Bijlage 1a BOPA deelplan 4 1 motivatie
Tekst van het document
6.4 Omgevingsveiligheid RoyalHaskoningDHV heeft voor deelplan 4.1 het onderzoek naar omgevingsveiligheid uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is bijgesloten als Bijlage 5. Dit onderzoek is uitgevoerd omdat het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen risico's met zich mee brengen door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Hierdoor wordt in kaart gebracht of zulke risico's zich in of om het plangebied begeven. Onderzoek Risicobronnen De enige relevante risicobron voor het planvoornemen is de Rijksweg A27. Het plangebied ligt deels binnen het gifwolkaandachtgebied.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
27 - 37
Aandachtsgebieden rondom deelplan 4.1
Tabel in nabijheid zijnde risicobronnen Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen aangezien deze contour in het midden van de A27 ligt. Het planvoornemen ligt verder buiten het brand- en explosieaandachtsgebied, deze vormen geen belemmering. Het gifwolkaandachtsgebied ligt deels over het plangebied heen. Conform het Bbl dient nieuwbouw standaard te worden uitgerust met afsluitbare ventilatie. Dit biedt binnenshuis bescherming tegen een gifwolk. Het gifwolkaandachtsgebied staat het planvoornemen niet in de weg. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid (plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden) staat het planvoornemen niet in de weg.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
28 - 37
6.5 Waterstructuurplan Zuidpolder 6.5.1 Waterstructuurplan Voor de ontwikkelingen in de Zuidpolder, het bedrijventerrein en het woongebied, is een waterstructuurplan opgesteld (2 mei 2012). In aanvulling hierop is door Civil Support een aangepast waterstructuurplan opgesteld (d.d. november 2013). Met dit uitwerkingsplan neemt de hoeveelheid verharding in de Zuidpolder niet toe. Op dit moment is het totale gebied bouwrijp. Voor de ontwikkeling bestond het plangebied uit grasland en water. De functiewijziging van het plangebied heeft significante veranderingen van het watersysteem met zich meegebracht. Dit had kunnen leiden tot problemen met waterkwantiteit (inundatie, water op straat) en waterkwaliteit (stank, vissterfte, etc.). Maar de ontwikkeling bood juist ook kansen om een uitgebalanceerd watersysteem vorm te geven. Hiermee hebben we problemen in de toekomst voorkomen. Omdat het gebied onderdeel uitmaakte van een poldersysteem, heeft het onderzoek het hele peilvak in ogenschouw genomen. Het oppervlaktewater van de Zuidpolder is verdeeld in 4 peilgebieden, een deel van de Zuidpolder waar eenzelfde waterpeil heerst. Er wordt gebruik gemaakt van 4 waterpeilen door het hoogteverloop in het maaiveld en de hoogte van de bestaande peilgebieden in de directe omgeving.
Om het oppervlaktewater vertraagd af te voeren zijn stuwen toegepast, hierdoor blijft het water zo lang mogelijk in de Zuidpolder. In de onderstaande figuur zijn de peilgebieden en stuwen weergegeven.
Figuur 4.1 schematische weergave peilgebieden In de onderstaande tabel zijn de afvoerende oppervlakken (inclusief open water) per peilgebied weergegeven.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
29 - 37
Figuur 4.2 afvoerende oppervlakken en oppervlaktewater per peilgebied Aan de noordoostzijde van de Zuidpolder, in de groenzone tussen de Zuidpolder en de Wakkerendijk, zijn twee retentievoorzieningen opgenomen. Een retentievoorziening is een verlaagd gebied waar water tijdelijk kan worden gebufferd bij veel regenval. Beide voorzieningen hebben een volume van 1.500 m3. Deze gebieden worden gebruikt om overtallig oppervlaktewater te bufferen en is meegenomen in de bergingsberekening. Met het waterschap Vallei en Veluwe is naar aanleiding van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Zuidpolder', overeenstemming bereikt dat het tekort van de wateropgave van het bedrijventerrein in het woongebied zal worden gecompenseerd.
6.5.2 Watertoets Het oppervlaktewatersysteem voor Zuidpolder en de uitbreiding van het bedrijventerrein Zuidbuurt watert van west naar oost af naar het oostelijk gelegen landelijk peilgebied, aan de andere zijde van de Wakkerendijk. Hiervoor wordt een nieuwe onderdoorgang door de Wakkerendijk gerealiseerd. Dit nieuwe watersysteem sluit nergens aan op het bestaande watersysteem van de bebouwde kom van Eemnes. Het bestaande watersysteem kan namelijk geen extra afvoer dragen. Het pen oppervlaktewatersysteem voor de Zuidpolder voldoet aan de ontwerp- en bergingseisen van het waterschap. Zo is er gekeken naar de maximaal toelaatbare peilstijging bij van tevoren bepaalde buien en of het watersysteem voldoende buffer heeft. Uit de toetsing blijkt dat het watersysteem ruim voldoet aan de bergingseisen van het waterschap. Daarnaast is het ontwerp getoetst aan de ontwerpeisen van het waterschap voor beheer en onderhoud, zoals taluds en waterbreedtes. De sloten worden vanaf de rijbaan onderhouden, m.u.v. de watergang grenzende aan de wijk Zuidbuurt aan de noordzijde van de Zuidpolder. Hiervoor worden 2 inlaatplaatsen aangebracht om varend onderhoud mogelijk te maken. De riolering bestaat uit een systeem waarbij huishoudelijk afvalwater en regenwater gescheiden worden ingezameld. Het huishoudelijke afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd naar een rioolgemaal.
Verharding, van woningen en wegen, die grenzen aan oppervlaktewater kunnen daar rechtstreeks op worden aangesloten. De overige verharding wordt middels hemelwaterriolering afgevoerd. Het plangebied watert af door de sloten en plaatselijk aanvullende drainage, een ondergronds buizenstelsel voor het afvoeren van water naar sloten. Uit de berekeningen blijkt dat alleen de wegen die niet grenzen aan een sloot voorzien hoeven te worden van drainage.
6.5.3 Geohydrologie en drainage In het rapport van Civil Support worden 4 peilen aangebracht, namelijk: Bedrijventerrein, met als peil +0,10 m (t.o.v. N.A.P.); Zuidwestelijke deel van de nieuwbouwlocatie, met als peil -0,30 m (t.o.v. N.A.P.); Noordwestelijke deel van de nieuwbouwlocatie, met als peil -0,50 m (t.o.v. N.A.P.);
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
30 - 37
Oostelijk deel van de nieuwbouwlocatie, met als peil -0,70 m (t.o.v. N.A.P.).
6.6 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goed woon- en leefklimaat moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of er ter plaatse van gevoelige functies, zoals wonen. Hiervoor is in het bestemmingsplan 'Woongebied Zuidpolder' onderzoek gedaan. Onderzoek Door Tauw (d.d. 11 maart 2008) is onderzoek gedaan naar het industrielawaai van het bestaande industrieterrein ter hoogte van de Vlierberg bij Eemnes. Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd. Uit de uitgevoerde inventarisatie van het bestaande bedrijventerrein blijkt dat bedrijven aanwezig zijn die vallen binnen milieucategorie 2 tot 3.2. De bijbehorende richtafstanden is tot 100 m. De geluidscontour van 50 dB(A) ten gevolge van het bestaande industrieterrein valt niet over het plangebied. Uitzondering is het bedrijf aan de Walnootberg 8. Dit bedrijf beschikt over een milieuvergunning met een geluidsnorm van 50 dB(A) op een vastgelegd punt op 50 m ten oosten van het bedrijf. Binnen deze geluidszone worden geen geluidsgevoelige functies gebouwd. Wel wordt binnen deze zone een weg gerealiseerd met een groenstrook. De grens van de dichtstbijzijnde woonbestemming ligt op 60 m afstand. Met het bestemmingsplan 'Zuidpolder bedrijventerrein' is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein mogelijk gemaakt.
Bij de planontwikkeling hiervan is rekening gehouden met het woongebied Zuidpolder. Daarom zijn destijds uitsluitend bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 toegestaan op de uitbreiding van het bedrijventerrein. Alleen met een afwijkingsmogelijkheid kunnen bedrijven uit milieucategorie 3.1 of 3.2 worden gerealiseerd. Hierbij is de voorwaarde opgenomen dat deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen nadelige invloed mogen hebben op de nabij gelegen woonbebouwing zoals het voorliggende plan. Geur Het aspect Geur is onderzocht bij het bestemmingsplan 'Woongebied Zuidpolder'. Hiervoor is destijds een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van de verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Eemnes. Dit onderzoek heeft geleid tot de Gebiedsvisie Zuidpolder, ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij gemeente Eemnes. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het verkleinen van de vaste afstand van 100 meter binnen plangebied Zuidpolder op grond van de te verwachten geurhinder door de paardenhouderij aan de Wakkerendijk 106 geen belemmering vormt. Ten tijde van het onderzoek was de paardenstal aan de Wakkerendijk 106 nog in gebruik. Echter is met het bestemmingsplan Wakkerendijk 106 e.o. de mogelijkheden van de paardenstal wegbestemd en is er een caravanstalling toegestaan.
Dit betreft geen geurhindelijke functie waardoor het hinderpercentage nog verder afneemt. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering is geen belemmering voor het planvoornemen.
6.7 Conclusie De aspecten ecologie, stikstof, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, water en bedrijven en milieuzonering vormen geen belemmering voor de realisatie van deelplan 4.1.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
31 - 37
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
32 - 37
Hoofdstuk 7
Integrale afweging
Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. De ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 41 woningen in verschillende woningbouwcategorieën in de wijk Zuidpolder in Eemnes. Hetgeen voldoet aan de (groeiende) behoefte aan woningen in de provincie, regio en gemeente Eemnes zelf. Deze woningen worden zorgvuldig ingepast in de structuur van Zuidpolder die reeds is vastgelegd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan 'Woongebied Zuidpolder', bestaande uit ontsluitingen, groen en water. Het integrale plan draagt bij aan de doestellingen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit (inclusief natuur, groen, en water), wonen en duurzaamheid. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, door te voorzien in een mix van woningen, met ruimte voor senioren en een extra voorziening voor ontmoeting. Rondom het woonveld is veel ruimte voor groen en water opgenomen. Daarbij wordt de woningbouw gerealiseerd op een locatie binnen stedelijk gebied. En door de realisatie van deze woningen wordt een aangewezen woningbouwlocatie (locatie Zuidpolder) in Eemnes optimaal benut.
De ontwikkeling van deelplan 4.1 wijkt op drie punten af van het tijdelijk deel van het omgevingsplan: Aantal gestapelde woningen - de extra appartementen zijn juist gewenst vanuit de Woonvisie; Parkeernormen - tellingen in de bestaande situatie tonen aan dat een reductie van de parkeernormen mogelijk is; Aantal woningen met overschrijding standaardwaarde Omgevingswet - de woningen hebben een lichte overschrijding van de standaardwaarde met een maximale geluidsbelasting van 55 dB en alle woningen hebben een geluidluwe gevel. Tot slot blijkt uit hoofdstuk 6 voor de aspecten ecologie, stikstof, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en water dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie Op basis van deze motivering wordt gesteld dat de woningbouwontwikkeling aanvaardbaar is. De realisatie van de functie wonen op de locatie en toestaan van de activiteiten behorende bij dit plangebied voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
33 - 37
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
34 - 37
Hoofdstuk 8
Uitvoerbaarheid
8.1 Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In hoofdstuk 13 van de Omgevingswet zijn de regels opgenomen over het regelen van het kostenverhaal. Hiervan kan worden afgeweken indien de plankosten anderzijds zijn verzekerd, bijvoorbeeld door een kostenverhaalovereenkomst (voorheen bekend als anterieure overeenkomst). De gemeente Eemnes voert de ruimtelijke ontwikkeling zoals die in het bestemmingsplan mogelijk is gemaakt gezamenlijk met de overige grondeigenaren in het plangebied uit. Hiertoe is een samenwerkingsovereenkomst getekend op 22 augustus 2013 die dient als anterieure overeenkomst. De kosten die met de ruimtelijke ontwikkeling samenhangen worden gedekt door de opbrengsten die voortkomen uit de uitgifte van bouwrijpe kavels. Door in de samenwerkingsovereenkomst alle afspraken vast te leggen is het kostenverhaal zeker gesteld.
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie 8.2.1.1 Co-creatie De invulling van de woonvelden is mede bepaald door toekomstige bewoners in diverse co-creatie avonden. Tijdens deze avonden konden de toekomstige bewoners hun mening geven over verschillende onderwerpen, onder andere over de gewenste woningtypen, de plaatsing van woningtypen in het stedenbouwkundig plan en de plaatsing van de woning op de individuele kavel. De resultaten van deze gesprekken, de ontwikkelingen in de markt van de afgelopen jaren en de gesprekken met kopers van de woningen in de vorige deelplannen zijn input geweest voor het stedenbouwkundige plan van dit woonveld. Daarnaast is er op de co-creatie avonden veel gesproken over de gewenste beeldkwaliteit wat heeft geresulteerd in het beeldkwaliteitsplan op hoofdlijnen voor Zuidpolder. 8.2.1.2 Participatie deelplan 4.1 In het doorlopen proces voor de ontwikkeling van dit deelplan heeft er participatie met omwonenden en de raad plaatsgevonden. In de raadscommissie zijn de plannen toegelicht, waarvoor ook de omwonenden zijn uitgenodigd. Hierin is de keuze van woningtypen, de toevoeging van de appartementen en de reductie van de parkeernorm besproken. De raadscommissie heeft aandacht gevraagd voor een goede inpassing qua beeldkwaliteit en een passende maat en schaal.
Door de variatie in hoogte en vormgeving van het appartementengebouw is hier extra aandacht aan gegeven.
8.2.2 Procedure 8.2.2.1 Omgevingstafel Het plan is op 21 augustus 2024 op de omgevingstafel behandeld. Bij deze omgevingstafel waren de volgende ketenpartners aanwezig: RUD, waterschap Vallei en Veluwe, Vitens. De provincie Utrecht en Stedin konden niet aanwezig zijn bij de omgevingstafel maar hebben los een reactie ingediend die op de omgevingstafel is besproken. Daarnaast waren er verschillende disciplines van de gemeente aanwezig zoals volkshuisvesting, milieu en verkeer. Vanuit de omgevingstafel zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd: verduidelijking van het programma in relatie tot het hele plan van de Zuidpolder in paragraaf 2.3.4; het akoestisch onderzoek (Bijlage 2) is aangepast en verwerkt in de motivering in paragraaf 5.2;
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
35 - 37
de paragraaf 6.6 Bedrijven en milieuzonering is toegevoegd inclusief het aspect geur; het hoofdstuk 3 Parkeren is aangepast en verduidelijkt; en het convenant duurzaam bouwen is opgenomen in de paragraaf 2.3.2. 8.2.2.2 Adviesrecht van de raad Voor sommige aanvragen van een BOPA is bindend adviesrecht van de gemeenteraad nodig. De gemeenteraad heeft door middel van het besluit adviesrecht de gevallen aangewezen waarvoor het college van burgemeester en wethouders verplicht is bindend advies aan te vragen. In de lijst met de gevallen waarin bindend adviesrecht van de raad benodigd is in de gemeente Eemnes is aangegeven dat bij het toevoegen van één of meer nieuwe woningen bindend adviesrecht benodigd is. De gemeenteraad heeft op xxx besloten dat zij akkoord / niet akkoord gaan met het plan. 8.2.2.3 Procedure Na afronding van de voorbereidingsprocedure met de omgevingstafel (zie voor de uitkomst van de omgevingstafel paragraaf 8.2.2.1) kan de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit om buitenplans af te wijken aangevraagd worden. Voor een omgevingsvergunning voor een BOPA is reguliere procedure met een beslistermijn van 8 weken het uitgangspunt. Echter kan het bevoegde gezag (college van Burgemeester en wethouders) een uitgebreide procedure van toepassing verklaren.
De gemeente Eemnes heeft besloten dat de uitgebreide procedure van toepassing is voor de gevallen waarvoor ook bindend adviesrecht van de raad nodig is. Zie voor het adviesrecht van de raad paragraaf 8.2.2.2. Bij de uitgebreide procedure heeft het bevoegd gezag 26 weken de tijd na ontvangst van de aanvraag om een beslissing te nemen. Tijdens de uitgebreide procedure gaat het plan gedurende 6 weken ter inzage. Met de tervisielegging van het ontwerpbesluit kan gedurende de periode van de ter visie legging iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het plan of onderdelen daarvan inbrengen.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
36 - 37
Hoofdstuk 9
Algehele conclusie
Op basis van deze motivering wordt gesteld dat de woningbouwontwikkeling aanvaardbaar is. De realisatie van de functie wonen op de locatie en toestaan van de activiteiten behorende bij dit plangebied voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
37 - 37