Begroting 2023 Vragen CIE BSM Perspectiefnota Dorpsbelang Beantwoording
Tekst van het document
Technische vragen
Vragen gesteld door
: Dorpsbelang, Robbert Raben
Behandeling bij algemene beschouwingen
: Cie Ruimte en Cie BSM
Onderwerp
: Perspectief nota (Pn) 2023-2026
Vragen BSM: Vraag 1 Pn blz. 4 Aan hoeveel regelingen neemt de gemeente Eemnes deel en wat is de hoogte van het financieel belang bij de verbonden partijen. Antwoord vraag 1 Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht om inzicht te geven in de verbonden partijen en het daarbij behorend financieel belang. Voor begrotingsjaar 2023 is dit opgenomen in de Programmabegroting 2023 Deel A – paragraaf Verbonden Partijen. Vanuit de paragraaf Verbonden Partijen maakt de gemeente Eemnes gebruik van 10 verbonden partijen. Deze lijst is exclusief gemeenten die fungeren als een zogenaamde “centrumgemeente”. De gemeente Amersfoort is zo’n centrumgemeente vanuit de regio als het bijvoorbeeld gaat om de uitvoering van Jeugdzorg naast het JGT van Eemnes. In het volgende overzicht zijn de verbonden partijen, inclusief financieel belang opgenomen. Aard verbonden partij Gemeenschappelijke regeling
Vennootschappen en coöperaties TOTAAL
Verbonden partij Afvalverwijdering Utrecht BEL Combinatie GGD regio Utrecht Regio Gooi- en Vechtstreek Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Soza HBEL Tomingroep Veiligheidsregio Utrecht Gemeentebelastingen Baarn - Eemnes CV Zuidpolder/BV Zuidpolder
Bijdrage 2023 € 370.659 € 7.110.130 € 362.000 € 434.497 € 233.000 € 781.461 € 300.000 € 623.000 € 298.175 N.v.t. € 10.512.922
Vraag 2 Pn blz. 8 Het streven om de status van Cittaslow te krijgen wordt omarmd. Wat is de planning om deze status te verkrijgen en hoe en wanneer wordt de raad geïnformeerd over de impact en een kosten/baten analyse. Antwoord vraag 2 Wij betrekken de gevraagde planning in het grote geheel van de onderwerpen en acties die in het collegeprogramma/perspectiefnota zijn opgenomen. Uw raad zal hierover in het eerste kwartaal van 2023 worden geïnformeerd.
Vraag 3 Pn. Blz. 10 In de financiële paragraaf staan in 2023 alleen de kosten geraamd voor het onderzoek om de status van Cittaslow te behalen maar wat zijn de kosten in de daarop volgende jaren om de status te behouden. Antwoord vraag 3 Nadat we hebben onderzoeken wat de impact van dit keurmerk voor Eemnes is, of het ons kan versterken en vernieuwen, leggen we een voorstel voor aan de raad. Hierin nemen we mee of en welke kosten ermee gemoeid gaan.
Vraag 4 Pn blz. 16/17 De financiële ondersteuning van de jeugdbrandweer Blaricum is niet opgenomen in de financiële paragraaf. Welke afspraken liggen ten grondslag aan deze financiële ondersteuning en hoeveel Eemnesser jeugdbrandweerleden zijn er inmiddels actief. Antwoord vraag 4 Uit Eemnes nemen momenteel 4 jongeren deel. Een vijfde heeft helaas moeten afhaken door verhuizing. Bij de start van de Jeugdbrandweer is afgesproken dat de BEL-gemeenten een incidentele bijdrage zouden doen in 2021 en 2022. In 2023 en daarna ligt de (financiële) verantwoordelijkheid primair bij de brandweer. Het kan echter zo zijn dat door omstandigheden aanvullende middelen nodig zijn voor werving of bijzondere activiteiten. Dan zal de gemeente (opnieuw) worden gevraagd om een bijdrage.
Vraag 5 Pn. Blz. 20/22 Moet de 10k in de financiële paragraaf worden gelezen als de kosten om de medewerkers te ontwikkelen op het gebied van de Omgevingswet. Zo ja dan lijkt dit erg laag voor scholing en bijscholing zo nee waar is dit bedrag dan voor bedoeld. Antwoord vraag 5 Het extra budget dat we van het rijk ontvangen voor het inwerking treden van de Omgevingswet is tot en met 2025 beschikbaar. Ingeschat is dat ook daarna inzet wenselijk is. Voor 2026 wordt extra inzet voor BWT en communicatie (geschat 10 k) gedekt uit de reserve.
Vraag 6 Pn. Blz. 23 De ambtelijke organisatie kantelt van uitvoering naar regie maar is dit ook op termijn goedkoper en is er berekend waar het omslag punt zit. Antwoord vraag 6 De regieorganisatie is een oplossing voor het verminderen van de kwetsbaarheid van een kleine organisatie. Op dit moment is de rek eruit. Dit is overigens niet alleen een financiële overweging maar ook een praktische. Hoe kunnen we met beperkte middelen en medewerkers toch zorgdragen voor een goede betrouwbare productie en dienstverlening. De kanteling is niet van uitvoeren naar alleen regievoeren. Als voldoende kennis en expertise aanwezig is voeren we zelf uit mits dit efficiënt is, of als we vinden dat het een taak is die we zelf moeten uitvoeren vanwege bijvoorbeeld nabijheid en plaatselijke kennis. Indien het niet
efficiënt of noodzakelijk is dat we zelf de uitvoering ter hand nemen kan gezocht worden naar partners. Of indien er onvoldoende vraag is voor dit expertise gebied kan de expertise buiten de deur geplaatst worden. In de toekomst kunnen en zullen we meer businesscases opstellen. Ook dan moet duidelijk zijn of financiële overwegingen reden zijn om te kantelen of dat gekeken wordt op kwaliteit, leververplichtingen ed.
Vraag 7 Pn. Blz. 23 Hoe wil het college grip houden op de uitgave als steeds meer wordt gekoerst op regie en minder op zelf doen. Hoe meer regie hoe meer overgeleverd aan de markt hoe onzekerder te begroten. Antwoord vraag 7 Slim organiseren betekent ook letten op het kostenaspect. Naast slim kiezen welke onderwerpen je zelf uitvoert, uitbesteed of met andere overheden samen doet is een ander afweegpunt steeds het kosten – baten aspect. Als regievoeren duurder is maar je krijgt wel de kwaliteit die nodig is, is slimmer onderhandelen over de inkoop van die diensten van derden een optie om de kosten te verminderen. Ook regionale inkoop, waardoor schaalvergroting ontstaat, is een optie om verder te verkennen. Regievoeren betekent dat professioneel opdracht geven een belangrijke competentie moet worden. Dit moet verder worden ontwikkeld en is onderdeel van (de investering in) VIBE. Als de afspraken en contracten duidelijk meetbaar te monitoren zijn, is het grip houden/regievoeren beter uit te voeren. Ook kan in de toekomst wellicht samen met andere gemeentelijke overheden bekeken worden waar we gezamenlijk taken kunnen uitvoeren.
Vraag 8 Pn. Blz. 35 Goed dat er ruimte en aandacht is voor de ideeën uit de jeugdraad. Hoe gaat de wethouder de jeugdraad betrekken in de uitvoering van hun plannen Antwoord vraag 8 De jeugdraad overlegt op vastgestelde momenten met de wethouder. De wethouder vraagt de jeugdraad om hun mening over voorzieningen en activiteiten, aanwezig of ontbrekend, in Eemnes. De jeugdraad heeft de mogelijkheid om in te spreken tijdens commissies met onderwerpen die hen raken. De wethouder luistert op die momenten mee en neemt de input mee in haar afwegingen. Onderwerpen die jeugd aangaan worden hen actief voorgelegd, denk bijvoorbeeld aan het speelplan. Dit thema zal met de jeugdraad besproken worden en hier is de betreffende wethouder openbare ruimte bij betrokken.
Vraag 9 Pn. Blz.75 Kan de wethouder aangeven wat het effect is (lasten versus baten) van (volledige) schuldsanering om het opgroeien van kinderen in armoede te voorkomen. Antwoord vraag 9 We sluiten aan bij landelijk beleid en passen waar mogelijk maatwerk toe. We brengen voor de lokale situatie de effecten van schuldsanering om het opgroeien van kinderen in armoede te voorkomen in beeld. We doen dit ter voorbereiding van het verbeteren van de aanpak van armoedebeleid en schuldhulpverlening. In 2023 zal er een nieuw beleidsplan aan u voorgelegd worden. Naast het saneren van schulden zetten we ons bovenal in om schulden en armoede onder kinderen te voorkomen. Armoede kan ook bestaan zonder dat er schulden aanwezig zijn. Wij zetten in op voorzieningen die ervoor zorgen dat armoede onder kinderen wordt bestreden. Alle kinderen moeten kunnen blijven meedoen. Wij onderzoeken bijvoorbeeld de mogelijkheid voor het toekennen van een scholierenvergoeding en we informeren ouders hierover actief. We gaan meer inzetten op het geven van voorlichting en ondersteuning om te voorkomen dat
jongeren in de schulden raken. Wij zetten in op preventie doormiddel van kennis en voorlichting en wij verkennen waar eventuele financiële regelingen nodig zijn en zetten die waar mogelijk in.
Ruimte: Vraag 10 Pn. Blz. 15 Is de wethouder bereid naast het sociaal veiliger maken van de fietstunnels de fietstunnels ook verkeersveilig te maken door het afsluiten voor sluipverkeer van de fietstunnel onder de A27 t.h.v. de Eikenlaan. De bebording staat er wel maar die hebben niet tot nauwelijks effect. Antwoord vraag 10 De fietstunnels onder de A27 zijn eigendom van Rijkswaterstaat en niet van de gemeente. Bij de aanleg van de A27 (begin 1974) zijn afspraken met grondeigenaren gemaakt. Zij hebben een vergunning om gebruik te maken van het tunneltje dat uitkomt op de Te Veenweg-Zuid. Het fysiek afsluiten is dan ook niet mogelijk. Onze BOA’s controleren regelmatig.
Vraag 11 Pn. Blz. 65 Hoe worden huurstijgingen beperkt na verduurzaming van huurwoningen en hoe gaat de wethouder bewerkstelligen dat verduurzaamde sociale huurwoningen ook sociale huurwoningen blijven. Antwoord vraag 11 De huurverhoging voor sociale huurwoningen wordt gereguleerd door het Rijk. Het maximale percentage voor huurverhoging wordt beperkt tot het gemiddelde jaarinflatiepercentage. Hiermee worden huurders beschermd tegen al te hoge huurprijsstijgingen. Tegelijkertijd krijgen verhuurders ook de mogelijkheid om de kosten die ook voor hen stijgen te dekken. In de doelgroepenverordening, die in 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld, hebben wij een instandhoudingstermijn van 20 jaar opgenomen voor de sociale huurwoningen. Dit betekent dat deze woningen voor een periode van 20 jaar beschikbaar blijven als sociale huurwoningen. Daarnaast kunnen wij in de prestatieafspraken afspraken maken over de verkoop of het liberaliseren van de sociale huurwoningen.
Vraag 12 Pn. Blz. 65 Bij klimaatbewust bouwen graag ook de verplichting circulair bouwen opnemen waarbij tenminste 90% van de bouwmaterialen herbruikbaar zijn, vastgelegd in materialenpaspoort of gebouwpaspoort. Antwoord vraag 12 Wij vinden dat circulair en klimaat bewust bouwen vanzelfsprekend en een landelijke verplichting moet zijn en via het Bouwbesluit geregeld moet worden. Daarom heeft Eemnes onlangs het Convenant Duurzaam/Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. De initiatiefnemers van het Convenant (Provincies, gemeenten en bouwbedrijven) zetten zich in om in samenwerking met het Ministerie de afspraken van het Convenant uitgangspunt te laten zijn voor een aangepast Bouwbesluit.
Vraag 13 Pn. Blz. 69 Dure bouwgrond wordt verkocht, wat een eenmalige opbrengst genereerd. Vanuit circulair oogpunt kan verpachten evenwel een koers zijn die beter bij de huidige tijdsgeest aansluit. Daarnaast levert het structurele inkomsten op die beter te begroten zijn en een bepaalde zekerheid voor de financiële huishouding genereerd. Hoe kijkt het college hier tegenaan.
Antwoord vraag 13 Erfpacht is complexe materie. De Commissie BBV heeft in 2017 een Notitie Erfpacht gepubliceerd omtrent dit onderwerp. Vanuit bedrijfsvoering dienen extra gegevens te worden bijgehouden, bijvoorbeeld juridische en economische eigendom van gronden. De algehele inrichting van de bedrijfsvoering rondom erfpacht zal ook leiden tot extra kosten. Daarnaast dient de gemeente jaarlijks ook rentelasten te berekenen over de boekwaarde van de gronden. Op basis van de wettelijke bepalingen om de canon (= erfpacht inkomsten) te berekenen, kunnen de voordelen tegenvallen. Vanuit beleidsmatige oogpunt zal het erfpachtinstrumentarium worden getoetst aan de huidige beleidsuitgangspunten van de gemeente Eemnes. Mogelijkerwijs kan erfpacht indruisen tegen het huidige beleid. Een voorbeeld hiervan is de doelstelling van 30% sociale woningbouw. Erfpacht leidt tot kosten die ook moeten worden doorbelast in de sociale huursector. Mogelijkerwijs kunnen deze kosten niet worden gedekt door sociale woningbouw te exploiteren. Tijdens het inmiddels aangekondigde Wooncongres, dat wij komend jaar willen organiseren, zal zowel een regeling als Koopstart en het erfpachtstelsel opnieuw aan de orde komen. Daarnaast kan het erfpachtinstrumentarium ertoe leiden dat de gemeente minder actieve grondbeleid zal kunnen voeren.
De gemeente zal meer moeten richten op het faciliterend grondbeleid om de beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren. Het college streeft enerzijds naar een evenwichtige begroting, waarbij de structurele lasten kunnen worden gedekt door structurele baten. Tegelijkertijd streeft het college om een weerstandsvermogen op te bouwen om economische schokken te kunnen opvangen. Deze laatste kan worden gerealiseerd vanuit de incidentele winsten van grondexploitaties.