CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag en Antwoord Uitvoeringsstrategie.docx

Raadsplein Bespreekronde Ia 15 december 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake uitvoeringsstrategie (concretisering omgevingsvisie) en vaststellen Nota van Antwoord zienswijzen.2.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsstrategie/Algemeen ID

Fractie(s)

Vraag

1125

GroenLinks

De concept-Omgevingsvisie werd door een groot deel van de gemeenteraad en cruciale stakeholders te vaag gevonden. Daarom is er gekozen voor een Uitvoeringsstrategie. Door deze keuze en omdat gekozen is voor het verankeren van de Wvg op de Purmer in de uitvoeringsstrategie kan een planMER worden gestart. Het gevraagde besluit houdt daarom ook in dat de raad instemt met de inhoud van de uitvoeringsstrategie. Daarom hebben we de volgende vragen over de concept-uitvoeringsstrategie. Vraag 1: Hoeveel ruimte is er na het uitvoeren van de planMER nog voor amendementen op de definitieve Omgevingsvisie en de bijbehorende Uitvoeringsstrategie? Onder de Omgevingswet ontstaat naast de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan nog een nieuw beleidsinstrument: het Omgevingsprogramma. Omgevingsprogramma’s gaan over thema’s en worden vastgesteld door het college. Geleidelijk zullen veel vastgestelde beleidsstukken zoals de Woonvisie en de Duurzaamheidsagenda verdwijnen in deze programma’s. Belangrijke documenten waarmee de gemeenteraad (nadere)

Antwoord

kaders stelt vallen daarmee onder de bevoegdheid van

Antwoord 1:

het college. GroenLinks maakt zich zorgen over deze

In april 2023 wordt het ontwerpbesluit omgevingsvisie en ontwerp planMER

verschuiving van verantwoordleijkheid. Eerder heeft wethouder Kes aangegeven hier begrip voor te hebben en te bekijken hoe de gemeenteraad betrokken kan blijven.

aan de raad voorgelegd. Dat is het moment om amendementen in te dienen. Overigens is het college van mening dat zij samen met de raad tot een breed gedragen omgevingsvisie en uitvoeringsstrategie heeft geprobeerd te komen. De raad besluit op 15 december 2022 overigens niet tot vaststelling van de uitvoeringsstrategie, maar geeft deze slechts vrij voor onderzoek naar de milieu-effecten op basis van de inhoud van de uitvoeringsstrategie.

Vraag 2: Kan het college toezeggen dat er vóór het intreden van de Omgevingswet concrete afspraken gemaakt worden over de invloed van de gemeenteraad op de omgevingsprogramma’s?

Antwoord 2: Onder de nieuwe Omgevingswet verschuiven niet zozeer verantwoordelijkheden. De raad behoudt haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol, net als het college haar dagelijks uitvoerende rol behoudt. Het instrumentarium van de Omgevingswet sluit hier goed op aan. Zo worden ten aanzien van de fysieke leefomgeving de beleidsmatige kaders gesteld in de omgevingsvisie, de juridische kaders in het omgevingsplan en de financiële kaders in de begroting. Naast de formele bevoegdheden gaat het om een goede samenwerking als gemeentebestuur waarin elk onderdeel zijn rol naar behoren kan uitoefenen. Het college voert graag het gesprek over de kaders, het wat en koppelt graag terug over hoe zij het beleid uitwerkt. Het meenemen van de raad in de uitvoeringsstrategie is hier een goed voorbeeld van. Dat is formeel na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet anders dan nu. Het lijkt het college een goed idee om met elkaar het gesprek te voeren hoe wij buiten de formele bevoegdheden een optimale samenwerking kunnen

realiseren. Daar kan bijvoorbeeld een themabijeenkomst aan gewijd worden.

Vraag 3: In hoeverre is er ruimte onder de Omgevingswet om op bepaalde thema’s nog steeds met aparte beleidsnota’s te werken die vastgesteld worden door de gemeenteraad?

Antwoord 3: Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 2 maakt het college graag samenwerkingsafspraken over hoe de gemeente de ambities realiseert. De Omgevingswet biedt gemeenten een instrumentarium aan van 6 kerninstrumenten, waarbij de omgevingsvisie een strategisch beleidsdocument is dat zijn werking heeft voor (in ons geval) een periode van 30 jaar. Een omgevingsprogramma is een instrument dat de gemeente niet verplicht is om te gebruiken, tenzij het een verplicht programma is. Wij hebben het hier over onverplichte programma’s. Door gebruik te maken van het instrumentarium van de Omgevingswet wordt transparantie, uitvoerbaarheid en samenhang in het beleid bevorderd. Omgevingsprogramma’s kennen de verplichting om de effecten van het beleid te monitoren. Tevens is een omgevingsprogramma een omgevingsdocument dat toegankelijk wordt gemaakt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Uitvoeringsstrategie/Concretisering Omgevingsvisie 1131

Zeevangs

Aan ZB is een lijst toegezegd met het beleid en

Antwoord 1:

Belang

gemeentelijke regelingen die door de Omgevingsvisie

Ten aanzien van de omgevingsvisie hebben wij verkenningen naar het

en het omgevingsplan worden vervangen.

beleid uitgevoerd. Dit document is door de raad vastgesteld op 4 juli 2019 en heeft u nog een keer ontvangen tijdens het raadsplein van 15 september

Vraag 1: Kunnen wij deze lijst ontvangen?

2022. Voor vaststelling van de omgevingsvisie actualiseren wij de analyse en doen wij u toekomen bij de stukken vaststelling omgevingsvisie. Ten aanzien van de regelingen in het omgevingsplan heeft mw. Cuppens op 10

oktober jl. een lijst gemaild gekregen. Deze lijst wordt nu ook naar de griffie verstuurd. Vraag 2:

Antwoord 2:

Er wordt in de nota van beantwoording verwezen naar

In de verschillende deelbeleidsplannen en visies waar u op doelt, lopen

verschillende deelbeleidsplannen en visies (groenbeleidsplan, horecavisie). Worden deze door de Omgevingsvisie en uitvoeringsstrategie vervangen, ingebed? Zo ja, welke beleidsplannen betreft dit?

visie, beleid, de uitwerking van beleid en concrete maatregelen vaak door elkaar. Soms wordt iets een visie genoemd maar is het in feite uitvoering. De omgevingswet heeft als doel om met nieuwe instrumenten hier meer duidelijkheid en samenhang in aan te brengen. Onder de Omgevingswet komen de hoofdzaken van het te voeren strategische en samenhangende beleid voor de fysieke leefomgeving terug in de omgevingsvisie. De uitwerking van beleid en concrete maatregelen komen samenhangend terug in programma’s. Concreet betekent dit dat bestaande visies en beleidsstukken gedeeltelijk een plek kunnen krijgen in de omgevingsvisie, maar ook in (omgevings)programma’s.

Vraag 3: Wij willen graag de juridische verkenning naar welke andere mogelijkheden zijn onderzocht voor wat betreft planvormen die als basis zouden kunnen dienen voor de WvG en de redenen waarom zij dit niet blijken te zijn. Meer concreet: Welke gebiedsspecifiekere planvormen (Gebiedsvisie?) zijn afgewogen en waarom zijn ze niet geschikt?

Antwoord 3: Voor de verlenging van de WvG zijn drie opties verkend. Een verlenging via de intergemeentelijke visie op de Purmer, via een programma of via de omgevingsvisie. De intergemeentelijke visie op de Purmer heeft daarbij niet de voorkeur gekregen omdat de voortgang van deze visie en het daarbij uitvoeren van een planMER mede door de betrokkenheid van drie gemeenten niet met zekerheid voldoende zou zijn voor een tijdige afronding. Ten aanzien van (omgevings)programma’s is er juridisch een inschatting gemaakt dat een verlenging van de WvG daarin mogelijk niet afdoende geborgd kan worden. Zeker in het geval dat de Omgevingswet

wordt uitgesteld. Dat besluit is in oktober 2022 ook genomen. De meest ‘veilige’ en geëigende route is een structuurvisie. Onder de Omgevingswet gaat de structuurvisie (met name) over in de omgevingsvisie. Daarmee is de juridische inschatting dat een verlenging van de WvG met de omgevingsvisie (eventueel vastgesteld als structuurvisie, indien de omgevingswet onverhoopt wordt uitgesteld) de beste route vormt. Vraag 4: Kunnen we de NRD ter kennisname krijgen? Vraag 5: Wanneer gaat deze in procedure? Bij “financiële aspecten” wordt genoemd dat de Omgevingsvisie onder het budget van de Omgevingswet valt. Maar het hele proces rond de uitvoeringsstrategie en plan MER is een fikse uitbreiding. Vraag 6: Wat zijn de extra kosten?

Antwoord 4: Het college neemt naar verwachting op 13 december 2022 een besluit over de publicatie van de NRD. De NRD zal vervolgens via de griffie ook ter kennisname aan de raad worden aangeboden. Antwoord 5: De NRD ligt naar verwachting van 21 december 2022 t/m 31 januari 2023 ter inzage. Antwoord 6: Op dit moment hebben we dat nog niet volledig inzichtelijk, maar in de septembercirculaire is €315.000,- beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet. Daar kunnen de kosten uit worden gedekt.

Vraag 7: Is het budget hiervoor toereikend?

Antwoord 7: Zie vorig antwoord.

Uitvoeringsstrategie/Opgave 1 Wonen 1126

GroenLinks

Bij ‘Opgave 1 – Wonen’ missen wij het splitsen van (grote) woningen. Elders in het document wordt dit

Antwoord 4:

middel wel specifiek benoemd in relatie tot de

De concrete maatregel ‘woningsplitsen’ past gezien de andere opgaven als

leefbaarheid van de Zeevang. Woningsplitsing is een manier om snel extra woonruimte te creëren, maar gemeentelijk beleid staat dit vaak in de weg.

mobiliteit, het beste bij de opgave Landelijk gebied en Landschap als middel ter verbetering van vitaliteit en leefbaarheid in dorpslinten. Ten eerste omdat dit bestaand beleid is (de bestemmingsplannen ‘Dorpskernen 2016’ en ‘Buitengebied Zeevang 2016’). Daarnaast kan het splitsen van woningen

Vraag 4: Waarom wordt woningsplitsing hier niet genoemd? Onder‘verademend groen’ wordt aangegeven dat de gemeente streeft naar een uitbreiding van het bomenareaal met minimaal 20%

in grotere kernen nadelige gevolgen hebben voor de leefomgeving, doordat bijvoorbeeld meer parkeerplaatsen nodig zijn en dit ten koste gaat van groen. In het landelijk gebied en in dorpslinten is dit eenvoudiger op te lossen. Daarnaast bevinden zich in het landelijk gebied en in dorpslinten over het algemeen ook grotere woningen. Antwoord 5:

Vraag 5:

Gemeente Edam-Volendam heeft zo’n 14.000 bomen in beheer, waarvan

Waar komt deze 20% vandaan?

zo’n 12.000 in de kernen Edam en Volendam. In de gemeente EdamVolendam staan zo’n 280 verschillende boomsoorten. In het groenbeleidsplan staat het uitgangspunt voor een maximale vergroening van de buitenruimte. Daarbij staat aangegeven dat wij gaan voor instandhouding van het huidige groenareaal en - waar mogelijk - ons groenareaal verder uitbreiden. Uitbreiding van het bomenareaal is hierin een nieuwe concrete maatregel die niet eerder in een beleidsdocument zoals het groenbeleidsplan is benoemd. Deze maatregel is ambtelijk benoemd als mogelijkheid, om hittestress tegen te gaan, biodiversiteit uit te breiden en CO2 op te slaan. De grootte van de uitbreiding is niet gebaseerd

op bijvoorbeeld een norm op deze punten, maar betreft een inschatting naar wat ruimtelijk haalbaar zou kunnen zijn. Vraag 6: Waarom zouden we niet kunnen inzetten op 30%? Sinds het aantreden van de nieuwe gemeenteraad merken we een omslag in het denken over duurzaamheid. In verschillende themaraden, documenten en ook in deze Uitvoeringsstrategie zien we dat de gemeente goed ‘van de kant’ gaat. In eerdere sessies en vragen hebben we gesuggereerd om concrete tussendoelen voor duurzame energie-opwek op te nemen in de Omgevingsvisie. Deze doelen bieden

Antwoord 6: Het is aan de raad om een ambitie aan te scherpen, maar wij kunnen niet bevestigen dat dit ruimtelijk haalbaar is. Daar zou nader onderzoek naar gedaan moeten worden.

dan als stip op de horizon een duidelijke richting om naartoe te werken. Vraag 7: Zou het vastleggen van concrete tussendoelen voor duurzame opwek in 2030 en 2040 de gemeente niet meer houvast kunnen bieden in het werken aan de energietransitie? Vraag 8: Bent u bereid om in de definitieve Omgevingsvisie concrete tussendoelen vast te leggen? Bij het lezen van deze Uitvoeringsstrategie worstelen wij met de plaatsing van bepaalde doelen en maatregelen. Zo staat

Antwoord 7: Het vastleggen van concrete tussendoelen zou wellicht meer houvast kunnen bieden in een daartoe geschikt document, in een specifiek omgevingsprogramma. Het kader van energieneutraal in 2050 is duidelijk.

er in dit document nog niets concreets over het

Antwoord 8:

verminderen van het aantal kg restafval. Aan de andere

De omgevingsvisie bevat strategisch integraal langetermijnbeleid voor de

kant hebben wij begrepen dat het afvalbeleid wordt herijkt. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. In deze Uitvoeringsstrategie blijft het bij maatregelen met betrekking tot de RES en de TVW, maar gelijktijdig wordt er gewerkt aan een nieuwe Duurzaamheidsagenda. Het lijkt ons wel verstandig om deze doelen en maatregelen in deze Uitvoeringsstrategie te hebben staan.

fysieke leefomgeving, waarin de belangen staan van de gemeente, de doelen voor de fysieke leefomgeving en de sturingsfilosofie. Concrete tussendoelen vastleggen in de omgevingsvisie past niet bij het strategische niveau van de omgevingsvisie. Het college heeft gezien dat er wordt geworsteld met het abstracte strategische niveau. Om die reden heeft het college besloten er een concreter uitvoeringsstrategie toe te voegen aan de omgevingsvisie. De uitvoeringsstrategie moet gezien worden als een brug tussen de strategische omgevingsvisie en de concrete omgevingsprogramma’s die geen strategisch beleid bevatten maar een uitwerking zijn van het strategische beleid en concrete maatregelen bevat om de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

Vraag 9: Hoe kijkt u aan tegen het ontbreken van deze belangrijke doelen en maatregelen?

Antwoord 9: Het ontbreken van tussendoelen in de omgevingsvisie laat het kader in de omgevingsvisie onverlet. De uitvoeringsstrategie fungeert als een soort raamwerk voor de nog op te stellen omgevingsprogramma’s

Vraag 10: Hoe wordt in algemene zin bepaald wanneer een doel of een maatregel in deze Uitvoeringsstrategie hoort en wanneer deze in een ander beleidsdocument kan landen?

Antwoord 10: In de omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van bestaand beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Elke gemeente is verplicht om 1 omgevingsvisie vast te stellen en 1 omgevingsplan. Het is niet de bedoeling dat er meerdere strategische visies ontstaan ten aanzien van de fysieke leefomgeving, daarmee zou de integraliteit verloren gaan. De maatregelen, namelijk de uitvoering, worden bepaald in omgevingsprogramma’s. De raad

is meegenomen in de uitvoeringsstrategie door hun voorkeur aan maatregelen te geven zodat het college er rekening mee kan houden in de opzet van de omgevingsprogramma’s. Vraag 11:

Antwoord 11:

Kunnen de doelen en maatregelen van het nieuwe

Het huidige afval- en duurzaamheidsbeleid is integraal onderdeel van de

afval- en duurzaamheidsbeleid alsnog in de eerste Omgevingsvisie worden opgenomen als deze beleidsstukken op tijd klaar zijn?

omgevingsvisie. Mochten de ontwikkelingen in de thema’s afval en duurzaamheid aanleiding geven om het bestaande kader van energieneutraal in 2050 en afvalvrij in 2050 (oftewel de bestaande doelen en hoofdlijnen) in de omgevingsvisie aan te passen, dan blijkt dit uit monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie. De beleidsuitwerking van afval en duurzaamheid zullen een plek krijgen in een nog op te stellen omgevingsprogramma.

Uitvoeringsstrategie/Opgave 3 Landelijke Gebied en Landschap 1127

GroenLinks

Onder Opgave 3 (Landelijk Gebied en Landschap) wordt gesproken over het duurzaam behoud van veenweidegebieden. Men wil het gesprek voeren met “onze agrarische ondernemers”. Vraag 12: Betekent dit dat de agrarische ondernemers in de Purmer uitgesloten worden van deze gesprekken? (omdat de Purmer geen veenweidegebied is).

Gesproken wordt ook over “nieuwe (economische)

Antwoord 12:

perspectieven” voor de agrarische ondernemers.

Nee, het betekent niet dat de agrariërs in de Purmer worden uitgesloten van deze gesprekken.

Vraag 13: Zijn die economische perspectieven beperkt tot de veenweidegebieden van de gemeente (d.w.z. gelden niet voor de Purmer).

Antwoord 13: Het gaat om de economische perspectieven ten aanzien van het landelijk gebied als geheel. Hierbij zien we wel een verschil in problematiek. Het veenweidegebied kent problemen met stikstof en bodemdaling en vraagt om andere economische perspectieven dan de agrariërs in de Purmer.

Uitvoeringsstrategie/Opgave 4 Werklocaties 1128

GroenLinks

Onder Opgave 4 (Werklocaties) worden de toebedachte

Antwoord 14:

bestemmingen in het Wvg-gebied de Purmer ruimtelijk

Neen. Een vestiging van een voorkeursrecht, kan volgens de Wet

geëxpliciteerd. Twee van de vier deelgebieden worden gekwalificeerd als “gemengd”.

voorkeursrecht gemeenten (Wvg) alleen mits bij een hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Zoals bekend wordt

Vraag 14: Kan onder de toebedachte bestemming “gemengd” ook de bestaande bestemming “agrarisch” vallen”?

een niet-agrarische bestemming toegedacht, te weten “gemengd gebied met industrie” dan wel “gemengd”. Deze bestemming wijkt af van het huidige (overwegend) agrarische gebruik van de gronden. Antwoord 15:

Vraag 15:

Zie beantwoording bij vraag 14. De gemeente Edam-Volendam onderzoekt

Zo nee, betekent dit dat het hele wvg-gebied niet meer

de nadere invulling van het Wvg-gebied conform de eerdergenoemde

de bestemming “agrarisch” kan krijgen?

toegedachte bestemming. Hoe dit er exact eruit komt te zien, is nog niet bekend. Daar kunnen bijvoorbeeld ook water en/of groen- en/of natuurfuncties onderdeel van uitmaken.

Vraag 16: Zo ja onder 15, wat is dan het lot van de twee deelgebieden aan de noord-oostrand (langs de Purmerdijk), als daar feitelijk geen begin gemaakt wordt met de realisatie van een nieuwe bestemming? Er is onder juristen en vastgoedadviseurs verwarring over het feit of het correct is om met de Wvg de bestemming van agrarische percelen te veranderen. De Wvg beoogt in principe om de gemeente een voorkeursrecht te geven bij de aankoop van percelen met een niet-agrarische bestemming die vervolgens

Antwoord 16: Zie beantwoording onder vraag 14 en 15 en de artikelen in de Wet voorkeursrecht gemeenten.

een andere bestemming krijgen. Bij de Purmer is echter een Wvg gevestigd op percelen met een agrarische bestemming. Vraag 17: Wat is de mening van de gemeente over de rechtsgeldigheid van een voorkeursrecht krachtens de Wvg, op percelen met een agrarische bestemming?

Antwoord 17: Zie boven. Volgens de gemeente is het voorkeursrecht in De Purmer rechtsgeldig. Graag verwijzen wij u voor nadere informatie naar de Raadsinformatiebrief uit november 2022 waarin de toegedachte bestemming in relatie tot de Wvg is toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=fbad1af5-d50d-43d4-8edd-416a83e6218e