vergunning als:

a. er een jaar feitelijk geen gebruik is gemaakt van de vergunning; b. er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de exploitant; c. er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting heeft plaatsgevonden; d. de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4.1 Definities (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten (Vervallen)

Artikel 4.5 Onversterkte muziek (Vervallen)

Artikel 4.6 Geluidhinder (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.6A Geluidhinder door dieren

(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.6B Overige geluidhinder (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Afdeling 2 Bodem-, weg en milieuverontreiniging Artikel 4.7 Straatvegen (Vervallen)

Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.9A Oplaten van ballonnen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Afdeling 3A Het bewaren van houtopstanden Artikel 4.10 Definities (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.12 Herplant-/instandhoudingsplicht

(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.13 (Vervallen)

Artikel 4.14 (Vervallen)

Artikel 4.15 (Vervallen)

Artikel 4.16 (Vervallen)

Artikel 4.17 (Vervallen)

Artikel 4.18 Bestrijding van boomziekten (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.19 Afstandsgrenzen van bomen, heesters en heggen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Afdeling 4 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke Artikel 4.20 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.21 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [Gereserveerd]

Artikel 4.22 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.23 Vergunningsplicht lichtreclame [Gereserveerd]

Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4.24 Definitie (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.25 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 4.26 Aanwijzing kampeerplaatsen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5.1 Begripsbepalingen (Vervallen)

Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.4 Defecte voertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.5 Voertuigwrakken (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.10A Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan* (Vervallen)

Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Afdeling 2 Collecteren Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die in besloten kring wordt gehouden. 4. Het verbod geldt niet voor collectes die op het collecterooster van het Centraal Bureau voor de Fondsenwerving staan. 5. Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen of wervingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 3 Venten Artikel 5.14 Definitie

1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 3.58 van de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes.

Artikel 5.15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 09.00 uur. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor venten met etenswaren voor zover dat niet aan de deur gebeurt op maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 22.00 uur en op zondag tussen 13.00 uur en 22.00 uur. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Het is verboden te venten aan de deur.

Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting

1. Het verbod als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. a. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of b. voor bepaalde dagen en uren.

Afdeling 4 Standplaatsen Artikel 5.17 Definitie (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.21 [Gereserveerd]

Afdeling 5 Snuffelmarkten Artikel 5.22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2.24.

Artikel 5.23 (Vervallen)

Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven door publicatie op het digitale gemeenteblad.

5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.27A Verwaarloosde vaartuigen 1. Het is verboden een vaartuigwrak in het openbaar water dan wel op de weg te plaatsen of te hebben, dan wel zodanig te plaatsen dat dit vanaf een openbare plaats zichtbaar is en het uiterlijk aanzien van de gemeente schaadt, dan wel hinder, gevaar of verontreiniging veroorzaakt. 2. Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, alsmede omvangrijke samenstellende delen van een of meer vaartuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken

1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5.29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5.30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5.30A Brug klimmen en springen in openbaar water 1. Het is verboden op bruggen en andere kunstwerken in beheer, eigendom of bedieningsverantwoordelijkheid van het college te klimmen of hiervan af te springen in openbaar water. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is.

Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5.32 Crossterreinen (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden (Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Eemnes 2023)

Afdeling 8 Vuurverbod Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5.34A Verbod op het gebruik van wensballonnen 1. Onder een wensballon wordt verstaan een lampion die door zijn bouwwijze en de verhitting door een brandstofelement kan opstijgen en zweven en na het oplaten zonder sturing wegdrijft. 2. Het is verboden een wensballon op te laten.

Artikel 5.35 Brandgevaarlijke houtopstanden Het is verboden houtopstanden te creëren van een dermate omvang dat deze opstanden naar het oordeel van de commandant van de brandweer bij een brand op enigerwijze tot gevolg hebben of kunnen hebben dat vuur via deze opstanden kan overslaan naar naburige percelen. De in dit kader door of vanwege de commandant van de brandweer gegeven bevelen inzake het verminderen c.q. verlagen van de houtopstand dienen stipt en onmiddellijk binnen een daartoe gestelde termijn te worden opgevolgd. Deze bevelen worden schriftelijk gegeven, tenzij dit spoedheidshalve om veiligheidsredenen niet mogelijk is.

Artikel 5.36 Verbod carbid te schieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (carbid te schieten). 2. Het college kan onder voorwaarden ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor buiten de bebouwde kom als: a. gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter; en b. de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en c. het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en d. het gebruik plaatsvindt op 31 december, van 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar en e. wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en f. de betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste: i. 75 meter van woonbebouwing; en ii. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en iii. 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden. g. het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal. 4. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede en derde lid niet van toepassing is. 5. Het verbod in het eerste lid is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.

Artikel 5.37 (Vervallen)

Afdeling 9 Asverstrooiing Artikel 5.38 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5.39 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen; b. de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen; c. kinderspeelplaatsen; d. gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van het strooiveldje en de graven; e. andere door het collegenader aan te wijzen plaatsen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

Artikel 5.40 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6.1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de economische delicten en/of artikel 44a van de Alcoholwet. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Handhaving van de BEL Combinatie. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en het tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordeningen 1. De Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023 wordt ingetrokken. 2. De Drank- en Horecaverordening gemeente Eemnes 2014 wordt ingetrokken. 3. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.

Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6.4, eerste of tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023 of de Drank- en Horecaverordening gemeente Eemnes 2014 is ingediend en nog niet op de aanvraag is beslist, worden de bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2025 toegepast. 3. Op een aanhangig bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023 of de Drank- en Horecaverordening gemeente Eemnes 2014, 

dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, of

dat na de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, maar binnen de wettelijke termijn voor bezwaar,

wordt beslist met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2025.

Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 mei 2025. griffier, A.H. de Graaf-Gerrits voorzitter, R. van Benthem RA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15746275/1