CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Notitie Antea overwegingen wind en zon Eemnes

Commissie BSM 15 april 2024, gemeente eemnesBij agendapunt: Opwek Duurzame Energie Eemnes1.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Strategische overwegingen duurzame opwek Eemnes De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht formuleert als doelstelling dat in 2030 minimaal 55% van elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Het uitvoeren van regionale energiestrategieën (RES’en) moet bijdragen aan het behalen van deze doelstelling. De provincie Utrecht kent drie RES-regio’s. Eemnes maakt deel uit van de RES-regio Amersfoort. In 2021 presenteerden alle regio’s ieder hun RES-1.0-bod. Eind 2022 constateert de provincie dat de RES-1.0-biedingen onvoldoende snel worden waargemaakt. De provincie besluit daarop een projectbesluitprocedure voor te bereiden voor inpassing van windturbines zodat langs die weg alsnog de RES-1.0-doelen tijdig kunnen worden bereikt én waarmee ook meer balans kan worden aangebracht tussen zon en wind. Op basis van de in het kader van de projectbesluitprocedure opgestelde planMER wijst de provincie voorkeurslocaties aan waar windturbines (tiphoogte 241 meter) inpasbaar zijn. Eén daarvan (voorkeurslocatie 75) ligt in de gemeente Eemnes en biedt ruimte aan twee turbines. Daadwerkelijke inpassing van turbines op die voorkeurslocatie is naar de mening van de meerderheid van de gemeenteraad onwenselijk. Het liefst zou de meerderheid van de gemeenteraad helemaal geen turbines zien. Daarom wordt gezocht naar alternatieven.

Antea Group is gevraagd een quickscan te doen naar de mogelijkheden van zon en wind op een viertal door de gemeente aangedragen locaties. In deze notitie vindt u een korte tabel met de kwantitatieve uitkomsten van die quickscan. Rondom deze uitkomsten schetsen we enige context en een tweetal mogelijke strategieën die voor Eemnes relevant zijn. 1.

Context – Statenbrief 9 januari jl. Uit de Statenbrief van 9 januari jl. zijn de volgende passages te destilleren: 1.

Op 21 september 2022 besloten Provinciale Staten dat de provincie start met de voorbereiding op een projectbesluitprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties in beeld zijn om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren.

2.

In de Statenbrief Voortgang Windenergie van 14 februari 2023 constateert de provincie dat de totale plannen van gemeenten onvoldoende (concreet) zijn om zicht te hebben op realisatie van de afgesproken ambitie voor 2030.

3.

Omdat is gebleken dat aanvullende windlocaties nodig zijn voor de realisatie van de totale 2,4 TWh is de provincie gestart met een planMER (Milieueffectrapportage) procedure ten behoeve van locatiekeuzes voor windenergie

4.

In het provinciale Coalitieakkoord 2023-2027 zijn de doelstellingen van RES 1.0, het belang van verbeteren van de balans tussen zonne- en windenergie en het halen van de doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek bevestigd. Dit betekent dat er geen apart doel voor windenergie is, zoals bijvoorbeeld de eerder genoemde 1 TWh, maar dat het gaat om realisatie van de totale doelstelling van de RES’en via wind en zonne-energie.

5.

Gedeputeerde Staten hebben het planMER windenergie inclusief de meest kansrijke gebieden windenergie in de provincie Utrecht vastgesteld. Dit zijn de gebieden waarvan wordt verwacht dat ze het meest kansrijk zijn om voor 2030 windenergie te realiseren. Dat betekent niet dat het in andere gebieden niet mogelijk is om windenergie te realiseren. Ook is dit een lijst met een aanzienlijke overprogrammering en zal het dus zeker niet nodig zijn om in al deze gebieden windenergie te realiseren om de doelen te halen.

6.

De provincie vraagt gemeenten om in de komende 6 maanden tot het zomerreces besluiten over locaties voor windenergie en/of zonne-energie te nemen. De provincie adviseert gemeenten hierbij om de lijst meest kansrijke gebieden te gebruiken om te beslissen voor welke locaties zij een ruimtelijke procedure voor windenergie starten.

1

7.

Hierbij behouden gemeenten de ruimte om de doelstellingen op een andere manier in te vullen. Ze kunnen ook zonlocaties of andere windlocaties benutten dan de locaties die door de provincie als meest kansrijk zijn aangemerkt.

8.

De provincie vraagt gemeenten om met de besluiten duidelijkheid te geven over de planning, haalbaarheid, aansluitbaarheid en lokaal eigenaarschap van de plannen. Dit kan ook voor gebieden die niet als meest kansrijk zijn aangemerkt. Uiteraard zullen deze gebieden wel beoordeeld moeten worden op basis van het provinciale omgevingsbeleid.

9.

Op basis van de concretisering en voortgang van de plannen voor windenergie en zonnevelden wordt in beeld gebracht of de projecten voor 2030 aansluitbaar en uitvoerbaar zijn. Dit wordt gebaseerd op de genomen raadsbesluiten. Dit betekent dat indien niet uit een raadsbesluit blijkt dat een duurzaam energieproject voor 2030 gerealiseerd kan worden, dat deel van de ambitie niet wordt meegerekend als bijdrage aan de 2,4 TWh voor 2030.

10. Na de 6 maanden stelt de provincie een ‘Tussenbalans 2’ op waarin inzichtelijk wordt of er genoeg concrete en realiseerbare plannen van gemeenten voor duurzame opwek zijn om de RES-doelen in 2030 te halen (zowel wind als zonne-energie). Indien er op dat moment onvoldoende perspectief is op het halen van de RES-doelen, zal het instrument projectbesluit worden ingezet voor één of meer van de meest kansrijke gebieden. 2.

Context – Motie Provinciale Staten 20 maart jl. Op 20 maart jl. nam PS onderstaande motie aan. Daarmee maakt PS duidelijk dat ze van mening is dat gemeenten die hun aandeel in het RES 1.0 bod tijdig halen (uiterlijk 2030) pas als allerlaatsten mogen worden aangewezen voor een inpassingsplan voor windturbines.

2

3.

Een 1e vraag Het mag duidelijk zijn dat de provincie aan alle gemeenteraden vraagt om voor het zomerreces besluiten te nemen over hoe de gemeenten hun bijdragen aan de RES-doelen gaan realiseren. Een eerste vraag die dan opkomt is: Wil Eemnes überhaupt verantwoordelijkheid nemen voor een deel van de RES 1.0 opgave? Is het antwoord ‘nee’ dan is het niet logisch noch zinvol om de gevraagde raadsbesluiten te nemen. Is het antwoord ‘ja’ dan is het zaak de optimale optie te kiezen. Kijkend naar de motie dan is het belangrijk een raadsbesluit te nemen waarmee Eemnes haar deel van de RESopgave tijdig in kan vullen. Bekend is dat RES-Amersfoort totaal 500 GWh moet leveren. Hoeveel daarvan door Eemnes moet worden opgebracht is nog onbekend. In de provinciale planMER wordt voor Eemnes gesproken over twee windturbines met een tiphoogte van 241 meter. Dergelijke turbines leveren een kleine 22 GWh per jaar. Daaruit kan worden afgeleid dat de provincie ruimte ziet voor 43 GWh in Eemnes. Zo beschouwd en in het licht van de motie is het dus zaak om een raadsbesluit te nemen waarin voor minimaal 43 GWh aannemelijk wordt gemaakt dat het realiseerbaar is uiterlijk in 2030.

4.

Opties Voor Eemnes zijn de volgende opties in beeld: Locaties A – Ten zuiden van knooppunt Eemnes B – Ten zuiden van kern Eemnes C – Ten noorden van de A1 D – Ten noorden van kern Eemnes

Bekend is dat Eemnes geen windturbines wenst op de provinciale voorkeurslocatie. Om dan toch 43 GWh op te brengen zijn er de volgende opties:

5.

a.

alleen zon op de locaties A en B = 42,7 GWh

b. c.

een combinatie van zon en wind (241 m) met locaties A en D = 43,4 GWh een combinatie van zon en wind (241 m) met locaties B en D = 43,3 GWh

d. e.

een combinatie van zon en wind (200m) met locaties A en C en D = 50 GWh een combinatie van zon en wind (200m) met locaties B en C en D = 49,9 GWh

Mogelijke strategieën De provincie schrijft dat ze in zal grijpen met een projectbesluit als de provincie op basis van alle raadsbesluiten constateert dat de RES-doelen niet worden gehaald. Als dan ook blijkt dat Eemnes haar deel niet waar kan maken (en dus de motie geen voordeel biedt voor Eemnes) dan moet sterk rekening worden gehouden met een provinciale keuze voor windturbines op grondgebied van Eemnes. Strategie 1  De RES Amersfoort heeft momenteel haar doelen nog niet binnen bereik. Er is dus alles aan gelegen om als RES-Amersfoort-gemeenten op hele korte termijn tot een toedeling van te realiseren opbrengsten te komen, zodat iedere gemeente weet waar ze aan toe is en daarop haar gemeentelijke raadsbesluiten kan baseren.  Daarbij is het dan voor Eemnes van groot belang om zodanig te onderhandelen dat er geen wind-opgave voor Eemnes uit de RES-toedeling komt.  Indien dit slaagt kan Eemnes koersen op optie a. (alleen zon).

3

Strategie 2  Als het de RES niet lukt om tijdig overeenstemming te bereiken dan zal Eemnes haar eigen plan moeten trekken. Uitgangspunt lijkt dan dat Eemnes aannemelijk maakt dat een opbrengst van 43 GWh uiterlijk in 2030 haalbaar is.  Daarvoor zijn dan alle genoemde opties mogelijk. 6.

Een 2e vraag Veel, zo niet alles hangt af van de mate waarin RES-Amersfoort tot een toedeling kan komen waarbij Eemnes dan ook nog geen wind hoeft te realiseren. Vraag is daarmee: hoe groot acht u de kans dat de RES-regio hiertoe in staat is? Schat u de kans daarop in als ‘groot’ dan lijkt strategie 1 de beste route. Schat u de kans daarop in als ‘klein’ dan lijkt strategie 2 de beste route. In geval van strategie 2 en uitgaande van de voorkeur van Eemnes is het verstandig om twee opties zodanig voor te bereiden dat ze haalbaar zijn voor 2030: optie a. alleen zon op locaties A en B optie b. of c. zon op A of B en wind op D (241 m) (keuze voor A of B afhankelijk laten zijn van bijvoorbeeld het aantal grondeigenaren, de al dan niet aanwezige bereidheid om mee te willen werken, etc.) Er zijn weliswaar meerdere opties mogelijk waarbij zon en wind worden gecombineerd (d en e), maar die vereisen dan minimaal 3 locaties en dat maakt realisatie uiterlijk in 2030 lastiger.

7.

Conclusie De provincie wil dat de RES-doelen uiterlijk in 2030 worden gehaald en vraagt daartoe raadsbesluiten met concreet uitgewerkte plannen. De provincie biedt nog steeds ruimte om de gemeentelijke opgave met alleen zon in te vullen (zie punten 4 en 7 in de Statenbrief van 9 januari) maar laat toch ook duidelijk doorklinken dat er balans moet komen en er dus meer windturbines nodig zijn. Tegelijkertijd ligt er ook de motie maar die vereist dan wel dat een gemeente haar zaakjes op orde heeft. Voor Eemnes is dus doorslaggevend of de RES-Amersfoort snel genoeg tot een toedeling komt waarna Eemnes haar deel realistisch kan maken en in een raadsbesluit vast kan leggen. Lukt dat de RES niet dan zal Eemnes, om gebruik te kunnen maken van de motie, een eigen bod vast moeten stellen. Idealiter optie a. maar mocht dat niet mogelijk blijken dan resteert optie b. of c.

-------------------------------

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14053341/1