1 Thematische omgevingsplanregels Eemnes
Tekst van het document
Thematische omgevingsplanregels Eemnes
INHOUDSOPGAVE Regels Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
14 15
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 Doelen
15
16
Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan
16
Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden
16
Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden
16
Hoofdstuk 3 Programma's
17
Afdeling 3.1 Programma's met programmatische aanpak
17
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
18
Afdeling 4.1 Thema's
18
Hoofdstuk 5 Activiteiten
25
Afdeling 5.1 Algemene bepalingen
25
Afdeling 5.2 Thematische activiteiten
27
Afdeling 5.3 Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte
67
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud
68
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen
69
Hoofdstuk 8 Procedureregels
70
Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten
70
Afdeling 8.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang
70
Afdeling 8.3 Advies
70
Hoofdstuk 9 Handhaving
71
Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie
72
Afdeling 10.1 Registers
Hoofdstuk 11 Overgangsrecht
72
73
Afdeling 11.1 Overgangsrecht algemeen
73
Afdeling 11.2 Verhouding met het tijdelijk deel omgevingsplan
75
Hoofdstuk 12 Delegatiebepalingen
77
Afdeling 12.1 Delegatiebepalingen
77
Hoofdstuk 13 [Gereserveerd]
79
Hoofdstuk 14 [Gereserveerd]
80
Hoofdstuk 15 [Gereserveerd]
81
Hoofdstuk 16 [Gereserveerd]
82
Hoofdstuk 17 [Gereserveerd]
83
Hoofdstuk 18 [Gereserveerd]
84
Hoofdstuk 19 [Gereserveerd]
85
Hoofdstuk 20 [Gereserveerd]
86
Hoofdstuk 21 [Gereserveerd]
87 1
Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN
88
Afdeling 22.1 ALGEMEEN
88
Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN
88
Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN
104
Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS
174
Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN
177
Hoofdstuk 23 SLOTBEPALINGEN
188
Artikel 23.1 (citeertitel)
188
Bijlage I Begripsbepalingen
189
Bijlage II Overzicht informatieobjecten
194
Bijlage III Redengevende omschrijving gemeentelijke monument
195
Bijlage III Redengevende omschrijving gemeentelijke monument
Toelichting Algemene Toelichting Toelichting op BIJLAGE I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN
Artikelgewijze Toelichting
195
196 197 197
200
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
200
Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan
200
Artikel 4.1 Toepassingsbereik
200
Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen
200
Artikel 4.9 Toepassingsbereik
200
Artikel 4.10 Doelen
200
Artikel 4.11 Objecten en beplanting plaatsen
201
Artikel 4.15 Ligplaats innemen
201
Artikel 4.16 Standplaats innemen
201
Artikel 4.20 Toepassingsbereik
201
Artikel 4.21 Doelen
201
Artikel 4.22 Aanwijzing gemeentelijk monument
201
Artikel 4.23 Aanwijzing rijksbeschermd dorpsgezicht
201
Artikel 4.24 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
201
Artikel 4.26 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachting
201
Artikel 4.27 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten
202
Artikel 4.28 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten
202
Artikel 4.29 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten
202
Artikel 4.30 Activiteiten in gebieden met een archeologische verwachting
203
Artikel 4.32 Toepassingsbereik
203
Artikel 4.33 Doelen
203
Artikel 4.34 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap
203
2
Artikel 4.35 Bomen kappen
203
Artikel 4.42 Toepassingsbereik
203
Artikel 4.43 Doelen
203
Afdeling 5.1 Algemene bepalingen
203
Artikel 5.1 Toepassingsbereik
204
Artikel 5.2 Normadressaat
204
Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften
204
Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht
204
Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 204 Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen
205
Artikel 5.17 Toepassingsbereik
205
Artikel 5.20 Specifieke zorgplicht
205
Artikel 5.21 Verboden bouwactiviteiten
206
Artikel 5.23 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (welstand)
206
Artikel 5.24 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
206
Artikel 5.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
206
Artikel 5.27 Algemene regels hoofdgebouwen buitengebied
206
Artikel 5.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (stedenbouw en welstand)
206
Artikel 5.30 Bijzondere aanvraagvereisten
207
Artikel 5.31 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
207
Artikel 5.38 Toepassingsbereik
207
Artikel 5.39 Algemene regels bouwwerken geen gebouwen zijnde
207
Artikel 5.40 Algemene regels erf- en perceelafscheidingen
207
Artikel 5.56 Toepassingsbereik
207
Artikel 5.59 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
207
Artikel 5.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
207
Artikel 5.62 Algemene regels plaatsen vlaggen, wimpels en vlaggenstokken
207
Artikel 5.63 Algemene regels plaatsen zonnescherm
208
Artikel 5.64 Algemene regels plaatsen uitstallingen
208
Artikel 5.65 Algemene regels plaatsen voorwerpen voor de inrichting van een werkterrein
208
Artikel 5.66 Meldingsplicht plaatsen container of ander voorwerp inrichting werkterrein
208
Artikel 5.67 Toepassingsbereik
208
Artikel 5.73 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
208
Artikel 5.108 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: slopen monument
208
Artikel 5.109 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: verplaatsen monument
209
Artikel 5.119 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
210
Artikel 5.121 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
210
Artikel 5.125 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
211
Artikel 5.127 Toepassingsbereik
211
Artikel 5.128 Oogmerken
211
Artikel 5.129 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
211
3
Artikel 5.130 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
211
Artikel 5.131 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
212
Artikel 5.132 Toepassingsbereik
212
Artikel 5.133 Oogmerken
212
Artikel 5.134 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
213
Artikel 5.135 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
213
Artikel 5.136 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
213
Artikel 5.137 Algemene regel - bomen in tuinen
214
Artikel 5.138 Algemene regel herplant- en instandhoudingsplicht
214
Artikel 5.139 Algemene regel bestrijding van boomziekten
214
Artikel 5.147 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
214
Artikel 5.154 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
214
Artikel 5.156 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
214
Paragraaf 5.2.32 Grond en baggerspecie toepassen
215
Artikel 5.183 Aanwijzing geometrische begrenzing bodemfunctieklassen
215
Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
215
Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten
217
Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten
218
Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
219
Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil
219
Artikel 22.6
219
Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken
219
Artikel 22.7 Repressief welstand
220
Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
220
Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
221
Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte
221
Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater
222
Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
223
Artikel 22.13 Bluswatervoorziening
223
Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
224
Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
224
Paragraaf 22.2.4 Gebruik van bouwwerken
225
Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte
225
Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
225
Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
225
Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
226
Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
227
Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
228
Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek
228
4
Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen
229
Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen
229
Artikel 22.24 Meetbepalingen
229
Artikel 22.25 Mantelzorg
230
Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
230
Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 - omgevingsplan onverminderd van 230 toepassing Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed
231
Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen
233
Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 234 Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit 235 Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 235 Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 236 Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
237
Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
237
Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan 238 Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen
238
Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed
239
Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid
239
Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande bouwwerken
240
Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
240
Artikel 22.42 Oogmerken
243
Artikel 22.43 Normadressaat
243
Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht
244
Artikel 22.45 Maatwerkvoorschriften
245
Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden
246
Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat
246
Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 246
5
Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon voorval
246
Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
247
Artikel 22.51 Toepassingsbereik
247
Artikel 22.52 Energie: maatregelen
248
Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht
248
Paragraaf 22.3.3 Zwerfafval
248
Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil
249
Paragraaf 22.3.4 Geluid
249
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
249
Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
251
Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit
252
Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden
253
Artikel 22.58 Geluid: functionele binding
253
Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding
253
Artikel 22.60 Geluid: onderzoek
254
Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek
254
Artikel 22.61a Gegevens en bescheiden
254
Artikel 22.62 Toepassingsbereik
255
Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen
255
Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation
256
Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 256 Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
257
Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening
257
Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012
258
Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking
258
Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen
258
Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein
259
Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond
260
Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten
260
Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen
260
Artikel 22.75 Toepassingsbereik
260
Artikel 22.76 Geluid: waarden windturbines
260
Artikel 22.77 Registratie gegevens windturbines
261
Artikel 22.78 Geluid: meet- en rekenbepalingen
261
Artikel 22.79 Toepassingsbereik
261
Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen
261
Artikel 22.81 Registratie gegevens buitenschietbanen
261
6
Artikel 22.82 Geluid: meet- en rekenbepalingen
262
Artikel 22.83 Toepassingsbereik
262
Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
263
Artikel 22.85 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit
263
Artikel 22.86 Trillingen: functionele binding
263
Artikel 22.87 Trillingen: voormalige functionele binding
263
Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen
264
Artikel 22.89 Trillingen: meet- en rekenbepalingen
264
Paragraaf 22.3.6 Geur
264
Artikel 22.90 Toepassingsbereik
264
Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
265
Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden
266
Artikel 22.93 Geur: functionele binding
266
Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding
266
Artikel 22.95 Geur: cumulatie
267
Subparagraaf 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf 267 Artikel 22.96 Toepassingsbereik
268
Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden
269
Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden
269
Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden 270 Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten 270 Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het 270 berijden: afstand Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het 271 berijden: eerbiedigende werking voor afstand Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf 271 Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf 271 Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf 272 Artikel 22.106 Vervallen
272
Artikel 22.107 Vervallen
272
Artikel 22.108 Vervallen
272
7
Artikel 22.109 Vervallen
272
Artikel 22.110 Vervallen
272
Artikel 22.111 Vervallen
272
Artikel 22.112 Vervallen
272
Artikel 22.113 Vervallen
272
Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand
272
Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand 273 Artikel 22.116 Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand
273
Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand
274
Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: 274 afstand Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand
275
Artikel 22.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking
275
Artikel 22.121 Toepassingsbereik
276
Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde
276
Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten 276 Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking
276
Artikel 22.125 Toepassingsbereik
277
Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem
277
Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit
278
Artikel 22.127 Toepassingsbereik
279
Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit
280
Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond
281
Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven
281
Artikel 22.131 Toepassingsbereik
281
Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen
281
Artikel 22.137 Toepassingsbereik
282
Artikel 22.138 Gegevens en bescheiden
283
Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen
283
Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering
283
Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen
284
Artikel 22.142 Toepassingsbereik
284
Artikel 22.143 Gegevens en bescheiden
284
Artikel 22.144 Lozen van afvloeiend hemelwater
284
Artikel 22.145 Toepassingsbereik
285
Artikel 22.146 Gegevens en bescheiden
285
Artikel 22.147 Geen voedselvermaling
285
Artikel 22.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater
285
Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater
286
Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen
286
Artikel 22.151 Toepassingsbereik
286
8
Artikel 22.152 Gegevens en bescheiden
287
Artikel 22.153 Koelwater
287
Artikel 22.154 Toepassingsbereik
287
Artikel 22.155 Periodiek reinigen
287
Artikel 22.156 Toepassingsbereik
288
Artikel 22.157 Inerte goederen
288
Artikel 22.158 Gegevens en bescheiden
288
Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen
288
Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen
288
Artikel 22.161 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en 288 vermestende goederen Artikel 22.162 Toepassingsbereik
289
Artikel 22.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel
289
Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen
289
Artikel 22.165 Toepassingsbereik
289
Artikel 22.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen
289
Artikel 22.167 Toepassingsbereik
290
Artikel 22.168 Gegevens en bescheiden
290
Artikel 22.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen
290
Artikel 22.170 Toepassingsbereik
290
Artikel 22.171 Gegevens en bescheiden
290
Artikel 22.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas
291
Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen
291
Artikel 22.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit
291
Artikel 22.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw
291
Artikel 22.176 Meet- en rekenbepalingen
291
Artikel 22.177 Toepassingsbereik
291
Artikel 22.178 Gegevens en bescheiden
292
Artikel 22.179 Water
292
Artikel 22.180 Meet- en rekenbepalingen
292
Artikel 22.181 Toepassingsbereik
292
Artikel 22.182 Gegevens en bescheiden
292
Artikel 22.183 Water
292
Artikel 22.184 Meet- en rekenbepalingen
292
Artikel 22.185 Toepassingsbereik
293
Artikel 22.186 Gegevens en bescheiden
293
Artikel 22.187 Water: lozingsroute
293
Artikel 22.188 Toepassingsbereik
293
Artikel 22.189 Gegevens en bescheiden
294
Artikel 22.190 Water
294
9
Artikel 22.191 Meet- en rekenbepalingen
294
Artikel 22.192 Toepassingsbereik
294
Artikel 22.193 Bodem
294
Artikel 22.194 Water
294
Artikel 22.195 Meet- en rekenbepalingen
295
Artikel 22.196 Toepassingsbereik
295
Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden
295
Artikel 22.198 Water
295
Artikel 22.199 Geur
296
Artikel 22.200 Toepassingsbereik
296
Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit
297
Artikel 22.202 Toepassingsbereik
297
Artikel 22.203 Gegevens en bescheiden
297
Artikel 22.204 Water: lozingsroute en zuivering
297
Artikel 22.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder
297
Artikel 22.206 Bodem: bodembeschermende voorziening
298
Artikel 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
298
Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem
298
Artikel 22.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem
298
Artikel 22.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit
299
Artikel 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
299
Artikel 22.212 Informeren: herstelwerkzaamheden
299
Artikel 22.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen
300
Artikel 22.214 Toepassingsbereik
300
Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
300
Artikel 22.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening
301
Artikel 22.217 Slagschaduw: functionele binding
301
Artikel 22.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding
301
Artikel 22.219 Lichtschittering: beperken van reflectie
302
Artikel 22.221 Toepassingsbereik
302
Artikel 22.222 Bodem: bodembeschermende voorziening
302
Artikel 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
302
Artikel 22.224 Toepassingsbereik
302
Artikel 22.225 Gegevens en bescheiden
302
Artikel 22.226 Lucht en geur: afvoeren emissies
303
Artikel 22.227 Toepassingsbereik
303
Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden
303
Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid
303
Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening
304
Artikel 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
304
Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem
304
10
Artikel 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem
305
Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit
305
Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
305
Artikel 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden
306
Artikel 22.237 Toepassingsbereik
306
Artikel 22.238 Gegevens en bescheiden
306
Artikel 22.239 Licht
306
Artikel 22.240 Toepassingsbereik
306
Artikel 22.241 Gegevens en bescheiden
307
Artikel 22.242 Bodem: opslag
307
Artikel 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
307
Artikel 22.244 Water: lozingsroute
307
Artikel 22.245 Geur
307
Artikel 22.246 Toepassingsbereik
307
Artikel 22.247 Gegevens en bescheiden
308
Artikel 22.248 Bodem: bodembeschermende voorziening
308
Artikel 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
308
Artikel 22.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen
308
Artikel 22.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening
308
Artikel 22.252 Toepassingsbereik
308
Artikel 22.253 Gegevens en bescheiden
309
Artikel 22.254 Bodem: bodembeschermende voorziening
309
Artikel 22.255 Bodem: logboek
309
Artikel 22.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde
309
Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen
309
Artikel 22.258 Toepassingsbereik
309
Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars
309
Artikel 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem
310
Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten
310
Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen
310
Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG
310
Artikel 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
311
Artikel 22.265 Omgevingsvergunning biologische agens
311
Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen
311
Artikel 22.267 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen
311
Artikel 22.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem
312
Artikel 22.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool
312
Artikel 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten
312
Artikel 22.271 Toepassingsbereik
312
Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
313
11
Artikel 22.273 Aandachtsgebied
313
Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg 314 Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
314
Artikel 22.277 Toepassingsbereik
314
Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 315 Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk
315
Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke 315 deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen 316 Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 317 Artikel 22.283 Toepassingsbereik
317
Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid
320
Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
320
Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet
320
Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen
321
Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument
321
Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288
324
Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 324 Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 325 Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen
326
Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen 328 Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292
328
12
Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument
328
Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd 328 stads- of dorpsgezicht Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg
329
Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie
329
Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand
329
Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame
329
Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken
329
Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of 330 dorpsgezicht Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg
330
13
REGELS
14
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
2 Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
15
Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de reikwijdte van artikel 1.2 en de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; p. het beheren van infrastructuur; q. het beheren van watersystemen; r. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; s. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; t.
het beheren van natuurlijke hulpbronnen; u. het beheren van natuurgebieden; v. het doelmatig gebruiken van bouwwerken; w. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; x. het behoud van de groenstructuur van de gemeente; y. het zorgdragen voor voldoende woningen opdat zoveel mogelijk aan de woningbehoefte van inwoners wordt voldaan; z. het zorddragen van voldoende woningen voor mensen met een zorgbehoefte.
Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden Artikel 2.2 Geluidproductieplafond industrieterreinen [...] De gestapeld is de ter plaatse van het werkingsgebied gestapeld bepaalde waarde
Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden
16
Hoofdstuk 3 Programma's Afdeling 3.1 Programma's met programmatische aanpak
17
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Thema's Paragraaf 4.1.1 Bouwwerken en andere werken Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
Artikel 4.2 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; f. het voorkomen van hinder en overlast; g. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en h. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling.
Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan: a. paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; b. in hoofdgebouw bouwen - met bouwvlak: paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen – categorie I; en c. in hoofdgebouw bouwen - zonder bouwvlak: paragraaf 5.2.3 Hoofdgebouw bouwen – categorie II;
Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.4 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte.
Artikel 4.5 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het behoud van de leefbaarheid; en b. het waarborgen van een geordend woon- en leefklimaat.
Artikel 4.6 Woonruimte wijzigen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.5, wordt bij het wijzigen van woonruimte, voldaan aan Paragraaf 5.2.6 Woonruimte wijzigen.
Artikel 4.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.5, wordt bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis, voldaan aan Paragraaf 5.2.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.
Artikel 4.8 Bed and breakfast verzorgen
18
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.5, wordt bij het verzorgen van een Bed and Breakfast voldaan aan Paragraaf 5.2.8 Bed and Breakfast verzorgen.
Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 4.9 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 4.10 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.
Artikel 4.11 Objecten en beplanting plaatsen 1 Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij plaatsen van objecten op een openbare weg in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.9 Objecten plaatsen op een openbare plaats.
2 Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het plaatsen en behouden van objecten en beplanting buiten een openbare weg in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.10 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten een openbare plaats.
Artikel 4.12 Weg aanleggen of veranderen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het aanleggen of veranderen van een weg voldaan aan Paragraaf 5.2.11 Weg aanleggen of veranderen.
Artikel 4.13 Uitrit aanleggen of veranderen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het aanleggen van een uitrit voldaan aan Paragraaf 5.2.12 Uitrit aanleggen of veranderen.
Artikel 4.14 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen voldaan aan Paragraaf 5.2.13 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen.
19
Artikel 4.15 Ligplaats innemen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het innemen van een ligplaats door vaartuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.14 Ligplaats innemen.
Artikel 4.16 Standplaats innemen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het innemen van een standplaats voldaan aan Paragraaf 5.2.15 Standplaats innemen.
Artikel 4.17 Reclame plaatsen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan Paragraaf 5.2.16 Reclame plaatsen.
Artikel 4.18 Crossen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het crossen voldaan aan Paragraaf 5.2.17 Crossen.
Artikel 4.19 Recreëren op ijs Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.10, wordt bij het recreëren op ijs voldaan aan Paragraaf 5.2.18 Recreëren op ijs.
Paragraaf 4.1.4 Cultureel erfgoed Artikel 4.20 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.
Artikel 4.21 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; en b. het behoud van cultureel erfgoed.
Artikel 4.22 Aanwijzing gemeentelijk monument Een onroerende zaak met de functie-aanduiding 'Gemeentelijk monument' is een gemeentelijk monument.
Artikel 4.23 Aanwijzing rijksbeschermd dorpsgezicht Een gebied met de functie-aanduiding ‘Rijksbeschermd dorpsgezicht’ is een rijksbeschermd dorpsgezicht.
Artikel 4.24 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht Een gebied met de functie-aanduiding 'Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' is een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht.
Artikel 4.25 Aanwijzing karakteristiek gebouw Een onroerende zaak met de functie-aanduiding 'karakteristiek gebouw' is een karakteristiek gebouw.
20
Artikel 4.26 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachting Er zijn gebieden met een archeologische verwachtingswaarde, onderverdeeld in: a. archeologisch terrein; b. gebieden met een hoge archeologische verwachting; c. gebieden met een middelhoge archeologische verwachting; d. gebieden met een lage archeologische verwachting; e. gebieden waar geen archeologische verwachting (meer) geldt; en f. gebieden met een onbekende archeologische verwachting.
Artikel 4.27 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten voldaan aan Paragraaf 5.2.19 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten.
Artikel 4.28 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten.
Artikel 4.29 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten.
Artikel 4.30 Activiteiten in gebieden met een archeologische verwachting Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.21, wordt bij het verrichten van activiteiten in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan Paragraaf 5.2.30 Activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen.
Artikel 4.31 Activiteiten in gebieden met aardkundige waarden Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.21, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met aardkundige waarde voldaan aan Paragraaf 5.2.23 Activiteiten in een gebied met aardkundige waarde.
Paragraaf 4.1.5 Natuur Artikel 4.32 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur.
Artikel 4.33 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; b. de natuurbescherming; c. het tegengaan van klimaatverandering;
21
d. het beheren van watersystemen; e. het beheren van ecosystemen; f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; g. het realiseren van een natuurnetwerk; h. het beschermen van natuurgebieden; en i. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.
Artikel 4.34 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Er is een bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn.
Artikel 4.35 Bomen kappen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.33, wordt bij het kappen van bomen voldaan aan Paragraaf 5.2.24 Kappen van beschermde bomen.
Artikel 4.36 Kamperen buiten kampeerterrein Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.33, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan Paragraaf 5.2.25 Kamperen buiten kampeerterrein.
Artikel 4.37 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.33, wordt bij het rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard in natuurgebieden en recreatieterreinen voldaan aan Paragraaf 5.2.26 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen.
Paragraaf 4.1.6 Milieu Artikel 4.38 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.
Artikel 4.39 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 4. een doelmatig beheer van afvalstoffen; 5. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; 6. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; 7. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; 8. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 9. het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen; 10. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap; of
22
11. het voorkomen of beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar een activiteit.
Artikel 4.40 Geluidhinder veroorzaken anders dan bij activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.39 wordt bij de volgende activiteiten voldaan aan Paragraaf 5.2.27 Overige geluidhinder veroorzaken: a. het gebruiken van apparatuur en machines; b. het laden en lossen van een vrachtwagen; en c. het houden van dieren.
Artikel 4.41 Oplaten van ballonnen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.39, wordt bij het oplaten van ballonnen voldaan aan Paragraaf 5.2.28 Oplaten van ballonnen.
Paragraaf 4.1.7 Duurzaamheid Artikel 4.42 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot duurzaamheid.
Artikel 4.43 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot duurzaamheid gelden de volgende doelen: a. het beheersbaar houden van klimaatverandering; b. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; c. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; d. het bevorderen van duurzame ontwikkeling; en e. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie.
Artikel 4.44 Afkoppelen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.43, wordt bij het lozen van afstromend hemelwater voldaan aan Paragraaf 5.2.29 Afkoppelen van hemelwater en grondwater.
Paragraaf 4.1.8 Bodem Artikel 4.45 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bodem.
Artikel 4.46 Doelen Voor bodem gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; c. het zuinig gebruik van grondstoffen; en d. het doelmatig beheer van afvalstoffen.
23
Artikel 4.47 Bodemgevoelig gebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.46, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een bodemgevoelig gebouw voldaan aan Paragraaf 5.2.31 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen.
Artikel 4.48 Grond en baggerspecie toepassen Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.46, wordt bij het toepassen van grond en baggerspecie voldaan aan Paragraaf 5.2.32 Grond en baggerspecie toepassen.
24
Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van Afdeling 5.1 is een paragraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 5.2 Normadressaat Aan de Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
2 Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
3 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
4 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
5 Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
6 Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te
25
maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de omschrijving van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1 Voordat de naam of het adres, bedoeld in de artikelen Artikel 5.5 of Artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
2 Ten minste vier weken voor de activiteit dooreen ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 1 Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgevingen de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
2 Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Artikel 5.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning [Gereserveerd]
Artikel 5.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen)
26
[Gereserveerd]
Artikel 5.11 Informeren over een ongewoon voorval [Gereserveerd]
Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval 1 Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.
2 Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteitenleefomgeving. gereserveerd
Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn [Gereserveerd]
Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd]
Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan [Gereserveerd]
Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel [Gereserveerd]
Afdeling 5.2 Thematische activiteiten Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen Artikel 5.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. het bouwen van hoofdgebouwen; b. het bouwen van bijbehorende bouwwerken; en c. het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde.
27
Artikel 5.18 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het functioneel kunnen gebruiken van bouwwerken; b. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; c. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; d. het waarborgen van de veiligheid; en e. het beschermen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 5.19 Meetbepalingen Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. afstand tot de zijdelingse perceelgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomende bouwwerk; b. bebouwd oppervlak: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; c. bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het perceel; d. bouwhoogte: de afstand vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; e. breedte, diepte of lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; f. dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak; g. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel; h. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren, en de buitenzijde van daken en dakkapellen; en i.
oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
Artikel 5.20 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.17, in ieder geval in dat: a. beschadiging van de bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen of wordt beperkt; en c. bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
Artikel 5.21 Verboden bouwactiviteiten De volgende bouwactiviteiten worden niet verricht: a. bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, die niet voldoen aan de eisen in: 1. dat artikel; en 2. Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5; en b. bouwactiviteiten anders dan de bouwactiviteiten, bedoeld in de Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5.
28
Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen - met bouwvlak Artikel 5.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen.
Artikel 5.23 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (welstand) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.
Artikel 5.24 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
Artikel 5.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
2 Met de omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages, bedoeld in Artikel 5.26 Algemene regels voor hoofdgebouwen, met maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, als dat voor een betere technische of stedenbouwkundige inpassing wenselijk is.
Artikel 5.26 Algemene regels voor hoofdgebouwen 1 Hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd.
2 Het aantal woningen verandert niet ten opzichte van: a. het bestaande aantal woningen; of b. als er direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan meer woningen waren toegestaan dan het bestaande aantal woningen: het aantal woningen dat op dat moment was toegestaan.
3 Gestapelde woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'.
29
4 De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte aangegeven bouwhoogte.
5 De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale goothoogte aangegeven goothoogte.
Artikel 5.27 Algemene regels hoofdgebouwen buitengebied Als in het buitengebied - agrarisch de aanduiding 'maximale bouwhoogte' of 'maximale goothoogte' ontbreekt, is, in afwijking van Artikel 5.26, vierde lid en Artikel 5.26, vijfde lid, de maximale bouwhoogte en maximale goothoogte gelijk aan de bestaande bouwhoogte en de bestaande goothoogte.
Paragraaf 5.2.3 Hoofdgebouw bouwen - zonder bouwvlak Artikel 5.28 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen.
Artikel 5.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (stedenbouw en welstand) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.
Artikel 5.30 Bijzondere aanvraagvereisten 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; c. een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en d. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen.
2 Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.
30
Artikel 5.31 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
2 Met de omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages, bedoeld in Artikel 5.26, met maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, als dat voor een betere technische of stedenbouwkundige inpassing wenselijk is.
Artikel 5.32 Algemene regels voor hoofdgebouwen 1 Het aantal woningen verandert niet ten opzichte van: a. het bestaande aantal woningen; of b. als er direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan meer woningen waren toegestaan dan het bestaande aantal woningen: het aantal woningen dat op dat moment was toegestaan.
2 De afstand ten opzichte van de zijdelingse perceelgrens is bij woningen aan de niet aangebouwde zijde minimaal 3 m.
3 De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte aangegeven bouwhoogte.
4 De gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw inclusief bijbehorende bouwwerken en ondergrondse ruimtes, die niet onder het hoofdgebouw zijn gelegen, bedraagt niet meer dan: max.
oppervlakte van het perceel
gezamenlijke oppervlakte
max. oppervlakte
hoofdgebouw
bijgebouwen en
incl. aan- en uitbouwen,
vrijstaande overkappingen
bijgebouwen en (m2) overkappingen (m2)
31
A
B
C
0-250
75
20
251-500
110
25
501-750
125
30
751-1.000
150
35
10% van 1.001-2.500
20% van totaal oppervlakte kolom kolom B A + 60 5% van
2.501-5.000
20% van totaal oppervlakte kolom kolom B A + 60 2% van oppervlakte kolom A + 325, en daarbij
5.001-10.000
bedraagt de oppervlakte
20% van totaal kolom B
minimaal 435 m2 en maximaal 500 m2 > 10.000
500 m2
20% van totaal kolom B
5 De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale goothoogte aangegeven goothoogte.
Paragraaf 5.2.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen Artikel 5.33 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken.
Artikel 5.34 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; en d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 5.35 Algemene regels bijbehorend bouwwerk achtererfgebied 1 Bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied staat het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding op de grond en op een afstand van meer dan 4 m vanaf openbaar toegankelijk gebied.
2 Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan:
32
a. 5 m; b. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en c. het hoofdgebouw.
3 Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding hoger is dan 3 m: a. wordt deze voorzien van een schuin dak; b. is de dakvoet niet hoger dan 3 m; en c. wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
4 Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
5 De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt niet meer dan: a. bij een achtererfgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat gebied; b. bij een achtererfgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het gebied dat groter is dan 100 m2; en c. bij een achtererfgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het gebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
6 Voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding wordt voorzien van een buitenruimte, is deze op de grond gelegen.
7 Het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw, anders dan: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.
Artikel 5.36 Algemene regels dakkapel 1 Bij het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, wordt
33
de dakkapel voorzien van een plat dak.
2 De dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 m.
3 De onderzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m boven de dakvoet.
4 De bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok.
5 De zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
Artikel 5.37 Maatwerkvoorschriften 1 Met een maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 5.3 kan worden afgeweken van: a. de maximale hoogtemaat van 5 m, bedoeld in Artikel 5.35, tweede lid en Artikel 5.35, derde lid tot maximaal 6 m; en b. de overige maten, afmetingen en percentages genoemd in de Artikel 5.35 tot en met Artikel 5.36, met maximaal 10%.
2 Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt alleen gesteld als: a. er een functionele of architectonische aanleiding is voor de afwijking; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast; c. de maatvoering aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing; en d. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast.