CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Naar een hoger niveau van afvalscheiding

Commissie WenR 5 september 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: Afval evaluatie (30-8-2022)6.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DEEL 2 Naar een Hoger Niveau van Circulariteit

(juli 2022) Versie 3

1 1.1

Inhoud

2

Inleiding

3

Bevordering van afvalscheiding

4

2

Optimaliseren bronscheiding d.m.v. communicatie en voorlichting

5

2.1

Milieueffecten bij communicatie en voorlichtingscampagne

6

2.2

Kosten en baten communicatie en voorlichtingscampagne

6

2.3

Service bij communicatie en voorlichting campagne

6

3

Nascheiden

7

3.1

Milieuaspecten van nascheiden

7

3.2

Kosten en baten bij nascheiden

8

3.3

Service effecten bij nascheiden

9

3.4

Sorteren van grof restafval

9

4

Diftar

10

4.1

Milieuaspecten Diftar

10

4.2

Kosten en baten Diftar

11

4.3

Service effecten tariefdifferentiatie

13

5

Omgekeerd inzamelen

14

5.1

Milieuaspecten omgekeerd inzamelen

14

5.2

Kosten en baten omgekeerd inzamelen

14

5.3

Service effecten omgekeerd inzamelen

15

6

Stimuleren afvalreductie en kwaliteit grondstoffen

16

7

Inwonerspanel Eemnes peiling 2

17

8

Conclusies

19

2

Inleiding De kern van het afvalbeleid in Nederland wordt al decennia gevormd door de in 1979 ingediende motie van voormalig kamerlid Ad Lansink, die later in binnen- en buitenland bekend is geworden als de ‘ladder van Lansink’. Voorkom dat afval ontstaat (preventie) en als het toch ontstaat zoveel mogelijk - al of niet na reparatie - weer gebruiken (hergebruik) en als dat niet mogelijk is, er de grondstoffen aan onttrekken (recyclen) voor het maken van dezelfde of nieuwe producten. Wanneer ook dat niet mogelijk is het te verbranden (energie). Is het afval niet brandbaar, zoals bijvoorbeeld asbest, dan pas storten. Dit beleid is in de loop der jaren op verschillende manieren vormgegeven en regelmatig verfijnd op basis van de soms weerbarstige praktijk. Een van de eerste maatregelen was de invoering van de gescheiden inzameling eind vorige eeuw van de grootste potentiële grondstof: GFT. Oud papier en textiel werden al veel langer apart ingezameld en als grondstof gezien. In de eerste twee decennia van deze eeuw werd de inzameling ervan echter geïntensiveerd en geprofessionaliseerd. Van recentere datum is de invoering van de gescheiden inzameling van PMD. Parallel groeide het aantal mogelijkheden om grof huishoudelijk afval op recyclingstations te scheiden. Afval dat resteert gaat thuis in de restafvalcontainer en op het recyclingstation in de restafvalbak.

Dit afval wordt verbrand in afvalenergiecentrales, die er elektriciteit (ongeveer 3% van de elektriciteitsproductie in NL) en warmte voor bedrijven en woningen van maken. Voor het bewerkstelligen van deze ontwikkeling is het Landelijk Afvalbeheerplan in het leven geroepen. In het derde plan LAP(3), dat loopt van 2017 tot 2023, zijn doelstellingen geformuleerd voor het scheiden van huishoudelijk afval te weten: 75% scheiding van het huishoudelijk afval in 2020 en per inwoner een hoeveelheid restafval van 100 kg of minder. Om de gemeenten hierbij te ondersteunen is het uitvoeringsprogramma ‘Van Afval Naar Grondstof’ (VANG), dat loopt van 2015 tot 2025, ingevoerd. Ongeveer een derde van de gemeenten in NL is er in geslaagd om de doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 te halen en een zesde om de doelstelling van 100 kg restafval of minder per inwoner te halen. In maart 2022 heeft de staatssecretaris van I&W de kamer per brief laten weten dat het LAP binnenkort opgevolgd zal worden door het Circulair Materialen Plan (1) en dat het uitvoeringsprogramma VANG onderdeel van het CMP uit zal maken.

Voor de periode 2021 – 2025 blijven de VANG-doelstellingen van 75% afvalscheiding en 100 kg of minder restafval per inwoner wat de staatsecretaris betreft onverminderd van toepassing (!) Wel zal er in de nieuwe periode meer aandacht uitgaan naar afvalpreventie en de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen.

3

Om het scheiden van afval te bevorderen zetten gemeenten verschillende instrumenten in, die onmiskenbaar tot hogere afvalscheidingsniveaus leiden. Wat deze instrumenten echter ook bevorderen is het doen van concessies aan de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Over deze instrumenten en de kwaliteit van de grondstoffen gaat deel 2: Naar een Hoger Niveau van Circulariteit.

1.1 Bevordering van afvalscheiding Als vrolijk gekleurde inktvlekken heeft een aantal methoden, om de inwoners te stimuleren het huishoudelijk afval zo goed mogelijk te scheiden in herbruikbare grondstoffen, zich over NL verspreid. Bij het bepalen van de methode die zich het beste leent voor een bepaalde gemeente, gaat het om het bepalen van de voor de betreffende gemeente geschikte balans tussen kosten, service en milieu, zoals aangegeven in nevenstaand figuur. Een iteratief proces, omdat technische en maatschappelijke ontwikkelingen hierop van invloed zijn. Technisch is er veel mogelijk, maar de kosten of milieueffecten kunnen zwaarder wegen. Maatregelen moeten uiteindelijk doelmatig zijn.

milieu afval beheer kosten

service

Welke maatregel ook wordt ingezet, ze beginnen met communicatie en voorlichting. Daarvoor kunnen Figuur 1. Afwegingskader afvalbeheer lokale / regionale media worden gebruikt en niet te vergeten sociale media, e.d. Dit alles gericht op het stimuleren van de bewustwording van de inwoners. Steeds meer overheidsgedomineerde inzamelbedrijven zetten daarnaast afvalcoaches in, die onder meer voorlichting geven op scholen en aan inwoners. Communicatie en voorlichting draagt bij aan een toename van afvalscheiding, maar in de praktijk blijkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn om uiteindelijk in de buurt van de VANG-doelstellingen te komen. In het navolgende worden vier methoden beschreven die hierbij behulpzaam kunnen

zijn: -

Optimaliseren huidige methode d.m.v. communicatie en voorlichting; Scheiden gedeeltelijk overlaten aan mechanische installaties (nascheiden) inwoners door middel van een financiële prikkel stimuleren afval beter te scheiden (Diftar dan wel Recycletarief); Inwoners door middel van een fysieke prikkel stimuleren om afval beter te scheiden (omgekeerd inzamelen)

4

1 Optimaliseren bronscheiding d.m.v. communicatie en voorlichting Deze eenvoudige methode, de enige knop waar bij bronscheiding aan kan worden gedraaid, kan relatief snel worden opgepakt en de kosten zijn te overzien als de gemeente mogelijkheden ziet om een belangrijk deel van de campagne zelf te implementeren. Wil het effect sorteren, dan is een gerichte campagne raadzaam, een campagne waarbij alle mogelijke communicatiemiddelen en kanalen worden ingezet. De peiling onder het inwonerspanel laat zien dat 86% van de respondenten aangeeft de afgelopen 12 maanden geen contact te hebben gehad met de inzamelaar en/of de gemeente. Daarnaast geeft ruim de helft aan behoefte te hebben aan meer achtergrondinformatie over afvalscheiden. Centraal in de communicatie en voorlichting zou dus het scheiden van afval in (potentiële) grondstoffen moeten staan: goed voor het milieu, de ontwikkeling van een circulaire economie en voor de portemonnee.

Voor de planmatige campagne kan gedacht worden aan: ➢ Regionale en lokale dagbladen, radio en tv, huis aan huisbladen, containerstickers, sociale media, enz.; ➢ Het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten in de gemeente, welke grondstof hoort in welke container en waarom doen we dit allemaal; ➢ Grotere gemeenten en intergemeentelijke inzamelbedrijven zetten ‘afvalcoaches’ in om inwoners met veel restafval te helpen; ➢ Afvalcoaches worden ook ingezet om voorlichting te geven op scholen; ➢ Het inzichtelijk maken van inzamelprestaties per wijk, voor zover mogelijk, kan stimulerend werken; ➢ Bewustwording dat grijze minicontainer niet ‘vol’ aan de straat hoeft te worden gezet. Restafval kost geld, terwijl de grondstoffen veel minder kosten of geld opleveren. De ervaring leert dat communicatie en voorlichting in het algemeen niet leidt tot een afname van de hoeveelheid restafval met tientallen kilo’s per inwoner. We gaan er hier tamelijk optimistisch vanuit dat de hoeveelheid restafval dankzij een gedegen campagne 12,5% afneemt en de hoeveelheid grondstoffen met 2,5% toeneemt. Voor het succesvol doorvoeren van veranderingen bij de inzameling blijft communicatie hoe dan ook belangrijk. Het kan als een op zichzelf staande methode worden ingezet om afvalscheiding te bevorderen en het kan onderdeel uitmaken van een verandertraject zoals die hierna worden behandeld.

Het is mogelijk om bij de voorbereiding en uitvoering van de campagne een beroep te doen op de Nedvang-organisatie. Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van de door AVU aan het bureau VanLoof verstrekte opdracht om in 2022 en 2023 voor de AVU-gemeenten afvalscheidingscampagnes te ontwikkelen. 5

1.1 Milieueffecten bij communicatie en voorlichtingscampagne Intensivering van de communicatie en voorlichting op het gebied van het scheiden van afval draagt bij aan de bewustwording van de inwoners en leidt tot minder restafval en meer grondstoffen. Waar het ook aan bijdraagt, is een betere kwaliteit van de gescheiden grondstoffen.

1.2 Kosten en baten communicatie en voorlichtingscampagne Met een hoge mate van eigen inbreng zijn de belangrijkste kosten het opstellen van het campagneplan, communicatiemiddelen, raadszaal of eventueel zaalhuur, eigen medewerkers of eventuele inhuur coaches, e.d. Hiervoor wordt een budget aangehouden van € 10.000,- dan wel € 60.000,- dat in 5 jaar moet worden terugverdiend. Met de hiervoor aangegeven restafvalreductie en toename van de grondstoffen komen de besparingen op:

Besparingen / Opbrengsten Com. & Voorl. [ton] tarief [€] totaal [€] Restafval 190 148,75 28.263 GFT 33 -84,58 -2.811 OPK 11 -11,73 -134 PMD 8 245 1.871 Glas 10 -38,39 -397 Textiel 1 26.791 Tabel 1. Jaarlijkse besparingen bij gedegen communicatie en voorlichtingscampagne

Een positieve business case, mits de restafvalafname en grondstoftoename niet (te) veel veranderen (!) Is dit wel het geval, dan kan het zijn dat de campagne na een paar jaar in een nader te bepalen vorm herhaald moet worden. Wanneer we hier vanuit gaan, komt de besparing gemiddeld per jaar op ongeveer € 6,- respectievelijk € 1,- per aansluiting/woning. De extra hoeveelheid grondstoffen in tabel 1 zijn naar rato verdeeld over de verschillende grondstoffen.

1.3 Service bij communicatie en voorlichting campagne Bij de inzameling doen zich geen wezenlijke veranderingen voor. De methode is dan ook qua service in fysieke zin redelijk neutraal ten opzichte van de bestaande situatie. Daarmee is niet gezegd dat de inwoners dat ook zo ervaren. De huidige methode scoort volgens het inwonerspanel hoog, er wordt tegemoet gekomen aan de wens om meer (achtergrond) informatie en uit onderzoek blijkt dat meer scheiden in het algemeen door inwoners als positief wordt beoordeeld c.q. voldoening geeft. Van de panelleden is niet geheel verrassend 90% bekend met de huidige methode van bronscheiden met behulp van minicontainers thuis. Van de panelleden geeft 33% de voorkeur aan deze methode. 6

2 Nascheiden Bij nascheiden hoeven de inwoners het PMD niet meer te scheiden en kan het gewoon bij het restafval. Het wordt er na de inzameling uitgehaald door grote installaties, die in staat zijn om plastic, metalen blikjes/blikken en drankenkartons te detecteren tussen het restafval op een lopende band en om het PMD aan het eind van de band te kunnen scheiden. In een volgende fase van het proces wordt het nagescheiden plastic gesorteerd in verschillende soorten (PE, PP, PET, folies, e.d.). Hiervoor worden gelijksoortige installaties gebruikt als voor het nascheiden van het restafval. Het sorteren van de nagescheiden plastics verschilt niet van het sorteren van brongescheiden plastics.

2.1 Milieuaspecten van nascheiden Nascheiden heeft voornamelijk betrekking op PMD. Of het vanuit milieuoptiek beter of slechter is dan bronscheiden hangt af van het scheidingsrendement. Als er relatief veel PMD in het restafval zit is het scheidingsrendement hoger dan wanneer er weinig PMD in het restafval zit. Bij grotere steden met veel hoogbouw en/of een compacte binnenstad is het lastig, door het ontbreken van ruimte dan wel inzamelmiddelen, om afval goed te scheiden. Het restafval van grotere gemeenten bevat in het algemeen dan ook (nog) veel PMD. Bij kleinere gemeenten, waar de inwoners vaak beschikken over ruimte in of naast de woning, wordt verreweg het grootste deel van het PMD door de inwoners zelf als het ware aan het restafval onttrokken. Het restafval van deze kleinere gemeenten bevat in de praktijk dan ook weinig PMD. Dat laatste geldt voor de meeste gemeenten in de provincie Utrecht. Uitzonderingen zijn de steden Utrecht en Nieuwegein. De inwoners van Eemnes scheiden de PMD-fractie bijzonder goed. De hoeveelheid per inwoner bedroeg 33 kg in 2021. De hoeveelheid die nog in het restafval terecht kwam, bedroeg ongeveer 12 kg (zie deel 1 samenstelling restafval), ofwel een scheidingsrendement van 73%. Alleen de betere nascheidingsinstallaties doen dat de inwoners van Eemnes na.

In 2020 gaf AVR bijvoorbeeld aan dat het scheidingsrendement van de een jaar eerder opgestarte nascheidingsinstallatie uitkwam op 51%. Het restafval van Utrecht en Nieuwegein wordt in deze installatie nagescheiden. AVR is voornemens om binnen een paar jaar door optimalisaties uit te komen op 65%1. Het restafval van Eemnes wordt sinds 2021 door Attero verwerkt. Dit bedrijf heeft geruime tijd ervaring op het gebied van nascheiden en is in staat om een scheidingsrendement te halen in de buurt van 75%. Het restafval van de gemeente Eemnes loopt momenteel over de nascheidingsinstallatie van Attero, die er in 2021 in slaagde om nog 1 kg PMD per inwoner aan het restafval van Eemnes te onttrekken. Hierbij moet worden opgemerkt dat het PMD afkomstig van bronscheiding in het algemeen minder vervuild (versmeerd) is met organisch materiaal dan

1

Grondstoffennota 2020. Gemeente Utrecht.

7

PMD afkomstig van nascheiding. De reinigingsstappen in de verdere opwerking van het materiaal heffen dit verschil grotendeels op.

2.2 Kosten en baten bij nascheiden Voor het nascheiden van PMD zijn dure installaties nodig en er moet rekening worden gehouden met operationele kosten voor onder meer energie, onderhoud, operators, schoonmakers, enz. De rentabiliteit van deze installaties wordt in hoge mate bepaald door de hoeveelheid materiaal die aan het restafval kan worden onttrokken. De opbrengsten van dit materiaal moeten voor de dekking van de kosten zorgen. Niet alle afvalenergiecentrales in Nederland beschikken over een nascheidingsinstallatie, maar de verwerkers van het restafval van de gemeenten in de provincie Utrecht - AVR en Attero - beschikken beide over een nascheidingsinstallatie. Gemeenten waar PMD niet of amper wordt gescheiden door de inwoners en waar het restafval nog relatief veel PMD bevat, zoals Utrecht en Nieuwegein, krijgen van de verwerker van het restafval een vergoeding/korting van € 8,90 per ton restafval. Gemeenten die bronscheiden en waarbij het restafval ook over een nascheidingsinstallatie loopt - zoals de gemeente Eemnes krijgen deze vergoeding/korting niet (Nedvang). Dezelfde dure installatie haalt bij gemeenten met bronscheiding maar een klein beetje (kunststof)verpakkingen uit het restafval. In het geval van Eemnes 1 kg per inwoner per jaar.

De opbrengst van de nagescheiden verpakkingen, met name de kunststoffen, moet zorgen voor de kostendekking van de nascheidingsinstallatie. Wat inwoners merken van het overgaan op nascheiden, is dat de restafvalcontainer vaker aan de straat moet worden gezet omdat het PMD dan in de minicontainer voor restafval zit. Het totale volume PMD en restafval verandert niet. Kortom in het geval van Eemnes komen twee inzamelrondes PMD te vervallen en worden vervangen door een inzamelronde restafval. Het beschikbare containervolume neemt hierdoor per vier weken met 120 L af en is dan weer terug op het niveau van 2016. Het relatief zware restafval ‘plet’ de PMD-componenten in de minicontainer voor restafval. Nascheiden betekent wel dat de vergoeding van Nedvang voor het inzamelen van de PMDfractie komt te vervallen, in 2021 was deze € 245,- per ton PMD (Nedvang). Een potentiële inkomstenderving van € 75.705,-. Daar komt bij dat er meer restafval (309 ton) verwerkt wordt door de afvalcentrale. Hier staat de vergoeding/korting op de verwerkte tonnen restafval tegenover. De business case ziet er dan als volgt uit: Bron en nascheiden PMD Eemnes 2021 [ton] [€] Inzamelvergoeding bronscheiding PMD 309 245,00 Extra verwerkingskosten bij nascheiding Korting per ton restafval bij nascheiden

309 1.680

75.705

148,75 45.964 8,90 -14.952

31.012 106.717 Tabel 2. Inkomstenderving, extra kosten en opbrengsten nascheiden PMD gemeente Eemnes 8

De hoge score bij de bronscheiding van PMD maakt, dat het de gemeente Eemnes € 106.717,per jaar kost als de gemeente besluit om over te stappen op nascheiden. Dat komt neer op gemiddeld € 28,- per aansluiting/woning per jaar. Bij lage PMD bronscheidingsscores van een paar procent, zoals in de gemeente Utrecht en Nieuwegein, ziet de business case er uiteraard anders uit. Het eerstvolgende moment dat Eemnes over zou kunnen stappen op nascheiden is bij het verlengen van de huidige verwerkingsovereenkomst van AVU met AVR/Attero per 1 juli 2026. Tenzij de investeringen in de minicontainers voor PMD zijn afgeschreven, moet bij de overstap van bronscheiden naar nascheiden rekening worden gehouden met een desinvestering. In het geval van Eemnes globaal de helft van de in 2017 gedane investeringen in minicontainers voor PMD, aannemende dat deze minicontainers in 10 jaar worden afgeschreven. In 2022 zou de eenmalig af te boeken waarde van PMD minicontainers ongeveer € 50.000,- bedragen. Meerdere gemeenten in Nederland hebben de vergelijking laten maken tussen bron- en nascheiden. Recent heeft het GAD dat nog laten doen. De vergelijkingen bevestigen de resultaten zoals hiervoor aangegeven.

2.3 Service effecten bij nascheiden Nascheiden is een manier om inwoners te ontlasten. In plaats van het scheiden van drie grondstoffen aan huis door de inwoners, worden dat er bij nascheiden twee. De minicontainer voor PMD komt bij nascheiden te vervallen. PMD is de grondstof die inwoners in het algemeen het lastigst vinden om goed te scheiden, gegeven de grote variëteit aan verpakkingen. Ook bij nascheiden is goede communicatie van belang. Als inwoners het idee hebben dat de grondstoffen er later wel uitgehaald worden, kan dat leiden tot erosie van de kwantiteit en kwaliteit van de twee grondstoffen die overblijven. Bij nascheiden is er geen financiële of fysieke prikkel om restafval bij de grondstoffen te stoppen. Van de panelleden is 49% bekend met nascheiden en geeft maar liefst 39% aan de voorkeur te geven aan deze methode.

2.4 Sorteren van grof restafval Een speciale afvalstroom waarbij het loont om deze na te scheiden, is aan huis opgehaald grof huishoudelijk afval. Dit ongesorteerd afval komt overeen met het grof huishoudelijk afval dat inwoners naar het recyclingstation brengen en daarvan is bekend dat ruim driekwart van het afval in de bakken voor recyclen belandt. Het loont dus om dit afval na te scheiden c.q. te laten sorteren bij een hierin gespecialiseerde bedrijf, dat over hiervoor geschikte apparatuur beschikt. Dit betekent wel het aanpassen van het contract met de inzamelaar. Het gaat gemiddeld om grofweg 6 kg per inwoner per jaar dat uiteindelijk overblijft en afgevoerd wordt naar de afvalcentrale. Bij een sorteerder wordt de restfractie die overblijft als bedrijfsafval afgevoerd. De kosten per ton voor het sorteren zijn in het algemeen hoger dan voor het verbranden van restafval, hier staat een reductie van de hoeveelheid restafval tegenover. Zeker als het residu wordt afgevoerd als bedrijfsafval.

9

3 Diftar Inwoners betalen een basisheffing voor de verwijdering van de grondstoffen en het restafval en daarboven op, betalen de inwoners een bedrag dat afhankelijk is van de hoeveelheid restafval die ze produceren. Naar schatting de helft van de gemeenten in Nederland past deze methode inmiddels toe2. De gangbare benaming in het zuiden en oosten van NL is ‘Diftar’ en in het westen en noorden komt de naam ‘Recyclingtarief’ steeds meer in opkomst. In het zuiden en oosten bestaat tariefdifferentiatie al decennia. De laatste tijd gaan ook meer gemeenten in het westen en noorden van NL over op deze methode. Het zijn vooral kleinere en middelgrote gemeenten die gebruik maken van deze vorm van fiscale stimulering. Onlangs nog de gemeenten Hollands Kroon, Medemblik en Wormerland in Noord Holland. Op één na hebben de ruim 50 gemeenten in NL die de VANG-doelstellingen hebben gehaald in 2020, een of andere vorm van Diftar. Omdat de afvalstoffenheffing van een huishouden bij tariefdifferentiatie gedeeltelijk afhankelijk is van de hoeveelheid afval die door het huishouden wordt geproduceerd, moet het worden ‘gemeten’. De bepaling van de hoeveelheid kan op verschillende manieren gebeuren. Het meest gangbare is het aantal keren per jaar dat de restafvalcontainer aan de straat wordt gezet (volume frequentie).

Omdat aan de restafvalcontainer letterlijk en figuurlijk een prijskaartje hangt, zal het overgrote deel van de inwoners de container pas aan de straat zetten als deze ‘vol’ is. Met het registreren van het aantal keren dat de container aan de straat wordt gezet, wordt eigenlijk het restafvalvolume geregistreerd en niet het restafvalgewicht. Dat neemt niet weg, dat met gebruikmaking van het gemiddelde gewicht van het restafval ook iets kan worden gezegd over het gewicht. Een andere vorm van meten is het wegen van de aan de straat gezette minicontainer voor restafval met speciale apparatuur op de inzamelwagen. Deze apparatuur is echter duur en onderhoudsgevoelig. Het wegen van de hoeveelheid afval komt dan ook steeds minder voor. Een goedkoper alternatief zonder hoge investeringen is de ‘dure zak’, zoals bijvoorbeeld in de gemeente Nijmegen en omliggende gemeenten wordt toegepast. Hierbij wordt het restafval ingezameld met speciale plastic zakken, die tegen betaling te verkrijgen zijn bij verschillende distributiepunten in de gemeente. De zakken zijn voorzien van een, niet eenvoudig na te maken, opdruk, bijvoorbeeld het wapen van de gemeente, waaraan ze door de inzamelaar te herkennen zijn. Een nadeel van plastic zakken is, de fysieke belasting voor de beladers van de kraakperswagens die de zakken inzamelen.

Daarnaast komt het voor dat dieren de zakken kapot maken met als gevolg rommel op straat.

3.1 Milieuaspecten Diftar Inwoners van gemeenten met tariefdifferentiatie produceren gemiddeld minder restafval en meer grondstoffen. De toename van het aantal gemeenten, die deze methode gebruiken, is begrijpelijk als de directe effecten na invoering in ogenschouw worden genomen. Uit een onderzoek bij 45 gemeenten die Diftar invoerden, bleek dat de hoeveelheid restafval al in het 2

Diftar als beleidsinstrument bij huishoudelijk afvalbeheer, Rijkswaterstaat/IPR-Normag (2021).

10

eerste of tweede jaar na invoering met 89 kg per inwoner afnam. Ook de totale hoeveelheid grondstoffen en restafval nam af met 59 kg per inwoner en bleef min of meer stabiel op dat niveau3. Het introduceren van een financiële prikkel blijkt in de praktijk tamelijk effectief. De hoeveelheid fijn restafval per inwoner bedroeg in 2021 in Eemnes 136 kg en de hoeveelheid grof restafval per inwoner 24 kg, inclusief het via het recyclingstation in Baarn afgevoerde fijn en grof restafval (zie deel 1). Met het invoeren van Diftar zou de totale hoeveelheid restafval, op basis van het voorgaande in Eemnes ongeveer halveren en zou de hoeveelheid grondstoffen met circa 10% toenemen. Net als bij veel andere gemeenten met tariefdifferentiatie, zouden daarmee de VANG-doelstellingen in Eemnes gehaald kunnen worden. Een belangrijk aandachtspunt bij de invoering van Diftar is ontwijkgedrag. Het verminderen van het restafval kan er uit bestaan dat een deel bij de grondstoffen terecht komt zoals bij het PMD, bij het grof huishoudelijk restafval, in openbare prullenbakken. Bij ondergrondse verzamelcontainers kan het leiden tot bijplaatsingen, een in grotere gemeenten regelmatig voorkomend wijkafhankelijk probleem. Zwerfafval betreft vaak grof restafval, de bekende koelkast, bankstel, vloerkleed, autoband, tuinafval, verbouwingsafval, e.d., maar ook vuilniszakken.

Hierbij zijn vooral de tarifering en service (afstand/openingstijden) van brengvoorzieningen voor grof restafval bepalend en heeft het niet altijd direct met diftar te maken, maar dikwijls wel indirect. Om te voorkomen dat de brengvoorziening voor grof restafval als en potentiële goedkope dumpplek wordt gezien voor restafval, worden poorttarieven bij de invoering van Diftar meestal in balans gebracht met het variabele deel van de tarieven voor restafval. Hogere poorttarieven bij de brengvoorziening kunnen leiden tot meer dumpingen. Verder is het verstandig de inworpopeningen van prullenbakken te verkleinen, zodat er geen hele vuilniszakken meer inpassen. De kosten voor het ledigen van prullenbakken in de openbare ruimte en het opruimen van bijplaatsingen, komen voor rekening van de BEL gemeenten en niet voor de inzameling van huishoudelijk afval. Een aandachtspunt is verder nog eventuele compensatie van inwoners met relatief veel medisch afval. De praktijk in de meeste gemeenten met Diftar laat zien dat het bij een goede voorbereiding en goede begeleiding van de invoering uiteindelijk een beheersbaar onderwerp is.

3.2 Kosten en baten Diftar De invoering van diftar vergt investeringen in inzamelmiddelen en inzamelvoertuigen. De containers moeten worden uitgerust met een registreerbare chip en de inzamelvoertuigen met apparatuur om deze chip bij het ledigen te kunnen registreren. Bij appartementen moeten de verzamelcontainers voor restafval worden voorzien van registratieapparatuur. Verder wordt de administratie/facturatie bij deze methode uitgebreider dan bij vaste afvalstoffenheffingen.

3

Onderzoek 0-aanbod bij diftar, Rijkswaterstaat/JMA (2019)

11

De minicontainers voor restafval zijn in Eemnes niet voorzien van registreerbare chips. Deze dienen dus alsnog te worden bevestigd. De investeringen in registratieapparatuur worden, net als de chips, over een langere periode afgeschreven. Voor een soepele invoering is het belangrijk dat de inzamelaar beschikt over ervaring met het registreren van de minicontainers. PreZero voldoet hieraan. Om per huishouden te kunnen factureren zijn aanpassingen aan de facturatiesoftware nodig en er is software nodig om de data van het inzamelvoertuig te kunnen ‘lezen’. Hiervoor zijn software pakketten op de markt. Dat geldt mutatis mutandis ook voor de aanpassing van de 13 verzamelcontainers voor restafval bij appartementen en de bijbehorende pasjes. Naast deze investeringen moet rekening gehouden worden met implementatiekosten, zoals communicatiemiddelen, kosten projectleider, tijdelijke versterking van de helpdesk, van de administratie en van handhaving en toezicht. Voor de raming van de exploitatiekosten wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn voor de hardware van 10 jaar en van 5 jaar voor de software en menskrachten. Daarnaast wordt er vanuit gegaan dat gedurende de afschrijvingstermijn voorzichtigheidshalve 1.000 minicontainers worden vervangen.

Een globaal overzicht van de implementatie- en exploitatiekosten anno 2022 ziet er dan, op basis van richtbedragen wat de investeringen betreft, als volgt uit: Eenmalige kosten invoering Diftar investeringen chips minicontainers kaartlezers en pasjes verzamelcontainers dagdelen bevestigen chips nieuwe minicontainers ICT totaal

aantal kosten 3.820 € 1,25 13 € 495 16 € 250 1000 € 30

€ 4.775 € 6.435 € 4.000 € 30.000 € 16.500 € 61.710

tijdelijke menskrachten projectleiding communicatie middelen helpdesk en administratie dumpingen / handhaving en toezicht Exploitatie kosten Diftar per jaar

€ 25.000 € 15.000 € 13.800 € 25.000

rente en afschrijving eenmalige kosten formatie (0,3 fte) containeridentificatie inzameling dumpingen / handhaving en toezicht diversen (o.a. reparatie en onderhoud) totaal

€ 25.080 € 16.000 € 10.000 € 15.000 € 2.500 € 68.580

Tabel 3. Geraamde eenmalige en exploitatiekosten Diftar in Eemnes 12

De opbrengsten bij het invoeren van tariefdifferentiatie zitten vooral in de besparing op de verwerkingskosten van restafval, waarvan de hoeveelheid substantieel afneemt. Daar staan hogere verwerkingskosten tegenover bij de grondstoffen, waar een deel van het restafval terecht komt. Niet elke gemeente laat exact dezelfde effecten zien. Om toch een indruk te krijgen van de mogelijke opbrengsten/besparingen worden de resultaten van de eerder aangehaalde studie bij 45 gemeenten, na invoering van tariefdifferentiatie, als vertrekpunt genomen. Dit zou een structurele reductie van het fijn en grof restafval in Eemnes beteken van circa 830 ton, waarvan circa 280 ton terugkeert in de vorm van grondstoffen. Wanneer deze tonnen naar rato worden verdeeld over de grondstoffen ontstaat het volgende beeld, uitgaande van de data afkomstig van de concept jaarrekening 2021 van AVU: Besparingen / Opbrengsten Diftar Eemnes [ton] tarief [€] totaal [€] Restafval 833 148,75 123.909 GFT 146 -84,58 -12.336 OPK 50 -11,73 -590 PMD 34 245 8.209 Glas 45 -38,39 -1.740 Textiel 6 117.452 Tabel 4. Geraamde jaarlijkse besparingen/opbrengsten na invoering Diftar in Eemnes

De potentiële besparingen en opbrengsten bij de invoering van Diftar wegen dus ruimschoots op tegen de extra kosten. Niet alleen de aanzienlijke restafvalreductie is hier debet aan, maar ook het sinds 2021 sterk gestegen verwerkingstarief voor restafval. Met dit alles bedraagt de gemiddelde besparing circa € 13.- per aansluiting/woning.

3.3 Service effecten tariefdifferentiatie Van de invoering van tariefdifferentiatie merken de inwoners weinig. Voorafgaand aan de invoering worden de minicontainers voor restafval voorzien van een chip. Dat wordt gedaan door een team op de dagen waarop de containers aan de straat worden gezet om te worden geleegd. Verder verandert er aan de inzameling zelf weinig. Alleen op de factuur voor de gemeentelijke heffingen staat na invoering het aantal ledigen van de minicontainer voor restafval vermeld met de hieraan gerelateerde kosten. Dit laat onverlet, dat de invoering van tariefdifferentiatie een goede voorbereiding c.q. de nodige communicatie met de inwoners vergt. Zie ook de resultaten van de onlangs gehouden peiling 2 onder het inwonerspanel van Eemnes4. Van de panelleden is 29% bekend met Diftar en geeft 4% aan de voorkeur te geven aan deze methode.

4

Inwonerspanel Eemnes, Peiling 2 2022, Afvalscheiding Gemeente Eemnes, mei – juni 2022 (concept)

13

De invoering verloopt niet altijd zonder discussie, maar na verloop van tijd ebt deze meestal weg en willen de inwoners niet meer terug met als argument dat men de methode eigenlijk wel zo ‘eerlijk’ vindt. De inwoners kunnen zelf invloed uitoefenen op de afvalstoffenheffing. Anderen vinden het ten koste gaan van de solidariteit bij gemeentelijke heffingen en/of dat gemeenten terughoudend moeten zijn met gedragsbeïnvloeding door fiscale maatregelen enz. De keuze voor tariefdifferentiatie is voor een belangrijk deel een politieke afweging op basis van de drie in hoofdstuk 1 genoemde aspecten.

4 Omgekeerd inzamelen Ook bij deze methode wordt geprobeerd om het gedrag van de inwoners te beïnvloeden in de richting van afvalscheiding. In dit geval door het introduceren van een extra fysieke inspanning, een stukje ‘ongemak’. Bij omgekeerd inzamelen worden de grondstoffen huis aan huis ingezameld en moet het restafval naar een (ondergrondse) verzamelcontainer in de straat/wijk worden gebracht. De inwoners moeten er zo gezegd ‘een stukje voor lopen’.

4.1 Milieuaspecten omgekeerd inzamelen Bij omgekeerd inzamelen daalt de hoeveelheid restafval en neemt de hoeveelheid grondstoffen toe. Ervaringen met omgekeerd inzamelen in het Oosten van het land, geven aan dat de hoeveelheid restafval ongeveer met 30 à 40% afneemt5.

4.2 Kosten en baten omgekeerd inzamelen Voor Eemnes zou deze manier van inzamelen betekenen dat er naast de 13 al aanwezige verzamelcontainers er nog 157 containers bij moeten komen, uitgaande van het huidige restafvalaanbod. Echter bij invoering van omgekeerd inzamelen, daalt de hoeveelheid restafval. Bij de invoering van omgekeerd inzamelen zou kunnen worden volstaan met afgerond 100 verzamelcontainers. Naast de investeringen in verzamelcontainers zelf moet ook rekening worden gehouden met investeringen in de behuizing - de casing - voor de verzamelcontainers. Afhankelijk van de locatie/ondergrond kunnen de kosten voor de casing behoorlijk variëren door de soort grond waar de behuizing in moet, zaken die moeten worden verwijderd/verplaatst, leidingen in de grond, etc. Uitgegaan wordt van € 10.000,- per verzamelcontainer, inclusief registratie- en telecommunicatieapparatuur, en € 5.000,- voor de plaatsing. Verder moeten de containers worden onderhouden. Met name de voorbereiding van de plaatsingen vraagt de nodige tijd: besluitvorming, vergunningen, communicatie met betrokkenen/omwonenden, enz. Voor de raming van de exploitatiekosten wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn voor de container van 15 jaar en voor de casing van 20 jaar. De kosten voor de projectleiding worden in 5 jaar afgeschreven. 5

Notitie Nedvang: Effectanalyse samenstelling en hoeveelheden vóór en na invoering omgekeerd inzamelen

14

Een ruwe schatting van de benodigde investeringen en exploitatiekosten ziet er dan uit als volgt: Eenmalige kosten invoering Omgekeerd Inzamelen investeringen verzamelcontainers casing verzamelcontainers totaal

aantal kosten 100 € 10.000 € 1.000.000 100 € 7.500 € 750.000 € 1.750.000

tijdelijke menskracht(en) projectleiding

€ 90.000

Exploitatie kosten Omgekeerd Inzamelen per jaar afschrijving eenmalige kosten diversen (o.a. reparatie & onderhoud) 2% en 1% totaal

100

275

€ 122.167 € 27.500 € 149.667

Tabel 5. Investeringen en exploitatie kosten Omgekeerd Inzamelen

Zoals aangegeven in het voorgaande, ligt de reductie van de hoeveelheid restafval bij omgekeerd inzamelen in de range van 30 - 40%. Wanneer uitgegaan wordt 35% is de besparing op de verwerking van restafval voor de casus Eemnes: Besparingen / Opbrengsten Omgekeerd Inzamelen [ton] tarief [€] totaal [€] Restafval 530 148,75 78.838 GFT 93 -84,58 -7.862 OPK 32 -11,73 -376 PMD 21 245 5.232 Glas 29 -38,39 -1.109 Textiel 4 74.722 Tabel 6. Besparingen en opbrengsten bij invoering van omgekeerd Inzamelen

De besparingen, dan wel opbrengsten, bij het invoeren van omgekeerd inzamelen in Eemnes wegen met andere woorden niet op tegen de exploitatiekosten van deze methode. Dit is voornamelijk het gevolg van de relatief hoge investeringen in ondergrondse verzamelcontainers, waarvan de kosten recent fors zijn gestegen. Overgaan op omgekeerd inzamelen kost de gemeente effectief circa € 75.000,- per jaar, wat neerkomt op gemiddeld € 20,- per aansluiting/woning.

4.3 Service effecten omgekeerd inzamelen Omgekeerd inzamelen zal door veel inwoners in eerste instantie als een verlaging van het door de gemeente geleverde serviceniveau worden ervaren. Na verloop van tijd treedt er gewenning 15

op. De inhoudelijke reden van minder restafval - goed voor het milieu – helpt hierbij. Verder wordt het vervallen van de minicontainer voor restafval als voordeel gezien. Omdat de meeste van deze containers in Eemnes (nagenoeg) afgeschreven zijn, is de afboeking van deze balanspost vooralsnog beperkt. Bij omgekeerd inzamelen moet de gemeente, al of niet in samenwerking met inwoners, wel zorgen voor flankerende maatregelen ten behoeve van inwoners die minder mobiel zijn. Daarnaast is de methode niet overal toepasbaar zoals bijvoorbeeld in het buitengebied, waar de woningdichtheid te laag is. De gemeente houdt bij omgekeerd inzamelen dus twee inzamelsystemen. Wanneer omgekeerd inzamelen wordt gecombineerd met tariefdifferentiatie, wordt elke storting van een vuilniszak met restafval door de verzamelcontainer geregistreerd. De perceptie van ongemak bij de invoering van omgekeerd inzamelen en betalen naar rato van de hoeveelheid restafval kan via sociale media worden uitvergroot en leiden tot het terugdraaien van genomen besluiten, zoals in de gemeente Bunschoten is gebeurd. Bij omgekeerd inzamelen geeft 41% aan bekend te zijn met de methode en 13% er de voorkeur aan te geven.

5 Stimuleren afvalreductie en kwaliteit grondstoffen Het stimuleren van afvalscheiding door de inwoners kent een keerzijde. Dit geldt in meer of mindere mate voor alle hiervoor behandelde methoden behalve voor de communicatie en voorlichtingscampagne. Inwoners worden gestimuleerd door financiële of fysieke prikkels om afval goed te scheiden. Hoe minder vaak de restafvalzak of minicontainer voor restafval aan de straat wordt gezet, hoe groter de besparing, of hoe minder vaak naar de ondergrondse restafval container hoeft te worden gelopen. Een manier om de hoeveelheid restafval te reduceren, is ook om een deel van het restafval in de minicontainers voor de grondstoffen te stoppen, met als gevolg dat de kwaliteit hiervan slechter wordt. De gemeente moet in dat geval: -

bij afkeur van de grondstoffen extra kosten maken voor het afvoeren en verwerken van het afgekeurde materiaal; loopt, indien van toepassing, de vergoeding voor de betreffende grondstoffen mis en ziet de milieuprestaties verslechteren.

Een slechtere kwaliteit van de grondstoffen betekent meestal ook dat er verder op in de verwerkingsketen meer residuen overblijven, waardoor een deel van de grondstoffen, onder de noemer van bedrijfsafval, alsnog afgevoerd wordt richting afvalcentrale. Prikkels om het gedrag van de inwoners te beïnvloeden richting meer scheiden, werken in de praktijk, maar het zijn tegelijkertijd stimuli om het niet zo nauw te nemen met de kwaliteit van de grondstoffen. Het is mogelijk om hier iets aan te doen, maar dat vraagt wel om flankerende maatregelen/extra communicatie en voorlichting en indien nodig handhaving.

16

6 Inwonerspanel Eemnes peiling 2 In de periode mei – juni is er een peiling gehouden door het bureau Research 2Evolve onder inwoners van Eemnes over afvalscheiding. De gemeente is benieuwd naar de mening van de inwoners over de afvalinzameling in Eemnes. Eerder in 2019 ontving het inwonerspanel ook een vragenlijst met dezelfde strekking. Via de peiling ontvangt de gemeente Eemnes graag aanvullende informatie over de afvalinzameling. Door thuis het afval goed te scheiden kan de afvalstoffenheffing voor de afvalinzameling en verwerking naar beneden. Gemeente Eemnes hoort graag of er verbeterpunten zijn over de afvalinzameling. De eerste vraag betreft de bekendheid met verschillende methodes om huishoudelijk afval in te zamelen en de tweede vraag welke methode de voorkeur heeft. De bekendheid met de huidige inzameling scoort met 90 hoog. Nascheiden blijkt met 49% ook redelijk bekend te zijn en dat geldt in iets mindere mate voor omgekeerd inzamelen met 41%. De bekendheid met Diftar is het laagst met 29%. Uit de resultaten blijkt duidelijk dat de voorkeur uitgaat naar nascheiden, welke met 39% hoger scoort dan de huidige methode met een score van 33%, gevolgd door omgekeerd inzamelen met 13%. Slechts 4% geeft de voorkeur aan Diftar. bekendheid voorkeur? bij inwoners [%] Inzamelen via de huidige methode: inzamelen via minicontainers aan huis

90

33

Nascheiden: het scheiden van plastic afval gebeurt bij de afvalverwerker. De oranje container verdwijnt

49

39

Omgekeerd inzamelen: ieder huishouden brengt restafval zelf weg naar een ondergrondse container

41

13

Diftar: ieder huiishouden betaalt een basistarief en extra voor het aangeboden restafval (grijze container)

29

4

Anders

3

1

Rest

1

10

Tabel 7. Bekendheid met en voorkeur voor inzamelmethoden

17

Verder komt uit het onderzoek naar voren dat: -

-

Bij 84% van de respondenten wordt de afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden betaald en bij 16% voor een eenpersoonshuishouden; Meer dan 95% van de respondenten geeft aan thuis afval te scheiden in GFT, OPK en PMD. Glas en textiel worden weggebracht naar verzamelcontainers in de wijk door 92% respectievelijk 72% van de respondenten; De top 3 redenen om nog meer afval te scheiden zijn 1) milieu, 2) minder afvalstoffenheffing (kosten) en 3) vaker afval aan kunnen bieden (service); Bijna de helft van de respondenten is niet bereid het afval zelf weg te brengen; Van de respondenten heeft 86% geen contact gehad met de inzamelaar en/of de gemeente in de afgelopen 12 maanden; Ruim de helft van de inwoners wil meer achtergrondinformatie ontvangen over afval scheiden.

Bijna driekwart (73%) van de respondenten wil meer scheiden en een lagere afvalstoffenheffing. Men geeft dus aan om bereid te zijn meer te scheiden als er een lagere afvalstoffenheffing tegenover staat. Slechts 6% wil minder scheiden en een hogere afvalstoffenheffing. Als slot krijgt de gemeente een pluim van de panelleden voor het afvalbeleid met een overall tevredenheidsscore van 7,1.

18

7 Conclusies De belangrijkste conclusies voor het verhogen van het niveau van afvalscheiding zijn: 1. De regering houdt in het kader van het ontwikkelen van een circulaire economie vast aan de doelstelling van tenminste 75% afvalscheiding en 100 kg restafval of minder per inwoner; 2. In het verlengde gaat het Ministerie van I&W (Nedvang) meer aandacht besteden, en gemeenten ondersteunen, op het gebied van afvalpreventie en de kwaliteit van de grondstoffen; 3. Bij de introductie van nieuwe maatregelen is het steeds een afweging tussen de aspecten milieu, kosten en service; 4. Een wel overwogen goed opgezette communicatie- en voorlichtingscampagne heeft een positief effect op de hoeveelheid restafval en grondstoffen en niet te vergeten de kwaliteit van de grondstoffen. Met enige voorzichtigheid resulteert het in een licht positieve business case. De panelleden laten zien dat de bereidheid er is om de circulariteit in Eemnes te verhogen Daarvoor hebben ze wel behoefte aan meer (achtergrond)informatie. 5. De kosten voor het inzamelen blijven praktisch op hetzelfde niveau bij de invoering van nascheiden, wel komt de vergoeding voor het inzamelen van PMD te vervallen; 6. Nascheiden leidt in het geval van Eemnes niet tot veel betere of slechtere scheidingsresultaten (milieu-neutraal); 7.

Nascheiden verhoogt het serviceniveau, maar hier staan hogere kosten en een eenmalig versnelde afschrijving van circa € 50.000 tegenover. Verder moet voor het moment van invoering rekening gehouden worden met bestaande contracten; 8. Een effectieve methode om het niveau van de afval scheiding te verhogen, is het beprijzen van de hoeveelheid restafval die inwoners produceren, diftar; 9. Diftar leidt meestal tot een lagere afvalstoffenheffing, maar vergt flankerende maatregelen om de kwaliteit van de grondstoffen op niveau te houden; 10. Zelfs bij de sterk gestegen tarieven voor het verwerken van restafval in het AVU-gebied leidt omgekeerd inzamelen niet tot lagere afvalstoffenheffingen. Ook bij deze methode is de kwaliteit van de grondstoffen een aandachtspunt. Daarnaast verlaagt de methode het service niveau van de inzameling; Een en ander is samengevat in onderstaand overzicht:

19

Effecten verschillende methoden inzameling Eemnes Milieu Kwaliteit afvalstoffen rest grond heffing afval stoffen [€] [%] [%] Communicatie / voorlichting - 12,5 + 2,5 ++ -1 /-6 Nascheiden

0

0

+/-

+ 28,-

Service

+ ++ PMD container vervalt

Diftar

- 55

+ 10

--

- 13,-

Omgekeerd inzamelen

- 35

+7

--

+ 20,-

+/- restafval wegbrengen minicontainer vervalt

+

postief

+ + zeer positief +/- neutraal / in balans negatief - - tamelijk negatief

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11795611/1