Vraag en antwoord Positieve zienswijzen op de 2e begrotingswijziging 2023 (cao) GGDZW
Tekst van het document
Positieve zienswijzen 2e begrotingswijziging 2023 (cao) GGD Zaanstreek-Waterland Datum
Fractie(s)
Vraag
Antwoord
GroenLinks
In het voorstel en de andere stukken lezen we dat
Antwoord:
er onderzocht is of de gestegen loonkosten in de
Net als bij de gemeentelijke begroting is het opvangen van meerkosten
vraag 20-112023
begroting opgevangen kon worden, maar dat dit niet mogelijk bleek. Bij de jaarrekening zal dit in meer detail zichtbaar worden. GroenLinks acht het zeer waarschijnlijk dat dit inderdaad niet mogelijk is zonder in te leveren op de ambities van de GGD, maar we hebben toch behoefte aan een nadere onderbouwing. Als gemeenteraad moeten we de GGD namelijk controleren.
alleen mogelijk als er elders binnen hetzelfde programma onderschrijdingen zijn. Op basis van de gedane en verwachte bestedingen verwacht de GGDZW per saldo op een tekort uit te komen van 825.000 negatief. Om het tekort in te perken heeft de GGDZW vervolgens de nodige beheersmaatregelen getroffen. Daarmee komt de prognose rond de vijf ton negatief uit. Dit maakt dat er geen reden is om aan te nemen dat de GGDZW de meerkosten van de cao kan dekken binnen de begroting.
Vraag:
De hierboven genoemde prognose komt uit de zogeheten
Kunt u een meer gedetailleerde onderbouwing
bestuursrapportage, een rapportage over de resultaten van het eerste
en/of argumentatie aanleveren waarom het niet
half jaar 2023 en de verwachtingen voor de rest van het jaar. Het is de
mogelijk is om de gestegen loonkosten (deels) op
tweede keer dat de GGDZW zo’n rapportage maakt. De organisatie
te vangen in de begroting?
beschikt pas sinds 2022 over een concerncontroller. De eerste keer dat de GGDZW een dergelijke prognose maakte, voor het jaar 2022, kwam die uit op 8 ton negatief. De controller maakte daarbij, net als nu, de kanttekening dat de GGDZW nog weinig ervaring heeft met het maken van goede prognoses. Het proces is nog niet nauwkeurig genoeg om betrouwbare prognoses te kunnen afleveren. Dat bleek ook in 2022: de prognose kwam uit op 8 ton negatief, maar het feitelijke jaarresultaat kwam nagenoeg op nul uit. De slagen om de arm ten aanzien van de
betrouwbaarheid van de prognose waren voor het Algemeen Bestuur reden om de voorspelling voor 2023 nog niet te delen met de raden. De methodiek om de prognose op te stellen wordt mettertijd wel steeds beter: de controller krijgt met verloop van tijd steeds meer zicht op de factoren die het resultaat kunnen beïnvloeden. Daarom is de inschatting dat de prognose ditmaal een betere voorspelling is dan in 2022. Pas bij de jaarafsluiting wordt duidelijk in hoeverre de prognose klopt. Indien er op dat moment inderdaad sprake is van een negatief resultaat, dan wordt dat resultaat in eerste instantie gedekt uit de algemene reserve van de GGDZW. Gezien de afspraak dat de omvang van de algemene reserve een vast percentage is van de bijdragen van de gemeenten aan de GGDZW over dat boekjaar, zouden de gemeenten de vraag krijgen om de algemene reserve aan te vullen. Oftewel: als er inderdaad een negatief jaarresultaat van vijf ton wordt gerealiseerd, dan moeten we er rekening mee houden dat onze gemeente het verzoek krijgt hiervan een deel (ca. 11%, zijnde circa € 55.000,- ) te dekken. 20-112023
BVNL
In het voorstel van de GGD ZW wordt een verdeling in euro's gehanteerd per programma en per gemeente. Vraag 1: Graag ontvangen wij een overzicht van de afgesproken verdeling in percentages per programma en per gemeente.
Antwoord 1: Zie de bijgevoegde pdf 'percentages raadsvraag'.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Ook zien wij graag toegelicht hoe deze verdeling
De verdeling is tot stand gekomen op basis van vaste verdeelsleutels.
tot stand is gekomen en of deze verdeling aan
Deze zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling, te weten:
verandering onderhevig kan zijn, en zo ja, wat die
• De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het definitieve
verandering kan veroorzaken.
inwonersaantal op 1 januari 2021 (begrotingsjaar t-2), met uitzondering van de jeugdgezondheid en maatschappelijke gezondheidszorg. • De kosten voor de jeugdgezondheid worden berekend op basis van het laatst bekende definitieve inwonersaantal 0 tot 18 jaar op 1 januari 2021 (t-2). • De kosten voor het meldpunt overlast en bemoeizorg worden berekend naar rato van het gemiddeld aantal meldingen per gemeente over 2019 t/m 2021 (gemiddelde over de begrotingsjaren t-5 t/m t-3). De verdeelsleutels kunnen alleen wijzigen als daartoe de GR wordt aangepast. Gezien de aard van de verdeelsleutels zal de verdeling van de bijdragen wijzigen als de verhouding in inwoneraantallen of in aantallen meldingen wijzigt.