2021-09-09 Definitieve beschikking loswal Gebr van der Heiden Transport B V
Tekst van het document
PROVINCIE :: UTRECHT
Gebr. van der Heiden Transport B.V. T.a.v. de heer M. de Langen Postbus 51 1260 AB BLARICUM
DATUM ZAAKKENMERK NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE(N)
9 september 2021 Z-WEG_OVG-2020-0837 821CB7BA 12 februari 2020 Niet van toepassing - Plattegrondtekening V201713
TEAM REFERENTIE DOORKIESNUMMER FAX E-MAILADRES ONDERWERP
Beheer en Monitoring Servicebureau 030-2583311 030-2583139 Servicebureau@provincie-utrecht.nl Definitieve beschikking loswal Eemweg 78A Eemnes
Geachte heer De Langen, Naar aanleiding van de aanvraag van Adromi B.V. namens Gebr. van der Heiden Transport B.V. om ontheffing voor de aanwezigheid van een loswal aan de kade van haar inrichting aan de Eemweg 78A te Eemnes, ten behoeve van het tijdelijk afmeren van (zand)schepen en het laden/lossen daarvan, kunnen wij u het volgende berichten. Op 1 april 2021 is de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (hierna: Interim Omgevingsverordening) in werking getreden ter vervanging van (onder andere) de Waterverordening provincie Utrecht 2009 (hierna: Waterverordening). Volgens het algemeen overgangsrecht als bedoeld in paragraaf 10.5.1 van de Interim Omgevingsverordening blijft het oude recht, in dit geval de Waterverordening, van toepassing als voor de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening een aanvraag om een besluit is ingediend, tot het moment dat het besluit onherroepelijk is. Gelet op het algemeen overgangsrecht van de Interim Omgevingsverordening en de bij ons bekende situatie en informatie, besluiten wij Gebr. van der Heiden Transport B.V. op grond van artikel 4.7 van de Waterverordening onder voorschriften ontheffing te verlenen van het in artikel 4.6, sub c, van de Waterverordening gestelde verbod. Deze ontheffing geldt ook voor rechtsopvolgers. Het betreft een loswal langs de bij de provincie Utrecht in beheer zijnde rivier De Eem.
De Waterverordening stelt regels in het belang van de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van de vaarwegen en de bijbehorende werken van de bij de provincie Utrecht in beheer zijnde vaarwegen, en in het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op deze vaarwegen. Tegen dit kader hebben wij de aanvraag beoordeeld. De loswal is gelegen in een krappe bocht van de rivier De Eem, naast een jachthaven. De vaarweg is op deze locatie op het smalste gedeelte 40 meter breed. De krapte van de bocht, het verminderde zicht in de bocht en de ligging van de naastgelegen jachthaven leiden tot de volgende afweging: De ter plaatse aanwezige kade van Gebr. van der Heiden Transport B.V. aan de Eemweg 78A te Eemnes heeft een lengte van 58,00 meter. Gelet op de aanvraag betreft de maximale lengte van de loswal 55,00 meter, en bedraagt de maximale lengte en breedte van de (zand)schepen die daaraan tijdelijk worden afgemeerd ten behoeve van het laden/lossen daarvan respectievelijk 55,00 meter en 6,60 meter. De instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van de rivier De Eem en bijbehorende werken, en het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de rivier De Eem, mag niet worden geschaad.
Om er zorg voor te dragen dat het op de vaarweg varende scheepvaartverkeer voldoende zicht en ruimte heeft in de bocht en de recreatievaartuigen die de jachthaven willen verlaten voldoende zicht en ruimte hebben, dient er aan de voorschriften zoals verbonden aan deze ontheffing te worden voldaan.
PROVINCIE-UTRECHT.NL
Domein Landelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
17766
Aan deze ontheffing verbinden wij de volgende voorschriften: a.
Op de kade met een lengte van 58,00 meter, betreft de maximale lengte van de loswal 55,00 meter waarbij een afstand van minimaal 3,00 meter wordt gehouden tot de perceelsgrens aan de zijde van de naastgelegen jachthaven;
b.
Het tijdelijk afmeren van schepen ten behoeve van het laden/lossen daarvan geschiedt op de plaats en de wijze zoals is aangegeven op de bij de aanvraag ingediende plattegrondtekening V201713 (zie bijlage);
c.
De maximale lengte en breedte van de tijdelijk af te meren schepen bedraagt respectievelijk 55,00 en 6,60 meter;
d.
Het tijdelijk afmeren dient te geschieden aan de loswal met een maximale lengte van 55,00 meter waarbij een afstand van minimaal 3,00 meter wordt gehouden tot de perceelsgrens aan de zijde van de naastgelegen jachthaven;
e.
Aan het einde van beide zijden van de loswal dient ontheffinghouder op zijn perceel, op drie meter afstand van de kade, bebording aan te brengen ter verduidelijking voor de te laden/lossen schepen. Dit dient te gebeuren in afstemming met desbetreffende vaarweginspecteur, in dit geval de heer H.J.M. van der Poel, bereikbaar op telefoonnummer 06-51213398 of e-mailadres Huub.van.der.Poel@provincieutrecht.nl.;
f.
Bij het tijdelijk afmeren dient strak tegen de loswal te worden afgemeerd;
g.
Bij het tijdelijk afmeren dient gebruik gemaakt te worden van een laad/losinstallatie (mobiele kraan) op de kade die het mogelijk maakt te kunnen laden/lossen zonder het schip te verhalen;
h.
Tijdens het laden/lossen, dient de schroef van het schip buiten werking te zijn, ter voorkoming van het draaien van gaten in de waterbodem;
i.
De beschoeiing ter plaatse van de loswal dient in goede staat gehouden te worden, voor rekening van ontheffing houder;
j.
Ontheffinghouder vrijwaart de provincie Utrecht voor alle aanspraken van derden, welke het gevolg zouden kunnen zijn van het hebben en gebruiken van de loswal en van de beschoeiing;
k.
De ontheffing kan worden ingetrokken indien ontheffinghouder niet voldoet aan de aan deze ontheffing verbonden voorschriften.
Leges Voor het verlenen van deze ontheffing zijn legeskosten verschuldigd; een brief over de betaling van deze kosten ontvangt u spoedig. Procedure De aanvraag wordt afgehandeld met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in paragraaf 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Zienswijzen Op 15 oktober 2020 ontvingen wij een zienswijze van de heer J.B. Berkhof (Zuidereind 13 in Baarn). De zienswijze luidt samengevat: 1.
Indiener geeft aan dat ontheffing wordt verleend voor schepen met een lengte van 55 meter en een breedte van 6,60 meter. Volgens indiener zijn er nog maar enkele van dit relatief kleine type in de vaart en is de kans daarom groot dat er toch grotere schepen worden afgemeerd en gelost aangezien er vanwege bedrijfseconomische redenen een tendens is naar grotere schepen. Voorts is er volgens indiener een losinstallatie met een reikwijdte van minimaal 25 meter nodig of een beweegbare losinstallatie.
2.
Indiener stelt dat afhankelijk van de lengte van de losinstallatie op de kade, maar ook om de jachthaven niet te blokkeren, er meer vaarbewegingen gemaakt moeten worden vanwege het zogenoemde verhalen van de schepen. Dit vergroot volgens indiener de kans op beschadigingen in de waterbodem en beschoeiing, en wordt in de ontheffing niet toegestaan.
Behoort bij briefnummer: 821CB7BA
2 van 7
3.
Volgens indiener zullen grotere schepen in de ter plaatse aanwezige scherpe bocht van de rivier De Eem hinder ondervinden waarmee de kans op ongelukken wordt vergroot. Daarnaast zorgt de intensivering van de scheepsvaart volgens indiener voor een grotere kans op ongelukken met de pleziervaart.
4.
Indiener is van mening dat het aantal aan te meren schepen ten behoeve van laden en lossen moet worden gemaximeerd ter voorkoming van strijd met de bruikbaarheid en bescherming van de vaarweg, dan wel de veiligheid en het vlotte verloop van het vaarverkeer.
5.
Indiener brengt naar voren dat er geen rekening is gehouden met de ecologische gevolgen.
6.
Indiener vraagt zich af voor welke tijden de ontheffing gaat gelden.
7.
Indiener geeft aan dat vanwege de extra vaarbewegingen de ophaalbrug bij Eembrugge meerdere keren geopend dient te worden met (extra) files tot gevolg.
8.
Volgens indiener is er al een grotere laad en loswal in gebruik waar een ponton van aanvrager actief is om de grotere schepen te lossen.
9.
Indiener brengt ten slotte naar voren dat hij persoonlijk hinder zal ondervinden van de ontheffing, bestaande uit verstoorde (nacht)rust, indirecte planschade, vermindering van woongenot en toegenomen onderhouds(kosten).
Op 21 oktober 2020 ontvingen wij een zienswijze van Prinsen Advies namens Zandink Zandhandel B.V. en Aannemingsbedrijf J. van den Ham B.V. (Eemweg 78 en 80 in Eemnes). De zienswijze luidt samengevat: 10.
Indiener betwijfelt de noodzaak van een extra loswal omdat er ter plaatse, mede vanwege de zeer onveilige nautische situatie, nooit een formele loswal aanwezig is geweest.
11.
Indiener geeft aan dat in voorschrift d. van de ontheffing is bepaald dat er een afstand van 3 meter in acht moeten worden genomen tot de perceelsgrens aan de zijde van de naastgelegen jachthaven. Indiener verzoekt namens opdrachtgevers dat, ter voorkoming van manoeuvreer problemen voor bij hen af te meren schepen, ook minimaal 3 meter afstand tot hun percelen in acht wordt genomen. Indiener stelt dat een extra loswal vanwege het gebrek aan ruimte zal betekenen dat schepen vaker op de vaarweg moeten wachten, hetgeen ook bedrijfseconomisch ongewenst is.
12.
Indiener stelt dat de ligging in de bocht nautisch grote risico's oplevert voor de veiligheid van de beroepsen pleziervaart.
13.
Indiener geeft aan dat in voorschrift c. van de ontheffing is bepaald dat de maximale lengte en breedte van de tijdelijk af te meren schepen 55,00 en 6,60 meter mag bedragen. Uit marktonderzoek is volgens indiener gebleken dat er in de hele regio nog slechts een enkel zandschip in de vaart is van 55 meter lengte. Indiener stelt derhalve dat de ontheffing onuitvoerbaar is, aanvrager niet aan de ontheffing zal kunnen voldoen en dientengevolge de voorschriften van de ontheffing zal moeten overtreden indien aanvrager ter plaatse zand wil lossen.
14.
Indiener geeft aan dat in voorschrift b. van de ontheffing is bepaald dat de ontheffing mede is bedoeld voor het tijdelijk afmeren en het laden en lossen van (zand)schepen. Indiener stelt dat er geen planologische grondslag is voor zowel de loswal als het gebruik van de kade voor het laden en lossen met een laad/losinstallatie (mobiele kraan). Voorts ontbreekt volgens indiener enig inzicht in de milieu-hygiënische consequenties waarbij gedoeld wordt op aspecten als geluid, stof en milieuzonering.
Op 22 oktober 2020 ontvingen wij een zienswijze van de heer P.H. Fransen (Eemweg 76 in Eemnes). De zienswijze luidt samengevat: 15.
Indiener stelt dat de mobiele kraan zeer veel rijdende bewegingen zal moeten maken waardoor veel stofoverlast ontstaat. Omdat er meer economisch verantwoord vervoerd moet worden, zullen de schepen volgens indiener groter worden waardoor het vrijhouden van de minimale 3 meter vrije ruimte ten opzichte van de jachthaven niet haalbaar is.
Behoort bij briefnummer: 821CB7BA
3 van 7
16.
Door indiener wordt naar voren gebracht dat ten tijde van de kanalisering van de rivier De Eem (jaren 80) in goed overleg een gedeelte van zijn perceel is afgehaald ten behoeve van het ter plaatse realiseren van een overzichtelijkere bocht. Met het ter plaatse afmeren van zandschepen wordt deze gehele situatie volgens indiener teniet gedaan.
17.
Indiener geeft aan dat de doorgaande scheepvaart een ruimere bocht zal moeten nemen. De achterkant van deze schepen kunnen daardoor volgens indiener de kade of de ter plaatse aanwezige woonark raken. Voorts stelt indiener dat de schepen achterin zijn jachthaven bij het verlaten daarvan geen enkel zicht hebben op vrachtverkeer dat stroomopwaarts vaart, hetgeen volgens indiener onveilige en onwenselijke situaties oplevert.
18.
Volgens indiener hebben de huurders van de ligplaatsen in zijn jachthaven last van geluids- en stofoverlast. Indien ook in het weekend gebruik gemaakt zal worden van de loswal dan gaat dat volgens indiener ten koste van de recreatiebeleving en zullen er regelmatig onwenselijke discussies ontstaan tussen scheepseigenaren en de desbetreffende kraanmachinist.
Op 9 november 2020 ontvingen wij van Adromi B.V. namens Gebr. van der Heiden Transport B.V. een reactie op de ingediende zienswijzen. De reactie luidt samengevat: Stofoverlast Luchtkwaliteit en stofhinder zijn volgens aanvrager aspecten die aan bod komen in de procedure voor verkrijging van een Wabo omgevingsvergunning. Daarnaast wijst aanvrager op de aard en omvang van de overige bedrijvigheid op naastgelegen percelen alsmede alle maatregelen die aanvrager reeds neemt en gaat nemen. Lengte schepen Aanvrager geeft aan geenszins voornemens te zijn om ter plaatse schepen of duwbakken af te meren die de maximaal toegestane lengte van 55 meter overschrijden. Bescherming vaarwegen en veiligheid en vlot verloop van het scheepvaartverkeer De veiligheid van de nautische situatie zal volgens aanvrager niet afnemen door de aanwezigheid van de loswal en het lossen van (zand)schepen. Tijden laswerkzaamheden Aanvrager stelt dat de beoordeling van de tijden waarop de laswerkzaamheden zullen plaatsvinden (akoestische bedrijfsvoering) onderdeel is van de procedure voor verkrijging van een Wabo omgevingsvergunning.
Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan en milieuaspecten Door aanvrager wordt gewezen op de voor de ter plaatse aanwezige inrichting bij de gemeente Eemnes ingediende aanvraag voor een Wabo omgevingsvergunning milieu (revisie) inclusief verzoek tot afwijking van het bestemmingsplan. Volgens aanvrager worden in het kader van de desbetreffende aanvraag de relevante milieuaspecten getoetst, evenal de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan. Overige aspecten Aanvrager geeft aan dat er niet reeds sprake is van een grotere laad- en loswal met een ponton. Het betreft volgens aanvrager een ponton dat door aanvrager in gebruik is voor het uitvoeren van op- en overslagactiviteiten voor en namens een in de nabijheid gelegen bedrijf, hetgeen plaatsvindt binnen de inrichting van dat bedrijf. Het desbetreffende ponton heeft volgens aanvrager slechts zeer kortstondig aan de laad- en loswal gelegen in afwachting van ingebruikname elders.
Op de zienswijzen reageren wij als volgt: Ad 1. / 2. / 13. / 15. Bij het tijdelijk afmeren dient gebruik te worden gemaakt van een laad/losinstallatie (mobiele kraan) op de kade die het mogelijk maakt te kunnen laden/lossen zonder het schip te verhalen. Daarbij dient een afstand van minimaal 3,00 meter te worden gehouden tot de perceelsgrens aan de zijde van de naastgelegen jachthaven. Het is niet toegestaan om ter plaatse schepen af te meren met een grotere lengte dan 55 meter. Aangezien er (zand)schepen en duwbakken (in de vaart) zijn die voldoen aan deze maximale afmeting, kunnen wij ons niet vinden in het standpunt dat de ontheffing onuitvoerbaar zou zijn.
Behoort bij briefnummer: 821 CB7BA
4 van 7
Ad 3. /4. / 12. / 16. / 17. Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden om ervoor te zorgen dat het op de vaarweg varende scheepvaartverkeer voldoende zicht en ruimte heeft in de bocht en de recreatievaartuigen die de jachthaven willen verlaten tevens voldoende zicht en ruimte hebben. Zodoende zijn in de voorschriften (bijvoorbeeld) bepalingen opgenomen ten aanzien van de maximale lengte van de loswal, de maximale lengte en breedte van de tijdelijk af te meren schepen en de wijze van afmeren. Op de kade met een lengte van 58,00 meter, betreft de maximale lengte van de loswal 55,00 meter waarbij een afstand van minimaal 3,00 meter wordt gehouden tot de naastgelegen jachthaven. Bij het tijdelijk afmeren dient tevens een afstand van minimaal 3,00 meter te worden gehouden tot de naastgelegen jachthaven. Wij achten het niet nodig om een maximum te verbinden aan het aantal ter plaatse af te meren schepen. Het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer op de rivier De Eem, zal niet worden geschaad indien aan de aan de ontheffing verbonden voorschriften wordt voldaan. Ad 5. Mede gelet op artikel 2.2, tweede lid, van de Waterverordening hebben wij bij ons onderzoek wel degelijk rekening gehouden met de bescherming van (zowel) de ecologische (als landschappelijke en natuurwetenschappelijke) waarden van het gebied waarin de rivier De Eem is gelegen.
De (eventuele) gevolgen voor deze waarden achten wij niet dusdanig dat gesproken kan worden van een onaanvaardbare aantasting. Zodoende heeft dat voor ons geen reden gevormd om de ontheffing te weigeren. Ad6./18. Wij achten het niet nodig om tijden te verbinden aan het ter plaatse tijdelijk afmeren van schepen. Zoals aanvrager in haar reactie (onder: Tijden laswerkzaamheden) aangeeft is de beoordeling van de tijden waarop de laswerkzaamheden zullen plaatsvinden, onderdeel van de beoordeling van een aanvraag ter verkrijging van een Wabo omgevingsvergunning. Ad 7. Deze informatie wordt door ons ter kennisname aangenomen en vormt geen reden om de ontheffing te wijzigen dan wel te weigeren. Ad 8. Door ons wordt niet ingezien waarom deze informatie relevant is ten aanzien van onze beoordeling. Voorts verwijzen wij naar de reactie van aanvrager (onder: Overige aspecten). Ad9./15./18. Gelet op het beperkte afwegingskader van artikel 2.2 van de Waterverordening, zijn wij 'slechts' bevoegd om te toetsen of hetgeen is aangevraagd onaanvaardbare gevolgen oplevert in het kader van de in dat artikel genoemde belangen. Voorts verwijzen wij naar de reactie van aanvrager op dit punt (onder: Stofoverlast) waarbij wij kunnen bevestigen dat luchtkwaliteit en stofhinder aspecten zijn die aan bod komen bij de beoordeling van een aanvraag ter verkrijging van een Wabo omgevingsvergunning. Ad 10.
Door ons wordt niet ingezien dat indien ter plaatse nooit een formele loswal aanwezig is geweest, daartoe geen noodzaak zou bestaan. Ad 11. De situatie ten aanzien van de naastgelegen jachthaven is dusdanig dat wij in de bij de ontheffing behorende voorschriften hebben opgenomen dat zowel de loszal als de tijdelijk daaraan af te meren schepen een afstand van minimaal 3,00 meter behouden tot de perceelsgrens aan de zijde van de naastgelegen jachthaven. Reden daartoe is te zorgen dat recreatievaartuigen die de jachthaven willen verlaten voldoende zicht en ruimte hebben. Omdat een dusdanig situatie zich niet voordoet op de door indiener bedoelde zijde van de loswal, zien wij geen redenen om ten aanzien van die zijde eveneens dergelijke voorschriften aan de ontheffing te verbinden.
Behoort bij briefnummer: 821 CB7BA
5 van 7
Gelet op het beperkte afwegingskader van artikel 2.2 van de Waterverordening, zijn wij 'slechts' bevoegd om te toetsen of hetgeen is aangevraagd onaanvaardbare gevolgen oplevert in het kader van de in dat artikel genoemde belangen. Bedrijfseconomische belangen maken zodoende geen onderdeel uit van ons afwegingskader. Ad 14.118. Wij verwijzen wij naar de reactie van aanvrager (onder: Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan en milieuaspecten) en kunnen deze bevestigen.
Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat de zienswijzen geen aanleiding geven om het besluit ten opzichte van het ontwerp inhoudelijk gewijzigd vast te stellen. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit Ten opzichte van het ontwerpbesluit zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Beroep Indien u zich niet kunt verenigen met deze beschikking kunt u een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Hiervoor zijn griffierechten verschuldigd. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt 6 weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Het beroep kan worden ingesteld door: - belanghebbenden; - niet-belanghebbenden die tijdig hun zienswijze over de ontwerp beschikking naar voren hebben gebracht of geen zienswijze naar voren hebben gebracht maar die dat redelijkerwijs niet kan worden verweten. De beschikking wordt onherroepelijk nadat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ongebruikt is verstreken. Het instellen van beroep schorst de werking van de beschikking niet. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kunt u naast het instellen van beroep een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
In dat geval treedt de beschikking niet in werking voordat op dit verzoek is beslist. Griffierechten zijn hiervoor opnieuw verschuldigd. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Inwerkingtreding Deze beschikking treedt de dag na bekendmaking in werking. Aandachtspunt • Mogelijk heeft u naast deze ontheffing andere vergunningen of ontheffingen nodig. Wij willen u erop wijzen dat u zelf verantwoordelijk bent voor het tijdig verkrijgen van die andere vergunningen of ontheffingen van het bevoegde bestuursorgaan. Informatie Voor meer informatie verwijzen we u naar de website: www.provincie-utrecht.nl. Als u vragen heeft over de inhoud van deze brief kunt u contact opnemen met het Servicebureau, bereikbaar via bovengenoemd e-mailadres en telefoonnummer. Voor inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met de desbetreffende vaarweginspecteur, in dit geval de heer H.J.M. van der Poel, bereikbaar op telefoonnummer 06-51213398 of e-mailadres Huub.van.der.Poel@provincie-utrecht.nl. Verzending Deze beschikking wordt toegezonden aan: - Gebr. van der Heiden Transport B.V. Een afschrift van deze beschikking wordt toegezonden aan: - Adromi B.V., t.a.v. de heer J. Coomans; - De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht, t.a.v. de heer J.A. Meister; - De BEL (Blaricum, Eemnes en Laren) Combinatie, t.a.v. mevrouw A. de Vos.
Behoort bij briefnummer: 821CB7BA
6 van 7
Een afschrift van deze beschikking wordt ook toegezonden aan de direct omwonenden, nabij gelegen bedrijven en/of indieners van een zienswijze: - Jachthaven Fransen, Eemweg 76, 3755 LD in Eemnes; - 3H Fin B.V., Eemweg 78, 3755 LD in Eemnes; -Zuidereind 11A, 3741 LG in Baarn; - De heer J.B. Berkhof, Zuidereind 13, 3741 LG in Baarn; - Zuidereind 15, 3741 LG in Baarn; - Prinsen Advies, Arnhemseweg 100, 3817 CK in Amersfoort. Tevens wordt deze beschikking gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht,
7.%
Me,c. drs. óng4 Heójblom Teamleider Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Landelijke Leefomgeving
Behoort bij briefnummer: 821CB7BA
7 van 7