Vraag en antwoord omgevingsvisie.docx
Tekst van het document
Concept-Omgevingsvisie - deel 1 en deel 2 Datum
Fractie(s)
Vraag
GroenLinks
In het voorstel lezen we de volgende zin: “Fase 4 wordt
Antwoord
vraag 17-012022
samen met de formele inspraakprocedure in fase 5 ingevoegd.” Vraag 1: Betekent dit dat Fase 4 wordt vervangen door een inspraakprocedure met zienswijzen?
Antwoord 1: Nee.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Zo nee, kunt u dan uitleggen wat met deze zin wordt
Dit betekent dat de tweede particpatieronde (de eerste was
bedoeld? In paragraaf 2.2. (‘Grote vraagstukken’) van de concept-Omgevingsvisie staat: “Absoluut en relatief gezien is de vergrijzing hoog. In Edam-Volendam is de huishoudensgroei hierdoor de komende jaren groter dan de bevolkingsgroei” Vraag 3: Kunt u uitleggen hoe de vergrijzing ervoor zorgt dat deze twee kengetallen uiteenlopen? Verder lezen we: ‘’Op bedrijventerrein Julianaweg zijn vragen uit de markt voor de realisatie van woningbouw, maar ambitieuze ondernemers hebben geen ruimte om te groeien’’
vooruitlopend op het concept), parallel loopt met de formele procedure. Dit is geen probleem omdat een inspraak ronde na twee particpatierondes neerkomt op het herhalen van dezelfde input en reacties. Antwoord 3: Mede door de vergrijzing wordt de gemiddelde huishoudensgrootte per woning lager. Met andere woorden we wonen gemiddeld met minder personen in een huis. Bij een kleiner huishouden verdwijnt niet de behoefte aan een woning. Zonder bevolkingsgroei, zou de huishoudingbehoefte dus ook groeien als gevolg van vergrijzing en vermindering van aantal
mensen in een huishouden. Het aantal huishoudens groeit daarom harder dan dat je op basis van de bevolkingsgroei zou kunnen aannemen.
Vraag 4: Kunnen wij meer informatie krijgen over deze ‘vragen uit de markt’, zoals het aantal verzoeken en de aard hiervan?
Antwoord 4: In de structuurvisie Edam-Volendam van 2009 wordt op pagina 35 en in bijlage 2 gesproken over initiatieven op industriegebied Julianaweg en langs het Noordeinde. In de afgelopen collegeperiode zijn diverse percelen in dit gebied door initiatiefnemers (wederom) ter sprake gebracht, met een transformatie naar wonen als doel.
Vraag 5: Hoe beoordeelt de gemeente deze vragen uit de markt zolang er nog geen visie of plan ligt voor de omvorming van het bedrijventerrein?
Antwoord 5: Het toestaan van woningen op indrustriegebied Julianaweg kan belemmerend zijn voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven. In de bestaande situatie werken daarom op dit moment, waarin geen alternatief is voor die betreffende bedrijven om de bedrijfsvoering op een andere plek in onze gemeente voort te zetten, niet mee aan de ontwikkeling van woningbouwplannen dit zou kunnen leiden tot planschade, minder werkgelegenheid en economisch schade. Wel wijzen wij geïnteresseerden op het feit dat gewerkt wordt aan een masterplan voor transformatie en bepleiten we geduld bij de betreffende geïnteresseerden, om de besluitvorming af te wachten.
Vraag 6:
Antwoord 6:
Welke middelen gebruikt de gemeente in de tussentijd om te
Het bestemmingsplan bepaalt grotendeels de ruimtelijke
voorkomen dat er ontwikkelingen plaatsvinden op het
mogelijkheden binnen het gebied. Daarbij gaat het niet alleen
industrieterrein aan de Julianaweg die de omvorming naar
om de bestemming of de mogelijkheden tot het realiseren van
een woongebied voor langere tijd onmogelijk kunnen maken?
gebouwen, maar ook om bijvoorbeeld milieucategorieën,
Bladzijde 31 begint met een stukje over biodiversiteit. Hier
parkeernormen en vooral ruimte voor verkeersbewegingen op
lezen we dat de biodiversiteit in 2016 met 85% is afgenomen
de hoofdinfrastructuur. Ontwikkelmogelijkheden zijn door de
sinds 1700. In de komende veertig jaar neemt dit
verschillende kaders beperkt. Zie verder antwoord vijf.
waarschijnlijk met nog 10% af. Dat zijn twee schokkende feiten, die meteen zouden moeten aanzetten tot actie. In de hoofdstukken ‘Zorg voor water en land’ en ‘Klaar voor transitie’ worden een beperkt aantal acties en maatregelen genoemd om de biodiversiteit te verbeteren. Vraag 7: Waarom wordt er in deze concept-Omgevingsvisie niet meer aandacht aan dit onderwerp besteedt, gezien de enorme historische én verwachte achteruitgang van onze biodiversiteit? Vraag 8: Denkt u dat de genoemde acties en maatregelen voldoende zijn om de biodiversiteit binnen onze gemeente te versterken of op zijn minst verdere achteruitgang te voorkomen? Op bladzijde 32 staat dat de ontwerp-NOVI samen met het
Antwoord 7: De concept omgevingsvisie is op dit punt hoofdzakelijk gebaseerd op het onlangs door de raad vastgestelde groenbeleid. Aanvullend daarop wordt ook voor bebouwing beleid voorgesteld. Antwoord 8: De achteruitgang van biodiversiteit is een breder probleem dat onze gemeentegrenzen overstijgt. De Omgevingsvisie draait om samenhang en integrale afweging van prioriteiten. Dit is niet de plaats voor uitputtende, concrete acties en maatregelen.
Milieueffectenrapport NOVI op 20 augustus 2019 tot 30 september 2019 ter inzage heeft gelegen. Vraag 9: Heeft onze gemeente individueel of in een collectief (bijvoorbeeld als regio) een zienswijze ingediend op deze twee documenten? Vraag 10: Zo ja, kunt u ons deze zienswijze(n) toesturen? Op bladzijde 45 staat dat de gemeente uitbreiding van het aantal woonboten wil tegengaan. Vraag 11: Waar is deze keuze op gebaseerd? Verder op dezelfde bladzijde staat dat de openbare ruimte ‘eenduidig, karakteristiek en toegankelijk’ ingericht zal worden. Een opwaardering van oude kerngebieden moet de belevingswaarde, het karakter, de cultuurhistorische waarde en de verblijfskwaliteit vergroten. Vraag 12: Betekent ‘eenduidig’ hier dat de huidige verschillen tussen de stijl en inrichting van de oudere buurten verdwijnen of worden geminimaliseerd?
Antwoord 9: Nee.
Antwoord 10: Zie het antwoord bij vraag 9. Antwoord 11: Dit betreft bestaand beleid. We vinden het van belang om de beleving van water in onze openbare ruimte te verbeteren. In het HIOR en de visie Edam Vitaal komt dit onder andere naar voren. Een openbaar toegankelijke waterkant is daarbij gewenst, waarbij de huidige situatie minstens wordt vastgehouden. Overigens wordt de legalisatie van woonboten in de Purmer ringvaart in deze context niet gezien als uitbreiding. Antwoord 12: Op basis van bestaand beleid in het HIOR streven we naar meer eenduidigheid in materialisering (betontegels en betonstenen zullen na verloop van tijd bijvoorbeeld plaats maken voor
gebakken klinkers, zoals dat ook op het Zuideinde en het Dril Vraag 13:
onlangs is gebeurd). Binnen het beleid van het HIOR hebben gebieden en straten een beschreven typering.
Zo ja, hoe verhoudt dit zich met het vergroten van ‘het karakter’ van onze buurten? Op bladzijde 47 staat: ‘’ We ondersteunen in ons ruimtelijk beleid mantelzorg, vrijwilligerswerk en werk voor mensen met een afstand tot de
Antwoord 13: Zie het antwoord bij vraag 12.
arbeidsmarkt’’ Vraag 14: Kunt u een voorbeeld geven van hoe dit er in de praktijk
Antwoord 14:
uitziet? In de paragraaf ‘Klaar voor transitie’ worden een
De Omgevingsvisie zal zijn uitwerking krijgen in programma’s
aantal mooie voornemens en ambities benoemd die goed aansluiten bij de visie van GroenLinks. Wat opvalt is het ontbreken van een concrete en ‘harde’ ambitie op het gebied van energieneutraliteit. Dit staat in sterk contrast met de scherp geformuleerde ambities in de rest van het stuk, die soms ook als ‘stip op de horizon’ zijn bedoeld. Een voorbeeld van een dergelijke ‘stip op de horizon’-ambitie is het terugbrengen van de reistijd tussen onze gemeente en Amsterdam tot 10 minuten vóór het jaar 2040 (pagina 50). Vraag 15: Waarom is er niet gekozen voor een concrete lokale ambitie over energieneutraliteit?
en/of het omgevingsplan. Het kan daarin op verschillende manieren tot uiting komen. Denk daarbij aan planologische ruimte tot het realiseren van sociaal-maatschappelijke functies of mantelzorgwoningen in het omgevingsplan. U kunt bijvoorbeeld denken aan de realisatie van de Scheepswerf of het CuliCafe. Antwoord 15: De Omgevingsvisie draait om samenhang en integrale afweging van prioriteiten. Dit is niet de plaats voor uitputtende, concrete acties en maatregelen. Waar u die wel vindt, komen deze veelal uit bestaande beleidsnotities, zoals in het door u genoemde geval de Economische Visie. Een concrete, lokale ambitie inzake energieneutraliteit kan worden
opgenomen en uitgewerkt in de nieuwe Duurzaamheidsagenda bijvoorbeeld. Vraag 16: Hoe beoordeelt u de stelling dat het formuleren van een
Antwoord 16:
scherpe ambitie kan leiden tot het versnellen van
Een scherpe ambitie kan leiden tot versnelling, mits niet te ver
ontwikkelingen, zelfs als de ambitie uiteindelijk maar deels
voor de troepen vooruitgelopen wordt. Als dat gebeurt, werkt
gehaald wordt? Bij in Afwegingskader (op bladzijde 66)
het averechts.
wordt aangegeven dat belangen binnen de leefomgeving soms recht tegenover elkaar staan. Dit vergt een “zorgvuldige afweging” en het maken van “politieke keuzes”. In de paragraaf Sturingsfilosofie staat dat “samenwerkend” het leidend principe is voor het optreden van de gemeente. Vraag 17: Zijn deze twee principes niet met elkaar in strijd?
Antwoord 17: Door samenwerking en dialoog zullen we zoveel mogelijk tegengestelde belangen verenigd kunnen worden, of kunnen leiden tot acceptabele compromissen. Desondanks zullen er ook situaties zich blijven voordoen, waarin een keuze noodzakelijk is. Het is daarmee niet tegenstrijdig, maar anticipeert op verschillende situaties.