Advies visie sociaal domein HBEL 24042023
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein HBEL p/a drs. Yvonne van Dam, voorzitter yvonne.vandam @planet.nl Aan: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren
Betreft: advies over de visie op het sociaal domein van de HBEL gemeenten
Geachte college, Op 5 april 2023 ontving de Adviesraad sociaal domein HBEL uw verzoek om advies inzake de visie op het sociaal domein van de HBEL gemeenten. Hiermee ontvangt u onze reactie. Allereerst maken we hieronder enkele algemene opmerkingen en daarna gaan wij in op de afzonderlijke basisprincipes in de visie.
1.
Visie is goed uitgangspunt
Wij zien in de geformuleerde visie van de HBEL een goed leesbaar stuk en beschouwen de ínhoud als een grote stap voorwaarts in de ondersteuning van kwetsbare burgers binnen de HBEL. Ook het feit dat wordt overwogen om de verordening sociaal domein in meer eenvoudige taal op te schrijven, juichen wij toe. Positief is dat de visie wordt uitgewerkt in een ontwikkelagenda. Hierdoor worden sturen en uitvoeren gekoppeld. Inhoudelijk kunnen wij ons grotendeels in de visie vinden. Wij gaan er overigens vanuit dat de visie een tijdshorizon van 4 jaar kent, van 2023 tot 2027. De Adviesraad is content dat er nu een begin is van een integraal document met plannen voor het Sociaal Domein. Goed is in onze ogen ook dat de visie als algemene ambitie kiest: 'een samenleving waarin iedereen kan meedoen'. Graag willen wij verder onze waardering uitspreken over het tot nu toe gelopen traject. De tijdige ontvangst van de conceptstukken en het feit dat vier wethouders en diverse beleidsambtenaren aanwezig waren bij de behandeling van het concept in onze vergadering stelt de Adviesraad op prijs. Het is vooral op één punt dat wij verzoeken meer tegemoet te komen aan de in die bijeenkomst geuíte wensen. Waar u in de inleiding zegt dat de wet slechts een ondersteunende rol toekomt, wil de Adviesraad het sociaal belang en vangnetkarakter benadrukken van de nationale en lokale regelgeving.
Wij zouden graag zien dat u alsnog in de visie iets verwoordt als dat u 'wel meer maar niet minder' doet dan de wet verlangt. 2.
Vul visie aan op deelterreinen
Onze Adviesraad beveelt aan om ieder geval nog de eerste helft van de huidige collegeperiode de beleidsmatige uitwerking af te ronden voor de drie hoofdelementen van Jeugd, Wmo en Participatie. 1
Uitwerking zou daarbij ruim moeten worden opgevat, in de zin dat ook onderwerpen die nog niet in deze huidige visie zijn opgenomen, maar wei onderdeel zijn van de wettelijke opdracht aan gemeenten, alsnog de nodige aandacht krijgen. Op het gebied van de Participatiewet ontbreekt in de visie hoe de gemeenten inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt willen ondersteunen. Met name op gebied van participatiebanen en Beschut Werk constateert de Adviesraad dat de omschakeling van het oude WSW-bedrijf (Tomingroep) naar een nieuwe stijl Ontwikkelbedrijf nog niet is voltooid. Over het doel en invulling van een nieuw Ontwikkelbedrijf zien wij verschillen van inzicht tussen de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie, het Werkgeversservicepunt en de Tomingroep zelf. Hierdoor komt een kwetsbare doelgroep in de knel; voor de doelgroep van de sociale werkvoorzienig zijn de baankansen al gedaald sinds de invoering van de Participatiewet. Op het gebied van de Wmo zouden in (de uitwerking van) deze visie tenminste de onderwerpen meegenomen te worden: beteugeling huiselijk geweld, daadwerkelijke steun aan vrijwilligers en mantelzorgers, keuzevrijheid tussen aanbieders en fysieke toegankelijkheid (en veiligheid) van openbare ruimte en gebouwen. Deze onderwerpen maken immers deel uit van de opdracht aan gemeenten.
Op het gebied van Jeugd zou in (de uitwerking van) de visie aandacht moeten zijn voor de overgang van jeugdzorg naar andere zorg bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd en voor voortijdig schoolverlaters. 3.
Visie op relatie met de burger
Wij bevelen aan een basisprincipe toe te voegen met de volgende strekking: wij zien de gebruikers van onze diensten als volwaardige en betrokken burgers en benutten hun suggesties, feedback, complimenten en commentaar bij het evalueren en verbeteren van onze dienstverlening. In lijn met het onlangs verschenen rapport van de Nationale Ombudsman 'Zicht op de burger' adviseert onze Adviesraad graag om bij de diverse uitwerkingsplannen ook de inwoners en bijvoorbeeld hun vrijwilligersorganisaties een stem te geven. Dat kan de kwaliteit en het draagvlak van de plannen alleen maar ten goede komen. Die stem van inwoners en hun organisaties zou ook in de visie kunnen worden verankerd door de aankondiging van klanttevredenheidsonderzoeken. 4.
Vermijd overambitieus en abstract taalgebruik en versimpel beleid
In diverse algemene nieuwspublicaties wordt een beeld geschetst van een grote verwijdering tussen burgers en overheid. Dit beeld herkennen wij niet als zodanig in de HBEL gemeenten. Toch kunnen wij niet aan dit signaal voorbij gaan. De verwijdering tussen burgers en overheid heeft diverse oorzaken. Wij zijn van oordeel dat ook een visie en uitwerking in beleid voor de burger te volgen moet zijn. Om een geloofwaardige overheid te zijn, zal zowel het beleid als de uitvoering voor de burger duidelijk en transparant moeten zijn. Wij bevelen daarom aan in het stuk geen overambitieus of abstract taalgebruik te gebruiken. Versimpel beleid, doe dat continu en in kleine stappen, maak dat meetbaar. De uitleg van de wijze waarop u het woord 'lokaal' wilt hanteren, kan onze Adviesraad niet overtuigen. Om mogelijke misverstanden te voorkomen adviseren wij aan te sluiten bij het normale spraakgebruik en te spreken van 'lokaal' en 'intergemeentelijk' (HBEL).
2
Hieronder geven wij bij ieder van de basisprincipes (in vette letter overgenomen uit de visie) de opmerkingen van onze Adviesraad. Basisprincipe 1: Met preventie, inzetten op het vergroten van kansen en het versterken van individuen en de samenleving als geheel. Zo willen we zwaardere problemen en ondersteuning voorkomen.
Graag onderschrijft de Adviesraad dit uitgangspunt en de daaruit sprekende wens van een integrale aanpak. Het lijkt er in de visie voor de Adviesraad op dat preventie vooral wordt ingezet voor de groep die de gemeenten reeds in beeld heeft. De Adviesraad beveelt aan de mogelijkheden te benoemen die de HBEL gemeenten zien om juist de groep(en) die niet direct in beeld zijn te bereiken door middel van preventie. Daarnaast bevelen wij aan preventie in te zetten waar dat nodig is en kritisch te kijken naar wat bij het normale leven en de ontwikkeling en zelfredzaamheid van burgers hoort. Te veel preventie willen leveren kan averechts werken en als betutteling worden ervaren. Tot slot merken wij op dat meer aandacht voor preventie niet ten koste mag gaan van inzet van middelen en mankracht voor de meer complexe hulpvragen. Basisprincipe 2: een sterke sociale basis waarbij mensen oog hebben voor elkaar en er ruimte is voor diversiteit. In de visie wordt uitgegaan van een groot zelf oplossend vermogen van inwoners in combinatie met een sterke sociale basis om te voorkomen dat inwoners met een kleine hulpvraag in een zwaar traject terechtkomen. In de visie wordt echter niet duidelijk wat wordt verstaan onder eigen kracht en op welke wijze de eigen kracht, het netwerk en de sociale basis door de gemeente wordt ingezet, zodat opschalen niet nodig is.
Wij vragen ons af of het uitgangspunt van de visie niet erg hoog is gegrepen. Temeer daar Versa, een van de belangrijkste partijen in de sociale basis, aangeeft (bron: Versa Verantwoordt 2022) dat: o er veel mensen bereid zijn om zich incidenteel in te zetten voor iemand anders, maar het vinden van vrijwilligers die bereid zijn om zich structureel in te zetten, steeds lastiger wordt; o er nieuwe deelnemers bij het "Geheugenhuis" en "Koffie om de Hoek" binnen komen met complexere problemen hetgeen steeds meer vraagt van vrijwilligers en professionals; o er veel inwoners een klein of geen netwerk hebben; de mantelzorgers die er zijn, worden zwaarder belast. We bevelen aan om deze signalen in de toekomstige uitwerking te betrekken. Hierbij beveelt de Adviesraad aan ideeën op te doen bij andere gemeenten, bijvoorbeeld het project 'Buurt in Bloei' van de Stichting WIJ Eindhoven dat tot doel heeft de sociale basis te versterken door het versterken van de saamhorigheid in buurten en wijken. Aanvullende suggestie: Ervaringsdeskundigen kunnen van betekenis zijn in de sociale basis. Zij worden weinig genoemd in de visie, maar kunnen volgens de Adviesraad nieuwe hulpvragers helpen in het oerwoud van regelingen. Gebruik daarnaast de expertise van ervaringsdeskundigen voor concrete plannen bij het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers.
De Adviesraad beveelt daarbij aan om zowel in de visie als in de uitvoering vanuit het motto simpel en dienstbaar te werken. Als wij horen dat een lokaal repaircafé in het gedrang komt, omdat de initiatiefnemer geen raad weet met 'een onbegrijpelijke formulieren-brei' voor een noodzakelijke
3
subsidie van C 500,00 (waarvan C 250,00 voor bankkosten), dan moet de ondersteuning van de sociale basis misschien vaker gewoon gericht zijn op het geven van praktische hulp. "Bij een sociale basis", staat in de visie, "hoort een inclusieve samenleving waarin iedereen veilig kan deelnemen." Het voorbeeld daarbij betreft sporten voor ouderen en mensen met een beperking. De Adviesraad zou op dit punt graag dagbesteding zien toegevoegd, omdat dit voor deze groepen minstens zo belangrijk is. Ook zou de visie bij dit tweede basisprincipe het belang van toegankelijkheid en (gevoel van) veiligheid in openbare ruimten en gebouwen kunnen benoemen. Basisprincipe 3: Mensen die het niet zelfstandig redden, krijgen passende ondersteuning. Deze ondersteuning is gericht op het (weer) binnen hun mogelijkheden zelfstandig oppakken van hun leven. De Adviesraad onderschrijft dit principe en de daarbij genoemde uitgangspunten van onder meer 'normaliseren' en 'de goedkoopste adequate oplossing'. Terecht stelt de visie bij dit principe ook het belang van het kind centraal. Wel benadrukt de Adviesraad opnieuw de wenselijkheid van een regelmatige evaluatie, vooral om meer zekerheid te krijgen in de te maken keuzes van het inzetten op preventie en het beschikbaar houden van middelen voor complexe hulpvragen. Bij dit basisprincipe besteedt de visie eveneens aandacht aan communicatie.
Dat is goed, maar hier ligt voor onze raad nog wel een punt van zorg. Een van de meest hardnekkige problemen in het sociaal domein is in onze ogen dat van diverse voorzieningen geen gebruik wordt gemaakt door een deel van de bewoners voor wie ze zijn bestemd, eenvoudig omdat deze bewoners de weg niet kennen of weten te vinden. De Adviesraad blijft daarom aandringen op communicatie op alle mogelijke manieren die kan bijdragen aan de toegankelijkheid van de voorzieningen. Omdat veel mensen bijvoorbeeld de weg naar hulp bij acute nood nog steeds niet te weten te vinden, bevelen wij in dit kader aan om in gemeentelijke publicaties permanent een telefoonnummer of mailadres op te nemen voor mensen in financiële problemen (zoals dit bijv. voor losse stoeptegels/kapotte straatlantaarns nu al het geval is). Basisprincipe 4: passende basisondersteuning is lokaal en laagdrempelig beschikbaar. Dit omvat het grootste deel van de professionele inzet.
Zowel het basisprincipe als de gekozen uitwerking is helder. De gedachte van de integrale gezinsgerichte aanpak ondersteunen van harte. Wellicht kan dit beginsel in de visie nog worden onderstreept met het beginsel van 'één gezin, één plan, één regisseur'. Wij bevelen aan om in de uitwerking maatregelen te benoemen die het risico van 'zoek raken' van burgers tussen de verschillende partijen voorkomen. Deze taak voor het lokale basisteam is wel een zware en complexe opgave. Het stelt hoge eisen aan eigen medewerkers en aan die van de samenwerkingspartijen. De Adviesraad beveelt aan op dit punt ook bij andere gemeenten inspiratie op te doen, bijvoorbeeld bij De Kleine Schans in Woudenberg waar met verschillende maatschappelijke organisaties wordt samengewerkt. Ook op deelonderwerpen zijn inspiratiemogelijkheden, bijvoorbeeld het Armoedepact dat in diverse gemeenten wordt ingezet om op dat punt de samenwerking te zoeken. Wij onderschrijven ook het belang van een samenwerking met huisartspraktijken, wijkverpleging en scholen. Deze is niet eenvoudig te realiseren en te onderhouden. Hierbij is sprake van een paradox: goede samenwerking staat of valt met onderhoud van de relatie, maar dit onderhoud kost tijd. Deze tijd is er echter niet ten gevolge van personeelstekorten, hoge caseloads etc., zowel aan de kant van
4
de huisartsen en wijkverpleging als aan de kant van de gemeenten en aanbieders van zorg. Dit punt verdient naar het oordeel van de Adviesraad borging in de uitvoeringskalender. Terugdringen van het aantal aanbieders lijkt de Adviesraad een goede zaak, als ook duidelijk wordt gemeten wat de kwaliteit is van de gecontracteerde aanbieders. Wij bevelen een jaarlijks onderzoek bij gebruikers en het sociaal team aan. Daarnaast dient uiteraard de wettelijk gewaarborgde keuzevrijheid te worden gerespecteerd. Basisprincipe 5: Voor de meest kwetsbare mensen is passende specialistische ondersteuning beschikbaar. Het woordgebruik van 'meest kwetsbare mensen' roept vragen op. Gaat het niet eerder, vraagt de Adviesraad zich af, om mensen met de meest complexe problematiek waarvoor de lokale en intergemeentelijke zorg geen afdoende remedie kan bieden en waarvoor heel specialistische (vaak kostbare) hulp nodig is? Met de uitwerking van basisprincipes 4 en 5 wordt de nadruk gelegd op inzetten van lichte ondersteuning zonder indicatie. Amsterdam zet een soortgelijke beweging in (lichtere zorg, meer samenwerking, meer preventie, groepsgerichte vormen, minder aanbieders) en voorziet dat de wachtlijsten voor gespecialiseerde zorg gaan groeien met 1.000 personen. Dit nog los van langere wachttijden als het gevolg van toenemende problematiek en de krappe arbeidsmarkt.
(Bron: Binnenlands Bestuur 16.3.2023). Voor de Adviesraad is niet duidelijk wat de verwachting c.q. visie is in de HBEL gemeenten ten aanzien van wachtlijsten en de bijbehorende risico's. De Adviesraad is zich bewust van de financiële problematiek die schuilgaat achter de formulering van dit vijfde basisprincipe. Graag zouden wij zien dat deze problematiek in de visie ook meer rechtstreeks wordt benoemd. De Adviesraad heeft zorgen of de vanuit financiële optiek begrijpelijke wens tot begrenzing (bijvoorbeeld met een lumpsum-methodiek) niet ten koste gaat van zorg voor mensen die dit het hardst nodig hebben. Basisprincipe 6: We doen een stapje extra voor specifieke doelgroepen Het is de Adviesraad sympathiek dat de visie ook wil aanzetten om actief te sporen naar bijzondere groepen die nu soms buiten de boot vallen. Vanuit de analyse dat de afgelopen járen is gebleken dat het vaak wisselende groepen betreft, begrijpen wij dat de visie terughoudend is het precies benoemen van deze groepen. Toch meent de Adviesraad dat dit zesde basisprincipe aansprekender wordt gepresenteerd door enkele voorbeelden uit de afgelopen járen op te nemen. Van onze kant willen wij voorstellen twee categorieën extra op te nemen.
In de eerste plaats denken wij aan extra aandacht voor de groepen die een beroep doen op de sociaal ontwikkelbedrijven én voldoende plaats voor die mensen die aangewezen zijn op beschut werk. Daarnaast vragen wij graag extra inzet op statushouders, gericht op snelle integratie door inzet op werk. Basisprincipe 7: Lokaal wat kan, regionaal wat moet of specifieke voordelen biedt. De Adviesraad deelt de uit dit principe sprekende gedachte dat de dienstverlening in beginsel zo dicht mogelijk bij de burgers wordt vormgegeven. Voor de Adviesraad betekent zo dicht mogelijk bij de burger dat de uitvoering zoveel mogelijk binnen de eigen gemeente plaatsvindt. De Adviesraad vraagt aandacht voor de positionering van de Jeugdzorg in de gemeente Eemnes voor wat betreft de regionale uitvoering.
5
Basisprincipe 8: Sturen op resultaten: zicht en grip, op aantallen, kosten, kwaliteit en tevredenheid, op basis van monitoring en evaluatie De Adviesraad heeft al vaker het belang benadrukt van regelmatige evaluaties en metingen. Wij juichen het toe dat de visie afsluit met een basisprincipe dat welbewust de uitkomsten van het beleid wil vergelijken met de concrete doelstellingen ervan. Wel zouden wij graag zien dat het niet alleen gaat om kwantitatieve evaluaties maar ook om klanttevredenheidsonderzoek en bijvoorbeeld een analyse van ontvangen klachten. Tot zover ons advies. De Adviesraad is uiteraard bereid dit advies toe te lichten.
Met vriendelijke groet, 'Ciaal Domein HBEL, f
\
'X
-{. Yvonne Dam voorzitter vonne van Dam,
yvonne.vandam(5) planet.nl
6