Vraag en Antwoord RKC-rapportage Beleid en uitvoering Afvalbeheer.docx
Tekst van het document
RKC-rapportage "Beleid en uitvoering Afvalbeheer" Datum
Fractie(s)
Vraag
GroenLinks
Bij het rapport zit (nog) geen bestuurlijke reactie die
Antwoord
vraag 09-022023
ingaat op de aanbevelingen van de RKC en de maatregelen die het college gaat treffen als opvolging van die aanbevelingen. Vraag 1: Waarom zit zo’n reactie er niet bij (zoals te doen gebruikelijk)? Vraag 2: Komt er alsnog een bestuurlijke reactie en zo ja wanneer?
Antwoord 1: De conclusies en aanbevelingen uit het rapport worden meegenomen in het nieuwe beleidsplan, dat dit jaar wordt voorbereid. Antwoord 2: Zie hiervoor.
Op pagina 17 (5.1) van het onderzoek staat dat er 0,5 fte beschikbaar is voor de beleidsmedewerker afval. Voor beleid en coördinatie is in totaal 2,123 fte beschikbaar. In de reactie van het college wordt gesteld dat nog dit jaar het nieuwe beleid wordt voorbereid. Vraag 3: Is het college van mening dat er genoeg fte beschikbaar is om dit nieuwe afvalbeleid zorgvuldig en spoedig op te stellen?
Antwoord 3: Ja
Op pagina 17 (5.2) van het onderzoek staat dat luiers momenteel verbrand worden, door capaciteitsgebrek. Vraag 4:
Antwoord 4:
Waardoor is dit capaciteitsgebrek ontstaan en heeft de
Op dit moment is er geen recyclingmogelijkheid voor luiers in Nederland.
gemeente hier enige invloed op?
Wij sturen hier in MRA-verband en als aandeelhouder van HVC wel op aan.
Vraag 5:
Antwoord 5:
Is het bekend wanneer het capaciteitsgebrek opgelost
Nee, dit is niet bekend.
is? Vraag 6: In het verleden is er al eens een luierinzameling geweest. Welke lessen zijn daaruit te leren en waarom is dat stopgezet?
Antwoord 6: In Edam-Volendam bestaat een aparte inzamelroute voor luiers. In afwachting van recyclingmogelijkheden, heeft het college in 2019 besloten om de aparte inzamelroute te continueren voor in ieder geval de duur van zes jaar. De inzameling vindt plaats door middel van containers bij een aantal kinderdagverblijven.
Op pagina 21 van het rapport (pagina 25 van de pdf) wordt de samenstelling van het restafval in 2019 verdeeld in categorieën. De percentages tellen op tot 85% en de kilogrammen tot 148 kg. Het totale gewicht is 184 kg staat in de regels erboven.
Antwoord 7:
Vraag 7:
De resterende 15% is het ‘zuivere’ restafval, dus het niet te scheiden afval
Tot welke categorie behoort de resterende 15%?
dat alleen maar verbrand kan worden
Vraag 8:
Antwoord 8:
De ontbrekende 36 kg is 20% van het totaal, geen
Het verschil wordt waarschijnlijk veroorzaakt door bepaalde afrondingen
15%. Welk getal is juist?
en het toerekenen van afvalstoffen bij bepaalde categorieën. Het aantal kg/inwoner aan fracties dat in het restafval zit en dat vermeld staat op pagina 21 is overgenomen uit de sorteeranalyse 2020. Deze sluit door een andere methodiek niet volledig aan op de hoeveelheid fijn restafval dat wij rapporteren in dit onderzoek – vandaar dat de het aantal kg/inwoner dat
Vraag 9:
daar vermeld staat niet volledig optelt tot de hoeveelheid afval dat jaarlijks
Zit er nog potentieel voor aanvullende bronscheiding
gerapporteerd wordt aan CBS. Indien alleen de percentages vanuit de
in de niet benoemde categorie van 15 à 20%? In het rapport wordt geconstateerd dat onze milieustraten ongeveer vijf keer meer puin en hout te verwerken
sorteeranalyse gebruikt worden en deze toegepast worden op de hoeveelheid restafval zullen zouden deze hoeveelheden per inwoner dus hoger liggen dan in dit rijtje vermeld staan.
krijgen dan het gemiddelde in de benchmark. Een verklaring wordt gevonden in het gegeven dat naast burgers ook ondernemers (al dan niet ZZP’ers) hun bouwafval hier deponeren. Volgens ons zou dit conform het principe ‘de vervuiler betaalt’ verhaald moeten worden op de bedrijven in kwestie. Nu betalen alle inwoners mee aan de verwerking van dit bedrijfsafval. Vraag 10: Wat is de mening van het college over het gebruik van onze milieustraten door bedrijven?
Antwoord 9: Nee, het resterende percentage bestaat uit afval dat alleen maar verbrand kan worden. Antwoord 10: In onze gemeente kunnen bedrijven hun afval aanbieden bij de milieustraten, met uitzondering van een aantal stoffen. Bedrijven moeten hiervoor reinigingsrechten betalen. De hoogte van de reinigingsrechten wordt bepaald door een registratie van kentekens en hoeveelheden. De inname van bedrijfsafval is vanuit het verleden ontstaan en is een service richting ondernemers. Dit jaar willen wij onderzoek doen naar de wenselijkheid van de service en naar de effectiviteit van de maatregelen die misbruik tegen moeten gaan.
Vraag 11: In hoeverre zijn er nu al maatregelen getroffen om te
Antwoord 11:
voorkomen dat bedrijven in de bouwsector hun
Zie beantwoording vraag 10.
bedrijfsafval structureel naar onze milieustraten brengen? Vraag 12: Als deze er zijn, kunt u dan uitleggen hoe deze
Antwoord 12:
maatregelen eruitzien en hoe ze werken?
Zie beantwoording vraag 10.
Vraag 13:
Antwoord 13:
Is er enig zicht op hoe effectief deze maatregelen in
Zie beantwoording vraag 10.
de praktijk zijn? Vraag 14: In hoeverre wordt gekeken naar technologische oplossingen om gebruik (of misbruik) van de milieustraten te monitoren zoals bijvoorbeeld kentekenregistratie of een pasjessysteem?
In de bestuurlijke reactie staat dat het college de conclusies en aanbevelingen van het rapport meeneemt in het opstellen van het nieuwe afvalbeleid.
Antwoord 14: Zie beantwoording vraag 10.
Vraag 15: Neemt het college de conclusies van het rapport ook over?
Ja
Vraag 16:
Antwoord 16:
Neemt het college de aanbevelingen van het rapport
De aanbevelingen uit het rapport worden meegenomen in het nieuwe
over? 13-022023
CDA
Antwoord 15:
beleidsplan. De inhoudelijke discussie daarover vindt plaats in de raad.
Ten aanzien van de conclusies en aanbevelingen in het rapport afvalbeleid RKC hebben we de volgende vragen: Vraag 1: In conclusie 2.1 wordt aangegeven dat de benchmark Edam-Volendam wordt vergeleken met Gemeenten van vergelijkbare orde (qua inwonertal en hoogbouwhuishoudens). Gaat de vergelijking wel op wanneer er geen rekening wordt gehouden met het het hoge aantal toeristen in onze gemeente? Maw, wordt het extra afval, die door de toeristen wordt veroorzaakt, meegeteld in de kg's per bewoner in onze gemeente?
Antwoord 1: In het rapport wel. Voor het rekenkameronderzoek werd gevraagd naar het tonnage restafval dat naar de verwerker ging. Hierbij zat ook het afval afkomstig van toeristen.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Daarnaast wordt er ook rekening gehouden met het
Nee, hier wordt niet specifiek rekening mee gehouden.
hoge percentage bouwondernemers in onze gemeente? (met betrekking tot de benchmark). Antwoord 3: Vraag 3:
Nee. De VANG-doelstelling (van afval naar grondstof) is een landelijke
Is met beide vorige vragen rekening gehouden in de
doelstelling, die gericht is op een circulaire economie.
VANG-doelstelling? Antwoord 4a: Vraag4a:
Nee. GFT-afval kan vanwege de samenstelling niet (goed) worden na-
Wordt GFT afval ook bij HVC gescheiden van het
gescheiden uit het restafval. Daarom moeten wij het belang van het aan de
restafval?
bron scheiden van GFT-afval blijven onderstrepen.
Vraag 4b:
Antwoord 4b:
Zo ja, waarom wordt er dan niet na sortering
Zie beantwoording hiervoor. De scheidingsinstallatie van HVC is sec
gemeten? Met name omdat wij de scheiding hebben uitbesteedt aan de afvalverwerker.
het restafval.
Vraag 5:
Antwoord 5:
Wanneer bouwondernemers grofvuil van klanten
In principe niet. Voor het afval dat bedrijven naar de milieustraten
inleveren bij de milieustraten wordt dit dan meegerekend in de 202kg per bewoner per jaar? 13-02-
Zeevangs
2023
Belang
gericht op het scheiden van PMD (plastic, metaal en drankenkarton) van
In het rapport wordt gesproken over dorpskernen.
brengen, houden wij een aparte administratie bij.
Vraag:
Antwoord:
Kunt u aangeven wat de exacte definitie is van
Het begrip ‘dorpskernen’ is niet exact gedefinieerd. Als wij de huidige
dorpskernen
richtlijnen volgen voor het aanwijzen van een locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer, worden per container minimaal 40 huishoudens bediend en bedraagt de afstand tussen een container en een erfgrens maximaal circa 250 meter. Voor een gebied dat niet aan deze criteria voldoet, heeft het college eerder de term ‘buitengebied’ gebruikt.