Bijlage 2 Klimaatbeleid Eemnes op tweesprong
Tekst van het document
Discussiestuk, opiniërend. Steller: M. Radstake
Duurzaamheidsbeleid: Eemnes op een tweesprong Inleiding De gemeente Eemnes heeft zich in de afgelopen jaren (regionaal) geprofileerd als een gemeente waar serieuze stappen worden genomen op het gebied van energieverduurzaming en reductie van CO2-uitstoot. Projecten als het eerste regionale zonneveld aan de A1 en de bouw van een volledig energieneutraal Huis van Eemnes hebben bijgedragen aan het duurzame imago van Eemnes. De ontwikkelingen van dergelijke projecten zijn een logisch gevolg van de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Een forse ambitie, die ook in de komende jaren vraagt om serieuze bestuurlijke besluiten en om het realiseren van grootschalige duurzaamheidsprojecten. Want, ondanks de successen van de afgelopen jaren, blijven de uitdagingen voor de komende jaren fors, zo blijkt uit de ‘Stand van zaken klimaatbeleid Eemnes, juni 2020 (bijlage). Terugkijkend naar de afgelopen 9 jaren is de CO2-uitstoot in Eemnes afgenomen met ca. 25%. Vooruitkijkend naar de komende 9 jaren (tot 2030) laat dit nog een opgave over van 75%; dus 3 maal groter dan onze prestaties tot op heden. En dat werpt de vraag op of het huidige beleid, de aanpak én het tempo van de energietransitie nog wel in overeenstemming zijn met de gestelde ambitie.
Het college van Burgemeester en Wethouders is van mening dat voor de realisatie van een klimaatneutraal Eemnes in 2030 een aantal forse (extra) stappen nodig zijn in de komende jaren. Deze stappen kunnen echter alleen gezet worden als uw raad zich hier ook achter schaart, en (t.z.t.) bereid is de daarbij horende besluiten te nemen. Is het draagvlak hiervoor niet te vinden, dan lijkt een heroverweging van de ambities een logisch optie. De intentie van deze notitie is om een gedegen discussie te voeren over de route die Eemnes op het gebied van energietransitie wil volgen richting 2030, en eventueel daarna. Als uitgangspunt voor deze discussie heeft het college hieronder twee mogelijke routes op hooflijnen geschetst.
ROUTE 1; DE NOODZAKELIJKE VERSNELLING VOOR EEN KLIMAATNEUTRAAL EEMNES IN 2030 Op basis van de voortgangsrapportage lijkt een duidelijke versnelling van de energietransitie in Eemnes nodig om tot dit resultaat te komen. Hierbij springen twee grote uitdagingen in het oog: 1. een (forse) uitbreiding van grootschalige duurzame energieopwekking in Eemnes; 2. de transitie van de gebouwde omgeving naar een alternatieve warmtebron voor aardgas. Ad. 1. De uitbreiding van grootschalige duurzame energieopwekking De totale energieconsumptie in Eemnes heeft in de laatste jaren geen relevante daling laten zien (zie figuur 1), en ook voor de komende jaren is dit niet te verwachten. Voor een klimaatneutraal dekking van energievraag in Eemnes in 2030 zal de duurzame energieproductie fors omhoog moeten.
Figuur 1
Bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat
UDG als mogelijk energiebron Ultradiepe geothermie lijkt nog steeds een mooie kans voor de toekomstige verduurzaming van Eemnes. Het college is echter van mening dat een realisatie van een volledig operationele geothermiecentrale met de bijbehorende infrastructuur (warmtenet) vóór 2030 ten minste twijfelachtig is. Daarbij komt dat Eemnes in deze ontwikkeling volledig afhankelijk is van één externe, commerciële partij. Gezien de risico’s en de kosten van een UDG-centrale lijkt het logisch dat de beleidsbelangen van Eemnes geen doorslaggevende rol zullen spelen bij de belangenafwegingen en besluitvorming van deze partij. De mogelijkheden om op beleidsresultaten te sturen wordt voor Eemnes daarmee zeer beperkt. Grootschalige zon en/of wind Deze twee opties zijn, technisch gezien, de meest realistische mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking vóór 2030. Dit is ook de voornaamste reden waarom de Regionale Energiestrategieën op deze twee energiebronnen gericht zijn. Om in 2030 te komen tot klimaatneutraliteit, is een uitbreiding van grootschalige opwek van zonne- en/of windenergie nodig. De resterende 80% grijze energievraag (excl. snelwegen) van dit moment is in Eemnes gelijk aan 440 TJ. Om dit in perspectief te plaatsen: 1 hectare zonneveld 1 windmolen (3MW)
= ca. 3,6 TJ = ca. 23,5 TJ
= ca. 0,82% van de resterende opgave = ca. 5,3% van de resterende opgave
De inschatting is dat tenminste 25% van de resterende energievraag in 2030 uit de lokale opwek van duurzame energie zal moeten komen. Dit komt overeen met 4 tot 5 windmolens of ca. 30 ha. zonnepanelen.
Ad.2.
De transitie van aardgas naar duurzame warmte In de praktijk blijkt de grootschalige transitie van aardgas naar duurzame warmte een nog grotere uitdaging dan grootschalige duurzame energieopwekking. Dit komt met name doordat er op individueel gebouwniveau wijzigingen nodig zijn om duurzame warmte mogelijk te maken.
Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing kunnen de wijzigingen voor inwoners en ondernemers ingrijpend tot zeer ingrijpend zijn. Denk daarbij aan verregaande isolatie van gebouwen, vervanging van de gehele technische installatie of het aanpassen van de volledige infrastructuur voor warmtelevering. Daarmee heeft deze transitie ook economisch een grotere impact dan grootschalige energieopwekking. Transitieperiode van 8 jaren vraagt om snelle besluitvorming De nationale overheid heeft bij de transitie naar een aardgasvrij Nederland onderkent dat dit niet kan zonder een redelijke overgangstermijn. Deze termijn is gesteld op 8 jaren en gaat in op het moment dat een gemeente besluit om een wijk/dorp van het aardgas af te gaan sluiten. Klimaatneutraliteit in 2030 vraagt daarmee om een dergelijk besluit op redelijk korte termijn. Gebouw-gebonden financiering is een belangrijke voorwaarde Pilotprojecten laten zien dat het aardgasvrij maken van oudere woningen (voor 1994) een serieuze investering kunnen vragen van de woningeigenaren. In een project om enkele huizenblokken aan de Rietgors en Watersnip aardgasvrij te maken werden de aanpassingen gecalculeerd op ongeveer € 80.000 per woning. Financieel specialisten zijn van mening dat dergelijke investeringen alleen rendabel kunnen zijn als de financiering gebonden is aan de woning en niet aan de eigenaar.
Er is nog geen houdbare financiële constructie die daarin voorziet.
ROUTE 2; HEROVERWEGING VAN DE EINDBESTEMMING Als de gekozen bestemming van klimaatneutraliteit in 2030 niet verenigbaar is met de reis die we in de komende 9 jaren met elkaar kunnen/willen maken, dan wordt herziening van het reisdoel een logische bespreekpunt. De mogelijkheid om de energietransitie-doelen voor Eemnes te herzien kent echter wel een ondergrens, op basis van het landelijke klimaatakkoord. Iedere gemeente in Nederland zal in 2030 tenminste 49% reductie van CO2-uitstoot moeten hebben gerealiseerd. Het is overigens niet vanzelfsprekend dat een eventuele herziening van het beleidsdoel ook tot deze ‘minimale variant’ moet leiden. Bestuurlijke urgentie blijft in alle gevallen hoog Ook het behalen van deze ondergrens zou in Eemnes vragen om uitbreiding van grootschalige energieopwekking en het nemen van (deel-)besluiten omtrent het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Bestuurlijk blijft de urgentie voor het nemen van stappen in de energietransitie hoog. Grootschalige energieopwekking verder uitbreiden De inschatting is dat in alle gevallen een minimale toename van grootschalige, duurzame energieproductie nodig is met 40 tot 60 TJ. Dit is vergelijkbaar met 11 tot 16 ha. zonnepanelen, of 2 à 3 windmolens. Deze ontwikkeling staat los van het verder benutten van (bedrijfs-)daken voor energieopwekking.
Aardgasvrij maken van gebouwde omgeving initiëren Een fors deel van de totale energieconsumptie in Eemnes komt voor rekening van ‘warmte voor gebouwen’ (aardgas). Ongeacht de beleidsdoelen voor 2030 zal Eemnes de komende twee à drie jaren een aantal besluiten moeten nemen over het aardgasvrij maken van wijken en veranderingen in gang moeten zetten. Voor het einde van 2021 moet elke gemeente in Nederland een WarmteTransitievisie vaststellen waarin is aangegeven hoe en wanneer het gebruik van aardgas wordt afgebouwd. Direct aansluiten zal dat moeten worden vertaald in wijkuitvoeringsplannen.