Bijlage 2 gedragscode zon-op-land Holland Solar
Tekst van het document
Code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten.
GEDRAGSCODE ZON OP LAND
Foto: TP Solar
2
3
1. Inleiding Onze samenleving staat voor een opgave om over te gaan op een schone, duurzame energievoorziening uit hernieuwbare energiebronnen. In het Klimaatakkoord van juni 2019 is een doelstelling voor 2030 voor ener gie uit zon en wind op land uit grootschalige opwek (> 15 kW) gesteld. Grootschalige energie uit zon op land is daarvoor nodig. Het streven is om de ruimtelijke im pact hiervan zoveel mogelijk te beperken door eerst te kijken naar locaties met een lage ruimtelijke impact zoals daken. Tegelijkertijd is het de overtuiging van de partijen onder deze code dat zonneparken op land ook meerwaarde kunnen bieden voor een gebied, naast de bijdrage aan de duurzame energietransitie. Dit kan indien de locatie goed gekozen is, de parken goed vormgeven en beheerd worden en de omgeving optimaal betrokken is.
2. Leidende principes De code adresseert de volgende onderwerpen waar zorgen of wensen over zijn: - Efficiënt ruimtegebruik - Landschap en uitzicht - Biodiversiteit - Voedselproductie - Bodemkwaliteit - Burgerparticipatie in het proces - Mede-eigenaarschap en financiële betrokkenheid van bewoners en bedrijven uit de omgeving
Deze gelden voor alle nieuwe zonne-energie projec ten op land in Nederland waar de leden van Holland Solar vanaf het begin initiatiefnemer van zijn en waar op het moment van publieke presentatie van de code nog geen vergunning voor is aangevraagd. Waar al wel een vergunning is aangevraagd maar nog niet is verleend, doet initiatiefnemer haar best conform de bepalingen uit deze code te werken.
Principes die leidend zijn voor de initiatiefnemer en ondertekenaars 2.1 Samen met stakeholders Wat de wensen ten aanzien van een park zijn is iets wat van geval tot geval verschillend zal zijn. De sector zal werken met een op het project afgestemde vorm van procesparticipatie. Bij ieder project denken de stake holders inclusief bewoners uit de omgeving vanaf het begin mee over de locatie, vormgeving en ontwikkeling van het beoogde zonneveld.
In onze samenleving zijn er zorgen over velden met zonnepanelen (`zonnevelden’). Deze zorgen nemen de initiatiefnemer en ondertekenaars van deze ge dragscode serieus. Het initiatief tot deze gedrags code is genomen door de branchevereniging Holland Solar. De code richt zich op zon op land projecten (enkel terrestrische plaatsing, dus niet drijvende panelen of panelen op bouwwerken) van de leden van deze vereniging. Naast Holland Solar onderte kenen Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, NLVOW en Vogelbescherming Nederland de code en geven daarmee steun aan de ontwikkeling van zon op land (PV) mits binnen de in deze code geschetste kaders. Een wijziging van de code kan enkel plaatsvinden met instemming van alle partijen die de code ondertekenen.
2.2 Meerwaarde omgeving Naast economische motieven voor ontwikkelaar en grondeigenaar spelen er voor de omgeving andere be langen, zoals landschap, biodiversiteit en (financiële) waarde voor de omgeving. Zonneparken bieden, mits goed vormgegeven op een goed gekozen locatie ook een kans om de omgeving mooier en voor de natuur waardevoller te maken. De sector neemt het principe op zich dat, in overleg met stakeholders, het zonneveld per saldo een verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied betekent. Deels zal dit per definitie subjectief zijn; in de ogen van de omgeving. Waar mogelijk wordt dit geobjectiveerd; bijvoorbeeld met een meetbare toename aan biodiversiteit. 2.3 Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk Het derde principe is dat de sector parken zo zijn inricht dat er geen onomkeerbare ontwikkeling plaatsvindt. Het oorspronkelijke of een ander grondgebruik moet, indien gewenst door grondeigenaar én bevoegd gezag, na het zonneveld weer mogelijk zijn; zowel beleidsmatig als fysiek. Daarbij hoort ook dat de sector zorgt dat er geen vervuiling optreedt of dat er spullen achterblijven.
Foto: Statkraft
9 januari 2024 www.hollandsolar.nl/gedragscodezonopland
Er is bij wet reeds veel vastgelegd. Voor zorgvuldige ontwikkeling en beheer van zonneparken willen de partijen onder deze gedragscode verder gaan. Daar om spreken we in deze gedragscode bovenwettelijke maatregelen af om de omgeving goed bij de projec ten te betrekken, meerwaarde te bieden en schade te voorkomen. De initiatiefnemer en ondertekenaars van deze code nemen een aantal principes en concrete toezeggingen in acht.
5
4
3. Concrete toezegging van de sector De sector zon op land doet een aantal concrete toe zeggingen om de principes na te komen, naast een aantal zaken die per project bekeken zullen worden. In dit hoofdstuk staan de concrete toezeggingen. 3.1 Zorgvuldige locatiekeuze Bevoegd gezag in de lead voor zoekgebieden Besluitvorming in een gemeente of provincie over de verduurzaming van de energievoorziening én over de gebieden die voor deze energievoorziening in aanmerking komen, begint idealiter al ruim voor er van concrete initiatieven sprake is. In de fase van beleidsvorming is de overheid in de lead en heeft de verantwoordelijkheid om de inwoners te betrek ken bij de keuzes voor duurzame energie opwek en bij de zoekgebieden voor eventuele zonnevelden. Concrete projectlocaties volgen daarna op initiatief van ontwikkelaars, binnen de kaders die overheden hebben gesteld. Een gemeente zal in de beleidsfase bekijken in hoeverre ambities van bijvoorbeeld gemeenten ingevuld kunnen worden met de beschikbare daken en restgronden: het principe van de ‘zonneladder’1. Gemeenten kunnen hierbij de Zonnewaaier van Holland Solar en de Constructieve Zonneladder van de Natuur en Milieufederaties gebruiken. Zonneladder: daken en gevels waar mogelijk De sector prefereert over het algemeen daken, gevels, geluidswallen en andere reeds bestaande
bouwwerken boven het gebruik van niet bebouwd land, om de eenvoudige reden dat de bebouwde oppervlaktes dan dubbel gebruikt kunnen worden zonder extra ruimtebeslag. Uiteraard zal per geval bekeken worden of de dakconstructie wel technisch mogelijk is op het betreffende pand. Naast panelen op bouwwerken zijn restgronden een goede optie voor efficiënt ruimtegebruik: bijvoorbeeld ongebruikte oppervlakten naast snelwegen. Voor de ontwikkelaar zijn daken en restgronden wenselijk indien deze gebieden goed aangesloten kunnen worden op het net, er voldoende zon is en de kosten voor het gebruik van de oppervlakten een project mogelijk maken. Voor het realiseren van de totale opgave aan duurzame energie zijn veld-opstellingen ook gewenst. Nationale Parken en Natura 2000 buiten beschouwing De initiatiefnemer en de ondertekenende partijen hebben met elkaar afgesproken Nationale Parken en Natura 2000 gebieden buiten beschouwing te laten als mogelijke locatie voor een zonnepark. ‘Nee-tenzij’ gebieden Bij de keuze voor grondgebonden zonnevelden is er aan aantal gebieden dat niet in aanmerking komt tenzij er met een zonneveld een aantoonbare verbetering voor ecologie en landschap optreedt.
Dit geldt voor gebieden van het Natuurnetwerk (anders dan de Nationale Parken en Natura2000 gebieden die buiten beschouwing worden gelaten), beschermde landschappen (zie onder paragraaf 3.5 onder b) en door de overheid aangewezen weidevogelkern gebieden. Deze gebieden zijn enkel een goede locatie voor zonnevelden wanneer aangetoond kan worden dat het initiatief door goede maatregelen op het inpassingsniveau, positief uitpakt voor de relevante lokale natuurwaarden en de landschappelijke beleving. Gebieden die onder het ‘Unesco Werelderfgoed vallen’ zullen de leden van Holland Solar in beginsel niet beschouwen als locatie.
3.2 Procesparticipatie De kwaliteit van een duurzaam energieproject bestaat uit een techische optimale inpassing in een gebied met eigen kenmerken en waarden. Door het organiseren van procesparticipatie kunnen stakeholders inclusief omwonenden bijdragen aan het ontwerp door specifieke (gebieds)kennis in te brengen. Daar waar er nog geen structuur van organisatie is voor omwonenden, faciliteert de ontwikkelaar de participatie van de omgeving zodat zij in staat zijn om geïnformeerd mee te doen aan het proces. De ondertekenende partijen van deze gedragscode hechten aan het gelijkwaardig en in vertrouwen optrekken van energiecoöperaties, commerciële ontwikkelaars, bewoners in de omgeving en andere stakeholders vanaf de ontwikkelfase van een concreet project. Ook organisaties die niet in de buurt van het zonnepark zijn gevestigd kunnen worden betrokken als deze organisaties relevante kennis hebben van het gebied en daarmee de steun voor het project kunnen vergroten. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn de Natuur en Milieufederaties en hun energieboswachters, de Vlinderstichting, Natuurmonumenten, NLVOW en de Vogelbescherming Nederland. Hoe deze samenwerking eruit ziet zal van geval tot geval anders zijn gezien de verschillen tussen de gebieden en wensen van de stakeholders.
Het principe om bij voorkeur daken en restgronden te gebruiken is verwoord conform de twee moties Dik-Faber c.s. over de zonneladder en over gebruik van agrarische gronden en nader verwerkt in Kamerbrief 34682 nr. 29 en in de Nationale Omgevings VIsie (NOVI).
1
Traject 1: Private ontwikkelaar neemt initiatief Landeigenaar: Een ontwikkelaar sluit een (intentie) overeenkomst met een landeigenaar op een locatie waar een park vergund kan worden en potentiële netcapaciteit beschikbaar is. De gemeente: Het komt het participatieproces ten goede als de gemeente richtlijnen heeft voor het vormgeven van participatie. Daarbij kan de gemeente bijdragen aan participatie door; bewoners te betrekken bij het aanwijzen van zoekgebieden voor de opwekking van duurzame energie, door bewoners te informeren over de noodzaak van duurzame energie projecten, door betrokken te blijven tijdens participatieprocessen en door initiatiefnemers te voorzien van advies. De gemeente kan naast ruimtelijke adviezen ook advies geven over manieren om de representativiteit en de inclusiviteit van de betrokkenen te vergroten, bijvoorbeeld door sociaal geografische kenmerken van omwonenden met de ontwikkelaar te delen. Participatieproces opzetten: Participatie is maatwerk. Daarom spelen de gemeente en de ontwikkelaar samen een belangrijke coördinerende rol waarin keuzes gemaakt worden over de vormgeving van het participatieproces. Het is belangrijk dat stakeholders en omwonenden vroeg worden geïnformeerd en betrokken bij het initiatief voor een zonneenergieproject.
Omwonenden die direct zicht hebben op de projectlocatie vanuit hun woonvertrekken worden in principe altijd betrokken bij het participatieproces. Samen met de gemeente spreekt de initiatiefnemer af welke bewoners er verder betrokken moeten worden om de steun voor het project te vergroten. Ook worden er afspraken gemaakt over welke communicatievormen het best kunnen werken om omwonenden te betrekken (flyers, fysieke bijeenkomsten, digitale bijeenkomsten, schriftelijke input etc.). Zodra omwonenden zijn
Definitieve locatiekeuze pas na consultatie omgeving Initiatiefnemers tekenen met grondeigenaren doorgaans een intentieovereenkomst. Deze zal pas na besluitvorming door het bevoegd gezag en na consultatie van de omgeving worden omgezet in een definitieve overeenkomst. Foto: Statkraft
Participatie realiseren Er zijn twee trajecten voor het realiseren van zonneparken op land; één waarbij het initiatief voor het project bij een private partij ligt en één waarbij het initiatief vanuit de rijksoverheid of decentrale overheden komt. In veruit de meeste gevallen komt het initiatief vanuit een private partij. In beide trajecten is flexibiliteit van groot belang. Als een private partij het initiatief neemt ziet het participatieproces er als volgt uit:
Foto: TP Solar
6
7
benaderd is het van belang om de rest van de communicatie met de omgeving af te stemmen.
kennen. Het lokale gezag blijft, als initiatiefnemer, eindverantwoordelijk voor het participatieproces.
Participatie: De omgeving kan meepraten over het ontwerp van het zonnepark, de mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik, de mogelijkheid om een actieve rol in te nemen bij het onderhoud en het beheer van het zonnepark en over financiële participatie. De mogelijkheid tot mede-eigenaarschap wordt hier altijd in meegenomen.
Gemeentes kunnen informatie vinden over het opzetten van een maatschappelijke tender in de position paper van Holland Solar in samenwerking met NWEA en NVDE. 3.3 Financiële participatie Met financiële participatie wordt beoogd dat stakeholders ervaren dat het project een bijdrage levert aan de behoeftes van de omgeving en het kan dienen als een middel om de omgeving te betrekken bij de energietransitie. Met dit doel werden de afspraken over participatie, uit het Klimaatakkoord in 2019, door de zonne-energiesector omarmd. In het Klimaatakkoord werd het volgende opgenomen:
Omgevingsovereenkomst: De projectontwikkelaar maakt een verslag van het participatieproces. Hierin is te lezen hoe input en feedback verwerkt wordt en welke afspraken er zijn gemaakt over lokaal eigendom en financiële participatie. Realisatie: De projectontwikkelaar zorgt dat duidelijk is wie de eigenaar/verantwoordelijke voor het zonnepark is en waar vragen over het zonnepark gesteld kunnen worden. Bij interesse uit de omgeving wordt het zonnepark na de bouw ten minste eenmalig opengesteld om het te komen bekijken.
“De initiatiefnemer doorloopt een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Het gaat hierbij om de participatiewaaier; dit kan zijn procesparticipatie, financiële participatie, financiële obligaties, eigendomsparticipatie, een omgevingsfonds of een combinatie hiervan. Het bevoegd gezag controleert dat initiatiefnemers en omgeving hierover het gesprek aangaan. Afspraken met de omgeving worden bij voorkeur vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de participatie optimaal wordt ingericht.”
Bezwaar: Bezwaren naar aanleiding van het participatieproces kunnen worden gemeld bij de klachtencommissie van Holland Solar. Traject 2: Publieke initiatiefnemer zet een tender/ aanbesteding uit Naast private partijen kunnen ook publieke partijen initiatief nemen voor het realiseren van een zonnepark. In dit traject zet het Rijk, een provincie of een gemeente een tender/aanbesteding uit voor een zonnepark op hun areaal. Ten aanzien van participatie zijn er enkele verschillen wanneer een publieke partij initiatief neemt: Het lokale gezag heeft bij het uitzetten van de tender een visie op zowel procesparticipatie als projectparticipatie geformuleerd.
Foto: Novar
Mocht het lokale gezag een tender uitzetten zonder specificaties van het participatieproces dan kan de projectontwikkelaar hier een voorstel voor doen. Participatieprocessen vormgeven is een expertise die voor het lokale gezag ook mee kunnen spelen in de afweging om een tender aan een partij toe te
de definiëring van ‘de lokale omgeving’ is met het Klimaatakkoord niet scherp vastgelegd. Dit is ook geen zaak voor uniforme regels maar iets dat per project vorm kan krijgen. De gedachte dat omwonenden de mogelijkheid krijgen om financieel te investeren en daarmee mee te profiteren en mee te doen aan de energietransitie staat centraal.
“Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een project. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Investeren in een zon-en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risicolopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.” De exacte vorm van de financiële participatie en
Foto: Statkraft
Vier vormen van financiële participatie zoals genoemd in de participatiewaaier zijn: lokaal eigendom, financiële deelneming, een omgevingsfonds en een omwonendenregeling, maar maatwerk kan ook leiden tot andere afspraken over financiële participatie. In beginsel gelden de afspraken over financiële participatie voor de gehele looptijd van de exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals het aflopen van subsidies, kan deze bijdrage in overleg met de omgeving worden herzien. Daarbij is het belangrijk om een integraal beeld te vormen van financiële participatie in een project om het stapelen van verschillende vormen van financiële participatie te voorkomen. Lokaal Eigendom Om lokaal eigendom te realiseren werken partijen samen tijdens de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een project. Lokaal eigendom betekent dat aandelen van het zonnepark voor een marktconforme prijs worden verkocht en eigendom worden van omwonenden, lokale energie-coöperaties, lokale bedrijven of lokale overheden. Mede-eigenaren dragen naast de lusten ook de lasten, zoals de bovenwettelijke afspraken met de omgeving over financiële participatie. Of het streefdoel van 50% lokaal eigendom gehaald wordt hangt onder andere af van de investeringsbereidheid van de omgeving.
2 Voor het voeren van het gesprek over ontwerp en beheer met de omgeving en het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer gebruik maken van de ‘Checklist Natuurbelangen bij Grondgebonden Zonnevelden’ van de Natuur en Milieufederaties en Natuur & Milieu.
9
8
Financiële deelneming Obligaties zijn vormen van financiële deelnemingen en kunnen worden verkocht door de ontwikkelaar. De investering kan worden gedaan op persoonlijke basis of in samenwerking met een energiecoöperatie of woningcorporatie. Het voordeel van obligaties ten opzichte van aandelen is dat er veel minder risico gelopen wordt doordat er afspraken worden gemaakt over een vast rendement voor een vaste looptijd. Omgevingsfonds De exploitant kan een collectieve vorm van financiële participatie faciliteren door een afdracht te doen aan een omgevingsfonds. Het fonds kan het beste beheerd worden door omwonenden van het zonne park en ingezet worden om de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid te vergroten. De ontvangers dragen geen financiële lasten of projectrisico’s. Wanneer het omgevingsfonds als primaire vorm van financiële participatie wordt aangewezen hanteert de sector een richtbedrag van €0,40-€0,50 per megawattuur (MWh) per jaar. Er kan van dit richtbedrag afgeweken worden, afhankelijk van andere afspraken met de omgeving en de productie. Omwonendenregeling Bij een omwonendenregeling is het uitgangspunt om samen met de omgeving participatievormen te realiseren zonder financiële risico’s.
Ontwikkelaars kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan de verduurzaming van woningen of bedrijfspanden in de buurt door het plaatsen van zonnepanelen, door elektrische laad palen te installeren of groene stroom met korting aan te bieden.
3.5 Ontwerp en beheer Een goed ontwerp en beheer van een zonneveld kan de zorgen over een aantal waarden rond natuur, landschap en milieu wegnemen. Wat ‘een goed ont werp’ betekent zal per locatie verschillen2. Een aantal zaken zal echter bij ieder park gelden. a) Aandacht voor natuur bij het ontwerp en beheer Parken worden aangelegd om ook ruimte aan de natuur te geven. Dit stelt eisen aan de inrichting en het beheer. De exacte keuzes zijn locatie-specifiek en afhankelijk van de natuur en landschap in de omgeving. Een aantal principes gelden wel in algemeenheid: - De ontwikkelaar zorgt in samenwerking met lokale en nationale natuurorganisaties voor de ontwikkeling van een aanleg- en beheerplan omwille van de natuurwaarden. - Standaard zal er gekozen worden om specifieke natuurelementen aan het gebied toe te voegen (bijvoorbeeld poelen, bijenhotel, nestplaatsen). De keuze is maatwerk en wordt met behulp van een expert ingevuld. - Er is de mogelijkheid voor klein wild om het park binnen te gaan. - Het vegetatiebeheer stuurt op inheemse, kruidenrijke vegetaties die zo laat en weinig frequent als mogelijk worden gemaaid. b) Landschap: werken aan een integrale landschapsopgave Provincies voeren een landschapsbeleid en hebben
3.4 Correct benaderen grondeigenaren door exploitanten In veel gevallen zal een zonneveld een initiatief zijn van een ontwikkelaar die een grondeigenaar benadert. Dit benaderen dient met respect te gebeuren. Het ongericht grote aantallen grond eigenaren een aanbod sturen in de hoop dat er ééntje positief reageert, geeft in een gebied het gevoel van een ‘vloedgolf aan parken’ en leidt tot onrust. De leden van Holland Solar zullen zich van dit soort acties onthouden en grondeigenaren enkel gericht, één op één benaderen en vanaf de beginfase betrekken bij de ontwikkeling van het project.
in enkele gevallen waardevolle landschappen aan gewezen. In deze gebieden zal de sector enkel met initiatieven komen indien deze de landschappelijke kwaliteit versterken, of vanuit overheidswege al een afweging is gemaakt om hier duurzame energie te willen realiseren. Hier zal de sector bij projecten de expertise in de vorm van een landschapsarchitect of een historisch geograaf betrekken. In alle gebieden zal een landschapsarchitect om advies gevraagd worden over de passendheid van een project op de betreffende locatie en over de vormgeving en inrichting. De uiteindelijke vorm en omvang zal zoveel mogelijk in lijn zijn met het advies van de landschap sarchitect, maar is ook maatwerk. In het ene gebied passen grootschalige zonnevelden landschappelijk beter en in het andere gebied juist kleinere of helemaal geen. c) Ruimte tussen of rond panelen Parken van de bedrijven die lid zijn van Holland Solar zullen altijd worden ingericht met ruimte tussen panelen; soms ook met ruimere open plekken in het park (ecologisch maatwerk). Met deze ruimte wordt gezorgd voor vegetatie en tevens voor neer slag en licht onder de panelen. Meer ruimte tussen de panelen heeft ook uiteraard als gevolg dat er in totaal meer ruimte in Nederland nodig is om dezelfde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Hier zal dus een goed evenwicht moeten worden gevonden.
De partijen van deze gedrags code hanteren een ondergrens van 25% onbedekt oppervlak van het gebied van het project (van boven af gezien). Afwijking van deze norm kan op terreinen waar het oppervlak reeds bedekt of verhard was, op terreinen die bestemd zijn als bedrijventerrein of op uitdrukkelijk verzoek van het bevoegd gezag. De exacte dichtheid en plekken voor onbedekt land is maatwerk per project in overleg met de omgeving ter vaststelling door het bevoegd gezag. d) Voorkomen verdroging bodem Veldopstellingen van zonnepanelen kunnen zorgen voor minder gelijkmatige verdeling van regenwater en lokale verdroging wat de bodemkwaliteit negatief kan beïnvloeden. De sector committeert zich aan het voorkomen van het verdrogen van de bodem. Een optie hiervoor is om voldoende ruimte te laten tussen de oppervlakten met zonnepanelen voor een betere
Foto: Statkraft
verdeling van regenwater. Een andere optie is om water terug te geleiden. De sector is bereid om in overleg te gaan met het waterschap om de grondwaterstand aan te passen aan het niveau waar het gebied het meest bij gebaat is. Dit zal soms op vernatting neerkomen. In bijvoorbeeld het veenweidegebied is een hogere grondwaterstand gunstig voor de koolstofvastlegging en het voor komen van verdere bodemdaling. e) Geen gebruik pesticiden en herbiciden Er zullen voor het park geen pesticiden of herbiciden gebruikt worden, tenzij dit van overheidswege gevraagd wordt (bijvoorbeeld om bepaalde plagen te bestrijden). 3.6 Na het project: voormalig grondgebruik mogelijk Zonnevelden worden doorgaans aangelegd met tijdelijke vergunning en met een tijdelijke ontheffing voor het bestemmingsplan. Na verloop van tijd zou technisch gezien herinvestering aan de orde zijn (loopt
Foto: TP Solar
de opbrengst van de panelen terug). Het kan zijn dat de omgeving, grondeigenaar en het bevoegd gezag kiezen met zon-PV door te gaan. Waar dit niet is gewenst, zorgt de sector dat er voor haar deel geen belemmering is om het oorspronkelijke grondgebruik
4. Maatwerk, per project te bepalen
(zowel beleidsmatig, juridisch als fysiek) weer te hervatten. Wettelijk zal een zonneveld geen schade mogen ach terlaten in de vorm van bijvoorbeeld verontreiniging. De sector verklaart daar bovenop dat de activiteit geen enkele negatieve erfenis nalaat. Dat betekent bijvoor beeld dat installaties en eventueel verharde opper vlaktes verwijderd worden, dat de bodemkwaliteit in stand blijft en er geen schadelijke bodemverdichting optreedt.
Naast de algemeen voor ieder project geldende toe zeggingen uit hoofdstuk 3 zijn er tal van zaken die per project bekeken moeten worden, om mede invulling te geven aan de principes onder hoofdstuk 2. Deze komen in dit hoofdstuk aan de orde. 4.1 Exacte eigendoms- of andere financiële participatie De partijen van deze gedragscode committeren zich aan de in hoofdstuk 3 beschreven inzet op een goede omgevingsparticipatie waaronder proces- en financiële participatie. Hoe de uiteindelijke invulling zal zijn, zal van project tot project verschillen.
3.7 Bijdrage aan de lokale economie De aanleg en beheer van een zonnepark levert werk op. De leden van Holland Solar zullen hierbij allereerst en met voorkeur naar bedrijven en werknemers in de directe omgeving van een park kijken, om zo bij te dragen aan de lokale economie.
4.2 Een gebiedsgebonden bijdrage Een gebiedsgebonden bijdrage is een vorm van omgevingsparticipatie en een optie. Het kan ingezet worden voor bijvoorbeeld extra natuurimpuls, monitoring van de ecologische effecten, duurzame energie voor de omgeving, een voorziening als een speeltuin, een financiële impuls voor een lokale sportvereniging. De bijdrage is in overleg met de direct omgeving vast te stellen omtrent toepassing en besteding. De eventuele bijdrage zal ook worden opgebracht door de omwonenden die mede-eigenaar zijn van het project.
3.8 Meten, monitoren en bijsturen In lijn met het innovatieprogramma onder het Klimaatakkoord wordt er een meetprogramma opgesteld. Om te beoordelen dat in lijn met principe 2.2 meerwaarde optreedt voor natuurwaarden zullen de leden van Holland Solar een 0 meting en monito ring uitvoeren. Zodra gereed zal dit in lijn met dit meetprogramma gebeuren. Meetprogramma en monitoringsmethodiek worden gedeeld met de ondertekenaars, om te borgen dat de uitkomsten vol doende robuust zijn voor conclusies. Resultaten van de monitoring zijn openbaar beschikbaar en worden mede gebruikt om ‘best practices’ te ontwikkelen.
4.5 Afspraken over behoud landschapselementen Per project kan bekeken worden of de aangelegde landschapselementen zoals natuurlijke heggen rond het park, een aangelegde paddenpoel, ook na de duur van het park behouden kunnen blijven. Met de grondeigenaar en gemeente kan er ook worden afgesproken om bepaalde landschapselementen te behouden. Het is een optie voor de gemeente om in overleg met de grondeigenaar deze landschapselementen te bestemmen en zo het behoud te versterken. 4.6 Combinatie agrarisch gebruik en zonnepanelen Een argument dat vaak tegen zonnevelden wordt ingebracht is het verlies aan agrarische gronden. Bij agrarische gronden zijn in principe combinatievormen van landbouw met zonnepanelen mogelijk. De gebieden met panelen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor vrije uitloop van dieren (met name schapen en kippen). Of deze combinaties daadwerkelijk mogelijk zijn zal per project, per agrarisch bedrijf bekeken moeten worden door de agrariër in overleg met de ontwikkelaar van een zon-PV-project.
4.3 Compensatie Als er bij een zonneveld ondanks een goede locatie keuze en inpassingsmaatregelen, toch negatieve effecten te verwachten zijn op kwetsbare natuur waarden of (rode lijst) soorten, dan is compen satie - aanvullend op de wettelijke bepalingen over compensatie en natuurbescherming - een onderdeel van het plan voor het zonneproject.
Foto: TP Solar
Initiatiefnemers bouwen de mogelijkheid in om extra mitigerende maatregelen te nemen als blijkt dat de negatieve effecten door de zonnepanelen op natuurwaarden groter zijn dan initieel aangenomen. Initiatiefnemer maakt vooraf heldere afspraken met betrokken partijen over de wijze van monitoring en het afwegingsmechanisme voor eventuele maatregelen tijdens de exploitatie. Dit kunnen bijvoorbeeld extra poelen of ruigtestroken zijn.
4.4 Maatwerk in het ontwerp Naast de in 3.5 genoemde aspecten zijn er tal van locatie-specifieke mogelijkheden om in en rondom de zonneparken extra kansen te bieden aan de natuur en landschap. Landschap is per definitie maatwerk en afhankelijk van de locatie. Ook voor natuur zal de omgeving van het park bepalend zijn voor de vraag wat een goede inrichting is. Foto: Ilos new energy
12
5. Naleving van de code 5.1 Vastlegging in overeenkomsten per project Bovenstaande regels moeten per project vertaald en vastgelegd worden om misverstanden te voorkomen. De partijen die deze code ondertekenen volgen de code, maar zijn niet de enige die bepalend zijn voor het succesvol naleven. Vandaar ook de oproep aan andere betrokkenen om deze code waar mogelijk te volgen. Naast het volgen van de code, kunnen de elementen van de code een plek krijgen in beleid en in diverse overeenkomsten. • Bij een keuze voor een locatie ligt het beleid daartoe bij de betreffende overheden (provincies, gemeenten). • Binnen deze beleidskaders ligt het besluit voor een concreet perceel bij de grondeigenaar. De afspraken tussen grondeigenaar en de projectontwikkelaar worden vastgelegd in een overeenkomst (pacht- of opstalovereenkomst). • In lijn met het bovenbeschreven commitment voor omgevingsparticipatie zal er ook een overeenkomst kunnen komen tussen ontwikkelaar en een lokale energiecoöperatie en/of met omwonenden. • Vervolgens zal ook het bevoegd gezag (meestal gemeente) aanvullende eisen kunnen stellen en deze vastleggen in een anterieure overeenkomst en in de vergunning.
In die gevallen legt de initiatiefnemer deze zaak ter beoordeling voor aan de ondertekenende partijen onder deze code. Bij unanimiteit kan dan afgeweken worden van de betreffende bepaling. 5.3 Toezicht op de naleving Ieder kan bij het bestuur melding maken over het nietnaleven van de code. Als leden van Holland Solar zich aantoonbaar niet houden aan de Gedragscode, zal het bestuur van de branchevereniging het desbetreffende lid aanspreken op zijn verantwoordelijkheden en – indien dit geen resultaat heeft – dit ook openbaar maken. In het uiterste geval kan op basis van de statuten een lid uit het lidmaatschap worden ontzet. Daarnaast roepen de partijen onder deze code andere partijen, zoals overheden en burgers, na drukkelijk op om initiatiefnemers op de Gedragscode te wijzen en de code ter hand te nemen als uitgangspunt voor projectontwikkeling. 5.4 Promoten gebruik code De ondertekenende partijen brengen deze gedrags code onder de aandacht van relevante partijen en verspreiden goede voorbeelden van projecten in lijn met deze code.
In bepaalde gevallen kunnen bepalingen uit de code te stringent blijken en is afwijking van de code in lijn of juist versterkend voor de principes geformuleerd in hoofdstuk 2. Dit kan bijvoorbeeld de keuze voor een locatie betreffen in een Natura 2000 gebied.
Foto: Statkraft
5.2 Uitzonderingen Al deze overeenkomsten zullen de bedrijven onder Holland Solar positief aangaan in lijn met de principes uit deze gedragscode. Het kan zijn dat een bevoegd gezag eisen stelt die naleving van elementen van de code onmogelijk maakt. De betreffende project ontwikkelaar zal dit bij een bevoegd gezag kenbaar maken ter heroverweging. Uiteindelijk is het besluit van het bevoegd gezag leidend en zal de ontwikkelaar uitgezonderd zijn van de betreffende elementen uit de code.
14
15
Initiatiefnemer: Holland Solar Ondertekenende organisaties: De Natuur en Milieufederaties Energie Samen Greenpeace Holland Solar Milieudefensie
Natuur & Milieu Natuurmonumenten NLVOW Vogelbescherming Nederland
Peter Molengraaf, voorzitter Holland Solar
Annie van der Pas, netwerkdirecteur Natuur- en Milieufederaties
Siward Zomer, directeur Energie Samen
Joris Thijssen, directeur Greenpeace
Donald Pols, directeur Milieudefensie
Marjolein Demmers, directeur Natuur & Milieu
Marc van den Tweel, directeur Natuurmonumenten
Rob Rietveld, directeur NLVOW
Fred Wouters, directeur Vogelbescherming Nederland
Foto: Statkraft
www.hollandsolar.nl/gedragscodezonopland