1 Thematische omgevingsplanregels Eemnes
Tekst van het document
Paragraaf 5.2.5 Bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Artikel 5.38 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde.
2 De regels zijn niet van toepassing op de bouwwerken geen gebouw zijnde, bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover die in dat artikel zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht.
Artikel 5.39 Algemene regels bouwwerken geen gebouwen zijnde 1 De bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste:
34
a. 1,8 m voor toegangspoorten; b. 2 m voor penanten van toegangspoorten; c. 7 m voor masten; d. 1,5 m voor stalling van scootmobielen en klikobergingen; e. 4 m voor hekken en lichtmasten rond tennisbanen, niet zijnde een padelbaan; f. 15 m voor vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast; g. 5 m voor vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie; h. 0,5 voor zwembaden; en i. 3 m voor de overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
2 De oppervlakte van een stalling van scootmobielen of een klikoberging is maximaal 3 m2.
3 Het is verboden om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, met inbegrip van hekwerken en lichtmasten, als onderdeel van een padelbaan voor privégebruik.
4 Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van erf- en perceelafscheidingen.
Artikel 5.40 Algemene regels erf- en perceelafscheidingen 1 De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
2 De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.41 Algemene regels bouwhoogte silo's 1 Dit artikel is van toepassing op het bouwen van silo's in het buitengebied - agrarisch.
2 In afwijking van Artikel 5.39, eerste lid, bedraagt de bouwhoogte van mestsilo’s ten hoogste 8 m en van voedersilo’s ten hoogste 12 m.
Artikel 5.42 Maatwerkvoorschriften 1 Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over Artikel 5.39 tot en met Artikel 5.41.
35
2 Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages, genoemd in Artikel 5.39 tot en met Artikel 5.41, met maximaal 10%.
Paragraaf 5.2.6 Woonruimte wijzigen Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwkundig of functioneel wijzigen van woonruimte.
Artikel 5.44 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te verbouwen of te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten of in die verbouwde of gesplitste staat te houden.
Artikel 5.46 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; b. de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; c. de volgende gegevens over de huidige situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. de huur- of koopprijs; 3. het aantal kamers; 4. de gebruiksoppervlakte; en 5. de staat van onderhoud; d. de volgende gegevens over de beoogde situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. het aantal kamers; 3. een situatietekening waaruit de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken blijft; 4. een geluidsisolatieplan of meetrapport; en 5. een compensatievoorstel; e. bij een voorgenomen samenvoeging: de verwachte huur- of koopprijs; f. de volgende gegevens bij een voorgenomen splitsing: 1. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het op basis van dat artikel vastgestelde besluit over splitsing in appartementsrechten, waarin de indeling en met de splitsing bedoelde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal 1:100; 2.
een bouwkundig rapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden aangepast; 3. een funderingsrapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat de fundering
36
binnen 25 jaar geen onderhoud nodig heeft; en 4. een keuringsrapport gas en elektra niet ouder dan 6 maanden van een erkend keuringsbedrijf waaruit blijkt dat de gas- en elektra-installatie voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; en g. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren.
Artikel 5.47 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. de leefbaarheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. het woon- en leefklimaat; of e. het in de vormgeving tot uitdrukking komende karakter van het hoofdgebouw.
2 De omgevingsvergunning voor een vertikale splitsing wordt in ieder geval geweigerd als: a. het grondoppervlak van de woning (exclusief bijgebouwen) minder dan 150 m² bedraagt; of b. de inhoud van de woning (exclusief bijgebouwen) minder dan 1.000 m³ bedraagt;
3 De omgevingsvergunning voor een horizontale splitsing wordt in ieder geval geweigerd als: a. er geen sprake is van een sociale huurwoning; of b. de woning wordt gesplitst in meer dan 2 wooneenheden.
Paragraaf 5.2.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 5.48 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
Artikel 5.49 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. ruimte bieden aan economische activiteiten.
Artikel 5.50 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat geen onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie optreedt.
Artikel 5.51 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis 1
37
Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner zelf uitgeoefend en is ondergeschikt aan het wonen.
2 De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 1/3 van de bruto vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 60m2.
3 Er wordt geen gebruik gemaakt van gevelreclame.
Paragraaf 5.2.8 Bed and Breakfast verzorgen Artikel 5.52 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een Bed and Breakfast.
Artikel 5.53 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; c. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; d. het beschermen van de gezondheid; e. het bevorderen van toerisme; en f. het bieden van ruimte aan economische activiteiten.
Artikel 5.54 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het verzorgen van een Bed and Breakfast in ieder geval in dat: a. de Bed and Breakfast geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat; en b. voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd op eigen terrein of in een duurzame parkeergelegenheid.
Artikel 5.55 Algemene regels Bed and Breakfast verzorgen 1 De Bed and Breakfast wordt verzorgd door de hoofdbewoner van het perceel.
2 Er wordt maximaal 25% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken gebruikt voor de Bed and Breakfast.
3 De Bed and Breakfast omvat niet meer dan 3 slaapkamers, ten behoeve van de overnachting van maximaal 6 personen.
4
38
De Bed and Breakfast functioneert niet als een zelfstandige woning.
5 Er wordt geen gevelreclame voor de Bed and Breakfast aangebracht.
Paragraaf 5.2.9 Objecten plaatsen op een openbare plaats Artikel 5.56 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats.
2 Deze paragraaf gaat niet over wegen in beheer bij de provincie of bij het Rijk.
3 Deze paragraaf gaat ook niet over: a. standplaatsen als bedoeld in Paragraaf 5.2.15 van dit omgevingsplan; en b. reclame als bedoeld in Paragraaf 5.2.16 van dit omgevingsplan.
Artikel 5.57 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van openbare plaatsen en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beperkten van hinder voor het verkeer; en f. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 5.58 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten op een openbare plaats in beheer bij de gemeente in ieder geval in dat: a. voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en op voetpaden overblijft; b. de vrije toegang tot brandputten en vluchtroutedeuren is geborgd; c. objecten voldoende zichtbaar zijn; en d. objecten stabiel worden geplaatst.
Artikel 5.59 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object op een openbare plaats te plaatsen.
2
39
Het verbod geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken; b. zonneschermen; c. voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; d. uitstallingen bij winkels; e. containers of andere voorwerpen nodig voor de inrichting van een werkterrein.
Artikel 5.60 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen; en d. een verkeersplan als de straat moet worden afgesloten.
Artikel 5.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als: a. de belangen, bedoeld in Artikel 5.57, onevenredig worden geschaad; b. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. het beoogde gebruik, op zichzelf of in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; d. de activiteit hinder oplevert voor het verkeer; of e. de activiteit hinder of overlast oplevert of kan opleveren voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Artikel 5.62 Algemene regels plaatsen vlaggen, wimpels en vlaggenstokken 1 Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken leveren geen gevaar of hinder op voor personen of goederen.
2 Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken worden niet voor commerciële doeleinden gebruikt.
Artikel 5.63 Algemene regels plaatsen zonnescherm 1 Een zonnescherm wordt alleen geplaatst boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg, op een hoogte van tenminste van 2,2 m.
2 De afstand van een zonnescherm tot het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bedraagt tenminste 0,6 m.
3
40
Een zonnescherm reikt niet meer dan 1,5 m buiten de opgaande gevel.
4 De afstandseisen gelden voor alle onderdelen van het zonnescherm, in welke stand het scherm ook staat.
Artikel 5.64 Algemene regels plaatsen uitstallingen 1 De uitstalling wordt direct voor de winkel geplaatst tegen de winkelgevel aan.
2 De uitstalling wordt op het voetpad geplaatst.
3 De doorgang voor voetgangers wordt door de uitstalling niet belemmerd en bedraagt minimaal 1,5 m.
4 De uitstalling heeft een breedte van ten hoogste 1,5 m.
5 De uitstalling heeft een relatie met de in de winkel aangeboden waren of diensten.
6 De uitstalling is alleen aanwezig gedurende de tijden waarop de winkel is geopend.
7 De uitstalling wordt niet geplaatst voor een nooduitgang, voor de entree van een winkel, voor de ingang van een woning, op een fietspad of op een rijbaan.
8 Er worden geen kabels of leidingen van de winkel naar de uitstalling aangelegd en de uitstalling wordt niet verankerd in de bestrating van het voetpad.
Artikel 5.65 Algemene regels plaatsen voorwerpen voor de inrichting van een werkterrein 1 Een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt zodanig geplaatst dat: a. er geen gevaar is voor weggebruikers en omwonenden; en b. de vrije doorgang voor het verkeer, waaronder voetgangers en hulpdiensten, niet wordt belemmerd.
2
41
De hoeken van een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt voorzien van rood-wit geblokte verticale planken, die tussen zonsondergang en -opgang worden verlicht.
3 Bij het plaatsen van een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt de toegang tot woningen, opritten en garages vrijgehouden.
4 Een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein is alleen aanwezig zolang de werkzaamheden voortduren, met een duur van ten hoogste twee maanden.
5 Na beëindiging van de activiteit en het verwijderen van het geplaatste voorwerp wordt de gemeentegrond in de oorspronkelijke staat opgeleverd.
Artikel 5.66 Meldingsplicht plaatsen container of ander voorwerp inrichting werkterrein 1 Het is verboden een container of een ander voorwerp voor de inrichting van een werkterrein te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2 Een melding bevat: a. de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object; en c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.
Paragraaf 5.2.10 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten een openbare plaats Artikel 5.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het plaatsen en behouden van objecten en beplanting buiten een openbare plaats in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.68 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; en b. het voorkomen van hinder en gevaar voor het wegverkeer.
Artikel 5.69 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen en behouden van objecten en beplanting in ieder geval in dat: a. het vrije uitzicht voor het verkeer niet wordt belemmerd; en b. geen gevaar of hinder voor het wegverkeer ontstaat.
42
Paragraaf 5.2.11 Weg aanleggen, veranderen en opbreken Artikel 5.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen, veranderen en opbreken van een weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.71 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beperken van hinder voor het verkeer; en f. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 5.72 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of op een andere manier de weg te veranderen in beheer bij de gemeente.
2 Het verbod geldt niet voor activiteiten die worden verricht door of namens de overheid in het kader van haar publieke taken.
Artikel 5.73 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als een bemaling plaatsvindt: een bemalingsplan; en c. als de grond wordt: voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.
Artikel 5.74 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. door het aanleggen, opbreken en veranderen van een weg in beheer bij de gemeente een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; c. de aanleg, verandering en opbreking van de weg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of e. het perceel al wordt ontsloten, en de aanleg, verandering en opbreking van de weg ten koste gaat van het openbaar groen.
43
Paragraaf 5.2.12 Uitrit aanleggen of veranderen Artikel 5.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen en veranderen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.76 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte; en f. het beschermen van het openbaar groen.
Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen naar de weg.
Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de uitrit; en b. een foto van de bestaande situatie.
Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; b. de aanleg of verandering van de uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen door de uitrit op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van het openbaar groen.
Paragraaf 5.2.13 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen, bij het uitvoeren van activiteiten die geen milieubelastende activiteit zijn als bedoeld in paragraaf 22.3 van de bruidsschat en hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier; e. vuil;
44
f. ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of g. oude materialen.
Artikel 5.81 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beëindigen van overlast; b. het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en c. het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Artikel 5.82 Verbod opslaan van voorwerpen en stoffen Het is verboden om de volgende voorwerpen en stoffen op te slaan: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier; e. vuil; f. ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of g. oude materialen.
Paragraaf 5.2.14 Ligplaats innemen Artikel 5.83 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig op openbaar water.
Artikel 5.84 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; b. het mogelijk maken van beheer en onderhoud van het openbaar water; c. het beschermen van de volksgezondheid; en d. het waarborgen van een goede milieuhygiëne.
Artikel 5.85 Toegestane ligplaatsen vaartuigen 1 Het is op de locaties woonschepen uitsluitend toegestaan om met een woonschip een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen.
2 Het is op de locaties recreatievaartuigen uitsluitend toegestaan om met een recreatievaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen.
3
45
Het is op de locaties overige vaartuigen uitsluitend toegestaan om met een overig vaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen.
Artikel 5.86 Algemene regels ligplaats vaartuigen Maatwerkvoorschriften als bedoeld in Artikel 5.3 kunnen worden gesteld over het innemen, veranderen of gebruik van de ligplaats.
Paragraaf 5.2.15 Standplaats innemen Artikel 5.87 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het innemen of het hebben van een standplaats in het openbaar toegankelijk gebied.
2 Deze paragraaf gaat niet over een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet.
Artikel 5.88 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en f. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. een doelmatig beheer van afvalwater en afvalstoffen; 4. het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; en g. het behouden van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 5.89 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben.
Artikel 5.90 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de standplaats; b. een foto of tekening van het uiterlijk van de fysieke middelen die worden gebruikt op de standplaats; c. de afmetingen van die fysieke middelen; d. het soort goederen of diensten dat wordt aangeboden of verhandeld; en e. de dagen en tijdstippen waarop de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 5.91 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
46
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het uiterlijk van de standplaats, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met de goede omgevingskwaliteit; b. door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs de verkeersveiligheid in het geding komt; c. de volksgezondheid in het geding komt; d. de veiligheid in het geding komt; e. de bescherming van een goede milieuhygiëne in het geding komt; en f. de veiligheid van het verkeer in het geding is.
Paragraaf 5.2.16 Reclame plaatsen Artikel 5.92 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over: a. het aanbrengen en maken van reclame in de openbare ruimte; en b. het aanbrengen en maken van reclame die zichtbaar is vanuit de openbare ruimte.
2 Deze paragraaf gaat niet over: a. uitstallingen die behoren tot een standplaats als bedoeld in Paragraaf 5.2.15; b. het uiten van een persoonlijke opvatting; en c. het plaatsen van objecten door een overheidsorgaan voor het uitvoeren van een publiekrechtelijke taak.
Artikel 5.93 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beperken van hinder; en c. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 5.94 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning handelsreclame te plaatsen op of aan een onroerende zaak, als daardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat.
Artikel 5.95 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van de reclame; b. een foto, tekening of duidelijke omschrijving van de reclame verstrekt; c. als een object wordt gebruikt: de lengte, breedte en hoogte van dat object aangegeven; en d. de voorgenomen tijdsduur van het maken van reclame vermeld.
Artikel 5.96 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als:
47
a. als het verkeer in gevaar wordt gebracht; of b. ernstige hinder voor de omgeving ontstaat.
Paragraaf 5.2.17 Crossen Artikel 5.97 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het crossen met een motorvoertuig of bromfiets buiten de openbare weg.
2 Deze paragraaf gaat niet over het crossen met een motorvoertuig of een bromfiets op crossterreinen.
Artikel 5.98 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de omgeving; en c. het beschermen van de veiligheid van de deelnemers en het publiek.
Artikel 5.99 Verbod crossen Het is verboden te crossen met een motorvoertuig of een bromfiets of een motorvoertuig of bromfiets aanwezig te hebben met het kennelijke doel om te crossen.
Paragraaf 5.2.18 Recreëren op ijs Artikel 5.100 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het recreëren op ijs.
Artikel 5.101 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beperken van hinder; en c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten.
Artikel 5.102 Verbod beschadigen ijs Het is verboden om: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; of b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Paragraaf 5.2.19 Cultureel erfgoed: gemeentelijke monumenten Artikel 5.103 Toepassingsbereik
48
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot door de gemeente aangewezen monumenten, zoals beschreven in Bijlage III Redengevende omschrijving gemeentelijke monument bij deze regels.
Artikel 5.104 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van gemeentelijke monumenten.
Artikel 5.105 Verbod Het is verboden: a. een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen; en b. aan gemeentelijke monumenten onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 5.106 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen.
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt aangetast, ontsierd of in gevaar gebracht.
3 De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover het gaat om: a. normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.
Artikel 5.107 Bijzondere aanvraagvereisten 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bouw- of cultuurhistorisch onderzoeksrapport; b. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument; c. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en d. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
2 In aanvulling op het eerste lid onder a vindt overleg plaats als de kosten van het bouw- of cultuurhistorisch onderzoekrapport niet evenredig is met de bouwkosten.
49
Artikel 5.108 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: slopen monument 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunn ing worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en v. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; en b. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; eneen onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
Artikel 5.109 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: verplaatsen monument 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden;
50
iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; c. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; en d. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
Artikel 5.110 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: wijzigen monument 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of
51
iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; en g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
Artikel 5.111 Eisen aan tekeningen 1 Tekeningen, bedoeld in Artikel 5.108 tot en met Artikel 5.110, hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.
2 Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.
3 Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.
4 Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;
52
b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.
Artikel 5.112 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de activiteit in strijd is met het belang van de monumentenzorg.
Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten Artikel 5.113 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in gebieden met de functie-aanduiding ‘gemeentelijk beschermde dorpsgezichten’.
Artikel 5.114 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van gemeentelijk beschermde dorpsgezichten vanwege hun historische waarde.
Artikel 5.115 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht geheel of gedeeltelijk te slopen.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen als sprake is van een verplichting als bedoeld in de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.116 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt geweigerd als deze in strijd is met het belang van de monumentenzorg.
2 De omgevingsvergunning wordt geweigerd als het college het niet aannemelijk acht dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
Paragraaf 5.2.21 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten Artikel 5.117 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in gebieden met de functie-aanduiding 'rijksbeschermd dorpsgezicht’.
53
Artikel 5.118 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van rijksbeschermde dorpsgezichten vanwege hun historische waarde.
Artikel 5.119 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk in een rijksbeschermd dorpsgezicht te bouwen of te slopen.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen als sprake is van een verplichting als bedoeld in de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.120 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. bij het bouwen van een bouwwerk: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; en b. bij het slopen van een bouwwerk: informatie op basis waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat op delocatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk zal worden gebouwd.
Artikel 5.121 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. het te bouwen bouwwerk naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het karakter van het rijksbeschermde dorpsgezicht; of b. het college het niet aannemelijk acht dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
Paragraaf 5.2.22 Slopen van karakteristieke gebouwen Artikel 5.122 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het slopen van karakteristieke gebouwen ter plaatse van het werkingsgebied karakteristiek bepaalde waarde.
Artikel 5.123 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden; en b. het waarborgen van het woon- en leefklimaat.
54
Artikel 5.124 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een karakteristiek gebouw te slopen.
2 Het eerste lid is niet van toepassing als sprake is van een verplichting als bedoeld in de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.125 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument; b. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen voor het gemeentelijk monument; c. de volgende kleurenfoto's die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto's van de bestaande situatie; 2. foto's van de bestaande toestand; en 3. voor zover relevant: overzichtsfoto's van de nieuwe locatie; d. de volgende tekening: 1. situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand; en 3. plantekeningen van de nieuwe locatie of toestand of slooptekeningen; en e. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van de redengevende beschrijving.
Artikel 5.126 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de karakteristieke waarden niet worden aangetast.
Paragraaf 5.2.23 Activiteiten in een gebied met aardkundige waarden Artikel 5.127 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met aardkundige waarde.
Artikel 5.128 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van aardkundige waarden.
Artikel 5.129 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een gebied met aardkundige waarde: a. te graven; b. diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen; c. voorwerpen in te drijven;
55
d. de grond op te hogen; of e. verharding aan te brengen.
2 Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken.
Artikel 5.130 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de graafwerkzaamheden; b. een beschrijving van de aard en de omvang van de activiteit; c. de reden voor de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de verstoring van het gebied met aardkundige waarde te beperken of ongedaan te maken.
Artikel 5.131 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als de verstoring van de aardkundige waarde niet in verhouding staat tot het met de werkzaamheden te dienen belang.
Paragraaf 5.2.24 Kappen van beschermde bomen Artikel 5.132 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het kappen van bomen.
Artikel 5.133 Oogmerken 1 De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de natuurwaarde van bomen; b. de landschappelijke waarde van bomen; c. de waarde van bomen voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van bomen; e. de cultuurhistorische waarde van bomen; en f. het bevorderen van de leefbaarheid.
2 Voor bomen als bedoeld in artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn de regels in deze paragraaf ook gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. de instandhouding van het bosareaal in de gemeente; en c. het beschermen van landschappelijke waarden.
Artikel 5.134 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aangewezen boom te kappen.
56
2 Het verbod geldt niet voor het vellen van bomen die een onmiddellijk dreigend gevaar voor de omgeving vormen of bomen met een besmettelijke boomziekte.
Artikel 5.135 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een locatie-aanduiding van de te kappen boom op een kaart, foto of tekening; b. de reden voor het kappen van de boom; c. de diameter van de stam van de te kappen boom; d. de stamomtrek van de te kappen boom; en e. de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten.
Artikel 5.136 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel Artikel 5.133, onevenredig worden geschaad.
2 In aanvulling op het eerste lid, wordt voor bomen in gemeentelijk eigendom de omgevingsvergunning alleen verleend voor: a. bomen die gevaar opleveren voor mens en omgeving; b. bomen die moet wijken voor maatschappelijk belangrijke ontwikkelingen, zoals de bouw van een voorziening, de aanleg van een weg of geluidswerende voorziening; c. bomen die ernstige hinder en zware overlast veroorzaken; d. bomen die moeten worden gekapt om andere bomen duurzaam in stand te houden; e. bomen waarvan de onderhoudskosten niet evenredig zijn aan de leeftijd of functie van die bomen.
3 Bij vergunningvoorschrift kan een herplantplicht worden opgelegd. Daarbij kan worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
Artikel 5.137 Algemene regel - bomen in tuinen Met het oog op de natuurwaarde van bomen en het bevorderen van de leefbaarheid is de afstand waarbinnen het geoorloofd is bomen te hebben, bedoeld in artikel 5:42, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, 0 m vanaf de erfgrens.
Artikel 5.138 Algemene regel herplant- en instandhoudingsplicht 1 Als een boom, waarop deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning is gekapt of op andere wijze is tenietgegaan, kan het college bij maatwerkvoorschrift de verplichting opleggen binnen een bepaalde termijn te herbeplanten.
57
2 Het maatwerkvoorschrift wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevond of aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is.
3 Bij het maatwerkvoorschrift kan worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze nietgeslaagde beplanting moet worden vervangen.
4 Als een boom, waarop deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevindt of aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, bij maatwerkvoorschrift de verplichting opleggen om binnen een bepaalde termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
5 Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op: a. waardevolle bomen; b. gemeentelijke bomen; en c. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag.
Artikel 5.139 Algemene regel bestrijding van boomziekten 1 Als zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 5.3 bepalen: a. dat de boom binnen de bij maatwerkvoorschrift vast te stellen termijn wordt gekapt; en b. dat de gekapte boom op de bij dat maatwerkvoorschrift bepaalde wijze wordt behandeld om verspreiding van de boomziekte te voorkomen.
2 Het is verboden gekapte bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.
Paragraaf 5.2.25 Kamperen buiten kampeerterrein Artikel 5.140 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het kamperen buiten een kampeerterrein.
Artikel 5.141 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; b. het in stand houden van de natuur; en
58
c. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 5.142 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te kamperen buiten een kampeerterrein.
2 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor kamperen door de rechthebbende op eigen terrein.
3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor kamperen buiten een kampeerterrein gedurende twee of minder overnachtingen, wanneer de rechthebbende van het terrein daartoe toestemming verleent.
Artikel 5.143 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; b. een tekening of duidelijke omschrijving van het aantal en uiterlijk van de kampeermiddelen; en c. de voorgenomen tijdsduur van de activiteit.
Artikel 5.144 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen; en b. het uiterlijk aanzien van de omgeving niet onevenredig wordt geschaad, voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied.
Paragraaf 5.2.26 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen Artikel 5.145 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard in natuurgebieden en recreatieterreinen.
2 Deze paragraaf gaat niet over het kamperen buiten een kampeerterrein, bedoeld in Paragraaf 5.2.25.
Artikel 5.146 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; b. het in stand houden van de natuur; en c. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 5.147 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
59
1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of recreatieterreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
2 Het verbod geldt niet voor motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. die worden gebruikt door de politie, brandweer, geneeskundige hulpverlening of andere hulpverleningsdiensten die volgens artikel 29, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister zijn aangewezen; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als bedoeld in het eerste lid; c. die worden gebruikt in verband met werken die volgens een wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die binnen de terreinen als bedoeld in het eerste lid liggen; of e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de personen, bedoeld onder d.
Artikel 5.148 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving waaruit blijkt waarom er verkeer nodig is in het gebied, of waarom de aanvrager het gebied moet bereiken; b. een routeplan op een plattegrond; c. de frequentie en de duur van de activiteiten; d. een beschrijving van de effecten op de natuur en recreatie in het gebied; en e. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen tegen eventuele schade, zoals mogelijke milieuschade en geluidoverlast in de natuur.
Artikel 5.149 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.146, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 5.2.27 Overige geluidhinder veroorzaken Artikel 5.150 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over: a. het houden van een privéfeest; b. het gebruiken van apparatuur en machines; c. het laden en lossen van vrachtwagens; en d. het houden van dieren.
2 De regels in deze paragraaf gaan niet over de milieubelastende activiteiten waarvoor in paragraaf 22.3.4 regels zijn
60
gesteld.
Artikel 5.151 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van geluidhinder; en b. een gezonde woon- en leefomgeving.
Artikel 5.152 Geluidhinder privé feest 1 Het is verboden, bij het houden van een privé feest in de openlucht, een muziekinstallatie in werking te hebben of muziek te maken: a. op zondag tot en met donderdag tussen 23.00 uur en 09.00 uur van de daaropvolgende dag; b. in de nacht van vrijdag op zaterdag tussen 00.00 uur en 09.00 uur; of c. in de nacht van zaterdag op zondag na 00.00 uur en op zondag voor 13.00 uur.
2 Het is verboden bij het houden van een privé feest een muziekinstallatie in werking te hebben of muziek te maken wanneer dit een kerkdienst kan verstoren.
Artikel 5.153 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben: a. van 20.00 uur tot 07.00 uur van de daaropvolgende dag, of tot 10.00 uur als dat een zondag betreft; en b. op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een motorrijtuig bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 5.154 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het soort en type apparatuur of machines; b. de tijdstippen en de duur van het gebruik c. een plattegrond, waaruit blijkt welke gevoelige functies zoals woningen in de buurt liggen; en d. een beschrijving van de te nemen maatregelen om hinder te beperken.
Artikel 5.155 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vrachtauto op zodanige wijze te laden of te lossen als daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
61
Artikel 5.156 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond, met de locaties van het laden en lossen; b. de tijdstippen en de duur van het gebruik; c. een beschrijving van de te nemen maatregelen om hinder te beperken.
Artikel 5.157 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.151, onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.158 Gebod voorkomen geluidhinder door dieren Degene die de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit dier voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.
Artikel 5.159 Verbod geluidhinder door dieren Het is verboden een dier te houden dat geluidshinder veroorzaakt voor een omwonende of voor de omgeving.
Paragraaf 5.2.28 Oplaten van ballonnen Artikel 5.160 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het oplaten van ballonnen.
Artikel 5.161 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een gezonde woon- en leefomgeving; en b. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om het beschermen tegen milieuverontreiniging.
Artikel 5.162 Verbod oplaten ballonen 1 Het is verboden een ballon, van welk materiaal dan ook, door middel van helium of enig ander gas dat lichter is dan lucht, op te laten in de buitenlucht met het oogmerk om deze weg te laten zweven.
2 Onder ballon wordt onder meer verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings- of reclameballon.
Paragraaf 5.2.29 Afkoppelen van hemelwater en grondwater Artikel 5.163 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afstromend hemelwater en grondwater afkomstig van ontwatering in het openbaar vuilwaterriool.
62
Artikel 5.164 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; b. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; en c. het aanpassen van de gebouwde omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering.
Artikel 5.165 Afkoppelen van hemelwater en grondwater 1 Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 5.164, is het verboden in het afkoppelgebied afstromend hemelwater of grondwater afkomstig van ontwatering te lozen in het openbaar vuilwaterriool.
2 Het eerste lid is van toepassing vanaf 12 maanden nadat een perceel is aangewezen als onderdeel van het afkoppelgebied.
3 Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd.
Paragraaf 5.2.30 Activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen Artikel 5.166 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen.
Artikel 5.167 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van archeologische waarden.
Artikel 5.168 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in een archeologische terrein, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 m2.
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een hoge archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 200 m2.
3
63
Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 500 m2.
4 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een lage archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 2500 m2.
5 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in het gebied met een onbekende archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 200 m2.