Vraag en antwoord inwonersparticipatie KSD
Tekst van het document
13 februari 2025 16:55
Vraag en antwoord participatie/KSD Veld
Waarde
Datum raadsplein
13-2-2025
Onderwerp
Participatie KSD
Fractie(s)
LEV
Datum vraag
10-2-2025
Vraag
1. Waarom kiest het college ervoor om een goed functionerend en breed gedragen adviesorgaan als de Koepel Sociaal Domein (KSD) en de onderliggende adviesraden op te heffen, terwijl de wet versterking participatie juist vraagt om meer en betere vormen van inwonersparticipatie? 2. Hoe waarborgt het college dat kwetsbare groepen in het Sociaal Domein, die zich vaak niet spontaan melden, wel een volwaardige stem krijgen in het nieuwe model van cliëntenpanels? Zijn er voorbeelden waar dit succesvol is gebleken? 3. Is het college zich ervan bewust dat door het opheffen van de adviesraden de democratische controle en representativiteit sterk verminderd wordt? Hoe wordt voorkomen dat directe participatie slechts de mondige en beter geïnformeerde inwoners bereikt? 4. Waarom wordt de mogelijkheid tot het indienen van ongevraagde adviezen vervangen door vrijblijvende ‘informele dialogen’? Is het college zich bewust dat dit leidt tot een verzwakking van de formele inspraakmogelijkheden? Vervolg vraag5. Hoe denkt het college dat een adviseur inwonersparticipatie van 0,25 fte de kennis en ervaring van 70-80 actieve leden van de KSD kan vervangen? Hoe wordt voorkomen dat waardevolle expertise uit de samenleving verloren gaat? 6.
De gemeente heeft in haar eigen participatiebeleid uit 2020 aangegeven dat deskundige organisaties en collectieve kennis de voorkeur verdienen bij complexe beleidsvraagstukken. Waarom wordt hier nu van afgeweken? 7. Waarom wordt het voorgestelde hybride model van de KSD, waarin directe participatie wordt gecombineerd met expertise van adviesraden, niet serieus overwogen? Is het college bereid dit model nader te onderzoeken? 8. Hoe ziet het college de samenwerking met regionale netwerken, dorpsraden en zorgorganisaties onder het nieuwe model? Wordt deze samenwerking versterkt of juist beperkt?
13 februari 2025 16:55
9. Gelet op de dubbele vergrijzing, het tekort aan zorgpersoneel en de verwachte halvering van het aantal mantelzorgers in de komende decennia, lijkt het behoud van een breed gedragen participatiemodel essentieel. Hoe ziet het college de rol van inwoners in het vormgeven van deze toekomst? 10. Hoe waarborgt het college de onafhankelijkheid van cliëntenpanels, zodat hun adviezen niet louter gestuurd worden door het gemeentelijk apparaat zelf? 11. Kan het college garanderen dat het nieuwe participatiemodel daadwerkelijk zal leiden tot een inclusiever, representatiever en kwalitatief beter participatieproces dan wat de KSD en adviesraden nu bieden? Zo ja, op basis waarvan? Antwoord
Antwoord 1. Het college heft de Koepel Social Domein (KSD) niet op. Dat kan het college ook niet omdat het een zelfstandige rechtspersoon is. De KSD heeft overigens zelf ook aangegeven te blijven bestaan. Het college stopt met formele advisering via de KSD. Daar zijn drie redenen voor: 1.In de huidige adviesraden zitten nauwelijks of geen inwoners die daadwerkelijk gebruik maken van een van de sociaal domeinwetten. Dat is niet wat de wetgever heeft beoogd; 2.We willen advisering en belangenbehartiging duidelijker van elkaar scheiden zodat er sprake is van een gelijk speelveld; 3.We willen en moeten als gemeente meer direct met inwoners in gesprek over de vraag wat zij zelf en samen kunnen doen. Deze drie redenen staan uitgebreid toegelicht in paragraaf 5.3 (pag. 16-17) van het beleidsvoorstel. Antwoord 2. De cliëntpanels zullen, zeker in het begin, uitsluitend bestaan uit mensen die gebruik maken van de vier sociaal domeinwetten. Alle mensen die van deze wetten gebruik maken zijn bij ons bekend. Wij kunnen hen direct informeren over de mogelijkheid om zitting te nemen in het cliëntpanel van de wet waar zij gebruik van maken. Dat kan schriftelijk, en mondeling als mensen voor een gesprek op het gemeentehuis zijn. Antwoord 3. Democratische controle is geen taak van de Koepel Sociaal Domein (KSD) en de onderliggende adviesraden.
De democratische controle is belegd bij de gemeenteraad. Het college zit doorgaans aan tafel met het achtkoppige bestuur van de KSD. Het college heeft geen zicht op de vraag hoe representatief de KSD en de onderliggende adviesraden zijn. Wanneer het college direct met inwoners in gesprek gaat, heeft het daar wel zicht op. Als het college van mening is dat het een bredere Pagina 2
13 februari 2025 16:55
en meer representatieve groep inwoners moet bevragen om een goed beeld te krijgen van een bepaald onderwerp, heeft het daartoe verschillende mogelijkheden, waaronder het opzoeken van de groep waar het om gaat, al of niet via sleutelfiguren, en het doen van oproepen via lokale media. Dan de vraag: "Hoe wordt voorkomen dat directe participatie slechts de mondige en beter geïnformeerde inwoners bereikt?" In de huidige situatie worden uitsluitend 'mondige en beter geïnformeerde inwoners' bereikt, namelijk de leden van de KSD. Het antwoord is dan ook: door met een bredere groep inwoners in gesprek te gaan, en meer direct met mensen in gesprek te gaan in plaats van (alleen) indirect via vertegenwoordigers. Antwoord 4. Het college stelt voor om te stoppen met formele advisering. Zowel gevraagde als ongevraagde. Het acht informele dialogen een uitstekend alternatief, juist omdat het college zo meer direct met de inwoners in gesprek gaat (met hen) in plaats indirect (over hen) en met een bredere groep inwoners dan alleen de leden van de huidige KSD en de onderliggende adviesraden. Antwoord 5. Uit de vraag: 'Hoe denkt het college dat een adviseur inwonersparticipatie van 0,25 fte de kennis en ervaring van 70-80 actieve leden van de KSD kan vervangen?' spreekt een misverstand.
De beoogde taak van de adviseur inwonersparticipatie is om het ambtelijke apparaat te ondersteunen bij het voorbereiden van inwonersparticipatie, en het begeleiden en bewaken van de implementatie van het nieuwe beleid. Dat is een andere taak dan die van de KSD. De KSD heeft als hoofdtaak om gevraagd en ongevraagd te adviseren over het sociaal domein. Daarvoor in de plaats komt een meer directe en informele dialoog met een inwoners. Verder heeft de KSD als taak het bieden van medezeggenschap aan mensen die gebruik maken van de sociaal domeinwetten. Dat laatste beleggen we bij nieuw op te richten cliëntpanels. Uit vraag 5 spreekt mogelijk nog een tweede misverstand: dat het college geen gebruik meer wil maken van de kennis en expertise van de leden van de KSD en de onderliggende adviesraden. Dat is onjuist. Het college stelt voor om twee zaken te wijzigen: * Ten eerste de vorm van het gesprek. Die wijzigt van formele advisering naar een meer directe en informele dialoog. * Ten tweede de groep inwoners waarmee het college dat gesprek voert. Nu zijn dat alleen de leden van de KSD en de onderliggende adviesraden. Straks zijn dat alle inwoners, dus ook de leden van de KSD en de onderliggende adviesraden. Alle inwoners hebben dan
Pagina 3
13 februari 2025 16:55
een gelijke positie aan tafel. Op die wijze beoogt het college alle waardevolle expertise uit de samenleving te benutten. Antwoord 6. Het college houdt bij complexe beleidsvraagstukken nog steeds de optie open om hierover primair in gesprek te gaan met deskundigen en organisaties. Het college zal per onderwerp de afweging maken welke wijze van participatie en welke wijze van het ophalen van behoeften, belangen en andere informatie het beste georganiseerd kan worden. Antwoord 7. Het college ziet een hybride model waarbij adviesraden bestaan naast directe participatie niet als reële optie. Zie het antwoord op vraag 1 voor de redenen waarom het college wil stoppen met formele advisering. Daarbij komen, ten aanzien van het hybride model, nog twee andere bezwaren. In dat model krijgt de ene groep inwoners een andere, formeel veel sterkere rol dan de andere groep inwoners. Een dergelijke fundamentele ongelijkheid is onwenselijk en verwarrend. Ook is het verwarrend, wanneer we straks cliëntpanels oprichten voor de Jeugdwet, Participatiewet, Sociale Werkvoorziening en Wmo, als er daarnaast nog een Jeugdraad, Participatieraad en Wmo-raad als formele gesprekspartner blijft bestaan. Antwoord 8. Het beleidsvoorstel beoogt geen verandering van de wijze waarop het college organisaties betrekt bij het voorbereiden van beleid en projecten. Antwoord 9.
Het college ziet de rol van inwoners bij het vormgeven van oplossingen voor de opgave ten aanzien van de (drie!)dubbele vergrijzing, het tekort aan zorgpersoneel en de verwachte halvering van het aantal mantelzorgers in de komende decennia als zeer groot. De kernvraag is hier: wat kunnen en willen zij zelf en samen organiseren? En wat moet de gemeente organiseren aanvullend daarop, en ter ondersteuning daarvan? Om die vraag te beantwoorden acht het college een directe dialoog met inwoners van groot belang. Het is een goed voorbeeld van een gesprek dat je niet indirect kunt voeren, via bijvoorbeeld een adviesraad. Daarvoor moet je direct om tafel met de mensen om wie het gaat. Antwoord 10. De sociaal domeinwetten bieden waarborgen voor de onafhankelijkheid en het functioneren van de medezeggenschap, zoals de verplichting om de leden goed en tijdig te informeren, en het bieden van voldoende ondersteuning. Het college werkt hier momenteel plannen voor uit. Die krijgen een plaats in een nieuwe Pagina 4
13 februari 2025 16:55
participatieverordening. Het college zal die te zijner tijd aan de gemeenteraad aanbieden. De gemeenteraad heeft een controlerende taak of aan deze waarborgen van onafhankelijkheid wordt voldaan. Antwoord 11. Het college heeft beperkt zicht op de vraag hoe inclusief en representatief de KSD en de onderliggende adviesraden zijn en kan niet garanderen dat de nieuwe situatie inclusiever en representatiever is dan nu. Wel staat het college pal voor inclusieve participatie en voor een goede representatie van de inwoners waar het college mee in gesprek gaat. In de nieuwe situatie biedt het college alle inwoners een gelijk speelveld. Daarnaast is het college ervan overtuigd dat een meer direct gesprek met inwoners tot betere participatie leidt dan een indirect gesprek via een adviesraad.
Pagina 5