CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit omgevingsvergunning Eemnes 2023 06

Raadsessie & Raad 10 juli 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning wijziging gebruik percelen Eemweg 31a en 78a1.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gebr. van der Heiden Transport B.V. De heer R. van der Heiden Postbus 51 1260AB BLARICUM

Uw kenmerk Uw brief van

Ons kenmerk WABO 2019-0748 Behandeld door Dhr. R. Ooms

Zuidersingel 1 3755 AZ Eemnes Postbus 71 3755 ZH Eemnes

Doorkiesnummer 14 035 Bijlage(n)

Telefoon 14 035 Fax 035 - 751 31 01 info@eemnes.nl www.eemnes.nl

Datum XX juni 2023 Betreft Besluit omgevingsvergunning

Geachte heer Van der Heiden,

Op 6 maart 2020 hebben wij uw aanvraag om omgevingsvergunning ontvangen voor het wijzigen van de inrichting op het perceel Eemweg 31A en 78A te Eemnes. Over de voortgang van uw aanvraag delen wij u het volgende mee. Vergunning Bijgaand ontvangt u de door u aangevraagde omgevingsvergunning. Naar aanleiding van de ter inzage legging van de ontwerpvergunning zijn er 2 zienswijzen ingediend. De zienswijzen tegen de ‘ontwerpverklaring van geen bedenking’ zijn door de gemeenteraad ongegrond verklaard. De zienswijzen tegen de ontwerpvergunning zijn voor wat betreft stofoverlast gegrond verklaard en voor het overige ongegrond verklaard. Voor de motivering verwijzen wij u naar de zienswijzennota die deel uitmaakt van dit besluit. Bij dit besluit zijn de door u ingediende documenten niet meer bijgevoegd. De documenten die van toepassing zijn, worden in dit besluit limitatief benoemd. Inwerkingtreding besluit Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Als datum van bekendmaking geldt de dag waarop het besluit aan u is toegezonden. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen bijgevoegd besluit binnen 6 weken na de dag waarop het is bekendgemaakt een gemotiveerd beroepschrift worden ingediend bij de rechtbank.

Tevens wijzen wij u erop dat derde-belanghebbenden (buren e.d.) op grond van de Algemene wet bestuursrecht ook de mogelijkheid hebben om binnen zes weken na bekendmaking van dit

1/7

besluit, beroep aan te tekenen. In verband hiermee worden alle verleende vergunningen in het gemeentelijk huisaan-huisblad en op www.overheid.nl gepubliceerd. Het beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Daarom kan degene die een beroepschrift indient – als spoedeisende belangen gelden – tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. In verband met het voorgaande wordt geadviseerd geen aanvang met de werkzaamheden te maken tot de genoemde beroepstermijn is verstreken. Indien uw besluit toch aan te vangen is dit geheel voor uw eigen risico. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met het team Vergunningen. Dit telefoonnummer is vermeld bovenaan deze brief. Deze brief is digitaal ondertekend. Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders, J. van de Beek Beleidsadviseur Vergunningen WABO

2/7

OMGEVINGSVERGUNNING Datum Nummer

: XX juni 2023 : WABO 2019-0748

Burgemeester en wethouders van Eemnes gezien het verzoek, ingekomen op d.d. 6 maart 2020 van: Gebr. van der Heiden Transport B.V. De heer R. van der Heiden Postbus 51 1260AB BLARICUM om vergunning op grond van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) voor het wijzigen van de inrichting gelegen op het perceel: Plaatselijk bekend: Eemweg 31A+ 78A te Eemnes Kadastraal perceel: gemeente Eemnes, sectie I, nummers 738, 727, 546, 744, 743 overwegende dat: Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning, gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit; Bestemmingsplan het perceel is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitenrand 2012” alsmede bestemmingsplan “Buitenrand 2012, partiële herziening bedrijventerrein Eembrugge” en de “beheersverordening Eembrugge” en hierin de bestemming ‘Bedrijf’ heeft; de aanvraag van Gebr. van der Heiden voor de gehele inrichting betrekking heeft op het verkrijgen van toestemming voor de op- en overslag van zand, grond, grind en vergelijkbare ophoog- en toeslagmaterialen (bulkgoederen en -producten) alsmede op- en overslag van bouw- en sloopafval, groenafval, grond, etc.

in afwijking van het geldende bestemmingsplan. Verder zal voor deze aangevraagde overslagactiviteiten worden voorzien in aan- en afvoer van genoemde bulkstoffen (niet zijnde afvalstoffen) per binnenschip via de Eem. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bedrijfsactiviteiten wordt verwezen naar de aanvraag. de bedrijfsactiviteiten niet in overeenstemming zijn met de regels van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5 e.v., omdat: deze gronden zijn bestemd voor bedrijven als genoemd in de categorieën 1, 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en gedeeltelijk voor de specifieke vorm van bedrijf – afvalinzamel –en afvalscheidingsdepot en groothandel in afvalstoffen;

3/7

-

de aangevraagde activiteiten niet passen binnen het geldende bestemmingsplan;

artikel 2.12 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend: 1° met toepassing van de regels inzake afwijking genoemd in het bestemmingsplan, 2° bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen of 3° als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; het bestemmingsplan/Beheersverordening zelf geen mogelijkheid heeft om af te wijken van bovengenoemde strijdigheid waardoor geen medewerking kan worden verleend op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1°. het initiatief niet voldoet aan artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht waardoor ook geen medewerking kan worden verleend op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2°; wel medewerking kan worden verleend aan het plan artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3°, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening; voor de afwijking van het bestemmingsplan een ruimtelijke onderbouwing is opgesteld door Adromi groep ( d.d.

30 juli 2021 nr.201713/2005) waaruit naar voren komt dat de activiteiten van Van der Heiden op het perceel Eemweg 31A en 78A planologisch aanvaardbaar zijn; hierbij tevens is overwogen dat de stikstofdepositie ten tijde van de gebruiksfase de grenswaarde niet overschrijdt; de raad op 20 december 2021 heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen de toepassing van een grote planologische afwijkingsprocedure voor het uitbreiden van de bedrijfsactiviteiten op de percelen Eemweg 31A en Eemweg 78A ten behoeve van Gebroeders van der Heijden B.V.; het ontwerpbesluit met de bijbehorende stukken met ingang van 15 december 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage heeft gelegen; in de bedoelde periode van zes weken 2 zienswijzen zijn ingediend; 1 zienswijze is ingediend tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen; de raad deze zienswijze op xx juni 2023 heeft beoordeeld en ongegrond heeft verklaard en besloten heeft om tot een definitieve verklaring van geen bedenking; wij de zienswijzen hebben beoordeeld tegen de ontwerp omgevingsvergunning; de zienswijzen gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond achten; de beoordeling van zienswijzen in de zienswijzennota onderdeel uitmaken van dit besluit;

4/7

Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu) artikel 2.1, lid 1, onder e van de Wabo bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning, een inrichting te veranderen; conform artikel 2.14 Wabo deze aanvraag betreffende het aspect milieu beoordeeld is door de regionale uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Uit de toetsing van de aanvraag aan de Wet Natuurbeheer (Wnb) en het Activiteitenbesluit naar voren is gekomen dat een (milieu)vergunning op basis van artikel 2.1, eerste lid, onder e. sub 2° (het veranderen of veranderen van de werking) en 3° (het in werking hebben van een inrichting) en met toepassing van artikel 2.6 Wabo voor een transport, op- en overslagbedrijf van diverse grond- en bouwstoffen en afvalstoffen verleend kan worden; bij de beoordeling van deze aanvraag door de RUD getoetst is aan de volgende onderwerpen: afvalbeheersing, afvalwater, bodem, energie, externe veiligheid, geluid, geur en lucht; hieronder een opsomming is weergegeven van de uitkomsten per deelgebied; Afvalbeheersing: met betrekking tot de activiteiten is geconcludeerd dat deze in overeenstemming zijn met het geldende afvalbeheersplan en daarmee bijdragen aan een doelmatig beheer van afvalstoffen; Afvalwater: De in de aanvraag vermelde maatregelen ter voorkoming en beperking van lozing van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, zullen naar verwachting leiden tot een

acceptabel lozingsniveau, dat in overeenstemming is met genoemde doelstellingen en deze situatie vergunbaar geacht wordt. Tevens zijn voorschriften voortvloeiend uit de “instructieregeling lozingsvoorschriften milieubeheer”. Wanneer gewerkt wordt op aangegeven wijze, wordt er geen verontreinigd hemelwater geloosd. Hiervoor zijn voorschriften opgenomen. Bodem: Na beëindiging van de activiteiten of een deel daarvan moet een eindsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem worden verricht. Indien blijkt dat sprake is van een bodembelasting als gevolg van de activiteiten, zal de bodemkwaliteit hersteld moeten worden. Dit is geregeld in het Activiteitenbesluit. Daarom zijn hiertoe geen voorschriften in de vergunning opgenomen. Energie: Aan deze omgevingsvergunning zijn voorschriften verbonden waarin van de inrichting wordt verlangd dat er wordt onderzocht welke energiebesparende maatregelen er mogelijk zijn en een verplichting tot het doorvoeren van energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, alsmede een verplichting tot een jaarlijkse rapportage aan het bevoegd gezag over de voortgang van het doorvoeren van de energiebesparende maatregelen. Het energie onderzoek moet iedere vier jaar worden herhaald. In het vergunningvoorschrift is omschreven welke elementen het energie onderzoek moet bevatten.

Externe veiligheid: Uit de aanvraag blijkt dat de opslag voldoet aan alle relevante richtlijnen en regelgeving.

5/7

Geluid: Ten aanzien van de optredende geluidsniveaus is de aangevraagde situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden, waarin grenswaarden zijn gesteld. Geur: De geurbelasting ten gevolge van de aangevraagde activiteiten en de genoemde maatregelen en voorwaarden voldoet aan het aanvaardbaar geurhinderniveau. De activiteiten voldoen aan het van toepassing zijnde toetsingskader. Lucht: Uit de aanvraag blijkt dat aan alle bepalingen betreffende luchtemissies wordt voldaan; Stof: Om te voorkomen dat er stofoverlast ontstaat doordat de opgeslagen hoeveelheden boven de keermuren uitkomen, wordt een extra maatwerkvoorschrift (9.1.7.) aan de omgevingsvergunning toegevoegd, dat voor zowel inerte als niet-inerte stoffen geldt. Dit voorschrift houdt in dat de opgeslagen hoeveelheden zand, grond en overig stuifgevoelig materiaal tenminste tot 1 meter onder de keermuur opgeslagen zijn.

Hierdoor wordt voorkomen dat stuifgevoelig materiaal zich makkelijker verspreid; voor verdere inhoudelijke informatie verwezen wordt naar het “besluit omgevingsvergunning en maatwerkvoorschriften activiteitenbesluit” van @@ juni 2023, onder kenmerk Z/20/675325; het college de toetsing door de RUD één op één overneemt; Algemeen er op voorhand geen redenen zijn om niet mee te werken aan het initiatief; gelet op het bepaalde in de Wabo, het Bouwbesluit 2012, de bouwverordening en het geldende bestemmingsplan/Beheersverordening; besluiten:

6/7

I.

aan aanvrager de gevraagde vergunning te verlenen voor de activiteiten:  handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening ex artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo;  veranderen van een inrichting (milieu) ex artikel 2.1, lid 1, onder e van de Wabo;

II.

In te stemmen met de overwegingen en conclusies van de zienswijzennota

III.

De ingediende zienswijzen gegrond te verklaren oor wat betreft stofoverlast en voor het overige ongegrond te verklaren;

IV.

dat de gehele aanvraag inclusief bijlagen onderdeel uitmaken van deze vergunning;

V.

aan de vergunning de volgende voorschriften te verbinden:  Bodem: In de rapportage van het bodemonderzoek heeft geen toetsing plaatsgevonden van de analyseresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit. Wanneer er grond wordt toegepast zal

dit dan ook alsnog moeten worden uitgevoerd. Wanneer er grond wordt afgevoerd en elders wordt toegepast kan dit alleen op basis van een partijkeuring AP04 of een ander erkend milieu hygiënisch bewijsmiddel.

BIJLAGEN / STUKKEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DEZE VERGUNNNG: VI.

de originele besluiten te verstrekken aan:  de aanvrager;  het gemeente archief;

VII.

een kopie van dit besluit te verstrekken aan:  Financiën;  BAG/Belastingen (Woz);  Handhaving.

Met vriendelijke groet namens College Burgemeester en Wethouders, J. van de Beek Beleidsadviseur Vergunningen Wabo

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12989691/1