A (1)
Tekst van het document
IBT INTERVENTIELADDER BIJ INDEPLAATSSTELLING 1. SIGNALEREN Op basis van toezichtinformatie, klachten of signalen vaststellen of er wel of geen sprake is van mogelijke taakverwaarlozing bij de uitvoering van wettelijke taken.
2. INFORMATIE OPVRAGEN EN VALIDEREN Bij het constateren van vermoedelijke taakverwaarlozing wordt aanvullende informatie hierover opgevraagd en worden eventuele (ambtelijke of bestuurlijke) gesprekken gevoerd ter verificatie van de informatie.
3. ACTIEF TOEZICHT Er worden met het bestuursorgaan afspraken gemaakt over verbeteracties en termijnen om de taak alsnog naar behoren uit te voeren. De voortgang van de verbeteringen wordt gedurende een vooraf bepaalde periode actief gemonitord via gesprekken.
4. VOORAANKONDIGING JURIDISCHE INTERVENTIE Indien onvoldoende voortgang in de afgesproken verbeteringen wordt geconstateerd, ontvangt het bestuursorgaan een vooraankondiging van juridische interventie. Daarnaast wordt de aanzegging ook openbaar gepubliceerd.
5. BESLUIT TOT INDEPLAATSSTELLING Als ook met voorgaande stappen geen substantiële verbetering is te zien in de uitvoering van de wettelijke taken, neemt de toezichthouder een besluit tot indeplaatsstelling, met daaraan gekoppeld een laatste termijn om daarbinnen alsnog de verbeteringen uit te voeren.
6.
SANCTIE UITVOEREN
De waarschuwingstermijn is verstreken en de verplichte verbeteringen zijn niet uitgevoerd. De indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing wordt daadwerkelijk uitgevoerd. Alle maatregelen die nodig zijn om de wettelijke taken uit te voeren, worden door de toezichthouder genomen, in naam van en voor rekening van het bestuursorgaan.