2 Aanvraagformulier Vangnetuitkering Participatiewet 2025
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -
-
Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.
Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025
1
De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
2
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
3
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het tekort op het BUIG-budget in 2025 wordt vooral veroorzaakt door een hogere instroom in de Participatiewet, met name door statushouders, inwoners na beëindiging van een WW-uitkering en inwoners met complexe persoonlijke omstandigheden. Vooral de toename van statushouders heeft een groot effect op de uitkeringslasten, omdat deze groep vaak een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft en langer afhankelijk is van ondersteuning tijdens het inburgeringstraject. Daarnaast zorgt bevolkingsgroei door nieuwbouw voor extra instroom. Tegelijk vraagt intensieve begeleiding via participatie-, re-integratie- en arbeidstoeleidingstrajecten om hogere uitvoeringskosten. De ingezette maatregelen richten zich op vroegtijdige activering, duurzame uitstroom naar werk en het verkorten van de uitkeringsduur. Deze aanpak laat positieve resultaten zien en draagt op middellange termijn bij aan lagere bijstandslasten en vermindering van het tekort op het BUIG-budget. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Er is een bestandsanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de opbouw van het bijstandsbestand, de ingezette interventies en de ontwikkelmogelijkheden. Binnen HBEL is afgesproken extra aandacht te geven aan inwoners uit Eemnes vanwege het tekort op het BUIG-budget.
Hierbij is specifiek gekeken of inwoners voldoende in beeld zijn bij de gemeente en bij Zicht Op Werk. Daarnaast is ingezet op bewustwording van culturele verschillen en de invloed daarvan op participatie en arbeidsinschakeling. Jobhunters zijn nadrukkelijker ingezet op plaatsingen via lokale en regionale werkgevers. Ook is een pilot gestart met loonkostensubsidie in combinatie met taalondersteuning, zodat inwoners met een migratieachtergrond sneller kunnen uitstromen naar werk. Extern zijn de samenwerking met Tomin Groep en de regionale afstemming binnen de Regio Gooi en Vechtstreek verder versterkt om uitstroom en kostenbeheersing te verbeteren.
4
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De gemeente Eemnes verwacht met deze maatregelen een structurele verbetering van de arbeidsparticipatie en een daling van langdurige uitkeringssituaties. Door gerichte arbeidstoeleiding en vroegtijdige activering van jongeren, statushouders en inwoners van 45 jaar en ouder wordt de zelfredzaamheid vergroot en uitstroom naar werk versneld. Dit leidt naar verwachting tot een kortere gemiddelde uitkeringsduur, meer duurzame uitstroom naar betaald werk en een afname van toekomstige bijstandslasten. Vooral voor statushouders wordt ingezet op snellere integratie via participatie, workshops en voorbereiding op werk en inburgering. De gemeente monitort dit periodiek via registratie- en datasystemen, waarbij wordt gekeken naar instroom, uitstroom, uitkeringsduur, effectiviteit van re-integratie-instrumenten en resultaten per doelgroep. Op basis hiervan worden maatregelen waar nodig bijgestuurd om tekortreductie te realiseren.
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
x
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Een substantieel deel van het tekort in 2025 is toe te schrijven aan de toename van het aantal inwoners dat instroomt in de Participatiewet. In de afgelopen drie jaar is sprake van een stijging van 6,5%. Ter vergelijking: het landelijk gemiddelde bedraagt volgens het CBS circa 1,5%.
7
Er is onderzocht hoeveel inwoners in 2025 zijn ingestroomd in de bijstand in Eemnes. Van de 23 inwoners aan wie in 2025 een uitkering is toegekend, zijn 16 inwoners aangemeld bij Zicht Op Werk (ZOW), het uitvoeringsprogramma voor integratie, re-integratie en participatie van inwoners van de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren. Wanneer gekeken wordt naar de redenen van instroom, kan dit als volgt worden gecategoriseerd: • 7 inwoners zijn inburgeringsplichtig en recent gehuisvest. • 8 inwoners stromen in doordat de WW-uitkering is beëindigd (bij 2 van hen loopt wel een IPS traject). • 1 Inwoner betreft een ex-zelfstandige van wie het bedrijf failliet is gegaan. • 5 inwoners stromen in vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals dakloosheid en/of psychische problematiek. • 2 inwoners stromen in als gevolg van verhuizing naar de gemeente Eemnes. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke redenen er zijn waarom inwoners niet actief kunnen deelnemen aan re-integratie. De belangrijkste oorzaken zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
gezondheidsproblemen (fysiek en psychisch); leeftijd en beperkte belastbaarheid; taalachterstand en beperkte vaardigheden; sociale en gezinsomstandigheden; verslavingsproblematiek; het bereiken van het hoogst haalbare participatieniveau.
Er is tevens een bestandsanalyse uitgevoerd van alle inwoners uit Eemnes die een bijstandsuitkering ontvangen. In totaal ontvangen 118 inwoners een uitkering, wat neerkomt op 95 uitkeringen (peildatum 24 september 2025). Onderstaande bestandsanalyse is gebaseerd op het aantal uitkeringen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de groep die wél actief is bij ZOW en de groep die niet actief is bij ZOW. Actief bij Zicht Op Werk 69% van het huidige bijstandsbestand is actief bij Zicht Op Werk. Over deze groep kan het volgende worden opgemerkt: 69% is alleenstaand, waarvan 10% alleenstaande ouder. Vrijwel iedereen huurt een woning of is thuiswonend bij ouders. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 41 jaar, waarbij 20% jonger is dan 27 jaar. 20% ontvangt parttime inkomsten, uit arbeid of uit een andere uitkering, maar deze zijn onvoldoende om uit te stromen uit de bijstandsuitkering. 10% van deze groep heeft ook een actieve gemeentecasus bij schuldhulpverlening, waarvan slechts één jongere onder de 27 jaar. 12% van deze groep heeft tevens een actieve zorgvraag binnen het begeleidingsteam of de Wmo. 43% van deze groep bestaat uit statushouders vallend onder de Nieuwe Wet Inburgering (2021).
8
Niet actief bij Zicht Op Werk 31% van het huidige bijstandsbestand is niet actief bij Zicht Op Werk. Over deze groep kan het volgende worden opgemerkt: 46% van deze groep is in het verleden wel bekend geweest bij Zicht Op Werk. De gemiddelde leeftijd bedraagt 50 jaar, waarbij 27% is 60 jaar of ouder en niemand jonger is dan 27 jaar oud. Dit betekent dat alle jongeren tot 27 jaar uit Eemnes met een bijstandsuitkering actief zijn binnen Zicht Op Werk. Slechts een beperkte groep (13%) heeft kinderen die op hetzelfde adres ingeschreven staan waarvan slechts één persoon met een kind onder de 5 jaar. 88% is alleenstaand, waarvan 9% alleenstaande ouder is. 40% bevindt zich al langer dan 5 jaar in de bijstand. Uit de data blijkt dat het grootste deel van deze inwoners is vrijgesteld van arbeidsverplichtingen vanwege lichamelijke en/of psychische klachten. Een deel ontvangen parttime inkomsten en een deel verricht vrijwilligerswerk, waarmee voor hen het hoogst haalbare participatieniveau is bereikt. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 55 jaar en 36% is 60 jaar of ouder. 28% ontvangt parttime inkomsten uit arbeid of een andere uitkering, maar deze zijn onvoldoende om volledig uit te stromen uit de bijstand. 11% van deze groep heeft daarnaast een actieve casus binnen de schuldhulpverlening. 36% van deze groep heeft tevens een actieve zorgvraag binnen het begeleidingsteam of de Wmo.
2% van deze groep bestaat uit statushouders vallend onder de Nieuwe Wet Inburgering (2021). Uit deze analyse kan worden geconcludeerd dat alle jongeren onder de 27 jaar actief zijn binnen Zicht Op Werk (ZOW). Daarnaast valt op dat vrijwel iedereen alleenstaand is en dat de gemiddelde leeftijd van inwoners die niet actief zijn binnen ZOW bijna tien jaar hoger ligt dan van de groep die wel actief is bij Zicht Op Werk. Tevens heeft ruim één derde van deze groep een actieve zorgvraag. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat meer dan de helft van deze inwoners (nog) nooit is aangemeld bij ZOW. Positief is dat uit de data blijkt dat ook inwoners die niet actief zijn binnen ZOW regelmatig contact hebben met de participatieconsulent. Daarnaast is bij een vrijstelling van de arbeidsverplichting steeds een degelijke motivatie terug te vinden in de dossiers. Dit betekent dat vrijwel het gehele bijstandsbestand goed in beeld is. Verder is opvallend dat 40% van de groep die niet actief is binnen ZOW al langer dan vijf jaar een uitkering ontvangt. De gemiddelde leeftijd binnen deze groep is relatief hoog, namelijk 55 jaar. Dit percentage is vergelijkbaar met Laren (38%) en significant lager dan in Blaricum (57%) en Huizen (56%). Slechts 11% van deze groep heeft een actieve casus binnen de schuldhulpverlening.
De hypothese dat inwoners niet kunnen werken als gevolg van stress rondom schulden lijkt daarmee minder waarschijnlijk. Een deel van deze groep levert wel degelijk een maatschappelijke bijdrage door middel van vrijwilligerswerk, mantelzorg of parttime arbeid. Voor hen is dit op dit moment echter het hoogst haalbare participatieniveau en uitstroom uit de uitkering op korte termijn is niet realistisch. De visie van de HBEL-gemeenten is dat wordt uitgegaan van de mogelijkheden van inwoners, ook wanneer sprake is van psychische of medische kwetsbaarheden. Voor veel mensen is het hebben van een doel, dagbesteding en structuur van grote waarde. Dit is ook zichtbaar in de benchmarkcijfers: landelijk is 3% van het bijstandsbestand actief in vrijwilligerswerk, terwijl dit percentage binnen de HBELgemeenten 16% bedraagt.
9
Statushouders In de grafiek hieronder is zichtbaar dat het aantal statushouders (asielmigranten) met een uitkering op grond van de Participatiewet toeneemt. Ten opzichte van 2022 is het aantal statushouders met een bijstandsuitkering verdubbeld. In nabijgelegen gemeenten zoals Blaricum en Laren is een vergelijkbaar aantal statushouders met een bijstandsuitkering zichtbaar.
De doelgroep statushouders vormt een groep met aanzienlijke potentie voor uitstroom naar werk, met name wanneer zij direct na koppeling aan onze gemeenten in beweging worden gebracht. Hierbij is het van belang dat niet alleen wordt ingezet op taalonderwijs, maar ook op sport, training en maatschappelijke participatie. Een integrale aanpak vergroot de kans op duurzame participatie en uitstroom uit de bijstand. Hieronder zijn de resultaten van de asielmigranten in 2025 weergegeven: DOEN
Uitstroom PW
Reden Uitstroom Werk
Reden Uitstroom Onderwijs
Parttime werk
HBEL
Inburgering Behaald in 2025 37
119
27
17
4
51
Eemnes
8
18
3
2
1
7
Peildatum: 31 december 2025
Wanneer we over DOEN spreken, hebben we het over een gemeentelijk onderdeel binnen Zicht op Werk wat verantwoordelijk is voor participatie en activering Hierbij moet worden opgemerkt dat voor een deel van de statushouders – met name inwoners met een laag opleidingsniveau en beperkte leerbaarheid – volledige uitstroom naar regulier werk niet altijd realistisch is. Voor deze groep is maatschappelijke participatie, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk, vaak het hoogst haalbare. De geschetste ontwikkeling heeft een opwaarts effect op de uitkeringslasten. Dit komt mede doordat statushouders doorgaans een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben en, mede door de duur van het inburgeringstraject, langer zijn aangewezen op een uitkering. De gemeente heeft slechts beperkte 10
beïnvloedingsmogelijkheden op deze instroom, aangezien de toewijzing van statushouders – een belangrijk deel van de inburgeraars – plaatsvindt op basis van een landelijke verdeelsystematiek. Daarmee is sprake van een exogene factor die in belangrijke mate bijdraagt aan het ontstane tekort. Daarnaast is sinds 2021 sprake van een aanhoudende bevolkingsgroei als gevolg van nieuwbouw. Deze demografische ontwikkeling leidt tot een structurele toename van het aantal huishoudens en draagt mogelijk eveneens bij aan de stijging van het aantal uitkeringen. Jaartal Inwoners Eemnes per 1 januari Woningen Eemnes per 1 januari
2021
2022
2023
2024
2025
2026
9.362
9.450
9.598
9.755
9.927
10.063
4.091
4.098
4.125
4.304
4.375
Bron: Waarstaatjegemeente.nl
De middelen die de gemeente Eemnes ontvangt voor de uitvoering van voorzieningen worden in de praktijk vaak pas in het daaropvolgende jaar besteed. Dit hangt samen met het moment waarop statushouders daadwerkelijk worden gehuisvest binnen de gemeente en hun inburgeringstraject starten. Hoewel de begroting hierop is ingericht, zien we in de uitvoering een vertraging tussen de ontvangst van middelen en het moment waarop de uitgaven plaatsvinden: de zogenoemde T-2-systematiek. Daarnaast is de taakstelling voor de huisvesting van statushouders in 2025 onverminderd hoog gebleven. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal actieve inburgeraars. In 2025 betrof dit 54 actieve inburgeraars, tegenover 29 in 2023, wat neerkomt op een stijging van 86%. Deze ontwikkeling heeft geleid tot hogere lasten dan vooraf voorzien. Hoewel de recente ontwikkelingen positieve resultaten laten zien – zo zijn in 2024 en 2025 in totaal 59 inwoners uitgestroomd naar werk en daarmee beëindigd in de uitkering, tegenover slechts 12 inwoners in 2023 – zorgt de toename van het aantal ingezette re-integratietrajecten tegelijkertijd voor een aanzienlijke financiële druk op de beschikbare middelen. Deze druk resulteert in een tekort ten opzichte van de ontvangen rijksbijdrage.
11
12
A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
Vorig jaar heeft het college de volgende maatregelen getroffen om bij te dragen aan de reductie van het tekort op het BUIG-budget. Deze maatregelen waren gericht op het vergroten van de uitstroom naar werk, het verkorten van de uitkeringsduur en het versterken van de participatie van specifieke doelgroepen, waaronder jongeren, statushouders en inwoners van 55 jaar en ouder. Daarnaast is ingezet op een effectievere benutting van beschikbare re-integratievoorzieningen en een intensievere monitoring van de resultaten, zodat tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig. Om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en de beschikbare capaciteit binnen de afdeling effectiever in te zetten, is de gemeente aan het verkennen om in de toekomst mogelijk externe participatietrajecten inclusief geïntegreerde begeleiding extern in te kopen. De samenwerking met NewBees was oorspronkelijk voorzien in 2025, maar is feitelijk vanaf begin 2026 gestart binnen de HBEL-gemeenten. NewBees begeleidt nieuwkomers via participatietrajecten richting werk en maatschappelijke deelname, met als doel hun zelfredzaamheid te vergroten en duurzame uitstroom naar arbeid te bevorderen. De trajecten bestaan onder meer uit maatwerkbegeleiding, inclusieve inburgering, workshops, praktische opdrachten en samenwerking met lokale ondernemers.
Daarnaast wordt intern capaciteit ingezet voor de doelgroep statushouders die naar verwachting binnen een halfjaar hun inburgering afronden. Hiervoor is gemiddeld 4 uur per week beschikbaar om gesprekken te voeren, arbeidsmogelijkheden vroegtijdig in beeld te brengen en de integratieconsulenten te ondersteunen bij de voorbereiding op participatie en uitstroom richting werk. Deze inzet wordt bekostigd vanuit middelen voor inburen vormt daarmee geen directe besparing op het BUIG-budget, maar draagt wel bij aan vroegtijdige activering, snellere uitstroom en het beperken van toekomstige bijstandsafhankelijkheid op de middellange termijn.
13
Door de inzet van trajectbegeleiding, jobcoaching, jobhunting en intensieve samenwerking met lokale ketenpartners wordt gericht gewerkt aan het vinden van passende werkplekken voor de doelgroep van 45 tot 64 jaar die drie jaar of langer een bijstandsuitkering ontvangt. Het effect van deze inzet is zichtbaar in onderstaande ontwikkeling van de uitkeringsduur per jaar:
Ten opzichte van 2024 is een duidelijke daling zichtbaar in het aantal inwoners met een langdurige uitkeringsafhankelijkheid. In 2024 ontvingen nog 65 inwoners langer dan drie jaar een uitkering (20 inwoners in de categorie 3–5 jaar en 45 inwoners in de categorie 5–10 jaar), terwijl dit aantal in 2025 is gedaald naar 56 inwoners (14 inwoners in de categorie 3–5 jaar en 42 inwoners in de categorie 5–10 jaar). Deze afname laat zien dat de ingezette maatregelen bijdragen aan een verkorting van de gemiddelde uitkeringsduur en een grotere uitstroom richting arbeid, met name binnen de doelgroep van 45 tot 64 jaar. Door vroegtijdige begeleiding, gerichte matching en intensieve ondersteuning wordt voorkomen dat inwoners langdurig afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering, wat op middellange termijn bijdraagt aan een verlaging van de BUIG-lasten. Vroege start participatietrajecten statushouders Vorig jaar is aangegeven dat als gevolg hiervan een toename zichtbaar was in het aantal participatietrajecten. Deze trajecten vragen om intensieve begeleiding en brengen daardoor hogere kosten met zich mee. Ter ondersteuning van deze inzet is bij het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds (AMIF) subsidie aangevraagd om de integratie van statushouders verder te versterken.
Inmiddels is bekend dat deze subsidies voor een periode van drie jaar zijn toegekend, zowel voor duale trajecten als voor participatie vanaf dag één binnen COA Tergooi. De startdatum hiervan is vastgesteld op 1 mei 2026. Hiermee wordt de gemeente beter in staat gesteld om statushouders vroegtijdig te begeleiden richting participatie, inburgering en uitstroom naar werk.
14
Daarnaast heeft het college destijds aangegeven de verwachting te hebben dat de eerste groep inburgeraars in de loop van 2025 het inburgeringstraject succesvol zou afronden, waardoor zij vervolgstappen richting de arbeidsmarkt konden zetten. Deze verwachting is uitgekomen en is zichtbaar in onderstaande resultaten.
In totaal hebben 18 inwoners economische zelfredzaamheid bereikt. Daarnaast zijn 11 inwoners zelfstandig gestopt met hun leerroute en zijn 5 inwoners ontheven van de inburgeringsplicht. Uit de gegevens over de doorlooptijd blijkt dat een aanzienlijk deel van de afgeronde trajecten binnen één tot twee jaar is behaald, wat duidt op een effectieve en tijdige begeleiding richting participatie. Deze ontwikkeling laat zien dat de ingezette maatregelen bijdragen aan een snellere integratie van statushouders, een afname van langdurige afhankelijkheid van ondersteuning en een grotere kans op duurzame uitstroom richting arbeid. Op de middellange termijn draagt dit bij aan het beperken van de bijstandslasten en daarmee aan de reductie van het tekort op het BUIG-budget.
15
Door intensieve arbeidstoeleiding wordt ingezet op het verkorten van de gemiddelde uitkeringsduur en het bevorderen van uitstroom naar werk Deze verscherpte focus op activering leidt in de praktijk tot hogere uitvoeringskosten, onder andere door een toename van het aantal begeleidings- en re-integratietrajecten. De ingezette aanpak werpt echter duidelijk vruchten af: in 2024 zijn 28 inwoners ingestroomd in een begeleidingstraject en zijn 27 inwoners succesvol uitgestroomd naar regulier, betaald werk. Deze positieve ontwikkeling zet zich in 2025 verder voort, met opnieuw 28 instromers en een stijging naar 38 succesvolle uitstromingen naar regulier betaald werk. Ten opzichte van 2024 is een duidelijke daling zichtbaar in het aantal inwoners met een langdurige uitkeringsafhankelijkheid. In 2024 ontvingen nog 65 inwoners langer dan drie jaar een uitkering, terwijl dit aantal in 2025 is gedaald naar 56 inwoners. Dit laat zien dat de intensieve inzet op begeleiding, jobcoaching, jobhunting en samenwerking met lokale werkgevers daadwerkelijk bijdraagt aan duurzame uitstroom. Bij voortzetting van deze aanpak wordt verwacht dat deze ontwikkeling zich verder zal voortzetten, waardoor het aantal inwoners dat langdurig afhankelijk is van een bijstandsuitkering structureel afneemt en de druk op het BUIG-budget verder wordt verminderd.
16
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Op verzoek van de wethouder van Eemnes is een bestandsanalyse uitgevoerd en is middels een memo inzichtelijk gemaakt hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden is opgebouwd, welke interventies reeds zijn ingezet en welke ontwikkelmogelijkheden nog aanwezig zijn. Binnen het Sociaal Domein van HBEL (Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren) is vervolgens besproken dat er extra aandacht nodig is voor inwoners uit Eemnes, daar er bij deze gemeente tekorten zijn op het BUIGBudget. Daarbij is specifiek gekeken naar de vraag of alle inwoners goed in beeld zijn bij de gemeente en tevens bekend zijn bij de afdeling Zicht Op Werk. Ook is er aandacht voor bewustwording van culturele verschillen en de invloed van normen, patronen en overtuigingen vanuit de eigen cultuur op participatie en arbeidsinschakeling. Dit draagt bij aan een effectievere begeleiding richting werk. Daarnaast is aan de jobhunters de opdracht meegegeven om werkgevers meer te stimuleren gebruik te maken van hun lokale netwerk, met name binnen Eemnes. Tegelijkertijd worden kandidaten uit Eemnes ook geplaatst bij werkgevers in omliggende gemeenten. De dienstverlening is daarbij altijd gericht op de inwoner en het vinden van een passende baan. In gemeenten zoals Huizen en Hilversum zijn bijvoorbeeld meer grotere bedrijven actief binnen productie en logistiek, waardoor daar meer plaatsingsmogelijkheden bestaan.
Van kandidaten wordt verwacht dat zij bereid zijn om buiten hun woonplaats te reizen voor werk, omdat dit de zelfredzaamheid en kansen op duurzame uitstroom vergroot. In de periode januari tot en met augustus 2025 zijn negen inwoners aangemeld bij de jobhunters. Van deze groep zijn acht inwoners geplaatst en is één inwoner terugverwezen. Het betreft hierbij plaatsingen in betaald werk, maar ook werkervaringsplekken en proefplaatsingen. 17
Als tweede interne maatregel is een pilot gestart met loonkostensubsidie in combinatie met taalondersteuning. Aanleiding hiervoor is dat is gebleken dat inwoners met een migratieachtergrond regelmatig een achterstand ervaren bij het verkrijgen van werk als gevolg van een onvoldoende taalniveau. De beoogde functie vraagt vaak om een hoger taalniveau dan de inwoner op dat moment beheerst, waardoor extra begeleiding en aansturing vanuit de werkgever noodzakelijk is. Het instrument loonkostensubsidie wordt ingezet om deze inzet van werkgever te compenseren, doormiddel van een tijdelijke vermindering van loonkosten. Met deze pilot wordt beoogd inwoners eerder te laten uitstromen naar een reguliere arbeidsplek en daarmee sneller uit de uitkering te laten stromen. De doelstellingen van de pilot zijn: • vaststellen of het instrument loonkostensubsidie (LKS) in combinatie met taalondersteuning bijdraagt aan het vergroten en versnellen van participatiekansen; • economisch resultaat: na een half jaar is nog steeds sprake van een arbeidsovereenkomst; • sociaal resultaat: indien de arbeidsovereenkomst na een half jaar eindigt, heeft de inwoner relevante werkervaring opgedaan en is het taalniveau verbeterd.
18
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregel: Versterken van de samenwerking met Tomin Groep Om de uitstroom naar werk te bevorderen en de gemiddelde uitkeringsduur te verkorten, is ingezet op het verbeteren van de samenwerking met Tomin Groep als sociaal ontwikkelbedrijf. Door structureel en regelmatig overleg in te plannen, is de afstemming tussen de gemeente en Tomin versterkt. Hierdoor is de beschikbare capaciteit binnen het sociaal ontwikkelbedrijf beter benut en konden meer inwoners worden aangemeld voor passende trajecten gericht op participatie en arbeidsinschakeling. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal trajecten en een hogere uitstroom naar werk. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) voor deze maatregel geweest? De externe bron voor deze maatregel was het overleg met Tomin Groep als uitvoerende samenwerkingspartner binnen het sociaal domein en arbeidsmarktbeleid.
Daarnaast is gebruikgemaakt van praktijkinformatie vanuit lopende trajecten en terugkoppelingen vanuit consulenten en werkgevers. b) Welk inzicht heeft de gemeente gekregen door deze externe partij of externe schriftelijke informatie? Uit deze consultatie bleek dat de beschikbare capaciteit binnen het sociaal ontwikkelbedrijf nog beter benut kon worden door structurelere afstemming en een intensievere samenwerking. Daarnaast werd duidelijk dat snellere en frequentere afstemming tussen gemeente en Tomin leidt tot meer passende plaatsingen en betere begeleiding van inwoners richting werk. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Naar aanleiding hiervan is de samenwerking met Tomin Groep geïntensiveerd door vaste en regelmatige overlegmomenten in te plannen. Hierdoor is de capaciteit binnen het sociaal ontwikkelbedrijf beter benut, zijn meer trajecten opgestart en is de uitstroom naar werk aantoonbaar toegenomen.
19
Maatregel: Versterken van de regionale samenwerking binnen Regio Gooi en Vechtstreek Om de uitvoering van de Participatiewet, inburgering en re-integratie verder te versterken, is ingezet op intensievere samenwerking tussen de gemeenten binnen de Regio Gooi en Vechtstreek. Hierbij vindt structureel afstemming plaats met de gemeenten Hilversum, Gooise Meren, Huizen, Blaricum, Eemnes, Laren en Wijdemeren. Deze samenwerking vindt plaats binnen verschillende overlegstructuren, waaronder het regionale uitvoeringsoverleg, het beleidsoverleg Inburgering, het uitvoeringsoverleg Inburgering en het regieteam met beleidsadviseurs en het UWV. Binnen deze overleggen worden de uitvoering van de Participatiewet, inburgering, WEB-trajecten, beschikbare budgetten en landelijke beleidswijzigingen besproken en op elkaar afgestemd. Hierdoor ontstaat meer uniformiteit in de uitvoering en kunnen gemeenten van elkaar leren en gezamenlijk sturen op effectiviteit en kostenbeheersing. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) voor deze maatregel geweest? De externe bronnen voor deze maatregel zijn de structurele overleggen met de regiogemeenten binnen de Regio Gooi en Vechtstreek en de samenwerking met het UWV. Daarnaast vormen de regionale uitvoeringsgegevens, benchmarkinformatie en beleidsafstemming rondom Participatiewet en inburgering belangrijke informatiebronnen.
b) Welk inzicht heeft de gemeente gekregen door deze externe partij of externe schriftelijke informatie? Uit deze regionale afstemming bleek dat gemeenten vergelijkbare uitdagingen ervaren op het gebied van instroom, langdurige uitkeringen, statushouders en stijgende uitvoeringskosten. Ook werd zichtbaar welke interventies in andere gemeenten succesvol zijn, hoe budgetten doelmatiger kunnen worden ingezet en waar gezamenlijke verbeteringen mogelijk zijn in de uitvoering van de Participatiewet en inburgering. Dit gaf meer inzicht in de eigen positie van Eemnes en de mogelijkheden om effectiever te sturen op uitstroom en kostenbeheersing. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Naar aanleiding hiervan is de regionale samenwerking verder geïntensiveerd door structurele deelname aan de verschillende regionale overleggen voort te zetten en te versterken. Hierdoor worden kennis, uitvoeringspraktijken en beleidskeuzes beter afgestemd, kunnen succesvolle interventies sneller worden overgenomen en wordt gezamenlijk gewerkt aan een doelmatigere inzet van middelen en een betere uitstroom naar werk.
20
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De gemeente Eemnes verwacht met de inzet van bovenstaande maatregelen een structurele verbetering van de arbeidsparticipatie en een daling van het aantal langdurige uitkeringssituaties te realiseren. Door gerichte arbeidstoeleiding en vroegtijdige activering van inwoners, waaronder jongeren, statushouders en 45+, wordt de zelfredzaamheid versterkt en wordt sneller perspectief op (gedeeltelijke) uitstroom naar arbeid geboden. De intensieve begeleidingstrajecten dragen bij aan: • • • •
Verkorting van de gemiddelde uitkeringsduur; Toename van de uitstroom naar betaald werk, met name onder inwoners die al geruime tijd een uitkering ontvangen, wat met name het geval is bij de doelgroep 55-64 jaar; Duurzamere integratie van statushouders door vroegtijdige participatie, workshops, trainingen en voorbereiding op het inburgeringstraject; Afname van toekomstige uitkeringslasten op de middellange termijn, indien de ingezette trends zich voortzetten.
Met deze aanpak wordt niet alleen invulling gegeven aan de doelstellingen van de Participatiewet, maar wordt tevens bijgedragen aan een inclusieve arbeidsmarkt en een effectiever gebruik van publieke middelen. C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. De gemeente monitort de effecten van de ingezette maatregelen periodiek via de beschikbare registratie- en datasystemen binnen de uitvoeringsorganisatie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar: • de ontwikkeling van het totale bijstandsbestand; • de uitstroom naar werk en de duur van uitkeringsafhankelijkheid; • de instroom van nieuwe uitkeringsgerechtigden; • de effectiviteit van ingezette re-integratie-instrumenten en participatievoorzieningen; 21
• de resultaten per specifieke doelgroep, zoals jongeren, statushouders en inwoners van 55 jaar en ouder. Door middel van periodieke rapportages en voortgangsgesprekken wordt beoordeeld welke instrumenten aantoonbaar bijdragen aan uitstroom en tekortreductie. Op basis hiervan worden maatregelen waar nodig bijgesteld of geïntensiveerd, zodat de inzet zo effectief en doelmatig mogelijk blijft.
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
22
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Eemnes stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________ 23