CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

3%20Voorlopige%20Jaarstukken%202021

Commissie BSM 20 juni 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: Zienswijze op begroting 2023 en resultaatbestemming 2021 van de Regio Gooi en Vechtstreek.39.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste drie jaren lager dan in de laatste drie jaren. De voor deze ambulances gemaakte onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2021 is er € 72.142 onttrokken aan deze voorziening.

64

Paragraaf financiering Inleiding In het BBV (Besluit Beheer en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.

Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken:  worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;  wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;  worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.

De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.

65

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:  Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;  Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;  Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;  De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar.  Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap;  De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.

Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s;  Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.

Lening verstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt. Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen.

Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor 2021 betekende dit bij een begrotingsomvang van € 87,7 miljoen (lasten) een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 7,46 miljoen. Er is gedurende 2021 geen kort geld aangetrokken, met andere woorden de kasgeldlimiet is niet overschreden.

66

b. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. Bedragen x €1.000

Omschrijving 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1*2) Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3-8)

Begroting 2021 87.730 20% 17.546 0 8.500 1.656 1.656 15.890

Gewijzigde begroting 2021 111.949 20% 22.390 0 8.500 0 1.656 1.656 20.734

Realisatie 2021 118.990 20% 23.798 0 8.500 0 3.255 3.255 20.543

Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de Regio een renterisico liep, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel. Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. Het ministerie van Financiën opent bij de schatkist een rekening voor de Regio bestemd voor het schatkistbeleggen. Hierop vinden alle transacties tussen de Regio en het ministerie plaats. Mutaties tussen de Regio en de schatkist moeten plaatsvinden met een speciaal hiervoor te openen rekening bij de huisbankier van de Regio. Onze huisbankier, de BNG, heeft voor de Regio een schatkistbeleggingsrekening geopend. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang.

De drempel is voor het eerste half jaar van 2021 vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. Voor de programmabegroting 2021-2024 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie, gedurende het eerste half jaar van 2021 een bedrag van ongeveer € 650.000 buiten de schatkist worden aangehouden. In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Het kabinet heeft in de beleidsdoorlichting het probleem erkend dat met name decentrale overheden die structureel rood staan en slechts incidenteel overtollige middelen hebben met hogere administratieve lasten te maken hebben dan gewenst is. Met een eventuele verhoging dan wel een andere berekening van het drempelbedrag wilde het kabinet aan deze bezwaren tegemoet komen. Het 8 drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is aangepast op onderstaande punten:  een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro;  een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%.

8

Regeling schatkistbankieren decentrale overheden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034336/

67

Voor de programmabegroting 2021-2024 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie, gedurende het tweede half jaar van 2021 een bedrag van ongeveer € 1.750.000 buiten de schatkist worden aangehouden. Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) voert het monetaire beleid uit voor het Euro gebied. De belangrijkste taak is het in de hand houden van de Europese inflatie. Hiervoor heeft de Europese Centrale Bank verschillende instrumenten tot zijn beschikking. Een belangrijk instrument is het rente-instrument. De rentevorming op de geldmarkt in de eurozone wordt als het ware ‘bepaald’ door de Europese Centrale Bank (ECB), in tegenstelling tot de rente op de kapitaalmarkt, die niet direct gestuurd wordt door het monetaire beleid van de ECB. Indirect heeft de ECB wel invloed op de kapitaalmarktrente, omdat de kapitaalmarktrente wordt beïnvloed door de geldmarktrente. De rente op de geldmarkt is in het algemeen lager dan de rente op de kapitaalmarkt. Op de kapitaalmarkt wordt het geld voor een langere tijd vastgelegd en daarom is de rente vaak hoger. De rente op de kapitaalmarkt (looptijd vanaf twee jaar) van de eurozone is de afgelopen 30 jaar sterk gedaald. In juni 2019 is de lange rente uiteindelijk zelfs onder 0% gekomen. Inmiddels is deze door de ontwikkelingen in de wereld weer boven de 0%.

De prijs die op de kapitaalmarkt tot stand komt door vraag en aanbod is de kapitaalmarktrente. Daarbij geldt: bij een lage inflatie is men eerder bereid geld uit te lenen. Hierdoor stijgt het aanbod op de kapitaalmarkt, wat de rente doet dalen. De inflatie is jarenlang zeer laag geweest, maar heeft eind 2021 het hoogste niveau in 13 jaar bereikt. Dat heeft te maken met drie belangrijke redenen: onze economie heropent snel, hogere energieprijzen drijven de inflatie op en het ‘basiseffect’, zoals statistici het noemen, ook wel de cijfers van vorig jaar.

68

De economie Onze economie heropent snel en steeds meer beperkingen zijn opgeheven. Mensen kopen meer en besteden een deel van het geld dat ze niet konden uitgeven tijdens de lockdowns. Dit resulteert in een stijging van de vraag, als gevolg waarvan bedrijven het gemakkelijker vinden om prijzen te verhogen zonder klanten te verliezen. Die vraag blijft echter niet voor altijd zo groot. Echter, door de pandemie zijn ook toeleveringsketens van bedrijven beschadigd, als gevolg waarvan niet elk bedrijf meteen aan de grotere vraag kan voldoen. Wanneer bedrijven het tempo waarin mensen dingen willen kopen niet kunnen bijhouden, stijgen de prijzen: de ‘wet van vraag en aanbod’. De energie Olie, gas en elektriciteit zijn overal in de wereld duurder geworden. Omdat energie een groot deel van de kosten voor mensen en bedrijven uitmaakt, is de prijs van olie, gas en elektriciteit van groot belang voor de totale inflatie: de helft van de recente inflatiestijging is toe te schrijven aan hogere energieprijzen. De cijfers van vorig jaar De inflatie is vandaag hoog omdat ze vorig jaar zo laag was. Om de inflatie te meten, worden de veranderingen in prijzen van jaar tot jaar gemeten. Op het hoogtepunt van de pandemie vorig jaar waren de prijzen uitzonderlijk laag. Als we de hogere prijzen van vandaag met die zeer lage niveaus vergelijken, lijken de verschillen groot.

Dit wordt ook wel het basiseffect genoemd. De doelstelling bij de ECB is om de prijzen stabiel te houden, wat betekent dat zij streeft naar een inflatiedoelstelling van 2% op middellange termijn. Dat komt de inwoners in het eurogebied ten goede: stabiele prijzen zorgen voor vertrouwen in de waarde van ons geld en voor economische groei en banen. De verwachting van de ECB was (tot voor kort) dat de inflatie in de loop van 2022 af gaat nemen. Het aanbod zal de vraag geleidelijk bijbenen, markten verwachten dat de energieprijzen volgend jaar gaan dalen en de basiseffecten zullen uit de jaar-op-jaarvergelijking voor het meten van de inflatie verdwijnen. Omdat monetair beleid met enige vertraging werkt, helpt het niet tegen kortstondige prijsstijgingen. Tijdens de vergadering op 3 februari jl. onderkende ECB-president Lagarde dat de inflatie langer (dan eerder gedacht) op een hoog niveau blijft. Ook in maart heeft de ECB zijn belangrijkste rentetarieven nog niet veranderd, maar wordt het opkopen van obligaties sneller afgebouwd. Als de inflatie op langere termijn boven de 2% uitkomt, neemt de kans op een eerste renteverhoging in 2022 toe. In december 2021 voorzag de ECB een consumentenprijsstijging van 1,8% in 2024. De ontwikkelingen in Oekraïne hebben logischerwijs ook invloed op deze rente ontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne zorgt voor een neerwaartse druk op de rente.

Redenen hiervoor zijn onder andere dat verschillende landen economische sancties hebben opgelegd aan agressor Rusland en dat beleggers bij geopolitieke spanningen de voorkeur geven aan relatief veilige investeringen, zoals staatsobligaties, in plaats van risicovollere beleggingen zoals aandelen. De voortzetting van de gesprekken tussen Rusland en Oekraïne over een staakt-het-vuren zorgt voor enig optimisme over een diplomatieke oplossing van de oorlog in Oekraïne. Naast de ontwikkelingen rond Oekraïne kijken beleggers uit naar het rentebesluit van de Federal Reserve in maart. De Amerikaanse centrale bank zal naar verwachting voor het eerst in jaren de rente gaan verhogen om de hard oplopende inflatie af te remmen. Financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De prognose voor 2021 was dat de Regio een financieringsbehoefte zou hebben van € 8.500.000. De Regio heeft in 2021 één lening afgesloten, ter hoogte van € 8.500.000, met een looptijd van 10 jaar en een lineaire aflossing 1x per kalenderjaar conform programmabegroting 2021. In de programmabegroting werd rekening gehouden met een rentepercentage van 1,0%; voor deze afgesloten lening ligt het rentepercentage op 0,05%.

69

Paragraaf bedrijfsvoering HR in uitvoering Binnen het HR werkveld is er in 2021intensief aandacht geweest voor het thema van de interne mobiliteit. De insteek kende meerdere perspectieven. Het primaire uitgangspunt was en is dat we collega’s graag de mogelijkheden bieden door een aantrekkelijke werkgever te blijven en interne kansen te bieden. Op de achtergrond speelde de bezuinigingsoperatie en het vertrek van Weesp een rol. Er is steeds nauwkeurig gekeken in hoeverre bepaalde banen en voor welke urenomvang moesten worden vervangen. De afdeling Personeel & Organisatie heeft rondom de interne mobiliteit een faciliterende rol: HR- matchpoint werd actief. Twee HR-adviseurs schakelden rondom de interne vacatures. Daarnaast ging Matchpoint rechtstreeks met de collega’s in gesprek om hen te ondersteunen en te bekijken welke (on)mogelijkheden er zijn. Kortom een actieve centrale rol. In het kader van de mobiliteit kregen we in 2021 ook interne tijdelijke kansen, bijvoorbeeld rondom de coördinatie van de Corona-werkzaamheden. Enkele kengetallen op een rij: Gerealiseerde interne functiewijzigingen 15 Intern tijdelijke functiewijzigingen gestopt 4 Tijdelijke interne overplaatsingen 6 Tijdelijke detachering extern 12 Het jaar 2021 heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat de aandacht voor de mobiliteit een meerwaarde heeft voor zowel de collega’s als de organisatie.

Met het aandacht hebben voor mobiliteit en de daaraan gekoppelde capaciteitsberekeningen is ook voorgesorteerd op het vertrek van de gemeente Weesp naar de gemeente Amsterdam. Via COVID-19 van Automatisering naar Informatisering Ook in 2021 heeft de afdeling Informatisering & Automatisering zich primair gericht op de ondersteuning van de GGD in het kader van COVID-19, door diverse test- en vaccinatiestraten op te bouwen en deze te voorzien van dagelijkse support bij vragen en storingen. Tegelijkertijd is veel aandacht uitgegaan naar het ondersteunen van het Regio personeel om thuiswerken mogelijk te maken tijdens COVID-19. In eerste instantie is deze ondersteuning met de bestaande voorzieningen uitgevoerd. Het heeft aan tijd en middelen ontbroken om tijdens de COVID-19 bestrijding tegelijkertijd de geplande investeringen te realiseren. Duidelijk is dat de grenzen van de bestaande infrastructuur zijn bereikt en deze gemoderniseerd dient te worden om het altijd en overal kunnen werken te kunnen ondersteunen met een modernere architectuur en voorzieningen. Als eerste stap is gestart met de uitrol van Microsoft 365, waarvan de implementatie tot en met 2022 zal voortduren. Daarnaast zal zullen stappen op het gebied van (cloud-) architectuur en infrastructuur inclusief moderne werkplekken gezet moeten worden.

Facilitaire dienstverlening Een belangrijk deel van de tijd in 2021 is besteed aan de facilitaire ondersteuning van de GGD in de strijd tegen COVID-19. In de regio zijn grote testlocaties gebouwd op het Arenapark en parkeerterrein Sijsjesberg in respectievelijk Hilversum en Huizen. Met het beschikbaar komen van de vaccins zijn er ook vaccinatielocaties geplaatst. Eerst in de Orgelzaal en later in de tuin van Visio in Huizen. Daarop volgend zijn twee grote accommodaties opgeleverd aan de Verlengde Zuiderloswal in Hilversum en op parkeerterrein P3 in het Naarderbos. Vaccinatielocaties Visio en P3 Naarderbos zijn inmiddels weer ontmanteld en in hun oorspronkelijke staat opgeleverd aan de eigenaren. Gedurende het jaar is er ook gevaccineerd in het regiokantoor en een aantal consultatiebureaus. Voor het toedienen van de booster is de capaciteit verhoogd door een hal te huren van de Hocras in Bussum. Naast het reguliere facilitaire beheer, zijn de projecten ‘schilderwerk’ en ‘vervangen vloerbedekking’ afgerond waarbij ook de inrichting verder is afgestemd op de anderhalve meter maatregel. Er is geïnvesteerd in vier video conferencing boxen vanwege de toegenomen vraag om online te kunnen vergaderen. Ook is geïnvesteerd in een nieuw systeem voor temperatuurbewaking van de vaccin koelkasten van de GGD en Jeugd en Gezin.

Verder is er een nieuw toegangscontrole- en inbraaksignaleringssysteem geïnstalleerd in het regiokantoor en de locaties van de GAD, conform de meerjaren onderhoudsplanning. Tenslotte is de aanbesteding van de warme drankenvoorziening afgerond.

70

Eind december is het consultatiebureau van Weesp overgedragen aan de GGD Amsterdam. In een aantal gemeenten wordt gekeken naar herhuisvesting van de consultatiebureaus: Hilversum, Wijdemeren (zowel Loosdrecht als Kortenhoef) en Huizen. In Huizen is het consultatiebureau Holleblok gesloten en overgegaan naar de Weideweg. Daar is de ruimte van de voormalige fotoschool verbouwd en samengevoegd met de reeds bestaande locatie. Certificering Aan de Regio worden eisen gesteld waaraan wij moeten of willen voldoen; in sommige gevallen is sprake van externe (soms wettelijke) eisen, in andere gevallen is sprake van interne wensen. Om dit te verankeren beschrijft de organisatie haar kritische processen in het kwaliteitsmanagementsysteem (KMS). Het KMS is een middel om ‘in control’ te zijn en te blijven. In 2021 is ervoor gekozen om de normering van het kwaliteitssysteem te koppelen aan de nieuwe interne besturingsfilosofie. Dit betekent dat bij de interne verantwoording en sturing gebruik gemaakt wordt van de diverse kwaliteitsproducten. Denk aan managementreviews, interne jaarplannen, leveranciersmanagement, interne audits en een directiebeoordeling. De voorbereidingen zijn hiervoor in 2021 getroffen en verder ontwikkeld, zoals het beschrijven en vastleggen van interne werkprocessen. Het streven is om eind 2022 formeel te certificeren.

Regio/FB/Staf+ management

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie Afwijking 2021 2021 realisatie/raming

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Dotatie voorziening Totaal lasten

7.066.419 644.596 527.951 300.000 8.538.966

5.829.044 1.152.359 639.661 300.000 7.921.064

6.576.570 878.214 634.661 300.000 8.389.445

7.453.614 648.767 914.013 300.000 9.316.394

877.044 -229.447 278.352 926.949

Baten Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-294.796 -380.218 -120.465 -795.479

-320.477 -305.797 -626.274

-148.000 -580.477 -31.652 -760.129

-148.000 -295.243 -305.231 -470.648 -1.218.942

-295.243 275.426 -438.816 -458.813

Saldo

7.743.487

7.294.790

7.629.316

8.097.452

468.136

Reserves Dotaties Onttrekkingen

130.000 -334.247

-54.500

130.000 -54.500

130.000 -54.500

-

Saldo

7.539.240

7.240.290

7.704.816

8.172.952

468.136

Toelichting rekeningcijfers Onder de personele lasten van deze paragraaf worden eveneens de lasten van de primaire overhead gepresenteerd. De totale kosten op deze primaire overhead liggen voor de gehele organisatie ongeveer € 120.000 hoger. De inkomsten die hier tegenover staan zijn conform het BBV opgenomen onder de programma’s. In 2021 heeft detachering van personeel plaatsgevonden ter hoogte van € 50.000; hier tegenover staan hogere personele lasten als gevolg van inhuur, als ook een hogere bijdragen derden Voor Corona is extra inzet geweest voor € 295.243. Dit bedrag wordt vergoed door VWS, als gevolg waarvan ook de Rijksbijdrage hoger is dan begroot. Hiernaast is er noodzakelijke inhuur geweest in verband met een hoog ziekteverzuim bij het facilitair bedrijf, totaal brengt dit € 160.000 extra lasten met zich mee, zoals aangegeven in de bestuursrapportage 2021. De knelpunten die zijn ontstaan als gevolg van het niet meegroeien van de ondersteunende functies met de uitbreiding van taken uiten zich onder andere bij de financiële functie. Tezamen met de toegenomen complexiteit van de financiële organisatie, de omvang van de begroting en de omvangrijke

71

financiële opgave (bestaande uit te realiseren bezuinigingen, het organiseren van het vertrek van Weesp en het tekort bij de GAD) is de extra druk op de financiële functie van de Regio groot. Ook deze ondersteunende functie is bij de uitbreiding van taken de afgelopen jaren onvoldoende meegegroeid, zoals ook al eerder geconstateerd door de accountant. In afstemming met gemeenten wordt vanaf 2022 de gemeentelijke bijdrage voor de Regio P&O functie ingezet ter versterking van de financiële functie, mede om de bezuinigingen adequaat te kunnen managen. In 2021 heeft dit hogere personeelslasten van € 75.000 tot gevolg. Ook bij de materiële kosten is in dit verband een overschrijding zichtbaar ter hoogte van € 100.000, voortkomend uit hogere advies- en consultancykosten ten behoeve van sturingsinformatie rondom personeel, advies op btw-problematiek en advies op interne controle en rechtmatigheid. De kosten van personeelsverzekeringen ter hoogte van € 68.000 zijn opgenomen onder de personele lasten; de begrote ruimte is opgenomen onder materiele lasten. Hiernaast heeft de overschrijding nog aantal kleinere oorzaken, zoals hogere kosten voor het toezichthouderschap Wmo, mobiliteitstrajecten, een online opleidingsabonnement voor alle medewerkers van de Regio en duurdere inhuur als gevolg van vertrek van vast personeel waar nog geen geschikte vervanging voor was gevonden.

Een aantal ICT-investeringen is uitgesteld als gevolg van COVID-19, waardoor de kapitaallasten achterblijven met ongeveer € 230.000. Als gevolg van het hybdride werken is op de materiële lasten een overschrijding zichtbaar. De oorzaak hiervan ligt op verschillende kostenposten. Daar waar de kosten voor telefonie en datacommunicatie toegenomen zijn, gingen de kopieerkosten omlaag, portikosten omhoog etc. Ook de aanschaf van middelen voor het faciliteren van digitaal hybride overleg heeft hieraan bijgedragen. Totaal zijn deze materiële lasten ongeveer met € 180.000 gestegen. De huur van het consultatiebureau aan de Houtenlaan in Weesp komt voor rekening van de gemeente Weesp. Zowel de lasten als de baten zijn niet verwerkt in de begroting. Dit resulteert in zowel hogere materiele kosten als hogere overige baten (€ 65.000). Ook heeft de Regio een bedrag retour gekregen voor de afrekening van het energieverbruik over de jaren 2018-2020 en inkomsten ontvangen voor de opgewekte energie middels de zonnepanelen, wat meegenomen is onder bijdragen derden (€ 25.000). Overhead (taakveld 0.4) Conform het BBV presenteren wij in deze paragraaf de overhead van de Regio Gooi en Vechtstreek. De overhead bestaat uit verschillende onderdelen: 1. Te verdelen overhead op basis van de verdeelsleutel aantal fte a. Management en secretariaten van de organisatie b. Stafbureau c.

Bedrijfsvoering, inclusief huisvestingskosten van het facilitair bedrijf 2. Primaire programma’s, die volgens het BBV overhead zijn, namelijk Sturing, Inkoop en contractbeheer en de regio P&O-functie. De RVE Inkoop en Contractbeheer valt conform het BBV onder het taakveld overhead. Aangezien het een primaire taak is voor de Regio Gooi en Vechtstreek is deze opgenomen bij de programma’s. Dit geldt ook voor de RVE Sturing. De overhead van de Regio in 2021: Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Realisatie 2020

Begroot 2021

Realisatie 2021

Management

3.708 5.334 283 341 19 9.685

3.473 5.362 99 235 117 9.286

3.578 5.533 254 280 20 9.665

Staf en Facilitair bedrijf Sturing Inkoop & contractbeheer Regio P&O Totaal

De hierboven opgenomen bedragen bij Sturing en Inkoop en Contractbeheer zijn weergegeven (conform programmabegroting 2020) zonder de overhead die al is opgenomen onder Staf en Facilitair Bedrijf.

72

Regionale samenwerking Personeel en Organisatie De deelnemende gemeenten presenteren zich naar de arbeidsmarkt (en naar de eigen medewerkers) als één virtuele arbeidsorganisatie waarbinnen loopbaanlijnen mogelijk zijn die door verschillende gemeenten lopen. Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Afwijking 2021 realisatie/raming

Lasten Personele lasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

1.832 17.545 18.977 38.354

98.308 18.823 6.094 18.977 142.202

98.308 18.823 6.094 18.977 142.202

19.964 18.977 38.941

-98.308 1.141 -6.094 -103.261

Baten Gemeentebijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-105.066 -105.066

-107.644 -34.558 -142.202

-107.644 -34.558 -142.202

-107.644 -107.644

34.558 34.558

Saldo

-66.712

-

-

-68.703

-68.703

-

-

-

-

-

-66.712

-

-

-68.703

-68.703

Regio P&O

Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Toelichting rekeningcijfers De uitvoerende taken voor Regio P&O zijn in 2021 voornamelijk uitgevoerd binnen de bestaande formatie van de RVE Bedrijfsvoering. In afstemming met gemeenten wordt vanaf 2022 de gemeentelijke bijdrage voor de Regio P&O functie ingezet ter versterking van de financiële functie, mede om de bezuinigingen en het vertrek van de gemeente Weesp adequaat te kunnen managen. In 2021 is, vooruitlopend op deze organisatiewijziging, geen inzet meer geweest op deze taken. De resterende uitvoerende taken voor Regio P&O zijn in 2021 voornamelijk uitgevoerd binnen de bestaande formatie van de RVE Bedrijfsvoering.

73

Paragraaf verbonden partijen Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de Regio waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘mede-eigenaarschap’). Van een financieel belang is sprake indien de Regio risico loopt met de aan deze partij beschikbaar gestelde middelen of als de Regio aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de Regio zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Conform het BBV is in de paragraaf de visie op verbonden partijen opgenomen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting, als ook het gerealiseerde beleid omtrent verbonden partijen. De programmabegroting 2021-2024 bevatte echter nog geen paragraaf Verbonden Partijen, omdat er ten tijde van het opstellen van de begroting nog geen sprake was van aan de Regio verbonden partijen. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de Regio in een verbonden partij heeft, de "eigenaarsrol". Per verbonden partij wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop de Regio een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b.

het belang dat de Regio in de verbonden partij heeft aan het begin en de omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. de omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.

RAV Algemene informatie

Programma Openbaar belang en Beleidsdoelen Rechtsvorm Eigenaarsrol Opdrachtgeversrol Bestuurlijk belang Aandelenbelang Financieel belang

Eventuele risico’s

RAV Gooi en Vechtstreek is verantwoordelijk voor de ambulancezorg in de zeven gemeenten in de Gooi en Vechtstreek. De RAV beschikt over drie ambulanceposten en een meldkamer. Vanuit deze posten staan 7 dagen per week en 24 uur per dag ambulances paraat om de juiste zorg te verlenen RAV 1. Spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg 2. Voldoen aan de landelijke kwaliteitseisen voor ambulancezorg Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek Ledenraad Regio Gooi en Vechtstreek / GGD Flevoland Er is sprake is van een directeur bestuurder en er zijn per lid twee vertegenwoordigers vanuit het bestuur / de organisatie Geen Waarborgen het salaris van de directeur bestuurder Financiële gegevens Beginbalans 01-01-2021 Eindbalans 31-12-2021 Eigen vermogen €0 €0 Vreemd vermogen €0 €0 Solvabiliteit 0% nvt Resultaat 2021 (begroot) € 0 (gerealiseerd) €1.541 De leden van de coöperatie staan garant voor het salaris van de directeur bestuurder met de verhouding 60% GGD Flevoland en 40% Regio Gooi en Vechtstreek. In principe staat hier inkomsten tegenover, welk worden ontvangen vanuit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

74

Vervoer Gooi en Vechtstreek Algemene informatie

Programma Openbaar belang en Beleidsdoelen

Rechtsvorm Eigenaarsrol Opdrachtgeversrol Bestuurlijk belang Aandelenbelang Financieel belang

Ontwikkelingen 2021

9

Vervoer Gooi en Vechtstreek BV is een organisatie van circa 180 mensen, waarbij iedereen (van chauffeurs tot en met de medewerkers van de klantenservice en de administratie) zich inzet om te zorgen voor persoonlijk en betrouwbaar Wmo vervoer, leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. De duurzaamheid staat hierbij hoog in het vaandel. Het wagenpark bestaat voor 80% uit elektrische auto’s. Sturing (2021) (in PB2022-2025 is er een programma voor Vervoer Gooi en Vechtstreek) 1. Het bieden van vervoersvoorzieningen, waaronder hoofdzakelijk: a. de uitvoering van het Wet maatschappelijke ondersteuning-vervoer als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. de uitvoering van het leerlingenvervoer als bedoeld in de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs; c. de uitvoering van het jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet; d. de uitvoering van vervoer van en naar dagbesteding zoals bedoeld in artikel 2.1.2 lid 4 sub f van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; e. de uitvoering van soortgelijk doelgroepenvervoer op basis van een wettelijke regeling.

Besloten Vennootschap Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek Regio Gooi en Vechtstreek Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek vormt het bestuur; in de praktijk is het algemeen bestuur van de Regio ook het bestuur van Vervoer BV Aandeelhouder gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek bezit 100 aandelen en is enig aandeelhouder Regio Gooi en Vechtstreek waarborgt de betaling alle geleverde vervoersvoorzieningen en is als enig aandeelhouder risicodrager van gerealiseerde verliezen en winsten van Vervoer Gooi en Vechtstreek BV Financiële gegevens Beginbalans 01-01-2021 Eindbalans 31-12-2021 Eigen vermogen € 100 - € 16.286 9 Vreemd vermogen € 761.565 € 7.110.581 Solvabiliteit 0,013% -0,229% Resultaat 2021 (begroot) € 23.300 (gerealiseerd) - € 16.386 In opdracht van gemeenten heeft Vervoer BV in 2021 aandacht besteed aan een drietal onderwerpen: 1) Goed werkgeverschap: in totaal werken zo’n 180 medewerkers bij Vervoer BV, veel van hen afkomstig uit de regio. Er wordt veel geïnvesteerd in het personeel, d.m.v. opleiding en training (bv. online bedrijfsschool) en het aanbieden van vaste dienstverbanden, juist omdat zij eraan bijdragen dat iedereen in onze regio mee kan blijven doen. 2) Verduurzamen wagenpark: op dit moment kent Vervoer BV zo’n 140 vervoertuigen, waarvan 83% elektrisch aangedreven.

Het verduurzamen van het was een expliciete wens van gemeenteraden. Op de locatie is ook een laadplein met 25 oplaadpunten gecreëerd. De grotere bussen (voor o.a. rolstoelvervoer) rijden nog op diesel; op dit moment loopt een onderzoek naar het vervangen van deze diesel voor HVO110. 3) Financieel gezond vervoer: over het eerste jaar kan heeft Vervoer BV een negatief resultaat van € 16.386 behaald. Dit ondanks dat er een behoorlijk lager aantal ritten is uitgevoerd voor wat betreft Wmo vervoer.

Dit betreft een lening van Vervoer BV bij de Regio Gooi en Vechtstreek

75

Eventuele risico’s

Met de komst van corona maken nog altijd minder mensen gebruik van het Wmo vervoer. In het begin van de pandemie was er sprake vaneen omzetdaling van 88% t.o.v. de omzet van vorig jaar toen het vervoer nog werd uitgevoerd door een andere organisatie. Deze omzetdaling is gedurende het jaar deels bijgetrokken; op dit moment is er nog altijd sprake van een omzet van 70 – 75% van het oude normaal. Met gemeenten zijn afspraken gemaakt over de compensatie van deze omzetdaling. Gemeenten hebben een vergoeding ontvangen van het Rijk waarmee 70% van de niet gereden omzet wordt gecompenseerd. Voor 2022 is er met het Rijk geen generieke landelijke continuïteits-regeling afgesproken. Wel doet de VNG de oproep aan gemeenten om maatwerk te verlenen als de continuïteit van een instelling in het geding is. Dit vereist dat gemeenten en aanbieders hier op lokaal niveau het gesprek over voeren en dat maatwerk wordt verleend aan aanbieders als daartoe aanleiding is. Voor het leerlingenvervoer ligt er een risico wat juist voortkomt vanuit de sterke groei in leerlingaantallen. Inmiddels is een stijging van tussen de 10 en 15% zichtbaar. Dit brengt met zich mee dat er extra ritten ingepland moeten worden, omdat het toevoegen van leerlingen aan bestaande routes niet meer mogelijk is. Dit brengt extra kosten met zich mee. Hier speelt ook de krapte op de arbeidsmarkt een rol.

Het is moeilijk om chauffeurs te vinden, met name in het leerlingenvervoer staat de markt onder druk. Als laatste wordt Vervoer BV ook geconfronteerd met stijgende brandstofprijzen. Zoals al even in de financiële beschouwingen aangegeven is er sprake van een hoge inflatie voor 2021, welke voornamelijk wordt veroorzaakt door de stijging van energieprijzen.

76

Paragraaf COVID-19 De voorheen onbekende ziekte corona werd eind 2019 voor het eerst opgemerkt in China en verspreidde zich vervolgens in drie maanden tijd naar andere delen van de wereld. In 2020 leidde dit tot de coronapandemie. Verwacht wordt dat het virus zal blijven circuleren en daarmee een endemisch karakter krijgt. De ziekte wordt door de WHO verondersteld een zoönotische oorsprong te hebben. Op basis van de wet Publieke Gezondheid (PG) hebben GGD ‘en extra taken en opdrachten van de minister gekregen in het kader van het bestrijden en beheersen van het coronavirus COVID-19. De hieruit voortkomende meerkosten worden door het ministerie van VWS direct vergoed aan de GGD ‘en. In de brief van 20 juli 2020 zijn de uitgangspunten voor deze meerkostenregeling uitgewerkt. De regeling van de vergoeding van de meerkosten is ook van toepassing voor 2021. Afspraken betreffende compensatie van de GGD-kosten inzake Corona Meerkostenregeling GGD In een bestuurlijk overleg tussen VWS/Minister de Jonge, VNG en GGD GHOR Nederland op 14 juli 2020 zijn afspraken gemaakt over de compensatie van kosten die GGD ‘en maken voor de inzet op de aanpak van COVID-19. De kosten worden vergoed op basis van artikel 62 Wet publieke gezondheid en de artikelen 15 en 16 van het Besluit publieke gezondheid.

Basis voor de compensatie is het rapport dat door Anderson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de VNG is opgesteld. Het rapport ‘Meerkosten voor GGD ‘en ten gevolge van Corona’ gaf een eerste indicatie en inschatting van de kosten op hoofdlijnen op landelijk niveau. Alle meerkosten in het kader van de bestrijding van het coronavirus, met uitzondering van de laboratoriumkosten worden vergoed door het ministerie van VWS. In het AEF-rapport zijn de meerkosten gedefinieerd als: o Specifieke meerkosten: Extra gemaakte kosten die direct aan Corona-activiteiten zijn toe te wijzen (bron- en contactonderzoek, bemonstering, etc.), opgenomen onder de blokken 1 en 2. Indien in de administratie geen onderscheid is tussen BCO en Bemonstering mogen deze ook onder blok 3 verantwoord worden. o Overige meerkosten: Extra gemaakte kosten voor reguliere taken (bijvoorbeeld voor uitgestelde dienstverlening die moet worden ingehaald en leidt tot externe inhuur), opgenomen onder blok 3. o Minder inkomsten: Inkomstenderving (bijvoorbeeld door wegvallen van inkomsten uit reizigersvaccinaties), opgenomen onder blok 4. o Minder uitgaven: Kosten die GGD’en minder hebben gemaakt voor reguliere dienstverlening die later niet wordt ingehaald; ook opgenomen onder blok 4. In onderstaand overzicht is in kaart gebracht wat dit voor de Regio heeft betekend in 2021.

Verantwoording meerkosten Corona 2021 Kostensoort

Meerkosten 2020*

Meerkosten 2020 (def.**)

Meerkosten 2021

Bron- en contactonderzoek

€ 278.786

€ 317.462

€ 47.712

Bemonstering

€ 662.953

€ 764.676

€ 1.361.058

€0

€0

€ 4.337.579

Overige Meerkosten Infectieziektebestrijding (IZB)

-

-

15.829.497

Gezondheidsbevordering (GB)

6.989

7.447

-

2.061.560

2.490.736

-

Jeugdgezondheidszorg (JGZ), incl. Rijksvaccinatie

119.023

119.045

4.555

Overig

11.423

12.885

86.737

Ondersteuning

168.578

202.117

275.105

€ 2.367.574

€ 2.832.230

€ 16.195.894

COVID-19 vaccinatie

Algemene Gezondheidszorg (AGZ)

Subtotaal

77

Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven) Technische Hygiënezorg (THZ) / Toezicht

221.737

221.737

133.512

Reizigerszorg

204.708

204.708

230.448

€ 426.445

€ 426.445

€ 363.960

€ 5.976

€ 5.976

€0

€ 3.741.733

€ 4.346.789

€ 22.306.203

Verrekening voorschotten***

-€ 934.912

-€ 22.996.461

Nog te ontvangen (positief) /Terug te betalen (negatief)

€ 3.411.877

-€ 690.258

Subtotaal Laboratoriumkosten Totale uitgaven

*

De cijfers komen overeen met de verantwoording zoals opgenomen in de jaarrekening 2020. In deze cijfers is de BTW niet standaard kostprijsverhogend verantwoord, maar verantwoord conform de geldende fiscale labeling bij de Regio Gooi & Vechtstreek. ** In de brief van het ministerie van VWS van 25 maart 2021 met kenmerk 1848261-220036-PDC19 is aangegeven dat de kosten inclusief BTW verantwoord moeten worden. Naar aanleiding hiervan is de verantwoording aangepast en zijn de kosten inclusief BTW verantwoord. *** In 2020 heeft de regio één voorschotdeclaratie ingediend en hiervoor een betaling ontvangen: Voorschot 2020-1 periode t/m juni 2020 - €934.912 Totaal ontvangen aan voorschotten 2020 -€ 934.912 In 2021 heeft de regio twee voorschotdeclaraties ingediend en hiervoor een betaling ontvangen: Voorschot 2021-1 periode januari t/m augustus 2021 - € 14.383.231 Voorschot 2021-2 periode september t/m december 2021 - € 8.613.230 Totaal ontvangen aan voorschotten 2021 -€ 22.996.461

Net als in 2020 heeft 2021 voor de GGD weer grotendeels in het teken gestaan van COVID-19. Zeven dagen per week hebben de medewerkers van de GGD weer alles ingezet in de bestrijding tegen het coronavirus. Vaccineren is de belangrijkste stap naar een samenleving zonder coronaregels gebleken. Daar waar 2020 voornamelijk in het teken stond van het testen op COVID-19, was 2021 vooral gericht op het zo snel mogelijk zo veel mogelijk vaccineren. Vaccineren Op 6 januari 2021 is Nederland begonnen met het vaccineren. Voor de GGD Gooi en Vechtstreek was op 15 januari 2021 de start van het vaccinatieproces: het vaccineren van zorgmedewerkers bij Koninklijke Visio aan de Amersfoortsestraatweg in Huizen. De winterse dagen aan het begin van 2021 hebben het vaccinatieproces wel verstoord. Als gevolg van meerdere weeralarmen van het KNMI heeft de GGD een aantal keer de locaties moeten sluiten. Zoals bijvoorbeeld zondag 7 februari, waarop alle test- en vaccinatielocaties in de regio moesten sluiten vanwege de sneeuw en kou; het KNMI had een code rood afgegeven. Om ervoor te zorgen dat alle inwoners alsnog zo snel mogelijk hun vaccinatie konden halen, heeft de GGD in de daarop volgende week extra capaciteit ingezet. In maart werd besloten per direct het vaccineren met AstraZeneca te pauzeren.

Alle vaccinatieafspraken die tot en met 28 maart zijn gemaakt voor het AstraZeneca-vaccin zijn telefonisch en per sms afgezegd. In de regio Gooi en Vechtstreek ging dit om ruim 1.500 afspraken. Ook werd in maart een tweede vaccinatielocatie geopend op de Verlengde Zuiderloswal in Hilversum, gevolgd door een derde locatie op het parkeerterrein P3 van Golfbaan Naarderbos aan de IJsselmeerweg in Naarden in de eerste helft van mei. Omdat steeds meer inwoners gevaccineerd waren, kon de GGD vanaf 2 augustus op de vaccinatielocatie in Hilversum ruimte maken voor prikken zonder afspraak, voor het halen van de 1e prik. Tegelijkertijd werden de vaccinatielocatie Naarden en Huizen afgebroken, omdat de capaciteit in Hilversum groot genoeg was. Volgens de cijfers van het RIVM bleef de vaccinatiegraad in een aantal wijken in de regio echter achter op de gemiddelde landelijke en regionale vaccinatiegraad. Om (informatie over) de vaccinatie nog laagdrempeliger te maken heeft de GGD de laatste week van september op een aantal pop up locaties gevaccineerd voorlichting gegeven.

78

Om zoveel mogelijk ruimte te creëren voor het opschalen van de boostercampagne eind 2021, is op 27 december een nieuwe locatie geopend aan de Franse Kampweg in Bussum, waardoor de GGD op kon schalen naar ruim 25.000 boosterprikken per week. Dit zijn er vier keer meer per week dan aanvankelijk van de GGD werd verwacht. Ook met de feestdagen is het prikken doorgegaan. De vaccinatiegraad van de regio ligt ongeveer op het landelijk niveau. Testen Omdat verwacht werd dat er een toename zou ontstaan van het aantal mensen dat zich op corona wilde laten testen in de wintermaanden, werd begin januari is aan de Athene op het Arenapark in Hilversum een tweede teststraat officieel in gebruik genomen. De coronateststraat bij de Zandzee in Bussum werd gesloten. Op de locatie in Hilversum was meer ruimte om op te schalen en waren betere werkomstandigheden te creëren voor de medewerkers van de teststraat. Samen met de teststraat aan de Sijsjesberg in Huizen, kon daarmee 1540 mensen per dag getest worden, conform de landelijke planning. Half november werd de teststraat aan de Athene verplaatst naar het Havenkwartier in Hilversum, op de Verlengde Zuiderloswal, waar los van de vaccinatielocatie een nieuwe teststraat werd ingericht. De nieuwe teststraat aan de Verlengde Zuiderloswal was géén zogenaamde ‘drive-through’, maar bestond uit portacabins.

Dat maakte het voor het personeel en bezoekers tijdens de wintermaanden iets meer aangenaam om er te verblijven. Vanaf 27 december werd het testen tijdelijk alleen bij de teststraat in Huizen uitgevoerd. Na afloop van de boostercampagne is de extra vaccinatielocatie in Bussum op het terrein van de Hocras aan de Franse Kampweg eind januari omgebouwd tot extra testlocatie voor de regio. Het aantal besmettingen in de regio heeft zich door 2021 heen op vergelijkbare wijze ontwikkeld als in Nederland.

De opkomst van de verschillende varianten heeft invloed gehad op het aantal positieve testen. De opkomst van de Omikronvariant zorgde eind 2021 voor een sterke stijging van het aantal besmettingen. Inmiddels is 99,8% van de besmettingen in Nederland een Omikron-variant. Begin 2021 waren positieve besmettingen voornamelijk afkomstig van de Alpha-variant (voorheen Britse variant).

Als gevolg van de sterke terugname in de vraag omtrent reizigersvaccinaties en stagnatie in de taak toezicht kinderopvang heeft de GGD daarnaast ook in 2021 te maken met een grote terugloop van de inkomsten. Het personeel is daar waar mogelijk ingezet bij het bestrijden en beheersen van COVID-19. De mindere baten (verrekend met minder lasten) zijn opgenomen in de opgestelde verantwoording. 79

Impact op de rechtmatigheid Wat opvalt is dat veel nieuwe leveranciers waarbij continuïteitsvragen kunnen worden gesteld in 2020 en 2021 zijn ingezet in het kader van het bestrijden van de Corona pandemie. Daarbij heeft de RVE FB een ondersteunende en de RVE GGD een belangrijke uitvoerende taak gehad. Er is bij deze bestrijding een grote inzet geweest van personeel voor het Callcenter, Testen, Bron- en Contactonderzoek en de Vaccinatie. Na een vooraankondiging (vrijwillige publicatie vooraf) zijn voor deze inzet met een partij afspraken gemaakt. Met de twee partijen die op de vooraankondiging hebben gereageerd is afgesproken dat naar hen wordt uitgeweken, indien de eerste partij niet kan leveren, hetgeen ook gebeurd is. Door de ontstane schaarste aan ‘corona’-personeel, konden zij soms ook niet leveren waarna is uitgeweken naar derden. Voor wat betreft de rechtmatigheid zijn meerdere partijen benaderd binnen het kader van de procedure: dwingende spoed. Ook het opzetten van de test- en vaccinatielocaties ten behoeve van de bestrijding van de Corona pandemie heeft veel inzet gekost. Voor zowel de opbouw van de tijdelijke voorzieningen als de exploitatie en de beveiliging zijn meerdere partijen gecontracteerd. Voor wat betreft de rechtmatigheid zijn daarbij meerdere onderhandse procedures gevolgd en zijn meerdere partijen uiteindelijk gecontracteerd.

COVID-19 Kosten voor de Regio Onze organisatie behelst echter meer RVE’s dan alleen de GGD. COVID-19 heeft ook daar invloed gehad op de dienstverlening. In 2021 zijn er kosten geweest bij de GGD-GHOR en bij de GAD. GGD-GHOR Een gedeelte van de kosten die gemaakt worden door de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is niet declarabel bij het ministerie van VWS. In oktober 2020 hebben de deelnemers van deze veiligheidsregio afspraken gemaakt over de verdeelsleutel van deze niet declarabele kosten. VR Flevoland 25% VR Gooi en Vechtstreek 25% GGD Flevoland 25% Regio Gooi en Vechtstreek 20% Bevolkingszorg (Flevoland en Gooi en Vechtstreek) 5% De Regio draagt in totaal 20% van deze kosten. Voor 2021 komen deze kosten op € 124.505. GAD Dit jaar stond de reguliere uitvoering veelal onder druk door de gevolgen van corona. Zowel in de uitvoering als op cruciale plekken op kantoor werd de GAD geconfronteerd met veel (langdurige) uitval van medewerkers. Aan het begin van 2021 is er nog wel extra inzet op verkeersregelaars geweest en zijn er slagbomen geplaatst om de doorstroom van bezoekers op de scheidingsstations te reguleren. Totaal heeft dit voor de GAD € 43.819 aan coronagerelateerde kosten met zich meegebracht. In onderstaande tabel zijn de kosten per RVE weergegeven.

COVID-19 kosten Regio Gooi en Vechtstreek die niet onder meerkostenregeling van Ministerie van VWS vallen Meerkosten 2020 in €

Meerkosten 2021 in €

Sturing Inkoop en Contractbeheer Maatschappelijke Dienstverlening Veilig Thuis Jeugd en Gezin Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD-GHOR) Regionale Ambulance Voorziening en Meldkamer (RAV) Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD) Bedrijfsvoering

13.947 38.268 7.685 75.917 482.252 27.036

124.505 43.819 -

Totaal

645.105

168.324

Programma

80

Subsidieregeling Bonus Zorgprofessionals COVID-19 De uitbraak van COVID-19 heeft ingrijpende gevolgen gehad. Diverse mensen werkzaam in de sector Zorg en welzijn, zoals verpleegkundigen en schoonmakers, hebben een uitzonderlijke prestatie moeten leveren. Het kabinet heeft hiervoor zijn waardering uitgesproken door in 2020 een bonus toe te kennen van € 1.000 netto. Zorgaanbieders konden als werkgever of opdrachtgever van derden (bijvoorbeeld zzp'ers en uitzendkrachten) voor deze zorgprofessionals een bonus aanvragen. Dit kon als de zorgaanbieder van mening was dat een zorgprofessional ten tijde van de uitbraak van COVID-19 een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd. Naast een subsidie van € 1.000 heeft de Regio ook een bedrag ontvangen waarmee de belasting kon worden betaald, waardoor de bonus netto kon worden uitgekeerd. In 2021 is nogmaals een subsidie toegekend voor het uitkeren van een bonus aan zorgprofessionals die werkzaamheden hebben verricht ten tijde van de COVID-uitbraak van 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021. Deze bonus kende een maximumbedrag van € 500,- per zorgprofessional. Het daadwerkelijke bonusbedrag is op basis van het beschikbare budget uitgekomen op € 384,71 netto.

Verlening subsidieregeling Bonus zorgprofessionals COVID-19 Programma Subsidie 2020 in € Bedrag Aantal Zorgprofessionals (medewerkers) 103.000 103 Zorgprofessionals (derden) 2.000 2 Af te dragen belastingen 83.900 Totaal 188.900

Subsidie 2021 in € Bedrag Aantal 90 34.624 2 769 28.276 63.670

81

BIJLAGEN

Bijlagen 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

Kerngegevens Staat van reserves en voorzieningen Langlopende leningen Afschrijvingsoverzicht Tarieventabel Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Bijlage 7 SISA verantwoordingsinformatie 2021 Lijst afkortingen Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

82

Bijlage 1 Kerngegevens Bron: Demografische kerncijfers per gemeente CBS

Aantal inwoners Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Weesp Wijdemeren TOTAAL

1-1-2017 10.201 8.999 56.935 88.888 41.382 11.088 18.751 23.447 259.691

1-1-2018 10.795 9.112 57.337 89.521 41.369 11.146 19.147 23.659 262.086

1-1-2019 11.202 9.113 57.715 90.238 41.273 11.195 19.334 24.013 264.083

1-1-2020 11.540 9.247 58.055 90.831 41.273 11.280 19.738 24.358 266.322

1-1-2021 11.954 9.362 58.524 91.235 41.090 11.398 20.445 24.463 268.471

83

Bijlage 2 Staat van reserves en voorzieningen Stand per 31-122020

Resultaatbestemming 2020

Stand per 1-1-2021

Onttrekkingen 2021

Dotaties 2021

Stand per 31-12-2021

Algemene reserves Algemene reserve Algemene reserve RVE GGD Totaal Algemene reserves

1.159.430

1.159.430

1.159.430

39.732

39.732

39.732

1.199.162

0

1.199.162

0

0

1.199.162

Bestemmingsreserves Reserve TBC-explosie

20.000

20.000

20.000

Reserve rampenbestrijding

585.128

528.898

528.898

Reserve intensivering samenwerking VR

84.360

84.360

84.360

Reserve Samenwerkingsagenda

878.722

878.722

878.722

Reserve Transformatieplan Jeugd

612.596

Reserve Werkkamer

-56.230

-30.757

581.839

276.003

305.836

652.246

652.246

120.382

531.864

Reserve frictiekosten RAV

54.500

54.500

54.500

-

Reserve Zorg en Veiligheidshuis

60.000

60.000

Reserve Bescherming en Opvang

1.906.868

93.132

2.000.000

485.254

1.423.982

2.938.729

Reserve Werken aan Werk

1.180.000

189.380

1.369.380

284.120

341.500

1.426.760

Reserve Perspectief op Werk

1.514.823

1.514.823

831.618

419.200

1.102.405

Reserve Visit Gooi en Vecht

252.000

252.000

25.709

Reserve Eigen Risicodragerschap

130.000

-

60.000

226.291

130.000

130.000

260.000

Rs.Dak- en Thuisloosheid

0

0

854.625

854.625

Rs.Regionale aanpak Jeugdwerkloosheid

0

0

106.503

106.503

Rs.Laaggeletterdheid

0

0

180.000

180.000

46.692

46.692

Reserve nieuwbouw RAV

1.229

45.463

Reserve aanvaardbare kosten RAV

1.791.630

204.089

1.995.719

1.995.719

Totaal Bestemmingsreserves

9.769.565

399.614

10.169.179

2.078.814

3.455.810

11.546.175

Totaal Reserves

10.968.727

399.614

11.368.341

2.078.814

3.455.810

12.745.337

88.411

146.761

Voorzieningen Voorziening onderhoud ambulances

130.492

130.492

72.142

Voorziening elektrische brancards

67.203

67.203

13.341

Voorziening groot onderhoud gebouw RAV

65.550

65.550

5.246

32.775

93.079

Voorziening groot onderhoud Regiokantoor

612.384

612.384

263.901

300.000

648.483

Voorziening groot onderhoud gebouwen GAD

554.877

554.877

59.995

53.862

494.882

Totaal Voorzieningen

1.430.506

0

1.430.506

414.625

421.186

1.437.067

Totaal Reserves en Voorzieningen

12.399.233

399.614

12.798.847

2.493.439

3.876.996

14.182.404

84

Toelichting reserves en voorzieningen Op 9 december 2021 hebben de portefeuillehouders Financiën van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren in een brief aan de leden van het dagelijks en algemeen bestuur van de Regio verzocht, ook dit jaar zorgvuldig en kostenefficiënt invulling te geven aan de begroting 2023. Hierbij is het verzoek opgenomen de bestemmingsreserves opnieuw te beoordelen, in hoeverre er concrete plannen aanwezig zijn voor de inzet van deze bestemmingsreserves. Deze herbeoordeling zal worden meegenomen in de Regiobegroting 20232026. Daarnaast is op 16 december 2021 in de vergadering van het algemeen bestuur de Nota Reserves en Voorzieningen 2022 vastgesteld. In deze toelichting zijn de doelen van de actieve reserves van de Regio opgenomen.

Algemene reserves 

Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin en onvoorzienbare, niet uitstelbare en onvermijdelijke uitgaven, voor zover daarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen de exploitatie. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Algemene reserve GGD De reserve heeft een bufferfunctie en is oorspronkelijk ingesteld ter dekking van de kosten van opleiding van artsen. Inmiddels wordt de reserve aangewend ter dekking van eventuele tegenvallers.

Bestemmingsreserves 

Reserve TBC-explosie Deze reserve is gevormd om extra kosten in verband met een tbc-explosie (deels) te kunnen dekken. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Reserve rampenbestrijding De reserve GHOR is ten behoefte van rampenbestrijding en is opgebouwd uit overschotten van brede doeluitkeringen van het Rijk. De reserve wordt aangewend ter dekking van eventuele tekorten bij het bestrijden van rampen. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Reserve intensivering samenwerking Veiligheidsregio’s Voor de voorbereidingen ten aanzien van de intensivering van de samenwerking tussen de Veiligheidsregio’s is vanuit het resultaat van de GHOR 2017 een reserve gevormd. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Reserve Samenwerkingsagenda Deze reserve is ingesteld bij besluit van 3 december 2015. De reserve is bestemd voor de ontwikkelingen in het kader van de Regionale Samenwerking. Met deze financiering versterken de gemeenten de bestuurlijke samenwerking op het fysiek en sociaal domein in de regio Gooi en Vechtstreek. Reserve Transformatieplan Jeugd Voor de uitvoering van het Transformatieplan Jeugd heeft het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport in het najaar van 2018 een subsidie toegekend om de veranderopgave in het jeugddomein versneld te realiseren.

De Regio draagt zorg voor coördinatie van het plan en voert de kassiersfunctie uit voor de uitgaven van de middelen. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Reserve Werkkamer Deze reserve zorgt voor een jaarlijks budget waaruit projecten en initiatieven t.b.v. de banenafspraak kunnen worden bekostigd. Daarnaast worden de middelen ook ingezet om de doelen van de arbeidsmarktprogramma’s te bevorderen. Dit gebeurt aan de hand van voorstellen die door het secretariaat worden voorbereid en na instemming van de betrokken partijen. Voor de reserve is geen maximale hoogte ingesteld. Reserve frictiekosten RAV De Regionale Ambulance Voorziening is met ingang van 2018 een intensievere samenwerking aangegaan met de Regionale Ambulance Voorziening Flevoland. Hieraan voorafgaand werden de ondersteunende taken op PIJOFACH-gebied voor de RAV Gooi en Vechtstreek verricht door de Regio Gooi en Vechtstreek. De hierdoor ontstane frictiekosten bij de Regio worden bekostigd uit deze reserve conform afbouwschema. De reserve is na de onttrekking van dit jaar leeg en kan opgeheven worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11615849/1