Bijlage 2; Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht, dec 2022, incl
Tekst van het document
Door de aanwezigheid van stuwen wordt deze verspreidt over het gebied.
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
28/56
4.2 Uitwerking visie
Figuur 11 Watersysteem uitwerking
Passende profilering Het huidige profiel heeft meer ruimte dan voor het basis debiet nodig is. De vorm van het profiel van de watergang wordt hierop aangepast, waarbij ook rekening wordt gehouden met de ruimtelijke karakteristiek zoals beschreven in de ruimtelijke analyse (bijlage 3); een rechte lijn en het eenduidige profiel met heldere steile taluds. De aanpassing moet ook ruimte bieden voor de afvoer van overstortend regenwater. Bij de aanpassing van de taluds wordt gezorgd voor meer stabiliteit. Dit is voornamelijk van belang voor het gestuwde traject langs Laren en Blaricum omdat hier ook het pad naast ligt. De basis hiervoor is een tweezijdige taludverflauwing over de gehele lengte en met dezelfde helling. Een dergelijke aanpassing is tevens gunstig voor het beheer en onderhoud, de instandhouding van de bomen op de insteek van het talud en voor meer kansen voor de ontwikkeling van een natuurlijke oever.
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
29/56
Figuur 12 basisprincipe profiel: aanpassing door taludverflauwing met meer kansen voor begroeiing
De watergang door het knooppunt van de A27 bij Blaricum en langs de Te Veenweg Noord krijgt flauwe oevers. Deze zijn goed te onderhouden en leveren kansen voor het versterken van de al aanwezige ecologische waarden. Daarbij ontstaat ook meer ruimte voor waterberging. Deze ingreep maakt het helder dat dit een latere niet historische verbinding is in de Gooiergracht. Bij een herprofilering van het deel van de Gooiergracht langs de Meentdijk worden de natuurlijke oevers behouden en zo mogelijk versterkt. De lichte slingers en afwijkingen van de oevers in het deel blijven daarbij herkenbaar. Het verbreden van natuurlijke oevers kan een positief effect hebben op het verminderen van de nutriëntenlast van het water. Onderdeel van de aan te passen profiel is de sanering van de onderwaterbodem. Er wordt voor gezorgd dat uitdieping geen drainerende werking heeft op het grondwater. Met de aanpassing van de onderwaterbodem wordt ook gekeken naar ecologische verbeteringen, zowel in de samenstelling van het materiaal als de profilering en microreliëf. Gemaal Het huidige gemaal aan het Eemmeer aan het eind van de Gooiergracht heeft een standaard afvoer capaciteit. Er is wel een vervangingsopgave in de nabije toekomst.
4.3 Meerwaarde en aansluiting op de omgeving Herkenbaarheid van het voormalig Tracé De Gooiergracht is een belangrijke historische lijn door het gebied. Deze is fysiek verstoord door de doorsnijding van de A27 en de opritten. Daarnaast is over de betekenis en functie van de Gooiergracht weinig bekendheid in de omgeving. •
Om de eenheid en herkenbaarheid te bewaren moet het pad, de ruimtelijk grootste constante factor, zoveel als mogelijk een eenduidige uitstraling krijgen. Dat wordt bereikt voornamelijk bereikt door afstemming in materialisering en beheer. Het gaat
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
30/56
•
•
• •
om het pad vanaf de Eemnsesserweg in Laren tot aan de Randweg Oost bij Blaricum. De sloot langs het depot van de gemeente die vanaf de doorsteek van de watergang door het knooppunt bij de A27 doorloopt tot aan de Gooyerweg/Randweg Oost is een oorspronkelijk stuk van de Gooiergracht. Dat kan beter herkenbaar worden gemaakt. Dit kan onder meer door er ook een functie aan te geven, zoals een tijdelijke berging met vertraagde afvoer naar de Gooiergracht. De Leeuwenpaal zou onderdeel moeten zijn van de overdracht en het uitvoeringsplan en daarin een duidelijke plek moeten krijgen. De paal moet beter herkenbaar zijn als onderdeel van het geheel. Hiervoor zijn diverse middelen in te zetten, zoals op de Tsplitsing van de Goyergracht-Noord een ‘kopie’ van de paal te maken of een zichtpunt om deze aan de overkant te herkennen. Dit zou door een specifieke opdracht of kunstwerk verder moeten worden uitgewerkt. Op hetzelfde punt is het wenselijk inzichtelijk te maken hoe het oorspronkelijk verloop verder ging richting het westen en tevens helder te maken dat men via de Gooyerweg over de A27 weer bij de Gooiergracht aanbeland. Er zou een inventarisatie moeten worden gemaakt van overige historische elementen en met name de grenspalen, zodat dit ook herkenbaar gekoppeld en herleidt kan worden als onderdeel van de historie en eenheid van de gooiergracht.
Pad Gooiergracht Het onverharde pad langs de Gooiergracht is een fijne recreatieve ontsluiting. Het pad is smal en het kan er bij droogte flink stuiven als auto’s en andere gemotoriseerde voertuigen er overheen rijden. In de Blaricumse woonwijk Bouwvenen wordt de meeste overlast ervaren. De steile oever van de watergang is daarnaast kwetsbaar voor belasting door zware voertuigen. Bij de profiel aanpassing wordt hiermee rekening gehouden. Maatregelen om verstuiving te voorkomen zijn inmiddels genomen door te door in droge perioden te sproeien met een soort lijmmiddel. Er kan worden nagedacht om op termijn (na sanering) in afstemming met gemeente Blaricum een relatief zware halfverharding aan te brengen over een lengte van 300m ter hoogte van de Bouwvenen. Het beeld van een doorgaand pad wordt daarbij behouden. De materiaalkeus, detaillering en afwerking van de halfverharding zorgt ervoor dat dit in kleur en beleving aansluit op het bestaande pad.
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
31/56
Figuur 13 Functies en bruggen langs en over de Gooiergracht
Bruggen Bruggen zijn ruimtelijk en historisch geen onderdeel van de Gooiergracht, zoals de stuwen, en zijn in de loop van de tijd individueel en naar behoefte over de watergang heen gelegd. Ruimtelijk houden ze dus verband met de aanliggende gebieden. Daarom is er ook een diversiteit aan bruggen, in vorm, omvang, detaillering en materialisering. Als bij ingrepen (aan de Gooiergracht) bruggen moeten worden aangepast of vervangen, dan is de voorwaarde dat daarbij het kenmerkende profiel van de Gooiergracht herkenbaar blijft doorlopen om eenheid en samenhang daarvan te benadrukken. De bruggen zelf krijgen een vormgeving en uitwerking, passend bij, en aansluitend op, de omgeving waarin ze liggen. Dat leidt tot verschillende bruggen naar gelang positie en functie. Wel kan in de brug verwijzingen worden gemaakt naar de ontwikkelingsgeschiedenis van de Gooiergracht zoals naar de tijd van vervening en de (geschiedenis) functie van de watergang als afvoer van effluentwater. Voorbeelden van verwijzingen kunnen zijn: historisch smeedwerk of formele poortachtige constructies in baksteen afgewerkt met natuursteen, verwijzend naar de landgoederen zoals Capits Hofstede (nu Bosje van Six) en de waterburcht Ruisschendaal, modernere bruggen bij latere woonwijken, of technische/functionele bruggen zoals die er zijn op een RWZI.
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
32/56
Transformatie RWZI Blaricum en herkenbaarheid functie watersysteem Bij de transformatie van de RWZI van Blaricum naar een andere functie is de ambitie dat hier ook ruimte komt om water uit overstort op te vangen en (tijdelijk) vast te houden. De uitlaat van de RWZI op de Gracht is een karakteristiek element. Het is te overwegen deze te behouden om de geschiedenis van de afvoer van riool- en effluentwater herkenbaar te maken.
Figuur 14 De karakteristieke uitlaat op de Gooiergracht van de RWZI Blaricum
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
33/56
4.4 Kansen en ambitie voor de lange termijn
Figuur 15 Kansen en ambitie voor de langere termijn
Achteroever Eemmeer De ecologische waarde van de Gooiergracht kan versterkt worden door een open verbinding met het Eemmeer te maken. Deze mogelijkheid ontstaat op het moment dat het gemaal vervangen wordt. Een vervangend gemaal zou meer richting de snelweg A27 kunnen worden gelegd of wellicht geheel kunnen vervallen. Dan kan het gebied rondom de Gooiergracht tussen de kade van de Kampen en de Meentdijk overstromen bij peilschommelingen. Door een slim sluiswerk bij de monding in het Eemmeer kan het water worden vastgehouden en langzaam weer worden afgevoerd. Ook kan dat sluiswerk zo nodig zorgen dat bij extreme windopzet vanuit het Markermeer niet te veel water binnendringt. Zo ontstaat een land-water overgang waaraan binnen het systeem van het IJsselmeergebied behoefte is. Dergelijk plekken creëren gunstige omstandigheden voor meer gedifferentieerde plantengroei en paaiplaatsen voor vissen (zie ook proeftuin Koopmanspolder) Vertraagd afvoeren water aanliggende gebieden De functie van de Gooiergracht kan verrijkt worden door het vertraagd afvoeren van tijdelijk geborgen water uit het gebiedje ‘Groeve Oostermeent’ ten zuiden van Huizen. Het water zou via de sloot naast het gemeentedepot en een sluis/stuw door het Vetdijkje Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
34/56
(voormalige kering van de Zuiderzee), op de watergang van de Gooiergracht uitgeslagen kunnen worden. Open maken ondergrondse afvoer De Gooiergracht, gelegen op de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug is enkel een (zand)pad waarlangs ondergronds een buis/duiker ligt waar het effluentwater doorstroomt totdat het bij de (Verlegde) Laarderweg/Eemnesserweg overgaat in een open watergang. Het zou de herkenbaarheid van het watersysteem versterken deze open te maken. Een moerassige inrichting zou nuttig kunnen zijn voor het afvangen van nutriënten en om meer natuurlijk leven te krijgen in het effluentwater. De uitstraling kan die zijn van een moerassige greppel aansluitend bij het beeld van veengronden die hier in het verleden lagen.
Figuur 16 Open maken afvoer
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
35/56
5. Uitvoeringsprogramma In dit uitvoeringsprogramma hebben we de maatregelen in drie groepen gesplitst. In de eerste tabel staan de planvormen die op deze visie volgen. In tabel 5-2 staan de maatregelen die nodig zijn om aan de richtlijnen voor een goed functionerend watersysteem te voldoen plus de maatregelen die de direct ruimtelijk gerelateerde knelpunten oplossen. In
tabel 5-13 staan de maatregelen die het gebied in en langs de Gooiergracht een extra kwaliteitsimpuls kunnen geven. Voordat tot uitvoering van de maatregelen kan worden overgegaan is het nodig om samen met de omgeving een meer gedetailleerd inrichtingsplan te maken. Dit rapport dient daarvoor als basis. Met het deel van de Gooiergracht tussen de Eemnesserweg en de A27 kan direct overgestapt worden naar het maken van een inrichtingsplan. In dit deel zijn de benodigde ingrepen op hoofdlijnen duidelijk. Voor het overkluisde deel en het deel in de polder Eemnes is nog een stap in de visievorming nodig. In dit plan zijn ideeën aangedragen voor een mogelijke ontwikkeling. Die ideeën zijn echter dusdanig ingrijpend dat het daarvoor essentieel is dat die worden besproken met de belanghebbenden voordat verdergegaan wordt met de concrete vertaling naar maatregelen.
Tabel 5-1: Geadviseerde plannen
Planvorm
Verantwoordelijk
Opmerking
1
Inrichtingsplan Gooiergracht
AGV/ BEL
Vervolg op deze visie
2
Planningsprogramma voor afstemming
AGV/ BEL
Nadere uitwerking van deze lijst met tijdlijn
3
Watergebiedsplan
AGV
Planning nader te bepalen
4
Visievorming Gooiergracht in polder Eemnes
AGV (Gemeenten Eemnes & Blaricum / Natuurmonumenten (zuidzijde) / Staatsbosbeheer (noordzijde)
Via ander spoor is het als idee voor een PAGW-project ingebracht
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
36/56
Tabel 5-2: Geadviseerde fysieke maatregelen
Maatregel
Verantwoordelijke
Opmerking
1
Sanering bodem Gooiergracht
AGV
Al in gang gezet door Waternet
2
Aanpassen bodemprofiel Gooiergracht
AGV
Vanwege sanering bodem en gewenste waterhuishouding
3
Aanpassen / vervangen stuwen Gooiergracht
AGV
Vanwege hydraulisch functioneren en constructieve toestand
4
Aanleggen waterbergingsgebieden langs Gooiergracht
AGV
Mogelijk locaties: AWZI, nabij A27, oude tracé bij depot en al aanwezige laagtes ten westen gracht bij bovenloop
5
Aanpassen oevers Gooiergracht zandwegzijde
Gemeente Eemnes
Voor stabiliteit en ecologische oeverzone
6
Beschoeiingen waar mogelijk verwijderen en waar mogelijk vervangen door natuurvriendelijke oever
Gemeente Eemnes & RWS
Rondom A27
7a
Zandweg aanpassen (stuiven van zand beperken)
Gemeente Eemnes
Er zijn al maatregelen getroffen om het stuiven van zand te beperken.
7b
Zandweg aanpassen (eenduidig profiel)
Gemeente Eemnes
Het profiel van de onverharde weg verschilt
8
Afkoppelen van regenwater
Gemeente Laren en Blaricum
Deze gemeenten zijn hier al veel mee bezig.
Maatregel
Verantwoordelijke
Opmerking
1
Sloot langs depot herstellen tot Gooiergracht identiteit
Gemeente Blaricum & RWS
Hier kan ook een tijdelijke berging worden gerealiseerd.
2
Leeuwenpaal weer duidelijk herkenbaar maken (in oorspronkelijke knik in Gooiergracht)
Gemeente Blaricum
De Leeuwenpaal heeft historische waarde.
3
Bruggen bij vervanging een uniforme identiteit geven
Gemeente Blaricum & Eemnes
Aansluitend op de omgeving
4
Ecologische achteroever maken van Gooiergracht tussen A27 en Eemmeer en tussen Meentdijk en lage kade noordzijde
AGV (Gemeente / Eemnes & Blaricum / Natuurmonumenten (zuidzijde) / Staatsbosbeheer (noordzijde)
De ecologische waarde van de Gooiergracht kan hierdoor versterkt worden
Tabel 5-1: Optionele fysieke maatregelen
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
37/56
5
Gemaal bij Eemmeer vervangen of andere vervangende voorziening
AGV
Mogelijkheid tot vernieuwde landwater overgang waar behoefte aan is binnen het systeem van het IJsselmeergebied
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht Projectnummer 51009528 Datum 7-12-2022
Versie Definitief
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
38/56
Versie Definitief
documents/general/eindrapportage2/2a. concept eindrapportage integrale aanpak gooiergracht kl, bijlage 1 bij oplegnotitie.docx
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/gr_integraleaanpakgooiergracht/shared
Datum 7-12-2022
Projectnummer 51009528
Sweco | Eindrapportage Integrale aanpak Gooiergracht
Bijlage 1 – Overzicht kunstwerken en percelen
39/56
Bijlage 2a – Gooiergracht als ‘sprengbeek’ De Gooiergracht is nu uitgevoerd als een gestuwde watergang. Daardoor ontstaat een beeld van cascade sloten. De opstuwing is dermate groot dat in de tussendelen tussen de stuwen de stroming van de Gooiergracht niet ervaren wordt. Een inrichtingsvorm van de Gooiergracht als stromende ‘sprengbeek’ is technisch mogelijk. De voeding van de beek is kunstmatig, namelijk de continue effluent stroom (0,1 m3/s) vanuit de AWZI Hilversum (die uit Blaricum gaat vervallen).
Figuur B 1: Waterstand in Gooiergracht bij een basisafvoer (alleen effluent AWZI Hilversum) bij gestuwde situatie (de rode lijn) en bij vervallen van de stuwen (blauwe lijn).
In de gestuwde situatie staat er tussen de stuwen ca. 25 cm water in de Gooiergracht (verschil bodem en rode lijn). De waterdiepte is dus al beperkt. Deze waterhoogte (de rode lijn) bepaalt het drainerende effect op de omgeving. Deze lijn moet gehandhaafd blijven om geen effect op de grondwaterstanden in de omgeving te hebben (grondwater neutraal houden). In rapport “watersysteemanalyse Gooiergracht, oktober 2022 “is berekend dat de (nu nog vaste) stuwen gestreken moeten worden om de afvoer in pieksituaties voldoende goed te kunnen verwerken. Bovendien is bovenstrooms van de A27 enige extra waterberging nodig, omdat de duiker onder de A27 het water onvoldoende vlot kan verwerken.
GemaalEemmeer
Duikers onder A27
Stachouwerstraat
RWZIBLaricum
Eemnesserweg 2025 geen stuwen t.o.v. basissituatie 2025
10
Figuur B 2: Waterstand in Gooiergracht bij een extreme neerslag van 80 mm in 1 uur. Situatie: gestreken stuwen, maar nog geen extra waterberging.
De inrichting als stromende ‘sprengbeek’ is het meest logisch tussen Eemnesserweg en de A27. De basisafvoer is 0,1 m3/s, de bodemhelling is 2: 3500. Om die afvoer te kunnen verwerken is een nat profiel nodig van ca. 3 à 5 breed met de daarbij behorende waterdieptes van 0,12 en 0,09 m (zie bijgevoegde tabel). Dit profiel past in de huidige bodembreedte van de Gooiergracht. De bodem van de Gooiergracht is zandig. Het beeld dat ontstaat is een stromende watergang (0,2 – 0,3 m/s; dat is de stroomsnelheid van laaglandbeken). Door de beperkte diepte en doordat het effluent bestaat uit helder water, zal de zandige bodem van de Gooiergracht steeds zichtbaar zijn.
Figuur B 3: Gooiergracht (in enkele delen heeft de Gooiergracht al een beekkarakter)
Om deze variant grondwaterneutraal te kunnen uitvoeren moet de bodem ca. 0,1 à 0,15 m lager aangelegd worden dan de lijn tussen de huidige stuwhoogtes. Dit betekent dat de bodem 10 à 15 cm verhoogd moet worden. In dat geval wordt het natte profiel iets kleiner
(5 à 10%) en neemt het water-afvoerend vermogen iets af (ook 5 à 10%). Dat kan gecompenseerd worden door aanleg van extra waterberging langs de Gooiergracht in inundatievlaktes (bij uitwerking nader te beschouwen). In figuur B4 is het oorspronkelijke en het nieuwe dwarsprofiel van de Gooiergracht geschetst.
Figuur B 4: Oorspronkelijke en aangepaste dwarsprofiel Gooiergracht
Voordelen en nadelen van deze variant Wat als voordeel en nadeel kan worden gezien is aan de betrokkenen. In de onderstaande tabel zijn een aantal afwegingen opgesomd.
Beeld van de Gooiergracht Aanslibbing
Erosie bij basisafvoer
Erosie bij piekafvoer
Beekvariant Er ontstaat over de gehele lengte van de Gooiergracht een beeld van een permanent stromende beek. Door de relatief grote stroomsnelheden zal er geen (restant) slib bezinken in de Gooiergracht. De beek houdt zichzelf schoon Enige permanente erosie mogelijk door de grotere stroomsnelheden. Daarom nodig om onder de kritieke schuifspanningssnelheid van het bodemmateriaal te blijven (bij zand kan dat vrij eenvoudig) Waarschijnlijk voor beide varianten vergelijkbaar. Mede afhankelijk van gekozen dwarsprofielen en inundatievlaktes.
Slootvariant Bij de stuwen is stroming waarneembaar. Tussen de stuwen heeft de Gooiergracht het beeld van een sloot. Tussen de stuwen stroomt het water traag. De kans bestaat dat slib daar bezinkt. Bij zware neerslag kan dit uitspoelen (slib flushes) Bij basisafvoer geen kans op erosie. Eerder aanslibbing.
Zie hiernaast.
Kunstwerken
Deze kunnen vervallen
Inrichting dwarsprofiel
In de bedding van de Gooiergracht wordt een ‘accolade’ profiel aangebracht (zie figuur B3). Hoogte plas-dras idem waterdiepte. Door de (beperkte) verondieping en de mogelijkheid om de plasdras zone extra te verhogen wordt de oever iets stabieler. Een ondiepe watergang is stabieler dan een diepe. Dus de sprengbeek variant is iets stabieler. De Gooiergracht is een rechtlijnig element in het landschap. Doordat alleen de bedding wordt aangepast blijft dit behouden. Door het ontbreken van stuwen is deze variant onderhoudsarmer. Profiel moet met zorg onderhouden worden. Dwarsprofiel bepaalt het functioneren van de afvoer. Groot voordeel is het zelfwerkende onderhoud van het profiel. De stroming zorgt zelf voor een evenwicht in het dwarsprofiel. Aandachtspunt is het eventueel dichtgroeien van het profiel. Dat wordt overigens niet verwacht door de permanent aanwezige grote stroomsnelheid.
Stabiliteit oevers
Stabiliteit watergang
Cultuurhistorie
Onderhoudbaarheid kunstwerken Onderhoudbaarheid profiel
Bij een gestuwde sloot variant moeten de huidige stuwen vervangen worden door strijkbare stuwen. Idem. Dit kan in het slootprofiel ook. Hier is door de grotere diepte een hoger plas-dras niveau nodig.
Idem, maar geldt alleen voor de verhoogde plas-dras zone
Een diepe watergang is instabieler dan een ondiepe. Dus de sloot variant is iets instabieler. Idem.
Stuwen moeten onderhouden worden Profiel kan ‘vrij grof’ onderhouden worden. Stuwen bepalen functioneren van de afvoer. Als de watergang tussen de stuwen dichtslibt zal dit slib periodiek verwijderd moeten worden (orde 1 / 10à 15 jaar)
Advies Geadviseerd wordt om deze variant te betrekken in de keuzes voor de toekomstige inrichting. Voordeel van de ‘sprengbeek’ variant is het vervallen van een groot aantal stuwen (potentiële besparing orde 0,5 M€) en de meer natuurlijke uitstraling van de watergang. Dat kan met behoud van het vanuit cultuurhistorisch oogpunt gewenste rechtlijnige vorm van de Gooiergracht.
Berekening debiet door trapezium vormige profielen Q=A.C.SQR(R.dh/dL) C=25(R/k)^1/6 O=B+2.SQR((na)^2+a^2) A=(B+n.a).a R=a. (B/a+n)/(B/a+2.SRT(1+n^2)) waterdiepte a talud n bodembreedte B hydr.straal R natte oppervlak A natte omtrek O verval dh lengte L weerstand C debiet Q ruwheid k bodemschuifspanning tau kental tranporterend vermogen S macht voor transporterend vermogen Invoer: B n a k L dh Tussenuitvoer: B waterlijn A O R I Uitvoer: C Q v tau S
m m m m m2 m m m m1/2/s m3/s m m2/s m3/m/jaar 2,1 b 50 c1 5m 1,5 0,09 m 0,02 m 3500 m 2m
5,27 m 0,46215 m2 5,32 m2 0,09 m2 0,00057 -
31,94 m^0.5/s 0,10 m3/s 0,22 m/s 0,50 m2/s 11,47 m3/m/jaar
(1:n) 1 verticaal n horizontaal A/O
pho.g.V2/C2 S=c1*tau^b
Invoer: B n a k L dh Tussenuitvoer: B A O R I Uitvoer: C Q v tau S
b=2,1 c1=1
3m 1,5 0,12 m 0,02 m 3500 m 2m
3,36 m 0,38 m2 3,43 m2 0,11 m2 0,00057 -
33,29 m^0.5/s 0,10 m3/s 0,27 m/s 0,64 m2/s 19,28 m3/m/jaar
Invoer: B n a k L dh Tussenuitvoer: B A O R I Uitvoer: C Q v tau S
2m 1,5 0,15 m 0,02 m 3500 m 2m
2,45 m 0,33 m2 2,54 m2 0,13 m2 0,00057 -
34,23 m^0.5/s 0,10 m3/s 0,30 m/s 0,75 m2/s 27,37 m3/m/jaar
Invoer: B n a k L dh Tussenuitvoer: B A O R I Uitvoer: C Q v tau S
6m 1,5 0,08 m 0,02 m 3500 m 2m
6,24 m 0,49 m2 6,29 m2 0,08 m2 0,00057 -
31,37 m^0.5/s 0,10 m3/s 0,21 m/s 0,44 m2/s 9,13 m3/m/jaar
Bijlage 2b – Gooiergracht achteroever Situatie De benedenloop van de Gooiergracht tussen de A27 en het Eemmeer ligt tussen de Meentdijk en een lage kade en wordt bemalen door een gemaal aan het eind bij het Eemmeer. De waterstand van het Eemmeer is ’s winters NAP -0,4 m, ’s Zomers NAP -0,2 m en in maart NAP -0,1 m. De Gooiergracht loopt door de polder Eemnes, maar is daarvan hydrologisch gescheiden. Het ligt ook los van de watersystemen van noordelijk gelegen Gooise Zomerkade (gebied De Kampen). De ten zuiden van de Gooiergracht gelegen Meentdijk ligt op NAP +1,20 tot +1,50 m. De ten noorden gelegen zeer lage kade ligt grotendeels op NAP 0,0 m, een beperkt deel ligt op NAP -0,1 à -0,2 m. De iets noordelijker gelegen Harderwijkerweg ligt op NAP +0,20 m
Figuur B1 Overzicht Gooiergracht watersysteem
De hydraulische gegevens van het gemaal en het peilbeheer van het Markermeer staan in tabel B1.
Tabel B1 Pompcapaciteit gemaal Gooiergracht naar Eemmeer
B2 Peilbeheer Markermeer
Vanaf maart 2019
Peilbesluit Markermeer
Stage 1
Stage 2
Streefpeilen
Capaciteit (m3/min)
41.14
82.28
Aanslagpeil (mNAP)
-0.45
-0.40
Winterpeil (mNAP)
-0,40
Afslagpeil (mNAP)
-0.71
-0.71
Zomerpeil (mNAP)
-0,20
De stuwen in de Gooiergracht hebben de in de onderstaande figuur weergegeven vorm. De laagste opening in de eerste2 stuw ligt op NAP -0,57 m, de schotbalken liggen op NAP +0,58 m en het maaiveld ligt daar op ca. NAP + 0,85 m. De breedte van de smalle opening is 0,4 m.
In rapport “watersysteemanalyse Gooiergracht, oktober 2022” is berekend dat bij een maatgevende afvoer (80 mm gedurende 1 uur) de waterstand vlak voor het gemaal stijgt tot NAP -0,03 m. Dat betekent dat de laagste opening gestuwd wordt, maar de schotbalken niet. In extreme afvoeromstandigheden bepaalt de hoogte van de schotbalken de mate van opstuwing. In het watersysteemanalyse rapport is aangegeven dat de hoge waterstand van NAP 0,03 m geen directe nadelige gevolgen heeft voor bebouwing of infrastructuur. Wel inundeert een groot gebied tussen de Meentdijk en de Harderwijkerweg. De directe omgeving rond de 3 gebouwen langs de Harderwijkerweg liggen op ca. NAP +0,2 à 0,3 m. In figuur B2 is te zien dat wel een groot deel tussen de Gooiergracht en de Harderwijkerweg inundeert.
2 Deze 1e stuw ligt ten westen van de A27 in het rechte deel van de Gooiergracht, net voordat deze naar het
oosten afbuigt. In de duiker aan de oostzijde van A27 zit ook een kunstwerk, maar dit functioneert als noodafsluiter bij extreem hoge waterstanden van het Eemmeer.
Figuur B2 Maximale waterstanden voor toekomstige situatie met scenario 2
De drooglegging bij de 3 gebouwen is dus ca. 0,2 tot 0,3 m. Dat is klein en zal mogelijk wel zorgen voor overlast. De gebouwen staan overigens volledig in het peilgebied van De Kampen dat wordt bemalen met een apart gemaal. Het ligt voor de hand dat gemaal aan het eind van de Gooiergracht dient om de waterstand in de Gooiergracht te verlagen. Vreemd is echter dat het gemaal slechts dient voor een gebied van ca. 11 ha (gebied tussen stuw en gemaal). In figuur B3 is dat gebied aangegeven. Bovendien zitten in het gebied, voor zover nu na te gaan, geen bijzondere functies die een zeer lage waterstand vergen.
Mogelijk gewenste situatie Een gemaal is een kapitaalintensief werk en vergt relatief veel onderhoud. Het nagaan van huidige nut en noodzaak van het gemaal is een eerste stap. Landelijk zijn er PAGW-programma’s. Deze streven na om de ecologische waarden in o.a. het IJsselmeergebied te versterken. Eén van de ontbrekende ecologische waarden zijn de natuurlijke overgangen tussen meren (in dit geval Eemmeer) en de toevoerende watergangen (in dit geval Gooiergracht). Dit wordt het Achteroever concept genoemd. Bij nagenoeg alle watergangen staan gemalen. Deze ecologische barrières worden veelal overwonnen door het plaatsen vismigratievoorzieningen. De toevoerende watergangen zorgen ervoor dat vis kan optrekken en paaien. Bovendien voegen de oevers van de watergangen extra lengte land-water overgangen toe aan de meren. In veel meren is de verhouding tussen areaal natuurlijke oever en wateroppervlak volledig scheef gegroeid. De benedenloop van de Gooiergracht lijkt ideaal om het areaal natuurlijke oever en overgang meer – waterloop te vergroten. Dat kan zeer waarschijnlijk door het laten vervallen van het gemaal. Het gemaal is wellicht niet nodig om de Gooiergracht op een laag peil te houden, maar er is zeer waarschijnlijk wel een kunstwerk nodig om extreme waterstanden van het Eemmeer buiten de deur te houden. Daarvoor zou een keerwerk kunnen volstaan.
In de figuren aan het eind van deze bijlage zijn kans-grafieken opgenomen van de waterstanden in het zuidelijke deel van het Markermeer / Randmeer. Deze zijn ontleend aan het peilbesluit IJsselmeergebied (Sweco, 2017). Waterstanden in het Eemmeer kunnen naar verwachting eens per 10 jaar stijgen tot ca. NAP +0,2 m. Met de huidige hoogte van de lage kade aan de noordzijde van de Gooiergracht levert dat problemen op. Bij verdere uitwerking moet ook rekening gehouden worden met eventuele stijgingen van het Markermeer door zeespiegelstijging en / of klimaatverandering.
Het gemaal bij het Eemmeer vormt nu een onderdeel in de kering rondom De Kampen. Het weghalen van het gemaal doorbreekt die kering. Bij zeer extreme waterstanden (1:10 tot eens per 100 jaar) kan dan het gehele gebied inunderen. De kering aan de Eemmeerzijde ligt op ca. NAP +0,8 tot +1,2 m. Dat is ongeveer gelijk aan de maximale waterstand die eens per 10.000 jaar in het Markermeer ter plaatse is te verwachten. Dan treedt echter zeer veel golfoverslag op. Rekening houdend met golfoploop / overslag zou de dijk veel hoger moeten zijn. Inclusief golfoverslag is het beschermingsniveau ca. eens per 1 à 10 jaar.
Om datzelfde veiligheidsniveau in het gebied De Kampen te behouden zou de kade aan de noordzijde van de Gooiergracht ook op dat niveau gebracht kunnen worden. Die maatregel moet afgewogen worden tegen het plaatsen van een keersluis.
Maatregelen Voor het realiseren van de benedenloop van de Gooiergracht als een natuurlijke waterovergang naar het Eemmeer zijn de in tabel B2 genoemde maatregelen nodig. N.B. Deze bijlage en deze onderstaande maatregelen zijn intern opgesteld door Sweco. Ze hebben nog geen enkele status. nr.
Maatregel
Opmerking
1
Gehele gebied aanwijzen als natuurgebied met nevenfunctie agrarisch
Het ca.11 ha zuidelijke gebied valt al onder verantwoordelijkheid van Natuurmonumenten. Het noordelijk deel van oever tot de Harderwijkerweg is eigendom van Staatsbosbeheer en een aantal particulieren (zie kaart).
2
Bepalen status van de 3 gebouwen langs de Harderwijkerweg
Deze gebouwen liggen buiten de primaire kering en hebben derhalve een lagere zekerheid op het voorkomen van inundaties.
3
Laten vervallen gemaal
Het gemaal staat op de nominatie om vervangen te worden. Dat zou achterwege kunnen blijven. Dat levert een besparing van orde honderdduizenden euro’s op.
4
Aanbrengen keerwerk
Dit is mede afhankelijk van maatregel 2 en 5. Bij verhoging van de kade kan deze maatregel wellicht vervallen.
5
Iets verhogen noordelijke kade
Van NAP 0,0 m naar ca. NAP +0,3 m of nog hoger naar ca. NAP + 1 m.
6
Oevers gaan inrichten als natuuroevers / overstroom grasland zones
Hiermee kunnen ze een forse bijdrage leveren aan het areaal natuurlijke oevers / paaiplaatsen voor het Markermeer
7
Meer waterberging creëren tussen Meentdijk en kade.
Deze maatregel is alleen nodig als een keerwerk wordt aangelegd. Extra waterberging heeft immers geen nut als de Gooiergracht altijd in open verbinding staat met het Markermeer
8
Overleg met belanghebbenden
Uiteraard moeten de hier voorgestelde ideeën besproken worden met de belanghebbenden.
Voordelen en nadelen van deze variant Nader onderzoek moet uitwijzen of er ook nadelen aan deze variant zitten. Vooralsnog lijkt deze variant veel voordelen te hebben. Het gemaal kan vervallen en een 11 ha groot gebied kan als Achteroever worden ingericht. Het gebied kan nog verder vergroot worden als ook de noordelijke oever tot de Harderwijkerweg wordt meegenomen.
Advies Geadviseerd wordt om deze variant te betrekken in de keuzes voor de toekomstige inrichting. Voordeel van het ‘Achteroever concept’ is het vervallen van het gemaal, de gewenste (halfopen) verbinding met het Eemmeer, de areaal uitbreiding van waardevolle natuur en de meer natuurlijke uitstraling van de watergang. Verdere uitwerking moet in nauw overleg met betrokkenen worden uitgevoerd. Het concept Achteroever is door een aantal instanties ingebracht in een PAGW-voorstel Zuidelijke Randmeren. Als dat voorstel wordt gehonoreerd komen er middelen beschikbaar om het verder uit te werken en wellicht te realiseren.
Eigendommen rondom benedenloop Gooiergracht
Grijs
Particulier
Paars
Natuurmonumenten
Groen
Staatsbosbeheer
Peilbesluit IJsselmeergebied
Peilbesluit IJsselmeergebied
KANSDICHTHEIDSVERDELING LOKALE MAXIMALE DAGWATERSTANDEN MARKERMEER In deze bijlage zijn voor alle meetpunten in het IJsselmeer de kansdichtheidsgrafieken opgenomen van de zomer, de winter exclusief maart en apart voor maart.
Leeswijze: in 7 jaar zijn er 7 * 365 = 2.555 dagen. Bij 18 cm is een zeer klein puntje van het histogram te zien. Dat betekent dat in 7 jaar tijd het ca. eenmaal is voorgekomen dat de waterstand op die dag de maximale waarde van 18 cm bereikte.
Bijlage 3 – Ruimtelijke analyse
GOOIERGRACHT RUIMTELIJKE ANALYSE
de nitief november 2022
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING
4
Aanleiding
4
Doel
4
2 RUIMTELIJKE ANALYSE
6
Historische ontwikkeling
6
Huidig ruimtelijk beeld
16
3 RUIMTELIJKE RICHTLIJNEN
28
Karakterisering en deelgebieden
28
Richtlijnen voor aanpassing en inpassing van de Gooiergracht
29
BRONNEN
30
3
1 INLEIDING AANLEIDING De Gooiergracht ligt in een grensgebied van twee waterschappen, twee provincies en drie gemeenten en heeft een lange historie. Door de bijzondere historie en een aantal juridische en bestuurlijke wijzigingen sinds 1960 was er bij de direct betrokken gemeenten Blaricum, Laren en Eemnes en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (WS AGV) geen gedeeld beeld over taken en verantwoordelijkheden rond de Gooiergracht. De diverse onduidelijkheden leidde tot de huidige situatie met achterstallig onderhoud aan kunstwerken en beschoeiing, waardoor gracht niet goed functioneert (o.a. problemen met waterafvoer bij hevige regen) en tot onveilige situaties en overlast kan leiden. Het is de bedoeling dat de Gooiergracht aan WS AGV wordt overgedragen. Daarvoor wordt een’Integrale aanpak Gooiergracht’ opgesteld. Onderdeel van de overdracht is een gedeelde visie op het functioneren en de inrichting van de Gooiergracht. DOEL Om tot een visie en inrichting te komen is het ook nodig te begrijpen wat de ruimtelijke waarden en kenmerken van de Gooiergracht zijn. Met dat doel is dit document Ruimtelijke Analyse Gooiergracht opgesteld. Op basis hiervan kunnen onderbouwde en passende inrichtingsvoorstellen worden gedaan die nodig zijn voor het achterstallige onderhoud, maar ook om de herkenbaarheid en belevingswaarde van deze bijzondere watergang te versterken.
De Ruimtelijke Analyse Gooiergracht is een bijlage bij het rapport ‘Integrale aanpak Gooiergracht.
4
Huidige situatie
5
2 RUIMTELIJKE ANALYSE De ruimtelijke analyse geeft inzicht in de landschappelijke opbouw van het gebied en de ligging van de Gooiergracht in de omgeving. Om de huidige ruimtelijke situatie goed te begrijpen, is deze beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling. HISTORISCHE ONTWIKKELING Landschapstypen De Gooiergracht ligt aan de oostelijke rand van de Utrechtse Heuvelrug in de overgang naar de Noordpolder van Eenmes. Het stuwwallandschap van de Heuvelrug is gevormd tijdens de ijstijd door een gletsjer die vanuit het Noorden het land opstuwde. Door de opwarming van het klimaat verdween de gletsjer langzamerhand en ontstond er rondom het stuwwallandschap een veenlandschap. In de Middeleeuwen groeide de bevolking en werd begonnen met de ontginning van het veen voor landbouwgronden vanuit de rivier de Eem en de randen van de stuwwal. Haaks daarop werden sloten steeds dieper het veen in gegraven. Zo is een vrij regelmatig en langerekte verkavelingsstuctuur ontstaan. Het gevolg van de ontwatering was dat de bodem daalde en het land kwetsbaarder werd voor de zee. Het buitendijkse gebied van ‘De Kampen’ diende als eerste bescherming tegen de zee. De Meentdijk werd oorspronkelijk in een rechte lijn aangelegd in de zelfde richting als de veenontginning, de huidige Meentdijk is echter kronkelig met vele wielen als gevolg van dijkdoorbraken.
Hieruit blijkt dat dit gebied kwetsbaar voor golfaanvallen vanuit de Zuiderzee. De Meentdijk markeert in het landschap de grens tussen twee gebieden. Het binnendijkse gebied is een veenpolderlandschap met een verkavelingsrichting parallel aan de dijk. Het buitendijkse gebied, de Kampen, is het landschap van de voormalige Zuiderzee met de verkavelingsrichting haaks op de Utrechtse Heuvelrug, de Eem en de dijk. Ontstaan Gooiergracht De Gooiergracht is begin 14e eeuw aangelegd als grens tussen Het Gooi, onder het beheer van de Graven van Holland en Het Sticht van Utrecht, grondgebied dat viel onder de bisschop van Utrecht. Tot het begin van de 14e eeuw was er nog geen harde grens tussen de twee gebieden, een onbegaanbaar veengebied vormde een natuurlijke grens. Het ontstaan van de Zuiderzee in de 13e eeuw zorgde voor een betere ontwatering van het veengebied waardoor het mogelijk werd om het veen in het gebied te ontginnen. Als gevolg van het verdwijnen van de natuurlijke grens trok graaf Willem IV van Holland in 1330 een nieuwe grens. In de huidige situatie loopt die grens over de Wakkerendijk en de Meentweg ten oosten van Eemnes. In de jaren die volgden waren er diverse con icten over onder andere de ligging van de grens, in 1351 werd er vrede gesloten tussen Holland en Het Sticht van Utrecht.
In 1356 besloot graaf Willem V om het con ict opnieuw op te starten en tegen de bisschop van Utrecht te strijden, hij verloor echter deze strijd. Als gevolg hiervan besloot de bisschop van Utrecht om een nieuwe grens uit te zetten, hij gaf opdracht om een paal te zetten ten noorden van Eemnes. Deze paal, de ‘Leeuwenpaal’, werd zo ver mogelijk richting de zee gezet en de lijn tussen deze paal en de Domtoren van Utrecht zou de nieuwe grens vormen. Om de grens fysiek te maken werd er een gracht gegraven, de Gooiergracht. Waarschijnlijk werden hier twee vliegen in één klap geslagen en met de maatregel ook een wateropgave opgelost. Het was waarschijnlijk een natte boel. De grens lag namelijk in de overgang van de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug en het veengebied. Hier lag toen der tijd nog veen en in deze zone was ook sprake van kwel uit de heuvelrug. In 1426 bleek dat de Gooiergracht niet correct was uitgelijnd op de Domtoren. Een verklaring voor deze vergissing is het feit dat de Domtoren in 1356 nog niet gereed was. Er werd een nieuwe sloot gegraven die tegenwoordig nog aanwezig is. De sloot is vanwege de scheidende en verdedigende functie (gracht) en plangewijze aanleg recht en uniform met steile taluds. Ten westen van de Gooiergracht wordt een pad gelegd.
In 1470 werd ook de noordelijke grens bepaalt, de Gooiergracht werd vanaf de ‘Leeuwenpaal’ langs de Meentdijk uitgelijnd op de monding van de Eem. De correctie van 1426 bleek in 1536 ook niet geheel correct te zijn. Er werd besloten om de al gegraven gracht te laten liggen. Ten zuiden van de huidige Eemnesserweg werd de grens aangepast. Dit verklaart de sprong in de huidige grens tussen Noord-Holland en Utrecht. De Gooiergracht maakt de grens fysiek duidelijk, alleen de hoekpunten zijn met grenspalen aangegeven. Het noordelijke deel werd uitgevoerd als gracht en het zuidelijke deel van de grenslijn, meer de stuwwal op, werd als pad uitgevoerd. Langs de Goyergracht Zuid, waar geen watergang is, werden om de 750 meter grenspalen neergezet. 6
A27
E MM
RGRACH
T
GO OI RG RA CH
T
GOOI
R
A27
AHN3 Hoogtekaart (bron: www.ahn.nl)
De Gooiergracht is in feite op de logische en herkenbare landschappelijke begrenzingen gegraven. De gracht markeert de overgang van het stuwwallandschap naar het veenpolderlandschap en de grens tussen het veenpolderlandschap en het buitendijkse gebied; het landschap van de voormalige Zuiderzee. Het zuidelijke deel van de grens bestaat alleen uit een pad en ligt in het stuwwallandschap.
7
Kaart van Willem Blaeuw uit omstreeks 1630
In 1528 werd de nieuwe grens bepaald tussen Holland en Utrecht, in de kaart van 1630 is deze grens terug te zien. Het grondgebied van Holland is paars omlijnd en het grondgebied van Utrecht is met geel omlijnd. Het zuidelijke deel is de Wakkerendijk aangehouden waar Graaf Willem IV in 1330 de grens getrokken had. De stippellijn in het noordelijke deel en langs ‘De Goyerschans’ is de grenslijn waar de Gooiergracht eigenlijk gegraven had moeten worden.
8
De Nieuwe Kaart van Gooiland uit 1740
Con icten tussen de inwoners van Holland en Utrecht over de grens die in 1528 werd vastgesteld leidden in 1719 tot een nieuwe vaststelling van de grens. De grens werd nu in het midden van de Gooiergracht gelegd en ten zuiden de Eemnesserweg volgt de grens het traject van de Goyergracht Zuid, die wel uitgelijnd is op de Domtoren in Utrecht.
9
Gooiergracht rond 1850
In het begin van de 19e eeuw lijkt de situatie rond de Gooiergracht nog vrij op het beeld van de kaart uit 1740. Aan de westkant van de Gooiergracht ligt het stuwwallandschap met organische wegenstructuur en aan de oostkant een slagenlandschap met lange kavels en smalle sloten. Halverwege de 19e eeuw begonnen dorpen zoals Blaricum en Laren verder uit te breiden richting de Gooiergracht. De weg langs de Gooiergracht wordt deels begeleidt door beplanting en vormt een ruimtelijke begrenzing tussen de twee gebieden en wordt daardoor duidelijker zichtbaar in het landschap. De Gooiergracht in het buitendijkse gebied heeft geen beplanting. Het tracé van de Meentdijk vormt de ruimtelijke begrenzing in het gebied. Dijkdoorbraken hebben er voor gezorgd dat de rechte oevers van de gracht hier op plaatsen een slingerend verloop hebben gekregen. Aan het einde van de 19e eeuw was het beheer en onderhoud van de Gooiergracht belegd bij de aanliggende (particuliere)eigenaren. In 1879 werd overeengekomen dat Vereniging Stad en Lande van Gooiland (Erfgooiers) en waterschap Eemnes de onderhoudskosten van de duikers in de Gooiergracht deelden. De Algemene Plaatselijke Verordening van Blaricum schreef voor dat de gracht 3 meter breed moest zijn op maaiveld en 2 meter bodembreedte en een waterbodemdiepte van 1.25m onder maaiveld. De gracht had daarmee bijna verticale taluds. 10
Gooiergracht rond 1950
Mede door het versnipperde beheer werd de Gooiergracht slecht onderhouden. De doorstroming was daarom niet geheel op orde. Dat moest anders toen de gracht in de jaren ’60 van de vorige eeuw ook voor andere doeleinden water af moest gaan voeren: overstort van de regenwaterriolen en e uentwater (gezuiverd afvalwater) uit de rioolwaterzuiveringsinstallaties van Hilversum en Blaricum. Afvalwater werd veelal direct geloosd in het omringende watersysteem. Voor hoger gelegen dorpen en steden werd dit indirect geloosd op het grondwater via vloeivelden. Hilversum deed dat in de Laarderwasmeren ten oosten van het dorp. Vanaf 1939 werd het afvalwater voorgezuiverd alvorens het op de vloeivelden uitstroomde. De volgende stap in ontwikkeling was de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Daarbij werd niet meer op het grondwater geloosd. Besloten werd om het e uentwater via de Gooiergracht naar het Eemmeer af te voeren, zowel voor de RWZI van Hilversum als dat van Blaricum. Dat betekende een toename van de dagelijkste waterafvoer en ruimte voor piekafvoer bij hevige neerslag, dus een verruiming van de Gooiergracht, goed georganiseerd onderhoud daarvan en een vijzelgemaal bij de uitmonding van de Gooiergracht bij het Eemmeer.
11
Gooiergracht rond 1970
Tot aan 1970 blijft de situatie rondom de Gooiergracht vrijwel onveranderd. Blaricum en Laren zijn verder gegroeid, Laren is zelfs tegen de Gooiergracht aan gegroeid. Het contrast tussen oost- en westzijde groeit. De Gooiergracht vormt een heldere ruimtelijke begrenzing. Het buitendijkse gebied waar de Gooiergracht in ligt is vrij ongerept gebleven. Het oorspronkelijke karakter van de Gooiergracht wijzigde ingrijpend omdat er meer water moest worden afgegevoerd vanwege de aansluiting op de RWZI’s en de overstort uit het (regenwater) riool. De taluds werden auwer gemaakt (1:1,5) en de breedte van de watergang verdubbelde. De verbreding vond plaats aan de westzijde onder meer omdat dan het zandpad aan de oostzijde behouden kon blijven. Daarnaast zijn stuwen aangebracht om te zorgen voor extra berging en het vasthouden van water in droge perioden. Ten zuiden van de Eemnesserweg werd de gracht niet verbreed maar overkluisd met een gesloten leiding. De watergang is hier niet meer zichtbaar. De leiding komt uit in een bergingsvijver, gegraven vanuit de Gooiergracht. Tussen de Eemnesserweg en de noordelijke (open) Gooiergracht is vanwege wegverbredingen ook een overkluizing gemaakt. Het tracé van de oorspronkelijke grenslijn is hierdoor onzichtbaar geworden.
12
Gooiergracht rond 1990
Rond 1990 is er een duidelijke verandering zichtbaar in het landschap rondom de Gooiergracht. De snelweg A27 is aangelegd en loopt dwars door het oorspronkelijke landschap heen. De Gooiergracht heeft ter hoogte van de Leeuwenpaal zelfs moeten wijken door de afslag van de snelweg en is omgelgd naar de zuidzijde van de afslag. Huizen wordt uitgebreid richting de snelweg tot aan de Leeuwenpaal. Ook bij de afslag Eemnes vindt verdichting plaats en Blaricum groeit richting de snelweg tot aan de Gooiergracht. De parkeerplaats langs de A27 bij het tankstation en de afslag Eemnes verstoren de verkavelingsstructuur ten oosten van de Gooiergracht Ook een deel van de Meentdijk verdwijnt bij de afslag Huizen. Het buitendijkse gebied aan de oostzijde van de snelweg behoudt het open karakter.
13
Gooiergracht 2010
Na de aanleg van de A27 is de Gooiergracht minder zichtbaar aanwezig in het landschap. De beplanting langs de snelweg en de afslagen worden ruimtelijk dominant en vervangt de Gooiergracht als markering van de overgang van de Utrechtse Heuvelrug (stuwwallandschap) naar de Polder (veenpolderlandschap). Het gebied tussen de snelweg en de Gooiergracht is redelijk onbebouwd gebleven met uitzondering van enkele vrijstaanden woningen en schuren. Het buitendijkse gebied en het Veenpolderlandschap ten westen van de A27 behouden een open karakter..
14
Gooiergracht huidige situatie
In de periode na de aanleg van de A27 is de ruimte tussen de snelweg en Laren, Blaricum, en Huizen verder verdicht met functies als sportvelden, de RWZI, villawijken, een aantal huizen en boerderijen, volkstuinen etc. De Gooiergracht is hier meer en meer verborgen geraakt in het landschap. De strakke rechte lijn is wel behouden gebleven en bepaald de karakteristiek en identiteit van de watergang hier. Aan de oostzijde van de afslag bij Huizen is rondom de Gooiergracht langs de Meentdijk is weinig veranderd. Kenmerkend is de parallele ligging naast de dijk. Beide hebben een duidelijke orientatie die aangetast is door de invloed van de zee. Op een aantal plaatsen slingert de Gooiergracht en wijkt van de rechte lijn af. Het nieuwe tracé van de watergang aan de zuidzijde van de afslag is onzichtbaar geworden door de snelwegbeplanting.
15
HUIDIG RUIMTELIJK BEELD Ruimtelijke situatie Gooiergracht De ligging en oriëntatie van de Gooiergracht komt voort uit de beslissing in de 14e eeuw om een fysieke grens tussen Holland en Utrecht te maken. Ten noorden van Eemnes werd een paal, de Leeuwenpaal geslagen, op de lijn tussen deze paal en de Domtoren in Utrecht werd een gracht gegraven die de grens zou vormen. Zoals eerder vermeld werd de gracht niet op exact de juiste locatie gegraven. Tussen Huizen en Laren ligt de grens nog ‘verkeerd’. Ten zuiden van Laren is een de grens gecorrigeerd. Dit verklaart de sprong in het verloop van de Gooiergracht. De hoekpunten van de grens zijn aangegeven door middel van grenspalen (1 en 2). De Leeuwenpaal valt door de aanleg van de A27 buiten het tracé van de Gooiergracht en grenspaal 2 is naar het zuiden verplaatst bij de aanleg van de afslag Eemnes.
HUIZ N
Leeuwenpaal
GOOI R
RAC T G MAA
GO OI
R
RA
C
T
B ARICUM
1
2
E MN S
Locatie van grenspalen, Stuwen en oversteken van de Gooiergracht
16
Deelgebieden Op basis van de historische ontwikkeling is de Gooiergracht op te delen in drie deelgebieden, zie de kaart hier naast: - De Gooiergracht, overkluisd en bestaande uit een pad, gelegen op de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug. - De Gooiergracht met sloot en pad, langs de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug. - De Gooiergracht langs de dijk, tussen het Eemmeer en de A27. Ruimtelijk verschilt de Gooiersgracht langs de stuwwal en langs de dijk sterk. Ook de vrijwel haakse richtingsverandering draagt daar aan bij. Door het verdwijnen van het oorspronkelijlke tracé onder de afslag van de A27 en de onzichtbare, opgeknipte en door de afslag slingerende verlegging is er geen ruimtelijke verbinding meer die een herkenbare relatie legt tussen de beide deelgebieden. Het studiegebied bestaat uit de omgeving waar het plangebied, de Gooiergracht, in ligt. In het studiegebied rond de Gooiergracht zijn twee van de drie deelgebieden te vinden die bij de historische ontwikkelingen benoemd zijn, namelijk: - De Gooiergracht met sloot en pad, langs de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug. - De Gooiergracht langs de dijk, tussen het Eemmeer en de A27.
De Gooiergracht met sloot en pad De Gooiergracht langs de dijk
De Gooiergracht, overkluist
Verdeling deelgebieden Gooiergracht
17
De Gooiergracht met sloot en pad, langs de stuwwal van de Utrechtse heuvelrug. De A27 ligt dominant in het landschap rondom de Gooiergracht en vormt een autonome doorsnijding die geen rekening houdt met de opbouw van de ondergrond. Het vormt een fysieke en visuele barrière die de polderstructuur onderbreekt. Tussen de Meentweg en de Gooiergracht worden de sloten, verbindingen en kavelstructuren onderbroken door het grondlichaam en de afslagen. Ter hoogte van afslag Huizen wordt de Gooiergracht onderbroken door de afslag en de A27, de Gooiergracht is daarbij verlegd ten behoeve van de snelweg. De structuur van het slagenlandschap is ondanks de doorkruising van de A27 nog duidelijk af te lezen door middel van de kavelrichting en doorlopende sloten in het landschap. Waar voorheen de Gooiergracht de afscheiding vormde tussen het slagenlandschap en het stuwwallandschap rond Blaricum, is deze rol nu grotendeels overgenomen door de A27. Blaricum en Laren zijn in de loop van de tijd op sommige plekken uitgebreid tot aan de Gooiergracht of het verlengde daarvan, Eemnes is zo ver mogelijk uitgebreid richting de A27 en de Meentweg. Het gebied tussen de A27 en de Gooiergracht kent enkele vrijstaande woningen en schuren met een kavelstructuur die haaks op de Gooiergracht staat.
Deze structuur wordt op twee plekken onderbroken, ten noorden van Eemnes ligt aan beide kanten van de A27 een tankstation met parkeergelegenheid en ter hoogte van Baricum waar de Stachouwerweg de A27 en Gooiergracht doorkruist.
Ruimtelijke opbouw plangebied in hoofdlijnen 18
De Gooiergracht langs de dijk, tussen het Eemmeer en de A27. De Gooiergracht langs de dijk kent een ander ruimtelijk beeld dan de Gooiergracht met sloot en pad. Er is bijna geen bebouwing te vinden langs de Gooiergracht en er zijn vrije zichtlijnen over ‘de Kampen’ en richting de Meentdijk en de achterliggende Noordpolder Ten zuiden van de dijk volgen de kavels de structuur van het slagenlandschap waar het in ligt, aan de noordzijde van de Gooiergracht is deze verkavelingsstructuur een kwartslag gedraaid en ligt haaks op de Gooiergracht. De gracht heeft een rechlijnig verloop, maar de oevers slingeren op een aantal plekken. De plekken corresponderen dijkdoorbraken in de Meentdijk, herkenbaar aan de wielen en de slingers in de dijk.
19
Verdere onderverdeling deelgebieden in tracé’s De Gooiergracht kan op basis van kenmerken en uitstraling in diverse tracé’s onderverdeeld worden, in de kaart hier onder is deze verdeling te zien.
A
De Gooiergracht met sloot en pad
G
B
De Gooiergracht langs de dijk
F
E
D
C
B A
Ruimtelijke onderverdeling Gooiergracht in tracé’s met speci eke kenmerken en uitstraling 20
Tracé 1A: De Gooiergracht begint aan de zuidkant ter hoogte van het tuincentrum in Laren. Dit gedeelte van de gracht ligt los van de rest van de Gooiergracht door de barrière van de Eemnesserweg. De gracht begint hier als vijver die met aan de ene kant de gelijknamige weg en aan de andere kant een wandelpad; Goyergracht zuid. Vanaf de weg volgt een hoge haag met daar achter een begroeid talud. Aan de andere kant van het water ligt ook en begroeid talud met een wandelpad daarnaast.
Tracé 1B Dit tracé is het begin van de Gooiergracht vanaf de Eemnesserweg. Aan één kant ligt een open stuk grasland gevolgd door vrijstaande woningen die door middel van hoge beplanting op het talud van de Gooiergracht worden gescheiden. Aan de andere kant van de Gooiergracht ligt een grastalud gevolgd door onverharde weg met diverse erven aan deze weg. De erfafscheiding bestaat uit een afwisseling van lage hekken en hoge heggen.
21
Tracé 1C Even voorbij de vrijstaande woningen ligt er aan de linkerkant een klein bos die tot aan de Gooiergracht komt, het talud is hier erg dicht begroeid met onder andere bomen. Het andere talud bestaatuit gras en loopt over in een onverharde weg met daaraan diverse erven. De erfafscheiding bestaat hier overwegend uit hoge beplanting en bomen, dit zorgt voor besloten karakter van de Gooiergracht op dit tracé.
Tracé 1D Dit tracé ligt tussen de waterzuiveringsinstallatie en het tankstation langs de A27 in. De singel van de waterzuiveringsinstallatie ligt iets terug van het grastalud met rietkraag. Het talud aan de andere kant bestaat uit gras met op diverse plekken bomen die in het talud staan gevolgd door de onverharde weg en een grasstrook met enkele bomen. Naast de grasstrook staat een bomensingel met daarachter het parkeerterrein van het tankstation en het tankstation zelf. 22
Tracé 1E Dit tracé kenmerkt zich door de afwisseling van bomen en open ruimtes aan de linkerkant van de Gooiergracht. het talud bestaat uit gras aan deze kant over de gehele lengte is de waterkant begroeid met riet, het andere talud bestaat overwegend uit gras met op diverse plekken bomen in het talud. Aan de onverharde weg liggen erven met afscheidingen die bestaan uit lage hekken of hoge hagen.
Tracé 1F Dit tracé ligt ter hoogte van de locatie waar Blaricum tegen de Gooiergracht aan is gegroeid. Ter hoogte van de woonwijk bestaat uit het talud hoge begroeiing met een rietkraag langs de waterkant. Net voorbij de woonwijk liggen sportvelden, hier is het talud volledig begroeid met hoge begroeiing en bomen. Het talud aan de andere kant van de Gooiergracht bestaat uit gras en wordt opegevolgd door een overharde weg. Aan deze weg staat voornamelijk hoge begroeiing met bomen, op een enkele plek wordt de hoge begroeiing onderbroken door erven met kleine schuurtjes. 23
Tracé 1G Dit tracé ligt tussen Blaricum en de afslag Huizen van de A27. Aan weerszijden van de Gooiergracht liggen weilanden met aan de linkerkant een vrij uitzicht en aan de rechterkant wordt het uitzicht uiteindelijk belemmerd door de bomensingels langs de A27. Het talud aan de linkerkant van de Gooiergracht bestaat uit gras met een rietkraag aan de waterkant, het talud aan de rechterkant bestaat ook uit gras en heeft op diverse plekken bomen in het talud staan.
Tracé 2A (huidig tracé) Bij de aanleg van de A27 is geen rekening gehouden met de Gooiergracht, knooppunt Huizen ligt direct over het oude tracé van de Gooiergracht heen. Om de Gooiergracht verbonden te houden zijn er nieuwe stukken gracht gegraven tussen de afslag en de snelweg in. De losse stukken gracht zijn aan elkaar verbonden door middel van duikers. Langs de waterkant is aan beide kanten een beschoeiing geslagen die in de loop van de tijd deels overgroeid is met grassen. Vanaf de beschoeiing ligt er een talud die voornamelijk begroeid is met grassen. 24
Tracé 2A (voormalige tracé) Het voormalige tracé van de Gooiergracht is door de aanleg van de snelweg nauwelijks meer zichtbaar. Eén van de weinige restanten is de Leeuwenpaal die tussen de weg en het etspad staat.
Tracé 2B Dit tracé ligt tussen de afslag Huizen van de A27 en het gemaal bij het Eemmeer. Het beeld van het tracé is over de hele lengte vrijwel identiek en loopt parallel aan de Meentdijk. Aan de Noordkant van de Gooiergracht liggen kavels met een grastalud en op diverse plekken een rietkraag aan de waterkant. Het talud aan de Zuidzijde van de Gooiergracht is over de gehele langte begroeid met hoge grassen en een rietkraag langs de waterkant. 25
ONDERSCHEIDENDE PROFIELEN Op basis van het ruimtelijke beeld van plangebied is de Gooiergracht op te delen in acht verschillende pro elen. De acht pro elen zijn hier onder te zien en in de kaart op de volgende pagina is te zien waar welk pro el van toepassing is.
Pro el 1 Een pro el met een bredere Gooiergracht ten opzichte van de rest van het tracé. Vanaf de weg staat er een hoge haag gevolgd door een steil talud met hoge begroeiing. Aan de andere kant van de Gooiergracht ligt ook een steil talud met hoge begroeiing gevolgd door een wandelpad.
Pro el 2 Een pro el met aan weerszijden een steil talud begroeid met gras of een lage begroeiing en aan één kant een onverhard pad.
Pro el 3 Een pro el met aan één kant een steil talud met hoge begroeiing en bomen. Aan de andere kant een steil talud begroeid met gras of een lage begroeiing gevolgd door een onverhard pad.
Pro el 4 Een pro el met aan weerszijden een steil talud begroeid met gras of een lage begroeiing en aan één kant een onverhard pad. Aan de kant van de weg staat er op sommige plekken een boom in het talud. Aan de andere kant van de Gooiergracht staat er een rietkraag aan de waterkant.
Pro el 5 Een pro el met aan één kant een steil talud met hoge begroeiing, bomen en een rietkraag aan de waterkant. Aan de andere kant van de Gooiergracht een steil talud begroeid met gras of een lage begroeiing met op sommige plekken bomen in het talud gevolgd door een onverhard pad.
Pro el 6 Een pro el met aan weerszijden een houten beschoeiing gevolgd door een auw talud met gras of een lage begroeiing.
Pro el 7 Een pro el met aan één kant een steil talud begroeid met gras of een lage begroeiing. Aan de andere kant van de Gooiergracht een steil talud met hoge begroeiing en bomen langs het talud.
Pro el 8 Een pro el met aan weerszijden een steil talud die begroeid is met gras of een lage begroeiing en een rietkraag langs de waterkant.
26
6 4
7 8
5 4 2 4 5 3 2 1
Gooiergracht opgedeeld op basis van de pro elen
27
3 RUIMTELIJKE RICHTLIJNEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ruimtelijke richtlijnen gegeven voor aanpassingen aan en inpassing van de Gooiergracht. De richtlijnen komen voor uit de geanalyseerde ruimtelijke waarden en kenmerken uit het voorgaande hoofdstuk. Karakterisering en deelgebieden De huidige verschijningsvorm van de Gooiergracht is het resultaat van de historische en ruimtelijke ontwikkeling. Zo is het pro el van de watergang ergens in de jaren ’60 van de vorige eeuw tot stand gekomen nadat een verbreding en verdieping nodig was omdat de RWZI in Hilversum op de Gooiergracht aangesloten werd. Het verloop is rond 1970 drastisch gewijzigd door de aanleg van de A27. Toen is het oorspronkelijke tracé doorsneden en een nieuwe verbinding gelegd door het knooppunt bij de afslag richting Huizen. De oude watergang is verdwenen en de ligging is nauwelijks meer herkenbaar behalve aan de Leeuwenpaal staat er nog steeds, ergens in een berm bij de afslag naar de A27. Ook de omgeving van de Gooiergracht is sterk veranderd. Ooit lag de grenslijn door een vrij open gebied in de overgang van de stuwwal van het Gooi naar de Polder Eemnes. Nu zijn de dorpen van de helling af naar de Gooiergracht toegegroeid en is er sprake van een coulisselandschap met open en gesloten delen aan we westzijde.