2. Was-wordt-tabel
Tekst van het document
Toevoeging *, omdat dit artikel bij vaststelling van de VFL wordt overgeheveld naar de VFL.
AO
Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden* 1. Burgemeester en wethouders stellen een lijst en/of kaart op waarop waardevolle houtopstanden zijn geplaatst. 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een waardevolle boom te vellen of te doen vellen en/of een boom te vellen of te doen vellen die is geplant in het kader van de herplantplicht op basis van dit artikel. 3. Het bevoegd gezag legt onder nader te stellen voorschriften in beginsel een herplantplicht op. 4. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stadsen dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de omgeving.
Artikel 4.11 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving / wijziging op verzoek van Openbare Ruimte en Vergunningen
Het tweede lid komt te luiden: 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een waardevolle boom te vellen of te doen vellen en/of een boom te vellen of te doen vellen die is geplant in het kader van de herplantplicht op basis van dit artikel of artikel 4.12.
ˋof artikel 4.12ˊ wordt toegevoegd in het tweede lid, vanwege de voorgestelde wijziging onder AP.
Het vijfde lid komt te luiden:
27
AP
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
5. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag. 6. (…)
5. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag; b. houtopstand waarvoor het college toestemming geeft tot het direct vellen van de houtopstand, als er sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang.
De inmiddels uitwerking getreden ˋPlantenziektewetˊ is vervangen door de ˋPlantgezondheidswetˊ.
Artikel 4.12 (vervallen)
Artikel 4.12 komt te luiden:
Wijziging op verzoek van Openbare Ruimte en Vergunningen.
Artikel 4.12 Herplant-/instandhoudingsplicht* 1. Als houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld of op andere wijze is tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond of aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, onder nader te stellen voorschriften een herplantplicht opleggen. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke manier niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
Toevoeging van een nieuw sub b. Er is nu geen uitzondering in de APV opgenomen op de vergunningplicht voor vellen in het geval van noodkap. Omdat bij noodkap sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang, bijvoorbeeld vanwege direct gevaar voor mensen en/of de omgeving, kan een vergunning niet worden afgewacht. De boom mag in deze situaties worden gekapt met toestemming van het college. Er is toestemming nodig voor noodkap als er sprake is van een waardevolle boom of een boom die in het kader van een herplantplicht is geplant.
Invoeging nieuw artikel, waarmee de mogelijkheden om een herplantplicht op te leggen worden uitgebreid en de verplichting kan worden opgelegd om maatregelen te treffen om een vergunningplichtige boom in stand te houden. Het eerste lid regelt dat het bevoegd gezag een herplantplicht kan opleggen als een vergunningplichtige boom zonder vergunning is gekapt of op een andere manier is tenietgegaan. Denk bijvoorbeeld aan het omwaaien van de boom. Bij het opleggen van de herplantplicht kan worden bepaald binnen welke termijn en op welke manier niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
28
APV nu
AQ
Artikel 4.20 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.*
Voorgestelde wijziging
Toelichting
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op waardevolle bomen of bomen die zijn geplant in het kader van de herplantplicht op basis van artikel 4.11 of dit artikel, en die: a. moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 4.11, vijfde lid, onder a; of b. moeten worden geveld vanwege een situatie van acuut spoedeisend belang als bedoeld in artikel 4.11, vijfde lid, onder b. 4. Als houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt of aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 5. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Een herplantplicht kan op basis van het derde lid ook worden opgelegd als een waardevolle boom of boom, die is geplant in het kader van een herplantplicht, moet worden geveld: op basis van de Plantgezondheidswet of op aanschrijving of last van het bevoegd gezag; of vanwege een situatie van acuut spoedeisend belang.
Artikel 4.20 wordt als volgt gewijzigd:
VNG zomeraanpassing 2022 / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het vierde lid geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om de verplichting op te leggen om voorzieningen te treffen als een vergunningplichtige boom ernstig in het voorbestaan wordt bedreigd. Met het doel om die bedreiging weg te nemen.
Het vijfde lid bepaalt dat degene aan wie een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, en ook zijn rechtsopvolger, verplicht is daaraan te voldoen.
29
AR
AS
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: (…) 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de geldende Provinciale milieuverordening.
In de aanhef van het eerste lid wordt ˋopheffingˊ vervangen door ˋbeëindigingˊ.
Tekstuele wijziging. ˋOpheffing van overlast’ is vervangen door ‘beëindiging van overlast’.
In het vierde lid wordt ˋde geldende Provinciale milieuverordeningˊ vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ.
ˋde geldende Provinciale milieuverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 4.22 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het vierde lid wordt ˋde Provinciale landschapsverordeningˊ vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ.
ˋde Provinciale landschapsverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 4.22 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame* 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. (…) 3. (…) 4. Het tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer of de Provinciale landschapsverordening.
Artikel 4.25 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen* 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of
Correctie.
30
AT
AU
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. v een stadsgezicht.
Het vierde lid komt te luiden: 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een dorpsgezicht.
In het vierde lid wordt ˋv een stadsgezichtˊ vervangen door ˋeen dorpsgezichtˊ. Een dorpsgezicht is relevant voor de BEL-gemeenten.
Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.* (…) 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5.2 wordt als volgt gewijzigd:
Wijzigingen in lijn met VNG model-APV.
Het opschrift komt te luiden: Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke*
Taalkundige wijziging. In het opschrift wordt ˋe.d.ˊ vervangen door ˋen dergelijkeˊ.
Het vijfde lid komt te luiden: 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
In het huidige vijfde lid is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing is op een aanvraag om een ontheffing. Voorgesteld wordt te bepalen dat de lex silencio niet van toepassing is. Deze wijziging is in lijn met de VNG model-APV. Volgens de VNG volgt voor deze activiteit de toepasselijkheid van de lex silencio uit de Dienstenwet, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daarop een uitzondering te maken.
Artikel 5.5 Voertuigwrakken*
Artikel 5.5 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV.
31
APV nu 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. AV
Artikel 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen* 1. Het is verboden een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Het tweede lid komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid, sub a, komt te luiden: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;
Onder vernummering van het tweede en derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat komt te luiden: 2. Het college kan plaatsen of tijden aanwijzen waar, respectievelijk gedurende welke tijd het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing is. In het vierde lid (nieuw nummering) wordt ˋhet Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordeningˊ vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ
Wijziging op verzoek van de boa’s en Verkeer / technische wijzigingen. Dit artikel richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie en dergelijke worden gebruikt. Vanuit de organisatie is de wens om sub a aan te passen, zodat er makkelijker op gehandhaafd kan worden. In de praktijk komt het nu regelmatig voor dat deze voertuigen na drie dagen een paar meter worden verplaatst of een paar straten verderop worden geparkeerd. Door deze wijziging is het verboden om de genoemde voertuigen langer dan drie dagen achter elkaar zonder wezenlijke tijdsonderbreking binnen de bebouwde kom op de openbare weg te plaatsen of te hebben (het begrip weg is gedefinieerd in artikel 1.1 van de APV). Op dit moment zijn alle wegen binnen de bebouwde kom van Eemnes op basis van sub a aangewezen met een aanwijzingsbesluit. In zoverre veranderen de regels dus niet. Het aanwijzingsbesluit wordt na deze wijziging van de APV overbodig.
32
APV nu
Voorgestelde wijziging
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Het huidige vierde lid vervalt.
Toelichting Op basis van het nieuwe tweede lid kan het college plaatsen of tijden aanwijzen waar, respectievelijk gedurende welke tijd, het verbod van het eerste lid, onder a, niet van toepassing is. Ook behoudt het college de mogelijkheid om een ontheffing van het verbod te verlenen (derde lid nieuwe nummering). Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving in het vierde lid (nieuwe nummering). In het huidige vierde lid is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is. Dit artikellid is in dit geval overbodig, omdat de toepasselijkheid van de lex silencio niet uit de wet volgt en daarom niet van toepassing is. In lijn met de systematiek van de VNG model-APV wordt voorgesteld het vierde lid te schrappen.
AW
AX
Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen* 1. Het is verboden een voertuig met stank verspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5.10 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 5.10A Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan*
Artikel 5.10A vervalt.
Taalkundige wijziging.
Het tweede lid komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. VNG zomeraanpassing 2022. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van
33
APV nu
Voorgestelde wijziging
1. Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
AY
AZ
BA
Toelichting Infrastructuur en Waterstaat vinden dat deze bepaling (verbod op ˋbermparkerenˊ) in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter. Deze bepaling uit de VNG model-APV komt daarom te vervallen.
Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen* (…) 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.11 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets* 1. Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. (…)
Artikel 5.12 wordt als volgt gewijzigd:
VNG zomeraanpassing 2022.
In het eerste lid wordt ˋopheffingˊ vervangen door ˋbeëindigingˊ.
Tekstuele wijziging. ˋOpheffing van overlast’ is vervangen door ‘beëindiging van overlast’.
Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven
Artikel 5.16 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met de systematiek van de VNG model-APV.
Het vierde lid vervalt.
Wijziging in lijn met VNG model-APV. In het vierde lid is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is. Dit artikellid is in dit geval overbodig, omdat de toepasselijkheid van de lex silencio niet uit de wet volgt en daarom niet van toepassing is. In lijn met de VNG model-APV wordt daarom voorgesteld het vierde lid te schrappen.
34
BB
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.
Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, dat komt te luiden: 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
In het algemene artikel 1.9 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing is op een ontheffing als bedoeld in dit artikel. Omdat de toepasselijkheid van de lex silencio in dit geval niet uit de wet volgt, is een nieuw vierde lid opgenomen waarin de lex silencio van toepassing wordt verklaard.
Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden* 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan; b. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; c. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Artikel 5.18 wordt als volgt gewijzigd:
Wijzigingen in lijn met VNG model-APV.
Het tweede lid komt te luiden: 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan; b. als de standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of c. als een beperking in aantal of in plaats in de gemeente of in een deel van de gemeente als gevolg van bijzondere omstandigheden nodig is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Na het tweede lid wordt een nieuw derde lid toegevoegd, dat komt te luiden: 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
Taalkundige wijziging sub b.
De formulering van het huidige tweede lid, onder c (ˋindien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komtˊ) moet worden aangepast in verband met de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond (redelijk voorzieningenniveau) voor standplaatsvergunningen niet toe, omdat dit wordt
35
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Op grond van deze richtlijn mag onder voorwaarden wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld. De nieuwe formulering van sub c is hierop afgestemd. Deze wijziging is in lijn met de VNG model-APV en is afgestemd met het team Vergunningen/APV. Toevoeging nieuw derde lid. In het algemene artikel 1.10 is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is op een standplaatsenvergunning. In dit geval zou de lex silencio positivo op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet van toepassing zijn, maar zijn er dwingende redenen van algemeen belang om daar een uitzondering op te maken. De vergunning dient om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord en overlast wordt tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval. In verband hiermee is het onwenselijk dat de lex silencio positivo van toepassing is.
BC
Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen* 1. Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5.18, tweede lid onder a., geldt niet voor bouwwerken.
Artikel 5.20 komt te luiden: Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen* 1. Artikel 5.18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
Taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving / correctie. In het eerste lid moet ˋhet Provinciaal wegenreglementˊ vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale
36
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
2. De weigeringsgrond van artikel 5.18, tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
regels gebundeld. Daarnaast is in lijn met de VNG model-APV de Wet milieubeheer toegevoegd. In het huidige tweede lid is bepaald dat de weigeringsgrond van artikel 5.18, tweede lid, onder a, niet geldt voor bouwwerken. Dit moet (in lijn met de VNG model-APV) artikel 5.18, tweede lid, onder b, zijn. Dit is gecorrigeerd.
BD
BE
Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. (…) 5. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.24 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
In het vijfde lid wordt ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ vervangen door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ.
ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen* 1. Het college kan op openbaar water gedeelten aanwijzen waar het verboden is om met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben, dan
Artikel 5.25 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
37
BF
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen. 2. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 3. Het is in elk geval verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op de Eem anders dan in de jachthaven, op de randmeren en op de Eemnesservaart. 4. (…) 5. De verboden in het tweede en derde lid gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of de Provinciale vaarwegenverordening.
Het vijfde lid komt te luiden: 5. De verboden in het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.26 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het derde lid komt te luiden: 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze
Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats* 1. Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
38
BG
BH
BI
APV nu
Voorgestelde wijziging
Toelichting
Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of de Provinciale vaarwegenverordening.
beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5.28 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het tweede lid komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5.30 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het tweede lid komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
ˋde Provinciale vaarwegenverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden* (…) 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5.33 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging in lijn met VNG model-APV.
Het zesde lid vervalt.
In het zesde lid is bepaald dat de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
39
APV nu
Voorgestelde wijziging
(positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
BJ
BK
BL
Toelichting niet van toepassing is. Dit artikellid is in dit geval overbodig, omdat de toepasselijkheid van de lex silencio niet uit de wet volgt en daarom niet van toepassing is. In lijn met de VNG model-APV wordt daarom voorgesteld het zesde lid te schrappen.
Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. (…) 5. Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
Artikel 5.34 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging / aanpassing verwijzing wet- en regelgeving.
Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
ˋde Provinciale milieuverordeningˊ moet vervangen worden door ˋde provinciale omgevingsverordeningˊ. In deze omgevingsverordening zijn verschillende provinciale regels gebundeld.
Artikel 5.36 Verbod carbid te schieten (….) 5. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.
Artikel 5.36 wordt als volgt gewijzigd:
Taalkundige wijziging.
Artikel 5.39 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen; b. de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen;
Artikel 5.39 wordt als volgt gewijzigd:
Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht. Taalkundige wijziging.
40
APV nu kinderspeelplaatsen; gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van het strooiveldje en de graven; e. andere door burgemeester en wethouders nader aan te wijzen plaatsen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Voorgestelde wijziging
Toelichting
In het eerste lid, onder e, wordt ˋ burgemeester en wethoudersˊ vervangen door ˋhet collegeˊ.
Taalkundige wijziging in verband met eenduidigheid in het artikel.
Artikel 6.2 komt te luiden:
Actualisatie / taalkundige wijziging in lijn met VNG model-APV.
c. d.
BM
Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Handhaving van de BEL Combinatie. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 4 van deze verordening zijn voorts belast de medewerkers van de afdeling Aanleg en Beheer van de BEL Combinatie. 3. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn voorts belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering,
Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Handhaving van de BEL Combinatie. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en het tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Het huidige tweede lid vervalt. De ˋafdeling Aanleg en Beheerˊ bestaat niet meer binnen de BEL Combinatie. Daarom wordt voorgesteld het tweede lid te schrappen. De medewerkers van het team Handhaving blijven aangewezen als toezichthouders voor de APV (eerste lid). Daarnaast kunnen andere personen door het college of de burgemeester worden aangewezen als toezichthouders (tweede lid nieuwe nummering). Taalkundige wijziging tweede lid (nieuwe nummering) in lijn met de VNG model-APV.
41
APV nu
Voorgestelde wijziging
In het derde lid (nieuwe nummering) wordt ˋhet eerste, tweede en derde lidˊ vervangen door ˋ het eerste en het tweede lidˊ.
eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. BN
BO
Toelichting
Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2018 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.
Artikel 6.4, eerste lid, komt te luiden: 1. De Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020 wordt ingetrokken.
Bij het vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening 2023 wordt de Algemene plaatselijke verordening 2020 ingetrokken.
Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2018 is ingediend en nog niet op de aanvraag is beslist, worden de bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020 toegepast. 3. Op een aanhangig bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2018, dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, dan wel dat na de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, doch binnen de wettelijke termijn voor bezwaar,
Artikel 6.5 wordt als volgt gewijzigd:
Aanpassing in verband met het vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening 2023 / taalkundige wijziging.
Het tweede en derde lid komt te luiden: 2. Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020 is ingediend en nog niet op de aanvraag is beslist, worden de bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023 toegepast. 3. Op een aanhangig bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020, dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, of dat na de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, maar binnen de wettelijke termijn voor bezwaar,
42
BP
APV nu
Voorgestelde wijziging
wordt beslist met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020.
wordt beslist met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023.
Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2020.
Artikel 6.6 komt te luiden: Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2023.
Toelichting
Aanpassing citeertitel.
Kleine tekstuele wijzigingen (bijvoorbeeld het verbeteren van verschrijvingen) zijn niet opgenomen in deze Was-wordt-tabel. Deze zijn zichtbaar in bijlage 3 Tekst APV 2023 (met markeringen). Artikelen die in de APV zijn aangeduid met een * zijn artikelen die overgaan naar de Verordening fysieke leefomgeving en op termijn naar het Omgevingsplan. Zie voor een volledig overzicht van deze artikelen bijlage 3.
43