CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

20200310 B2 historische beschouwing

Gemeenteraad 2 mei 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: Maatregelen verbetering binnenklimaat Clusterschool2.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing

BIJLAGE 2

1. Tijdlijn: historisch overzicht De Clusterschool kent een roerige geschiedenis voor wat betreft binnenklimaat. Tabel B2.1 is een overzicht van relevante gebeurtenissen in relatie tot het binnenklimaat.

Tabel B2.1: Tijdlijn - historisch overzicht

2. Nieuwbouw Clusterschool (2007/2008) Betrokken partijen Opdrachtgever: Projectmanagement: Architect: Technisch Adviseur: Aannemer: Installateur:

Gemeente Eemnes AREC Architecten en Ingenieurs Weeda Architecten Intechno Consulting Engineers Vos en Teeuwissen KIN Installatietechniek

3. Onderzoek Atrivé (2009/2010) Betrokken partijen Opdrachtgever: Opdrachtnemer:

Gemeente Eemnes Attrivé

Doel: Onderzoek naar de aard van de klachten ten aanzien van het binnenklimaat en de mogelijke oorzaak. Hierbij is gekeken naar de uitgangspunten voor ontwikkeling en totstandkoming van het gebouw en de installaties. Subdoelen zijn het vaststellen van de verantwoordelijkheden van betrokkenen, het vaststellen waar is afgeweken van uitgangspunten en wat hiervan de gevolgen zijn geweest. Conclusies: 1 Het ventilatiesysteem is op een te laag aantal kinderen per klas berekend; 2 Er zijn minder WTW-installaties geplaatst dan het richtlijnenbestek stelt; 3 De klachten vanuit de scholen zijn grotendeels te herleiden tot een slechte ventilatie en hoge concentraties CO2; 4 De oplossing voor de geconstateerde klachten ligt in het aanleggen van een nieuw ventilatiesysteem.

1

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing

BIJLAGE 2

4. Aanpassing klimaatinstallaties (2010) Betrokken partijen Opdrachtgever: Projectmanagement: Technisch Adviseur: Aannemer: Installateur:

Gemeente Eemnes Atrive Technisch adviesbureau Humblet Beheer Bouwbedrijf Eemnes LomansGroep

Conclusies: Als onderdeel van de oplevering zijn validatiemetingen uitgevoerd. Deze bevestigen dat de opgeleverde ventilatie voldoet aan het ontwerp.

5. Onderzoek rekenkamercommisie BEL gemeenten Betrokken partijen Opdrachtgever: Opdrachtnemer:

Gemeente Eemnes Rekenkamercommissie BEL Gemeenten

Doel: Hoe is het proces rond het binnenklimaatsysteem van de Clusterschool in Eemnes verlopen: wat zijn de knelpunten en welke lessen zijn er voor de korte en lange termijn? Conclusies 1 Doelstellingen zijn op voorhand duidelijk, maar verdwijnen gedurende de uitwerking van de bouwplannen te veel op de achtergrond; 2 De problemen met het binnenklimaat worden veroorzaakt door een ventilatiesysteem dat niet aan de gestelde verwachtingen voldoet. Het is aannemelijk dat na de aanpassingen in 2010 de gewenste kwaliteit wordt gerealiseerd; 3 De besluitvorming is complex door gedeelde of onduidelijke verantwoordelijkheden; 4 De informatievoorziening is regelmatig te beperkt; 5 De gemeente Eemnes heeft zijn zuivere opdrachtgeversrol laten verwateren; 6 Risico’s voor het binnenklimaat in de Clusterschool zijn: onderhoud, aansturing, rolverdeling en informatieuitwisseling. Adviezen: 1 De gemeente moet een nadrukkelijkere opdrachtgeversrol pakken. 2 Wees zo volledig mogelijk in het verstrekken van informatie.

6. Historische uitgevoerde onderzoeken en metingen Afgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken en metingen verricht naar het binnenklimaat van de Clusterschool. In alle gevallen betreft het steekproeven. Op hoofdlijn wordt geconcludeerd: 1. Ventilatievoud: voldoet aan het bouwbesluit; 2. Temperatuur: wisselende resultaten, er zijn zowel lagere als hogere waarden gemeten dan richtlijnen van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de richtlijnen van de GGD. 3. Relatieve Vochtigheid (RV): bij lage buitentemperatuur is deze lager dan de richtlijnen; 4. CO2: voldoet aan bouwbesluit op basis van gemiddelden. Er is sprake van kortdurende pieken waarbij de norm van 1200 ppm wordt overschreden;

2

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing 5.

BIJLAGE 2

Op fijnstof is niet ingegaan.

Vanaf het plaatsen van de nieuwe luchtinstallatie (WTW’s) in 2010 zijn de volgende metingen en onderzoeken uitgevoerd: 1 Validatiemeting als onderdeel van de oplevering van de nieuwe luchtinstallatie (2010); 2 Onderzoek Search naar binnenklimaat (2013); 3 Onderzoek GGD, T-RV-CO2 (onderdeel van een regionaal onderzoek in 2015); 4 Nulmeting ventilatievoud ruimtes bouwgebied KDV Partou, voor verbouwing (begane grond, 2017); 5 Validatiemeting ventilatievoud als onderdeel van de oplevering van de verbouwing KDV Partou (begane grond, 2018). Ad 1: Als onderdeel van de oplevering van de nieuwe luchtinstallatie is in 2010 een validatiemeting uitgevoerd voor het gehele systeem. Hiermee is aangetoond dat de aanwezige installatie voldeed aan de toen van toepassing zijnde eisen. De resultaten zijn overgenomen in het ruimteoverzicht in bijlage 6. Ad 2: Search heeft in februari 2013 onderzoek uitgevoerd naar het binnenklimaat door uitvoering van meting van T, RV en CO2. Metingen zijn uitgevoerd in twaalf ruimtes. Conclusies van het onderzoek waren: a) T: de gemiddelde temperatuur voldoet voor de meeste ruimtes aan de richtlijnen. Voor 1 lokaal werd 2 dagen een te lage temperatuur gemeten. Opgemerkt wordt dat in meerdere ruimtes de temperatuur aan de lage kant is en koude klachten worden ervaren.

Tegelijkertijd was de temperatuur in enkele andere ruimtes relatief hoog (maar binnen de richtlijn). b) Relatieve Vochtigheid (RV): de relatieve luchtvochtigheid lag op de meeste meetdagen onder de norm (lage buitentemperatuur). De laatste dag (hogere buitentemperatuur) lag de RV binnen de richtlijn. c) CO2: het gemiddelde CO2 gehalte blijft onder de norm van 1200 PPM. In 4 lokalen komen kort durende pieken voor die de norm overschrijden. Daar waar de ventilatieroosters geopend zijn, is het CO2gehalte lager. De ventilatieroosters zijn een wezenlijk onderdeel van het ventilatiesysteem. De lucht in de lokalen wordt continue mechanisch afgezogen. Dat betekent dat er lucht van buitenaf wordt aangezogen. De ventilatieroosters in de gevel voorzien in het aanvoeren van verse buitenlucht. d) Op fijnstof is niet ingegaan. De resultaten zijn overgenomen in het ruimteoverzicht in bijlage 6. Ad 3: De GGD regio Utrecht heeft in april 2015 in het kader van het pilotproject Mechanisch Geventileerde Scholen. In dat kader zijn 4 lokalen van de Mariaschool onderzocht. Gemeten resultaten zijn hierbij vergeleken met de norm van het bouwbesluit en met de norm die de GGD zelf hanteert (LCM 1000). Conclusies van het onderzoek waren: a) Ventilatievoud: alle ruimtes voldoen aan het bouwbesluit. Van de 4 lokalen voldoet slechts 1 lokaal wel aan de LCM1000 norm die de GGD hanteert.

b) T: op bijna alle dagen wordt de boventemperatuur van 22°C overschreden. Het is daarmee te warm. c) RV: de relatieve luchtvochtigheid lag in de meetperiode tussen 34% en 43%, daarmee binnen de norm. d) CO2: het gemiddelde CO2 gehalte blijft onder de norm van 1200 PPM, behalve in 1 lokaal waar gedurende 1,5 uur de norm is overschreden. e) Op fijnstof is niet ingegaan. f) Conclusie: de ventilatie voldoet, er is wel sprake van te hoge binnentemperatuur.

3

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing

BIJLAGE 2

g) Opgemerkt wordt dat het CO2 gehalte ’s nachts niet daalt tot een waarde die overeenkomt met de buitenlucht. Dit duidt erop dat de ventilatie in de nacht wordt uitgeschakeld. De resultaten van de uitvoerde metingen zijn overgenomen in het ruimtebestand in bijlage 6. Ad 4: Ter voorbereiding op de uitvoering van de verbouwing van KDV Partou op de begane grond zijn de ventilatievouden gemeten. De resultaten van de uitvoerde metingen zijn overgenomen in het ruimtebestand in bijlage 6. Ad 5: Als onderdeel van de oplevering van de verbouwing van KDV Partou op de begane grond zijn de ventilatievouden gemeten. Resultaten zijn als onderdeel van de oplevering geaccepteerd door Partou. De resultaten van de uitvoerde metingen zijn overgenomen in het ruimtebestand in bijlage 6.

7. Verbouwingen Clusterschool 2017-2018 1. Algemeen In verband met het vertrek van de Wegwijzer en de komst van KDV Partou en de GDD hebben in 2017/2018 enkele verbouwingen plaatsgevonden. Hierbij is de indeling veranderd en zijn (klimaat) installaties aangepast. Het betreft: a) Op de begane grond het verbouwen van 2 BSO ruimten naar een lokaal; b) Op de eerste verdieping het verbouwen van drie klaslokalen naar twee klaslokalen met een RT/IB ruimte; c) Op de eerste verdieping het verplaatsen van een wand in een klaslokaal; d) Op de begane grond het verbouwen van een deel van de “Mariaschool” naar het kinderdagverblijf “Partou”; e) Op de begane grond het verbouwen van een kantoorruimte en de conciërgeruimte naar conciërgeruimte en BSO-ruimte; f) Op de begane grond de twee tijdelijke lokalen verbouwen naar een consultatiebureau. g) Enkele ruimtelijke aanpassingen in de scholen. De verbouwing is onder verantwoordelijkheid van projectleider IHP uitgevoerd. Het bouwmanagement is verzorgd door Bureau Bos. Hoofdaannemer was Bouwbedrijf H2 Soest. 2. Gevolgen voor de CV-installatie a) In meerdere ruimtes zijn beperkte aanpassingen gedaan, her en der zijn radiatoren verplaatst of toegevoegd. De gevolgen voor de CV-installaties zijn door Bureau Bos ingeschat als zeer minimaal. b) De CV-installatie is binnen het project niet opnieuw ingeregeld (geen onderdeel bestek). 3.

Gevolgen voor de luchtbehandelingsinstallatie a) In meerdere ruimtes zijn beperkte aanpassingen gedaan aan de luchtbehandelingsinstallatie. Deze bestaan voornamelijk uit het herverdelen van luchtroosters in de verbouwde ruimtes. b) Voor het deel KDV Partou is de luchtbehandelingsinstallatie volledig veranderd t.o.v. de oude situatie. Uitgangspunt van de verbouwing was dat totale hoeveelheid lucht t.b.v. dit bouwdeel niet zou veranderen t.o.v. de oude situatie. In verband hiermee is zowel voor start van de verbouwing als bij oplevering luchtdebietmetingen uitgevoerd. Uit deze meting blijkt dat de beschikbare lucht in het gebied is gebruikt en is herverdeeld over de nieuwe ruimtes. Uit steeksproefsgewijze controlemeting is gebleken dat de validatiemeting bij oplevering van het project de werkelijke situatie weergeeft. 4

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing c)

BIJLAGE 2

Behalve voor het deel KDV Partou zijn geen validatiemetingen uitgevoerd voor ventilatievoud. Hierdoor is niet te bepalen of de verschillende aanpassingen negatieve gevolgen hebben gehad voor de ventilatie in overige delen van het gebouw. Als onderdeel van het onderzoeksproject zijn daarom aanvullende metingen uitgevoerd. Zie bijlage 7 van het eindrapport.

4. Overige bijzonderheden n.a.v. overleg Bureau Bos en projectleider IHP a) Op 8 oktober heeft een gesprek plaatsgevonden met Bureau Bos en de projectleider IHP. Op basis hiervan wordt geconcludeerd: I. Het project stond onder hoge tijdsdruk en moest met beperkte financiële middelen gerealiseerd worden. Dit is ten koste gegaan van de zorgvuldigheid bij de voorbereiding en uitvoering van het project. Er is geen document gevonden op basis waarvan geconstateerd kan worden dat de risico’s die hierdoor werden gelopen zijn gemeld bij de ambtelijke opdrachtgevers. II. Men was bekend met de voorgeschiedenis ten aanzien van de klimaatproblemen en de beperkte mogelijkheden van de regeltechniek. Hier is in de voorbereiding en uitvoering van het project echter geen specifieke aandacht aan besteed. Risico’s op negatieve beïnvloeding van het klimaat zijn als laag ingeschat vanwege de beperkte ingrepen in installaties. III. Men was bekend met de aanwezigheid van ongeïsoleerd CV-leidingen in vloeren in een aantal ruimtes. Hiermee is geen rekening gehouden. Het is mogelijk dat de overlast ten gevolge van de warme vloeren groter is geworden omdat de indeling van ruimtes is gewijzigd. IV. Validatie van luchtbehandeling heeft beperkt plaatsgevonden (geen onderdeel van het bestek). Hierdoor is beperkt vast te stellen in hoeverre de luchtbehandeling van verbouwde ruimtes voldoet.

Ook is niet vast te stellen of het klimaat in andere, niet verbouwde ruimtes negatief is beïnvloed door de verbouwingen. V. De CV-installatie is niet opnieuw waterzijdig ingeregeld. Hierdoor is niet bekend of deze installatie nog optimaal is ingeregeld (geen onderdeel van het bestek). VI. Opleverdocumentatie en revisiegegevens naar aanleiding van de verbouwingen zijn soms niet of beperkt aanwezig. Nog steeds zijn niet alle revisiebescheiden, zoals tekeningen, beschikbaar. Dit bemoeilijkt onderzoek naar optimalisatie van het binnenklimaat. VII. Bureau Bos en projectleider IHP ervaren de relatie met hoofdaannemer als moeizaam. b) Kort na de oplevering van de verbouwingen is gebleken dat de luchtbehandelingsinstallatie op meerdere plekken niet op de juiste manier was aangesloten. Dit is hersteld. c) Schreuder-Ruitenbeek is, als leverancier onderhoud, niet betrokken bij de uitvoering van de verbouwingen (keuze van de hoofdaannemer). Achteraf gezien is dit, mede gezien de historie van de klimaatklachten in het gebouw en de positieve rol die Schreuder hierin heeft gespeeld, een gemiste kans. 5. Verbouwing in relatie tot betrokkenheid beheercommissie Op basis van gesprekken met de projectleider IHP wordt geconcludeerd: a) IntegraalHuisvestingsPlan (IHP) I. In het IHP is het aangepaste gebruik van de Clusterschool (2 scholen en KDV) vastgesteld. b) Verbouwing: I.

Het IHP beschreef op globaal niveau een nieuwe ruimte-indeling en fasering. De verbouwing uitvoering verliep anders, mede doordat het gebruik van een tijdelijke locatie voor het KDV niet acceptabel was voor Partou. Hierdoor kwam het project onder grote tijdsdruk te staan. Gevolg hiervan was dat de impact voor de scholen ook groter is geweest dan op voorhand gedacht.

5

Klimaatklachten Clusterschool Historische beschouwing II.

III. IV.

V.

BIJLAGE 2

De beheercommissie als orgaan is niet betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de verbouwingen in 2017/2018. Wel zijn gebruikers afzonderlijk betrokken en heeft meerdere malen ook gezamenlijk overleg plaatsgevonden. Partou is als toekomstig bewoner voldoende betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van het project. De voorbereiding en uitvoering van de verbouwing is onder grote tijdsdruk uitgevoerd. Projectleider IHP kan zich voorstellen dat met name de scholen overrompeld zijn door (de snelheid van) het proces en daarmee het gevoel hebben onvoldoende invloed hebben gehad op de uitvoering van de verbouwing. De scholen konden zich in eerste instantie niet vinden in de herverdeling van ruimtes en het meer intensief gebruiken van het gebouw als geheel. In de voorbereidingsfase van het project zijn de scholen betrokken bij de herverdeling van ruimtes en hebben uiteindelijk toegestemd in de herverdeling van ruimtes op basis van goedgekeurde bestekken en plattegronden. Hierbij zijn een aantal aanvullende wensen van scholen gehonoreerd. Na overleg met AT scholen was bepaald dat de peuterspeelzaal van AT scholen (de Woelwaters) mee zou gaan, dit bleek een verkeerder veronderstelling. Hierdoor is Stichting BELhamels pas later in het project betrokken.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11455835/1