Vraag en antwoord wegingstafel 21 april 2026-Mondelinge zienswijze ontwerp-warmteprogramma
Tekst van het document
Vraag en antwoord Wegingstafel 21 april 2026 Mondelinge zienswijze ontwerp-warmteprogramma Datum vraag
Fractie(s)
Vraag en antwoord
15-042026
GroenLinks PvdA
In het ontwerp-Warmteprogramma wordt netcongestie aangehaald als beperkende factor voor de wijkaanpak. Hoewel wij erkennen dat netcongestie een uitdaging vormt bij het overstappen op (hybride) warmtepompen, betekent dat niet dat er geen mogelijkheden zijn in wijken waar het stroomnet onder druk staat. Huiseigenaren zullen niet massaal overstappen op een warmtepomp. Dit zal in de praktijk gefaseerd gaan omdat zij natuurlijke investeringsmomenten benutten en soms ook nog moeten isoleren. Toch wordt netcongestie in het voorliggende Warmteprogramma vrij zwartwit benaderd: de indruk ontstaat dat een wijkaanpak helemaal niet kansrijk is in wijken waar Liander het elektriciteitsnet nog niet heeft verzwaard. Vraag 1. Bent u het met ons eens dat het realistisch is om te verwachten dat huiseigenaren in een wijk gefaseerd overstappen op een (hybride) warmtepomp en dat de impact op het elektriciteitsnet hiermee over een langere periode wordt uitgesmeerd? Antwoord 1: Daar zijn wij het mee eens. Vraag 2. Bent u het met ons eens dat een wijkaanpak waarin huiseigenaren gefaseerd overstappen op een (hybride) warmtepomp wél kansen biedt, ook als het stroomnet nog niet is verzwaard? Antwoord 2: Daar zijn wij het niet mee eens.
Vraag 3. Hoe schat u het risico in dat Liander terugkomt op haar indicatieve planning voor het verzwaren van het stroomnet in onze gemeente en de warmtetransitie vertraging oploopt? Antwoord 3: Liander heeft aangegeven dat dit risico bestaat. Voor wat betreft Beets en Middelie zijn de werkzaamheden om het stroomnet te verzwaren al gestart, dus daar speelt dit risico minder. In de Transitievisie Warmte uit 2020 zijn de wijken De Watering (Oosthuizen) en het Middengebied (Volendam) als startwijken genoemd. In het ontwerp-Warmteprogramma zijn deze wijken niet opgenomen in de prioritering voor de komende vijf jaar, omdat eerst het elektriciteitsnet verzwaard zou moeten worden voordat een wijkaanpak kan worden opgestart. Vraag 4. Graag ontvangen wij voor deze twee wijken meer informatie over de actuele situatie op het lokale elektriciteitsnet, waarmee het besluit wordt onderbouwd om hier de komende jaren geen wijkgerichte aanpak op te starten. Antwoord 4: Liander heeft een kaart gedeeld met een prognose van de verwachte situatie van de netbelasting t/m 2030 en t/m 2034 per CBS-buurt. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën groen (geen grootschalige problemen), oranje (de eerste tekenen van spanningsproblemen of een capaciteitstekort) en rood (merkbare problemen, zoals knipperende lichten en afslaande omvormers van zonnepanelen op zonnige dagen).
De Watering (Oosthuizen) wordt gecategoriseerd als oranje, en het Middengebied (Volendam) als rood. Met een wijkaanpak zouden de al geprognosticeerde problemen worden verergerd. Liander adviseert daarom de wijkaanpak aan te laten sluiten bij de wijken die door hen toekomstbestendig worden gemaakt. Vraag 5. Waarom is – specifiek voor deze twee wijken – ook een gefaseerde aanpak niet haalbaar?
Antwoord 5: Een wijkaanpak is een intensieve manier van stimuleren. We hebben beperkte middelen om dit uit te voeren. Daarom hebben we de keuze gemaakt om de meest haalbare wijken te prioriteren. Een gefaseerde aanpak past beter bij de gemeentebrede aanpak, dat valt onder spoor 2 zoals voorgesteld in het ontwerp-warmteprogramma. Net als voor de rest van de gemeente zal voor deze wijken dus de gemeentebrede aanpak gelden. Een van de belangrijkste doelen van een Warmteprogramma is duidelijkheid bieden aan inwoners en ondernemers. Duidelijkheid over de gekozen warmtetechniek per wijk, de gemaakte keuzes en de planning. Het Warmteprogramma doet dat nu onvoldoende. Omdat de wijkaanpak helemaal afhankelijk wordt gemaakt van de planning van Liander, is niet duidelijk wanneer de wijkaanpakken starten. Ook wordt er geen globaal jaartal of tijdvak genoemd waarin de overstap naar duurzame warmte in de gekozen wijken voltooid moet zijn. Daarmee mist een helder tijdspad. Vraag 6. Kunt u voor de drie startwijken – Beets, Middelie en Blokgouw 7/8 – concreet aangeven wanneer a) begonnen wordt met het opstellen van de wijkaanpak en b) de wijkaanpak opgeleverd wordt en dus van start kan gaan? Antwoord 6: We willen in 2027 beginnen met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan in Beets, in Middelie in 2028 en in Blokgouw 7+8 in 2029.
We gaan ervan uit dat de wijkuitvoeringsplannen binnen twee jaar worden opgesteld en gereed zijn voor uitvoering. Vraag 7. Kunt u voor de drie startwijken aangeven wat het globale jaartal is waarin de overstap naar duurzame warmte voltooid moet zijn? Het gaat ons hier expliciet niet om het inzetten van de aanwijsbevoegdheid, maar om de doelen die de gemeente voor zichzelf stelt. Antwoord 7:
Tot nu toe hanteren wij geen wijkgerichte einddatum, anders dan het gemeentelijke doel dat in 2050 alle gebouwen aardgasvrij zijn. Voor een Wijkuitvoeringsplan willen we voor het draagvlak samen met de wijkbewoners een plan maken, een planning hoort daar ook bij. Na het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan kunnen we een indicatie geven wanneer we denken klaar te zijn. Vraag 8. Kunt u een doorkijkje geven naar de prioritering van de wijken voorbij de drie genoemde startwijken en wanneer verwacht wordt dat deze helemaal van het aardgas af zijn? Antwoord 8: Het Middengebied (Volendam) staat onder voorbehoud op de planning van Liander en ligt daardoor het meest voor de hand. Het is lastig een nog verdere doorkijk te geven door de onzekerheid rondom de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Het risico is groot dat we daarmee verwachtingen wekken die niet worden waargemaakt. Voor alle gebouwen in de gemeente geldt het doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Voor GroenLinks-PvdA is het belangrijk dat elk huishouden kan meedoen met de warmtetransitie. Inwoners met een relatief laag inkomen of weinig investeringsvermogen hebben het risico om achter te blijven in slecht geïsoleerde woningen met fossiele verwarming en een hoge energierekening. De gemeente moet zich inzetten om ook deze groep huishoudens mee te nemen in de warmtetransitie. Vraag 9.
Wat gaat de gemeente doen om ook de huishoudens met een relatief laag inkomen of weinig investeringsruimte de kans te geven om over te stappen op een duurzame warmtebron? Antwoord 9: We bieden subsidie aan en nemen in advisering de financiële mogelijkheden zoals de landelijke ISDE-subsidie en renteloze leningen bij het Warmtefonds mee.
In het ontwerp-Warmteprogramma worden Beets, Middelie en Blokgouw 7+8 als startwijken bestempeld. Dat betekent dat huiseigenaren en ondernemers in deze wijken geacht worden om te investeren in een (hybride) warmtepomp en een bijbehorend isolatieniveau. Vraag 10. Hoe en wanneer wordt het besluit om deze wijken te benoemen als startwijken gecommuniceerd naar de inwoners van de betreffende kernen of gebieden? Antwoord 10: De dorpsraden zijn deze week op te hoogte gesteld van het voornemen. Het ontwerp-warmteprogramma zal eerst 6 weken ter inzage worden gelegd, waarmee het besluit ook naar bewoners wordt gecommuniceerd. Het voornemen is om voorafgaand aan het opstellen van het wijkuitvoeringsplan alle inwoners uit te nodigen voor een startbijeenkomst met een brief. Op pagina 15 staat dat all-electric voor de industrieterreinen ook de voorkeurstechniek is, maar dat privacywetgeving ervoor zorgt dat relevante informatie op dit moment nog niet toegankelijk is. Zodra dit is opgelost zal er vervolgonderzoek worden gedaan. Vraag 11.
Zal het verkennen van de mogelijkheden voor industrieterreinen tussentijds worden opgepakt als er mogelijkheden ontstaan om de relevante gegevens te bemachtigen, of wordt gewacht op het vaststellen van een nieuw Warmteprogramma over vijf jaar? Antwoord 11: Dit zal tussentijds worden opgepakt als er mogelijkheden ontstaan om de relevante gegevens te bemachtigen. Vraag 12. Wat gaat de gemeente de komende jaren doen aan de warmtetransitie op de industrieterreinen in het geval dat de
relevante gegevens niet toegankelijk worden gemaakt? Oftewel: wat is het alternatief voor wachten op deze gegevens? Antwoord 12: Voor bedrijven die niet onder de energiebesparingsplicht vallen bieden we kosteloos energieadvies en begeleiding aan. De bedrijven die wel vallen onder de energiebesparingsplicht controleren we in samenwerking met Omgevingsdienst IJmond op de energiebesparingsplicht. Daarnaast zijn we bezig met het opstellen van een subsidieregeling voor de verduurzaming van bedrijventerreinen met budget dat is toegekend door Provincie Noord-Holland. 14-042026
ONS Belang
Vraag 1: Waarom wordt ingezet op hybride warmtepompen? Tijdens een informerende presentatie aan de raad is als een van de achterliggende drijfkrachten achter de transitie de besparing op onderhoud van het gasnet benoemd. Inzetten op hybride warmtepompen betekent investeren in een warmtepomp waarbij alsnog een afhankelijkheid van gas blijft bestaan. Deze woningen gaan dus niet ‘van het gas’. De noodzaak voor een compleet gasnet blijft bestaan. Antwoord 1: Hybride warmtepompen besparen tot zo’n 60 procent aan gas en kunnen in tegenstelling tot een elektrische warmtepomp zonder vergaande isolatiemaatregelen worden geïnstalleerd. Het is daardoor een geschikte tussenoplossing. Het besparen van onnodige investeringen in het gasnet werd tijdens de presentatie als mogelijk voordeel genoemd voor het gebruik van de aanwijsbevoegdheid. Na navraag bij Liander blijken er weinig delen van het gasnet aan vervanging toe te zijn, waardoor ook de te besparen kosten meevallen. Vraag 2: Hoe draagt dit bij aan de doelstelling om de gasnetten geheel te verwijderen? Antwoord 2: In het ontwerp-warmteprogramma wordt het verwijderen van gasnetten niet als doel gezien. Het doel is om stapsgewijs van het gas af te gaan. Doordat een hybride warmtepomp veel gas bespaart ten opzichte van een CV-ketel, is het een
nuttige tussenstap naar aardgasvrij. Vraag 3: Hoe goed moet een woning geïsoleerd zijn om van het gas te kunnen? Is isolatie van zowel vloer, muren én dak noodzakelijk? Antwoord 3: In het algemeen wordt de landelijke isolatiestandaard aangehouden om te beoordelen of een woning kan worden verwarmd met een hernieuwbare warmtebron. In de meeste gevallen wordt dit bereikt door de vloer, de muren en het dak te isoleren. Maar minder isolatie aan één bouwdeel kan worden gecompenseerd door meer isolatie aan een ander bouwdeel. Het ligt er dus per woning aan wat noodzakelijk is. Vraag 4: Niet overal is vloerisolatie mogelijk vanwege beperkte ruimte onder de vloer. Is dit problematisch voor de transitie? Antwoord 4: In het geval dat er beperkte ruimte is onder de vloer, kan gebruik worden gemaakt van bodemisolatie. Dit hoeft niet problematisch te zijn voor de warmtetransitie. Vraag 5: Er wordt gesproken over financieringsopties. Welke opties worden onderzocht? En welke rol speelt de gemeente hierin? Antwoord 5: Voor bewoners maken we inzichtelijk welke financieringsopties er zijn om de warmtetransitie te bekostigen. Daarin nemen we (gemeentelijke) subsidies en leningen mee. Als gemeente geven we dus inzicht in de financieringsopties en bieden subsidie aan. Vraag 6:
Er wordt vooral ingezet op het all electric scenario. Wij maken ONS zorgen over het cumulatieve geluids/milieu effect van de individuele warmtepompen, zoals beschreven in de plan-MER van TAUW. Worden benodigde mitigerende maatregelen tegen deze geluidsoverlast onderdeel van het gemeentelijk beleid? Antwoord 6: De cumulatieve geluid- en milieueffecten van individuele warmtepompen hebben wij daarom door TAUW laten beoordelen. Zij concluderen dat op basis van de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en door mitigerende maatregelen te treffen geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Wij zullen de mitigerende maatregelen inderdaad onderdeel uit laten maken van het gemeentelijke beleid.