2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Singel 1261XP T:
17-G Blaricum
035-5335 990
Info@architecten.eu www . architecten.eu KvK:
Datum: Onderwerp:
15 April 2024 Kwekerij Plantenmarkt Boskoop
321457690000
Werknummer: U-105
Ruimtelijke onderbouwing
Goyergracht-Zuid perceel L-11 gemeente Eemnes
Alle opdrachten worden uitgevoerd conform De Nieuwe Regeling 2011, rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur, de DNR 2011
Pagina 2 van 28
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................5 1.1
Aanleiding en doel.........................................................................................................5
1.2
Locatie, situatie en kadastrale begrenzing .................................................................................6
1.3
Bestemmingsplan Buitenrand 2012 ...........................................................................................8 1.3.1
Bestemmingsplan partiële herziening 2017 ...............................................................10
Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse ...............................................................................................................................11
2.1
Bebouwing en functies ............................................................................................... 11
2.2
Ontsluiting .................................................................................................................. 12
2.2
Groen en water .......................................................................................................... 12
Hoofdstuk 3 Beschrijving van het project .......................................................................................... 13 3.1
Bouwplan ................................................................................................................... 13
3.2
Compenserende maatregelen en kwaliteitsverbetering ........................................... 13
3.3
Verkeer en Parkeren .................................................................................................. 14
3.4
Duurzame en gezonde samenleving .......................................................................... 14
3.5
Energietransitie .......................................................................................................... 14
3.6
Klimaatbestendigheid ................................................................................................ 15
Hoofdstuk 4 Beleid ............................................................................................................................. 16 4.1
4.2
4.3
Nationaal niveau ........................................................................................................ 16 4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ....................................................... 16
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening............................................... 16
4.1.3
BRO: Ladder voor Duurzame Ontwikkeling ................................................... 16
Provinciaal niveau ...................................................................................................... 17 4.2.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie........................................................... 17
4.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening ............................................................. 17
Gemeentelijk niveau .................................................................................................. 18 4.3.1
Kernrandvisie Goyergracht............................................................................ 18
4.3.2
Karakteristiek van het landschap .................................................................. 18
Pagina 3 van 28
Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................... 19 5.1
5.2
Milieu ......................................................................................................................... 19 5.1.1
Bodemkwaliteit ............................................................................................. 19
5.1.2
Bedrijven en milieuzonering.......................................................................... 20
5.1.3
Externe veiligheid .......................................................................................... 20
5.1.4
Geurhinder veehouderijen ............................................................................ 20
5.1.5
Geluid ............................................................................................................ 21
5.1.6
Luchtkwaliteit ................................................................................................ 21
5.1.7
Volksgezondheid ........................................................................................... 22
5.1.8
Milieueffectrapportage ................................................................................. 23
Waarden ..................................................................................................................... 23 5.2.1
Archeologie ................................................................................................... 23
5.2.2
Cultuurhistorie .............................................................................................. 24
5.2.3
Natuurwaarden ............................................................................................. 24
5.3
Waterparagraaf .......................................................................................................... 25
5.4
Beperkingen in verband met radarstation Soesterberg ............................................ 26
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................... 27 6.1
Kostenverhaal............................................................................................................. 27
6.2
Gemeentelijke grondexploitatie ................................................................................ 27
Hoofdstuk 7 Conclusie......................................................................................................................... 28
Pagina 4 van 28
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Op het achterste deel van het perceel L-11, Goyergracht-Zuid gemeente Eemnes, exploiteert Plantenmarkt Boskoop b.v. een kwekerij waar onder andere bomen, struiken en planten gekweekt worden ten behoeve van verkoop op de locatie van het tuincentrum aan de Goyergracht-Zuid, de detailhandelslocatie van Plantenmarkt Boskoop b.v. Op het perceel heeft de kweker in het verleden diverse voor het functioneren van de kwekerij noodzakelijke bouwwerken gerealiseerd ten behoeve van het kweken van planten en struiken in een trekkas, opslag van kwekerij benodigdheden, stalling van landbouwmachines, teelaarde, hout en andere relevante voorraden alsmede een watersilo voor beregening en bijbehorend een pomphuisje. Daarnaast is ook een kippenren aanwezig. De bouwwerken zijn destijds gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Nadat de gemeente Eemnes hierover in contact getreden is met Plantenmarkt Boskoop hebben op ambtelijk niveau meerdere overleggen plaatsgevonden met (vertegenwoordigers van) Plantenmarkt Boskoop b.v. over of en hoe voor deze bouwwerken alsnog vergunning verleend zou kunnen worden.
Nadat naar aanleiding van het overleg en een aanvraag omgevingsvergunning hiertoe vervolgens was ingediend, is de conclusie door de gemeente Eemnes getrokken dat een (groot) deel van de bebouwing onder het overgangsrecht van het vigerende bestemmingsplan partiële herziening Buitenrand 2017 valt. Voor het hekwerk van het toegangshek van de hoofdentree en de erfafscheiding van de kwekerij is inmiddels omgevingsvergunning verleend. Voor de op het perceel aanwezige bebouwing is onder gebruikmaking van overgangsrecht middels uitgebreide procedure omgevingsvergunning aangevraagd. Doel is het om het goed functioneren van de kwekerij ook op lange termijn technisch, praktisch en ruimtelijk bouwkundig mogelijk te maken. Een en ander door de bouwwerken, die nu nog onder het overgangsrecht vallen en noodzakelijk zijn voor het dagelijks operationeel gebruik ervan door de kwekerij, van omgevingsvergunning te voorzien en het geheel tevens ruimtelijk planologisch te verankeren in het bestemmingsplan Buitenrand en op te nemen bij de eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan. Dit document, rapport ruimtelijke onderbouwing Goyergracht-Zuid perceel L-11 Eemnes, maakt deel uit van de aanvraag.
Pagina 5 van 28
1.2 Locatie, situatie en kadastrale begrenzing Op de onderstaande topografische kaart is de locatie in groen aangegeven. Ruwweg licht het gebied tussen de westzijde van de snelweg A-27 en de oostzijde van de dorpskernrand van Laren.
Projectgebied /perceel kwekerij
Pagina 6 van 28
Onderstaand de kadastrale kaart en locatiegegevens van het perceel. Het terrein ligt met de kopse (smallere) kant aan de Goyergracht-Zuid en met de lange zijde aan het deel van de Rijksweg dat haaks op de A27 ligt. Tussen terrein en Rijksweg bevindt zich een sloot, die doorloopt tot nabij perceel 3510. Daar bevindt zich tevens de hoofdtoegang van de Rijksweg tot de kwekerij. (zie de rode pijl) Het perceel is kadastraal bekend gemeente Eemnes, sectie L nummer 11.
N
Pagina 7 van 28
1.3 Bestemmingsplan Buitenrand 2012 Het vigerende bestemmingsplan is getiteld Buitenrand 2012 gemeente Eemnes.
Ter plaatse van het projectgebied geldt de bestemming 'Agrarisch - 1'. De gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; kwekerijen; agrarische hobbybedrijfjes; behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, waaronder in ieder geval begrepen het behoud en/of herstel van kavelbeplantingen, oever- en slootvegetaties en verkavelingspatronen; paardenpension/pensionstalling; een hovenier, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; een tuincentrum als ondergeschikte nevenactiviteit, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'; een groente- en fruittuin alsmede kleinschalige agrarische activiteiten ten behoeve van een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch zorgboerderij'; extensief recreatief medegebruik; water; behoud en/of herstel van bestaande waardevolle houtwallen, bomen en boomgroepen; groenvoorzieningen;
met de daarbij behorende: m. bouwwerken; n. wegen en paden.
Pagina 8 van 28
Opslag van (agrarische) producten en goederen buiten de bedrijfsgebouwen is uitsluitend toegestaan op een oppervlakte van in totaal 20 m2 aansluitend aan en loodrecht achter de bedrijfsbebouwing, tot een maximale hoogte van 3 m. Bouwregels a.
Gebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij de volgende regels gelden: 1. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen en exclusief ondergrondse bebouwing, mag niet meer bedragen dan 600 m3; 2. de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 10 m; 3. bij de bedrijfswoning mag ten hoogste 60 m2 aan bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 5 m, mits gesitueerd achter de voorgelrooilijn; 4. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 40% van het bouwvlak, tenzij op de verbeelding een ander percentage is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; 5. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 9 m, tenzij op de verbeelding een andere goot- en bouwhoogte is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';
b.
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. op percelen kleiner dan 2.500 m2 zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan; 2. op percelen groter dan 2.500 m2 zijn ten hoogste twee gebouwen toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m2, met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 5 m; 3. trekkassen zijn toegestaan op percelen groter dan 2.500 m2, met een oppervlakte van maximaal 250 m2 per bedrijf per perceel en een bouwhoogte van ten hoogste 4 m;
c.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. kuilvoerplaten zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, dan wel direct aansluitend daaraan; 2. per bouwvlak is ten hoogste één mestopslag toegestaan, met een inhoud van maximaal 25 m3 en een maximale bouwhoogte van 2 m, mits de bouw of aanleg in ruimtelijke samenhang met (direct aansluitend bij) bestaande bebouwing plaatsvindt; 3. indien geen bouwvlak aanwezig is maar wel bebouwing is toegestaan conform lid 3.2 sub b, is één kuilvoerplaat en één mestopslag toegestaan, met een inhoud van maximaal 25 m3 en een maximale bouwhoogte van 2 m, mits de bouw of aanleg in ruimtelijke samenhang met (direct aansluitend bij) bestaande bebouwing plaatsvindt; 4. silo's en monomestvergisters zijn niet toegestaan; 5. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; 6. lichtmasten ten behoeve van paardenbakken zijn niet toegestaan; 7. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zowel binnen als buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 3 m; 8. hooibergen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, waarbij de maximale bouwhoogte 9 m bedraagt;
Voor het perceel L11 geldt dat er geen bouwvlak op het perceel is ingetekend. De oppervlakte van het perceel is 14.900 m2. Derhalve zijn voor het onderhavige project de bouwregels b. onder 2. en b. onder 3. van toepassing. De maximaal toegestane bebouwing aan gebouwen, overkappingen en trekkassen bedraagt voor perceel L-11 totaal 300 m2.
Pagina 9 van 28
Het projectgebied /het perceel L-11 bevat tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting'. Deze dubbelbestemming verplicht archeologisch onderzoek bij bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 meter onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 200 m². In paragraaf 5.2.1 is opgenomen hoe met het aspect archeologie is omgegaan. Conclusie Het bestemmingsplan biedt voldoende aanknopingspunten om het (reeds bestaande) bouwplan in het projectgebied te kunnen realiseren.
1.3.1 Bestemmingsplan partiële herziening Op 7 maart 2017 is de partiële herziening door de gemeente Eemnes vastgesteld. Deze herziening is van invloed op het onderhavige plan. De bestemming van het perceel is hierbij gewijzigd van Agrarisch-1 naar Agrarisch-3 Ten opzichte van het bestemmingsplan buitenrand 2012 is de bestemming van gronden deels gewijzigd. Met name de volgende drie bestemmingen uit deze lijst zijn aangepast of geschrapt: e. g. h.
Paardenpension/pensionstalling is gewijzigd in paardenstallen een tuincentrum als ondergeschikte nevenactiviteit, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'; een groente- en fruittuin alsmede kleinschalige agrarische activiteiten ten behoeve van een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch zorgboerderij';
Bestemmingsplan 5.2 Bouwregels a.
b.
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van een bouwvlak; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) / maximum bouwhoogte (m)' is aangeduid; 3. de oppervlakte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingspercentage (%)' is aangeduid; Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. per bouwvlak is ten hoogste één mestopslag toegestaan, met een oppervlakte van maximaal 10 m² en een hoogte van maximaal 1 meter, mits de bouw of aanleg in ruimtelijke samenhang (direct aansluitend bij) bestaande bebouwing plaatsvindt; 2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; 3. lichtmasten ten behoeve van paardenbakken zijn niet toegestaan; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zowel binnen als buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 3 m.
De paragraaf onder b. van de bouwregels, bouwen buiten het bouwvlak zoals deze in het bestemmingsplan 2012 staan omschreven zijn met de partiele herziening 2017 volledig geschrapt. Conclusie De partiele herziening van het bestemmingsplan 2017 biedt geen aanknopingspunten om het (reeds bestaande) bouwplan in het projectgebied in een als dan situatie volledig nieuw te kunnen realiseren.
Pagina 10 van 28
Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijk-functionele analyse van het projectgebied. De hierna volgende afbeelding geeft de bestaande toestand en de directe omgeving van het projectgebied weer.
2.1 Bebouwing en functies Het projectgebied ligt ten westen van de toe-en afrit Eemnes-Laren van de A-27 en ten oosten van de dorpsrand van Laren. Direct rechts naast het perceel staat een zendmast met schakelstation. Het projectgebied zelf bestaat uit een deel kwekerij aan de oostzijde van het perceel alsmede een weide waar schapen staan en een kraal in de weide aan de westzijde. De toegang van de weide ligt op de hoek Goyergracht en Rijksweg. Verder bevinden zich in de directe nabijheid van het projectgebied een bosperceel, boerderij, weiden met schuren, een bedrijventerrein met een conglomeraat aan bebouwing en containeropslag alsmede de maatschappelijke bestemming het Spookbos. Foto’s directe omgeving:
Boerderij, stallen, weide
containers langs de Rijksweg
Pagina 11 van 28
bedrijventerrein
bedrijventerrein-containeropslag
Bedrijventerrein opslag
Zendmast / hekwerk zendmast
bovenaanzicht zendmast
diverse schuren langs de Rijksweg
2.2 Ontsluiting Het projectgebied wordt in de huidige situatie ontsloten door een toegang aan de westzijde, een kleine toegang tot de weide en de kraal in het midden van het perceel aan de Rijksweg en de hoofdontsluiting van de kwekerij aan de oostzijde van het perceel aan de Rijksweg. De Rijksweg die ontsloten wordt via de Goyergracht-Zuid is een doodlopende weg met een haakse hoek langs de A-27, die feitelijk alleen door bestemmingsverkeer gebruikt wordt. De verkeersintensiteit is er navenant zeer laag.
2.3 Groen en water In de bestaande situatie is het projectgebied gedeeltelijk functioneel ingericht als kwekerij en gedeeltelijk als weidegrond. Op het perceel staan diverse bomen waarvan een deel gekweekt wordt voor de verkoop en een deel er permanent staat. De oostelijke perceelgrens wordt gevormd door bomen en het naastliggende bosperceeltje dat grenst aan de oprit van de A27. Het perceel is voor het grootste deel omsloten door groene hagen en deels door (lage) hekwerken alsmede een watervoerende sloot langs de Rijksweg.
Pagina 12 van 28
Hoofdstuk 3 Beschrijving van het project Onderdelen van de beschrijving van het project zijn de bestaande bebouwing, verkeer en parkeren en de gezonde leefomgeving. Op onderstaande afbeelding is de bestaande situatie weergegeven:
3 2
4 1
RENVOOI:
1 Overkapping
2 Trekkas met kleine overkapping 3 waterbekken en pomphuis 4 kippenren met nachtverblijf onder de bomen
3.1 Bouwplan De bestaande bebouwing, die verder niet zichtbaar is vanaf openbaar gebied, bestaat conform bovenstaande afbeelding uit de volgende elementen: 1. 2. 3. 4. 5.
een overkapping van ca. 9x21 m1 = 189 m2, bouwhoogte 3 m1; een trekkas van ca. 6x8 m1 = 48 m2, halfrond bouwhoogte 0-4 m1; een te amoveren overkapping van 15 m2; een waterbassin voor sproeiwater doorsnede ca. 4,2 m1 met pomphuisje van ca. 1,7x1,7 m1 = 3 m2 een te amoveren kippenren hoog ca. 1,2 m1 met een nachtverblijf van 7,5 m2;
Om een en ander op het perceel op te schonen en overtollige bebouwing te amoveren zal geen omgevingsvergunning aangevraagd worden voor de overkapping onder 2. en de kippenren met nachtverblijf onder 4. Deze zullen dan ook geheel verwijderd worden. Na amoveren resteert aan bebouwing totaal 248 m2.
3.2 Compenserende maatregelen en kwaliteitsverbetering Uit de aard van de functie van kwekerij met een grote diversiteit aan (bloeiende) planten, struiken en bomen, de weide met open lage omheining, de hagen langs de erfgrens van de kwekerij, de bebouwing die uit het zicht is geïntegreerd in het geheel, de watervoerende sloot langs de Rijksweg zijde en het achterliggende bosperceeltje bestaat een zeer gevarieerd en aantrekkelijk groen ensemble.
Conclusie Aanvullende compenserende (milieu) maatregelen zijn op basis van dit gegeven niet nodig.
Pagina 13 van 28
3.3 Verkeer en Parkeren Ontsluiting De bestaande ontsluitingen van het perceel zijn volledig ingebed in het landschap en bieden voldoende flexibiliteit voor het goed functioneren van de kwekerij en de weide. Extra ontsluitingen of het verplaatsen van de bestaande ontsluitingen zijn derhalve niet nodig. Parkeren Op het terrein is voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor het goed kunnen functioneren van de kwekerij. De kwekerij is zo ingericht dat er voor arbeid en transport op de kwekerij er voldoende (parkeer)mogelijkheden zijn. Bezoekers van de kwekerij zijn eerder uitzondering dan regel. De incidentele bezoeker van de kwekerij kan eveneens op het terrein parkeren. Er is dan ook sprake van extensief gebruik van de Rijksweg door verkeer en parkeren. De gemeente Eemnes heeft geen eigen parkeerbeleid opgesteld.
Conclusie De bestaande ontsluitingen passen goed binnen het landschap en het straatbeeld van de Rijksweg. Er is voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein en er zijn geen extra verkeer en parkeervoorzieningen buiten het terrein nodig.
3.4
Duurzame en gezonde leefomgeving
Onder duurzame en gezonde leefomgeving wordt in het kader van dit project verstaan dat de leefomgeving bijdraagt aan het nu en op termijn goed en gezond kunnen functioneren van de mens in die omgeving. Hetzelfde geldt voor het goed en gezond functioneren van de omringende natuur. Het is van belang om de kwaliteit van de leefomgeving en de natuur tenminste in stand te houden, te verbeteren waar dat mogelijk is en afbreuk te voorkomen. Gelet op de aard van het project en het projectgebied en het feit dat het als zodanig al lange tijd bestaat kan gesteld worden dat het reeds onderdeel uitmaakt van duurzame en gezonde leefomgeving en omringende natuur. Aangezien ook de inrichting van het projectgebied al lang bestaand is, en door het amoveren van een overkapping van 15 m2 het projectgebied verder opgeschoond zal worden, verbetert hierdoor de ruimtelijke kwaliteit en wordt geen afbreuk aan de leefomgeving gedaan. Het zicht vanuit de publieke ruimte op het geheel blijft hierbij ongewijzigd. De bebouwing binnen het projectgebied is door het aanwezige groen aan het zicht onttrokken.
Conclusie Het project draagt nu en op termijn bij aan een duurzame en gezonde leefomgeving.
3.5
Energietransitie
De paragraaf energietransitie is op dit project niet van toepassing. Er vinden geen bouwactiviteiten plaats en er zijn verder ook geen technische installaties voor verwarming/koeling van de opstallen of verlichting voor kweekdoeleinden op het perceel aanwezig.
Conclusie Het onderhavige project bevat geen (bouw)onderdelen die in het kader van energietransitie van belang zijn.
Pagina 14 van 28
3.6
Klimaatbestendigheid
Met de bestaande inrichting van de projectlocatie is op diverse mogelijke manieren rekening gehouden met wisselende klimaatomstandigheden. In de natte perioden wordt hemelwater direct in de open structuur van bodem opgenomen. Een deel van het water wordt tevens opgevangen in het waterbassin voor sproeiwater dat gebruikt kan worden tijdens droge periodes. De sloot biedt daarnaast een extra zekerheid voor de opvang van overtollig oppervlakte water onder incidentele extreme neerslag omstandigheden. Er is op deze locatie zelfs onder extreme zomerse omstandigheden geen sprake van het mogelijk kunnen ontstaan van hittestress. Braakliggende grond is niet aanwezig anders dan tijdens korte periodes bij wisseling van kweek in de volle grond. Terreinverhardingen zijn puur doelmatig van aard en slechts in beperkte omvang voor transport en logistiek aanwezig. De bestaande grote overkapping ligt goeddeels in de schaduw en onder het hoge gebladerte van de omringende bomen. Er is derhalve geen sprake van mogelijke hittestress of het ontstaan van klimaatoverlast veroorzaakt door de inrichting van het terrein en/of de aanwezige bebouwing.
Conclusie Het projectgebied is duurzaam klimaatbestendig ingericht. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig.
Pagina 15 van 28
Hoofdstuk 4 Beleid In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op: nationaal niveau; provinciaal niveau; gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR. De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig project is het belang "militaire terreinen en objecten" aan de orde. Dit belang is beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 4.1.2). Als aan dat besluit wordt voldaan, wordt tevens aan de SVIR voldaan.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De in de SVIR opgenomen nationale belangen vinden een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Het plangebied ligt op minder dan 15 km van het radarstation Soesterberg. Derhalve gelden bepaalde hoogtebeperkingen. In paragraaf 5.4 vindt hiervan een nadere uitwerking plaats. Daaruit wordt geconcludeerd dat het bouwplan ruim onder de maximaal toegestane hoogte blijft. Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang "Militaire terreinen en objecten".
Conclusie Het project voldoet aan de nationale belangen als geformuleerd in het Barro en vormt geen belemmering.
4.1.3 BRO: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Pagina 16 van 28
Het project betreft een kleinschalige ontwikkeling op een reeds bestaande kwekerij. Het project is dermate kleinschalig dat deze niet als een stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.
Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
4.2 Provinciaal niveau (gedeeltelijk overgenomen uit het rapport ruimtelijke onderbouwing Rijksweg 3 Eemnes) Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie; Provinciale Ruimtelijke Verordening. Het project is aan deze twee nota's getoetst.
4.2.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (met herijking 2016) bevat het ruimtelijke beleid van de provincie Utrecht voor de periode tot 2028. Het beleid steunt op vier pijlers: duurzame leefomgeving; beschermen kwaliteiten; vitale dorpen en steden; dynamisch landelijk gebied.
Analyse De pijler 'duurzame leefomgeving' betreft onder meer het duurzaam gebruik van de ondergrond, ofwel 'de juiste functie op de juiste plaats'. Aangezien het project een reeds lang bestaande kwekerij met bestaande opstellen betreft is sprake van een duurzaam gebruik van de ondergrond. De te beschermen kwaliteiten betreffen cultuurhistorische, landschappelijke, aardkundige en natuurlijke waarden. Ter plaatse is niet of nauwelijks sprake van cultuurhistorische en aardkundige waarden. De pijler 'vitale dorpen en steden' betreft met name het bebouwde gebied van de provincie. Het project is onderdeel van het landelijk gebied. Daarom is geen nadere beoordeling aan deze pijler opgenomen. De algemene beleidslijn onder de pijler 'dynamisch landelijk gebied' is het koesteren van functies die bijdragen aan he behoud van de openheid, kwaliteit en beleefbaarheid van het platteland en het voorkomen van het uitwaaieren van stedelijke functies over het platteland. Het project betreft een bestaande kwekerij, die als zodanig reeds bijdraagt aan een vitaal buiten stedelijk gebied. Het project sluit daarmee aan bij de algemene beleidslijn.
Conclusie Het project past binnen de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie.
Pagina 17 van 28
4.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening De Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Utrecht (herijking 2016) stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.
Analyse
De kwekerij is onderdeel van het 'landelijk gebied'. Conform artikel 3.8, eerste lid, onder b, kunnen bestaande stedelijke functies in dit gebied worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak.
Conclusie Het project voldoet aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
4.3 Gemeentelijk niveau (gedeeltelijk overgenomen uit het rapport ruimtelijke onderbouwing Rijksweg 3 Eemnes) 4.3.1 Kernrandvisie Goyergracht Op 27 februari 2017 heeft de gemeenteraad van Eemnes de Kernrandvisie Goyergracht vastgesteld. De kernrandvisie geeft inzicht in de mogelijke ontwikkelingen in de langgerekte zone tussen de westelijke gemeentegrens en de autosnelweg A27, en de kwaliteitsverbetering die daarbij hoort. Zes concrete ontwikkelingen zijn nader uitgewerkt, onderhavig initiatief wordt hierin niet specifiek genoemd. Het onderhavige project is gelegen in het deelgebied 'Goyergracht Zuid'. Het zuidelijke gedeelte van de Goyergracht vormt een semi-gesloten landschap met de overgang tussen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het kenmerkende slagenlandschap van het Eemland. Het landschap wordt hier afgewisseld met open en gesloten ruimtes al is door de diverse uiteenlopende bestaande functies die in dit gebied te vinden zijn de openheid beperkt. De functies in het deelgebied 'Goyergracht Zuid' bestaan onder andere uit een tuincentrum, een kindereducatie/ begeleidingscentrum, een volkstuinencomplex, een golfbaan, (boom)kwekerijen, een dierenhotel en een tv-opnamelocatie. Binnen het landschappelijk raamwerk wordt een diversiteit aan functies voorzien die qua maat en schaal passen bij de landschappelijke kenmerken van de kernrandzone.
In het deelgebied 'Goyergracht Zuid' zijn enkel ontwikkelingen toegestaan in de zogenoemde groene 'blokken'. De kwekerij en de opstallen bestonden reeds ten tijde van het opstellen van de kernrandvisie en zijn in de plankaart opgenomen als bestaand groen. Het project betreft dan ook geen nieuwe ontwikkeling.
4.3.2 Karakteristiek van het landschap De ligging van de bebouwing in het projectgebied, grotendeels onder bomen, omringd door groen en dicht tegen het aangrenzende bosperceel, maakt dat deze bebouwing uit het zicht ligt en volledig is opgenomen in het bestaande groen. Het maakt tevens onderdeel uit van het bestaande groene blok zoals aangegeven op de kaart van het landschappelijk raamwerk van de kernrandvisie. Het zuidelijk gedeelte van de Goyergracht, als verwoord in de kernrandvisie, vormt een half open landschap met de overgang tussen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het kenmerkende slagenlandschap van het Eemland.
Conclusie Het projectgebied is opgenomen in- en sluit volledig aan bij de Kernrandvisie Goyergracht en past naadloos in het streefbeeld van half open landschap groen/bos in losse blokken.
Pagina 18 van 28
Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten
(ged. overgenomen en verder bewerkt uit het rapport ruimtelijke onderbouwing Rijksweg 3)
In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.
5.1
Milieu
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1 Bodemkwaliteit Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.
Analyse Het project betreft bestaande overkappingen en een trekkas ten behoeve van de kwekerij. Zonder het uitvoeren van een bodemonderzoek kan aan de hand van de bestaande situatie worden geconcludeerd dat er sprake is van gronden die geschikt zijn voor de beoogde bouwwerken.
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het project.
Pagina 19 van 28
5.1.2
Bedrijven en milieuzonering
Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen. Daarnaast of bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor een dergelijke toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
Analyse Invloed project op de omgeving Het project heeft geen milieutechnische uitstraling. Het bouwwerk staat tevens op ruime afstand van woningen. Er is voor zover bekend ook geen sprake van milieubelasting door omliggende inrichtingen en geen invloed op omliggende inrichtingen door dit project. De bestaande overkapping, de trekkas, het waterbassin en het pomphuisje op het perceel zijn geen milieugevoelige of milieubelastende objecten. Derhalve hoeft geen nadere toetsing plaats te vinden.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het onderhavige project.
5.1.3
Externe veiligheid
Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Analyse Het project omvat geen nieuwe kwetsbare objecten. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het onderhavige project.
5.1.4
Geurhinder veehouderijen
Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het project geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het project.
Pagina 20 van 28
Analyse Het project omvat geen nieuwe geurgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geurhinder veehouderijen is niet nodig.
Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het onderhavige project.
5.1.5
Geluid
Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
Analyse
Het project omvat geen geluidgevoelige objecten en de bestaande situatie veroorzaakt geen geluidshinder. Een nadere toetsing aan het aspect geluidhinder is derhalve niet nodig.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.6
Luchtkwaliteit
Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen.
Analyse Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig project omvat de realisatie van een veldschuur (250 m²) ten behoeve van opslag en uitbreiding van de kwekerij. De verkeer aantrekkende werking van deze ontwikkelingen is significant kleiner dan de een ontwikkeling met 1.500 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat Het project ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt daarom alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide
Pagina 21 van 28
(NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De monitoringstool die in het kader van het CIML (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt Rijkswaterstaat x:145389 y:473607: categorie grenswaarde jaargemiddelde concentratie NO2 jaargemiddelde concentratie PM10 jaargemiddelde concentratie PM2.5 overschrijdingsdagen per jaargemiddelde concentratie PM10
40 µg/m³ 40 µg/m³ 25 µg/m³
2022 17,3 17,7 9,5
2025 15,8 15,2 8,1
2030 13,1 14,4 7,3
35
6,2
6,0
6,0
Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het projectgebied.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het onderhavige project.
5.1.7
Volksgezondheid
Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst. Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd.
Analyse Het project leidt niet tot het toevoegen van woningen of andere functies waar personen gedurende langere tijd verblijven. Daarnaast wordt opgemerkt dat de gronden rondom het plangebied thans niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet zijn aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Daarnaast leidt de kwekerij niet tot overlast voor de omgeving, omdat binnen een straal van 50 meter geen milieugevoelige objecten zijn gesitueerd. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.
Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het project.
Pagina 22 van 28
5.1.8
Milieueffectrapportage
Inleiding Het instrument milieueffectrapportage (MER) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een MER-plicht of een MER-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije MER-beoordeling nodig is.
Analyse Het project behoort niet tot de in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage genoemde ontwikkelingen. Er is derhalve geen nadere MER-beoordeling nodig. Gelet op de resultaten van de hiervoor reeds uitgevoerde milieuanalyse, kan zonder nader onderzoek worden geconcludeerd dat het project geen significant nadelige milieugevolgen heeft. Een nadere motivering is niet noodzakelijk.
Conclusie Het project valt niet onder de MER beoordelingsplicht. Het project heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
5.2
Waarden
5.2.1
Archeologie
Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.
Analyse Het gemeentelijke archeologiebeleid is vastgelegd middels dubbelbestemmingen in de verschillende bestemmingsplannen. Ter plaatse van onderhavig projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie hoge verwachting'. De bestemming verplicht initiatiefnemers tot het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen met een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 200 m². Onderhavig project is bestaand en is gerealiseerd zonder bodemingrepen van meer dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 200 m2. De gestelde grenzen (dieptemaat) zijn hiermee niet overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister.
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het project.
Pagina 23 van 28
5.2.2
Cultuurhistorie
Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Analyse Binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig, zoals karakteristieke of monumentale bebouwing of oorspronkelijke landschapsstructuren. Het project tast geen waardevolle elementen aan.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.2.3
Natuurwaarden
Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De in deze wet opgenomen bescherming omvat de onderdelen: gebiedsbescherming; soortenbescherming; bescherming van houtopstanden.
Analyse Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan enerzijds om verstorende effecten zoals geluid, licht en trillingen op natuurgebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en anderzijds om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Verstorende effecten Gezien de aard en omvang van het project en de afstand tot Natuurnetwerk Nederland (ca. 9 km van het gebied 'Naarder meer') kan worden geconcludeerd dat het project geen verstorende effecten heeft op gebieden behorende tot Natuurnetwerk Nederland. Stikstofdepositie De kwekerij en de aanwezige opstallen bestaan reeds vele jaren. Het project heeft geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Vanwege de bestaande situatie is nader onderzoek naar soortenbescherming niet nodig.
Pagina 24 van 28
Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.3
Waterparagraaf
Inleiding Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een project. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).
Beleid In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen. Nationaal niveau Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
Provinciaal niveau In het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van Bodem, Water en Milieu. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat, waarbij gewerkt wordt aan: een robuust bodem- en watersysteem; bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, zoals landbouw, recreatie of natuur; een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving; een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio.
Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheersplan 2016-2021 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe zijn ambities en tevens het uitvoeringsprogramma vastgelegd voor de periode tot en met 2021. Het waterbeheersplan bepaalt in grote mate de agenda van Waterschap Vallei en Veluwe. De plannen zijn gebundeld in de drie programma's Veilige dijken, Voldoende en schoon water en Zuivering afvalwater.
Pagina 25 van 28
Watersysteem Oppervlaktewater Binnen het projectgebied en in de directe omgeving is oppervlaktewater aanwezig. Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied bedraagt minder dan 80 - 140 cm -mv (bron: bodemdata.nl).
Waterschap belangen Het projectgebied ligt niet in of nabij een gebied waarin waterschap belangen een rol spelen, zoals waterkering, waterberging of waterwinning. Hemelwater Het hemelwater wordt voor een deel opgevangen in het bestaande waterbassin en het overige hemelwater wordt direct opgenomen in de grond. Bij extreme regenval voert de aanwezige sloot overtollig hemelwater af. Het hemelwater wordt aldus binnen het projectgebied vastgehouden en er vindt behoudens extreme weersomstandigheden geen afvoer van hemelwater plaats. Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater.
Waterkwaliteit Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap zijn geen uitlogende materialen toegepast.
5.4
Beperkingen in verband met radarstation Soesterberg
Het plangebied ligt op relatief korte afstand van het radarstation Soesterberg. Voor een goed functioneren van het radarstation zijn middels het Barro beperkingen gelegd op het gebruik van en het bouwen in de omgeving. De relevante beperkingen voor onderhavige project zijn vervat in een radarverstoringsgebied. Radarverstoringsgebied Het plangebied ligt met een afstand van ca. 14 km aan de rand van de straal van 15 km rondom het radarsysteem het zgn. radarverstoringsgebied. De hoogte van bouwwerken binnen het plangebied mag maximaal 112 meter boven NAP (ofwel 109 meter boven maaiveld) bedragen. De bestaande bebouwing op het perceel blijft daar ver onder.
Conclusie Het project voldoet aan de voorwaarden van het radarverstoringsgebied.
Pagina 26 van 28
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling betreft twee aspecten. Ten eerste moet het realiteitsgehalte van de plannen worden aangetoond: is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede moet de financiële uitvoerbaarheid worden onderbouwd: zijn alle kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het initiatief gedekt.
6.1
Kostenverhaal
Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet verplicht.
6.2
Gemeentelijke grondexploitatie
De gemeente heeft geen gronden in het projectgebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer, en zijn reeds uitgevoerd. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door onderhavig project. De financiële uitvoerbaarheid van het project is hiermee aangetoond.
Pagina 27 van 28
Hoofdstuk 7 Conclusie Op basis van de in dit rapport beschreven planologische elementen, de analyse, de onderzoeksresultaten en de hieruit getrokken conclusies per onderwerp blijkt dat het project planologisch aanvaardbaar is. Hierbij zijn de volgende overwegingen aan de orde: 1.
Voor het bedrijfsmatig goed kunnen functioneren van de kwekerij zijn de aanwezige opstallen waaronder de overkapping, de trekkas en het waterbassin met pomphuisje nu en in de toekomst noodzakelijk.
2.
Het project ligt op een gunstige locatie in het landschap en vormt als zodanig een aantrekkelijke optische barrière naar de A-27. Als welkom bijkomend effect vormt het projectgebied, zij het in beperktere mate, ook een buffer met geluidwerende eigenschappen ten aanzien van het verkeerslawaai afkomstig van de A-27.
3.
Het project, met de bestaande opstallen en ontsluitingen van het perceel, past in de omgeving.
4.
Het bestaande project past binnen de Kernrandvisie Goyergracht, compenserende maatregelen zijn niet nodig.
5.
Het project past in de ruimtelijke beleid van de diverse overheden.
6.
Er zijn geen milieutechnische belemmeringen.
7.
Er worden geen waarden aangetast.
Status: Definitief 15 April 2024 Opgesteld: Architectuur & Advies Ir. D.J. van Es Singel 17-G 1261XP Blaricum
Pagina 28 van 28