Vraag en antwoord P&C - Financiële jaarstukken 2024
Tekst van het document
Financiële jaarstukken 2024 Datum vraag
Fractie(s)
Vraag en antwoord
22-042025
ONS Belang
Vraag 1: Hoe beoordeelt het college zelf de kwaliteit van de inschattingen in de Winternota 2024, gezien de uiteindelijke afwijking van €4,2 miljoen ten opzichte van de jaarrekening? Antwoord 1: In de Raadsinformatiebrief van 17 april is het tijdpad toegelicht dat gevolgd wordt bij de verschillende rapportages. Zoals gemeld is de Winternota opgesteld in oktober met de kennis van dat moment. Vraag 2: Op welke onderdelen van de begroting 2024 (bijvoorbeeld sociaal domein, omgevingswet, onderhoud) heeft het college achteraf bezien de grootste inschattingsfouten geconstateerd? Antwoord 2: Zoals aangegeven in de RIB zijn de afwijkingen ontstaan ná het opmaken van de Winternota. Op pagina 143 van de Jaarrekening zijn de afwijkingen per programma duidelijk weergegeven. Hieruit blijkt dat op programma 5 de afwijking per saldo het grootst is (niet bij Wmo en jeugd). Voor gedetailleerde informatie over de afwijkingen van programma 5 verwijzen wij naar pagina 52 van de jaarrekening. Overigens wordt onder het kopje “Jaarverslag – Programmaverantwoording (pagina 12) – Programma – Financiën” onder “Verantwoording producten” de afwijkingen op elk programma gedetailleerd toegelicht. Vraag 3: In hoeverre waren signalen van onderbesteding of meevallers al zichtbaar bij het opstellen van de Winternota? En waarom zijn deze niet verwerkt in de toenmalige prognose?
Antwoord 3: Zie toelichting in de Raadsinformatiebrief. Vraag 4: Kan het college aangeven welke gegevens en analyses gebruikt worden bij het opstellen van begrotingsramingen en hoe actueel deze zijn op het moment van vaststelling? Antwoord 4: Bij het opstellen van ramingen worden de op dat moment meest actuele gegevens gebruikt. Hier is sprake van maatwerk per raming. In het onderdeel Kaders en uitgangspunten van de Kadernota wordt de werkwijze toegelicht. Vervolgens worden de ramingen daar waar nodig bijgesteld in de tussentijdse rapportages zoals bijvoorbeeld de winter- voorjaars- en najaarsnota. Naast deze bijstelmomenten kan een afzonderlijk raadsvoorstel ook een wijziging van de ramingen veroorzaken. Deze wijzigingen van de ramingen worden dan via een aparte begrotingswijziging in diezelfde raad vastgesteld. Vraag 5: Wordt er in het begrotingsproces structureel geëvalueerd op de verschillen tussen begroting en realisatie, en zo ja: welke verbetermaatregelen zijn hieruit voortgekomen Antwoord 5: Zie het antwoord op vraag 1 en 4. Voor 2024 was het opstellen van de Najaarsnota een verbetermaatregel in de informatievoorziening. Programma 1 - Bestuur 06-052025
CDA
Vraag 1: Pensioen wethouders en gewezen wethouders: Hoe kan het € 514k hoger zijn dan begroot? Dit is een balans positie die jaarlijks wordt bijgesteld en het verschil jaar op jaar zou niet zo groot moeten zijn.
Antwoord 1: Er zijn meerdere factoren: - Berekening is een actuariële berekening die na afloop boekjaar gemaakt wordt obv de actuele rekenrente. Deze fluctueert jaarlijks en is moeilijk te ramen. De berekening wordt opgesteld door een gespecialiseerde externe partij en vindt niet tussentijds plaats vanwege de kosten die hiermee gepaard. - De voorziening van een aantal gepensioneerde wethouders was gebaseerd op een actuariële berekeningen ten tijde van de pensioendatum en werden niet actuarieel bijgesteld. Op instructie van de accountant is hiervoor nu een actualisatie gedaan en hierdoor moest extra gedoteerd worden. Vraag 2: Overhead: hoe kan het zijn dat tijdens het opstellen van de winternota niet bekend was dat er €102k aan opleidingskosten minder zal worden uitgegeven, dit zijn geen plotselinge uitgaven, deze moeten gepland worden en ingeschreven worden bij opleidingen. Antwoord 2: Eind 2024 zijn functioneel beheerders in dienst gekomen, waardoor de verwachting was dat dit budget nog op zou gaan. Daarom is dit in de winternota niet bijgesteld. Dit budget is echter nog wel nodig in 2025 en schuift via de budgetoverheveling door naar 2025. Vraag 3: UWV subsidies: hoe kunnen de vangnetsubsidies een verrassing zijn die niet te voorzien zijn in de winternota? Antwoord 3: De gemeente raamt de personele lasten op basis van een uitgebreid formatiemodel.
Hierbij wordt in de regel géén rekening gehouden met incidentele dekkingen, omdat het uitgangspunt is dat deze dekkingen ook worden vervangen met inzet van externen of uitbreiden van bestaande mensen. Dit is de voorzichtige benadering. Bij het doorrekenen van de bijstelling voor personele inzet die vorig jaar in de winternota is doorgevoerd, zijn deze posten ten onrechte niet meegenomen. De bijstelling had dus iets lager kunnen uitvallen. Daarnaast bleken bij het opstellen van de SiSa verantwoordingen nog extra doorbelast te kunnen worden aan subsidiegelden dan waarmee rekening was gehouden in de begroting.
Programma 1 – Bestuur 06-052025
CDA
Vraag 1: Blz 72: Solvabiliteit naar 38,1%, dit is een daling ten opzichte van 2023 maar significant beter dan de begroting van 2024 —> is dit een aanpassing van de meerjaren prognose of gelabeled als incidenteel? Antwoord 1: Incidenteel. Er zijn minder leningen aangetrokken dan vooraf beoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er minder is uitgegeven dan was begroot voor de investeringen en kredieten. Vraag 2: Blz. 82: Nieuwe leningen: ik zie geen nieuwe leningen in 2025-2027 —> is dit overeenkomstig de verwachtingen? Zijn we daar liquide genoeg voor? Antwoord 2: In de jaarrekening wordt alleen het verloop van bestaande leningen getoond. In de begroting worden nieuwe leningen meegenomen. De verwachting is dat we de komende jaren nieuwe langlopende leningen moeten aantrekken om alle beoogde plannen te financieren. Vraag 3: Blz. 136: Reparatie 3e jaar WW —> is dit gedaan buiten de CAO om, waarom doen we dit? De landelijke trend van aanpassing naar beneden is een positieve ontwikkeling, waarom afwijken? Antwoord 3: Nee dit is niet gedaan buiten de CAO om. Tot en met 2023 werd een inhouding bij medewerkers gedaan en in een voorziening gestopt. Deze inhouding is in 2024 uit de CAO geschrapt, waardoor de bestaande voorziening niet muteert. Mocht dit in de toekomst wijzigen, dan moet er weer worden gedoteerd. Mocht het in de CAO zo blijven, dan kan worden overwogen om de
voorziening te laten vervallen. Betekent wel dat op het moment dat er aanspraak gemaakt wordt op de regeling, er geen voorziening meer is om dit uit te dekken er dan elders dekking moet worden gezocht. Programma 2 Publiek, veiligheid en juridische zaken 06-052025
CDA
Vraag 1: Burgerzaken: is de paspoortpiek een incidentele additionele bate of structureel? Antwoord 2: Die start in 2024 en duurt naar verwachting 5 jaar, dus tot en met 2028. Inwoners die een nieuw reisdocument nodig hadden zijn hierover ook actief aangeschreven, om de drukte te spreiden.
Programma 3 - Ruimtelijke ontwikkeling 06-052025
CDA
Vraag 1: Toerisme: inhuur toilet medewerkers, hoezo is dit onverwachts en niet voorzien in de winternota? Antwoord 1: Antwoord volgt in vraag en antwoord wegingstafel. Vanuit programma 3 werd verondersteld dat deze verantwoordelijkheid bij programma 4 lag. Hierdoor is de post tijdelijk tussen beide programma’s in beland. Hoewel dit een eenmalige miscommunicatie betrof, heeft het financiële team dit snel opgespoord en geanalyseerd zodra het aan het licht kwam, maar dit was te laat om te corrigeren in de winternota. De overschrijding was bovendien niet voorzien, aangezien er geen signalen waren die wezen op een verhoogd gebruik van de toiletvoorzieningen. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn hogere bezoekersaantallen of aangescherpte hygiëne-eisen, die vooraf niet zijn gecommuniceerd. Dit heeft een tijdige bijsturing bemoeilijkt. Op dit moment is de situatie volledig in kaart gebracht en wordt er actief gestuurd op deze post. Daarnaast wordt onderzocht of een vaste inzet van medewerkers op de toiletvoorzieningen mogelijk is, om toekomstige overschrijdingen proactief te voorkomen en de kosten structureel beter te beheersen. Vraag 2: Omgevingsvergunningen: Hoe kan dit? Hoe kan er een positief saldo van €298k ontstaan als verassing ten opzichte van de winternota. Er moet toch een aanvragen pijplijn zijn waarop een kans op afronding kan worden geraamd?
Antwoord 2: In de maanden oktober t/m december zijn een aantal omvangrijke aanvragen binnengekomen, die nog niet in beeld waren toen de winternota werd opgemaakt. Bij extrapolatie van de opbrengsten, wordt uitgegaan van het gemiddelde van de maanden eraan voorafgaand. Uitschieters van grote aanvragen zorgen dan voor een hogere bate dan geraamd. Vraag 3: Daarnaast, is dit een incident of een structurele groei die ook in de voorjaarsnota kan worden teruggevonden? Antwoord 3: Het is moeilijk om te voorspellen wat er binnenkomt aan aanvragen. Hierbij wordt uitgegaan van gemiddelden uit afgelopen jaren. Dit karakter is daarom eerder incidenteel te bestempelen. Vraag 4: Grond: Waarom is er geen raming voor winstneming opgenomen? Antwoord 4: Dit had in de najaarsnota geraamd kunnen worden op basis van de verwachtingen bij de jaarrekening voorgaand jaar. Vraag 5: Waar moeten we aan denken bij niet verhaalde kosten en waarom is er hiervoor nog een voorziening opgenomen? Antwoord 5: De grondexploitatie wordt afgesloten. Omdat er nog wat kosten in de afronding verwacht worden, wordt dit aan de creditzijde als een schuldpositie onder de voorzieningen verantwoord. Hiermee wordt eigenlijk aangegeven dat de exacte tijdstip en omvang niet zeker genoeg zijn. Programma 4 - Ruimtelijk Beheer 06-052025
CDA
Vraag 1: Wegen Leges €323k —> samenwerking glasvezel —> iets meer duiding en uitleg graag, waar moet ik hier aan denken?
Antwoord 1: De opbrengst betreft een vergoeding voor “degeneratiekosten”. Als aanbieders van telecom of andere partijen zoals Liander onze straten openbreken, ontvangt de gemeente hiervoor een vergoeding. Bij de oprichting van de Joint Venture tbv de aanleg van glasdraad, is een vaste degeneratievergoeding afgesproken, waarmee rekening was gehouden in de raming. Naast deze raming zijn echter ook nog gelden ontvangen van andere partijen waar geen rekening was gehouden in de raming. Vraag 2: Bruggen: €113k Is dit structureel of incidenteel? Per saldo klein en groot onderhoud structureel te hoog? Opgenomen in de voorjaarsnota? Antwoord 2: Bij bruggen lag de focus dit jaar op vervanging en groot onderhoud, waardoor klein onderhoud lager is uitgevallen. Klein onderhoud betreft kleine reparaties, inspecties, of jaarlijks terugkerend onderhoud. Dit is een jaarlijks gelijk budget dat voortvloeit uit het onderhoudsplan. De uitvoering kan hiervan afwijken, vooral omdat er nu extra kritisch wordt gekeken wat echt noodzakelijk is. Omdat het onderhoudsplan net was vastgesteld was het aantal inspecties in 2024 wat lager dan normaal.
We verwachten dit geld in komende jaren gewoon nodig te hebben Vraag 3: Reclame abris: €30k structureel of incidenteel? Waterhuishouding: €118k Is dit structureel of incidenteel? Per saldo klein en groot onderhoud structureel te hoog? Opgenomen in de voorjaarsnota? Antwoord 3: Reclame abri’s is lastig te zeggen. Dit kan jaarlijks flucteren. We gaan uit van 100k in de begroting en voorzichtigheidshalve lijkt dit ook verstandig om tegenvallers weer te voorkomen. Daarnaast zat er ook een afrekening bij uit eerdere jaren. In 2025 worden ook weer wat inkomsten misgelopen omdat een aantal bushokjes van de Julianaweg tijdelijk buiten gebruik zijn. Bij schoeiingen lag de focus dit jaar op vervanging en uitvoering van groot onderhoud, waardoor klein onderhoud lager is uitgevallen. Klein onderhoud betreft kleine reparaties, inspecties, of jaarlijks terugkerend onderhoud. Dit is een jaarlijks gelijk budget dat voortvloeit uit het onderhoudsplan. De uitvoering kan hiervan afwijken, vooral omdat er nu extra kritisch wordt gekeken wat echt noodzakelijk is.
Omdat het onderhoudsplan net was vastgesteld was het aantal inspecties in 2024 wat lager dan normaal. We verwachten dit geld in komende jaren gewoon nodig te hebben Vraag 4: Riool: €177k: Hoe kan de afwijking ten opzichte van de begroting bij zowel de baten als de lasten zoveel afwijken van de begroting? Is hier een relatie of had het ook goed de andere kant op kunnen gaan. Antwoord 4: Dit heeft een administratieve oorzaak. De “onttrekking” aan de voorziening riolering was geraamd als een negatieve last, terwijl dit als baat moet worden geboekt conform BBV. Overigens door technische oorzaak in het U4 pakket na de implementatie, dit is na afloop van het boekjaar opgelost. In de realisatie is dit op de juiste manier geboekt, waardoor er in de analyse een grote afwijking ontstaat op baten en lasten afzonderlijk. Maar deze moeten dus eigenlijk in gezamenlijkheid worden beschouwd. Vraag 5: Baggeren: Structureel of incidenteel? Antwoord 5: Baggeren: we denken deels structureel. Ivm overdracht wateren aan HHNK verwachten wij dat hier minder geld nodig zal zijn in de toekomst. Het baggerplan wordt momenteel geactualiseerd. In 2025 wordt een begrotingswijziging doorgevoerd. Maar hiervoor komt in 2025 een begrotingswijziging. Programma 5 - Sociaal Domein 06-052025
CDA
Vraag 1: Hoe kan het dat we verrast worden door uitkeringen door het rijk? Is dit laat besloten of missen we details? Antwoord 1:
Extra inkomsten B2 betreft gedupeerde toeslagenproblematiek. Dit is tussentijds niet goed inzichtelijk. De kosten die we mogen opvoeren worden bij het opstellen van de jaarrekening (achteraf) opgehaald uit het pakket iSamenleving (en niet uit het het financiële pakket). Vraag 2: WMO: €58k hogere opbrengsten —> Hoe kan dit zoveel afwijken bij een bijdrage van €20,00 per bijdrage per maand? Antwoord 2: Eigen bijdrage is toegenomen in euro en daarnaast meer voorzieningen verstrekt .oor vervoersvoorzieningen wordt de eigen bijdrage sinds 2024 apart geboekt, terwijl het voorheen gesaldeerd werd opgenomen met de kosten. NB: De raming voor de eigen bijdrage 2024 was gebaseerd op het rekeningcijfer 2023. Vraag 3: Sport accommodaties: €350k minder doordat er minder onderhoud nodig is icm meer middelen en btw correctie —> is dit structureel en zit het opgenomen in de voorjaarsnota? Antwoord 3: De bedragen in de exploitatie zijn gebaseerd op onderliggende onderhoudsplannen en onderhoudscontracten. In de uitvoering wordt heel scherp gekeken naar wat noodzakelijk is en wat niet, ook in verband met de bezuinigingen. Vraag 4: Werkplus: structureel of incidenteel? Antwoord 4: Bij het opstellen van de begroting 2025 zijn de ramingen al structureel verlaagd.
Vraag 5: Beschikking BUIG: is dit een verrassing? Wat gebeurt er bij het omgekeerde of wordt er conservatief begroot? Antwoord 5: Extra inkomsten BUIG waren in de winternota goed bij geraamd, maar de kosten waren ook 1 op 1 bij geraamd. De kosten waren in 2024 lager dan de ontvangen BUIG middelen. Dit geeft een voordeel in de begroting (financiële prikkel). Wanneer de kosten hoger zijn dan de ontvangen middelen moet de gemeente deze kosten uit eigen middelen aanvullen. Dit geeft een nadeel in de begroting. Programma 6 - Financiën 06-052025
CDA
Vraag 1: Algemene uitkering: €409k is dit een conservatieve begroting of een echte verassing? Antwoord 1: Dit is niet te voorzien. De gevolgen van de decembercirculaire kunnen niet worden verwerkt in de begroting. Daarnaast ontvangen wij in januari altijd nog een bijstelling die in de jaarrekening wordt verwerkt. Dit kan voordelig of nadelig uitvallen. In dit geval is dit voordelig uitgevallen. In de winternota had wel een deel van de extra inkomsten geraamd kunnen worden, maar dit wordt dan voorzichtigheidshalve achterwege gelaten, omdat je niet weet wat er in januari gebeurt. In dit geval was het dus voordelig. Vraag 2: Beheer panden: Is dit structureel of incidenteel? Opgenomen in voorjaarsnota? Antwoord 2: Incidenteel. De budgetten vloeien voort uit onderliggende onderhoudsplannen. We zijn in de uitvoering echter zeer kritisch, omdat voor vastgoed een hoop speelt omtrent wat wel en niet moet worden behouden en op welk kwaliteitsniveau etc. In afwachting van besluitvorming ontstaan daarom achterstanden of wordt besloten zaken (nog) niet te laten uitvoeren. Vraag 3: Voorziening dubieuze debiteuren: Is de interne regelgeving ter bepaling van de voorziening te rigide? Met name omdat er zoveel kan vrijvallen.
Antwoord 3: Neen, we hebben een aantal betalingsregelingen kunnen treffen met grotere partijen. Daarnaast is het proces omtrent invordering strakker ingeregeld waardoor er beter betaald wordt.