9 Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Tekst van het document
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 Eindrapport versie 1.0, april 2023
In h o ud 1
Inleiding
2
2
Algemene uitgangs- en aandachtspunten inrichting GOW30
5
2.1 Uitgangspunten
5
2.2 Aandachtspunten
6
Inrichtingskenmerken GOW30
8
3.1 Wegvakken
8
3.1.1
Basiskenmerken wegvakken
8
3.1.2
Overige kenmerken wegvakken
17
3
3.2 Kruispunten 3.2.1 Voorbeelden en illustraties van kruispunten op een GOW30
4
22 22
3.3 Overgangen
24
3.4 30 km/ h bebording
24
Literatuurlijst
26
Bijlage 1 Samenstelling w erkgroep
27
Bijlage 2 Concept- opzet evaluatie GOW30 van SWOV
28
1
1 In l ei d i n g Waarom is deze handreiking gemaakt? Binnen de bebouwde kom onderscheiden we op dit moment in het wegennet alleen erftoegangswegen en ; er is menging van verkeerssoorten en de maximumsnelheid is 30 verkeersfunctie; er is een scheiding van verkeerssoorten en de maximumsnelheid is 50 km/ h. In de praktijk zijn er ook wegen die zowel een verblijfsfunctie als een verkeersfunctie vervullen en is het niet altijd mogelijk om een GOW veilig als 50 km/ h- weg in te richten (met bijvoorbeeld vrijliggende fietspaden). Een lagere snelheid Er is daarom behoefte de snelheidslimiet op een deel van de gebiedsontsluitingswegen te verlagen naar 30 km/ h (GOW30).
In 2021 is op verzoek van de Tweede Kamer het Afwegingsschema 30 km/ h
(figuur 1) ontwikkeld om
wegbeheerders te ondersteunen bij de keuze voor een ETW met een snelheidslimiet van 30km/ h, een GOW met een snelheidslimiet van 50 km/ h (GOW50) of een GOW met een snelheidslimiet van 30 km/ h (GOW30).
Na een keuze voor een GOW30 rijst de vraag:
Figuur 1 Afwegingsschema 30 km/ h uit CROW-
2
Afwegingskader 30 km/ h [1]
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft naar aanleiding van een aanbeveling uit het Afwegingskader 30 km/ h [1] en de motie Van Ginneken/ Kröger (april 2022, nr. 29398- 988) CROW gevraagd de inrichtingskenmerken van het nieuwe wegtype GOW30 nader uit te werken. Daarnaast is gekeken naar eventuele aanscherping van de bestaande inrichtingskenmerken voor de huidige wegtypen ETW30 (erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/ h) en GOW50 (gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/ h). Het uitgangspunt hierbij is dat de drie wegtypen voldoende verschillend zijn, in verband met de herkenbaarheid, het gedrag en de veiligheid voor de weggebruiker.
Voor w ie is deze Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 bedoeld? Allereerst moet aan de hand van het afwegingskader 30km/ h worden bepaald of een weg geschikt is om te worden (her)ingericht als GOW30. Daarna kunnen wegbeheerders, wegontwerpers en hun adviseurs met de voorlopige inrichtingskenmerken aan de slag met
de herinrichting van grijze wegen naar een
gebiedsontsluitingsweg met een snelheidslimiet van 30 km/ h. Het is daarbij belangrijk dat beseft wordt dat binnen de bebouwde kom voor de verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid veilige 50 km/ h- wegen nodig blijven, waar het gemotoriseerd verkeer redelijk vlot kan doorstromen. Dit is ook belangrijk voor bijvoorbeeld de aanrijtijden vo or nood- en hulpdiensten en voor de rijtijden van het openbaar vervoer.
Waarop zijn de inrichtingskenmerken gebaseerd? CROW heeft de voorlopige inrichtingskenmerken uitgewerkt op basis van bestaande onderzoeken. Daarnaast is gebruikgemaakt van kennis en ervaring uit de praktijk. Hiervoor heeft CROW een breed samengestelde werkgroep ingesteld, bestaande uit ervaringsdeskundigen die werkzaam zijn bij diverse belanghebbende organisaties. Zie bijlage 1 voor de samenstelling van de werkgroep. Om zoveel mogelijk kennis op te halen en een zo breed mogelijk draagvlak te creëren zijn daarnaast een webinar voor breed publiek, een ontwerperscafé en twee expertsessies georganiseerd. De voorlopige inrichtingskenmerken borduren voor op het in 2021 ontwikkelde afwegingskader 30 km/ h [1]. Dit afwegingskader verschilt op twee punten met de bestaande categorisering van de basiskenmerken wegontwerp: 1.
Het houdt meer rekening met de omgeving van de weg en de voorzieningen langs de weg, waarbij het onderkent dat er wegen bestaan met een dubbele functie (zowel verkeer als verblijven);
2.
Voor wegen die wel een verkeersfunctie hebben, maar waarbij 50 km/ h niet veilig mogelijk is, stelt het een nieuw wegtype voor: GOW30 (gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/ h).
Als uitgangspunt zijn de basiskenmerken wegontwerp, categorisering en inrichting van wegen [2] genomen en de inrichtingsaanbevelingen van SWOV [3]. Wat is de status van de voorlopige inrichtigskenmerken? In deze handreiking wordt met nadruk gesproken over voorlopige inrichtingskenmerken. De reden hiervoor is dat definitieve inrichtingskenmerken of ontwerprichtlijnen pas vastgesteld kunnen worden wanneer de effecten in de prakrijk voldoende zijn aangetoond. Omdat er op dit moment nog nauwelijks tot geen ervaring is opgedaan met de GOW30 is hier geen sprake van.
Inleiding
3
Met de voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 en nadat enkele juridische aanpassingen in de verkeerswetgeving zijn doorgevoerd, kunnen wegbeheerders wel herinrichtingsplannen maken en uitvoeren passend binnen de lokale omstandigheden.
CROW en SWOV vinden het belangrijk dat wegbeheerders hierbij evaluatiestudies (laten) uitvoeren om de inrichtingskenmerken te kunnen toetsen in de praktijk. Hierdoor wordt zichtbaar wat gemeenten werkelijk bereiken met de inrichtingskenmerken GOW30. Voor de evaluatiestudies kunnen wegbeheerders [3] (zie bijlage 2).
CROW zal op het moment dat voldoende praktijkervaring is opgedaan en evaluatiestudies zijn uitgevoerd de (eventueel aangepaste) inrichtingskenmerken voor GOW30 omzetten in richtlijnen en aanbevelingen en deze opnemen in de ASVV.
Leesw ijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de algemene uitgangs- en aandachtspunten bij de inrichting van een GOW30. De
uitgangspunten
vormen
de
schakel
tussen
het
afwegingskader
30
km/ h
en
de
inrichtingskenmerken GOW30. De aandachtspunten geven aan welke omgevingsaspecten van grote invloed zijn op de geloofwaardigheid van de snelheid van 30 km/ h naast de inrichtingskenmerken van de weg zelf, die in het hoofdstuk erna zijn beschreven. De voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 staan in hoofdstuk 3. Hierin worden in tabelvorm beknopt de inrichtingskenmerken weergegeven voor wegvakken, kruispunten en overgangen op wegvakken naar andere wegtypen. Daarna wordt een toelichting gegeven op de inrichtingskenmerken. De tabel en tekstuele toelichting vormen samen de voorlopige inrichtingskenmerken voor de GOW30. In dit hoofdstuk worden ook voorstellen gedaan voor aanpassing van de basiskenmerken voor de ETW en de GOW50.
4
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
2 Al gem en e ui t gan g s- en aan d ach t sp u n t en i n r i ch t i n g GOW30 2.1 Uitgangspunten De navolgende zeven uitgangspunten geven aan welke inrichtingsaspecten van invloed zijn op de GOW30. Deze uitgangspunten vormen tevens de schakel met CROW-
1.
Afwegingskader 30 km/ h [3].
Start met het afw egingskader 30 km/ h
Conform CROW-
Afwegingskader 30 km/ h [3] zijn er twee situaties, waarbij een GOW30 wordt
toegepast op wegvakken met een dubbelfunctie (verkeers- en verblijfsfunctie), waarbij de verkeersfunctie overheerst óf met alleen een verkeersfunctie: a.
De omgeving is een reden om 30 km/ h in te stellen (zoals een school, leefbaarheid of oversteekbaarheid)
b.
De weg is niet veilig in te richten voor een snelheid van 50 km/ h (geen mogelijkheid voor fietspad/ parallelweg, rijrichting- scheiding)
2.
Stromen op w egvakken, uitw isselen op kruispunten en oversteekpunten
Volgens de basisgedachte van Duurzaam Veilig hebben wegen een duidelijk te onderscheiden kenmerk binnen stromen –
Stromen:
uitwisselen
zich doelgericht verplaatsen of (als bestuurder) voertuigen doen voortbewegen, in een min of meer constante richting en met een min of meer constante (relatief hoge) snelheid.
–
Uitwisselen:
zich (als voetganger) doelgericht verplaatsen of (als bestuurder) voertuigen doen voortbewegen, met wisselende snelheid en/ of richting. Hier valt ook onder: het verzamelen, verdelen en kruisen van verkeer, en het vertrekken, keren, draaien, stoppen en stallen van voertuigen.
Een GOW30 is een extra wegtype van een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. De gebiedsontsluitende functie van een GOW30 vereist een zekere mate van doorstroming in de lengterichting, voor zowel gemotoriseerd als fietsverkeer. De toegestane maximumsnelheid op een GOW30 is dan wel 30 km/ h (net als op een ETW30), maar de verkeersafwikkeling/ rijtijd is op een GOW30 duidelijk beter dan op een ETW30 waar verblijven belangrijker is. De GOW30 kent daarom vaak een intensiever gebruik dan een ETW30. Een GOW30 kent naast uitwisselen op kruispunten (zoals ook bij een GOW50) ook uitwisselen op geconcentreerde oversteekpunten. Tussen de kruispunten en de geconcentreerde oversteekpunten is overwegend sprake van stromen. Het geheel van een GOW30 is gericht op rustig en gestaag rijden.
3.
Een GOW30 w ijkt qua vormgeving duidelijk af van een GOW50 én van een ETW30
Een GOW30 moet zodanig herkenbaar zijn dat de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h geloofwaardig is, gegeven de aard en de inrichting van de weg zelf en zijn omgeving. Een GOW30 mag qua vormgeving door de weggebruiker verward worden met een GOW50. Anders wordt er te snel gereden op de GOW30. Verwarring van een GOW30 met een ETW30 (inclusief fietsstraat) is minder erg, omdat daar eveneens 30 km/ h mag worden gereden. De herkenbaarheid wordt nagestreefd door zoveel mogelijk uniformiteit in de vormgeving van de afzonderlijke wegtypes.
Algemene uitgangs- en aandachtspunten inrichting GOW30
5
4.
Een GOW30 w ordt toegepast bij herinrichting van bestaande w egen en niet bij aanleg van nieuw e w egen
Het nieuwe wegtype GOW30 komt voort uit de grijze wegen problematiek bij bestaande wegen. Bij herinrichting van bestaande wegen ligt de verkeersstructuur en wegomgeving (bebouwing, laanbeplanting) al vrijwel vast. Het realiseren van een veilige GOW50 of ETW30 is in dergelijke gevallen vaak niet mogelijk. Bij aanleg van nieuwe wegen ligt de verkeersstructuur en wegomgeving nog niet vast. Er zijn dus nog voldoende mogelijkheden om een veilige GOW50 of ETW30 te realiseren. Er is dus geen noodzaak om bij aanleg van nieuwe wegen het GOW30- principe toe te passen.
5.
Een GOW30 is geen tijdelijke w eginrichting (faseringstap), maar een permanente w eginrichting
Het wegtype GOW30 zou als een soort tijdelijke weginrichting kunnen worden gezien in afwachting van een definitieve inrichting als GOW50 of ETW30. Verkeerskundigen zien het wegtype GOW30 echter niet als een tijdelijke oplossing, maar als een permanent te behouden situatie. De vijf Duurzaam Veilig principes (functionaliteit, homogeniteit, herkenbaarheid, vergevingsgezindheid en statusonderkenning) zijn dus ook van toepassing op deze wegen.
6.
Een GOW30 heeft een vorm van voorrang vanw ege d e gew enste doorstroming op een GOW
De gewenste doorstroming op kruispunten tussen een GOW30 en een ETW30 komt met name tot uitdrukking door toepassing van een vorm van voorrang voor gemotoriseerd verkeer en fietsers op de GOW30 ten opzichte van de kruisende ETW30. Hiermee ontstaat een belangrijk verschil ten opzicht van de gelijkwaardigheid (voorrang voor bestuurders van rechts) bij kruispunten tussen ETW30- straten onderling.
7.
Een GOW30 heeft fietsvoorzieningen
Op een GOW30 zijn fietsvoorzieningen aanwezig, omdat dit drukkere wegen zijn. Dit zijn voldoende brede fietsstroken of (reeds aanwezige) vrijliggende fietspaden. Volledige menging van fiets- en autoverkeer is voorbehouden aan een ETW30. Dit is een belangrijk verschil tussen de ETW30 (volledig of voornamelijk verblijfsfunctie) en de GOW30 (volledig of voornamelijk verkeersfunctie).
2.2 Aandachtspunten De navolgende vijf aandachtspunten geven aan welke omgevingsaspecten van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de snelheid van 30 km/ h. Geloofwaardigheid wil zeggen dat de snelheidslimiet aansluit bij de verwachtingen van het wegbeeld (weginrichting + omgeving). Indien de snelheidslimiet van 30 km/ h door de weggebruikers niet geloofwaardig wordt ervaren, zal deze minder geneigd zijn zich hieraan te houden. Voor een toelichting op de geloofwaardigheid wordt onder andere verwezen naar CROW- publicat wegontwerp
[2] en het SWOV[4].
6
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
nelheden,
1.
Factoren langs of in de omgeving van een w eg (omgevingsfactoren) zijn van grote invloed op de (geloofw aardigheid van de) snelheid
De geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h wordt voor een groot gedeelte mede bepaald door twee omgevingsfactoren, namelijk: –
de dichtheid en de afstand van de bebouwing langs de weg [4];
–
de functies in de directe omgeving van de weg (functies als wonen, winkelen en onderwijs) [5].
De bebouwing en functies in de omgeving van de weg zijn bij bestaande, te herinrichten wegen meestal een gegeven en zijn vanuit de weginrichting niet te beïnvloeden. In situaties waarbij: –
de bebouwing op grotere afstand tot de weg staat, óf;
–
de dichtheid van de bebouwing beperkt is, óf;
–
functies als wonen, winkelen en onderwijs in de directe om geving afwezig zijn,
is het aan te bevelen om de weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid, op een juiste wijze in de inrichting te verwerken (rijbaanbreedte, type verharding, aanwezigheid fysieke snelheidsremmers). Uiteraard moet bij ontbreken van eerder genoemde omgevingsfactoren worden nagegaan of een GOW30 een juiste categoriseringskeuze is. 2.
Acceptabele lengte van een GOW30 is afhankelijk van omgevingsfactoren, rechtstanden en w eginrichting
De acceptabele lengte van een GOW30 hangt in belangrijke mate af van de hiervoor genoemde omgevingsfactoren en de lengte van de rechtstand(en) in de weg. Er is geen maximaal acceptabele lengte voor een GOW30 te benoemen. De omgevingsfactoren en de rechtstand(en) in de weg zijn bij bestaande, te herinrichten wegen meestal een gegeven. Uiteraard is ook de mate, waarin de inrichting van de weg zelf de snelheid afdwingt (rijbaanbreedte, type verharding, aanwezigheid fysieke snelheidsremmers) van belang. Hoe langer de GOW30 - weg wordt en hoe minder de omgevingsfactoren en rechtstand ondersteunend zijn, hoe meer aandacht je moet besteden aan de inrichting van de weg. 3.
Snelheidsverlaging vergt een forse inspanning
Een ander snelheidsgedrag bij weggebruikers ontstaat niet vanzelf na het plaatsen van borden. Dit betekent dat forse ingrepen in de inrichting moeten worden gedaan om een lagere snelheidslimiet geloofwaardig te maken en de gereden snelheid daadwerkelijk te laten dalen.
Algemene uitgangs- en aandachtspunten inrichting GOW30
7
3 In r i ch t i n gsk en m er k en GOW30 In dit hoofdstuk zijn de (voorlopige) inrichtingskenmerken voor een GOW30 beschreven voor wegvakken, kruispunten en overgangen. De inrichtingskenmerken worden eerst in tabelvorm gepresenteerd, waarna waar relevant een toelichting wordt gegeven met een nadere specificering en onderbouwing.
Er is bij de inrichtingskenmerken niet gewerkt met de termen
en
gehanteerd in CROW- publicatie 315
[2].
zoals inimaal en ideaal worden
als een te strak keurslijf gezien voor de GOW30. Daarvoor in de plaats is met de termen
en
gewerkt. Dit geeft de wegbeheerder en - ontwerper meer mogelijkheden en inzicht in keuzes.
Voor de inrichtingskenmerken is naast basiskenmerken uit CROW[2] ook gekeken naar vijf andere inrichtingskenmerken die voortkomen uit eerdere onderzoeken: –
Concept- opzet
evaluatie
GOW30,
Aanbevelingen
voor
onderzoek
naar
de
effecten
van
gebiedsontsluitingswegen met limiet 30 km/ h, door SWOV [3] –
Veilige Snelheden, Geloofwaardige Snelheidslimieten (VSGS), Hoe valide is de GS- bepaling met de VSGSmethode?, door SWOV [4]
–
Het nieuwe 30, Eindrapport data- onderzoek, door Goudappel en DTV Consultants [5]
Bij de (voorlopige) inrichtingskenmerken is niet specifiek ingegaan op inrichtingsaspecten van GOW30 wegen met bus of tram op de rijbaan of op een vrije baan. De voorgestelde inrichtingsvoorstellen kunnen voor het grootste deel ook op wegen met bus of tram worden toegepast. Over herinrichtingsplannen wordt vanzelfsprekend overleg gevoerd met belanghebbende partijen.
3.1 Wegvakken Bij de (voorlopige) inrichtingskenmerken voor wegvakken wordt onderscheid gemaakt naar de basiskenmerken en vijf overige inrichtingskenmerken. 3.1.1
Basiskenmerken w egvakken
In tabel 1 zijn de (voorlopige) inrichtingskenmerken GOW30 voor 13 van de 19 basiskenmerken voor wegvakken aangegeven en waar nodig aanscherpingen van de basiskenmerken voor de ETW30 en de GOW50. Vervolgens wordt
per
inrichtingskenmerk,
voor
zover
relevant,
een
toelichting
gegeven
afwijkingsmogelijkheden beschreven. Voor een GOW30 zijn geen richtlijnen voorgeschreven met betrekking tot basiskenmerken: J. Redresseerstrook, O. Hectometerpaaltjes, P. Reflectorpaaltjes, Q. Helling talud, R. Pechvoorzieningen en S. Draagkrachtige berm. Deze worden derhalve niet benoemd in de volgende tabel.
8
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
en
eventuele
Tabel 1 Basiskenmerken wegvakken
Basiskenmerk w egvak
Aanscherping
Inrichtingskenmerk GOW30
inrichtingskenmerk
GOW50
ETW30
Open of gedeeltelijk gesloten verharding: A. Verharding 1.
– –
Uitgangspunt: Open verharding (elementenverharding). Bij gesloten verharding een deel klinker- of klinkerachtige verharding.
n.v.t.
n.v.t.
B. Fysieke rijrichtingscheiding 2.
Geen fysieke rijrichtingscheiding (niet overrijdbaar obstakel) en geen juridische rijrichtingscheiding (witte onderbroken of ononderbroken asstreep).
Fysieke rijrichting- scheiding (niet overrijdbaar obstakel) bij 2x2 of meer rijstroken per rijrichting.
n.v.t.
C. Lengtemarkering 2.
Geen lengtemarkering anders dan voor fietsstroken. Vergevingsgezinde trottoirbanden direct langs rijbaan en fietsstrook.
Geen fiets- of suggestiestroken.
n.v.t.
D. Openbare verlichting
Openbare verlichting is aanwezig. Uitgangspunt: toepassen van lage lichtmasten.
n.v.t.
n.v.t.
E. Voorzieningen landbouw verkeer
Geen inrichtingskenmerk aanwezig
n.v.t.
n.v.t.
Oversteken op wegvakken is toegestaan voor langzaam verkeer. Uitgangspunt: verleiden/ stimuleren om geconcentreerd over te steken via oversteekvoorzieningen.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
F. Oversteken langzaam verkeer op w egvakken
Fietsoversteekvoorziening: zie inrichtingskenmerken kruispunten. G. Erfaansluitingen op de rijbaan
Erfaansluitingen op de rijbaan zijn toegestaan.
– H. Menging verkeerssoorten
–
–
–
Landbouw- en bromfietsverkeer zijn toegestaan op de hoofdrijbaan. Fietsers en snorfietsers rijden op fietsstroken (menging) of op een vrijliggend fietspad (geen menging). Voor voetgangers is een trottoir aanwezig (geen menging).
–
Voor voetgangers is een trottoir aanwezig (geen menging). Fietsers rijden op vrijliggend verplicht fietspad, parallelweg (ETW30) of alternatieve route (geen menging).
n.v.t.
–
Fietsvoorzieningen zijn aanwezig:
–
Vrijliggend verplicht fietspad, parallelweg of fietsers via een alternatieve route.
I. Fietsvoorzieningen 2.
– –
K. Obstakelafstand
Noodzakelijke obstakelafstand is aanwezig.
n.v.t.
n.v.t.
L. Ov- haltes (bus/ tram)
Halteren op de rijbaan (uitgangspunt)
n.v.t.
n.v.t.
Parkeren op de rijbaan niet toegestaan Parkeren naast een rijbaan met fietsstroken alleen met aanvullende voorzieningen.
–
M. Parkeren
Inrichtingskenmerken GOW30
Uitgangspunt: (rode) fietsstroken. In bestaande situaties is een vrijliggend fietspad ook mogelijk.
Geen haaks- of schuinparkeerruimte naast de rijbaan.
–
n.v.t.
9
Geen fietsstroken; Geen suggestiestroken met witte markering
N. Horizontaal en verticaal alignement
1. 2. 3.
10
Ontwerpsnelheid 30 km/ h. Uitgangspunt: Bij voorkeur korte rechtstanden 3. en verticale snelheidsremmers3. op overgangen, kruispunten en oversteekplaatsen.
n.v.t.
n.v.t.
Inrichtingskenmerk dat vermoedelijk bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h conform [3] Inrichtingskenmerk dat bijdraagt aan lagere snelheid conform [5] Inrichtingskenmerk dat bewezen bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h conform [4]
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Toelicht ing t abel 1 Basiskenmerken w egvakken A. Verharding –
Uitgangspunt: gehele dwarsprofiel in open verharding (elementenverharding). Elementenverharding zorgt voor een geloofwaardige snelheidslimiet van 30 km/ h en daardoor voor lagere gereden snelheden. Daarom is het uitgangspunt om het gehele dwarsprofiel in elementenverharding uit te voeren.
–
Afw ijkingsmogelijkheid: Asfalt mogelijk, maar w el een deel van het dwarsprofiel in klinker - of klinkerachtige verharding.
o
Op een GOW30 wordt in principe niet over het gehele dwarsprofiel asfalt toegepast. Vanwege redenen als geluid en trillingen, aanwezigheid van een belangrijke ov- route of een tramspoor, kan het niet haalbaar zijn om het gehele dwarsprofiel in klinkers uit te voeren. Ook is het vanwege fietscomfort niet wenselijk om fietsstroken in klinkers uit te voeren. Dan zijn alternatieve verhardingen mogelijk zoals deels klinker/ klinkerachtige verharding en deels asfaltverharding. Met klinkerachtige verharding wordt bedoeld een gesloten verharding van asfalt met een klinkerprint. Aandachtspunt hierbij is de civieltechnische uitdaging bij een overgang tussen asfalt en elementenverharding. Een mogelijk dwarsprofiel is een rijbaan met twee smalle rijlopers in asfalt en een smalle middenstrook en/ of rabatstroken in klinker- of klinkerachtige verharding. Hoe minder klinkers of klinkerachtige verharding in het dwarsprofiel wordt toegepast hoe meer aandacht zal moeten worden besteed aan de andere weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid (rijbaanbreedte en aanwezigheid fysieke snelheidsremmers). Bij voorkeur het asfalt uitvoeren in een andere textuur en/ of kleur dan standaard zw art.
o
Gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/ h (GOW50) worden over het algemeen uitgevoerd in asfalt met een standaard slijtlaag. Om het onderscheid tussen GOW30 en GOW50 te vergroten wordt bij voorkeur een andere (in textuur en/ of kleur) dan de standaard slijtlaag aangebracht. B. Fysieke rijrichtingscheiding –
Uitgangspunt: geen fysieke rijrichtingscheiding (niet overrijdbaar obstakel) en geen juridische rijrichtingscheiding (w itte onderbroken of ononderbroken asstreep). Een fysieke of juridische rijrichtingscheiding is een kenmerkend element van een GOW50. Het toepassen van een rijrichtingscheiding bij de GOW30 zou verwarring met een GOW50 kunnen geven. Een bolgestrate overrijdbare klinkerachtige middenstrook op een GOW30 is wel mogelijk.
–
Afw ijkingsmogelijkheid o
Toepassen van een brede middenberm is mogelijk als rijrichtingscheiding Een brede middenberm met een groenvoorziening, vrije busbaan of parkeervoorziening kan net als bij een ETW30 of GOW50 voorkomen bij een GOW30. Er is hier feitelijk sprake van twee eenrichtingswegen. Let hierbij op dat: •
op een rijbaan voor tweerichtingsverkeer kunnen hulpdiensten bij calamiteiten redelijk eenvoudig inhalen. In het geval van een brede middenberm is dit moeilijker. In dat geval zullen in overleg met de hulpdiensten indien nodig compenserende (inrichtings- )
Inrichtingskenmerken GOW30
11
maatregelen moeten worden gezocht om aanrijtijden te kunnen blijven halen. Gedacht kan worden aan een half verharde berm. •
de aanwezigheid van een middenberm kan leiden tot een hogere snelheid. Het is daarom van belang dat de weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid (rijbaanbreedte, type verharding, aanwezigheid fysieke snelheidsremmers) op een juiste wijze in de inrichting worden toegepast.
Aanscherping GOW50 : –
Fysieke rijrichtingscheiding (niet overrijdbaar obstakel) bij 2x2 of me er rijstroken per rijrichting In de huidige basiskenmerken is dit alleen bij het ideale beeld weergegeven. Vanuit veiligheid is het logischer om dit als uitgangspunt te nemen.
C. Lengtemarkering –
Uitgangspunt: o
Geen lengtemarkering anders dan voor fietsstroken Witte lengtemarkering (as- en kantmarkering) ondersteunt gemotoriseerd verkeer om harder te kunnen rijden [5]. Bovendien lijkt een GOW30 bij toepassing van witte lengtemarkering te veel op een GOW50. Voor de belijning van fietsstroken wordt een uitzondering gemaakt. Een fietsstrook moet namelijk zijn voorzien van een fietssymbool en witte lengtemarkering om te voldoen aan de juridische status. Stroken bestaande uit een andere kleur en/ of verhardingsmateriaal mogen wel worden toegepast.
o
Vergevingsgezinde trottoirbanden direct langs rijbaan en fietsstrook Trottoirbanden direct naast de rijbaan zorgen voor een visueel smallere rijbaan en daardoor waarschijnlijk iets lagere snelheid. Deze trottoirbanden moeten vergevingsgezind zijn bij een fietsstrook, ten behoeve van hulpdiensten en bij laden en lossen of parkeren buiten de rijbaan.
–
Afw ijkingsmogelijkheid: o
Toepassen van deelstrepen in het geval van vrijliggende ov- baan In situaties waarbij een vrijliggende ov- baan naast een GOW30 ligt, mogen deelstrepen worden toegepast afhankelijk van de toegestane maximumsnelheid van het openbaar vervoer. •
In geval van een hoger snelheidslimiet van 50 km/ h wordt aanbevolen geen deelstrepen toe te passen maar een fysieke scheiding. De hogere snelheid past niet in het verwachtingspatroon van overstekende weggebruikers op de GOW30.
•
In geval van een snelheidslimiet gelijk aan 30 km/ h wordt een ononderbroken deelstreep aanbevolen tussen aanliggende ov- baan en GOW30.
o
Toepassen niet- vergevingsgezinde trottoirbanden Als het zeer onwaarschijnlijk is dat hinder ontstaat voor fietsers, hulpdiensten, laden en lossen en/ of parkerende voertuigen, kan volstaan worden met niet- vergevingsgezinde trottoirbanden. Tussen fietsstroken en trottoir worden vergevinggezinde banden toegepast. Tussen de rijbaan en de verhoogde parkeerplaatsen langs de rijbaan worden deze eveneens toegepast.
12
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Aanscherping GOW50: –
Geen fiets- of suggestiestroken Hiermee wordt het verschil met een GOW30 duidelijker.
–
Deelstrepen bij tw ee of meer rijstroken per rijrichting In de huidige basiskenmerken is dit alleen bij het ideale beeld weergegeven. Vanuit veiligheid is het logischer om dit als uitgangspunt te nemen.
D. Openbare verlichting –
Uitgangspunt: lage lichtmasten zijn aanw ezig Net als op een GOW50 en ETW30 is openbare verlichting aanwezig. Aanbevolen wordt om niet de standaard hoge lichtmasten als bij een GOW50 toe te passen, maar te kiezen voor de lagere exemplaren die worden toegepast op een ETW30. Reden voor het toepassen van lage lichtmasten is dat deze meer de indruk geven van een verblijfsgebied, waar een lagere snelheid van toepassing is.
E. Voorziening landbouw verkeer Net als op een GOW50 en ETW30 zijn er geen speciale voorzieningen voor landbouwverkeer aanwezig. F. Oversteken langzaam verkeer op w egvak Oversteken op wegvakken is toegestaan voor langzaam verkeer/ voetgangers. –
Uitgangspunt: verleiden/ stimuleren om over te steken bij voetgangersoversteekvoorzieningen Op een GOW50 vindt oversteken door voetgangers zoveel mogelijk plaats bij kruispunten of ongelijkvloers. Als (gelijkvloers) op wegvakken wordt overgestoken, dan moet daarvoor een voorziening worden getroffen (bijvoorbeeld zebrapad op een plateau of middeneiland zodat in twee fasen kan worden overgestoken). Op een ETW is het toegestaan op wegvakken over te steken waarbij geen voorzieningen zijn vereist. De GOW30 ligt qua oversteken tussen GOW50 en ETW30 in.
Voetgangersoversteekvoorzieningen
worden
bij
voorkeur
uitgevoerd
als
zebrapad
of
met
kanalisatiestrepen of eventueel met verkeerslichten. Bij voorkeur wordt de oversteekvoorziening ook voorzien van een snelheidsremmer of een maatregel t.b.v. attentieverhoging. De snelheidsremmer kan bestaan uit een verticale maatregel (plateau of drempel) en/ of horizontale maatregel (uitbuiging). De attentieverhoging kan bestaan uit een vlak in een afwijkende verharding en/ of kleur. Fietsoversteekvoorziening In geval van een fietsoversteekvoorziening is er sprake van een kruispunt. Zie hiervoor de inrichtingskenmerken kruispunten - Kruispunt GOW30 met solitair fietspad.
G. Erfaansluiting op rijbaan Net als bij een ETW30 zijn erfaansluitingen op de rijbaan toegestaan.
Inrichtingskenmerken GOW30
13
H. Menging van verkeer Op een GOW30 zijn gemotoriseerd- , landbouw- en bromfietsverkeer toegestaan op de hoofdrijbaan. Fietsers en snorfietsers rijden op fietsstroken of op een vrijliggend fietspad
I. Fietsvoorzieningen ).
Voor voetgangers is een trottoir aanwezig. Aanscherping GOW50 : –
Voor voetgangers is een trottoir aanw ezig (geen menging) In de huidige basiskenmerken is dit nog niet expliciet aangegeven in het ideaalbeeld. Voorgesteld wordt om dit alsnog expliciet te doen.
–
Fietsers rijden op een vrijliggend verplicht fietspad, parallelw eg (ETW30) of alternatieve route Z
I. Fietsvoorzieningen –
Uitgangspunt: o
Fietsvoorzieningen zijn aanw ezig De wegcategorie gebiedsontsluitingsweg (en de bijbehorende hoeveelheid autoverkeer) maakt fietsvoorzieningen noodzakelijk om de veiligheid van fietsers te waarborgen. Voor de herkenbaarheid is het aan te bevelen om alleen op een GOW50 vrijliggende fietspaden toe te passen en op een GOW30 alleen fietsstroken. Echter, wanneer in de bestaande situatie al een vrijliggend fietspad aanwezig is, is het niet logisch om dat fietspad te vervangen voor een fietsstrook. Vrijliggende fietspaden zijn voor fietsers immers veiliger dan fietsstroken. De aanwezigheid van vrijliggende fietspaden kan eventueel leiden tot een hogere snelheid. Het is van belang dat de weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid (rijbaanbreedte, type verharding, aanwezigheid fysieke snelheidsremmers) op een juiste wijze in de inrichting worden toegepast.
Fietsstraten Een fietsstraat wordt niet als een inrichtingsmogelijkheid voor een GOW30 gezien. In een fietsstraat is de fietser dominant en is gemotoriseerd verkeer te gast. Dit is niet in lijn met de gebiedsontsluitende functie van een GOW30.
o
Zorg voor voldoende brede fietsstroken Op grijze wegen is over het algemeen geen ruimte voor fietspaden. Fietsstroken zijn dan de enige mogelijkheid om de positie van fietsers te verduidelijken. Deze fietsstroken moeten dan wel voldoen aan bestaande CROW- aanbevelingen [6,7]. De voorgeschreven maatvoering van fietsstroken is minimaal 1,70 meter en ideaal 2,20 meter. Uitgangspunt voor deze afmetingen is, dat de strook breed genoeg is voor twee fietsers naast elkaar. Het kan daarbij gaan om twee fietsers, die voor de gezelligheid naast elkaar willen fietsen, om een volwassene, die een kind begeleidt of om een snellere fietser, die een langzame fietser wil inhalen.
14
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Aanscherping GOW50 : –
Vrijliggend verplicht fietspad of fietsers via een alternatieve route. Voorgesteld wordt om de basiskenmerken voor GOW50 aan te scherpen met toepassen van een vrijliggend verplicht fietspad en de optie voor het toepassen van fietsstroken te laten vervallen om het verschil met een GOW30 beter kenbaar te maken. Dit betekent niet dat alle GOW50 wegen zonder vrijliggende fietspaden per definitie een GOW30 moeten worden. Hier kan een heroverweging worden gemaakt met behulp van het afwegingsschema uit CROW- publicatie [1]. Zo is het behouden van het wegtype GOW50, inclusief herinrichting met vrijliggende fietspaden, ook een mogelijkheid. Daarnaast is het uiteraard mogelijk fietsers via een parallelweg of een alternatieve route te leiden.
Aanscherping ETW30: –
Geen fietsstroken Voorgesteld wordt om de basiskenmerken voor een ETW30 aan te scherpen door deze aan te passen in 'geen fietsstroken op ETW30', tenzij het een fietsstraat betreft. In de huidige basiskenmerken ETW30 staat dat een fietsstrook zonder witte lengtemarkering is toegestaan. Een witte lengtemarkering is echter een wettelijk vastgelegd element van een fietsstrook (naast een fietssymbool). Daardoor zijn de basiskenmerken op dit punt onduidelijk. Voorgesteld wordt deze onduidelijkheid uit de basiskenmerken te halen door fietsstroken geen basiskenmerk te laten zijn op een ETW30, tenzij het een fietsstraat betreft. Daarmee wordt het onderscheid tussen ETW30 en GOW30 ook duidelijker.
Omdat door de aanscherping van GOW50 én ETW30 wat betreft fietsstroken, alleen fietsstroken nog een basiskenmerken is van een GOW30 kan dit een herkenbaarheidskenmerk van een GOW30 worden.
K. Obstakelafstand Net als bij de minimale variant van een GOW50, zoals beschreven in CROW[2], wordt aanbevolen dat alleen noodzakelijke obstakelafstand aanwezig is. L. Ov- haltes (bus en tram) –
Uitgangspunt: halteren op de rijbaan Dit heeft de voorkeur vanwege de doorstroming van het openbaar vervoer. Er zijn situaties denkbaar (haltes met zeer lange halteertijd of tijdshaltes) dat halteren buiten de rijbaan gewenst is vanwege de doorstroming van met name nood- en hulpdiensten. o
In geval van een fietsstrook: bij voldoende ruimte de fietsstrook uitbuigen om de halte In geval van onvoldoende ruimte de ov- halte buiten de fietsstrook situeren. In het uiterste geval de fietsstrook lokaal onderbreken ter hoogte van de ov- halte.
o
Maatregelen nemen die passeren van een halterende bus door motorvoertuigen voorkomen Het passeren van een halterende bus kan leiden tot conflicten tussen de passerende motorvoertuigen en tegemoetkomend verkeer (met name fietsers). Om dit te voorkomen kan een lokaal inhaalverbod worden ingesteld door middel van bebording en/ of een ononderbroken streep tussen middenstrook en tegengestelde fietsstrook. Hulpdiensten kunnen zo nog wel passeren.
Inrichtingskenmerken GOW30
15
M. Parkeren –
Uitgangspunt: parkeren op de rijbaan niet toegestaan Vanwege de gewenste doorstroming wordt parkeren op de rijbaan niet aanbevolen. Parkeren naast de rijbaan is wel mogelijk (bij voorkeur langsparkeren of schuin achterwaarts parkeren). Langsparkeren
o
Schuin achterwaarts parkeren
Parkeren naast de rijbaan is in de volgende situaties mogelijk: •
geen fietsstroken op de rijbaan: langsparkeren (of schuin achterwaarts parkeren) en bij voorkeur geen schuin- of haaksparkeren.
•
met fietsstroken op de rijbaan: alleen langsparkeren ( of schuin achterwaarts parkeren) in combinatie met een extra schrikstrook en uitstapstrook tussen fietsstrook en parkeervak.
Aanscherping GOW50: –
Geen haaks- of schuinparkeren naast de rijbaan De huidige basiskenmerken staan dit niet toe in combinatie met fietsstroken, maar ook zonder fietsstroken is dit onveilig en is het voorstel dit niet toe te staan.
N. Horizontaal en verticaal alignement Uitgangspunt: –
De ontw erpsnelheid is 30 km/ h
–
Bij voorkeur korte rechtstanden [4] Bij herinrichting van bestaande wegen is het vanwege ruimtelijke beperkingen meestal niet mogelijk rechtstanden te verkorten.
–
Bij voorkeur verticale snelheidsremmers [3] op overgangen, kruispunten en oversteekplaatsen Het is nodig om de snelheid te remmen op overgangen, kruispunten en oversteekplaatsen. Verticale snelheidsremmers zorgen voor een geloofwaardige snelheidslimiet van 30 km/ h en daardoor voor lagere daarom gewenst op overgangen (60-
snelheden
30 en 50- 30) en bij kruispunten en oversteekplaatsen. Hoe minder verticale snelheidsremmers worden toegepast (bijvoorbeeld op busroutes) hoe meer aandacht zal moeten worden besteed aan de andere weginrichtingsaspecten,
die
van
invloed
zijn
op
de
geloofwaardigheid
van
de
maximumsnelheid (rijbaanbreedte, type verharding) om de snelheid te beperken tot 30 km/ h.
16
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
toegestane
3.1.2
Overige kenmerken w egvakken
In tabel 2 zijn de (voorlopige) inrichtingskenmerken van een GOW30 voor wegvakken aangegeven voor de vijf overige kenmerken. Vervolgens wordt per inrichtingskenmerk, voor zover relevant, een toelichting gegeven en eventuele afwijkingsmogelijkheden beschreven.
Tabel 2 Overige kenmerken wegvakken
Overig kenmerk w egvak
Rijbaanbreedte 1.
Inrichtingskenmerk Smal profiel met fietsstroken = 5,80
8,40 meter
Breed profiel met fietsstroken = 4,40
10,70 meter
Profiel met vrijliggend Afwisselend wegbeeld (beeld van rijbaan en berm gezamenlijk). Wegbeeld 2.
Uitgangspunt: Geen lang ononderbroken beeld van de rijbaan tussen kruisen oversteekpunten. Uitgangspunt: Afwisselend beeld van de berm.
Voorzieningen voor
Uitgangspunt: In geval van afgesproken specifieke hulpdienstroutes moeten
hulpdiensten
er mogelijkheden zijn voor de hulpdiensten om te kunnen inhalen/ passeren.
Uitgangspunt: Laden en lossen buiten de rijbaan en de fietsstroken Laden en lossen
Indien er een vrijliggend fietspad aanwezig is én geen middenberm, dan eventueel wel op de rijbaan.
1. 2.
Inrichtingskenmerk dat bewezen bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h conform [4] Inrichtingskenmerk dat bijdraagt aan lagere snelheid conform [5]
Toelicht ing t abel
kenmerken w egvakken
Rijbaanbreedte De breedte van de rijbaan draagt sterk bij aan een geloofwaardige snelheidslimiet van 30 km/ h en daardoor aan lagere gereden snelheden [4]. Echter, wanneer het gaat om een belangrijke ov- route, specifieke hulpdienstroute of veel fiets- en gemotoriseerd verkeer op een GOW30, kan een breder profiel gewenst zijn. Dit kan enigszins ten koste gaan van de geloofwaardigheid van de snelheid van 30 km/ h. Hoe breder de rijbaan hoe hoger de snelheid wordt. Het is daarom van belang dat de weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid (type verharding, aanwezigheid fysieke snelheidsremmers) op een juiste wijze in de inrichting worden toegepast om de snelheid te beperken tot 30 km/ h. Uitgangspunt voor de verhardingsbreedte is, dat deze minimaal 5,80 meter moet zijn om twee vrachtwagens elkaar stapvoets te kunnen laten passeren. Dit geldt zowel voor een GOW30 met fietsstroken als met
Inrichtingskenmerken GOW30
17
vrijliggende fietspaden. De maat 5,80 meter is daarnaast ook de ideale rijbaanbreedte voor een ETW30 voor gemengd verkeer en de minimale rijbaanbreedte voor een GOW50 conform de ASVV 2021 [10]. Een smallere verhardingsbreedte dan 5,80 meter wordt sterk afgeraden. Conform CROW- Fietsberaadnotitie Aanbeveling fiets- en kantstroken [6] kunnen dan geen fietsstroken meer worden toegepast. Er is dan dus sprake van een rijbaan zonder fietsvoorzieningen. In dat geval moet worden heroverwogen of een GOW30 de juiste keuze is of dat wellicht sprake is van een ETW30. Om te bepalen welk profiel gewenst is in een concrete situatie, combineren we twee invalshoeken. Enerzijds het gewenste profiel op basis van de auto- intensiteit, anderzijds op basis van de beschikbare effectieve verhardingsbreedte. Voor de maatgevende passeersituatie van weggebruikers (en de frequentie waarmee dit voor komt) en de bijbehorende grotere breedtematen wordt verwezen naar CROW- Fietsberaadnotitie Aanbeveling fiets- en kantstroken Voor een GOW30 maken we onderscheid tussen drie verschillende dwarsprofielen, waarvan de dwarsprofielen met fietsstroken overeenkomstig zijn met CROW- Fietsberaadnotitie Aanbeveling fiets- en kantstroken [6]: 1.
GOW30 met fietsstroken met een smalle middenrijloper voor autoverkeer in twee richtingen;
2.
GOW30 met fietsstroken met een brede middenrijloper voor autoverkeer in twee richtingen;
3.
GOW30 met een vrijliggend fietspad en een rijloper voor autoverkeer in twee richtingen.
Ad 1. GOW30 met fietsstroken met een smalle middenrijloper voor autoverkeer in twee richtingen Dit profiel wordt gekenmerkt door fietsstroken en een smalle middenrijloper voor motorvoertuigen in twee
automobilisten bewust uitwijken over de fietsstrook. Als er op dat moment een fietser gebruikmaakt van de fietsstrook, moet de automobilist achter de fietser blijven tot de tegenligger gepasseerd is. Om dit gewenste gedrag duidelijk te maken aan de weggebruikers is de middenrijloper smaller dan 3,80 meter. Een breedte tussen 3,80 en 4,80 moet bij voorkeur vermeden worden. Middenrijlopers met deze breedte geven namelijk de minste duidelijkheid over het gewenste gedrag van automobilisten. Versmallen kan hier eenvoudig, door de
In dit profiel is nauwelijks nog sprake van een scheiding tussen fietsers en motorvoertuigen. Afhankelijk van het aantal tegenliggers maken automobilisten veelvuldig gebruik van de fietsstrook. De fietsstrook is vooral bedoeld om de aanwezigheid van fietsers te benadrukken en het gewenste inhaalgedrag van automobilisten te faciliteren.
18
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Vanwege de sterke mate van menging is dit profiel met name geschikt voor de GOW30. De bijbehorende maximumsnelheid is 30 km/ h en de maximale auto- intensiteit 6.000 motorvoertuigen per etmaal.
Ad 2. GOW30 met fietsstroken met een brede middenrijloper voor autoverkeer in twee richtingen Dit profiel wordt gekenmerkt door fietsstroken en een brede rijloper zonder asmarkering voor motorvoertuigen
die elkaar met gematigde snelheid kunnen passeren zonder gebruik te maken van de fietsstroken. Als er echter een bus of vrachtauto uit de tegenrichting komt, moet minimaal één van de bestuurders uitwijken over een fietsstrook.
Er is in dit profiel geen sprake meer van exclusieve dom einen voor fietsers en voor motorvoertuigen. Een maximumsnelheid van 30 km/ h is wenselijk, omdat automobilisten regelmatig moeten anticiperen op fietsers en tegenliggers. Om dezelfde reden is het wenselijk de auto- intensiteit te beperken tot maximaal 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Vooral het aantal bussen en vrachtwagens is bepalend voor het functioneren van dit profiel. Voor de gewenste rijbaanbreedte ten behoeve van het openbaar vervoer wordt verwezen naar het CROW-
Wegontwerp voor openbaar vervoer
.
Ad 3. GOW30 met een vrijliggend fietspad en een rijl oper voor autoverkeer in tw ee richtingen Dit profiel wordt gekenmerkt door vrijliggende fietspaden en een rijbaan van minimaal 5,80 meter breed, zonder asmarkering en voor motorvoertuigen in twee richtingen. De rijbaan is breed genoeg voor twee personenaut uit tegenovergestelde richting, die elkaar met gematigde snelheid kunnen passeren. Minimale breedte bij ov- routes In het geval van een belangrijke ov- route is de rijbaanbreedte van 5,80 meter te smal voor twee bussen om elkaar uit tegenovergestelde richting veilig te passeren. Voor meer informatie over de gewenste rijbaanbreedte ten behoeve van het openbaar vervoer wordt verwezen naar het CROWopenbaar vervoer
Wegontwerp voor
. Hier geven wij alleen de gewenste rijbaanbreedte ten behoeve van het openbaar vervoer
is voor een: –
ETW30: 6,50 meter
–
GOW50: 7,00 meter
De benodigde breedte gaat ten koste van de geloofwaardigheid van de snelheid van 30 km/ h. Hoe breder de rijbaan hoe hoger de snelheid wordt. Het is daarom van belang dat de weginrichtingsaspecten, die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid (type verharding, aanwezigheid fysieke
Inrichtingskenmerken GOW30
19
snelheidsremmers), op een juiste wijze in de inrichting worden toegepast om de snelheid te beperken tot 30 km/ h. Aanbevolen wordt om bij een GOW30 de rijbaanbreedte van een ETW30 aan te houden. Voorbeelden dwarsprofiel met vrijliggende fietspaden ter illustratie In de onderstaande illustratie zijn twee typen dwarsprofielen weergegeven van een GOW30 met een vrijliggend fietspad. Hierbij is alleen de rijbaan van de GOW30 weergegeven en niet de naast de weg aanwezige fietspaden of parallelwegen. –
Linker illustratie: rijbaanbreedte van 5,80 meter die geheel is uitgevoerd in elementenverharding (basiskenmerk A).
–
Rechter illustratie: totale rijbaanbreedte van 5,80 meter met een beperkt deel elementenverharding (breedte middenstrook = 0,50 meter en breedte rabatstroken = 2 x 0,35 meter) en twee rijlopers van 2,30 meter. De breedte van de rijlopers komt overeen met de maximale spoorbreedte van een vrachtauto met aanhanger. De maximale spoorbreedte van een ov- bus bedraagt 2,04. Wanneer een bredere rijbaan gewenst is wordt aanbevolen eerst de middenstrook en/ of rabatstroken te verbreden, alvorens de rijlopers.
Wegbeeld Zoals beschreven bij de aandachtspunten in paragraaf 2.2 wordt de geloofwaardigheid van de toegestane maximumsnelheid van 30 km/ h voor een groot gedeelte bepaald door de omgevingsfactoren van de weg en de lengte van de rechtstand. Belangrijk hierbij is dat er gezorgd wordt voor een afwisselend wegbeeld (beeld van rijbaan en wegkant gezamenlijk). –
Uitgangspunt: o
Geen lang ononderbroken beeld van de rijbaan tussen kruispunten en/ of oversteekpunten Bij een lang ononderbroken beeld van de rijbaan tussen kruispunten en oversteekpunten zal de snelheid omhooggaan. Om de snelheid in deze situaties zoveel mogelijk te beperken tot 30 km/ h wordt voorgesteld het primaire blikveld (de rijbaan) te onderbreken door bijvoorbeeld een afwijkende verharding en/ of kleur van het wegdek.
20
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Figuur 2 Voorbeeld wegvak tussen kruispunten en oversteekplaatsen ter voorkoming eentonig beeld van rijbaan - boven: met fietsers op de rijbaan - onder: zonder fietsers op de rijbaan
o
Afw isselend beeld van de w egkant Bij een eentonig/ repeterend beeld van de wegkant zal de snelheid omhooggaan. Daarom wordt aanbevolen het secundaire blikveld (de wegkant) afwisselend te maken door verschillende objecten en groen langs de weg op wisselende afstand van de rijbaan te plaatsen.
Voorzieningen voor hulpdiensten –
Uitgangspunt: in geval van afgesproken specifieke hulpdienstroutes moeten de reddingsvoertuigen (politie, brandw eer, ambulance) kunnen halen. Bij tweerichtingsverkeer is inhalen door hulpdiensten bij calamiteiten mogelijk. In het geval van een dwarsprofiel van 2x1 (2 rijbanen met 1 rijstrook gescheiden door een middenberm) kunnen in overleg met de hulpdiensten indien nodig compenserende inrichtingsmaatregelen worden gezocht om aanrijtijden te kunnen blijven halen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een half verharde berm. Zie hiervoor ook CROW- publicatie 165 'Hulpdiensten snel op weg [8].
Voorzieningen voor laden en lossen –
Uitgangspunt: Laden en lossen buiten de rijbaan en buiten de fietsstroken. In verband met de doorstroming van gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en fietsers gaat de voorkeur uit naar laden en lossen buiten de rijbaan. o
Indien er een vrijliggend fietspad aanw ezig is én geen middenberm, dan eventueel w el op de rijbaan. In dat geval is de doorstroming en verkeersveiligheid voor fietsers niet in het geding. Gemotoriseerd verkeer kan via de andere weghelft passeren.
Inrichtingskenmerken GOW30
21
3.2 Kruispunten In tabel 3 zijn de voorkeurskruispuntvormen voor een kruispunt in een GOW30 weergegeven. Voor de voorkeurskruispuntenvormen tussen de andere wegcategorieën wordt verwezen naar CROW- publicatie 315 Basiskenmerken wegontwerp, Categorisering en inrichting van wegen [2]. Tabel 3 Voorkeurskruispuntvormen GOW30 met andere wegtypen
Kruispunt GOW30
Kruispuntvorm
met een erf
Uitrit 1.
Gebaseerd op kruispuntvorm: GOW50 met erf en ETW30 met erf
Bij voorkeur uitrit of voorrangskruispunt 2. (met voorrang voor met een ETW30
GOW30) of eventueel een kruispunt met een
GOW50 met ETW30
4.
verkeersregelinstallatie met een GOW30
Bij voorkeur rotonde; eventueel voorrangskruispunt 2. 3. of een
GOW50 met
kruispunt met een verkeersregelinstallatie4..
GOW50
Bij voorkeur rotonde; eventueel voorrangskruispunt (met met een GOW50
voorrang voor GOW50) of een kruispunt met een verkeersregelinstallatie
met een ov- baan
met een fietsstraat
met een solitair fietspad
GOW50 met GOW50
Voorrangskruispunt 5. of een kruispunt met een
GOW50 met ov-
verkeersregelinstallatie
baan
Voorrangskruispunt 6., of een kruispunt met een
GOW50 met
verkeersregelinstallatie of (fiets)rotonde
fietsstraat
Voorrangskruispunt 6, of een kruispunt met een
GOW50 met solitair
verkeersregelinstallatie of (fiets)rotonde
fietspad
1. 2.
voor de vormgeving wordt verwezen naar [9]. het voorrangskruispunt wordt voorzien van een kruispuntplateau (verhoogd). Het voorrangskruispunt wordt
3.
het voorrangskruispunt wordt voorzien van een kruispuntvlak (niet verhoogd) in een afwijkende verharding
4.
alleen indien nodig vanwege de verkeersafwikkeling en in principe geen afzonderlijke opstelstroken voor het verkeerslicht. voorrangsrichting voor ov- baan. voorrang afhankelijk van de functie in het netwerk.
5.
3.2.1
Voorbeelden en illustraties van kruispunten op een GOW30
In deze paragraaf zijn de inrichtingskenmerken van de kruispuntvormen uit tabel 3 verder uitgewerkt in enkele voorbeelden met illustraties. Kruispunten met een vorm van voorrang Vanwege de gewenste doorstroming op een GOW30 wordt een vorm van voorrang toegepast op kruispunten van een GOW30 met een ETW30. De vorm van voorrang kan bestaan uit: –
een uitritconstructie (conform CROW- publicatie 344 Richtlijn drempels, plateaus en uitritten geldt dat bij het in- of uitrijden van de uitrit het overige verkeer voorgaat;
22
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
) waarbij
–
een voorrangskruispunt met bord B6 (
). Voor de toepassing van het bord B6 op
kruispunten tussen een GOW30 en een ETW30 of erf (30 km/ h- regime), in andere situaties dan bij een vrijliggende busbaan, vrijliggend fietspad, vrijliggend fiets- / bromfietspad of een hoofdfietsroute is een wijziging van de Uitvoeringsvoorschriften BABW (versie 1- 7- 2017) noodzakelijk. Zie paragraaf 3.4; –
een voorrangskruispunt met bord B7 (
) in situaties die voldoen aan paragraaf 4 van
Uitvoeringsvoorschriften BABW. Vormgeving voorrangskruispunt Het voorrangskruispunt (zonder verkeersregelinstallatie) wordt voorzien van: –
een kruispuntplateau (verhoogd) in een afwijkende verharding en/ of kleur of
–
een kruispuntvlak (niet verhoogd) in een afwijkende verharding en/ of kleur.
Voor de afwijkende verharding en/ of kleur op kruispuntplateau s en kruispuntvlakken kunnen uiteraard ook andere materialen of kleuren worden gebruikt dan weergegeven in de voorbeelden.
Figuur 3 Voorrangskruispunt GOW30 met ETW30 voorzien van een kruispuntplateau (verhoogd) in een afwijkende verharding en/ of kleur.
Figuur 4 Voorrangskruispunt GOW30 met ETW30 voorzien van een kruispuntvlak (niet verhoogd) in een afwijkende verharding en/ of kleur.
Figuur 5 Kruispunt GOW30 met ETW30 met uitritconstructies in een afwijkende verharding en/ of kleur. Bij een uitrit loopt het trottoir uiteraard door over de zijweg.
Inrichtingskenmerken GOW30
23
3.3 Overgangen In tabel 4 zijn de basiskenmerken voor overgangen tussen een GOW30 en andere wegtypen op wegvakken weergegeven. De overgangen tussen een GOW30 en een GOW70 of GOW80 (buiten de bebouwde kom) zijn weggelaten omdat een directe overgang vanwege het grote snelheidsverschil niet is toegestaan. Ook overgangen tussen de andere wegcategorieën zijn in de tabel weggelaten. Hiervoor wordt verwezen naar CROW- publicatie 315 Basiskenmerken wegontwerp, Categorisering en inrichting van wegen [2]. Tabel 4 Basiskenmerken overgangen tussen wegcategorieën op wegvakken
Kruispuntvorm
Gebaseerd op overgang:
erf naar GOW30
uitritconstructie met einde erfbord en met bord 30
erf naar ETW30
GOW30 naar erf
inritconstructie met erfbord
ETW30 naar erf
ETW30 naar GOW30 1.
poortconstructie
ETW30 naar GOW50
GOW30 naar ETW30 1.
poortconstructie
GOW50 naar ETW30
GOW30 naar GOW30
geen overgang (zelfde wegtype en snelheidsregime)
n.v.t.
GOW50 naar GOW30 2.
GOW30 naar GOW50 3.
ETW60 naar GOW30 4.
GOW30 naar ETW60 5.
1. 2. 3. 4. 5.
poortconstructie, met snelheidsremmende maatregel, met bord 30 bord einde 30 komgrens, met snelheidsremmende maatregel, met bord 30 komgrens, einde kombord, met bord 60
GOW50 naar GOW50
GOW50 naar GOW50
ETW60 naar GOW50
GOW50 naar ETW60
hoewel hetzelfde snelheidsregime geldt, is er wel een overgang van wegcategorie. hoewel het eenzelfde wegcategorie betreft is er wel een overgang naar een lager snelheidsregime. Vandaar een poortconstructie met snelheidsremmer. het betreft eenzelfde wegcategorie en er is een overgang naar een hoger snelheidsregime. Vandaar geen fysieke snelheidsremmer. Overgang van wegcategorie en snelheidsregime. Vanwege het lagere snelheidsregime een snelheidsremmer. Overgang van wegcategorie en snelheidsregime. Vanwege het hogere snelheidsregime geen fysieke snelheidsremmer.
3.4 30 km/ h bebording Een snelheidslimiet van 30 km/ h mag alleen worden toegepast op wegen met voornamelijk een verblijfsfunctie of in enkele specifieke uitzonderingssituaties conform de Uitvoeringsvoorschriften BABW (op het moment van publicatie geldt de Uitvoeringsvoorschriften BABW versie 1- 7- 2017 geldend van 01- 01- 2023). Omdat een GOW30 conform het afwegingskader een volledige verkeersfunctie of voornamelijk een verkeersfunctie heeft, zullen de Uitvoeringsvoorschriften BABW op dit punt moeten worden aangepast.
24
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Mogelijke 30 km/ h bebording op een GOW30 Voor het aangeven van de toelaatbare maximumsnelheid van 30 km/ h op een GOW30 zijn in principe twee mogelijkheden: –
Bord A1- 30 ) of
Dit bord geldt op het betreffende wegvak tot het RVV- bord A2- 30 ( tot en met het volgende kruispunt of tot een ander snelheidsregime wordt aangegeven. –
Bord A2- 30z
RVV code A01-
RVV-
code A01 30 ze) of het bord erf (RVV- code G05)
GOW30 regelen
zone
Aan beide bebordingsmogelijkheden zitten voor- en nadelen. Het is aan de wegbeheerder om per specifieke GOW30 situatie te bepalen welke 30 km/ h- bebording het beste past. Uit de evaluatiestudies GOW30 zou kunnen blijken dat er toch een voorkeur voor het ene of het andere bord is.
Argumenten toepassing –
(bord A1- 30):
Duidelijker hiërarchieverschil: Het hiërarchieverschil tussen ETW30 en GOW30 zou dan inrichting
naast de
ondersteund worden door verkeersborden. Een ETW30 blijft dan aangegeven met het
zonebord 30 (A1- 30zb) en een GOW30 wordt aangegeven met het ronde 30 km/ h- bord (A1- 30). Indien voor een GOW30 het zonebord wordt gebruikt is er op basis van bebording geen hiërarchieverschil meer tussen een ETW30 en een GOW30. –
Meer borden:
zone
–
- 30) worden herhaald. - 30zb):
Minder borden: Bij toepassing van het zonebord 30 is herhaling van het bord na elke zijweg niet nodig alhoewel af een toe een herhalingsbord of 30 km/ h symbool op het wegdek wel nodig kan zijn.
–
Beter uit te leggen: Weggebruikers zullen zich bij toepassing van het ronde 30 km/ h- bord afvragen wat het verschil is met het zonebord 30 op het moment dat zij een ETW30 verlaten en een GOW30 oprijden. De weggebruiker passeert dan eerst een bord einde zone 30 en passeert vervolgens een het ronde 30 km/ h bord. Dit kan vreemd overkomen. Bij toepassing van het zonebord 30 op een GOW30 ontstaat deze situatie niet.
Inrichtingskenmerken GOW30
25
4 Li t er at uur l i j st [1]
Afwegingskader 30 km/ h. Ede, CROW, 2021 (link)
[2]
Basiskenmerken wegontwerp, categorisering en inrichting van wegen. CROW- publicatie 315. Ede, CROW, 2012 (link)
[3]
Concept - opzet evaluatie GOW30, Aanbevelingen voor onderzoek naar de effecten van gebiedsontsluitingswegen met limiet 30 km/ h. SWOV- rapport R- 2021- 27. Den Haag, SWOV, 2021 (link)
[4]
Veilige Snelheden, Geloofwaardige Snelheidslimieten (VSGS). SWOV- rapport R- 2022- 5. Den Haag, SWOV, 2022 (link)
[5]
Het nieuwe 30, Eindrapport data- onderzoek. Goudappel i.s.m. DTV Consultants, Deventer, 2021 (link)
[6]
Aanbeveling fiets- en kantstroken. CROW- Fietsberaadnotitie. Ede, CROW, 2015 (link)
[7]
Ontwerpwijzer Fietsverkeer. CROW- publicatie 351. Ede, CROW, 2016 (link)
[8]
Hulpdiensten snel op weg. CROW- publicatie 165. Ede, CROW, 2002 (link)
[9]
Richtlijn drempels, plateaus en uitritten. CROW- publicatie 344. Ede, CROW, 2014 (link)
[10]
ASVV 2021. CROW- publicatie 740. Ede, CROW, 2021 (link)
[11]
Wegontwerp voor openbaar vervoer. CROW- kennisproduct. Ede, CROW, 2020 (link)
26
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Bi j l age 1 Sam en st el l i n g w er k gr o ep –
Gemeente Amsterdam
–
Gemeente Arnhem
–
Gemeente Groningen
–
Gemeente Hilversum
–
Gemeente Rotterdam
–
Gemeente Schagen
–
Vervoerregio Amsterdam, mede namens Landelijk Overleg Verkeersveiligheid (LOVG)
–
SWOV
–
CROW
–
VVN
–
Fietsersbond
–
ANWB
–
Samenwerkingsverband Decentrale OV- autoriteiten (DOVA)
–
Politie
–
Openbaar Ministerie CVOM
–
Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving
–
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlage 1 Samenstelling werkgroep
27
Bi j l age 2 Co n cep t - o p zet eval uat i e GOW30 van SWOV volgens Duurzaam Veilig doordat functie, vormgeving en gebruik van de weg niet eenduidig zijn. Een veilige snelheid en een geloofwaardige limiet zijn onmisbaar voor een duurzaam veilige weginrichting. SWOV heeft voor gebiedsontsluitingswegen (GOW) binnen de bebouwde kom een nieuwe wegcategorie met 30km/ h- limiet voorgesteld: de GOW30. Steeds meer gemeenten zijn van plan om binnen hun gemeente de GOW30 te introduceren. Een recent verschenen afwegingskader geeft wegbeheerders een handreiking bij het maken van keuzes voor de veilige snelheidslimiet. De gewenste vormgeving van de GOW30 zal nog nader worden uitgewerkt in een CROWwerkgroep; dit rapport doet alvast een eerste voorstel daarvoor. Om te bepalen of de implementatie van de GOW30 (het gewenste) effect heeft, is een evaluatie noodzakelijk. De opzet van een dergelijke studie staat centraal in dit rapport. Het betreft de opzet van een meerjarige onderzoeksperiode waarin wegbeheerders hun nieuw ingerichte GOW30 (laten) evalueren. Het plan is om op basis daarvan uiteindelijk een overkoepelende evaluatie uit te voeren van de GOW30 en van verschillende keuzes wat betreft de inrichting.
De centrale vraag voor dit rapport luidt: Hoe moet het evaluatieonderzoek worden opgezet en georganiseerd zodat de verkeersveiligheidseffecten van verschillende inrichtingsvarianten van de GOW30 onderzocht kunnen worden, zowel in individuele gemeenten als meer in het algemeen voor verschillende gemeenten gecombineerd? Voor de evaluatie kunnen de wegbeheerders gebruikmaken van drie onderzoeksvarianten. In volgorde van voorkeur zijn dit: 1. 2. 3.
voor- en na- onderzoek met controlegroep; voor- en na- onderzoek zonder controlegroep; vergelijkend onderzoek tussen twee (of meer) groepen zonder voormeting.
Voor evaluatie van hun GOW30- inrichting kunnen wegbeheerders gegevens verzamelen en analyseren over: – – – – – – –
verkeersintensiteit en - samenstelling; snelheid; ongevallen; conflicten; sluipverkeer; verkeersbeleving; parkeren.
De evaluatieopzet en de voorgestelde inrichtingskenmerken voor de GOW30 kunnen nog gewijzigd worden naar aanleiding van beslissingen van de CROW- werkgroep en input van gemeenten. Wegbeheerders die al gestart zijn met de implementatie van de GOW30 in hun gemeente zullen door SWOV benaderd worden om betrokken te raken bij de evaluatieopzet. Op deze manier kan SWOV de ontwikkelingen blijven volgen en data uitwisselen met gemeenten, bijvoorbeeld over ongevallen. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het uitvoeren van een overkoepelende evaluatie. Voor het hele rapport zie: https:/ / swov.nl/ system/ files/ publication- downloads/ R- 2021- 27.pdf
28
Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30
Co l o f o n Han d r eik in g voo r l op ig in r ich t in gsk enm er k en GOW30 Eindrapport uitgave Kennisplatform CROW, Ede versienummer Versie 1.0, april 2023 tekst Alex Roedoe, Mobycon Marc Schenk, Mobycon
Hillie Talens eindredactie Hillie Talens, CROW Stan Wolters, CROW
Over CROW CROW bedenkt slimme en praktische oplossingen voor vraagstukken over infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer in Nederland. Dat doen we samen met externe professionals die kennis met elkaar delen en toepasbaar maken voor de praktijk. CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie zonder winstoogmerk die investeert in kennis voor nu en in de toekomst. Wij streven naar de beste oplossingen voor vraagstukken van beleid tot en met beheer in infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid. Bovendien zijn wij experts op het gebied van aanbesteden en contracteren.
Bijlage 2 Concept-opzet evaluatie GOW30 van SWOV
29