Vraag en antwoord Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Edam-Volendam 2024-2028
Tekst van het document
WEGINGSTAFEL 10 APRIL 2025 / RAADSPLEIN 24 APRIL 2025 Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Edam-Volendam 2024-2028 Datum vraag
Fractie(s)
Vraag
03-042025
GroenLinks
In de gemeente Leiden is de rioolheffing vanaf 1 januari 2025 omgevormd naar een 'riool- en waterzorgheffing'. De kern van deze nieuwe heffing is dat de kosten voor de riolering- en watertaken worden uitgesmeerd over een grotere groep eigenaren en gebruikers dan voorheen. Een onderdeel van deze operatie is het invoeren van een eigenaren- en gebruikersdeel voor niet-woningen dat gebaseerd is op de WOZ-waarde van een pand, in plaats van op het watergebruik. De nieuwe heffing zorgt ervoor dat de rekening voor de gemiddelde inwoner omlaag kan. Vraag 1: Is het invoeren van een eigenaren- en gebruikersdeel voor niet-woningen gebaseerd op de WOZ-waarde technisch mogelijk in onze gemeente? Vraag 2: Is het ook technisch mogelijk om alleen het eigenarendeel voor niet-woningen op de WOZ-waarde te baseren, en voor het gebruikersdeel uit te blijven gaan van daadwerkelijk verbruik?
Antwoord
Antwoord 1: Technisch is dit mogelijk.
Antwoord 2: Technisch is dit mogelijk.
Vraag 3: Welke voor- en nadelen zijn te voorzien wanneer (een deel van) de rioolheffing voor bedrijven op de WOZ-waarde wordt gebaseerd? Vraag 4: Is er een voorzichtige indicatie te geven van de jaarlijkse opbrengsten wanneer hetzelfde percentage in EdamVolendam dezelfde percentages als in de gemeente Leiden worden gehanteerd? Bron: https://gemeente.leiden.nl/nieuws-enpublicaties/nieuws/nieuwe-riool-en-waterzorgheffing/ 07-042025
CDA
Vraag 1: Betreft het ambitieniveau 'anticiperen' (par. 2.2), klopt het dat meekoppelkansen in nieuwe ruimtelijke economische ontwikkelingen naast de nieuwe ontwikkeling ook het bestaand bebouwd gebied water-robuuster maken? Vraag 2: We zijn scherp op de haalbaarheid van nieuwe ontwikkelingen en het stapelen van ambities. Bent u het met ons eens dat de kosten van de meekoppelkans, voor zover die verder gaan dan wat noodzakelijk is voor de nieuwe ontwikkeling, door de gemeente of het waterschap (en dus niet de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling) gefinancierd moet worden?
Antwoord 3: Het kost meer tijd om de rioolheffingen te innen en er zal in het begin meer tijd benodigd zijn voor het weerleggen van meldingen. Een andere manier van heffen kan wel onderzocht worden. Antwoord 4: Dit zou nader onderzocht kunnen worden, maar Leiden is niet direct te vergelijken met gemeente Edam-Volendam.
Antwoord 1: Dit klopt, zie hiervoor ook het Uitvoeringsplan klimaatadaptatie 2022-2024 welke dit jaar wordt herzien.
Antwoord 2: Hier kan zo geen uitspraak over gedaan worden. In het kostendekkingsplan gaan we uit van 10% extra kosten voor klimaatadaptatie bovenop de geraamde kosten voor vervanging na de planperiode.
Vraag 3: Er wordt al langer gesproken over overname van wateren van het HHNK (in navolging van de eerder overgenomen wegen), hoe hangt dat samen met dit voorstel?
10-042025
ONS Belang
Antwoord 3: Dit hangt niet samen met dit voorstel, deze overdracht heeft alleen gevolgen voor de voorziening baggeren en het schouwen/maaien van de slootkanten. In de loop van dit jaar wordt de overname van het stedelijk water door HHNK formeel bekrachtigd en wordt er ook een hierop aangepast baggerplan ter besluitvorming aangeboden.
We proberen in scenario's te denken, zodat we een weloverwogen keuze kunnen maken. Daarom hebben wij wat strategische vragen die over beide varianten gaan. Vraag 1: Waarom wordt er geen rekening gehouden met een indexatie van de loon- en overheadkosten?
Antwoord 1: De rapportage is op vast prijspeil, omdat op de lange termijn een indexatie meenemen het model minder goed inzichtelijk maakt. In de werkelijkheid wordt de heffing jaarlijks geïndexeerd.
Vraag 2: Waarom is in de uitleg voor de derde variant niet in het voorstel meegenomen?
Antwoord 2: Ervan uitgaande dat hier het ideaalcomplex mee wordt bedoeld. Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 3: Is het ideaalcomplex wel onderzocht of dit tot de mogelijkheden behoort? Graag hierover uitleg.
Antwoord 3: Dit is wel bekeken, maar deze variant is niet haalbaar. Dit heeft te grote gevolgen voor de heffing. Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 4: Zijn er meer subsidies beschikbaar bij een bepaalde strategie?
Antwoord 4: Welke subsidies worden hier bedoeld? Er zijn geen subsidies in het plan genoemd.
Vraag 5: Antwoord 5: Is er een indicatie toe hoe ver die subsidies kunnen oplopen? Zie het antwoord op vraag 4. Vraag 6: Kunnen we met sparen aantrekkelijker cofinanciering verkrijgen?
Antwoord 6: Cofinanciering is niet van toepassing.
Vraag 7: Stel dat er plotseling een strengere milieuwet komt - welke variant laat ons sneller handelen?
Antwoord 7: Dit heeft geen gevolgen voor een gekozen variant.
Vraag 8: Hoe wendbaar is de gemeente als er plotseling extra investeringen nodig zijn? Graag een antwoord over beide varianten.
Antwoord 8: Door te schuiven binnen projecten worden extra investeringen opgevangen.
Vraag 9: Hoe realistisch zijn de kostenramingen? Vraag 10: Wat gebeurt er als ze 20-30% hoger uitvallen?
Antwoord 9: De projecten zijn zo goed mogelijk geraamd. De status van de projecten wordt bijgehouden in een Operationeel Plan, welke elk kwartaal wordt geactualiseerd. Antwoord 10: Als er een project hoger uitvalt wordt bijvoorbeeld een ander project later uitgevoerd.
Vraag 11: Hoe ziet het beeld er dan uit voor sparen?
Antwoord 11: Dit heeft geen gevolgen voor sparen.
Vraag 12: Wat gebeurt er als de rente de komende 10 jaar stijgt tot 5% of 6%?
Antwoord 12: Het omslagpunt wanneer sparen voordeliger is dan activeren schuift dan naar voren en sparen wordt eerder voordeliger.
Vraag 13: Hoe zorgen we er voor dat er een eerlijke kostenverdeling blijft bestaan tussen de huidige en toekomstige generaties?
Antwoord 13: Door een opbouw naar sparen blijft de rioleringszorg ook voor de toekomstige generaties betaalbaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige generatie door de heffing geleidelijk te laten stijgen.
Vraag 14: Als de bevolking krimpt of groeit, welke impact heeft dat op de betaalbaarheid van sparen vs. activeren? Vraag 15: Is met deze demografische ontwikkeling rekening gehouden? Vraag 16: Dienen er bij beide varianten e.e.a. worden vastgelegd in de financiële verordening? Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan: In wat voor situatie gaan we bijvoorbeeld activeren en wanneer wordt iets uit de spaarvoorziening gefinancierd?
Antwoord 14: We hebben rekening gehouden met groei, zoals verwacht. Bij krimp zal de heffing iets stijgen. De gevolgen voor sparen vs. activeren blijft gelijk. Antwoord 15: Zie het antwoord op vraag 14. Antwoord 16: De heffing wordt in de verordening vastgelegd. Door financiën wordt bepaald welke projecten als eerste uit de spaarvoorziening worden gefinancierd, dit wordt niet in een verordening vastgelegd.
Vraag 17: Wat gebeurt er als blijkt dat de geraamde kosten voor rioolvervanging veel hoger uitvallen? Vraag 18: En hoe zorgen we ervoor dat de spaarpot niet voor andere gemeentelijke uitgaven wordt gebruikt? etc. etc. Of gelden hiervoor dezelfde regels als de gebruikelijke voorzieningen? Vraag 19: Heeft de spaarvoorziening een negatief effect op de solvabiliteit?
09-042025
LEV
Antwoord 17: Zie het antwoord op vraag 10. Antwoord 18: Hiervoor gelden dezelfde regels als de gebruikelijke voorzieningen en de uitgaven zijn altijd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken. Antwoord 19: Op de korte termijn heeft de spaarvariant een klein negatief effect op de solvabiliteit maar op de lange termijn een groot positief effect.
Vraag 20: Kan dit invloed hebben op het leenplafond?
Antwoord 20: We blijven kostendekkend. De solvabiliteit blijft groot genoeg om geen invloed te hebben op het leenplafond.
Vraag 1: Wat is de reden dat de gemeente Edam-Volendam kiest voor het verhogen van de rioolheffing nu, terwijl de lasten op huishoudens al fors stijgen door inflatie en landelijke beleidseffecten?
Antwoord 1: Door een opbouw naar sparen blijft de rioleringszorg ook voor de toekomstige generaties betaalbaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige generatie door de heffing geleidelijk te laten stijgen.
Vraag 2: Hoeveel procent van het rioolstelsel wordt daadwerkelijk gebruikt voor regenwater dat zonder zuivering kan worden
Antwoord 2: Een gescheiden stelsel heeft altijd de voorkeur boven een gemengd stelsel, omdat we anders een grotere buis moeten aanleggen voor de gemengde riolering. De gemengde riolering zal
afgevoerd, en rechtvaardigt dit de investeringen in gescheiden stelsels?
bij een heftige regenbui vuilwater gaan overstorten en dit voorkomen we door een gescheiden stelsel aan te leggen.
Vraag 3: Kan het college garanderen dat de kosten van regionale samenwerking niet hoger zijn dan wanneer Edam-Volendam deze taken zelfstandig zou uitvoeren?
Antwoord 3: De samenwerking wordt naast trajecten om kosten te besparen, zoals gezamenlijk aanbesteden ook gebruikt voor projecten en kennisdeling. Willen we onze taken goed kunnen uitvoeren is er altijd een soort van samenwerking nodig. Het is lastig deze in harde cijfers uit te drukken, maar dit levert gevoelsmatig altijd winst op.
Vraag 4.: Op welke manier wordt het principe “de vervuiler betaalt” daadwerkelijk toegepast op grootverbruikers zoals industrie en landbouw, in plaats van dat deze kosten collectief worden neergelegd bij burgers via de heffing?
Antwoord 4: De rioolheffing is gebaseerd op het waterverbruik, ervan uitgaande dat de grootverbruiker ook meer water gebruikt wordt deze dus ook zwaarder belast.
Vraag 5: Is het niet efficiënter om op basis van risico en urgentie te investeren in vervanging van riolering in plaats van op basis van leeftijd of theoretische levensduur?
Antwoord 5: Voor de kortere termijn wordt dit inderdaad toegepast, bij de doorkijk op langere termijn is dit niet mogelijk en doen we dit op basis van leeftijd.
Vraag 6: Waarom kiest de gemeente voor gedragsbeïnvloeding via campagnes en mogelijk verordeningen richting inwoners, terwijl vertrouwen op individuele verantwoordelijkheid en eigen initiatief vaak effectiever en goedkoper is?
Antwoord 6: Bij een eventuele campagne zullen we altijd wijzen op individuele verantwoordelijkheid en eigen initiatief.