Bijlage 3 - Samenvattende oplegger en aanbevelingen
Tekst van het document
Samenvattende oplegger en aanbevelingen I.
Evaluatie
De coronapandemie in 2020 – 2021 heeft geleid tot een duidelijke stijging in het aanbod van grondstoffen (GFT, PMD, glas en textiel) en ook van restafval. Deze stijging lijkt vooralsnog een tijdelijk fenomeen. Het overheidsbeleid in de komende jaren richt zich op het versterken van een circulaire economie in Nederland, het zoveel mogelijk sluiten van materiaalkringlopen, met de hoeveelheid restafval als graadmeter. In het verlengde hiervan blijft dan ook een scheidingsrendement van tenminste 75% en 100 kg restafval (fijn én grof) of minder per inwoner per jaar het doel. Het middel dat hiervoor wordt ingezet in Eemnes is bronscheiding door de inwoners. De gemeente probeert de inwoners hierbij zoveel mogelijk te faciliteren. De introductie van de blauwe container voor oud papier en karton, de oranje container voor PMD en de verlaging van de inzamelfrequentie van het restafval in 2017 leidde tot een blijvende forse afname van de hoeveelheid restafval en een toename van de hoeveelheid schone grondstoffen. Hiermee zit de gemeenten Eemnes in de buurt van de ‘kopgroep’ van gemeenten in de provincie Utrecht op het gebied van het scheiden van afval. Niet alleen de hoeveelheid, grondstoffen is in de afgelopen jaren toegenomen, maar ook de kwaliteit ervan. Alleen in 2019 was er even een piek in de afkeur van PMD.
Een oproep van de gemeente bleek voldoende om de kwaliteit weer naar een acceptabel niveau terug te brengen. Alle reden om communicatie en bewustwording ook te laten zorgen voor een verdere scheiding van afval. Ondanks de goede prestaties, zitten er in het huishoudelijk afval dat overblijft, het restafval nog voldoende potentiële grondstoffen. Met andere woorden er is nog ruimte voor het verhogen van de circulariteit. Vergelijkende sorteeranalyses in opdracht van AVU in de provincie Utrecht laten zien dat Eemnes wat de nog aanwezige grondstoffen in het restafval betreft het vergelijkbaar of beter doet dan de overige gemeenten. Het overall scheidingsrendement van 78% ligt boven de landelijke doelstelling van 75%. De hoeveelheid restafval per inwoner ligt met 136 kg fijn en 24 kg grof - samen 160 kg - restafval boven de landelijke doelstelling van 100 kg of minder per inwoner per jaar. Het verlagen van de hoeveelheid restafval is dan ook de uitdaging. De totale kosten voor de inzameling en verwijdering van het restafval en de ingezamelde grondstoffen namen in de afgelopen jaren in Eemnes fors toe. De belangrijkste oorzaken zijn de sterke stijging van de afvalstoffenbelasting, de verplichting het grof restafval verder te scheiden en de nieuwe verwerkingscontracten voor restafval en GFT die afgesloten zijn met AVR en Attero.
1
Een en ander komt ook tot uitdrukking in de afvalstoffenheffing in de gemeente Eemnes. Bij de eenpersoonshuishoudens, afgerond 30% van de huishoudens in Eemnes, ligt de heffing in 2022 in de buurt van het midden van alle gemeenten in de provincie Utrecht, bij de meerpersoonshuishoudens, afgerond 70% van de huishoudens, is de afvalstoffenheffing in Eemnes het hoogst van alle gemeenten in de provincie Utrecht. Deel 1 laat zien dat: ➢ de inwoners van Eemnes tevreden zijn met de huidige manier waarop het restafval en de grondstoffen worden ingezameld; ➢ de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar in Eemnes relatief laag is vergeleken met de andere gemeenten in de provincie Utrecht; ➢ in Eemnes de landelijke recyclingdoelstelling van 75% ruimschoots wordt gehaald; ➢ ook de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen goed is; ➢ alleen de hoeveelheid restafval ligt nog met 160 kg boven de landelijke doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar; ➢ en de kosten van de afvalinzameling en verwijdering zijn hoog en daarmee de afvalstoffenheffing van met name meerpersoonshuishoudens.
II.
Vergelijking inzamelmethoden
Om meer grondstoffen uit het restafval te halen om daarmee de landelijke doelstelling te halen en de kosten te verlagen zijn in deel 2 vier methoden met elkaar vergeleken op basis van drie invalshoeken te weten: milieu, kosten en service. Deze vier methoden zijn: a. b. c. d.
Optimaliseren huidige methode d.m.v. communicatie- en voorlichting; Nascheiden van PMD; Diftar: belasten van restafval en Omgekeerd inzamelen: restafval wegbrengen
a – Een gerichte communicatie- en voorlichtingscampagne is relatief snel op te pakken. Uitgaande van een positieve inschatting, neemt de hoeveelheid restafval af met 12,5% en de hoeveelheid grondstoffen toe met 2,5%. Afhankelijk van de eigen inbreng van de gemeente en of de effecten van de campagne ‘beklijven’, kunnen de besparingen de kosten overtreffen. Een verlaging van de afvalstoffenheffing van € 1, tot € 6,- per huishouden wordt mogelijk geacht. Verder blijft het huidige hoge service niveau bij deze methode ongewijzigd. b – Nascheiden heeft vooral betrekking op PMD. De verpakkingen worden na de inzameling machinaal gescheiden bij de verwerker. In het geval van Eemnes zijn er geen grote milieu voorof nadelen. De inwoners scheiden het PMD zo goed, dat het niveau vergelijkbaar is met dat van de betere nascheider. De vergoeding van € 245,- per ton PMD die de producenten van de verpakkingen betalen voor de inzameling komt te vervallen en er is spraken van een eenmalige 2
versnelde afschrijving van minicontainers voor PMD van circa € 50.000,-. Hier staat een beperkte korting op het tarief voor het verwerken van al het restafval tegenover van € 8,90 per ton. De inzameling van de minicontainer voor restafval - waar de verpakkingen nog inzitten - gaat van vierwekelijks naar tweewekelijks. Het aantal inzamelrondes neemt daarmee met 1 af per vier weken. Invoering leidt tot een hogere gemiddelde afvalstoffenheffing van € 28,- per huishouden. De minicontainer voor PMD komt te vervallen, waardoor het aantal minicontainers in de tuin of schuur van vier naar drie gaat. Het contractueel eerstvolgende moment waarop het ingevoerd zou kunnen worden is 1 juli 2026. c – Bij diftar verandert er in de inzameling in eerste instantie weinig. Alleen is bij diftar de hoogte van de afvalstoffenheffing niet meer een vast bedrag per aansluiting, maar mede afhankelijk van hoeveel afval er aan de straat wordt gezet. Het is een effectief middel gebleken om meer afval te scheiden en de hoeveelheid restafval – en daarmee de kosten voor de verwerking van restafval te verlagen. Een globale raming van kosten en besparingen/opbrengsten komt op een verlaging van de gemiddelde afvalstoffenheffing van € 13,- per huishouden. Een veelvuldig genoemd punt van zorg bij de invoering is dat er restafval bij de grondstoffen terecht komt en/of naast de verzamelcontainers, etc.
Invoering vraagt om een goede voorbereiding en dito begeleiding. d – Bij omgekeerd inzamelen worden de grondstoffen huis aan huis ingezameld, zoals nu ook het geval is, alleen het restafval wordt naar een verzamelcontainer in de straat of wijk gebracht. Het leidt tot minder restafval en meer grondstoffen, maar niet in dezelfde mate als bij diftar. Deze methode vergt bovendien hoge investeringen in ondergrondse verzamelcontainers. De gemiddelde afvalstoffenheffing neemt toe met € 20,- per aansluiting. Praktijkvoorbeelden laten zien dat omgekeerd inzamelen in combinatie met diftar – betalen per inworp – dikwijls leidt tot moeilijk in de hand te houden bijplaatsingen. Zeker in grotere gemeenten. Samengevat: Effecten verschillende methoden inzameling Eemnes Milieu Kwaliteit afvalstoffen rest grond heffing afval stoffen [€] [%] [%] Communicatie / voorlichting - 12,5 + 2,5 ++ -1 /-6 Nascheiden
0
0
+/-
Service
+
+ 28,-
++ PMD container vervalt
Diftar
- 55
+ 10
--
- 13,-
+/-
Omgekeerd inzamelen
- 35
+7
--
+ 20,-
- restafval wegbrengen minicontainer vervalt
+
postief
+ + zeer positief
+/- neutraal / in balans
--
negatief tamelijk negatief
3
Nb. In de tabel is de versnelde eenmalige afschrijving bij nascheiden van ruim 3.000 minicontainers voor de inzameling van PMD á € 50.000,- niet opgenomen.
III.
Aanbevelingen
Elk van de methoden heeft voor- en nadelen. Geen van de methoden heeft alleen maar voor- of alleen maar nadelen. a – Bronscheiding in combinatie met een communicatie en voorlichtingscampagne vraagt de nodige inspanning van de gemeente en komt tegemoet aan wensen die bij de inwoners leven. Het milieueffect is beperkt, de kosten zijn beperkt en de methode is qua service positief. b – De methode die het hoogst scoort qua service is nascheiden. Het aantal inzamelrondes blijft hetzelfde, het aantal minicontainers in de tuin of schuur gaat van 4 naar 3. Een inzamelrondes vervalt. Aan deze methode hangt wel een prijskaartje. In het geval van Eemnes is de methode milieuneutraal ten opzichte van de huidige situatie. Het milieueffect is neutraal, de kosten zijn structureel hoger en de methode is qua service zeer positief. c - De methode die het hoogst scoort qua milieu is diftar. Ook in financieel opzicht scoort diftar hoog. De methode is qua service neutraal ten opzichte van de huidige situatie. Belangrijk aandachtspunt is ontwijkgedrag c.q. de kwaliteit van de grondstoffen. Het milieueffect is zeer positief, de kosten worden goedgemaakt door de opbrengsten en de service is neutraal. d – Omgekeerd inzamelen neemt qua milieu een middenpositie in. Scoort minder goed wat de afvalstoffenheffing betreft en matig wat de service richting inwoners betreft.
Deze methode wordt dan ook niet geadviseerd, zeker niet in combinatie met diftar. Blijft over bronscheiding aangevuld met een communicatie en voorlichtingscampagne. Voor verdergaande maatregelen wordt het een afweging tussen nascheiden en diftar. Gemak voor de inwoners versus een hogere milieuscore en een lagere afvalstoffenheffing. Dat het hierbij ook om een kwalitatieve afweging gaat, illustreren de volgende overwegingen van voor- en tegenstanders van beide methoden: -
Waarom inwoners belasten met handelingen als dit net zo goed machinaal kan worden gedaan; Naast het beïnvloeden van het gedrag leidt diftar tot meer bewustwording over afval; Het wordt rechtvaardig gevonden als inwoners met veel restafval meer moeten betalen voor de inzameling en verwerking; Voor inwoners die er niet veel aan kunnen doen dat ze veel afval produceren, denk bijvoorbeeld aan incontinentie, wordt diftar juist onrechtvaardig gevonden; Het aspect van algehele solidariteit ontbreekt bij diftar; De overheid zou terughoudend moeten zijn met gedragsbeïnvloeding door fiscale maatregelen; Zorgen over ontwijkgedrag bij diftar in de vorm van zwerfafval, vervuiling van de grondstoffen, bijplaatsingen, enz. 4
Overwegingen die zich niet eenvoudig laten kwantificeren. Uit de recente peiling 2 onder de leden van het inwonerspanel Eemnes blijkt, dat nascheiden redelijk bekend is bij de leden van het panel en diftar tamelijk onbekend. Gevraagd naar de voorkeur mag dan ook niet verbazen dat velen de voorkeur geven aan nascheiden. Over het ontwijkgedrag kan wel gezegd worden dat, op basis van de opgedane kennis en ervaring in andere gemeenten in Nederland, de gemeente Eemnes wat omvang, bevolkingssamenstelling, behuizing, e.d. in staat zou moeten zijn om onbedoelde neveneffecten te managen wanneer de invoering van diftar goed wordt voorbereid en begeleid.
5