CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a BOPA motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B

Commissie BSM 19 januari 2026, gemeente eemnesBij agendapunt: Raadsvoorstel uitbreiding Zuidpolder deelplan A en B 9 december 202519.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uitgangspunt is dat de lichtintensiteit bij de gehele bomenrij, aan zowel de oost- als westzijde, niet toeneemt gedurende de actieve periode van vleermuizen. Indien hieraan vastgehouden wordt, is verstoring voorkomen en is het aanvragen van een omgevingsvergunning voor verstoring van gewone dwergvleermuis niet nodig. Haas Er zijn 2 veldbezoeken uitgevoerd, waarin middels een drone (met warmtebeeld camera) onderzoek is gedaan naar voorkomen van de haas. Gedurende het eerste bezoek (24 april 2024) zijn middels de drone 31 hazen waargenomen binnen het gehele plangebied van de uitbreiding van Zuidpolder. Tijdens het tweede bezoek (4 juni 2024) zijn 22 hazen waargenomen binnen het gehele plangebied. Het verschil in aantallen tussen de bezoeken kan komen doordat hazen ook de percelen zuidelijker dan het hele grondgebied van de ontwikkeling van de uitbreiding van Zuidpolder gebruiken. Over de 2 bezoeken is op 29 plekken een haas waargenomen. Door de ontwikkeling van woningbouw binnen het plangebied wordt leefgebied van haas vernietigd. Dit betreft een overtreding van artikel 11.54 lid 1 sub b van het Bal binnen de Omgevingswet. Het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen en het aanvragen van een omgevingsvergunning is noodzakelijk.

In aanvulling op de veldbezoeken en resultaten is een oplegnotitie opgesteld door TAUW op 31 oktober 2025 ten behoeve van de ontwikkeling van Fase A en B, opgenomen als Bijlage 4. Het voornemen is in de loop van 2026 te starten met de eerste voorbereidende werkzaamheden. Dit betekent dat, afhankelijk van de daadwerkelijke fasering, er sprake is van de aantasting van rust- en verblijfplaatsen van de haas. In de notitie wordt ingegaan op de haalbaarheid van de benodigde aanvraag van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Gelet op de huidige noodzaak voor meer woningen, het feit dat het een ruimtelijke ontwikkeling betreft en dat woningbouw in het algemeen (maatschappelijk) belang is, kan de benodigde omgevingsvergunning worden aangevraagd én verleend worden in het kader van de volgende belangen: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied. In het algemeen belang.

De te nemen maatregelen moeten nog nader worden uitgewerkt, maar afdoende is al wel in beeld dat er in de directe omgeving voldoende percelen in eigendom zijn van de Gemeente Eemnes om de maatregelen te realiseren. Het realiseren van de benodigde maatregelen kan op zeer korte termijn, omdat de meeste maatregelen vragen om een wijziging van het beheer. Uit de alternatievenafweging blijkt tevens dat er geen gunstigere locatie, planning of werkwijze is ten aanzien van beschermde soorten. Zodoende zijn er geen belemmeringen om op korte termijn de benodigde omgevingsvergunning aan te vragen én te verkrijgen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

29 - 53

Op dit moment wordt door BIJ12 gewerkt aan het opstellen van een nieuw kennisdocument Haas, de verwachting is dat dit kennisdocument op korte termijn beschikbaar komt. Dit kennisdocument Haas vervangt dan het huidige Toetsingskader Haas van de Provincie Utrecht (2024). Het kennisdocument zal ten aanzien van de te nemen maatregelen geactualiseerd zijn op basis van wetenschappelijke studies en raadpleging van experts. Daarom wordt aanbevolen om de daadwerkelijke aanvraag pas in te dienen nadat het kennisdocument beschikbaar is gekomen. Na het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit heeft het bevoegd gezag 8 weken de tijd om tot een besluit te komen. Deze periode kan verlengd worden met 6 weken. De praktijk leert dat in de Provincie Utrecht besluiten voor vergelijkbare projecten binnen de periode van 8 weken worden genomen. Conclusie De bomenrij waar de vleermuizen gebruik van maken wordt niet aangetast door Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B. Ten aanzien van vleermuizen worden maatregelen getroffen met betrekking tot het voorkomen van lichthinder. Voor de haas wordt een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten aangevraagd. Op basis van de oplegnotitie is het aannemelijk dat een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend kan worden.

Het uitvoeren van werkzaamheden begin 2026 is, mits de aanvraag tijdig wordt ingediend en verleend, redelijkerwijs mogelijk. Afhankelijk van de exacte planning kunnen uitvoeringsbegeleiding en controles op (jonge) hazen en/of broedvogels nodig zijn. Deze zullen naar verwachting niet beperkend zijn voor de daadwerkelijke uitvoer van werkzaamheden, maar hoogstens vragen om een beperkte en goed uitvoerbare aanpassing van de werkwijze. Overige mogelijke aanwezige soorten zijn voldoende beschermd door te voldoen aan de specifieke zorgplicht.

4.3 Weging Waterbelang TAUW heeft het waterstructuurplan voor de hele ontwikkeling van de uitbreiding van Zuidpolder opgesteld. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 5. Het planvoornemen maakt onderdeel van het waterstructuurplan voor het gehele ontwikkelgebied. Onderzoek De toekomstige waterstructuur van de uitbreiding van Zuidpolder kent een klimaatrobuuste opzet, waarbij Water en Bodem Sturend zijn voor het ontwerp. In het plan wordt nadrukkelijk ingezet op een gescheiden behandeling van schoon hemelwater en afvalwater. Hemelwater wordt bovengronds en zoveel mogelijk oppervlakkig afgevoerd via groenstroken, wadi's, groene greppels en halfverharde parkeerplaatsen. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat neerslag tijdelijk wordt vastgehouden en infiltreert waar mogelijk. Omdat de bodem bestaat uit matig doorlatend siltig zand, is infiltratie slechts beperkt effectief. Daarom wordt onder wadi's drainage en bodemverbetering toegepast om tijdige lediging te waarborgen, en zijn noodoverlopen naar het oppervlaktewater voorzien voor extreme situaties. De primaire berging vindt plaats in het oppervlaktewater. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar om de maatgevende bui van 70 mm in 1 uur (T = 100) te bergen, waarbij alle neerslag binnen het gebied wordt vastgehouden.

Afvoer naar het bestaande watersysteem vindt vertraagd plaats via V-stuwen, die de afvoer reguleren conform de stedelijke afvoernorm. De uitgeefbare kavels liggen voldoende hoog ten opzichte van het openbaar gebied om wateroverlast te voorkomen. In fase A en B worden met de bestaande en nieuwe watergangen en nieuw aan te leggen wadi's en greppels voldoende capaciteit gerealiseerd. Het watersysteem sluit aan op de bestaande peilstructuur van de wijk Zuidpolder. Daarbij worden 3 peilvakken onderscheiden: het westelijk deel op +0,10 m NAP het centrale deel op -0,30 m NAP en de zuid- en oostrand op -0,70 m NAP, gelijk aan het polderpeil De hoogteverschillen worden gereguleerd met V-stuwen. Dit zorgt voor een robuust en beheersbaar systeem, dat bestand is tegen piekbuien en langere droge perioden. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B is gelegen in de 3 peilgebieden, waarbij A1 en B1 liggen in +0,10, A2 en B2 in -0,30 en A3 en B3 in -0,70 m NAP. Het huishoudelijk afvalwater wordt via een nieuw rioolstelsel afgevoerd. Vanwege het hellende maaiveld is hiervoor een

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

30 - 53

nieuw rioolgemaal voorzien nabij het laagste punt van het gebied. De persleiding voert het afvalwater af richting het hoofdgemaal in de Noordbuurt van Eemnes. De exacte positionering en vormgeving van het gemaal worden in het vervolgtraject afgestemd op de ruimtelijke inpassing, beheer en onderhoud. De Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B kan gedeeltelijk aansluiten op het bestaande rioolstelsel van Zuidpolder. Bij de verdere uitwerking wordt rekening gehouden met de bestaande waterkwaliteit in Zuidpolder, waar lokaal sprake is van roestbruin verkleurd water door ijzeroxidatie. Daarnaast zal in overleg met het waterschap een oplossing worden gezocht voor de duiker bij De Deel, die mogelijk moet worden vergroot om aan de toekomstige stedelijke afvoernorm van 3,0 l/s/ha te voldoen. Met deze inrichting wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten van Water en Bodem Sturend en het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. De ontwikkeling van de uitbreiding van Zuidpolder levert zo een samenhangend, klimaatrobuust en toekomstbestendig watersysteem op dat aansluit bij de bestaande structuren en bijdraagt aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van Eemnes. Conclusie Bij de realisatie van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B wordt ook een deel van het watersysteem aangelegd. Het aspect water staat de ontwikkeling van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B niet in de weg.

4.4 Verkeer Haskoning heeft een model opgesteld ten behoeve van de verkeersgeneratie van de uitbreiding van Zuidpolder. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 6. In deze paragraaf wordt alleen datgene behandeld dat relevant is voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B. Het planvoornemen voor heel de uitbreiding van Zuidpolder zorgt zonder verkeersmaatregelen voor een toename van 50% verkeersintensiteit op de Zuidersingel in 2040. Daarom moeten er geschikte maatregelen worden genomen om de intensiteiten op een verkeersveilige manier te kunnen verwerken. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig (minder verkeer uit de wijk/bedrijventerrein) of slimmere verkeersregelinstallaties bij de kruispunten om het verkeer beter af te wikkelen. Uit de verkeerssimulatie die gebruikt is in de mer-beoordeling blijkt echter dat de verkeerssituatie pas vanaf 2040 (wanneer geheel de uitbreiding van Zuidpolder is gerealiseerd) verslechtert. Conclusie Het ontwikkelen van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B zorgt voor een beperkte toename in verkeersintensiteiten ten opzichte van de totale ontwikkeling. Het is, gezien de verkeerssimulatie uit de mer-beoordeling (Bijlage 8), niet aannemelijk dat het ontwikkelen van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B voor een significante verslechtering van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zorgt.

4.5 Parkeren De Ontwerp Verkeersvisie 2035 gaat bij de bepaling van parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen uit van het op één na laagste cijfer binnen de bandbreedte van de gestelde parkeernormen vanuit de meest actuele CROW publicatie, waarbij 20% reductie kan worden toegepast van de totale parkeereis bij de inzet van deelauto's. Aangezien het beleid nog niet is vastgesteld, is er een marge in de berekening van de parkeerbehoefte opgenomen. Voor de uitbreiding van Zuidpolder baseren we de parkeernorm op: Het op twee na laagste cijfer binnen de bandbreedte van de gestelde parkeernormen vanuit de meest actuele CROW publicatie; Uitgangspunten 'rest bebouwde kom' en 'weinig stedelijk'; Een bezoekersnorm van 0,2; 10% reductie conform de ambitie 'brons' uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (toepassing van deelmobiliteit) en vanwege het dubbelgebruik.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

31 - 53

Toe te passen parkeernormen Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B Voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B wordt uitgegaan van de volgende parkeernorm: Parkeernormen per woningtype koop vrijstaand 1,8 koop twee-onder-een-kap 1,71 koop tussen/hoek 1,62 2 koop, appartement, >100 m bvo 1,62 koop, appartement, 75-100 m2 bvo 1,26 koop, appartement, <75 m2 bvo 1,17 huur, huis, vrije sector 1,26 huur, huis, sociale huur 0,99 huur, appartement, vrije sector, >100 m2 bvo 1,26 huur, appartement, vrije sector, 75-100 m2 0,9 bvo huur, appartement, vrije sector, <75 m2 bvo 0,81 huur, appartement, sociale huur, >100 m2 0,9 bvo huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 0,81 bvo huur, appartement, sociale huur, <75 m2 bvo 0,72 huur, appartement, sociale huur of vs, <30 0,72 m2 bvo kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig 0,54 aanleunwoning, serviceflat 0,99 kleine eenpersoonswoning (studio, tiny 0,63 house) Tabel 3 Parkeernormen Parkeren op eigen terrein Een deel van het parkeren vindt plaats op eigen terrein. De parkeerplaatsen op eigen terrein tellen niet volledig mee in de parkeerbalans. Dat komt omdat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd worden benut, bijvoorbeeld omdat ze achter elkaar liggen, waardoor een bewoner de 'tweede auto' niet op de oprit parkeert maar in de openbare ruimte.

Parkeervoorziening Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage Dubbele oprit zonder garage Garage zonder oprit (bij woning) Garagebox niet bij woning Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit Tabel 4 Parkeren op eigen terrein

Theoretisch aantal 1 2 2 1 1 2 3 3

Berekeningsaantal 0,8 1,0 1,7 0,4 0,5 1,0 1,3 1,8

Parkeerbalans Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B Voor fase A en B is een parkeerbalans opgesteld met het benodigde aantal parkeerplaatsen en het aanbod. Het plangebied is verdeeld in 7 zones (blauwe lijnen). Dit zorgt voor een logische verdeling van parkeerplaatsen en korte loopafstanden.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

32 - 53

Figuur 10 Parkeerbalans - tekening

Tabel 5 Parkeerbalans - tabel In alle zones is er een positief resultaat. Dit overschot aan parkeerplaatsen kan ingezet worden voor de vergroening van de openbare ruimte, door parkeerplaatsen te vervangen voor groenvakken met bomen. De parkeerbalans voor deze 7 zones heeft een overschot van 64,4 parkeerplaatsen. Er is dus nog veel ruimte voor extra groen in de parkeerkoffers en in de straten. Conclusie Op basis van de Ontwerp Verkeersvisie 2035 is met een extra marge voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B een parkeerbalans opgesteld, met als resultaat een overschot van 64,4 parkeerplaatsen. Deze overmaat aan parkeerplaatsen kan ingezet worden voor de vergroening van de parkeerkoffers en in de straten.

4.6 Conclusie De openbare ruimte is zorgvuldig ontworpen in het stedenbouwkundig plan, in lijn met het provinciaal, gemeentelijk en waterschapsbeleid. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten wordt aangevraagd ten aanzien van de haas. Op basis van de oplegnotitie is het aannemelijk dat een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend kan worden. Maatregelen om lichthinder te voorkomen worden getroffen ten behoeve van de vleermuis. Overige mogelijke aanwezige soorten zijn voldoende beschermd door te voldoen aan de specifieke zorgplicht en een broedvogelcontrole uit te voeren indien binnen het broedvogelseizoen wordt gewerkt. Op het gebied van water zijn er geen belemmeringen te verwachten. Er wordt begonnen met de aanleg van het waterstructuurplan voor de uitbreiding van Zuidpolder. Het verkeersmodel laat zien dat de verkeersgeneratie van de uitbreiding van Zuidpolder in zijn geheel zorgt voor een 50% toename in verkeersintensiteit op de Zuidersingel in 2040. Fase A en B van de uitbreiding van Zuidpolder brengt echter een beperkte toename in verkeersintensiteiten met zich mee. Het is daarom niet aannemelijk dat het ontwikkelen van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B voor een significante verslechtering van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zorgt.

De parkeerbalans toont een overschot van 64,4 parkeerplaatsen, verdeeld over 7 zones, en is daarmee ruim afdoende. De overmaat aan parkeerplaatsen zal ingezet worden voor de vergroening van de parkeerkoffers en in de straten.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

33 - 53

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

34 - 53

Hoofdstuk 5

Geluid

5.1 Beleid Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.2a instructieregels voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van wegen, spoorwegen en/of industrieterreinen wordt het geluid beoordeeld. De instructieregels in het Bkl bevatten waarden en eisen voor het beoordelen van geluid. Een woning is een geluidgevoelig gebouw. Voor onderhavig plan zijn de geluidcriteria van de gemeenteweg Zuidersingel en de Rijksweg A27 van toepassing op het planvoornemen.

5.2 Onderzoek Haskoning heeft het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai voor de uitbreiding van Zuidpolder opgesteld. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 7. Rijkswegen Vanwege het geluid van rijkswegen is er op diverse locaties sprake van een overschrijding van de standaardwaarde van 50 dB, maar geen overschrijding van de grenswaarde van 60 dB. In onderstaande afbeelding is het resultaat van de toetsing van het geluid opgenomen in de situatie dat het scherm langs de A27 met 200 meter wordt verlengd. Ten aanzien van de woningen waar de wettelijke standaardwaarde overschreden wordt, is het nodig om voorwaarden in de vergunningsvoorschriften op te nemen, ten aanzien van geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes conform het gemeentelijk beleid. Wanneer de omgevingsvergunning met een BOPA verwerkt wordt in het omgevingsplan, dienen deze vergunningsvoorschriften opgenomen te worden.

Figuur 11 Geluidsmetingen rijkswegen met verlengd geluidsscherm

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

35 - 53

Gemeentewegen Volgens art. 5.78 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hoeft het geluid van gemeentewegen niet te worden getoetst aan de standaardwaarden als de verkeersintensiteit lager is dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal. In de situatie met alleen de invulling voor de Bopa is alleen de etmaalintensiteit op het wegvak van de Zuidersingel direct ten noorden van het plan hoger: ca. 2.900 motorvoertuigen. Het geluid vanwege gemeentewegen is daardoor nergens hoger dan de standaardwaarde van 53 dB. Indirecte akoestische effecten De indirecte akoestische effecten zijn bepaald op basis van emissieverschilberekeningen: door de hoeveelheid verkeer in de plansituatie te vergelijken met de situatie zonder het plan, kan een betrouwbare inschatting worden gemaakt van de toe- of afname van het geluid als gevolg van het plan.Voor het onderzoek zijn de wegvakken beschouwd in de directe nabijheid van het plan met een intensiteit van 2500 motorvoertuigen per etmaal of meer. Op de overige, verder weg gelegen wegvakken zal het effect van het extra verkeer vanwege de aanleg van het plan op de totale intensiteit lager zijn. Uit een vergelijking van de verkeersintensiteiten in de onderzochte situaties met de situatie autonoom in 2040, blijkt er op het noordelijke deel van de Zuidersingel toenames van het verkeer optreden..

In onderstaande tabel is per situatie het aantal motorvoertuigen per etmaal aangegeven en is voor de onderzochte situaties bepaald wat de toename van het geluid is. Wegvak

autonoom Mvt/etm

A27 - Witbol

6700

Witbol - Vlierberg 5650 Vlierberg - Schoutensingel 1050 Schoutensingel - Makkerstraat Ten zuiden van de Makkerstraat Tabel 6 aantal motorvoertuigen per etmaal

invulling Bopa Mvt/etm Toename geluid 9150 1.4 8150 3425 2400 850

1.6 5.1 -

volledig fase 2 Mvt/etm toename geluid t.o.v. bopa 11.500 1 0 10.750 1.2 6650 2.9 5200 3.4 4350 7.1

In de situatie met de invulling volgens de Bopa treedt op het gedeelte tussen de Witbol en de Schoutensingel een toename van het verkeer op die leidt tot een toename van het geluid met meer dan 1,5 dB. Als vervolgens daarna de situatie met de volledige invulling van fase 2 wordt gerealiseerd, zal er op de wegvakken ten zuiden van de Vlierberg weer een toename optreden met meer dan 1,5 dB. Er is dus in beide situaties op enkele wegvakken sprake van een indirect akoestisch effect. Bij de verdere uitwerking van het plan moet deze situatie nader worden bezien en moet onderzocht worden of er geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om deze toename (deels) ongedaan te maken Gecumuleerd geluid Voor de toetsing van de aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid bestaat geen wettelijk kader. Het is aan het bevoegd gezag om de aanvaardbaarheid te beoordelen. Het bevoegd gezag beschikt hierbij over ‘bestuurlijke afwegingsruimte’ om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de fysieke leefomgeving.

5.3 Conclusie Ten aanzien van de overschrijdingen van de standaardwaardes voor geluid moet worden voldaan aan het gemeentelijk beleid voor geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes. Dit is op te nemen als voorwaarden in de vergunningsvoorschriften. Dit wordt meegenomen in de verdere planuitwerking voor deze woningen. Bij de overige blokken voldoet het geluid aan de standaardwaarden. De toekomstig mogelijke extra 1,5 dB geluidsbelasting voorziet niet in een overschrijding van de grenswaarde. Ten aanzien van het gecumuleerde geluid wordt de aanvaardbaarheid nader bepaald in combinatie met de geluidsmaatregelen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

36 - 53

Hoofdstuk 6

Milieu- en omgevingsaspecten

6.1 Milieueffectrapportage Om het milieubelang volwaardig mee te kunnen nemen in de besluitvorming over projecten of plannen die (mogelijke) nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, moet in Nederland in sommige gevallen een milieueffectrapportage (mer) procedure worden doorlopen. In sommige gevallen kan eerst beoordeeld worden of dat nodig is. Er bestaan 3 hoofdsporen die bepalen of een voornemen mer-(beoordelings)plichtig is: 1. Het project staat in kolom 1 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarbij wordt er voldaan aan de gevallen zoals aangegeven in kolom 2 of kolom 3 én dient er een plan of vergunning gemaakt, dan wel gewijzigd te worden, zoals opgenomen in kolom 4. Er is dan sprake van een project-mer-(beoordelings)plicht. Als er een kaderstellende visie, programma of plan voor een dergelijk project wordt vastgesteld, is sprake van een plan-mer-(beoordelings)plicht. 2. Er moet, vanwege mogelijke nadelige effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied, een passende beoordeling gemaakt worden in combinatie met een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan. Dan is sprake van een plan-mer-(beoordelings)plicht. 3. Het project is niet opgenomen in kolom 1 van Bijlage V (het valt niet onder hoofdspoor 1), maar er worden wel aanzienlijke effecten verwacht.

6.1.1 Onderzoek De uitbreiding van Zuidpolder betreft onder andere de bouw van woningen, openbare ruimte en parkeerplaatsen en is daarmee een stedelijke ontwikkeling. Het project valt onder categorie J11 uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit: ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor deze categorie is geen directe mer-plicht van toepassing op basis van kolom 2. Wel is er sprake van aanleg, wijziging of uitbreiding, waarvoor een BOPA benodigd is. Vanuit kolom 3 en 4 geldt daarom een (project-)mer-beoordelings-plicht. Haskoning heeft de mer-beoordeling voor de uitbreiding van Zuidpolder uitgevoerd. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 8. In deze paragraaf wordt alleen datgene behandeld dat relevant is voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B. Uit de mer-beoordeling volgt dat de uitvoering van het planvoornemen geen significant negatieve gevolgen zal hebben. Wel moeten voor de beoordelingsaspecten verkeer (paragraaf 4.4), geluid (Hoofdstuk 5, omgevingsveiligheid (paragraaf 6.10) en ecologie (4.2.1) (mogelijk) mitigerende maatregelen worden getroffen.

6.1.2 Conclusie De beoordelingsaspecten waarbij mogelijk mitigerende maatregelen nodig zijn, worden behandeld in de volgende paragrafen: verkeer paragraaf 4.4, geluid Hoofdstuk 5, omgevingsveiligheid paragraaf 6.10 en ecologie Hoofdstuk 4. Uit de paragrafen volgt dat deze aspecten geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Ook het aspect milieueffectrapportage vormt hierdoor geen belemmering voor het planvoornemen.

6.2 Archeologie & cultureel erfgoed 6.2.1 Beleid Het wettelijk kader voor Archeologie & cultureel erfgoed bestaat uit de Erfgoedwet en de Omgevingswet. Bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord kan door de overheid verplicht worden een rapport te overleggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist: het archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of in het plangebied waardevolle vindplaatsen voorkomen. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.5 instructieregels voor het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. BAAC heeft het inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit rapport is bijgesloten als Bijlage 9.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

37 - 53

6.2.2 Onderzoek In 2007 is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dat een grote overlap met onderhavig plangebied heeft. Volgens de gemeentelijk archeologische waarden- en verwachtingenkaart is voor het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde van toepassing. Specifiek worden op basis van de resultaten van het vooronderzoek dat voor onderhavig veldonderzoek is uitgevoerd, archeologische resten uit het laat paleolithicum tot in het neolithicum verwacht. Vanaf het neolithicum tot in de nieuwe tijd is het plangebied met veen overgroeid geweest. Uit het voor- en veldonderzoek blijkt dat vrijwel het gehele plangebied in een relatief laag gelegen dekzandvlakte ligt, waarop een gooreerdgrond voorkomt of dat de bodem tot (ruim) in het dekzand is verstoord. De bodemverstoringen die in het oostelijke deel zijn aangetroffen dateren, gezien de vondst van een fragment roodbakkend aardewerk, uit de 17e eeuw of later. In de bouwvoor van een boring in het noordwestelijke deel van het plangebied is een fragment steengoed uit de late middeleeuwen gevonden. Verder zijn bij controle van het opgeboorde materiaal geen archeologische indicatoren aangetroffen. In het noordelijke deel van het plangebied zijn in een tweetal boringen beekafzettingen aangetroffen. Mogelijk komt hier een (voormalige) kwelbron voor.

Een bodem met een potentieel archeologisch niveau is niet aangetroffen. De kans dat in-situ archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn, is op basis van de ligging op een relatief laag gelegen dekzandvlakte, de aftopping van de bodem en de lokale bodemverstoringen, niet reëel. Een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

6.2.3 Conclusie Het aspect archeologie en cultureel erfgoed is onderzocht in 2007 en vervolgens verder onderzocht in een veldonderzoek door BAAC in 2025, waaruit blijkt dat het geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

6.3 Bodem Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.5 instructieregels voor bodemkwaliteit. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit. Voor een nieuwe ontwikkeling geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit, waarbij wordt getoetst aan de geldende grenswaarden. Terrascan B.V. heeft de bodemonderzoeken voor de uitbreiding van Zuidpolder uitgevoerd. De rapporten zijn bijgesloten als Bijlage 10 en Bijlage 11. In deze paragraaf wordt alleen datgene behandeld dat relevant is voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B.

6.3.1 Onderzoek Bodem Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de bovengrond, die in gebruik is als grasland, licht verontreinigd met zink, kwik, koper, lood en PAK. Ter plaatse van het landbouwpad is de grond sterk verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met lood en PCB. In de overige mergmonsters heeft geen van de concentraties van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarde overschreden. Nader onderzoek naar de sterke verontreiniging met PAK wordt momenteel uitgevoerd. De grond wordt op basis van het indicatieve onderzoek grotendeels ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur en deels in de bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie. Uit de toetsing blijkt dat geen van de onderzochte stoffen de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft overschreden.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

38 - 53

Grondwater In het grondwater zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond met barium, koper, nikkel, zink en naftaleen. In het slib en de vaste waterbodem heeft geen van de onderzochte stoffen de achtergrondwaarde overschreden. Asbest Bij het onderzoek naar asbest in de bodem is in zowel de fractie >20 mm als de fractie <20 mm geen asbest aangetroffen. De grond onder het landbouwpad wordt daardoor ook niet verdacht beschouwd op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. PFAS Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd naar PFAS.

6.3.2 Conclusie Een klein hoekje aan de noordoostzijde (circa 500 m2) van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B is niet op alle aspecten onderzocht. De verontreiniging is echter niet vlakbij de niet onderzochte gedeelten aangetroffen. Het is daarom aannemelijk dat de bodemkwaliteitsklasse aansluit op die van de naastgelegen gebieden, welke kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie betreffen. Nader onderzoek is benodigd naar de sterke verontreiniging met PAK en de mogelijke aanwezigheid van PFAS. Deze onderzoeken worden momenteel uitgevoerd.

6.4 Duurzaamheid De gemeente Eemnes heeft zich per 4 oktober 2024 aangesloten bij het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Het Convenant geeft richtlijnen voor verschillende thema's van duurzaam bouwen, zoals energie, circulaire economie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit & biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Per thema worden de verschillende ambitieniveaus toegelicht (Goud, Zilver en Brons).

6.4.1 Convenant Toekomstbestendig Bouwen De gemeente Eemnes zet in op ambitie 'brons' en focust zich daarbij op het stimuleren van duurzame vormen van vervoer, met mogelijkheid tot het verlagen van de parkeernorm. Er wordt nieuwbouw gerealiseerd die bestand is tegen wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. De woningen hebben daardoor een prettig binnenklimaat, vrij van schadelijke stoffen. De gebouwen en openbare ruimte vergroten ook de biodiversiteit en de algemene natuurwaarden. Deze principes zijn meegenomen in het planvoornemen van de uitbreiding van Zuidpolder en verwerkt in de planopzet en openbare ruimte, zie ook paragraaf 2.2. Het Convenant richt zich op zes thema's die gezamenlijk bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving. Binnen deze thema's zijn ambities opgesteld om duurzaam bouwen concreet toe te passen: 1. Energie: Onderneemt acties om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, bijvoorbeeld via goede isolatie, minder fossiel energieverbruik, toepassing van lokale duurzame opwekking (zoals zonnepanelen) en slimme netbewuste oplossingen. 2. Circulariteit: Stimuleert hergebruik van bouwmaterialen, vermindering van restafval, recycling van grondstoffen en aandacht voor het ontwerp van gebouwen zodat ze makkelijker aanpasbaar zijn in de toekomst. 3.

Duurzame mobiliteit: Zorgt dat bij woningbouwontwikkeling ook het vervoer en infrastructuur meegroeien: bijvoorbeeld weinig parkeerdruk, stimulering van deelmobiliteit en openbaar vervoer, plus minder afhankelijkheid van de auto. 4. Klimaatadaptatie: Richt zich op het toekomstbestendig maken van de leefomgeving voor veranderend klimaat: denk aan waterberging, hittebestendig ontwerp, groen-blauwe infrastructuur, maatregelen tegen extreme weersomstandigheden en waterbesparing. 5. Natuurinclusiviteit & Biodiversiteit: Zorgt ervoor dat bij bouw en inrichting ook de natuur een plek krijgt: vergroening, ruimte voor flora & fauna, het herstellen van biodiversiteit en behoud van landschappelijke kwaliteiten. 6. Gezonde leefomgeving: Focust zich op het welzijn van bewoners: goede binnenlucht, minder geluidsoverlast, voldoende groen, veiligheid en woonomstandigheden die gezondheid bevorderen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

39 - 53

Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving door toepassing van energiezuinige voorzieningen, klimaatadaptieve maatregelen en het stimuleren van duurzame mobiliteit. Daarnaast wordt gezorgd voor een groen ingerichte buitenruimte met ruimte voor waterinfiltratie en een bijdrage aan biodiversiteit. Hiermee sluit het initiatief aan op de gemeentelijke ambities en wordt bijgedragen aan een gezonde, klimaatbestendige en leefbare woonomgeving.

6.4.2 Conclusie Door aan te sluiten op het Convenant Toekomstbestendig Bouwen zal Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B duurzaam ontwikkeld worden en aansluiten op de gemeentelijke ambities.

6.5 Ecologie: gebiedsbescherming Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot ecologie. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een ETFAL aangetoond moeten worden wat het effect is op flora en fauna en natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, houtopstanden). Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Dit wordt onderzocht door middel van een stikstofberekening. De bouw en het gebruik van de woningen kunnen gevolgen hebben voor een Natura 2000- of ander natuurgebied. Denk hierbij aan de depositie van stikstof in een Natura 2000-gebied vanwege de aanleg- en/of gebruiksfase. Stantec heeft het Onderzoek stikstofdepositie voor de Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B uitgevoerd. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 12.

6.5.1 Onderzoek De berekening van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype binnen de nabijgelegen Natura 2000-gebieden is uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator 2025.0.1 releasedatum 7 oktober 2025). De calculator rekent op basis van de meest recente versie van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Uit de berekening volgt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn voor de zichtjaren 2026 t/m 2033. Wat betekent dat in de verschillende zichtjaren geen stikstofdepositie is berekend op de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitat- en leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Hieruit wordt geconcludeerd dat de bouwfase en de toekomstige gebruiksfase van de woningen van de uitbreiding van Zuidpolder in Eemnes wordt uitgezonderd van de vergunningplicht.

6.5.2 Conclusie Het aspect ecologie: gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het planvoornemen, omdat er geen sprake is van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden.

6.6 Geur Voor de ontwikkeling van Zuidpolder is in een eerder stadium een geuronderzoek uitgevoerd, dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage 13. Uit dit onderzoek is gebleken dat in en rondom het plangebied geen intensieve veehouderijen of andere geurbronnen aanwezig zijn die een belemmering vormen voor woningbouw. De destijds berekende achtergrondbelasting aan geur lag onder de wettelijke grenswaarden, zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Sinds de vaststelling van dat onderzoek heeft zich in de omgeving geen wijziging in agrarische bedrijvigheid voorgedaan die mogelijk kan leiden tot een toename van de geurbelasting. Verder zijn er planologisch geen geurhinderlijke functies nabij het plangebied van de uitbreiding van Zuidpolder.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

40 - 53

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

6.7 Gezondheid Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4 instructieregels voor het beschermen van de gezondheid en van het milieu. Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moet de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd. Dit vereist een brede belangenafweging, waarbij ook het belang van de gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering wordt afgewogen. Gezondheid is een containerbegrip waar veel thema's samenkomen. Het gaat hierbij om thema's die in hoofdstuk 5 van het Bkl expliciet zijn genoemd, zoals geluid, geur en bodem die van invloed kunnen zijn op de gezondheid.

6.7.1 Onderzoek Voor de volledigheid is ook gekeken naar de ontwerp Omgevingsvisie Eemnes 2040, waarin gezondheid meerdere keren expliciet wordt benoemd als centraal thema. De gemeente streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor alle generaties, waarin luchtkwaliteit, geluidsoverlast, veiligheid en klimaatadaptatie samen worden aangepakt. Ze sluit aan bij het Schone Luchtakkoord, met als doel 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Ook worden houtstook, verkeersgeluid, en luchtvervuiling actief verminderd door bron- en overdrachtsmaatregelen en bewustwording. Daarnaast wordt gezondheid als integraal uitgangspunt gezien in ruimtelijke ontwikkelingen: een leefomgeving moet uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, met aandacht voor stilte, groen, water, en veilige mobiliteit. Monitoring van de leefomgevingskwaliteit gebeurt via een vierjaarlijkse “Leefomgevingsfoto”, waarmee gezondheid en veiligheid structureel worden gevolgd en geëvalueerd. De openbare ruimte, zoals beschreven in paragraaf 2.2, wordt groen en aantrekkelijk ingericht wat stimuleert om te gaan bewegen. Daarnaast wordt het STOMP-principe toegepast om lopen, het gebruik van de fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit te stimuleren, voordat als laatste stap de auto gefaciliteerd wordt. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor het beschermen van gezondheid.

Vanuit de milieuaspecten luchtkwaliteit (6.8), geluid (Hoofdstuk 5), omgevingsveiligheid (6.10) en waterkwaliteit (4.3) is geen sprake van een negatieve invloed op de leefomgeving van de bewoners. Het plan leidt niet tot een wijziging van de luchtkwaliteit en treden er geen effecten op vanuit omgevingsveiligheid en waterkwaliteit. Voor bodem loopt nog een nader onderzoek naar PAK en de mogelijke aanwezigheid van PFAS, zie ook paragraaf 6.3.

6.7.2 Conclusie Het aspect gezondheid vormt vooralsnog geen belemmering voor het planvoornemen.

6.8 Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.1 instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de buitenlucht. Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling moet in een aantal situaties worden getoetst aan omgevingswaarden voor lucht. Haskoning heeft het onderzoek naar luchtkwaliteit voor de uitbreiding van Zuidpolder uitgevoerd. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 14. In deze paragraaf wordt alleen datgene behandeld dat relevant is voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B.

6.8.1 Onderzoek In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring van de kwaliteit van de leefomgeving.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

41 - 53

Het Bkl biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan of project voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: 1. De projectlocatie bevindt zich niet binnen een aandachtsgebied voor NO2 of PM10. De beoordeling van de luchtkwaliteit is beperkt tot deze aandachtsgebieden, omdat er buiten de aandachtsgebieden geen sprake is van een dreigende overschrijding van NO2 en PM10 (art. 5.51 Bkl). 2. Het plan of project leidt niet tot overschrijding van (rijks)omgevingswaarden, zoals vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 3. Het plan of project draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.53 en 5.54 Bkl). Wanneer een plan of project voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het wat luchtkwaliteit betreft doorgang vinden. De gemeente Eemnes ligt niet binnen een aandachtsgebied voor NO2 of PM10. Formeel is voor de woningbouw daarom geen berekening en beoordeling voor luchtkwaliteit noodzakelijk. Voor de volledigheid is wel gekeken naar de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 rondom het plangebied, op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). De maximale concentratiewaarden zijn voor 3 zichtjaren weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 7 Maximale concentratie waarden rond plangebied uit het CIMLK Uit de tabel blijkt dat rond de uitbreiding van Zuidpolder geen overschrijdingen van de jaargemiddelde omgevingswaarden voor NO2, PM10, PM2,5 voorkomen en dat de concentraties in de toekomst zullen dalen. Vanaf 2030 is ook te zien dat de waardes voldoen aan de nieuwe EU-richtlijn die vanaf 2030 ingaat. Op het gebied van de WHO-advieswaarden voldoen de concentraties NO2 en PM2,5 niet in 2030. Maar zoals is aangegeven blijven de concentraties binnen de wettelijke grenswaarden en voldoen aan de normen. Hoewel de gemeten waarden lokaal iets hoger liggen dan de achtergrondniveaus die gebruikelijk zijn in stedelijke gebieden, is er geen sprake van een overschrijding of een significante toename door de ontwikkeling zelf en neemt de luchtkwaliteit op termijn toe. De gemeente Eemnes is ook aangesloten bij het Schone Luchtakkoord waarin is afgesproken om in 2030 50% gezondheidswinst te boeken ten opzichte van 2016. Daarvoor zet de gemeente zich in om de luchtkwaliteit te verbeteren door luchtvervuilig door houtstook te verminderen en wordt het aanleggen van de rookkanelen in de uitbreiding van Zuidpolder verboden.

Op basis van de wettelijke grenswaarden en de ambitie van de gemeente Eemnes wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit bij de uitbreiding van Zuidpolder als aanvaardbaar kan worden beschouwd en geen belemmering vormt voor een goed woon- en leefklimaat. Woningen en kantoren zijn Niet In Betekenende Mate (NIBM), als de omvang onder een vastgelegde grens ligt. Ook voor een combinatie van woningen en kantoren geeft het Bkl in artikel 5.54 een NIBM-grens. Voor woningen ligt de NIBM-grens op 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg. Voor bedrijventerreinen is geen vastgestelde categorie opgenomen. Om toch een inschatting van de bijdrage (voornamelijk wegverkeer) te krijgen, wordt hiervoor aangesloten bij de categorie kantoren. Voor kantoren ligt de NIBM-grens 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

42 - 53

Voor een plan met woningen én kantoren, bij 1 ontsluitingsweg, kan de bijdrage bepaald worden met de volgend relatie (uit artikel 5.54 Bkl): Planbijdrage = 0,0008 *aantal woningen + 0,000012 *bruto vloeroppervlak kantoren in m2 . Bij 500 woningen en 20.000 m2 bruto vloeroppervlak bedrijvigheid volgt een bijdrage van 0,64 µg/m3. Deze bijdrage leidt, opgeteld bij de maximale concentraties uit bovenstaande tabel, niet tot het bereiken van de rijksomgevingswaarden of de nieuwe EU-richtlijn die vanaf 2030 geldt. Ook inclusief de bijdrage van de woningen en het bedrijventerrein is er nog een ruime marge over.

6.8.2 Conclusie De luchtkwaliteit bij de uitbreiding van Zuidpolder voldoet aan de grenswaarden, daarbij is Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B maar een gedeelte is van de totale ontwikkeling van de uitbreiding van Zuidpolder. Daarmee voldoet ook de ontwikkeling van fase A en B aan de regels voor luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

6.9 Milieuzonering Voor het behoud en de versterking van de woon- en leefkwaliteit is een goede afstemming tussen de verschillende functies in het gebied essentieel. In de directe omgeving bevinden zich onder andere een bouwcentrum, hondenopvang, agrarisch bedrijf, import- en exportbedrijf en een partyverhuurbedrijf. Bij de planvorming is rekening gehouden met de VNG-richtafstanden, zodat de bedrijfsvoering van deze bestaande bedrijven gewaarborgd blijft. Het bedrijventerrein Zuidpolder wordt in een toekomstige fase uitgebreid richting het zuiden, gelijk met de woningbouw, en kent een inwaartse zonering die milieuhinder richting de omgeving beperkt. Alleen bedrijven met beperkte milieuhinder zijn toegestaan (vergelijkbaar met de voormalige milieucategorie 1 en 2, met richtafstanden tot woningen van respectievelijk 0–10 meter en 30 meter). Ook is er geen belemmering voor de bedrijfsvoering van de zittende bedrijven in de omgeving. Spuitzones Hoewel op basis van het omgevingsplan formeel sprake is van spuitzones rondom het plangebied (behalve aan de noordzijde), vormt dit in de praktijk geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De zuidelijk aangrenzende gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer, waardoor het gebruik ter plaatse kan worden gereguleerd.

Hierdoor is uitgesloten dat op deze percelen agrarische activiteiten met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaatsvinden. Daarnaast is het feitelijke gebruik van de omliggende gronden in het oosten en westen geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat op de nabijgelegen percelen geen toepassing van bestrijdingsmiddelen plaatsvindt. Gelet op zowel de eigendomssituatie als het actuele, feitelijke gebruik kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een reëel risico op drift of hinder. De aanwezige planologische spuitzones hebben daarom geen negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Conclusie De bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven blijft gewaarborgd. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

43 - 53

6.10 Omgevingsveiligheid Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.2. instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid. Bij het toelaten van een activiteit spelen vaak veiligheidsrisico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Ook zal moeten worden gemotiveerd hoe voor risico's van branden, rampen en crises rekening gehouden wordt met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening. Haskoning heeft het onderzoek naar omgevingsveiligheid voor de uitbreiding van Zuidpolder opgesteld. Het rapport is bijgesloten als Bijlage 15. In deze paragraaf wordt alleen datgene behandeld dat relevant is voor Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B.

6.10.1 Onderzoek Op basis van de Atlas leefomgeving is onderzocht welke risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van omgevingsveiligheid. Op onderstaande afbeelding is de ligging van deze activiteiten ten opzichte van de gehele uitbreiding van Zuidpolder aangegeven. Als de afstand tot het plangebied groter is dan het grootste aandachtsgebied en de PR10-6 contour, dan vormt de risicovolle activiteit geen belemmering voor het planvoornemen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

44 - 53

Figuur 12 Risicovolle activiteiten 1. Basisnetroute A27 Deze activiteit heeft een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. De minimale afstand tot de uitbreiding van Zuidpolder is ca. 80 meter. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B ligt verder naar het oosten, op ca. 250 meter. Het plangebied ligt daarmee alleen binnen het gifwolkaandachtsgebied. Deze activiteit is dus deels relevant voor het plangebied. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn maatregelen ten aanzien van het gifwolkaandachtsgebied al verplicht gesteld bij nieuwbouw. Hiermee worden voldoende maatregelen getroffen ten aanzien van het gifwolkaandachtsgebied. Ter plaatse van de uitbreiding van Zuidpolder is verder geen PR10-6 contour aanwezig van deze activiteit. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 2. Kuipers Gassen Eemnes VOF Deze activiteit heeft een brandaandachtsgebied van 20 meter en een explosieaandachtsgebied van 30 meter. De minimale afstand tot het plangebied is ca. 300 meter. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B ligt niet binnen een van de aandachtsgebieden. Ter plaatse van de uitbreiding van Zuidpolder is verder geen PR10-6 contour aanwezig van deze activiteit. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Deze activiteit is dus niet relevant voor het plangebied. 3. Servicestation "Koot" Bramenberg Deze activiteit heeft een brandaandachtsgebied van 60 meter en een explosieaandachtsgebied van 160 meter. De minimale afstand tot het plangebied is ca. 560 meter. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B ligt niet binnen één van de aandachtsgebieden. Ter plaatse van de uitbreiding van Zuidpolder is verder geen PR10-6 contour aanwezig van deze activiteit. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Deze activiteit is dus niet relevant voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is kwalitatief beschouwd voor het gedeelte van de uitbreiding van Zuidpolder dat binnen het aandachtsgebied verantwoording van het groepsrisico ligt. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B ligt ook gedeeltelijk binnen dit aandachtsgebied. Uit de beoordeling voor de uitbreiding van Zuidpolder volgt dat het groepsrisico door het planvoornemen niet voldoende toeneemt om tot een significante hoogte te stijgen. Ten aanzien van het groepsrisico zijn de volgende mitigerende maatregelen aanbevolen: 1. Accepteren van het risico, waarbij de kans of het effect van het risico voldoende klein is om geaccepteerd te worden. 2. Reduceren van het risico, waarbij maatregelen ter bescherming binnenshuis getroffen worden of het aantal mensen wat zich binnen het aandachtsgebied bevindt wordt beperkt.

6.10.2 Aandachtspunten Omgevingstafel Na de behandeling van de BOPA tijdens de Omgevingstafel zijn door de VRU, RUD en GGD een aantal aandachtspunten meegegeven voor de verdere uitwerking van de uitbreiding van Zuidpolder. Veel van de opmerkingen hebben betrekking op de verdere inrichting van de openbare ruimte en de gebouwen en zullen daarin worden meegenomen. Energietransitie Bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met mogelijke risicocontouren van bijvoorbeeld buurtbatterijen. Bij toekomstige ontwikkelingen op het gebied van energiewinning en -opslag de samenwerking zoeken met de veiligheidsregio voor een veilige toepassing in de wijk.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

45 - 53

Verminderde zelfredzaamheid Laat de gevolgen van vergrijzing en toenemende extramurale zorg meenemen in de ontwerpen van de woningen en woongebouwen. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid In 2.2.5.7 Calamiteiten is een aanvullende toelichting over de bereikbaarheid bij calamiteiten opgenomen in deze motivering. Aanvullend zijn de volgende aandachtspunten meegegeven voor de verdere uitwerking: De waterwegen in het gebied zodanig uitvoeren dat deze op strategische plekken gebruikt kan worden als bluswatervoorziening voor grootschalige en langdurige inzet van de brandweer. De brandweer te betrekken bij het bepalen van het verloop van de infrastructuur van de waterleiding voor het bepalen van de brandkranen. Bij de herinrichting van de Zuidersingel de doorstroming te verbeteren om de brandweer een snellere aanrijdtijd naar de Zuidpolder te geven, maar ook de opkomst van vrijwillige brandweerpersoneel naar de kazerne te bevorderen. Voor de maatregelen om de bereikbaarheid en bluswatervoorziening in een vroeg stadium met het team Operationele voorbereiding van de veiligheidsregio i overleg te treden. Dit team is te bereiken via het mailadres OPV@vru.nl. Vermeld daarbij graag het kenmerk van deze brief.

6.10.3 Conclusie Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B is alleen gelegen binnen het gifwolkaandachtsgebied van de Basisnetroute A27. Maatregelen ten aanzien van het gifwolkaandachtsgebied zijn reeds verplicht op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hiermee is Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B voldoende beschermd tegen gifwolkcalamiteiten. Een voorschriftengebied is niet benodigd. Het aspect omgevingsveiligheid vormt verder geen risico voor het planvoornemen.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

46 - 53

Hoofdstuk 7

Integrale afweging

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet de aanvraag omgevingsvergunning BOPA aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voldoen. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder zijn de beleidskaders en instructieregels vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente van toepassing. Uit de ladderonderbouwing in hoofdstuk 3 blijkt dat de locatie en het woningaantal voldoen aan het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2025 en dat het aansluit op de gemeentelijke omgevingsvisie en de Woonvisie met zorgcomponent Eemnes 2024-2028. Het planvoornemen voldoet hiermee aan het gemeentelijk en provinciaal woonbeleid. In Hoofdstuk 4 zijn de aspecten met betrekking tot de openbare ruimte toegelicht. De bomenrij waar de vleermuizen gebruik van maken wordt niet aangetast door Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B. Ten aanzien van vleermuizen worden maatregelen getroffen met betrekking tot het voorkomen van lichthinder. Voor de haas wordt een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten aangevraagd. Op basis van de oplegnotitie is het aannemelijk dat een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend kan worden. Het uitvoeren van werkzaamheden begin 2026 is, mits de aanvraag tijdig wordt ingediend en verleend, redelijkerwijs mogelijk.

Afhankelijk van de exacte planning kunnen uitvoeringsbegeleiding, controles op (jonge) hazen en/of broedvogels nodig zijn. Deze zullen naar verwachting niet beperkend zijn voor de daadwerkelijke uitvoer van werkzaamheden, maar hoogstens vragen om een beperkte en goed uitvoerbare aanpassing van de werkwijze. Overige mogelijke aanwezige soorten zijn voldoende beschermd door te voldoen aan de specifieke zorgplicht. Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B maakt onderdeel uit van het waterstructuurplan voor de uitbreiding van Zuidpolder met een in een later stadium te realiseren afvoer richting het zuiden. De toename van verkeersintensiteiten door Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B is beperkt en zorgt niet voor een significante verslechtering van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. In Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B is voldoende ruimte voor parkeren opgenomen. Er is sprake van een overschot van 64,4 parkeerplaatsen en daarmee is er zelfs ruimte voor een verdere vergroening van de openbare ruimte. Hoofdstuk 5 bespreekt de geluidsbelasting van het wegennetwerk op de nieuwbouwwoningen. Ten aanzien van de overschrijdingen van de standaardwaardes voor geluid bij de blokken R1 en R17 moet worden voldaan aan het gemeentelijk beleid voor geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes.

Dit is op te nemen als voorwaarden in de vergunningsvoorschriften en wordt meegenomen in de verdere planuitwerking voor deze woningen. Ten aanzien van het gecumuleerde geluid wordt de aanvaardbaarheid nader bepaald in combinatie met de geluidsmaatregelen. Uit Hoofdstuk 6 blijkt dat er vanuit de omgevingsaspecten archeologie, duurzaamheid, geur, gezondheid, luchtkwaliteit, milieuzonering en omgevingsveiligheid geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Voor het aspect bodem wordt nog nader onderzoek uitgevoerd naar verontreiniging met PAK en de mogelijke aanwezigheid van PFAS. In Hoofdstuk 8 is gemotiveerd dat het planvoornemen ook economisch en maatschappelijk verantwoord en uitvoerbaar is. Conclusie Op basis van deze motivering wordt gesteld dat de ontwikkeling van Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De realisatie van de woningen op de locatie en het toestaan van de activiteiten, behorende bij deze functie, voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

47 - 53

(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001

48 - 53

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.1.1 Kostenverhaal De gemeente Eemnes is eigenaar van de grond van het woongedeelte en voert de grondexploitatie. Zij geeft bouwrijpe grond uit aan een te contracteren partij en aan BPD en de Alliantie, omdat deze twee partijen een bouwclaim hebben. Er zijn in de uitbreiding van Zuidpolder circa 500 woningen voorzien. De meeste woningen worden door BPD en de Alliantie ontwikkeld, waarna zij zelf een bouwer zoeken. De gemeente Eemnes ontwikkelt in 2 of 3 keer de woningen waarvoor zij verantwoordelijk is. Dat gebeurt op basis van een aanbestedingsprocedure. De selectiecriteria zullen waarschijnlijk ontleend worden aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. De ontwikkelaars die het ook tekenden hebben aansluiting op de ambitie van het masterplan. De 30 vrije kavels worden door de gemeente Eemnes via een makelaar te koop aangeboden. In de eerste fase gaat het al om 16 stuks. Alle delen die openbaar gebied blijven in de uitbreiding, worden in opdracht van de gemeente aangelegd door een aannemer. Dat gebeurt door middel van aanbestedingen. De kosten worden vergoed uit de grondexploitatie. Alle kosten en opbrengsten worden verantwoord in een grondexploitatie. Het eerder opgestelde masterplan is financieel haalbaar. De grondexploitatie wordt jaarlijks herzien en vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij een positief saldo een randvoorwaarde is.

Er worden door het jaar heen verschillende instrumenten ingezet om de grondexploitatie te beheersen en te kunnen anticiperen op veranderingen die binnen en buiten de invloedssfeer liggen van de gemeente.

8.1.2 Nadeelcompensatie Dit besluit betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. Op grond van afdeling 15.1 van de Omgevingswet en het bijbehorende Nadeelcompensatiebesluit kan een belanghebbende, die onevenredige schade lijdt als gevolg van dit rechtmatig overheidshandelen, een verzoek om nadeelcompensatie indienen. Schade van tijdelijk en beperkt karakter, behorend tot het normaal maatschappelijk risico, komt niet voor vergoeding in aanmerking. Een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend na het ontstaan van de schade. Het bevoegd gezag beoordeelt de aanvraag conform de wettelijke procedure. Hierbij kan onafhankelijke deskundigheid worden ingeschakeld. Eventuele vergoeding vindt plaats op basis van het daadwerkelijk geleden en aantoonbare nadeel. Belanghebbenden kunnen via het digitale loket of schriftelijk een verzoek om nadeelcompensatie indienen bij het bevoegd gezag. Nadere informatie over de procedure en voorwaarden is beschikbaar op de website van het bevoegd gezag.

8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie De uitbreiding van Zuidpolder is de afgelopen jaren besproken met organisaties als de Regio Amersfoort, verschillende afdelingen van de provincie Utrecht en de BEL-Combinatie en vertegenwoordigers van Waterschap Vallei en Veluwe, Vitens en Stedin. Eind 2024 is het overleg gestart met Rijkswaterstaat over het verlengen van het bestaande geluidscherm. Het masterplan heeft draagvlak bij deze organisaties, wat inhoud dat zij meewerken aan de uitwerking en de uitvoering. Stedin neemt hier een bijzondere positie in, omdat zij per medio april 2025 niet kan garanderen dat woningen en bedrijven over stroom beschikken bij oplevering. De afgelopen jaren is informatie, relevant voor de uitbreiding van Zuidpolder, opgehaald bij inwoners van Eemnes, de ondernemersvereniging Oké, ondernemers die op Zuidpolder een bedrijf hebben en de Woonadviescommissie Eemnes. Op 10 april jl. is een bijeenkomst georganiseerd waarin aan zo’n 120 bezoekers de hoofdstructuur van de uitbreiding is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16500715/1