5 %20Jaarverslag%20WHP%202021
Tekst van het document
Woonhygienische problematiek jaarverslag 2021 MAB - Verslag t/m 3e kwartaal van 2020 – Pagina 1
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 2
Achtergrond en samenvatting Woonhygiënische problematiek (WHP) De maatschappelijke zorg van GGD regio Utrecht richt zich op sociaal kwetsbare mensen. Het gaat om mensen die niet eenvoudig zelf de weg naar hulp weten te vinden, of de zorg juist mijden. Zij leiden regelmatig een gemarginaliseerd bestaan en zijn onvoldoende in staat om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien. Daarbij is er vaak sprake van meervoudige problematiek (zoals financiële problematiek, verwaarlozing, sociaal isolement, verward gedrag). Dit jaarverslag gaat over de meldingen die bij GGDrU in 2021 zijn binnengekomen vanwege huisvervuiling. Bij woonhygiënische problematiek (WHP) gaat het om mensen die hun woning ernstig vervuilen of problematisch verzamelen (hoarding). Deze mensen zijn vaak maatschappelijk geïsoleerd, vereenzaamd, kwetsbaar en vragen niet om hulp.
Aantal WHP-meldingen blijft stabiel In 2021 zijn 104 WHP-meldingen bij de GGDrU binnengekomen. Dit aantal is vergelijkbaar met de aantallen die eerdere jaren bij de GGDrU zijn gemeld. De meeste meldingen zijn door bezorgde burgers en familieleden gedaan (20%). Mogelijk is er in 2021 vanwege de corona-epidemie minder outreachend gewerkt door medewerkers van de wijkteams, in dit jaarverslag is namelijk een flinke afname te zien in het aantal WHP-meldingen afkomstig van de wijkteams (afname van 30% naar 14%). De 104 WHP-meldingen hebben betrekking op 101 personen. Het aandeel mannen is 62% en de gemiddelde leeftijd is 61 jaar (variërend van 30 tot 84 jaar). Circa 80% van de gemelde personen is alleenstaand. Bij de 20 gemelde personen die niet alleenstaand zijn, maken bij 6 personen (7% van het totaal) kleine kinderen deel uit van het huishouden.
WHP betreft hardnekkig problematiek Naast huisvervuiling speelt bij een derde van de betrokken personen ook psychische problemen mee en worden somatische klachten ook vaak genoemd. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat huisartsen/ziekenhuizen vaak ingezet worden om hulp te bieden bij de WHP-problematiek (24%). In de meeste gevallen is ook hulpverlening van het wijkteam (84%) ingeschakeld. Bijna één op de vijf personen met WHP-problematiek is al eens eerder bij de GGDrU aangemeld vanwege deze problemen. Bij 58% van de meldingen is het gelukt om de woning schoon te krijgen en indien nodig nazorg te regelen. Bij 31% is het niet gelukt om de woning schoon te krijgen maar is er wel nazorg ingezet. Helaas is bij 7 meldingen de interventie niet succesvol geweest en is het niet gelukt om de woning schoon te krijgen of nazorg te regelen. Bij 4 meldingen is een dwangtraject ingezet.
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 3
Woonhygiënische problematiek Mensen kunnen om verschillende redenen zichzelf en hun woonomgeving ernstig vervuilen. Vereenzaming maar ook psychische en lichamelijke achteruitgang, dementie, een verstandelijke beperking, psychiatrische aandoeningen, extreme dierenliefde, verzamelwoede of verslaving kunnen hieraan ten grondslag liggen. Als mensen hun woning laten vervuilen kunnen omwonenden daar veel last van hebben. De omwonenden hebben last van de stank of het ongedierte. Of ze maken zich zorgen om de leefsituatie van hun buurtgenoot. Vaak zijn deze mensen nog niet in contact met hulpverlening en willen ze (in eerste instantie) niet geholpen worden. Zowel burgers als hulp/dienstverlenende organisaties kunnen een melding doen bij de GGDrU. Dit kan telefonisch en digitaal. In onderstaande figuur staan de 20 gemeenten weergegeven (in paars) die in 2021 aangesloten zijn om gebruik te kunnen maken van de diensten van de GGDrU in de aanpak van woonhygiënische problematiek (WHP). Figuur 1. Aanpak van woonhygiënische problematiek door GGDrU
De meldingen die bij de GGDrU binnenkomen variëren van lichte tot ernstige vervuiling. Meestal gaat het om licht problematische woonhygiëne, maar soms zijn het ernstige woonproblemen of er is sprake van extreme vervuiling en/of hoarding. In veel gevallen lukt het door inspanning van de hulpverlening om met medewerking van de ‘veroorzaker(s)’ de hygiënische woonproblemen binnen aanvaardbare grenzen te brengen. Bij problematische woonhygiëne wordt altijd een traject ingezet gericht op zorg en hulpverlening. De intentie hierbij is om in overleg met de betrokkene(n) de vervuiling op vrijwillige basis aan te pakken. Als het niet lukt om iemand te bewegen om zelf of met hulp een einde te maken aan een ernstige onhygiënische toestand van de woning en/of tuin dan kan dwang worden toegepast. Dit traject is er op gericht de betrokkene(n) weer
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 4
een menswaardig bestaan te geven en recidive te voorkomen. Bij lichte vervuilingen is het niet mogelijk een ruiming af te dwingen. Uit preventief oogpunt is het echter wel belangrijk om de lichte vervuilingen niet te laten escaleren tot ernstige vervuilingen. Daarom is het van belang dat vroegtijdig contact met de betreffende bewoner wordt gelegd, waarbij vooralsnog het bieden van ondersteuning prioriteit heeft.
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 5
Resultaten WHP-meldingen Aantal meldingen In 2021 zijn 104 WHP-meldingen bij de GGDrU binnengekomen. Gemiddeld gaat het om ruim 8 WHP-meldingen per maand (zie zwarte lijn in figuur 2). Het aantal WHP-meldingen per maand varieerde van 5 tot 13 meldingen. Figuur 2. Aantal WHP meldingen per maand in 2021
Het aantal WHP-meldingen in 2021 komt overeen met de aantallen die in eerdere jaren bij de GGDrU zijn binnengekomen (zie figuur 3). Alleen in 2020 is er minder gemeld, mogelijk heeft dit te maken gehad met de coronacrisis en de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus tijdens de eerste lockdown.
Figuur 3. Aantal WHP-meldingen en unieke personen 2021 vergeleken met 2020-2018 120 100
Aantal
80 60 40 20 0 2018
2019 meldingen
2020
2021
unieke personen
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 6
De 104 WHP-meldingen hebben betrekking op 101 personen. Drie personen (3%) zijn in het afgelopen jaar vaker dan één keer gemeld. Bij één persoon ging het om twee verschillende melders die in eenzelfde periode een WHP-melding deden. Bij de andere twee personen kwam de tweede melding, respectievelijk 5 en 10 maanden later bij de GGDrU binnen. In de periode 2018-2020 zijn vergelijkbare aantallen gevonden van personen die tweemaal of vaker gemeld zijn.
Uit welke gemeente is de WHP-melding afkomstig? Tabel 1 laat het aantal WHP-meldingen zien dat in het afgelopen jaar is binnengekomen bij de GGDrU. In de tabel is te zien dat veel meldingen afkomstig zijn uit Stichtse Vecht, Amersfoort en Vijfheerenlanden (respectievelijk 22, 19 en 14 meldingen). Vergeleken met eerdere jaren zijn het aantal WHP-meldingen in Stichtse Vecht en Vijfheerenlanden iets toegenomen en het aantal meldingen in Nieuwegein en Zeist iets afgenomen.
Tabel 1. Aantal WHP-meldingen per gemeenten in 2021 vergeleken met 2018-2020 Aantal Aantal in Percentage in Percentage 2021 (%) 2018-2020 (%) Amersfoort 19 18,3 55 19,0 Baarn
5
4,8
11
3,8
Bunnik
2
1,9
5
1,7
De Bilt
6
5,8
13
4,5
De Ronde Venen
2
1,9
8
2,8
Eemnes
-
-
1
0,3
Houten
5
4,8
6
2,1
IJsselstein
3
2,9
6
2,1
Leusden
3
2,9
6
2,1
Lopik
2
1,9
9
3,1
Montfoort
-
-
1
0,3
Nieuwegein
8
7,7
41
14,2
Oudewater
-
-
-
-
Soest
3
2,9
16
5,5
Stichtse Vecht
22
21,2
35
12,1
Utrechtse Heuvelrug
-
-
8
2,8
Veenendaal
1
1,0
6
2,1
Vijfheerenlanden
14
13,5
16
5,5
Woudenberg
1
1,0
1
0,3
Zeist
8
7,7
32
11,1
13
4,5
289
100,0
Overige gemeenten Totaal
104
100,0
In bijlage 1 is een verdieping op tabel 1 te zien waarbij per gemeente aangegeven staat wie de melders zijn.
In Tabel 2 wordt het aantal unieke personen dat vanwege WHP-problematiek is aangemeld per gemeente getoond. In Baarn, Stichtse Vecht en Vijfheerenlanden ligt het gemiddeld
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 7
aantal meldingen per 10.000 inwoners van 18 jaar en ouder iets hoger terwijl in Veenendaal het aantal gemelde personen ver onder het gemiddelde ligt.
Tabel 2. Aantal unieke personen per gemeenten met WHP-problematiek in 2021 Aantal in 2021 19
Percentage (%) 18,8
Per 10.000 inwoners 1,55
Baarn
5
5,0
2,49
Bunnik
2
2,0
1,69
De Bilt
6
5,9
1,76
De Ronde Venen
2
2,0
0,56
Amersfoort
Eemnes
-
-
-
Houten
5
5,0
1,30
IJsselstein
2
2,0
0,75
Leusden
3
3,0
1,24
Lopik
2
2,0
1,75
Montfoort
-
-
-
Nieuwegein
8
7,9
1,55
Oudewater
-
-
-
Soest
3
3,0
0,80
Stichtse Vecht
21
20,8
4,07
Utrechtse Heuvelrug
-
-
-
Veenendaal
1
1,0
0,19
Vijfheerenlanden
13
12,9
2,89
Woudenberg
1
1,0
0,99
Zeist
8
7,9
1,57
Totaal
101
100,0
1,46
Wie is de melder? De meeste meldingen zijn door bezorgde burgers, familieleden (20%) gedaan, zie tabel 3. Andere melders zijn hulpverleners van woningcorporaties (18%), hulpverleners van wijkteams (14%) en politie (13%). Vergeleken met 2018-2020 zijn er meer WHP-meldingen binnengekomen van bezorgde burgers (was 15% en neemt toe naar 20%), de politie (was 7% en neemt toe naar 13%) en van medewerkers uit het ziekenhuis (was 2% neemt toe naar 11%). Het aantal WHPmeldingen van huisartsen (was 7% en neemt af naar 3%), woonbegeleiders (was 7% en neemt af naar 2%) en medewerkers van wijkteams (was 30% en neemt af naar 14%) is juist afgenomen in 2021. Mogelijk zijn er minder huisbezoeken afgelegd in 2021 vanwege de corona-epidemie en zou dit een verklaring kunnen zijn voor deze afname.
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 8
Tabel 3. Aantal meldingen per categorie melder bij WHP in 2021 Percentage Aantal
(%)
bezorgde burger
21
20,2
bemoeizorg
2
1,9
woonbegeleiding
2
1,9
maatschappelijk werk
1
1,0
gemeente
8
7,7
hulpverlener in sociaal domein (bijv. sociaal
14
13,5
hulpverlener in GGZ/verslavingszorg
5
4,8
GGDrU
2
1,9
politie
13
12,5
ziekenhuis
11
10,6
huisarts / huisartsenpost
3
2,9
medewerker woningcorporatie
19
18,3
medewerker financiële dienstverlening
3
2,9
Totaal
104
100,0
wijkteam)
Over wie is gemeld? Bij alle personen waarover een WHP-melding binnenkomt, wordt nagegaan of het recidive betreft. Er is sprake van een recidive melding als er in de afgelopen periode al eerder een melding van dezelfde persoon is binnengekomen. Bij 18% (18 personen) is dit het geval geweest. Dit percentage ligt lager vergeleken met 2018-2020, toen 25% van alle personen een recidive melding had.
Figuur 4. Percentage unieke personen met WHP-problematiek, uitgesplitst naar recidivisten 1% 6% 9%
2%
recidivist: eerste melding(en) in 2019/2020 recidivist: eerste melding(en) in 2019/2020 daarna één melding in 2021 recidivist: alleen in 2021
82%
recidivist: eerste melding meer dan 24 mnd geleden geen recidivist
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 9
Demografie Van de 101 unieke personen waar 104 WHP-meldingen van ontvangen zijn, betreft het 62% mannen en 38% vrouwen. In 2018-2020 was het aandeel mannen 61%. De gemiddelde leeftijd van de personen dat in 2021 is aangemeld, is 61,3 jaar. De leeftijd varieerde van 30 tot 84 jaar. Dit is vergelijkbaar met de gemiddelde leeftijd in 2018-2020. Circa 80% van de gemelde personen is alleenstaand. Bij de 20 gemelde personen die niet alleenstaand zijn, maken bij 6 personen (7% van het totaal aantal personen) kleine kinderen deel uit van het huishouden. Bijna 70% van de gemelde personen woont in een sociale huurwoning, 29% heeft een koopwoning, 1% heeft een andere woonsituatie.
Welke problematiek speelt er? In totaal zijn er van de 104 meldingen 216 redenen opgegeven waarom er zorgen zijn en/of hulp nodig is. Per melding zijn dit gemiddeld 2,1 redenen (percentages per melding tellen daarom niet tot 100% op). De meest genoemde reden naast woningvervuiling is psychische/psychiatrische problematiek (33%). Andere veel genoemde redenen zijn sociale problematiek (20%) en somatische problematiek (22%), zie verder Tabel 4.
Tabel 4. Redenen van de WHP-meldingen naar aantal en soort in 2021 Aantal keer Percentage genoemd (%) financiële problematiek
6
5,8
huisvestingsproblematiek
8
7,7
overlast somatische problematiek
7
6,7
23
22,1
psychische/psychiatrische problematiek
34
33,0
verslavingsproblematiek
8
7,7
sociale problematiek woon hygiëne problematiek Licht verstandelijke beperkt
21
20,2
104 5
TOTAAL
216
100 4,8 % telt niet op tot 100
Welke instantie is ingezet? Bij problematische woonhygiëne wordt altijd een traject ingezet gericht op zorg en hulpverlening. De intentie hierbij is om in overleg met de betrokkene(n) de vervuiling op vrijwillige basis aan te pakken. Bij het schrijven van dit jaarverslag zijn (nog) niet alle meldingen afgehandeld. Daarnaast is bij 16 meldingen na een huisbezoek beoordeeld dat verdere actie vanuit de GGDrU niet nodig is. Tabel 5 laat daarom van slechts 80 meldingen zien welke instanties zijn ingezet. In deze tabel is te zien dat hulpverleners van het wijkteam (84%) vaak worden ingezet bij huisvervuiling. Ook huisartsen/ziekenhuis (24%) en woonbegeleiders (21%) worden in veel gevallen gevraagd mee te helpen. Tenslotte is te zien dat ook hier vaak meerdere
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 10
instanties tegelijk ingezet worden (gemiddelde 2,1 instanties) en dat de percentages per melding daarom niet tot 100% optellen.
Tabel 5. Instanties die gezet zijn na een WHP-melding in 2021 Percentage Aantal
(%)
bemoeizorg
6
7,5
woonbegeleiding
17
21,3
maatschappelijk werk
2
2,5
gemeente
9
11,3
hulpverlener in sociaal domein (bijv. sociaal
67
83,8
hulpverlener in GGZ/verslavingszorg
14
17,5
hulpverlener verstandelijke beperking
1
1,3
politie
2
2,5
schoonmaakbedrijf
14
17,5
huisarts / huisartsenpost / ziekenhuis
19
23,8
medewerker woningcorporatie
14
17,5
Andere (zorg-)professional
2
2,5
Totaal
80
100,0
wijkteam)
Dwangtraject nodig geweest? Als het niet lukt om iemand te bewegen om zelf of met hulp een einde te maken aan een ernstige onhygiënische toestand van de woning en/of tuin dan kan dwang worden toegepast. In 2021 is bij 4 meldingen (4%) een dwangtraject nodig geweest. Dit percentage komt overeen met de percentages uit 2018-2020.
Situatie bij afsluiting? Voordat het WHP-dossier afgesloten wordt, vermeldt de procesregisseur de huidige situatie van de huisvesting. In de meeste gevallen blijft de betrokken persoon in de woning wonen (87%) danwel zonder extra hulp (20%) of juist met extra hulp (67%). Bij de andere meldingen is de betrokken persoon verhuisd (4%), in een instelling opgenomen (6%) of overleden (3%). Bij ruim de helft van alle afgesloten dossiers is de woning schoon achtergelaten . Bij 13% schoon zonder nazorg en bij 45% schoon met nazorg. Verder is bij 31% van de afgesloten dossiers de woning niet schoon achtergelaten maar is er wel nazorg ingezet. Bij 7 meldingen (10%) is het niet gelukt om de woning schoon te krijgen of hulp in te zetten omdat de betrokkene elke medewerking hieraan weigerde. Van deze 7 meldingen is bij twee meldingen een dwangtraject ingezet, één melding is doorgezet naar het Meld- en
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 11
Adviespunt van de GGDrU en bij één melding gaf mantelzorger aan dit verder op te pakken.
Figuur 5. Situatie van de woning bij afsluiting van het WHP-dossiers in 2021 35 30
Aantallen
25 20 15 10 5 0 Schoon met nazorg
Niet schoon met nazorg
Schoon zonder nazorg
In woning zonder hulp
In woning met hulp
Niet schoon zonder nazorg
WHP -Jaarverslag 2021 – Pagina 12
BIJLAGE 1 Supplement tabel 1 Aantal WHP-meldingen per gemeente in 2021 uitgesplitst naar melder. Aantal meldingen
Bezorgde buur/ burger
Politie
Ziekenhuis/ RAVU
Huisarts
Hulpverlener sociaal domein
Hulpverlener GGZ
Woongebeleider /bemoeizorg
gemeente
Wooncorporatie
Financiële dienstverlening
Andere (zorg-) professional
Amersfoort
19
4
2
1
0
4
1
1
2
2
1
1
Baarn
5
2
1
0
0
0
0
1
0
1
0
0
Bunnik
2
0
0
0
0
1
0
1
0
0
0
0
De Bilt
6
0
0
2
0
2
1
0
0
1
0
0
De Ronde Venen
2
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
1
Eemnes
-
Houten
5
3
0
1
0
1
0
0
0
0
0
0
IJsselstein
3
1
1
0
1
0
0
0
0
0
0
0
Leusden
3
2
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
Lopik
2
0
0
1
1
0
0
0
0
0
0
0
Montfoort
-
Nieuwegein
8
2
3
1
0
0
0
1
0
1
0
0
Oudewater
-
Soest
3
1
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
Stichtse Vecht
22
2
3
1
1
1
3
0
3
7
1
0
Utrechtse Heuvelrug
-
Veenendaal
1
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
Vijfheerenlanden
14
2
2
2
0
1
0
0
2
3
1
1
Woudenberg
1
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
Zeist
8
2
0
0
0
3
0
0
0
0
104
21
13
11
3
14
5
4
0 8
2
Totaal
19
3
3
MAB - Jaarverslag 2021 – Pagina 13
MAB – Jaarverslag 2021 – Pagina 14