CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader lokale deelneming

Commissie WenR 13 januari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten2.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader lokale deelneming bij grootschalige projecten voor duurzame energieopwekking en/of -opslag Aanleiding Tijdens de behandeling van het voorstel tot realisatie van een tweede zonneveld in Eemnes heeft de raad van Eemnes duidelijk de wens uitgesproken dat inwoners van Eemnes moeten kunnen meedelen in de opbrengsten van grootschalige energieprojecten, zoals zonnevelden en grootschalige energieopslag. Ook vanuit het landelijke klimaatakkoord wordt gestreefd naar 50% eigendom voor de lokale omgeving. Met het Beleidskader lokale deelneming bij grootschalige projecten voor duurzame energieopwekking en/of -opslag (hierna te noemen: Beleidskader lokale deelneming) geeft invulling aan dit streven, en biedt lokale partijen/inwoners en de ontwikkelaar van het project de mogelijkheid om op een lokaal passende manier invulling te geven aan de wijze waarop Eemnes kan meedelen in de opbrengsten van grootschalige energieprojecten. Lokaal meedelen in Eemnes Het uitgangspunt voor het Beleidskader lokale deelneming is de wens van de raad om inwoners van Eemnes mee te laten delen in de opbrengsten van grootschalige projecten voor energieopwekking en/of -opslag. Vaak wordt dit samengevat onder de noemer ‘Lokaal eigendom’. Het meedelen in de opbrengsten van projecten kent verschillende vormen, maar niet bij alle vormen is er sprake van lokaal eigendom.

Het is daarom logischer om te spreken over lokaal meedelen, waarbij lokaal eigendom een mogelijke vorm van meedelen is. De onderstaande participatiewaaier geeft een overzicht van de mogelijke vormen voor invulling van lokaal meedelen, met daaronder een toelichting op de verschillende vormen.

Lokale deelneming

Lokaal meedelen

-

Lokaal eigendom Deze vorm van meedelen gaat uit van mede-eigenaarschap in een project. Lokale partijen en/of inwoners verenigen zich in een collectief, en nemen een rol als medeinvesteerder en mede-ontwikkelaar in het project. Voor deze vorm is dus kapitaal van de deelnemende partijen nodig, en deze vorm is risicodragend. Vanwege het risico is het financiële rendement van de deelname groter dan bij andere vormen van deelneming. Bij lokaal eigendom is er sprake van direct zeggenschap in het project.

-

Financiële deelneming In tegenstelling tot het ‘Lokaal eigendom’ is er bij deze vorm geen sprake van het meeontwikkelen en medezeggenschap. Financiële deelneming beperkt zich tot een investering via aandelen, certificaten of obligaties. Ook hier is sprake van een financieel rendement, maar het financiële risico (en dus ook het rendement) is minder hoog dan bij lokaal eigendom. Opnieuw is er kapitaal van lokaal deelnemende inwoners/partijen nodig.

-

Lokale deelneming Met lokale deelneming wordt in dit beleidskader het Lokaal eigendom én de Financiële deelneming tezamen aangeduid. Dit is dus het totaal van de mogelijkheden om financieel, risicodragend deel te nemen in een project.

-

Omgevingsfonds In deze vorm kunnen inwoners en/of lokale partijen meedelen in de opbrengsten van het project zonder dat zij financieel deelnemen. Aan deze vorm van meedelen zit dus geen (financieel) risico. De eigenaar van het project draagt jaarlijks een bedrag af aan een omgevingsfonds. Uit dit fonds kunnen initiatieven worden bekostigd die ten goede komen aan (alle) inwoners van Eemnes. De wijze waarop een omgevingsfonds wordt ingevuld kan per project verschillen. Daarom wordt er geen algemene procedure voor oprichting en inrichting van een omgevingsfonds omschreven in het beleidskader. Wel moet er bij de vergunningsaanvraag van een project duidelijkheid zijn over de gekozen invulling van een omgevingsfonds.

-

Omwonendenregeling Een omwonendenregeling is bedoeld voor partijen en inwoners in de directe omgeving van het te ontwikkelen project. De regeling kan dezelfde vorm hebben als een omgevingsfonds, met het verschil dat alleen de ‘directe omgeving’ profiteert van de regeling. Per project zal in de initiatieffase moeten worden bepaald welk gebied tot de ‘directe omgeving’ van een project wordt gerekend. Deze afstemming vindt plaats tussen de ontwikkelaar en de gemeente.

-

Lokaal meedelen Met lokaal meedelen wordt de gezamenlijkheid van alle mogelijke vormen van lokaal eigendom, financiële deelname, lokale fondsen en regelingen bedoeld.

2

Streven bij lokaal eigendom en lokale deelneming De gemeente Eemnes streeft naar een lokaal eigendom van 50% of meer in grootschalige duurzame energieprojecten. Als dit streven aantoonbaar niet gehaald kan worden, dan is een ‘lokale deelneming’ van 50% of meer het volgende streven. Lokale deelneming is de combinatie van ‘Lokaal eigendom’ en ‘financiële deelneming’. Van een ontwikkelaar wordt verwacht dat er voldoende inspanningen worden geleverd om het streven te halen. Als, ondanks inspanningen van de ontwikkelaar, geen 50% lokaal eigendom of 50% lokale deelneming gehaald wordt, dan leidt dit niet tot het opschorten van het project. De ontwikkelaar heeft dan wel de plicht om aan te tonen dat er voldoende inspanningen geleverd zijn om tot de streefpercentages te komen. Bij ieder uiting over het aanbod voor lokaal eigendom en/of lokale deelneming vermeldt de ontwikkelaar duidelijk de risico’s van beide opties. Naast de mogelijkheden van lokaal eigendom en financiële deelneming biedt de ontwikkelaar tenminste één vorm van lokaal voordeel aan waarvoor geen financiële inbreng door lokale partijen en/of inwoners vereist is. Mogelijke vormen daarvoor zijn een omgevingsfonds of een omwonendenregeling, waarbij een deel van de opbrengsten van een project in een fonds worden gestort.

Voor welke projecten geldt het Beleidskader lokale deelneming? Het Beleidskader lokale deelneming is van toepassing op projecten voor duurzame energieopwekking en/of -opslag binnen de gemeente Eemnes, met een opwek- of opslagvermogen van 2 Megawatt of meer. Uitgezonderd zijn projecten die uitsluitend worden ontwikkeld op rijksgronden en projecten die gericht zijn op de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering van een onderneming. Het staat ontwikkelaars van duurzame energieprojecten met een vermogen kleiner dan 2 Megawatt vrij om te kiezen voor lokale deelneming, of het laten meedelen van lokale partijen in de opbrengsten van het project. Participatie Naast het Beleidskader lokale deelneming kent Eemnes ook specifiek participatiebeleid, dat van toepassing kan zijn op projecten voor grootschalige energieopwekking en/of opslag. Dit participatiebeleid is opgenomen in de ‘Participatienota Blaricum, Eemnes en Laren’. Mochten er in de uitvoering van een project strijdigheden ontstaan tussen het Beleidskader lokale deelneming het participatiebeleid, dan blijft het participatiebeleid onverkort van kracht. De initiatiefnemer laat het totale aanbod voor het lokaal meedelen zoveel als mogelijk aansluiten op de voorkeuren van de direct omwonenden.

Beleidsregels In de beleidsregels, onderdeel van dit beleidskader, zijn de exacte uitgangspunten voor het Beleidskader lokale deelneming beschreven.

3

Toetsingskader Het toetsingskader, ook onderdeel van dit beleidskader, beschrijft hoe de uitgangspunten van het Beleidskader lokale deelneming worden getoetst, en welke documenten de ontwikkelaar daarvoor bij de gemeente aanlevert. Na toetsing van ingediende stukken verstrekt de gemeente de resultaten daarvan aan de ontwikkelaar. De ontwikkelaar krijgt daarna de mogelijkheid om eventuele omissies te herstellen.

4

Beleidsregels voor lokale deelneming bij grootschalige projecten voor duurzame energieopwekking en/of -opslag Hoofdstuk 1 Algemeen 1. Definities Grootschalige duurzame energieopwekking en/of -opslag: het opwekken en/of opslaan van hernieuwbare energie met een grondgebonden installatie, waarvan het totale vermogen 2 MegaWatt of groter is. Lokale deelneming: het totale aandeel dat inwoners en lokale partijen hebben in het lokaal eigendom én in de financiële deelneming van een installatie voor grootschalige energieopwekking en/of -opslag. Lokale partijen: inwoners van de gemeente Eemnes verenigd in een collectief; ondernemers en organisaties uit de gemeente Eemnes. Direct omwonenden: inwoners en partijen uit de nabije omgeving van een project voor grootschalige energieopwekking en/of -opslag, en die mogelijk effecten ondervinden van deze ontwikkeling. Per project vindt in de initiatieffase afstemming plaats tussen de ontwikkelaar en de gemeente om de groep ‘direct omwonenden’ vast te stellen.

2. Reikwijdte Deze beleidsregels zijn van toepassing op initiatieven voor alle grootschalige energieopwekking en/of -opslag in de gemeente Eemnes. Uitgezonderd zijn projecten die gericht zijn op de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering van ondernemingen en projecten die uitsluitend worden gerealiseerd op rijksgronden.

3. Doelen Deze beleidsregels hebben de volgende doelen: 1.

Het geven van duidelijkheid aan alle belanghebbende partijen over de voorwaarden ten aanzien van lokaal eigendom, financiële deelneming en alle andere vormen van lokaal meedelen, die gelden voor projecten voor grootschalige energieopwekking en/of –opslag binnen de gemeente Eemnes.

2.

Het waarborgen van een zo groot mogelijk aandeel aan lokaal eigendom en/of lokale deelneming en/of lokaal meedelen in de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking en/of -opslag, waarbij primair gestreefd wordt naar een lokaal eigendom van tenminste 50%, en secundair naar een lokale deelneming van tenminste 50%.

5

Hoofdstuk 2 Afwegingskader 1. Uitgangspunten voor projecten voor grootschalige energieopwekking en/of –opslag Aan voorgenomen grootschalige duurzame energieprojecten wordt door de gemeente medewerking verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.1 Het project ligt in een gebied dat door de raad is aangewezen voor de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking en/of -opslag. 1.2 In het projectplan van een ontwikkelaar is duidelijk uitgewerkt op welke wijze invulling geven wordt aan het streven naar 50% lokaal eigendom en/of 50 % lokale deelneming. 1.3 In het projectplan van een ontwikkelaar is tenminste één mogelijkheid opgenomen voor het meedelen van de omgeving in de (financiële) opbrengsten van het project, zonder dat daarvoor een financiële participatie nodig is.

2. Lokaal eigendom en financiële opbrengsten 2.1 Het streven is om 50% lokaal eigendom te realiseren. Mocht dat aantoonbaar niet haalbaar zijn, dan is het streven om 50% lokale deelneming re realiseren. De wijze waarop het lokaal eigendom en de lokale deelneming worden ingevuld, wordt zoveel als mogelijk afgestemd op de voorkeuren van de direct omwonenden. De ontwikkelaar legt de gekozen vormen van lokaal eigendom/lokale deelneming, met uitwerking, vast in een financieel participatieplan. 2.2 Naast Lokaal eigendom/lokale deelneming biedt een ontwikkelaar een mogelijkheid aan direct omwonenden, en eventueel andere inwoners van Eemnes, om mee te delen in de (financiële) opbrengsten van het project, zonder dat hiervoor een financiële deelname aan het project vereist is. Als de ontwikkelaar hiervoor een omwonendenregeling of een omgevingsfonds creëert, dan dient de bijdrage aan zo’n regeling of fonds minimaal in lijn te zijn met de richtbedragen zoals deze zijn opgenomen in de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar. De ontwikkelaar geeft een prognose van de jaarlijkse verwachte afdrachten voor tenminste de eerst vijf jaren van het project.

3. Uitgangspunten financiële participatie en zeggenschap Het college van B&W ziet er op toe dat een project voor grootschalige duurzame energieopwekking en/of -opslag past binnen het Beleidskader lokale deelneming. Om dit te kunnen beoordelen levert een ontwikkelaar tenminste de volgenden stukken aan: 3.1 Een financieel participatieplan dat een beschrijving geeft van de manier waarop in het project het lokaal eigendom, de lokale deelneming en het lokale meedelen ingevuld wordt. 3.2 Een ondernemingsplan dat ten minste de volgende onderdelen bevat: a. Een projectbeschrijving met daarin de beoogde/verwachte financiële- en eigendomsstructuur.

6

b. Een beschrijving van de rol van lokale collectieven (bijvoorbeeld energiecoöperaties) in de ontwikkeling. c. De verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding. d. Vermelding van de rechtsvorm waarin de productie-eenheden worden ondergebracht; e. Vermelding of er een netaansluiting is, en wie daarover beschikt; f. Hoe na de looptijd van het project het verwijderen van de installatie voor energieopwekking en/of -opslag wordt geborgd. 3.3 Een procesparticipatieplan dat ten minste bestaat uit een verslag van de manier waarop de direct omwonenden van het project zijn betrokken bij de keuzes voor lokaal eigendom, lokale deelneming en lokaal meedelen.

4. Beoordeling aanbod van ontwikkelaar Het college van B&W beoordeelt op basis van het toetsingskader of het voorstel van de ontwikkelaar past binnen het beleidskader. Hiervoor gebruikt het college o.a. de documenten zoals beschreven in dit afwegingskader bij punt 3; Uitgangspunten financiële participatie en zeggenschap. Na toetsing van alle stukken informeert het college van B&W de ontwikkelaar over zijn bevindingen, en geeft wel of niet akkoord. Als het college geen akkoord geeft, dan wordt de ontwikkelaar geïnformeerd op welke onderdelen verduidelijking en/of aanvulling nodig is, en wordt in onderling overleg met de ontwikkelaar bepaald binnen welke termijn deze informatie (opnieuw) aangeleverd wordt.

7

Hoofdstuk 3 Toetsingskader De onderstaande tabel geeft in de eerste kolom de voorwaarden waarop het College van B&W zal toetsen. In de tweede kolom is aangegeven welke bewijsvoering er op ieder onderdeel door een ontwikkelaar moet worden aangeleverd. De gemeente neemt alleen projectvoorstellen in behandeling als het voorstel op alle onderdelen voldoet aan de gestelde voorwaarden. Mocht het projectvoorstel niet op alle onderdelen voldoen, dan krijgt de ontwikkelaar de mogelijkheid om het voorstel aan te passen. De termijnen waarbinnen de aanpassingen gerealiseerd moeten zijn worden in onderling overleg vastgesteld. Voorwaarden

Hoe wordt aan voorwaarden voldaan?

1

Ontwikkeling past binnen het omgevingsplan.

Het voorgenomen project ligt volledig in een gebied dat door de raad is aangewezen voor de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking en/of –opslag.

2

Ontwikkelaar streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom.

In het financiële participatieplan is opgenomen hoe de ontwikkelaar tot dit doel wil komen, welke opties voor lokaal eigendom er aan inwoners/lokale partijen worden geboden en welke inspanningen er door de ontwikkelaar zijn/worden geleverd om het streven te bereiken.

3

Als 50% lokaal eigendom aantoonbaar niet haalbaar is, dan streeft de ontwikkelaar naar 50% lokale deelneming (lokaal eigendom + financiële deelneming)

In het financiële participatieplan is opgenomen hoe de ontwikkelaar tot dit doel wil komen, welke opties er aan inwoners/lokale partijen worden geboden en welke inspanningen er door de ontwikkelaar zijn/worden geleverd om het streven te bereiken. Als het streven van 50% lokaal eigendom of 50% lokale deelneming niet wordt gerealiseerd, dan levert de ontwikkelaar een schriftelijke motivering waarom dit niet gelukt is, inclusief een beschrijving van de uitgevoerde acties, en de resultaten van die acties. Van iedere uiting over de mogelijkheden voor lokaal eigendom of lokale deelneming stuurt de ontwikkelaar een afschrift naar de gemeente.

4

Er is een financieel participatieplan, waarin de mogelijkheden voor lokaal eigendom, lokale deelneming en het lokaal meedelen zijn opgenomen.

Het financiële participatieplan bevat ook de mogelijkheden die de ontwikkelaar biedt voor het meedelen in de opbrengsten, zonder dat hiervoor een financiële deelname aan het project vereist is. Als hierbij sprake is van een omwonendenregeling of een omgevingsfonds, dan staat beschreven wat de financiële afdracht van de ontwikkelaar per productie-eenheid (€/MWh) zal zijn, en wat de verwachte afdracht per jaar zal zijn voor de eerste vijf jaren

8

van het project. De afdrachten dienen in lijn te zijn met de Gedragscode zonop-land. Het financieel participatieplan laat ook zien hoe de direct omwonenden van het project betrokken worden bij het bepalen van de opties voor lokaal eigendom, lokale deelneming en lokaal meedelen.

5

Er is een ondernemingsplan waarin de realisatie van het project wordt beschreven.

In het ondernemingsplan zijn de volgende zaken opgenomen: - Een duidelijke financiële structuur van het project; - Een (verwachte) eigendomsstructuur van het project; - de (verwachte) verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding; - de entiteit waarin de productie-eenheden worden ondergebracht;

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15037001/1