2 Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025 en 2026
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025 en 2026 Verhogen van de uitvoeringskracht; iedereen doet mee
Gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 3
2.
De prioriteiten en geplande werkzaamheden voor 2025 en 2026 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 4
3.
Benodigde capaciteit en financiële middelen om de doelen te realiseren ---------------------------------------------------------------------------------------------- 15
4.
Hoe we in het UVP rekening houden met de strategische doelen en prioriteitenstelling -------------------------------------------------------------------------- 16
5.
Risicovolle onderwerpen en de werkzaamheden die we hierop programmeren ------------------------------------------------------------------------------------- 18
6.
Hoe wij de strafrechtelijke handhaving afstemmen -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 20
7.
Hoe wij evalueren en rapporteren ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 20
8.
Welke ontwikkelingen volgen we in 2025 en 2026 nauwgezet? ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 21
Ter afsluiting ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 22 Bijlagen ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 23
2
1. Inleiding Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (UVP) 2025 en 2026 voor de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren. Het programma richt zich op het versterken van uitvoeringskracht. Het Interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie Utrecht heeft in oktober 2024 een nieuwe Handreiking Kwaliteits- en procescriteria omgevingsrecht VTH-thuistaken vastgesteld. Deze handreiking gebruiken we als leidraad om onze taken op het gebied van VTH beter uit te voeren. Hiermee werken we actief aan het verbeteren en waarborgen van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma hanteren we zo veel mogelijk de volgorde uit de handreiking. De kern van de aanpak voor 2025 en 2026 ligt in het maken van scherpe keuzes, het vergroten van synergie en het verbeteren van processen van de VTH-thuistaken.
Belangrijke prioriteiten zijn: Vergunningverlening: uniforme toetsing met behulp van een toetsprotocol en toewerken naar kwaliteitscriteria 3.0; Toezicht en handhaving: focus op risico’s zoals illegaal bouwen, naleving van evenementen- en alcoholwetgeving en bijzondere aandacht voor opleiding monumentenbescherming; Actualiseren beleid: actualiseren van beleid, opstellen van nieuw beleid en onderzoeken van de mogelijkheden tot harmonisatie; Strategische vernieuwing: integratie van landelijke richtlijnen en wetten zoals de Omgevingswet en de kwaliteitscriteria 3.0. Communicatie: we communiceren bij het behalen van doelen, de start van projecten en gedurende het jaar over de voortgang en resultaten.
Hernieuwde focus op het behalen van de doelstellingen door het maken van scherpe keuzes In het najaar van 2024 voerden we met de bestuurders van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren een gezamenlijk gesprek over de prioriteitsstelling voor 2025 en 2026. In de afgelopen jaren lijkt er een tendens te zijn ontstaan dat we “van alles een beetje” doen. Bestuurders gaven ons mee om scherpe keuzes te durven maken. Zij spraken de uitdrukkelijke wens uit de uitvoeringskracht te vergroten en zijn daarbij welwillend om zelf actief mee te kijken naar de kansen die er zijn. Bijvoorbeeld door beleid te harmoniseren waar dat kan. Door te leren van de best practices en projecten die er zijn binnen de afzonderlijke BEL-gemeenten en door te zoeken naar een eensluidende aanpak op overlappende thema’s. Op deze manier werken we in 2025 en 2026 aan het vergroten van de synergie. Met dit uitvoeringsprogramma zetten we samen opnieuw concrete stappen richting het behalen van de gestelde strategische en operationele doelen. We richten ons hierbij op kleine stappen, een heldere en uitlegbare lijn, een realistische programmering en bovenal een gezamenlijke inzet. Iedereen doet mee.
Daarmee zorgen we dat wij bijdragen aan het behalen van het in de U&H-strategie beschreven hoofddoel: “Een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving, waarin de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners centraal staat en op basis van vertrouwen ruimte voor ontwikkeling wordt geboden.” 3
2. De prioriteiten en geplande werkzaamheden voor 2025 en 2026 In dit hoofdstuk beschrijven we welke prioriteiten we hebben vastgesteld en welke werkzaamheden er zijn gepland voor 2025 en 2026. Waar dat kan zijn deze doelstellingen al SMART-geformuleerd. We willen geen te grote broek aantrekken. Uitgangspunt is dat we klein beginnen en iedereen van meet af aan mee krijgen in deze methodiek. Daarbij zochten we actief naar verbeteringen en concretisering, zonder de huidige U&H-strategie uit het oog te verliezen. In sommige gevallen hanteren we de minder SMART-geformuleerde doelstellingen van voorgaande jaren, om de doelstellingen vanuit de U&H-strategie scherp voor ogen te blijven houden. In algemene zin werken we over alle clusters aan het meer betrekken en informeren van inwoners, bestuurders en de raad. We communiceren bij het behalen van doelen, de start van projecten en gedurende het jaar over de voortgang en resultaten. Dit zorgt voor transparantie, betrokkenheid en een duidelijke zichtbaarheid van onze inspanningen en successen.
2.1
Prioriteitstelling vergunningverlenende taken
Voor de toetsing van de omgevingsvergunningen hebben wij een opstart gemaakt om gebruik te maken van een uniform toetsprotocol. Het toetsprotocol heeft betrekking op de voorschriften uit het Omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het protocol dient als leidraad om bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat te toetsen. Daarnaast gebruiken we de toetsmatrix. De matrix is onderdeel van het toetsprotocol en is specifiek gericht op het bouwtechnisch toetsen en het inschatten van de gevolgrisico's per gebruiksfunctie. Per combinatie van voorschrift en gebruiksfunctie wordt weergegeven hoe intensief een bouwplan getoetst moet worden. Dit bepaalt de prioritering en het toetsniveau van de betreffende aanvraag. In onze vergunningenstrategie beschrijven we uitgebreid hoe dit in de praktijk vorm krijgt.
Werkverdeling op basis van kwaliteitscriteria 3.0: passend bij kennis en kunde De toedeling van aanvragen aan behandelaars wordt gedaan op basis van de kwaliteitscriteria 3.0. Dit betekent dat een vergunningverlener met minder werkervaring de eenvoudige aanvragen toetst. Complexe aanvragen worden toebedeeld aan meer ervaren vergunningverleners. Op de werkvloer vindt actieve mentoring plaats om overdracht van kennis te waarborgen. In de praktijk staat deze mentoring soms op gespannen voet met het wegwerken van de actuele werkvoorraden.
2.2
De SMART-geformuleerde operationele doelen voor vergunningverlenende taken
Voor de vergunningverlenende taken hebben we SMART-formuleerde operationele doelen vastgesteld, die bijdragen aan het bereiken van de strategische doelstellingen. In de werkoverleggen wordt op de voortgang gemonitord. Elk kwartaal evalueren we in welke mate de operationele doelen behaald worden. Hierdoor wordt door het jaar heen structureel gewerkt aan het verbeteren van het proces, het tijdig bijsturen en het optimaliseren van de monitoring- en sturingsset.
4
Operationele prioriteit: inzet op tijdige en volledige aanvragen In 2025 en 2026 wordt >90% van de besluiten voor aangevraagde omgevingsvergunningen binnen wettelijke termijnen genomen (prognose: 550 zaken met zaaktype Aanvraag beschikking behandelen/Aanvraag maatwerkvoorschift behandelen). In 2025 en 2026 wordt >90% van de aangevraagde APV-vergunningen/meldingen tijdig afgehandeld (prognose: 225 aanvragen/meldingen per jaar).
Indicator: % overschrijding van behandeltermijnen Inzet: zittende formatie Deze doelstelling draagt bij aan: - voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H-taken.
Operationele prioriteit: inzet op tijdige en volledige aanvragen In 2025 en 2026 wordt binnen 14 dagen een volledigheidstoets uitgevoerd en indien noodzakelijk het eerste verzoek tot het doen van aanvullingen gedaan.
2.3
Indicator: Doorlooptijd tussen datum indiening en datum verzoek aanvullingen Inzet: zittende formatie Deze doelstelling draagt bij aan: - bevorderen eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven.
Prioriteitstelling toezichthoudende en handhavende taken
De prioriteiten voor de minimale toezichthoudende en handhavende taken bepalen we aan de hand van de volgende criteria: - Veiligheid (constructie en brandveiligheid) - Gezondheid - Natuur-/milieuwaarden (schade aan milieu, los van schade aan de mens) - Leefomgeving (gevoel van veiligheid), culturele en historische elementen en de beleving van inwoners) - Financieel/economisch - Bestuurlijk imago
De thema’s die worden uitgevoerd door de omgevingsdienst, zoals bijvoorbeeld natuur en milieu, kennen hun eigen prioritering. Een toelichting hierop is opgenomen in hoofdstuk 5. We hebben voor de beleidsperiode van de U&H strategie op basis van bovenstaande criteria risico's in kaart 5
gebracht en geprioriteerd in een prioriteitenmatrix. Handhavingsverzoeken en meldingen die binnenkomen prioriteren we op basis van deze matrix. Daarnaast richten we ons in 2025 en 2026 op de volgende speerpunten waarop we zelf anticiperen en gerichte acties inzetten. Voor toezicht en handhaving op de omgevingsvergunningen: 1. Bouwen zonder omgevingsvergunning/in strijd met omgevingsvergunning; 2. Strijdig gebruik van bestemming: bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan. 3. Gegrond verklaarde zaken in bezwaar en beroep verminderen Voor toezicht en handhaving op evenementen (APV) en de Alcoholwet zijn dat: 1. Controle op het verstrekken van alcoholische drank aan minderjarigen; 2. Controle op de vergunningen en aanwezige leidinggevenden; 3. Handelen in strijd met verleende evenementenvergunning. Prioritering van de bovengenoemde controles volgt uit de in de U&H-strategie opgenomen prioriteitenmatrix en het regionale preventie- en handhavingsplan. Wij hebben geconstateerd dat de risico's op het gebied van strijdigheid in evenementenmelding en –vergunning in deze prioriteitenmatrix zijn verschoven. Hierdoor wordt in 2025 en 2026 de prioriteit verschoven naar het handelen in strijd met de verleende evenementenvergunning in plaats van de evenementenmelding. Aanpassing van deze prioriteit zal worden gewijzigd in de U&H-strategie.
Op het gebied van controle op de Alcoholwet voert de gemeente Hilversum de controles voor ons uit.
2.4
De SMART-geformuleerde operationele doelen voor toezichthoudende en handhavende taken
We kijken er naar uit om de eerste stappen te zetten met SMART-geformuleerde doelstellingen. Hiermee brengen we voor de collega’s die de taken daadwerkelijk uitvoeren een duidelijke focus aan. Ook wordt op deze manier beter inzichtelijk wat we in het VTH-zaaksysteem willen vastleggen en waarom. Dit draagt niet alleen bij aan het voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Inzicht in waarom je (soms extra) administratieve handelingen doet, draagt ook bij aan het verhogen van vakmanschap, eigenaarschap en verhoogt een duurzame inzetbaarheid. Hieronder beschrijven wij welke operationele doelstellingen we hebben vastgelegd voor de komende twee jaren. Kanttekening daarbij is dat voor de minimale toezichthoudende taken er nog geen SMART doelstelling is geformuleerd. In 2025 werken wij verder aan het inrichten van een werkproces zodat we ook hier de inspanningen en resultaten goed meetbaar en concreet kunnen presenteren. Dat neemt niet weg dat ook daar de focus blijft liggen op bouwen zonder omgevingsvergunning/in strijd met omgevingsvergunning. De werkwijze hiervoor ligt vast in de Toezichtstrategie.
Operationele prioriteit: inzet op het tijdig beslissen op verzoeken om handhaving In 2025 en 2026 wordt >90% van de verzoeken om handhaving binnen de wettelijk gestelde termijn beslist. 6
Indicator: % overschrijding van behandeltermijnen Inzet: zittende formatie Deze doelstelling draagt bij aan: - voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H-taken; - doeltreffend en efficiënt handhaven; - borgen en verbeteren naleefgedrag van inwoners en bedrijven; - bevorderen eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven.
Operationele prioriteit: bouwen zonder omgevingsvergunning/in strijd met omgevingsvergunning Voor de drie gemeenten behoort het bouwen zonder of in strijd met de omgevingsvergunning tot operationele prioriteit. In de praktijk wordt op een melding direct geacteerd. De gemeente Eemnes heeft op dit onderwerp bij het schrijven van het UVP een specifiek project gepland staan. De SMARTdoelstelling hiervoor luidt: Uiterlijk eind 2025 is bij 100% van de geconstateerde overtredingen een last onder dwangsom opgelegd dan wel een aanvraag tot legalisatie ingediend. In de gevallen waarbij de begunstigingstermijn eindigt in 2025 heeft het projectbureau een eindcontrole uitgevoerd. Het betreft hier bestuurlijke prioriteit “Goyergracht”. Deze prioriteit is onder paragraaf 2.4 nader uitgewerkt.
Indicator: aantal nog lopende handhavingszaken aan de Goyergracht Noord en Goyergracht Zuid (bron: Excel-overzicht van het projectteam) Benodigde inzet: extern bureau op basis van prestatiecontract Deze doelstelling draagt bij aan: - Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: strijdig gebruik van bestemming: bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan In 2025 worden twee Bestuurlijk Interventieteam (BIT) controles en vier ondermijningscontroles uitgevoerd waarbij specifiek wordt getoetst op niettoegestane bedrijfsmatige activiteiten.
Indicator: zes uitgevoerde controles + eventueel daaruit voortvloeiende handhavingszaken. Benodigde inzet: zes integrale controles waarbij een technisch medewerker handhaving aanwezig is, + en daaruit voortvloeiende HH-zaken met bijbehorende maatregelen, uitgevoerd door zittende formatie. Deze doelstelling draagt bij aan: - Bevorderen eigen verantwoordelijkheid 7
-
Borgen en verbeteren van naleefgedrag Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: gegrond verklaarde zaken in bezwaar en beroep verminderen Het percentage gegrond verklaarde zaken in bezwaar en beroep moet in 2026 zijn teruggebracht tot maximaal 10%.
Indicator: 10% of minder besluiten in bezwaar en beroep worden gegrond verklaard. Benodigde inzet: zittende formatie (Vergunningen, Handhaving en Bezwaar & Beroep) Deze doelstelling draagt bij aan: o Voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H taken o Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: handelen in strijd met verleende evenementenvergunning In 2025 worden bij de twee grootste, meest risicovolle evenementen (kermis Blaricum en ijsbaan Laren) integrale controles uitgevoerd voorafgaand aan het evenement waarbij wordt gecontroleerd op de voorschriften uit de evenementenvergunning. Ervan uit gaande dat deze evenementen ook in 2026 worden gehouden en worden dan meegenomen in de integrale controle. Trekkertrek Eemnes is een tweejaarlijks evenement. De volgende editie zal in 2026 plaatsvinden en wordt dan meegenomen in de integrale controle.
Indicator: aantal uitgevoerde controles bij de genoemde evenementen Benodigde inzet: twee integrale controles, waarbij indien noodzakelijk ook een technisch medewerker handhaving aanwezig is, + x-aantal HHzaken, uitgevoerd door zittende formatie. Deze doelstelling draagt bij aan: - Bevorderen eigen verantwoordelijkheid - Bevorderen en verbeteren van naleefgedrag - Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: Alcoholische drank verstrekken aan minderjarigen (artikel 20 Aw) 8
In totaal 26 alcoholverstrekkers in Laren en Blaricum worden in 2025 gecontroleerd op het verkopen van alcohol aan minderjarigen door middel van testkopers. Voor 2026 maken we deze SMART-doelstelling opnieuw concreet op basis van de situatie op de dat moment.
Indicator: het aantal uitgevoerde controles + daaruit voortvloeiende HH-zaken Benodigde inzet: 43 controles, uitgevoerd door toezichthouders van de Gemeente Hilversum, + x-aantal HH-zaken, uitgevoerd door zittende formatie (prognose 11 handhavingszaken voortvloeiend uit controle) Deze doelstelling draagt bij aan: - Bevorderen eigen verantwoordelijkheid - Bevorderen en verbeteren van naleefgedrag - Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: Alcoholische drank verstrekken aan minderjarigen (artikel 20 Aw) Eemnes neemt in 2025 en 2026 regionaal deel aan een pilot met mysterieshoppers binnen het preventie- en handhavingsplan. Zodra er een concreet plan van aanpak is vastgesteld specificeren we de benodigde inzet.
Indicator: het aantal uitgevoerde controles + daaruit voortvloeiende HH-zaken Benodigde inzet: x-aantal controles, uitgevoerd door toezichthouders van de Gemeente Hilversum, + x-aantal HH-zaken, uitgevoerd door zittende formatie (aantal controles wordt gespecifieerd na vaststellen plan van aanpak). Deze doelstelling draagt bij aan: Bevorderen eigen verantwoordelijkheid Bevorderen en verbeteren van naleefgedrag Doeltreffend en efficiënt handhaven
Operationele prioriteit: controle op Alcoholwet(vergunning) en aanwezigheid leidinggevende 92% van de alcoholverstrekkers in Laren en Blaricum wordt in 2025 en 2026 gecontroleerd op de regels en voorschriften uit de Alcoholwet(vergunning) door middel van een basiscontrole.
9
De controle op het in werking zijn zonder of in afwijking van de Alcoholwet(vergunning) en op aanwezigheid van een leidinggevende vindt plaats in één controlemoment. Hierdoor worden drie prioriteiten uit de matrix samengevoegd in één doelstelling. Op basis van prioriteitenstelling en het budget wordt een keuze gemaakt in het aantal te maken controles. Dit betekent dat niet alle alcoholverstrekkers elk jaar worden gecontroleerd. De prioriteiten worden elkaar jaar opnieuw bekeken en indien noodzakelijk bijgesteld.
2.4
Indicator: het aantal uitgevoerde controles + daaruit voortvloeiende HH-zaken Benodigde inzet: 43 controles, uitgevoerd door toezichthouders van de Gemeente Hilversum + x-aantal HH-zaken, uitgevoerd door zittende formatie. Deze doelstelling draagt bij aan: - Bevorderen eigen verantwoordelijkheid - Bevorderen en verbeteren van naleefgedrag - Doeltreffend en efficiënt handhaven
Bestuurlijke prioriteiten (looptijd 2023-2026); waarop leggen we in 2025 en 2026 de focus?
Gemeente BLC
BLC
Bestuurlijke prioriteit De Kampen
Bermen en overhangend groen, Blaricum Dorp, Villagebieden
Toelichting
Doelstelling
In een gebiedsakkoord is voor het gebied De Kampen afgesproken dat handelingen worden verricht gericht op het behoud, herstel en ontwikkelingen van de in dit gebied voorkomende natuur- en landschapswaarden. In gebruik genomen, afgesloten bermen en overhangend groen zorgen voor hinder, overlast en/of gevaarlijke situaties.
Uiterlijk eind 2025 worden alle noodzakelijke handelingen uitgevoerd voor een inventarisatie van strijdigheden in het gebied De Kampen met een daarbij behorend plan van aanpak.
Het beperken van onjuist gebruik van de bermen en het tegengaan van overhangend groen ter verbetering van de verkeersdoorstroming en veiligheid.
Planning 2025 Hernieuwde inventarisatie Advies vervolgstappen (TZ+HH)
Planning 2026 Start + afronding, mogelijk doorloop naar 2027. (externe inhuur)
Afronding inventarisatie en opstellen PvA is afhankelijk van beschikbare capaciteit.
Opstellen beleid (OR) Opstellen HH-strategie (HH) Opstellen PvA (OR i.s.m. HH)
Na plan van aanpak uitvoering opnemen in planning (HH)
10
BLC
Gemeente EMS
EMS
Ingebruikname gemeentegrond (Bijvanck)
Het zonder toestemming in gebruik nemen van gemeentegrond.
Het gebied in overeenstemming brengen met het geldende bestemmingsplan ten behoeve van behoud en herstel in dit gebied.
Inventariseren aantal percelen (OR). Aanmerken mogelijkheid tot verkoop (OR).
Opstarten HH-traject na inventarisatie (HH)
Planning 2025 Gestart in 2023, afronding in 2025 (Projectbureau).
Planning 2026
Inventarisatie percelen en opstellen PvA.
Start + afronding, mogelijk doorloop naar 2027. (externe inhuur)
Bestuurlijke prioriteit Goyergracht
Toelichting
Doelstelling
In een projectmatige aanpak worden strijdigheden met ruimtelijke kaders teruggedrongen.
Gebiedsgericht toezicht
Vanuit college, raad en inwoners is de wens uitgesproken (meer) prioriteit te geven aan het gebiedsgerichte toezicht. In het bijzonder dient aandacht te worden gegeven aan het zonder daarvoor benodigd oprichten van bouwwerken
Uiterlijk eind 2025 is bij 100% van de geconstateerde overtredingen een last onder dwangsom opgelegd dan wel een aanvraag tot legalisatie ingediend. In de gevallen waarbij de begunstigingstermijn eindigt in 2025 hebben is er een eindcontrole door het projectbureau uitgevoerd. Uiterlijk eind 2025 zijn alle vergunningplichtige bouwwerken zonder vergunning in agrarische gebieden geïnventariseerd en is een plan van aanpak opgesteld.
Eerste inschatting is dat 30% van het totaal een handhavingszaak zal worden.
Afronding inventarisatie en opstellen PvA is afhankelijk van beschikbare capaciteit.
11
EMS
Energielabel Cverplichting
Gemeente
Bestuurlijke prioriteit Toezicht en handhaving kapvergunningen/ herplantplicht
LRN
LRN
Bermen en overhangend groen,
en strijdig gebruik in het buitengebied. Vanaf 1 januari 2023 dient een kantoorgebouw minimaal energielabel C te hebben. Gemeenten zijn verplicht te handhaven op de energielabel.
Uiterlijk op 31 december 2025 hebben alle 22 gecontroleerde bedrijven in Eemnes die niet voldoen aan de Energielabel C-verplichting een handhavingstraject doorlopen, zodat zij aantoonbaar voldoen aan de wettelijke eisen of een concreet plan van aanpak hebben om hieraan te voldoen.
Doorlopend + afronding. Na inventarisatie bepalen waar te beleggen.
Toelichting
Doelstelling
Planning 2026
In 2022 zijn de beleidsregels kapvergunningen vastgesteld. We houden toezicht op het correct uitvoeren van de voorschriften in de kapvergunning en handhaven indien noodzakelijk.
In 2025 wordt het toezicht en de handhaving op het uitvoeren van de herplantplicht geïntensiveerd met gerichte controles en actieve handhavingsacties.
Planning 2025 Toezichthouden op herplantplicht (Groen) Opstarten handhavingstraject (HH) Monitoring en bijsturen van aanpak (Groen + HH)
Monitoring en bijsturen van aanpak (Groen + HH)
Borgen in het dagelijks werkproces voor 2026
Borgen in het dagelijks werkproces voor 2026
In gebruik genomen, afgesloten bermen en overhangend groen zorgen voor hinder, overlast en/of gevaarlijke situaties.
Het beperken van onjuist gebruik van de bermen en het tegengaan van overhangend groen ter verbetering van de verkeersdoorstroming en veiligheid.
Opstellen beleid naar Blaricums model (OR) Opstellen HH-strategie (HH) Opstellen PvA (OR).
Na plan van aanpak uitvoering opnemen in planning (HH)
Toezichthouden op herplantplicht (Groen) Opstarten handhavingstraject (HH)
12
Actualiseren beleidsstukken Om de uitvoeringskracht te vergroten, ligt er al langer de wens om te inventarisaren waar harmonisatie van beleid mogelijk is. Daarbij is het uitgangspunt om te harmoniseren waar kan, maar te differentiëren waar nodig. Zo borgen we de identiteit van de afzonderlijke gemeenten en dat wat de dorpen uniek maakt. In een aantal beleidsstukken, zoals de U&H-strategie en dit UVP wordt al gezamenlijk opgetrokken. In een aantal gevallen zal de mogelijkheid en wenselijkheid tot harmonisatie eerst onderzocht moeten worden. De planning voor 2026 voor het actualiseren en opstellen van (strategische) beleidsstukken wordt via een oplegger in het UVP opgenomen.
13
Voor 2025 hebben we een eerste inventarisatie voor actualisatie/het nieuw opstellen gedaan. Het gaat hier om: Actualiseren en opstellen van (strategische) beleidsstukken Aanpassen vergunningenstrategie aan Omgevingswet
2025 Beleidsadviseur Omgevingsvergunningen Beleidsadviseur HH Beleidsadviseur HH Strategisch beleidsadviseur met input van beleidsadviseurs Beleidsadviseur APV & Bijz. Wetten Beleidsadviseurs HH + Omgevingsvergunningen Beleidsadviseur Omgevingsvergunningen (Bouwbesluit technische kant) Beleidsadviseur Omgevingsvergunningen Beleidsadviseur HH + OR
2026
Verkennen mogelijkheden harmonisatie Kapbeleid Blaricum en Eemnes naar het model van Laren
2025
2026
Evenementenbeleid voor Blaricum en Eemnes (zo veel mogelijk) aanpassen naar het model van Laren
Beleidsadviseur APV
Aanpassen handhavingsstrategie aan Omgevingswet Aanpassen toezichtstrategie aan Omgevingswet Aanpassen U&H-strategie 2023-2026
Opstellen Drank- en Horecaverordening Blaricum, Eemnes en Laren inclusief horeca stappenplan Opstellen Uitwerking proces en beleid Wet Kwaliteitsborging Opstellen Vergunningen Toetsmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving
Opstellen Vergunningen Toetsprotocol Aanpassen uitstallingenbeleid
Harmonisatie mogelijk? Ja, volledig Ja, volledig Ja, volledig Ja, volledig
Onderzoeken mogelijkheden Ja, volledig Ja, volledig
Ja, volledig Nog niet bekend, onderzoeken Harmonisatie mogelijk? OR is verantwoordelijk voor opstellen beleid. Meegeven dat harmonisatie onderzocht moet worden. Volledige harmonisatie lijkt niet haalbaar, onderzoeken in hoeverre beleid kan worden overgenomen.
14
Verkennen mogelijkheden harmonisatie (vervolg) Marktverordening Blaricum, Eemnes en Laren
2025 Beleidsadviseur
2026
Standplaatsenverordening Blaricum, Eemnes en Laren
Verkennen mogelijkheden handhavend optreden monumenten/beschermd dorpsgezicht Blaricum, Eemnes en Laren Verkennen mogelijkheden harmonisatie wegsleepverordening Blaricum, Eemnes en Laren
Beleidsadviseur HH in samenwerking met TZ Beleidsadviseur HH
Harmonisatie mogelijk? VTH, met input van verschillende teams waaronder RO, meegeven dat harmonisatie onderzocht moet worden. Inventarisatie beschrijven. RO (vastgoed), met input van verschillende teams waaronder vergunningen, meegeven dat harmonisatie onderzocht moet worden. Nog niet bekend, onderzoeken
Nog niet bekend, onderzoeken
3. Benodigde capaciteit en financiële middelen om de doelen te realiseren In het werkveld van VTH is er een groeiende focus op het efficiënter maken van processen door middel van standaardisatie, het delen van kennis tussen overheden en het inzetten van nieuwe technologieën bij toezicht en handhaving. De systemen worden zo optimaal mogelijk ingericht zodat informatie ook buiten kantoor te achterhalen is en informatie-uitwisseling tussen vergunningverlener, toezichthouder en handhavingsjurist optimaal is. Om inzichtelijk te maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van de VTH-taken, kent het vakgebied kwaliteitscriteria. In het licht van de Omgevingswet, zijn deze criteria vernieuwd en van belang voor een goede en uniforme uitvoering door alle overheden.
3.1
Benodigde personele capaciteit
Een manier om aan de zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak te voldoen, is om bij de kwaliteitscriteria 3.0 aan te sluiten. Deze criteria zijn ontwikkeld voor de taakuitvoering door gemeenten en omgevingsdiensten. De criteria hebben betrekking op het minimale kwaliteitsniveau dat nodig is om taken op het gebied van uitvoering en handhaving op alle taken die met de invoering van de Omgevingswet uit de Wabo zijn overgegaan naar die wet. De criteria zijn opgedeeld in speerpunten, namelijk proceskwaliteit, inhoud, prioriteiten en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de noodzakelijke kwaliteit en continuïteit te leveren.
15
Zittende capaciteit is toereikend voor de minimale VTH-taken Onze verwachting is dat er in 2025 en 2026 geen significante toename of afname zal zijn in de werkvoorraad van de minimale VTH-taken. Het team VHJZ heeft veel personele wisselingen gekend de afgelopen jaren. We streven naar een zo groot mogelijke vaste bezetting. Medewerkers die vast in dienst komen zorgen voor continuïteit in het werk, en dragen daarnaast ook bij aan een gestructureerde werkwijze (waar de Omgevingswet ook om vraagt). Het is nog steeds mogelijk dat er extern ingehuurd wordt, als het niet lukt om vaste invulling te vinden of als de voortgang van het werk in het geding komt.
Leren en ontwikkelen integreren in het werkproces De inwerkingtreding van de Omgevingswet vraagt naast nieuwe kennis ook nieuwe vaardigheden van de medewerkers. Door middel van training en opleiding worden medewerkers in staat gesteld hieraan te voldoen. Uiteindelijk moet de uitvoering van de taken zorgen voor een betere dienstverlening en tevens moeten wij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. We zullen moeten blijven monitoren in welk tempo deze ontwikkelingen gaan, maar we zijn er van overtuigd dat we in 2025 en 2026 kwaliteitsverbetering zullen realiseren.
4. Hoe we in het UVP rekening houden met de strategische doelen en prioriteitenstelling Tijdens de evaluatierapportage van 2024 hebben we geconstateerd dat actualisatie van de U&H-strategie nodig is. In overleg met het IBT sorteren we in dit UVP alvast voor op de aangepaste U&H-strategie vanaf 2026. De aanpassingen hebben vooral betrekking op het herformuleren van de doelstellingen en beoogde resultaten. Er zijn ook tekstuele aanpassingen en aanvullingen nodig door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hieronder beschrijven we waar we naar toe werken.
4.1 Strategische doelen: hoe SMART te maken? In de U&H-strategie 2023-2026 legden we vier strategische doelen vast. Deze zijn echter moeilijker SMART te maken. Daarom spreken we voortaan van leidende principes: Bevorderen van eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven; Borgen en verbeteren van naleefgedrag van inwoners en bedrijven; Doeltreffend en efficiënt handhaven; Voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen voor uitvoeren van de U&H-taken. Vanuit deze leidende principes formuleren wij voor 2025 en 2026 de operationele doelen. Deze operationele doelen formuleren we SMART; we willen kunnen monitoren in hoeverre onze acties ook daadwerkelijk bijdragen aan het gewenste resultaat. Door in het UVP alvast te werken met SMART16
formulering en een bijbehorende monitoringset doen we op een laagdrempelige manier ervaring op. Deze opgedane inzichten en ervaringen gebruiken we bij het aanpassen van de U&H-strategie in 2026.
4.2 Interpretatie van de U&H-strategie 2023-2026 Ook de onderdelen die we in huidige U&H-strategie beschrijven als resultaten zien we nu in een iets ander licht. Vanuit de leidende principes gaat het meer om een methode, instrument of aanpak voor de operationele uitvoering van de VTH-taken. We zetten de beschreven methodes en instrumenten nog steeds in om het gewenste resultaat te behalen. We geven hiermee nadrukkelijk aan dat we nog steeds achter het gedachtegoed staan, maar dat we dit in de U&H-strategie na 2026 anders zullen formuleren. Hieronder beschrijven wij welke onderdelen we inmiddels anders interpreteren en we motiveren waarom. Risicogestuurd werken De colleges hebben besloten risicogestuurd toezicht te houden en handhavend op te treden. Risicogericht werken heeft als doel het bewustzijn over veiligheid te vergroten. Op basis daarvan worden onderbouwde keuzes gemaakt over hoe om te gaan met veiligheidsrisico's. Uiteraard wordt wet- en regelgeving toegepast, maar soms zijn andere beïnvloedingsmogelijkheden effectiever om het veilig te maken. Door bewustzijn te creëren kunnen betere keuzes gemaakt worden over de inrichting van een gebied of object. Ook is het een keuze om een risico weloverwogen te accepteren. Met het stellen van prioriteiten op basis van een bewuste afweging, zetten we beschikbare capaciteit en middelen zo efficiënt mogelijk in.
Dit is geen doel op zich maar een manier om te zorgen dat wat de meeste aandacht behoeft ook de meeste aandacht krijgt. Voor zowel de vergunningverlenende taken als de toezichthoudende en handhavingstaken werken we met een duidelijke risicoanalyse en bijbehorende prioriteitsstelling. Preventief handelen Naleving onder bedrijven en inwoners zal hoger zijn, wanneer de pakkans hoger is bij een overtreding. Een instrument hierbij is de inzet van preventieve acties. Preventieve acties hebben niet alleen effect op het naleefgedrag. Ook raakt dit het bevorderen van eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven. Door heldere communicatie en voorlichting wordt het nemen van eigen verantwoording gestimuleerd. Daarnaast 17
verhoogt preventief handelen de doeltreffendheid en efficiëntie van toezicht en handhaving. Kortom: we doen preventief handelen geen recht door het enkel te scharen als instrument onder het borgen en verbeteren van naleefgedrag. Een uitgebreide toelichting over hoe wij preventief handelen inzetten als instrument om de resultaten te bereiken is opgenomen in de preventiestrategie, die is beschreven in het document Strategie uitvoering handhaving en toezichttaken. Themagerichte handhaving Net als risicogestuurd werken, is themagerichte handhaving geen doel of resultaat op zich. We zetten themagerichte handhaving in omdat dit kan bijdragen aan een doeltreffende en efficiënte handhaving. Bijvoorbeeld door een themagerichte aanpak te kiezen in situaties waarin gelijksoortige overtredingen op grote schaal plaatsvinden. Themagericht werken helpt willekeur te voorkomen, immers pak je de zaken in samenhang aan. Door themagericht te handhaven, bouwen we specifieke kennis op over bepaalde overtredingen. Ook draagt het bij aan het vergroten van naleefgedrag, omdat inwoners en bedrijven weten dat er op een bepaald thema gehandhaafd zal worden. Informatiegestuurd handhaven Informatiegestuurd handhaven kan bijdragen aan een efficiëntere handhaving. Op basis van informatie kijken we of er over bepaalde onderwerpen veel meldingen of verzoeken binnenkomen.
Daarop kan beleid worden gemaakt of aangepast. Aan de hand daarvan kan doeltreffender en onwillekeurig handhavend worden opgetreden Vaststellen handhavingsprioriteiten In de U&H-strategie wordt het vaststellen van de handhavingsprioriteiten benoemd als resultaat. Een resultaat heeft iets statisch in zich. Het vaststellen van de prioriteiten zien wij als onderdeel van een dynamische en terugkerende cyclus. Immers, met het UVP leggen we voor dat jaar telkens opnieuw vast waar de nadruk zal komen te liggen. Met de reeds ontwikkelde prioriteitenmatrix hebben we de handhavingsprioriteiten in beeld. Nu we voor het eerst gaan werken met SMART-doelstellingen, zullen we bij het formuleren en behalen van doelen telkens opnieuw beoordelen of de prioriteiten verschuiven.
5. Risicovolle onderwerpen en de werkzaamheden die we hierop programmeren In onze U&H-strategie benoemen we de risicovolle onderwerpen nog niet expliciet. Dat betekent niet dat we hier geen aandacht voor hebben. Hieronder beschrijven we wat wij zelf al doen en welke onderdelen samenwerkingspartners voor ons uitvoeren. Zowel structureel als op ad-hocbasis wordt met partners samengewerkt om de leefbaarheid binnen de gemeentes op niveau te houden.
18
5.1 Omgevingsdiensten De omgevingsdiensten voeren in mandaat namens de gemeenten de basistaken uit. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) voor de gemeenten Blaricum en Laren en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) voor de gemeente Eemnes. De basistaken zijn werkzaamheden die volgens de wet verplicht door een gemeente moeten worden overgedragen aan de omgevingsdienst. Naast de basistaken zijn ook verschillende plustaken aan de omgevingsdiensten overgedragen. De uit te voeren taken worden nader beschreven in de uitvoeringsprogramma's 2025 van de omgevingsdiensten (bijlage volgt na vaststelling), evenals een eigen jaarverslag. Gedurende het jaar is er regelmatig overleg met de accounthouders van de OFGV en de RUD over tussentijdse rapportages, speerpunten en de voortgang van het uitvoeringsprogramma. De wethouders van de gemeenten Laren en Eemnes met de portefeuille Milieu zijn lid van het Algemeen Bestuur. De betrokken wethouder van de gemeente Blaricum is vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur. Thema’s waarop de omgevingsdiensten actief zijn De werkzaamheden die de omgevingsdiensten voor ons uitvoeren, bestaan uit meldingen behandelen, adviseren, toezicht houden en juridische advisering. De werkzaamheden zijn themagericht opgesteld.
Het doel is door middel van inzet vanuit de omgevingsdiensten een positieve impact te hebben aan deze maatschappelijke thema's. De thema's waar de werkzaamheden betrekking op hebben zijn: - Integrale samenwerking - Asbest - Bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten - Bodem - Energie en duurzaamheid - Geluid en trillingen - Natuur en ecologie - Omgevingsveiligheid - Ruimtelijke ordening - Vuurwerk - Water
5.2 Veiligheidsregio's De veiligheidsregio is een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten op het gebied van brandweerzorg, (gemeentelijke) crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening (GHOR). De veiligheidsregio adviseert bij grotere bouwaanvragen en ruimtelijke plannen over de brandveiligheidsaspecten. Ook bij vergunningen en meldingen ten aanzien van brandveilig gebruik wordt geadviseerd. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio bij aanvragen voor evenementen. Het vergunningsgerichte toezicht op brandveiligheid wordt uitgevoerd door de veiligheidsregio. 19
Eemnes is aangesloten bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Laren en Blaricum zijn aangesloten bij de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV). De werkprogramma's van de veiligheidsregio's (Brandweer) maken deel uit van het UVP. Net als bij de omgevingsdiensten is er gedurende het jaar regelmatig overleg met de accounthouders van de VRU en de VRGV over tussentijdse rapportages, speerpunten en de voortgang van het uitvoeringsprogramma. Werkzaamheden die de veiligheidsregio's uitvoeren De werkzaamheden die de veiligheidsregio's voor ons uitvoeren hebben betrekking op de fysieke leefomgeving. De werkzaamheden bestaan uit adviseren, toezicht houden en werkzaamheden m.b.t. (brand-)veilig leven/gedrag. De werkzaamheden zijn als volgt te specificeren: - advies verstrekken op het gebied van de fysieke leefomgeving en evenementen (categorie A, B en C); - controle op het gebied van de fysieke leefomgeving en evenementen; - werkzaamheden op het gebied van brandveilig gedrag, onderverdeeld in de thema's: algemeen, jeugd, ondernemers en zorg, controle op jaarlijks afgestemde gebouwenlijst (en het daaruit volgende risicogericht toezicht) op basis van de prioriteitenlijst van dat jaar.
6. Hoe wij de strafrechtelijke handhaving afstemmen Afstemming tussen politie en het Openbaar Ministerie ligt primair bij het cluster Veiligheid. Over onderdelen van de U&H-strategie die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving voeren we indien nodig jaarlijks een gesprek met de politie. Bij multidisciplinaire projecten stemmen we vooraf af. Moeten we strafrechtelijk optreden, dan hebben we hierover altijd contact met politie.
7. Hoe wij evalueren en rapporteren Wij monitoren intensief (dashboard) om te beoordelen of we de doelstellingen die we onszelf hebben gesteld kunnen behalen en gaan behalen. Dit geeft ons meer grip in het werk en we kunnen tijdig bijsturen. We hergebruiken de informatie die we vastleggen voor de verschillende rapportages, waaronder de bestuurlijke rapportage en de evaluatierapportage voor het IBT. Uitgangspunt is, dat we alleen extra informatie vastleggen als dat voor rapportage en sturing nodig is. Zo zorgen we ervoor dat we geen onnodige administratieve druk creëren.
7.1 Hoe het vastleggen van data, werkprocessen en werkafspraken helpt bij monitoren en evalueren Betrouwbare data genereren kan alleen met een goed ingericht systeem en duidelijke werkafspraken. De VTH-zaken worden geregistreerd en behandeld in OpenWave. In 2024 hebben we in dit systeem het proces voor de aanvragen van omgevingsvergunningen ingericht op de Omgevingswet en voor Toezicht afspraken gemaakt over het vastleggen van inspecties. We hebben er ook voor gezorgd dat het systeem helpt bij het eenduidig vastleggen van de juiste gegevens. In 2025 willen we ook voor Handhaving zorgen dat er geen twijfel meer kan bestaan over welk zaakproduct van toepassing is en richten we processen in die ervoor zorgen dat de data (goed) geregistreerd wordt. De stappen in deze werkprocessen zorgen ervoor dat vanuit het proces verschillende zaakgegevens worden opgeslagen. Deze gegevens gebruiken we voor monitoring en rapportage. Als voor 20
handhaving de registratie ook eenduidig is, kunnen we de vastgelegde informatie benutten om te meten wat het effect is van de verschillende acties die we doen en van de instrumenten die we inzetten.
Monitoring, sturing en evaluatie In 2024 zijn we gestart met de ontwikkeling van een dashboard om de voortgang van gestelde doelen en indicatoren inzichtelijk te maken voor de portefeuillehouders en de afdeling. Dit dashboard bevindt zich momenteel in een vroege fase. In 2025 en 2026 werken we aan verdere verfijning. Hiermee willen we niet alleen de voortgang periodiek rapporteren, maar kunnen we ook tijdig bijsturen op doelen die achterblijven. Ook hebben we een kwaliteitsportaal ingericht. Hierin monitoren we verschillende kwaliteitsaspecten, bijvoorbeeld verleende vergunningen, waarbij nog geen toezichtzaak is aangemaakt. Hierdoor krijgen we in het werk meer grip. We breiden het portaal in 2025 verder uit.
Interbestuurlijk toezicht Het IBT houdt toezicht op het voldoen aan de kwaliteits- en procescriteria. Deze criteria zijn wettelijk vastgelegd en het IBT moet ingrijpen als deze criteria niet (juist) worden uitgevoerd. Het Uitvoeringsprogramma is één van de beleidsstukken die het IBT controleert en jaarlijks beoordeelt. Het IBT van Utrecht en Noord-Holland trekken samen op in de beoordeling voor 2025 en 2026, op basis van de criteria in de handreiking.
8. Welke ontwikkelingen volgen we in 2025 en 2026 nauwgezet? De wereld om ons heen blijft zich ontwikkelen. Wij hebben ervoor gekozen om een top 3 van de grootste ontwikkelingen, die ons werkveld direct raken, in de komende twee jaar goed in de gaten te houden. Op onderstaande ontwikkelingen zal niet alleen op beleidsniveau tijd en capaciteit worden besteed, deze ontwikkelingen hebben ook impact op de uitvoeringskracht. Wij vinden het belangrijk dat alle collega's in de VTH-keten zijn aangehaakt, omdat deze ontwikkelingen een belangrijke bijdrage leveren aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving en daarmee het bereiken van onze strategische doelstellingen.
8.1 Omgevingswet; volledige implementatie, optimalisatie en evaluatie Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanaf 2025 wordt verwacht dat de Omgevingswet volledig operationeel is en dat overheden zich richten op de optimalisatie van het werken onder de Omgevingswet. Wij dienen ons te richten op digitalisering, samenwerking, duurzaamheid, burgerparticipatie en efficiëntie binnen de kaders van de Omgevingswet. Een succesvolle implementatie vraagt om nauwe samenwerking zowel intern als extern, technische vaardigheden, en een strategische visie die verder reikt dan individuele projecten, zodat de fysieke leefomgeving optimaal kan worden beheerd en ontwikkeld. 21
8.2 Versterking van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen; uitbreiding van de kwaliteitsborging Vanaf 1 januari 2025 zou de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ook gaan gelden voor verbouwprojecten. Dit is echter uitgesteld. Er is op dit moment nog te weinig zicht op de praktische gevolgen. Een reden hiervoor is dat er landelijk te weinig is geoefend met verbouwprojecten. Er zijn reeds genoeg kwaliteitsborgers beschikbaar maar er is nog geen unanieme steun onder betrokken partijen voor de invoering van deze datum. Er dient landelijk eerst meer ervaring te worden opgedaan middels lopende proefprojecten. In december 2024 wordt landelijk besloten of invoering per 1 juli 2025 haalbaar is. Wij blijven de landelijke en regionale lijn volgen en treffen waar nodig voorbereidingen om op de invoeringsdatum aan de dan geldende regelgeving te voldoen.
8.3 Nieuwe uniforme kwaliteitscriteria 3.0 Voor de taakuitvoering door gemeenten en omgevingsdiensten zijn landelijke kwaliteitscriteria opgesteld. In deze criteria staat waaraan de taakuitvoering op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving moet voldoen. De landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn per oktober 2024 vernieuwd. Deze criteria zijn van belang voor een goede en uniforme uitvoering van de VTH-taken door alle overheden, waardoor de doelen van de Omgevingswet worden bereikt. De nieuwe criteria gaan in op 1 januari 2025. In 2025 toetsen we of wij aan de nieuwe kwaliteitscriteria voldoen. Op basis van de toets maken we een plan van aanpak voor de nodige aanpassingen.
Ter afsluiting Het UVP 2025 en 2026 markeert een belangrijke stap in het realiseren van onze SMART-doelen. Met focus op synergie en samenwerking tussen de 3 gemeenten, procesverbetering en scherpe keuzes versterken we onze uitvoeringskracht en bouwen we aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Onze aanpak draait om duidelijke prioriteiten. Het doel is helder: samen behalen we meetbare resultaten en tonen we aan dat we als organisatie de juiste stappen zetten. Iedereen doet mee, want alleen samen kunnen we onze ambities waarmaken.
22
Bijlagen Door op het logo te drukken kan de bijlage worden geopend.
Bijlage 1 BEL Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH taken 2023-2026
23
Bijlage 2 Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Bijlage 3 Uitvoeringsprogramma 2025 Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Bijlage 4 Uitvoeringsprogramma 2025 Brandweer Gooi en Vechtstreek Bijlage 5 Uitvoeringsprogramma 2025 Veiligheidsregio Utrecht
24