Vraag en antwoord Horecabeleid.docx
Tekst van het document
Nota Horeca Datum
Fractie(s)
Vraag
GroenLinks
Van “concept C2” (discotheken, nachtclubs) wordt
Antwoord
vraag 14-052021
gezegd dat die momenteel niet gerealiseerd is in de gemeente (en dat dit zo moet blijven). Vraag 1:
Antwoord 1:
Bij welke categorie wordt de Buhne geschaard? De
De Buhne wordt momenteel geschaard onder categorie C1. Bij categorie C2
paracommerciële horeca wordt gedoogd ten behoeve
zou de overlast tot later in de nacht aanhouden.
van de kas van verenigingen en om subsidie uit te sparen. Vraag 2:
Antwoord 2: Het programma LEF is in het leven geroepen om alcohol te ontmoedigen onder jongeren onder 18 jaar. Ook de paracommerciële instellingen dienen
Hoe verhoudt zich dit tot het alcoholontmoedingsbeleid
zich aan de wet te houden die voorschrijft dat onder de 18 niet mag worden
van het programma LEF? Op bladzijde 41 staat te lezen
gedronken. Daar wordt scherp op toegezien
dat positieve ontwikkelingen van bestaande gelegenheden kunnen worden gestimuleerd door financiële bijdragen. Vraag 3: Waar moeten we dan aan denken?
Antwoord 3: De gemeente heeft in hoofdlijnen drie soorten instrumenten Communicatief, Financieel en (beleids)juridisch. Voor wat betreft het financiële instrumentarium zijn 2 opties: Een financiële tegemoetkoming (in de vorm van subsidie) of een financiële sanctie (boete). Beide zijn middelen om te voldoen aan de in het beleid opgestelde doelstellingen.
14-05-
VVD
2021
Op pagina 37 van het horecabeleid wordt Concept C2 Drankensector zwaar nader toegelicht. Er wordt gemeld dat Concept C2 momenteel niet binnen de gemeentegrenzen aanwezig is. Vanwege de te verwachten overlast is een ontwikkeling op dit gebied niet gewenst. In de tabel op pagina 38 van het horecabeleid wordt echter voor elk deelgebied bij Concept C2 (m.u.v. industriegebieden) 'consolideren' aangegeven. Vraag 1: Waarom wordt niet gekozen voor 'niet gewenst'? Vraag 2: Wat wordt precies bedoeld met de term consolideren in deze situatie?
Antwoord 1: Wanneer een C2 concept wordt aangediend dat zo is uitgedacht dat dit niet tot overlast leidt, geeft dit ruimte aan het college om toch toestemming te verlenen. Antwoord 2: Consolideren is het handhaven van de huidige aantallen, waarbij vermeerdering van aantallen niet wenselijk is ivm mogelijk extra overlast, en vermindering mogelijk leidt tot een minder divers aanbod. Als een initiatief wordt ingediend waarbij de overlast wordt voorkomen én het concept een toevoeging is in het huidige aanbod, kan worden gekozen tóch de mogelijkheid te bieden het concept ruimte te bieden.
10-05-
Volendam|80
Vragen ten aanzien van teksten op pagina’s 17 en 20:
2021 Vraag 1:
Antwoord 1:
Wat verstuurt u precies met de op pagina 17 gesteld
Een dergelijke voorziening heeft geen vergunning nodig vanuit de drank-
opmerking “Mengvormen waarbij de basis detailhandel
en horecawet om operationeel te mogen zijn. Wij denken hierbij
is, maar waar de mogelijkheid bestaat om ter plaatse
bijvoorbeeld aan een viswinkel waar een bakje kibbeling genuttigd kan
gerechten te nuttigen zijn technisch gezien geen
worden.
horeca en dus niet als zodanig af te dwingen?” Antwoord 2A: Vraag 2A: Wat betekend het als er technisch bezien geen sprake is
Een dergelijke voorziening heeft geen vergunning nodig vanuit de dranken horecawet om operationeel te mogen zijn. Wij denken hierbij
van Horeca?
bijvoorbeeld aan een viswinkel waar een bakje kibbeling genuttigd kan
Vraag 2B: Wat heeft dat voor gevolgen?
Antwoord 2B:
worden.
Het gevolg is dat het huidige beleid geen grondslag biedt dergelijke voorzieningen te kunnen weigeren. Vraag 2C:
Antwoord 2C:
Wat wilt u precies wel/niet “als zodanig kunnen
Om wildgroei van dergelijke voorzieningen te voorkomen wil de gemeente
afdwingen?”
meer kunnen sturen op gewenste en niet gewenste initiatieven.
Vraag 3: Waar blijkt dat uit dat mengvormen waarbij de basis
Antwoord 3:
detailhandel is, maar waar de mogelijkheid bestaat om
Uit de drank- en horecawet blijkt dat dergelijke bedrijven technisch gezien
ter plaatse gerechten te nuttigen, technisch gezien geen horeca zou zijn? B. Is het juridisch gezien in alle gevallen dan ook geen horeca? Kan één en ander juridisch gezien wel als zodanig worden ‘afgedwongen’?
geen horeca zijn. Met dit beleid proberen we toch de grondslag te creëren om meer te kunnen sturen op gewenste en niet gewenste initiatieven.
Vraag 4:
Antwoord 4:
Wat bedoelt u precies met de zin dat “deze concepten
Zie antwoord op vraag 4A tot en met 4B2.
niet per se extra gewenst zin?” Vraag 4A:
Antwoord 4A:
Wat verstaat u precies onder “deze” concepten?”
Hierbij kunt u denken aan bijv. concepten waarbij een snelle hap een grote
Vraag 4B1:
Antwoord 4B1:
Wat bedoelt u precies met “niet perse extra gewenst?”
De dijk biedt momenteel voldoende ruimte voor dergelijke concepten. Extra
rol speelt. Denk hierbij aan ijskramen, creperies, snackbarren e.d.
toevoegingen zijn in dat geval niet per sé extra gewenst, maar als er een concept wordt voorgesteld wat het aanbod meer divers kan maken, ofwel kwalitatief hoogstaand is, kan ruimte aan het concept worden gegeven. Vraag 4B2: Leidt een dergelijke zinsnede in juridische zin volgens u niet tot willekeur en rechtsongelijkheid?
Antwoord 4B2: Nee, in het stuk wordt duidelijk aangegeven wat wordt verstaan onder de genoemde concepten. Afwijken van de concepten kan gemotiveerd door het college worden gedaan. De motivatie bevat dan de grondslag om toe te staan.
Vraag 4B3: Hoe wilt u dit inkaderen en handhaven?
Antwoord 4B3: Uitvoering is geen onderdeel van de Nota.
Vraag 4C1:
Antwoord 4C1:
Wanneer onderscheidt een concept waarvoor u open
Vanwege een gebrek aan voorbeelden, kan geen antwoord op deze vraag
staat zich wel/niet precies aantoonbaar van het
worden gegeven. Het gebrek aan voorbeelden is in dit geval ook de reden
bestaande aanbod?
waarom de ruimte juist wordt verzocht. Afwijken van de concepten kan gemotiveerd door het college worden gedaan. De motivatie bevat dan de grondslag om toe te staan. Dit is afhankelijk van het initiatief. We willen ook niet bij voorbaat al invulling geven aan concepten die in de toekomst wellicht populair worden maar niet kunnen worden herkend.
Vraag 4C2: Aan de hand van welke beleidscriteria bepaalt u dat?
Antwoord 4C2: De Nota Horeca is integraal opgesteld met verschillende beleidsdisciplines. Aan de hand van de beleidsuitgangspunten die in de Nota op zijn genomen is het de bedoeling dat we nieuwe initiatieven gaan toetsen. Verdere uitvoering is geen onderdeel van dit beleid.
Vraag 4C3: Leidt het hanteren van een dergelijk zinsnede in Julische zin volgens u niet tot willekeur en rechtsongelijkheid?
Antwoord 4C3: Nee, in het stuk wordt duidelijk aangegeven wat wordt verstaan onder de genoemde concepten. Afwijken van de concepten kan gemotiveerd door het college worden gedaan. De motivatie bevat dan de grondslag om toe te staan.
Vraag 4C4: Hoe wilt u dit inkaderen en handhaven?
Antwoord 4C4: Uitvoering van het beleid is geen onderdeel van dit beleid.
Vraag 4C5:
Antwoord 4C5:
U spreekt in de nota onder meer over het
De APV gaat over de openbare ruimte. Deze raakt het horecabeleid op een
bestemmingsplan maar niet over de APV is de APV hier
aantal vlakken, met name als het gaat om uitstallingen of terrasmeubilair in
dan ook niet van toepassing?
de openbare ruimte.
Vraag 4C6:
Antwoord 4C6:
En welke aanvullende bepalingen/instrumenten stelt u
Uitvoering van het beleid is geen onderdeel van dit beleid. In het
voor om mogelijke gevolgen van blurring tegen te
instrumentarium is geen explicite keuze gemaakt. De ervaring moet leren of
gaan?
er nadere instrumenten aan toegevoegd moeten worden.
Vraag 5:
Antwoord 5:
Hoe verhouden “deze concepten”, waarvoor u
De concepten zijn nieuw in te dienen initiatieven. De Nota is niet bedoeld
openstaat, zich met het tegelijkertijd door u
om de bestaande horeca ter discussie te stellen maar meer om meer
gehanteerde uitgangspunt “Bestaande horeca
mogelijkheden te bieden voor toekomstige ontwikkelingen in de breedste
consolideren?”
zin van het woord.
Vraag 6:
Antwoord 6:
Mengvormen worden volgens u toegestaan in
Winkelgebieden zijn bijvoorbeeld de Julianaweg, de van Baarstraat en de
winkelgebieden. Welke winkelgebieden zijn dat precies?
Stient.
Vraag 7.1: Bent u op de hoogte van het gegeven dat mengvormen in Amsterdam waaronder zogenaamde ijswinkels leidde tot een onoverzichtelijkheid van jewelste waarna het college drastisch moest ingrijpen om uitwassen om die
Antwoord 7.1: Om wildgroei van dergelijke voorzieningen te voorkomen wil de gemeente meer kunnen sturen op gewenste en niet gewenste initiatieven. De Nota Horeca is juist bedoeld om hier wat meer sturing in te geven.
vorm van blurring en onbegrip bij ondernemers te voorkomen?
Antwoord 7.2: Om deze reden zijn juist wel kaders omtrent het toestaan van nieuwe
Vraag 7.2: Op Grond van waarvan gaat u dat in Edam-Volendam voorkomen nu u de deur in feite wagenwijd openzet voor vooraf allerlei niet ingekaderde mengvormen? Vraag 7.3: Is het bestemmingsplan niet gewoon maatgeven en doorslaggevend als het gaat om het toetsen van aanvragen? Vraag 8: Hoe verhoud zich het blurring met de regels in het Bestemmingsplan (ook onder de Omgevingswet).
concepten opgenomen in het stuk. Hier zal in de verdere uitwerking van de Nota nader vorm aan worden gegeven. We willen nieuwe initiatieven die de diversiteit van het aanbod verhogen, stimuleren. De ervaring moet leren of er nadere instrumenten aan toegevoegd moeten worden. Antwoord 7.3: Het bestemmingsplan biedt een onvoldoende grond om de diversiteit te stimuleren. Het gebruik van het bestemmingsplan alleen is te beperkt. Met de Nota Horeca maken we de basis breder én “Omgevingswetproof”. Antwoord 8: De term blurring is niet per definitie opgenomen in het bestemmingsplan. In de uitvoering van de Nota Horeca zal verdere invulling moeten worden gegeven aan blurring met eventuele regels daarvoor in het bestemmingsplan. Uitvoering van het beleid is geen onderdeel van dit beleid. De ervaring moet leren of er nadere sturing/instrumenten aan toegevoegd moeten worden.
Vraag 8A:
Antwoord 8A:
Wat gaat er in juridische zin nu voor: Het toestaan van
Als de Nota Horeca wordt vastgesteld door de Raad zijn er nieuwe kaders
blurring initiatieven door het college of de bepalingen
om aan te toetsen. Het college controleert of nieuwe initiatieven haalbaar
in een door de gemeenteraad vastgesteld
en wenselijk zijn. Dit niet alleen met betrekking tot blurring maar een
bestemmingsplan?
initiatief in de meest breedste zin van het woord. Hierbij worden de kaders van de Raad uiteraard in ogenschouw genomen. Vraag 9: U stelt dat “mengvormen waarbij detailhandel de basis is en horeca-ondersteunend worden niet gestimuleerd.” Vraag 9.A: Wat bedoelt u daar precies mee?
Antwoord 9: Zoals u zegt: dit is een stelling. Antwoord 9.A: Wij achten dat er voldoende mengvormen met ondersteunende horeca op de Dijk aanwezig zijn. Daarom wordt dit op de Dijk niet specifiek gestimuleerd.
Vraag 9.B: Hoe verhoudt dat beleidsuitgangspunt zich met het door u voorgestelde definitie van blurring nu dat ziet
Antwoord 9.B: Een bepaalde vorm van mengvorm is niet wenselijk op de Dijk.
op “zowel horeca gerelateerd als gericht op detailhandel?” Vraag 9.C:
Antwoord 9.C:
En hoe verhoud het zich met het gestelde op pagina 20
Pagina 20 gaat over Centrum Volendam. Er is ruimte voor mengvormen met
waar staat “Nu wordt verandering van het horecaaanbod niet gestimuleerd” en voor Mengvormen is er ruimte?”
een basis van detailhandel.
Vraag 10:
Antwoord 10:
Kunt u in het kader van de duidelijkheid/kenbaarheid
Als we ondernemers gaan voorschrijven welke vormen precies wel en niet
(voorkomen schadeclaims optredende
wenselijk zijn, heeft de markt geen mogelijkheid meer tot het indienen
branchevervaging die moeizaam kan worden
creatieve initiatieven. Deze Nota is met name bedoeld om meer ruimte te
teruggedraaid) niet beter gewoon aangeven wat onder
bieden in het creatief ondernemen. Ervaring gaat ons leren of we hier verder
Blurring wel en niet is toegestaan in samenhang met
richting aan moeten gaan geven. We willen niet bij voorbaat initiatieven
het bestemmingsplan en APB?
door een bestemmingsplan en/of APV afwijzen.
Vraag 10.B:
Antwoord 10B:
Met andere woorden wat verrijkt volgens u nu op
De vraag is niet duidelijk. In algemene zin: nieuwe initiatieven die conform
pagina 20 ook spreekt over verarming en het niet
het beleid worden toegevoegd, kunnen het Centrum verrijken. Hierbij is
wenselijk zijn van verblijfsrecreatie?
toevoeging van een hoofdfunctie van horeca en/of verblijfsrecreatie niet wenselijk.
Vraag 11: Waarom houdt u deze nota niet aan nu er redelijkerwijs
Antwoord 11:
immers geen sprake kan zijn van een integraal
De bestaande Nota Horeca aanscherpen in deze vorm staat volledig los van
samenhangende integrale horecavisie wegens het
de Waterfrontvisie.
ontbreken van een waterfronvisie (Zie pagina 5) Vraag 11.A: Wanneer kan de raad de Waterfrontvisie tegemoet zien? Op de laatste pagina van de visie wordt gezegd dat ‘negatieve ontwikkelingen‘ kunnen worden ontmoedigd door daar financiële sancties tegenover te zetten.
Antwoord 11.A: Voor eind 2021.
Vraag 12:
Antwoord 12:
Kunt u duidelijk uitleggen wat hiermee precies wordt
De gemeente heeft in hoofdlijnen drie soorten instrumenten
bedoeld? ‘Horeca heeft een verkeersaantrekkende
Communicatief, Financieel en (beleids)juridisch. Voor wat betreft het
werking en dient te worden meegenomen in de
financiële instrumentarium zijn er 2 opties: Een financiële tegemoetkoming
afweging bij initiatieven’.
(in de vorm van subsidie) of een financiële sanctie (boete). Beide zijn middelen om te voldoen aan de in het beleid opgestelde doelstellingen.
Vraag 13: Kunnen initiatiefnemers verantwoordelijk worden gehouden voor de toenemende verkeersstroom?
Antwoord 13: Van bepaalde concepten is bekend dat het gepaard gaat met een toenemende verkeersstroom. Op basis daarvan neemt dit niet weg dat een onwenselijke toename van de verkeersstroom zorgt voor overlast. Het is dan aan de gemeente om af te wegen of een gebied een dergelijke verkeersstroom nog aan kan, of dat dit een reden is het initiatief te weigeren. Als de ondernemer komt met een manier om de toegenomen verkeersstroom te voorkomen, kan dit als argument worden gebruikt om
Vraag 13A: Hoe kijkt u aan tegen de oneerlijke concurrentie t.a.v van de ondernemers die al gevestigd zijn? Aan de gewenste concepten worden bepaalde kwaliteitskenmerken toegekend. De gemeente heeft per deelgebied aangegeven welk concept wenselijk is of juist niet.
toch het initiatief toe te staan. Antwoord 13A: Oneerlijke concurrentie houdt in dat je instrumenten toevoegt waarbij de één voordeel heeft en de ander niet. Met deze nota is de intentie juist om hierin een zorgvuldige afweging te maken.
Vraag 14:
Antwoord 14:
Hoe zit het met de concepten die voldoen aan de
Het college beoordeelt ieder initiatief apart op inhoud of deze wenselijk is.
kwaliteitskenmerken maar niet binnen deze ambities
Afwijken van de concepten kan gemotiveerd door het college worden
voor een deelgebied vallen?
gedaan. De motivatie bevat dan de grondslag om toe te staan. Dit is afhankelijk van het initiatief.
17-052021
VVD
De VVD-fractie staat voor een kwalitatieve uitstraling van het Europaplein. Daarom hebben we in september 2017 een motie ingediend, die in meerderheid is aangenomen (zie bijlage), waarin het college werd opgeroepen om in het bestemmingsplan voor gebied Europaplein een ‘brancheringsregel’ op te nemen op grond waarvan op het Europaplein uitsluitend horeca zoals restaurants, eetcafés, lunchrooms en ijssalons zijn toegestaan. Fastfoodketens horen hier niet bij. Antwoord 1: Vraag 1: Vallen fastfoodketens louter onder het in de horecanota
Fastfoodconcepten worden genoemd als A2, en moeten als zodanig daaraan worden beoordeeld.
genoemde Concept A2? Deze zaken kunnen dus niet onder een breed geïnterpreteerde uitleg van Concept A1 vallen? Vraag 2:
Antwoord 2:
Kan het college bevestigen dat de horecanota aansluit
Ja.
bij de door de raad aangenomen motie brancheringsregels Europaplein (van september 2017)?
Vraag 3:
Antwoord 3:
Wat betekent deze nota voor bestaande horeca uit
Bestaande zaken kunnen niet worden gedwongen een andere locatie te
Concept A2 op de Dijk en het Europaplein die dus niet
vinden. Daarom geldt het nieuwe beleid slechts voor nieuwe initiatieven.
aan de voorliggende nota lijken te gaan voldoen? Of heeft dit geen gevolgen voor deze bestaande horeca en geldt het alleen voor nieuwe zaken? 18-05-
Zeevangs
Vraag-P21 tweede alinea: Op die manier moet de
2021
Belang
ontwikkeling leiden tot een zichtlocatie vanaf het water met bebouwing passend in de historische bebouwing langs het IJsselmeer, met nadruk op folklore en ambachtelijke recreatie. Vraag 1: Moet dat geen Markermeer zijn? -In de inleiding wordt niet gerept over Corona. We zien dat als een incident en behandelen Corona ook als zodanig. Toch zie je nu
Antwoord 1: Als u dat wenst, kan dat in de nota worden gewijzigd.
andere toeristen (uit de eigen regio) in onze gemeente. Het lijkt wel alsof Corona aan onze wens (andere bezoekers) tegemoetkomt. Vraag 2: Nu kun je Corona niet als beleid gebruiken maar kunt u
Antwoord 2:
Corona en de (tijdelijke) effecten wel benoemen in de
Corona schetst een uitzonderlijke situatie, waar (hopelijk) bijna een einde
inleiding? -Bij Edam Centrum en overige wordt gesproken over - Aanmoedigen restaurantconcepten en (alcoholvrije) uitgaansgelegenheden. - Initiatieven om
aan is. Corona opnemen in het stuk, wat mogelijk nog 10 jaar mee moet, lijkt daarom niet op zijn plaats.
de bestaande sportvoorzieningen alcoholvrij te
Antwoord 3:
exploiteren worden aangemoedigd.
Door de spreiding van toeristische trekpleisters in Edam Overige zijn initiatieven daar meer op zijn plaats. Het aanmoedigen van initiatieven om
Vraag 3: Waarom wordt dat bij Volendam Centrum en overige
bestaande sportvoorzieningen alcoholvrij te exploiteren wordt ook in Volendam aangemoedigd. (Zie daarvoor ook de tabel in het stuk)
niet vermeld? Antwoord 4: Vraag 4: Zowel Edam als Volendam vallen toch onder hetzelfde LEF programma? -In een brief van KHN worden wij er op geattendeerd dat bijna al hun input van tafel wordt geveegd. Bijvoorbeeld de opmerking over de paracommerciële horeca. Het gaat hier niet alleen om de handhaving van drank aan jongeren maar ook om de
Ja, het LEF programma is opgesteld voor de gehele gemeente. Het betreft een alcoholontmoedigingsprogramma voor jongeren. Ondanks dat dit (uiteraard) raakvlakken heeft met de nota horeca (in verband met de verkoop van alcohol in de horeca), is het niet aan de nota horeca om alcoholuitgifte aan jongeren te verbieden. Dit is voldoende geborgd in landelijke wet- en regelgeving. Uitvoering van het LEF-programma hoort niet in de Nota Horeca.
oneerlijke concurrentie. Vraag 5: Waarom is verdere uitwerking van dit onderwerp (LEF gerelateerd) hier niet op zijn plaats? -In navolging van andere gemeenten zou KHN graag zien dat het horecaconvenant wordt omgezet in beleid en wordt verankerd in de APV, met bijbehorende openingstijden voor de horeca.
Antwoord 5: LEF is het alcoholontmoedigingsprogramma voor jongeren. De Nota Horeca gaat over de beleidskeuzes die leiden tot het al dan niet toestaan van initiatieven en de visie op een aantal te onderscheiden gebieden binnen de gemeente. Uitwerking van programma LEF in de Nota Horeca is daarom niet op zijn plaats.
Vraag 6:
Antwoord 6:
Gaat u bij de uitvoering (wijziging APV) gehoor geven
Het standpunt van de KHN wordt in overweging genomen bij de revisie van
aan deze oproep van KHN? Naast de APV dient ook het
de APV.
beleid op hotels en andere logiesverstrekkende bedrijven (Bed & Breakfast en Airbnb) ter voorkoming van overlast in de lokale omgeving. Deze visie dient als uitgangspunt voor dat ander beleid (APV, B&B, Airbnb) Het gebruik van Bed & Breakfast dient de woonfunctie te ondersteunen. Vraag 7: Hoe wordt dan geborgd dat deze activiteiten ten behoeve van de verblijfstoerist niet ten koste gaan van de toch al schaarse woonruimte in onze gemeente? Voor karren en kramen op de Dijk geldt een standsplaatsenbeleid, dit standplaatsenbeleid is op zichzelf staand uitvoerend beleid en daarom geen onderdeel van deze Nota. Toch is er wel degelijk een raakvlak met de horeca. Vraag 8: Kan de suggestie van KHN over dit punt meegenomen worden bij de herziening van het standplaatsbeleid? 18-052021
GroenLinks
In het voorstel staat dat de horeca-ondernemers, de Koepel Sociaal Domein en de dorps- en wijkraden zijn
Antwoord 7: Volgens het huidige Bed & Breakfast beleid mag een dergelijke instelling slechts kamers verhuren wanneer deze onderdeel zijn van de eigen woning (bijvoorbeeld, een kamer in de eigen woning). In de voormalige gemeente Zeevang mag dit ook in bijgebouwen van de eigen woning. Dit zorgt ervoor dat het hoofdgebouw altijd bewoond wordt door de huidige bewoner, waardoor de woonfunctie niet in het gedrang komt. Antwoord 8: De KHN schrijft in haar opmerkingen onder andere om de karren, waarvan ze vinden dat deze niet op de dijk thuis horen, beter naar het opnieuw ingerichte Europaplein kunnen worden verplaatst. Als uw raad dit inderdaad een betere locatie vindt, en tevens de weekmarkt wil afschaffen, kan dit in het nieuwe standplaatsenbeleid worden meegenomen.
betrokken in het kader van de participatie. In dit rijtje missen wij de ‘normale’ burger, die als klant van de beschreven horeca-activiteiten als belanghebbende kan worden aangemerkt. Vraag 1: Waarom is ervoor gekozen om de burger niet te betrekken bij de participatie? Een bijzondere categorie burgers betreft de bewoners van gebieden waar veel horeca-activiteiten plaatsvinden, bijvoorbeeld de Dijk in
Antwoord 1: We zijn er vanuit gegaan dat de 'normale' burger vertegenwoordigd is door de verschillende wijk- en dorpsraden en de Koepel Sociaal Domein.
Volendam. In de nota wordt meerdere keren benadrukt dat het beperken van overlast door horeca-activiteiten een belangrijke ambitie van het nieuwe beleid is. Vraag 2: Waarom is ervoor gekozen om deze bewoners niet te
Antwoord 2:
betrekken bij de participatie? In de bijgevoegde nota
We zijn er vanuit gegaan dat deze inwoners vertegenwoordigd zijn door de
participatie valt ons op dat de reactie van Wijkraad
Wijkraad Oude Kom.
Oude Kom ontbreekt. Vraag 3: Waarom is er geen reactie van de Wijkraad opgenomen? In de nota lezen we dat er van de horeca-ondernemer wordt verwacht dat hij of zij ‘bewust de belangen van de omgeving meeneemt in de bedrijfsvoering’. Zonder
Antwoord 3: Vanuit de Wijkraad Oude Kom is geen reactie binnengekomen (tenzij de reacties van de Wijkraad Oude Kom tezamen met die van de Koepel Sociaal Domein zijn binnengekomen).
verdere specificatie klinkt dit nogal vrijblijvend. In onze ervaring is dit niet iets dat vanzelf tot stand komt. Vraag 4:
Antwoord 4:
Hoe ziet u de rol van de gemeente hierin? Het toestaan
Uitvoering is geen onderdeel van de Nota Horeca.
van ‘blurring’ wordt vooral als kans gezien voor de kern Volendam. Genoemd wordt de beperkte overlast die deze mengvormen genereren en de impuls die zij kunnen geven aan het aanbod. Blurring is echter een breed concept dat in veel vormen kan worden toegepast. In het licht van het normaliseren van alcoholgebruik tijdens dagelijkse activiteiten, het ontstaan van mogelijke overlast en de concurrentie met de ‘traditionele’ horeca-concepten vinden wij het lastig om op voorhand in te stemmen met het toestaan van blurring. Graag zouden wij specifieker willen weten welke blurring-concepten het college als onwenselijk beschouwt en welke ze wil toestaan. Vraag 5: Kunt u dit nader toelichten?
Antwoord 5: Om te voorkomen dat de gemeente de markt te veel beperkingen oplegt en daarmee een bepaalde richting op wordt geduwd, is juist gekozen om de beperkingen los te laten. Mocht het nodig blijken (bij de evaluatie van het beleid) dat tóch extra regels nodig zijn, worden dan gepaste vervolgstappen genomen.