CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Brief aan de raad van het college

Gemeenteraad 27 januari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Zienswijze raad op voorgenomen besluit College om de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio2.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brief aan de Raad van het college; [te verzenden aan de Raad na de raadsinformatiebijeenkomst op 26 november 2024]

Datum: xxx Onderwerp: Zienswijze op voorgenomen besluit College om de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort te treffen

Inleiding Zoals aangekondigd in de Raadsinformatiebijeenkomst op 26 november jl. informeren wij u door middel van deze brief over het voorgenomen besluit van het college om samen met de colleges van andere gemeenten in de regio Amersfoort de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort te treffen. In deze brief treft u achtereenvolgens informatie over de aanleiding, het beoogde effect, de inhoud en de potentiële risico’s aan van dit voorgenomen besluit. Als bijlagen zijn bijgevoegd: de tekst van de Centrumregeling met het takenregister, het Bestuurlijk protocol, het Financieel protocol en het Privacy protocol van de Centrumregeling. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 1, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij u in de gelegenheid binnen acht weken na dagtekening van deze brief uw zienswijze op het ontwerp van de centrumregeling bij het college in te dienen. De andere stukken dienen als achtergrondinformatie. Wij bevelen aan, dat u instemt met het voortzetten van de regionale samenwerking in het sociaal domein in de vorm van de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort, zoals uitgewerkt in bijgaande ontwerp tekst van de Centrumregeling, onder instandhouding van de bestaande bestuurlijk en financiële afspraken. Een reactie van deze strekking is bijgevoegd als bijlage.

Aanleiding De regiogemeenten werken op het terrein van (onder andere) de inkoop en het accountmanagement van jeugdhulp en Wmo-voorzieningen al sinds de start van de decentralisaties in 2015 samen op basis van een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst en individuele dienstverleningsovereenkomsten tussen de gemeente Amersfoort en de respectievelijke regiogemeenten. Voor de uitvoering van de inkooptaken jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en bijbehorende ondersteunende taken functioneert er het Regionaal inkoop- en subsidiebureau (RISB), dat organisatorisch ondergebracht is bij de gemeente Amersfoort. De basis voor het uitvoeren van de inkooptaken is een door de gemeenteraden van de regiogemeenten vastgestelde eenduidige regionale inkoopstrategie. De samenwerking krijgt topambtelijk (via de Stuurgroep Sociaal Domein) en bestuurlijk (via het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein) vorm onder de paraplu van de Regio Amersfoort. Een prioriteit in de Hervormingsagenda Jeugd is de verbetering van beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdhulp voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Geconstateerd is dat deze vorm van jeugdhulp een zekere schaal en omvang moet hebben om ervoor te zorgen dat de (hoog)specialistische jeugdhulp zowel kwalitatief en kwantitatief toereikend als financieel haalbaar ingericht kan worden.

Het lokale niveau is daarvoor voor veel gemeenten van onvoldoende omvang en sinds de decentralisatie in 2015 is daarom regionale samenwerking ontstaan in nu 42 jeugdregio's, waaronder de jeugdregio Eemland. VWS beoordeelt de samenwerking in onze jeugdregio als robuust. Dat is voor lang niet alle jeugdregio’s het geval. Reden voor de wetgever om met dwingende voorschriften te komen ten aanzien van samenwerking rondom de jeugdhulp, waaraan ook de gemeenten in onze jeugdregio zullen moeten voldoen. Van belang hierbij is dat er een verschil is tussen de samenstelling van onze jeugdregio (door VWS genoemd de jeugdregio Eemland) en de Regio Amersfoort. Dit verschil bestaat eruit dat de gemeente Nijkerk geen onderdeel is van de jeugdregio Eemland1 maar wel onderdeel is van de Regio Amersfoort. De gemeente Nijkerk is op het terrein van de jeugdhulp verplicht deelnemer in de samenwerking in de jeugdregio Food Valley. Door aanstaande wetgeving is er de noodzaak de privaatrechtelijke samenwerkingsvorm die nu voor de regionale samenwerking rondom de jeugdhulp wordt gebruikt om te zetten in een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bovendien aan een aantal eisen moet voldoen.

Met het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg dat op 25 april 2024 bij de Tweede Kamer is ingediend, wordt vastgelegd wat wordt verwacht van de samenwerkende gemeenten en jeugdregio's bij het zorgdragen voor de beschikbaarheid van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de aangewezen vormen van specialistische jeugdhulp. De colleges van de gemeenten in een regio dienen voor de regionale organisatie van de 1 De gemeente Nijkerk is door het Rijk voor jeugdhulp ingedeeld in de regio Food Valley

1

specialistische jeugdzorg gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling te treffen, zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarbij een regionale entiteit wordt ingesteld of aangewezen genaamd: ‘jeugdregio'. Gemeenten dienen volgens het wetsvoorstel ten minste de volgende werkzaamheden bij de jeugdregio neer te leggen: 1. het regionaal contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij AMvB aangewezen vormen van jeugdhulp; 2. het uitvoeren van administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring, volgens een eensluidende instructie door de gemeenten, zodat de administratieve processen ten aanzien van regionaal ingekochte jeugdhulp voor alle gemeenten in de regio gelijk zijn. 3. de bovenregionale afstemming over een deel van de jeugdhulpvormen die door de Jeugdregio worden gecontracteerd of gesubsidieerd, alsmede kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De vormen van jeugdhulp die het betreft worden aangewezen bij AMvB; 4. de organisatie van regionale expertteams. De afgelopen periode hebben de regiogemeenten zich ambtelijk en bestuurlijk gebogen over de vraag welke vorm uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, het beste bruikbaar is vanuit de uitdrukkelijke wens de huidige samenwerking, die goed verloopt, zoveel mogelijk in stand te houden en te continueren.

De inzet daarbij was de integraliteit die er nu is in de taakuitvoering voor jeugdhulp en Wmo in stand te houden. Met als gevolg dat niet alleen de regionale samenwerking rondom jeugdhulp in een Wgr-vorm wordt ondergebracht (eis van de wetgever), maar ook de regionale samenwerking rondom Wmo daarin wordt meegenomen. Ook was het bij alle regiogemeenten nadrukkelijk de wens om de huidige samenwerking in het sociaal domein als het gaat om de beleidsvoorbereiding en -afstemming en de uitvoering van de inkoop en ondersteuning op jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en de taken op het terrein van beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken). Overeenstemming is bereikt over de keus voor de Centrumregeling, waarbij de gemeente Amersfoort zal optreden als centrumgemeente. Deze keus is extern gevalideerd met als conclusie dat de vorm van de Centrumregeling in de huidige context de meest logische keus is voor de vormgeving van de samenwerkingsrelatie rondom inkoop- en ondersteuningstaken sociaal domein in de regio Amersfoort. In dit validatieonderzoek is ook geconcludeerd, dat er aanleiding is in een Bestuurlijk protocol afspraken over de huidige werkwijze in de samenwerking vast te leggen om deze te behouden en te blijven volgen.

In dit protocol zijn de aandachtspunten over de samenwerking meegenomen die in het validatieonderzoek op tafel zijn gekomen. Verder zijn de bestaande financiële afspraken voor de overzichtelijkheid gebundeld in een Financieel protocol en wordt er voor de Centrumregeling jaarlijks een begroting opgesteld en besproken in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein.

Beoogd effect Met dit voorgenomen besluit beoogt het college (1) te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen ten aanzien van de vormgeving van de regionale samenwerking op het terrein van jeugdhulp, (2) de reeds bestaande, gezamenlijke uitvoering op het terrein van de Wmo-ondersteuning te continueren, (3) de bestaande financiële afspraken uit oogpunt van overzichtelijkheid te bundelen in één document en (4) de huidige wijze van samenwerken ongewijzigd voort te zetten. Zo blijft integraal werken mogelijk. Daarnaast wordt tegelijkertijd de bestaande samenwerking op de centrumgemeentetaken beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken) ook op een juridische juiste en eenduidige wijze in deze centrumregeling vastgelegd. Tot slot wordt in de Centrumregeling de huidige en toekomstige afspraken verankerd over regionale transformatiecapaciteit die nodig is om de gemeenten te ondersteunen bij hun lokale transformatieopgaven inzake in ieder geval jeugdhulp en het integraal zorgakkoord [IZA].

Argumenten Met dit voorgenomen besluit kan de huidige effectieve en efficiënte samenwerking gecontinueerd worden. Op het terrein van inkoop en ondersteuning met betrekking tot jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en de taken op het terrein van beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente-taken) werken de gemeenten al jaren constructief en met succes samen. Voor gemeenten betekent dit onder andere dat zij op deze taken worden ontzorgd en zich volop kunnen richten op de lokale opgaven van hun inwoners. Voor aanbieders en samenwerkingspartners levert deze samenwerking duidelijkheid en eensluidendheid op. Door het juridische construct dat thans voor de samenwerking gebruikt wordt aan te passen aan de nieuwe wettelijke eisen rondom de jeugdregio’s kan deze samenwerking onverkort gecontinueerd worden.

2

Niet alle regiogemeenten doen op dit moment in de samenwerking mee voor alle hiervoor genoemde taken. Soms heeft dat te maken met een wettelijke belemmering; zo is, zoals hiervoor opgemerkt, de gemeente Nijkerk ingedeeld in een andere jeugdregio voor jeugdhulp en de gemeente Eemnes in een andere centrumgemeenteregio voor de genoemde centrumgemeentetaken. Of is de reden dat voor eigen uitvoering gekozen is; dat speelt bijvoorbeeld bij de zorgadministratie. Op basis van de nieuwe wettelijke verplichtingen lijkt dat laatste voor sommige administratieve taken lastig te continueren. En ook uit oogpunt van een effectieve en efficiënte uitvoering verdient het de voorkeur deze uitzonderingen te beperken tot de huidige situatie. Om deze benadering te borgen wordt gewerkt met de systematiek van vrijstelling. Sommige taken waarop wordt samengewerkt maken een ontwikkeling door die te maken hebben met de veranderende sociaal maatschappelijke context en veranderingen in de doelgroepen, zowel qua aard als omvang, die aangewezen zijn op jeugdhulp en ondersteuning in de brede zin van het woord. Dat maakt het nader preciseren van de taken waarop wordt samengewerkt nodig. Dat gebeurt in dit voorstel, concreet in het takenregister.

Door het ondersteunen van de gemeenten in hun lokale transformatieopgaven als taak toe te voegen ontzorgen we hier de gemeenten en helpen we hen om hiermee lokaal voortvarend aan de slag te gaan. Dat geldt ook voor de sociaal rechercheur taken. Door de verschillende financiële afspraken die in de loop van de tijd gemaakt zijn over de organisatie- en uitvoeringskosten en de inzet van programmabudgetten te bundelen in een Financieel protocol creëren we duidelijkheid en overzicht voor de regiogemeenten én de uitvoering. Bij deze codificatieslag wijzigen de eerder gemaakte financiële afspraken inhoudelijk niet. Door de wijze waarop de samenwerking tussen de gemeenten in de praktijk verloopt vast te leggen in een Bestuurlijk protocol leggen we de basis om deze werkwijze ook in het nieuwe juridische jasje onverkort voort te zetten. Met het vragen van een zienswijze wordt de wettelijk voorgeschreven procedure nageleefd. Op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen moeten de colleges van burgemeester en wethouders die een gemeenschappelijke regeling willen treffen het ontwerp van de regeling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen op grond van het derde lid van bedoeld artikel 1 binnen acht weken hun zienswijze op het ontwerp van de regeling naar voren brengen.

Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. Bijgevoegd ontwerp van de regeling is in overwegende mate een codificatie is van de bestaande samenwerkingsafspraken, rekening houdend met de wettelijke voorschriften. De raad krijgt met de bijgevoegde stukken inzicht in de taken, de bestuurlijke en financiële consequenties en de naleving van de privacyregels Met het meesturen van het takenregister wordt beoogd de raad duidelijkheid te geven over de taken en bevoegdheden van de Centrumregeling bij de start en daarmee ook over de taken en bevoegdheden die bij de regiogemeenten blijven. Met het meesturen van het Bestuurlijk protocol samenwerking, het Financieel protocol Centrumregeling wordt beoogd de raad inzicht te geven in de bestuurlijke en financiële afspraken die blijven gelden onder de figuur van de Centrumregeling. Met het meesturen van het Privacy protocol wordt beoogd de raad inzicht te bieden in de wijze waarop de bescherming van persoonsgegevens gewaarborgd wordt.

Consequenties De doelen van de samenwerking blijven gelijk en realisatie is beter geborgd De doelen van de samenwerking blijven onverkort van kracht. Door de samenwerking publiekrechtelijk te verankeren is de continuïteit van de samenwerking beter geborgd. Dat draagt bij aan realisatie van de doelen. Weliswaar kan een gemeente uit de Centrumregeling treden, maar iedere gemeente kan nu ook de DVO opzeggen. De drempels voor uittreding zijn hoger dan nu. In de Centrumregeling is opgenomen dat uittreden de eerste vier jaar na oprichting van de Centrumregeling niet mogelijk is en de aantoonbaar doorlopende kosten voor de Centrumregeling gedragen moeten worden door een gemeente die uittreedt. Hiermee zijn de financiële risico’s in het nieuwe construct beter beheersbaar dan nu.

3

Er zijn geen financiële gevolgen en er ontstaan geen andere dan de al bestaande financiële risico’s Het veranderen van de juridische vorm van de samenwerking in het sociaal domein als zodanig heeft geen financiële consequenties. De bestaande financiële basisafspraken blijven ongewijzigd en zijn vastgelegd in het Financieel protocol dat ter kennisneming is bijgevoegd. De uitvoeringskosten blijven vergelijkbaar met de uitvoeringskosten die nu gemaakt worden voor het RISB en dat geldt ook voor de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Aan de samenwerking in de Centrumregeling zijn geen andere financiële risico’s verbonden dan er in de huidige samenwerkingsvorm ook zijn. Ook nu kunnen bijvoorbeeld budgetten voor de inkoop van zorg en ondersteuning tekort schieten of de organisatiekosten hoger uitvallen dan is begroot.

De huidige netwerksamenwerking verandert van karakter en zou daardoor minder goed kunnen verlopen. Het formaliseren van de samenwerking in een Centrumregeling heeft als risico dat de huidige netwerksamenwerking van karakter verandert en daardoor minder goed zou kunnen gaan verlopen. En dat de regiogemeenten het ervaren als zou de invloed van de gemeente Amersfoort groter worden omdat zij de Centrumregeling en een gezamenlijke inkoop- en subsidieorganisatie in stand houdt. Om dat te voorkomen is een Bestuurlijk protocol opgesteld dat de colleges zullen aangaan. Doel hiervan is de huidige werkwijze en omgangsvormen in de samenwerking, met als belangrijk element het werken op basis van het model van ‘op overeenstemming gericht overleg’ te continueren, ook al verandert het juridisch jasje waarin dit gebeurt.

Er zijn nadere afstemmingsafspraken nodig met het Bureau Regio Amersfoort Het continueren van de bestuursondersteunende taak van het BRA ten behoeve van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en het gewenste uitbreiden van die taak met het voeren van procesregie op de samenwerking rondom beleidsvoorbereiding en -afstemming en uitvoering vraagt om nadere afstemmingsafspraken met het BRA. Hierover moeten de gemeenten in de samenwerking BRA het eens worden.

Vervolgproces in stappen Het vervolgproces verloopt stapsgewijs als volgt: Stap 1: wegen zienswijzen De colleges beoordelen de zienswijze van hun raad en overleggen in het BOSD over de zienswijzen van de raden en hoe zij daar mee om zullen gaan in de definitieve tekst van de Centrumregeling. De mogelijkheid bestaat dat bepaalde zienswijzen aanleiding geven de tekst van de Centrumregeling aan te passen. Stap 2: opstellen voorstel De colleges stellen vervolgens, rekening houdend met deze zienswijzen, het definitief ontwerp van de Centrumregeling en het raadsvoorstel vast, waarin zij toestemming vragen aan hun raad om samen met de andere regiogemeenten de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort te mogen treffen. Stap 3: raadbehandeling De raden behandelen het toestemmingsverzoek. Deze stap heeft een formeel karakter; ruimte voor het doen van wijzigingsvoorstellen op de inhoud van de centrumregeling is er dan niet meer. De raad verleent aan het college toestemming om de regeling aan te gaan. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Stap 4: definitieve besluitvorming colleges Na verkregen toestemming van hun raad stellen de colleges de tekst van de Centrumregeling definitief vast; dit moet een eenduidig besluit zijn van alle colleges om de regeling in werking te kunnen laten treden.

Stap 5: publicatie centrumregeling Nadat alle colleges de regeling hebben vastgesteld, publiceert de centrumgemeente de gemeenschappelijke regeling. Na publicatie treedt de regeling in werking.

Burgemeester en wethouders van Eemnes,

de secretaris,

4

de burgemeester,

Bijlage(n): 1. Ontwerp tekst Centrumregeling 2. Takenregister 3. Bestuurlijk protocol samenwerking gemeenten 4. Financieel protocol Centrumregeling 5. Privacy protocol Centrumregeling (volgt) 6. Reactiebrief aan College

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15089250/1