CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanbiedingsbrief Kadernota 2024

Raadsessie & Raad 10 juli 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Kadernota 2024 raadsvoorstel1.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanbiedingsbrief Kadernota 2024 Leden van de raad! Ter voorbereiding op de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027 is het gebruikelijk om de raad in staat te stellen de kaders voor het nieuwe begrotingsjaar te laten vaststellen. Helaas, net als in voorgaande jaren, is de meicirculaire wederom van groot belang en van grote invloed op het meerjarig beeld van onze gemeentelijke financiën. De Kadernota 2024 bedraagt de door de ambtelijke organisatie aangedragen ontwikkelingen die voldoen aan de drie O’s: Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar. Het college heeft die op hoofdlijnen getoetst en overgenomen, waarbij de gevolgen van inflatie en Cao’s in 2023 voor de subsidies als vierde O: Onzeker is benoemd, maar nog niet ten volle is gekwantificeerd. De bandbreedte is daarvoor op dit moment te divers. Voorjaarsnota Rijk De meicirculaire wordt gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk en voor het eerst in jaren wordt er bezuinigd of zoals minister Kaag het omschrijft er is sprake van een ‘koerswijziging’. In de Voorjaarsnota 2023 staat dat gemeenten er vanaf 2027 structureel geld bij krijgen en dat het kabinet voornemens is om het accres goed te regelen. De opschalingskorting blijft echter in stand en doordat er pas in 2027 geld bijkomt, bedraagt de terugval van middelen in 2026 € 2,0 miljard (ten opzichte van 2025).

Nieuwe financieringssystematiek Het kabinet heeft de bestaande heldere financieringssystematiek (trap op en trap af) in het coalitieakkoord eenzijdig afgeschaft. Het in de Voorjaarsnota weergegeven begrotingsbeleid van het kabinet kent gemeenten (na in 2026 eenmalig) nu vanaf 2027 een structureel bedrag van € 1 miljard toe (waarvan € 924 mln. algemene uitkering en € 76 mln. BTW compensatiefonds) én een volume-indexatie. Voortaan wil het kabinet de groei van het Gemeentefonds (volume) koppelen aan de groei van het BBP, dit is in de ogen van het kabinet een objectieve en onafhankelijke maatstaf voor zowel volumecomponenten, die een kostenverhogende werking hebben (zoals bevolkingsgroei), als voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO). Het is goed dat het kabinet nu met een nieuwe financieringssystematiek komt. Maar de exacte invulling van die systematiek moet nog wel verder worden uitgewerkt: dit moet goed geregeld worden. De effecten zijn nu niet goed in te schatten. Het effect van de Bbp-indexatie wordt door het Rijk voor 2027 ingeschat op € 150 mln., met dat bedrag moet de volumeontwikkeling door gemeenten worden opgevangen (het totale gemeentefonds inclusief accres bedraagt in 2025 € 45,5 miljard). Het huidige LPO accres wordt vanaf 2026 bijgesteld op basis van de jaarlijkse LPO zoals door het CPB geraamd.

Ook lijkt de verkenning van een groter belastinggebied niet tot extra inkomsten te leiden. De formulering in de Voorjaarsnota duidt op weinig enthousiasme. Onduidelijk is verder welke koers rondom de ingezette herverdeling Gemeentefonds nu word ingezet. Ook dat wordt pas in de meicirculaire duidelijk, wel is al duidelijk dat de meeste aangekondigde onderzoeken vertraging hebben opgelopen. Opschalingskorting nog steeds niet geschrapt Ondanks de extra middelen vanaf 2027 blijven voor gemeenten in de jaren vanaf 2026 grote kortingen in de boeken staan. Onderdeel daarvan is de opschalingskorting (ongeveer € 700 miljoen). Het kabinet heeft deze korting nog steeds niet geschrapt. De grote teruggang met ingang van 2026 zet de gemeentelijke uitvoering van wettelijke taken én de haalbaarheid van de grote maatschappelijke opgaven onder druk. Het is dan ook van groot belang dat gemeenten de middelen krijgen om hun taken naar behoren uit te voeren. Met de voorliggende financiële context kunnen de Nederlandse gemeenten hun werk niet adequaat meer doen, aldus de VNG. De met het kabinet afgesloten akkoorden (o.a. klimaat, jeugdzorg, woningbouw) zijn steeds onder voorbehoud van voldoende financiële middelen geweest.

De VNG heeft als reactie op de Voorjaarsnota al aangegeven dat de in het afgelopen jaar afgesloten akkoorden opnieuw aan de orde zijn omdat deze zijn gesloten onder de voorwaarde van structurele financiering en voldoende middelen na 2025. Dat is nu dus niet het geval. Een teruggang in 2026 van € 2,0 miljard en de nieuwe systematiek die pas in 2027 ingaat (en nog onvoldoende is uitgewerkt). De VNG heeft aangegeven overleg te gaan voeren met het kabinet over de consequenties. Onzeker: effect en compensatie CAO en inflatie Bij het opstellen van de begroting 2023 is (deels) rekening gehouden met een stelpost van 5,4% voor de inflatie. De inflatie in januari was 7,6%, februari 8,0%, maart 4,4% en april (flitsraming) 5,2%. De gemiddelde inflatie in 2022 was 10%. DNB verwacht over heel 2023 een inflatie van 4,9%. Ten opzichte van 2021 stijgen de kosten dus gemiddeld 15%. We zien in de Cao’s dat de hoge inflatie van 2022 en begin 2023 (deels) wordt gecompenseerd. In maart 2023 kwamen de loonafspraken in de afgesloten de Cao’s neer op gemiddeld 7,5% verhoging. Die nieuwe Cao’s werken door in het loongerelateerde deel van de subsidies van onze gesubsidieerde instellingen. De hoge inflatie op hun kosten voor huur, energie, goederen en diensten etc. Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten (deels) gecompenseerd gaan worden voor die hoge inflatie uit 2022. Hiervoor is € 300 mln.

beschikbaar gesteld in de Najaarsnota die in 2023 wordt toegevoegd aan de algemene uitkering. In de Kadernota is hiervoor € 100.000 als stelpost opgenomen, het precieze bedrag volgt in de meicirculaire. Inmiddels wordt in de Voorjaarsnota duidelijk dat slechts € 127 mln. structureel door gemeenten wordt ontvangen, de gestegen loonvoet sector overheid wordt niet gerepareerd. Ook bij de OZB-verhoging voor 2023 hebben we ons bepekt tot de verhoging (inflatiecorrectie) van 5,4%.

In de Kadernota hebben we voor de vier grote subsidieontvangers (Versa Welzijn, Bibliotheek Gooi+, Huis van Eemnes en Jeugdhulp) een stelpost loon- en prijsbijstelling opgenomen. Het zal duidelijk zijn dat alle instellingen en verenigingen met hogere kosten worden geconfronteerd, we verwachten dan ook meer verzoeken om hogere bijdragen. De uitgaven en vooral de investeringen zullen voor ons als gemeente door de hoge inflatie eveneens (fors) hoger uitvallen. De compensatie van de LPO vindt normaal gesproken plaats via de meicirculaire. In de Kadernota is een stelpost opgenomen. De vraag is tot hoever het Rijk de gestegen kosten zal gaan compenseren. In een periode van bezuinigen zal dat niet waarschijnlijk niet royaal uitvallen. Hervormingsagenda Jeugd Het Rijk en de VNG hebben op 18 april dit jaar laten weten dat een financieel principeakkoord bereikt is voor de Hervormingsagenda Jeugd. Eén van de financiële afspraken in het principeakkoord is dat de huidige besparingsreeks van € 374 miljoen voor 2023, € 463 miljoen voor 2024, € 563 miljoen voor 2025 voor 2023 tot en met 2025 bevroren is op het niveau van € 374 miljoen. Voor 2026 staat de besparing, zoals voorzien, op € 961 miljoen en loopt op tot iets meer dan € 1 miljard voor 2027.

Verder zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van € 100 miljoen voor 2024, waarbij de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid heeft om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Voor 2024 geldt dat de geraamde extra besparing van € 100 miljoen vanwege een vertraging in de totstandkoming van de Hervormingsagenda Jeugd is vervallen. De investeringen en frictiekosten, die nodig zijn om de maatregelen uit de Hervormingsagenda te realiseren zijn al (netto) inbegrepen in het financiële kader. Gemeenten moeten hiervoor geld apart houden. Er komt voor deze investeringen geen extra geld bij. Alleen voor investeringen waarbij een hoger schaalniveau noodzakelijk is, wordt landelijk geld specifiek uitgekeerd. Het voorgaande is van toepassing voor bijvoorbeeld de afbouw van residentiële voorzieningen op regionaal niveau en een investering in kwaliteit op landelijk niveau.

Hoe te komen tot een sluitende begroting 2024 -2027 Inkomsten De meicirculaire is wederom cruciaal voor onze toekomstige financiële positie. Als het effect van de voorgestelde Bbp-indexatie is dat de financiële vooruitzichten stabieler worden, dan is dat winst. De algemene uitkering is voor elke gemeente de belangrijkste inkomstenbron, dus de uitkomst van die circulaire is wederom doorslaggevend. De OZB is een veel kleinere bron van inkomsten. Bij de begroting wordt een nieuwe raming van de areaaluitbreiding (nieuwe woningen) gemaakt. Ook de inflatiecorrectie zal dan meegenomen worden. DNB verwacht voor 2024 overigens ook een hoge inflatie van 5,0%. De overige inkomsten zijn veelal incidenteel van aard of hebben een bescheiden omvang. Stelposten en nieuw beleid In de begroting 2023 – 2026 zijn verschillende stelposten opgenomen. De belangrijkste zijn die voor inflatie. Daarnaast zijn stelposten opgenomen voor nieuw beleid vanuit het collegeprogramma. Beide zullen in de zomer verder worden afgewogen. Dat betekent dat we het nieuwe beleid wederom tegen het licht houden, wellicht zullen schrappen of in een aangepaste (goedkopere) variant gaan uitwerken (koerswijzigingen).

Taakstellingen en bezuinigen. Niet uitgesloten moet worden dat er uiteindelijk ook bezuinigd moet worden. Dat kan door de kaasschaaf toe te passen (bijvoorbeeld geen of beperkte inflatiecorrectie van subsidies en budgetten). Vroeger zou ook een taakstelling op de gemeentelijke organisatie een deel van de oplossing zijn. We hebben echter net samen met Laren en Blaricum besloten tot een investering in onze werkorganisatie, gericht op het oplossen van kwetsbaarheden en de nieuwe taken waarvoor we als gemeente staan. Een goed toegeruste en dienstverlenende gemeente is noodzakelijk om als zelfstandige gemeente te blijven bestaan. Uitdagingen Het sluiten makend van de meerjarenbegroting vergt ook grip houden op de uitgaven Jeugdzorg en op de uitgaven in het Sociaal Domein (Wmo) gelet op de gestaag oplopende vergrijzing.

Nieuwe opzet begroting en programma’s Graag waren we in 2024 overgegaan tot een nieuwe, logischer indeling van de begroting en de kostenplaatsen. Hierbij waar mogelijk harmoniseren met Laren en Blaricum. Echter 2023 staat nog in het teken van de basis op orde, dus pas in 2024 kunnen we verder door ontwikkelen, hetgeen betekent dat we voorjaar 2024 met u graag willen nadenken over de programma-indeling met als invoerdatum 2025 (gelijk met het nieuwe financiële systeem). Tot slot Uitgangspunt is dat we een sluitende meerjarenbegroting 2024 – 2027 aanbieden. Dus geen afzonderlijk Dekkingsplan. Dat betekent dat in de begroting per programma een paragraaf met voorgestelde ombuigingen wordt opgenomen.

Namens het college, De portefeuillehouder Financiën

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12989727/1