2025 04969 1 Aanvraagformulier Vangnetuitkering Participatiewet 2024
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2025 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 geen vangnetuitkering hebben ontvangen, maken gebruik van dit formulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2024 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
1
1. Verklaring college bij een basisverzoek
Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
2
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. In 2024 is een aanzienlijk tekort ontstaan door een sterke toename van het aantal huishoudens dat instroomt in de Participatiewet, waarbij statushouders 82% van deze instroom vormen. Door hun afstand tot de arbeidsmarkt en het inburgeringstrajectzijn doorgaans statushouders langer afhankelijk van een uitkering. Deze instroom is grotendeels het gevolg van landelijke regelgeving (WI2021) en buiten invloed van de gemeente.
De aanhoudende bevolkingsgroei sinds 2021 zorgt voor een structurele toename van het aantal huishoudens en daarmee mogelijk ook van het aantal uitkeringsaanvragen. Daarnaast is het aantal actieve inburgeraars met 69% gestegen ten opzichte van 2023, wat de financiële druk verder verhoogt. Vanwege de T-2-systematiek, waarbij uitgaven eerder plaatsvinden dan de bijbehorende rijksbijdragen worden ontvangen, ontstaat een tijdelijk financieel tekort. Hoewel er meer uitstroom naar werk is, leidt de intensivering van re-integratietrajecten tot extra kosten. Hierdoor is er sprake van een tekort ten opzichte van de ontvangen middelen vanuit het Rijk. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Binnen de afdelingen Participatie en Zicht op Werk is een tekort aan uitvoeringsmiddelen ontstaan door de intensieve begeleiding van inburgeraars en langdurig uitkeringsgerechtigden. Integratieconsulenten missen de expertise voor effectieve re-integratie, waardoor wordt overwogen om participatietrajecten met begeleiding extern in te kopen. Dit ontlast de interne capaciteit en verbetert de focus op kerntaken. Daarnaast is extra inzet gepleegd op 45-plussers met meervoudige problematiek, via jobcoaching en samenwerking met ketenpartners.
De verscherpte inzet op arbeidstoeleiding leidt tot hogere uitvoeringskosten, maar ook tot meer uitstroom naar werk. Inburgeraars worden vroegtijdig geactiveerd via voorinburgering en AZC-activiteiten, wat hun kans op participatie vergroot maar eveneens kostenverhogend werkt. Om dit op te vangen, is AMIF-
3
subsidie aangevraagd. De ingezette maatregelen dragen bij aan een efficiëntere uitvoering, verkorting van de uitkeringsduur en structurele besparing op de lange termijn. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De gemeente Eemnes zet gericht in op het vergroten van arbeidsparticipatie en het terugdringen van langdurige uitkeringssituaties. Door middel van gerichte arbeidstoeleiding en vroegtijdige activering van doelgroepen zoals jongeren, statushouders, inburgeraars en 45-plussers, wordt de zelfredzaamheid versterkt en uitstroom naar (gedeeltelijk) betaald werk versneld. Intensieve begeleidingstrajecten verkorten de uitkeringsduur en vergroten de uitstroomkansen, vooral bij inwoners met een langdurige uitkering. Deze aanpak bevordert ook de duurzame integratie van statushouders en leidt op middellange termijn tot lagere uitkeringslasten. Met deze maatregelen geeft Eemnes effectief uitvoering aan de Participatiewet, draagt bij aan een inclusieve arbeidsmarkt en borgt verantwoord gebruik van publieke middelen.
4
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
x
De kadernota, de begroting.
x
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
x
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
x
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
x
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Een substantieel deel van het tekort in 2024 is toe te schrijven aan de toename van het aantal huishoudens dat instroomt in de Participatiewet. Met name bij de inburgeraars is een toename waar te nemen. In totaal stroomden 28 huishoudens in, waarvan 23 huishoudens (82%) inburgeraars betroffen. Ter vergelijking: in 2023 ging het om 29 huishoudens, waarvan 18 (62%) inburgeraars waren. Deze ontwikkeling heeft een opwaarts effect op de uitkeringslasten, mede doordat inburgeraars in de regel een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben en daardoor én door de duur van het inburgeringstraject langer aangewezen zijn op een uitkering. De gemeente heeft beperkte beïnvloedingsmogelijkheden op deze instroom, aangezien de toewijzing van statushouders, een belangrijk deel van de inburgeraars, plaatsvindt op basis van landelijke verdeelsystematiek. Daarmee betreft dit een exogene factor die in belangrijke mate bijdraagt aan het ontstane tekort. Daarnaast is sinds 2021 sprake van een aanhoudende bevolkingsgroei als gevolg van nieuwbouw. Deze demografische ontwikkeling zorgt voor een structurele toename van het aantal huishoudens en draagt mogelijk eveneens bij aan de stijging van het aantal uitkeringen.
Aantal unieke inwoners voor een uitkering BUIG en Rijksbijdrage BUIG van 2021 tot 2025
7
Cumulatieve standcijfers Inburgering
De middelen die wij ontvangen voor de uitvoering van voorzieningen worden in de praktijk vaak pas in het daaropvolgende jaar besteed. Dit heeft te maken met het moment waarop statushouders daadwerkelijk worden gehuisvest in onze gemeente en hun inburgeringstraject starten. De begroting is hierop gebaseerd, maar in de uitvoering zien we een vertraging tussen ontvangst van middelen en het moment van uitgaven, de zogeheten T-2 systematiek. Daarnaast is de taakstelling voor huisvesting van statushouders in 2024 onverminderd hoog gebleven. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal actieve inburgeraars. In 2024 ging het om 49 personen, terwijl dat er in 2023 nog 29 waren – een stijging van 69%. Deze toename heeft geleid tot hogere lasten dan vooraf voorzien. Hoewel de recente ontwikkelingen positieve resultaten laten zien – zo zijn in 2024 in totaal 25 inwoners uitgestroomd naar werk en daarmee beëindigd in de uitkering, ten opzichte van een lagere uitstroom in 2023 met slechts 12 inwoners – leidt de toename van het aantal ingezette reintegratietrajecten tot een aanzienlijke financiële druk op de beschikbare middelen. Deze druk resulteert in een tekort ten opzichte van de ontvangen rijksbijdrage.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Binnen de afdelingen Participatie en Zicht op Werk (intern (re-)integratie team) is sprake van een tekort op de beschikbare uitvoeringsmiddelen. Eén van de taken van de afdeling betreft de begeleiding van statushouders richting participatie en re-integratie naar betaald werk. Deze werkzaamheden worden momenteel uitgevoerd door de integratieconsulenten en betaald uit uitvoeringsmiddelen Inburgering. Ook op de uitvoeringsmiddelen Inburgering is een tekort.
8
De praktijk wijst echter uit dat deze begeleiding intensief is en een aanzienlijke tijdsinvestering vergt. Daarnaast geven de integratieconsulenten aan dat zij niet beschikken over de specifieke expertise die nodig is voor het effectief vormgeven van participatie- en re-integratietrajecten. Om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en de beschikbare capaciteit binnen de afdeling effectiever in te zetten, is de gemeente aan het verkennen om in de toekomst mogelijk externe participatietrajecten inclusief geïntegreerde begeleiding extern in te kopen. Hiermee worden de integratieconsulenten ontlast, zodat zij zich kunnen richten op hun kerntaken binnen het inburgeringsproces. Daarnaast zal er in dit geval minder gebruik gemaakt worden van de participatievoorzieningen en de begeleiding hiervan. Dit draagt bij aan een efficiëntere inzet van personeel en een doelmatiger uitvoering van de Participatiewet en de uitvoeringsmiddelen van de Participatiewet. Daarnaast blijkt dat de groep uitkeringsgerechtigden in Eemnes in de leeftijd van 45 tot 64 jaar die al langer dan 3 jaar zijn aangewezen op een bijstandsuitkering groter wordt.
Deze doelgroep is vaak structureel op afstand van de arbeidsmarkt geraakt, waarbij sprake is van meervoudige problematiek zoals verouderde werkervaring, verminderde vitaliteit, een beperkt netwerk en geringe perspectieven op betaalde arbeid zonder intensieve ondersteuning. Middels het inzetten van trajectbegeleiding, jobcoaching, jobhunting en intensieve samenwerking met lokale ketenpartners is het doel om waar mogelijk passende werkplekken te vinden voor deze doelgroep.
Peildatum 12-2024
Ten opzichte van 2023 is de gemeente Eemnes intensiever gaan inzetten op arbeidstoeleiding, met als doel de gemiddelde uitkeringsduur te verkorten en de uitstroom naar werk te bevorderen. Deze verscherpte focus op activering leidt in de praktijk tot hogere uitvoeringskosten, onder andere door een toename in het aantal begeleidings- en re-integratietrajecten. De ingezette aanpak werpt echter vruchten af: in 2024 zijn vierentwintig inwoners succesvol uitgestroomd naar regulier, betaalde arbeid. Dit is een positief resultaat dat, als de ingezette lijn wordt voortgezet, mogelijk in 2025 leidt tot structurele daling van het aantal inwoners dat langdurig gebruik dient te maken van een uitkering. 9
Daarnaast is binnen de brede intake voor statushouders ingezet op vroegtijdige activering. In samenspraak met de doelgroep wordt afgesproken dat zij direct starten met de zogeheten voorinburgering en participeren in activiteiten die op het AZC worden aangeboden. Deze vroege betrokkenheid draagt bij aan het sneller opbouwen van participatievaardigheden en verkleint de afstand tot de arbeidsmarkt. Als gevolg hiervan is een toename zichtbaar in het aantal participatietrajecten. Deze trajecten zijn intensief in begeleiding en daarmee kostenverhogend. Ter ondersteuning van deze inzet is bij het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds (AMIF) subsidie aangevraagd om de integratie van statushouders te versterken. Vanaf de zomer van 2022 is een groep inburgeraars gestart met hun formele inburgeringstraject. De verwachting is dat de eerste deelnemers dit traject in de loop van 2025 succesvol zullen afronden, waarmee zij in staat worden gesteld om vervolgstappen richting de arbeidsmarkt te zetten.
10
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. De gemeente Eemnes verwacht met de inzet van bovenstaande maatregelen een structurele verbetering van de arbeidsparticipatie en een daling van het aantal langdurige uitkeringssituaties te realiseren. Door gerichte arbeidstoeleiding en vroegtijdige activering van inwoners, waaronder jongeren, statushouders en 45+, wordt de zelfredzaamheid versterkt en wordt sneller perspectief op (gedeeltelijke) uitstroom naar arbeid geboden. De intensieve begeleidingstrajecten dragen bij aan:
Verkorting van de gemiddelde uitkeringsduur; Toename van de uitstroom naar betaald werk, met name onder inwoners die al geruime tijd een uitkering ontvangen, wat met name het geval is bij de doelgroep 55-64 jaar; Duurzamere integratie van statushouders door vroegtijdige participatie, workshops, trainingen en voorbereiding op het inburgeringstraject; Afname van toekomstige uitkeringslasten op de middellange termijn, indien de ingezette trends zich voortzetten.
Met deze aanpak wordt niet alleen invulling gegeven aan de doelstellingen van de Participatiewet, maar wordt tevens bijgedragen aan een inclusieve arbeidsmarkt en een effectiever gebruik van publieke middelen.
11
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes verklaart dat het vóór 15 augustus 2025 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: mw. drs. M.B.E. van den Berg De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: R. van Benthem RA
12
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2025 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Eemnes stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: R. van Benthem RA De griffier,
Naam van de ondertekenaar: mw. A.H. de Graaf-Gerrits
13