Vraag en antwoord Verordening Jeugdhulp 2022.docx
Tekst van het document
Verordening Jeugdhulp 2022 Datum
Fractie(s)
Vraag
GroenLinks
Het voorstel, dat beoogt de uitvoering van de
Antwoord
vraag 31-012022
jeugdzorg in beheersbare banen te leiden, gaat uit van “gebruikelijke hulp” en “eigen kracht” als kernbegrippen bij de beoordeling van vragen om jeugdhulp. Hoewel de intentie hiervan duidelijk is, zal ongetwijfeld in de praktijk blijken dat er interpretatieverschillen optreden. Hetzelfde kan gelden voor de hardheidsclausule die bepaalt dat het college in uitzonderingsgevallen kan afwijken van de regels. De personen die dit moeten beoordelen hebben recht op duidelijke richtlijnen bij het hanteren van de begrippen “gebruikelijke hulp” en “eigen kracht”. Blijkens de toelichting worden de twee kernbegrippen in “nadere regels” verder ingevuld. Vraag 1: Zijn deze “nadere regels” onderdeel van de huidige verordening Vraag 2: Worden deze “nadere regels” later aan de raad voorgelegd?
Antwoord 1: De nadere regels vloeien voort uit de verordening en zijn altijd een apart onderdeel hiervan. In de nadere regels worden specifieke
uitvoeringstaken vastgesteld of omschreven en bepaalde begrippen nog nader toegelicht (juist ter voorkoming van
interpretatieverschillen). De nadere regels bieden de
jeugdhulpprofessional extra handvatten om de juiste
ondersteuning/hulp in te zetten voor de jeugdige en het gezin.
Belangrijke thema’s waarop de nadere regels betrekking hebben zijn: afbakening van individuele voorzieningen; inzet van eigen
kracht; (dreigende) overbelasting van ouders; vervoersvoorzieningen en tarieven voor en inzet van een persoonsgebonden budget. Antwoord 2: De nadere regels worden ter vaststelling aangeboden aan het college en daarna ter kennisname met de raad gedeeld.
Vraag 3:
Antwoord 3:
Is voorzien in een evaluatie om te beoordelen of de
In de verordening is opgenomen dat er na twee jaar geëvalueerd
twee kernbegrippen in de praktijk voldoende houvast
wordt. Een onderdeel hiervan zal ook zijn of het daadwerkelijk lukt
bieden?
om zoveel mogelijk ‘terug naar normaal’ te gaan en zo min mogelijk inzet van specialistische jeugdhulp nodig is (door middel van het meer specificeren van gebruikelijke hulp en eigen kracht en het versterken hiervan). Los van deze evaluatie zullen we ook in gesprek
De ondersteuningsvraag kan van de jeugdige zelf, via de ouders, via de schoolmaatschappelijk werker, via een zorgcoördinator of via de huisarts bij de gemeente terecht komen. Vraag 4: Is aan te geven hoe deze routes zich tot elkaar verhouden? (het totaal aantal hulpvragen en de percentuele verdeling over de routes).
met team jeugd kijken of hetgeen bedacht in de praktijk ook uitvoerbaar is. Antwoord 4: Hoe de routes zich exact tot elkaar verhouden is lastig weer te geven, mede omdat in het systeem alleen de ‘verwijzer’ wordt geregistreerd en niet de wijze waarop iemand uiteindelijk tot een verwijzing komt (is dit op advies van het schoolmaatschappelijk werk of de pedagogisch adviseur of stapt iemand uit zichzelf binnen bij het Breed Sociaal Loket). Wel is duidelijk dat het overgrote deel van de verwijzingen bij ons eigen team Jeugd van het Breed Sociaal Loket vandaan komen, wat betekent dat zij goed te vinden/toegankelijk zijn en de verwijzing tot stand komt aan de hand van een complete analyse van de ondersteuningsvraag van een jeugdige/het gezin. Na het BSL zijn de huisartsen de grootste verwijzer (voorheen stonden de huisartsen op nummer 1 van meeste verwijzingen, maar mede door de investering in de relatie en het overzichtelijk maken van het voorliggende/preventieve aanbod is dit het afgelopen jaar met meer dan 50 verwijzingen gedaald)